Category / categorie ; video
Where do demons come from?
Van waar komen de demonen?

preview en aankoop boek “De Openbaring “:
http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget



.
.
Pasteltekening van John Astria
.
.
Over de grootste strijd, die ooit heeft plaatsgevonden op deze aarde, is niet in een van de geschiedenisboeken ter wereld geschreven. Het was op Golgotha, toen Jezus door Zijn dood satan, de prins van deze wereld, versloeg. Een vers dat we nooit in ons hele leven mogen vergeten is Hebreeën 2:14, 15. Het is zeker dat satan niet zal willen dat we dit vers kennen.
Niemand vindt het leuk om van zijn eigen nederlaag of falen te horen en satan is hierop geen uitzondering. Hier is het vers:
“Omdat nu die kinderen van vlees en bloed zijn, heeft Hij (Jezus) eveneens daaraan deel gehad om door de dood (Zijn dood aan het kruis van Golgotha) hem die de macht over de dood had – dat is de duivel – teniet te doen, en allen te verlossen die door angst voor de dood gedurende heel hun leven aan slavernij onderworpen waren.”
.
.
Toen Jezus stierf, maakte hij de duivel machteloos. Waarom? Omdat we voor altijd vrij zouden zijn van satan en van de slavernij van de angst die hij op ons gedurende ons hele leven had gebracht. Er zijn vele soorten van angsten die mensen in de wereld hebben, maar de grootste van alle angsten is de angst voor de dood.
.
Als je op enig moment in je leven in moeilijkheden zit, of je wordt geconfronteerd met een onoverkomelijk probleem, iets waarvoor er geen menselijk antwoord lijkt te zijn, beroep je dan op de Naam van de Here Jezus. Zeg tegen Hem:
.
.
.
Pasteltekening van John Astria
.
.
Over de grootste strijd, die ooit heeft plaatsgevonden op deze aarde, is niet in een van de geschiedenisboeken ter wereld geschreven. Het was op Golgotha, toen Jezus door Zijn dood satan, de prins van deze wereld, versloeg. Een vers dat we nooit in ons hele leven mogen vergeten is Hebreeën 2:14, 15. Het is zeker dat satan niet zal willen dat we dit vers kennen.
Niemand vindt het leuk om van zijn eigen nederlaag of falen te horen en satan is hierop geen uitzondering. Hier is het vers:
“Omdat nu die kinderen van vlees en bloed zijn, heeft Hij (Jezus) eveneens daaraan deel gehad om door de dood (Zijn dood aan het kruis van Golgotha) hem die de macht over de dood had – dat is de duivel – teniet te doen, en allen te verlossen die door angst voor de dood gedurende heel hun leven aan slavernij onderworpen waren.”
.
.
.
.
.
.
Wie het getal twaalf noemt herinnert vanzelfsprekend aan de twaalf zonen van Jacob, de stamvaders van Israël en aan de twaalf discipelen van Jezus. Hieronder een veelvoud van voorbeelden:
We zouden het getal twaalf het best kunnen omschrijven als :
Israël, een volk in zijn geheel met een perfect bestuur!
Het is logisch, dat het getal twaalf ook telkens te voorschijn komt als het gaat over de vertegenwoordiging van het volk. Als de kinderen Israëls na door de Schelfzee getrokken te zijn, in de oase Elim aankomen vinden ze daar niet minder dan twaalf bronnen. Eenzelfde karakter als de twaalf heeft ook zijn verdubbeling de vierentwintig. De priesterschare is verdeeld in vierentwintig afdelingen en er zijn vierentwintig zanggroepen van elk twaalf Levieten. Vierentwintigduizend Levieten houden toezicht op werk in het huis des Heren.
De vermelding van de twaalf manden voor het overgeschoten brood in de geschiedenis van de eerste wonderbare spijziging wordt door velen terecht verstaan als een verwijzing naar de messiaanse maaltijd met het gehele volk.
Als Jezus bij zijn gevangenneming zinspeelt op de mogelijkheid dat twaalf legioenen engelen zullen te hulp komen, dan is dit getal wel gekozen met het oog op de twaalf die bedreigd worden.
Een belangrijke rol speelt het getal twaalf ook in het boek van de Openbaring van Johannes. We horen over de vrouw met de krans van twaalf sterren, de dochter van Sion, het volk Israël of de gemeente van God. Zij is geheel Israël. In de beschrijving van het Nieuwe Jeruzalem worden twaalf poorten getekend met twaalf engelen en namen, ‘welke zijn die van de twaalf stammen van de kinderen Israëls’. ‘De muur der stad had twaalf fundamenten en daarop de namen van de twaalf apostelen van het Lam’. Lengte, breedte en hoogte van de stad zijn twaalfduizend stadiën.
In Exodus 25:8,9 lezen we het volgende: ‘En zij zullen Mij een heiligdom maken, en Ik zal in hun midden wonen. Gij zult het maken overeenkomstig alles wat Ik u toon, het model van de tabernakel en het model van al het gerei’.
Dit heiligdom heeft in Exodus 27:21 als naam ” tent der samenkomst”. In het latijn heeft het de naam tabernakel. Het woord wordt ook gebruikt voor ‘vaste tijden’.
In Genesis 1:14-16 zegt God:
‘dat er lichten zijn aan het uitspansel des hemels, om scheiding te maken tussen de dag en de nacht, en dat zij dienen tot aanwijzing zowel van vaste tijdenals van dagen en jaren’. Die lichten zijn voor de dag de zon en in de nacht de maan en de sterren. Hier zijn de zon, de maan en de sterren dus aanwijzingen voor vaste tijden!
Dus zoals we zagen gaat het in Genesis om de verschijning van zon, maan en sterren op vaste tijden.
In Leviticus 23:2 en 4 lezen we het volgende: Daar zegt God tegen Mozes:
‘De Feesttijden des Heren, die gij zult uitroepen als heilige samenkomsten, zijn Mijn Feesttijden. Dit zijn de Feesttijden des Heren, heilige samenkomsten, die gij uitroepen zult op de daarvoor bepaalde tijd’.
We zien hier dus dat de vaste tijden ook Feesttijden des Heren zijn, en die Feesttijden vallen op vaste tijden in de loop van het jaar.
God’s feestkalender
Israëls Feesten onderscheiden we als volgt:
Deze vaste Feesttijden leiden tot heilige samenkomsten op de plaats van ontmoeting, zoals God zegt in Exodus 29:42, 43: ‘Ik zal daar samenkomen met de Israëlieten’. “Daar” betreft dan de tent der samenkomst.
Dus eerst zagen we de vaste tijden, die verklaart worden vanuit de hemellichamen (zon, maan en sterren). Vervolgens de vaste tijden, die tegelijk Feesttijden des Heren zijn, en plaatsvinden op precieze data. En al deze betekenissen lopen uit op de plaats van ontmoeting.
Zo kunnen we verstaan dat de tent der samenkomst (tabernakel), vaste tijden van hemellichamen, en vaste tijden van de Feesttijden, drie in het Hebreeuws gelijkluidende termen zijn, die tezamen de bedoeling aangeven, dat het volk Israël zijn God ontmoet op vaste tijden!
Om weer terug te keren naar het hemelse getal 12 stellen we vastdat vanaf de oprichting van de staat Israël op 14 mei 1948 er 3 x 4 {tetrad} dus 12 bloed rode manenzich manifesteerden in het hemels uitspansel op de vaste tijden, de ‘Feesttijden des Heren’.
Als volgt weergeven: Lunar eclipses
We zien hier in de eerste kolom bij de Lunar eclipses 4 opeenvolgende {tetrad} bloed rode manen in de jaren 1949 en 1950 op Passover (Peseach) en Sukkot (Loofhuttenfeest) nadat op 14 mei 1948 de staat Israel werd uitgeroepen.
Vervolgens 4 in de jaren 1967 en 1968 als Jeruzalem op 7 juni 1967 heroverd wordt en nu de ondeelbare hoofdstad van Israel is (Luk. 21:24)!
In 2014 en 2015 was er opnieuw een tetrad te zien zijn van bloed rode manen. Het religieuze jaar begon dan met een totale zonsverduistering op de 1e Nisan, met twee weken later gevolgd door een bloed rode maan op Passover. Het burgelijk jaar opende met een zonsverduistering op de 1e Tishri/RoshHasjana gevolgd door weer een bloed rode maan op Sukkot in 2015.
Geen 4 {tetrad} opeenvolgende bloed rode manen deden zich voor in de 16e – 17e – 18e – en 19e eeuw.
De demonische uitroeiing van een groot deel van het Joodse volk en het schouwspel van een uit alle delen van de wereld naar Palestina/Israël toestromend en onweerstaanbaar oprijzend overblijfsel van Israël, heeft veler ogen weer geopend voor de wonderlijke invloed van de oudtestamentische profetie.
Een moderne staat als Israël belet velen nog verband te leggen tussen de oude profeten en het hedendaagse denken, maar wie de profetie kent weet dat Israël in geloof (Messiaanse gelovigen) terug zal keren om later als volk zijn God (Jesjoea, de Messias) te ontdekken. De terugkeer van Juda uit de verstrooiing is vanouds door alle insiders als de ouverture tot de eindtijd der menselijke geschiedenis beschouwd!
Het theocratisch interim-rijk op aarde, ofwel het messiaanse rijk, is geen christelijk rijk, maar een Christus-rijk,waarin Messias Jesoea (Jezus) mét zijn aan hem verbonden Lichaam, de gemeente, als Koning en Rechter over de dan levende mensheid regeert.
Het apocalyptische visioen van een tijdelijk Godsrijk, waarin de duivelse machten zijn uitgeschakeld en een bepaalde orde in de hemel opgenomen gelovigen met Christus over de volken regeert, plaatst de oudtestamentische profetie over een messiaans rijk in een bepaald nieuwtestamentisch kader en het verklaart vooral de tijdelijke en nog zondige elementen in dit rijk.
De profetie over een messiaans rijk profeteert van het tijdelijke ( 1000 jaar ) naar het eeuwige rijk heen, maar bevat toch elementen van onvolkomenheid, die onmogelijk toepasselijk kunnen zijn op het eeuwige rijk. De mensen zijn er nog sterfelijk, hoewel zij zeer oud worden en een 100-jarige nog een jongeling genoemd wordt (Jes. 65, 20a), er zijn vijanden die zich geveinsd onderwerpen (Zach. 14, 17-19; Ap. 20, 7-10), en mensen kunnen gedood worden om hun zonden (Jes. 65, 20b).
Andere profetieën spreken:
over de tempeldienst te Jeruzalem en een ‘hoeden der heidenen’ met een ‘ijzeren scepter’ (Jes. 66, 21-23; Ps. 2, 9; Ap. 2, 26, 27),
‘Leiders van wetenschap en verstand’ zullen de volken in Godskennis onderrichten (Jer. 3, 15; Jes. 30, 20-21; 11, 9; Hab. 2, 14),
Israel zal het religieus-culturele centrum van dit wereldrijk zijn (Jes. 60, 2, 10-22; 61, 5; 62, 1-2; Zach. 8, 13, 22-23; 14, 16),
Christus is hier de theocratische Koning over de wereld waarin alles aan hem onderworpen is (Ps. 95, 10; Jes. 2, 4; 3, 13; 51, 5; Ap. 2, 26-27; 12, 5; 19, 15),
Zijn gezag is bemiddeld aan de Davidische messias (Jes. 16, 5; 55, 3-4; Jer. 30, 9; Ez. 34, 23-24; 37, 25),
de mensheid leeft onder een wettig regiem (Ps. 9, 9; 67, 5; 95, 10; 96, 10; 98, 9; Jes. 2, 1-5; 42, 1, 15-17; Zach. 14, 16-21).
Men behoeft slechts met enkele trekken het beeld uit deze profetie te schetsen om het onderscheid met de tegenwoordige gemeente van gelovigen en het eeuwige Godsrijk te onderkennen. Het kan alleen ‘geplaatst’ worden in de tijd die volgt op de verschijning van de antichrist (Ap. 20, 1-3 verg. Ap. 12, 9; 13, 1-5, 11-18; verg. Dan. 7, 19-27), en de wederkomst van Christus (2 Thess. 2, 1-4), een historisch tijdperk dat voorafgaat aan het eeuwig Koninkrijk Gods (1 Kor. 15, 23-28).
Het Messiaanse Rijk zal, na een laatste poging van de duivelse machten om Gods heilswerk te vernietigen, overgaan in het eeuwige Volkomen Koninkrijk. Satan, de demonen en de onbekeerden zullen dan voor eeuwig in de vuurpoel gegooid worden.
De korte tijd van de duivelse uitbarsting toont in de eerste plaats de consequente volharding van het kwaad na een 1000 jarige periode van passiviteit (Ap. 20, 1-2, 3, 5, 7), en dienst vervolgens als een laatste selectie onder de dan levende mensheid. Want ondanks de paradijselijke staat waarin de mensheid gedurende het messiaanse rijk op aarde onder leiding van de Messias Jesjoea leeft, zal blijken dat velen zich geveinsd aan deze theocratische wereldorde hebben onderworpen (Ap. 20, 7-8).
De ‘plasregens’ van zegen en kennis van Jahweh (Ik ben die Ik ben – Ex. 3:14) hebben het volkomen Godsrijk op aarde zeer nabij gebracht, maar desondanks zullen bepaalde volken zich toch laten verleiden om dit alles ongedaan te maken. Wanneer deze opzet neergeslagen is en de duivelse machten met hun volgelingen voor eeuwig buiten het Koninkrijk Gods gestoten worden, volgt het laatste oordeel over de doden en wordt het heilsplan voleindigd in de dubbele gestalte van het Koninkrijk Gods: een hemels rijk en een aards rijk.
Deze rijken zijn echter niet gescheiden. Ofschoon het hemels Godsrijk de gehele kosmos omvat, wordt de hemel met de aarde verbonden door de ‘schakel’ van het Nieuwe Jeruzalem, een voor beide rijken gemeenschappelijk ‘centrum’, waar de communicatie plaats vindt ( Ap. 21, 1-5, 10-27; 22, 1-5).
De categorieën als transcendentie en immanentie, eeuwigheid en tijd, heden en toekomst, hemel en aarde, gemeente en wereld, gemeente en Israël, zijn in de structuur van het Koninkrijk Gods dus geen tegenstellingen die elkaar uitsluiten, maar elkander inhoudende, insluitende en aanvullende elementen!
Samenvattend kunnen wij het Koninkrijk Gods in zijn wijdste betekenis omschrijven als dat deel der schepping, dat Hij zich eeuwig toeeigent. Een deel van de schepping staat ‘tegenover God’, zowel in de mensenwereld als in de wereld van kosmische machten. Ook dit deel is ‘eigendom’ van de schepper. Het kan uitsluitend door de scheppingskracht van God bestaan, maar na de afsluiting van het heilproces is het gedoemd voor eeuwig ‘buiten’ God en zijn Rijk te bestaan. Het is het ‘niets’ buiten God, zoals een schaduw ook ‘niets’ is maar toch ‘bestaat’.
Datgene wat in de schepping beantwoordt aan de liefde Gods is het Koninkrijk Gods en als het voltooid is, is ook aan de zin van de schepping voldaan.
De mens is ooit geopenbaard dat hij het gezag zal hebben over al de schepselen op aarde. Dit gezag valt hem toe als hij de volkomen mens is geworden, het beeld en de gelijkenis van de Volkomen Mens in God. Evenals in de engelenwereld scheidt zich een deel van de mensheid af om uiteindelijk in eeuwige Gods vijandigheid buiten het Koninkrijk Gods te verteren. Het deel dat God in liefde volgt is evenwel niet eenvormig en van gelijke hoedanigheid. Er zijn ‘niveaus’ en ‘geledingen’ in de volkomen mensheid. Zij die positief reageren op de openbaring Gods worden wel allen volkomen mens, maar niet alle in gelijke ‘rang’ of hoedanigheid. Men krijgt wat men verdient.
Voor het aardse rijk zijn alle heidenen bestemd die niet tot de gemeente ofwel het Lichaam van Jesjoea behoren, maar wél in het Boek des Levens bij het Laatste Oordeel worden gevonden (Ap. 20, 11-15).
Het Koninkrijk der hemelen ofwel het Messiaanse rijk is de erfenis van allen die tot het Lichaam van Jesjoea behoren en allen die in het anti-christelijke tijdperk uit de grote verdrukking de Messias alsnog hebben aangenomen (Ap. 7, 9-17), waaronder ook de ‘verzegelden’ uit het overblijfsel van Israël in die dagen (Ap. 14, 1-5 verg. Ap. 7, 1-8).
‘Ik zal wondertekenen geven aan de hemel en op de aarde: bloed en vuur en rookzuilen. De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voor die dag van de Heere komt, die grote en ontzagwekkende’ (Joel 2:30-31; Hand. 2:16-21).
Pasteltekening van John Astria
De geschiedenis van Satan, de duivel, wordt in de Bijbel beschreven in Jesaja 14:12-15 en Ezechiël 28:12-19. Deze twee passages bevatten ook verwijzingen naar de koning van Babylon, de koning van Tyrus en de geestelijke kracht die achter deze koningen zat.
Waarom werd Satan uit de hemel verstoten? Zijn val werd veroorzaakt door hoogmoed. Deze hoogmoed kwam voort uit zijn verlangen om zelf God te zijn in plaats van een dienaar van God te zijn. Satan was de hoogste van alle engelen, maar hij was niet gelukkig. Hij verlangde ernaar om zelf God te zijn en over het universum te heersen. God wierp Satan uit de hemel, als een gevallen engel.
Pasteltekening van John Astria
De duivel wordt vaak als een karikatuur afgeschilderd: een stripboekachtige boef met rode horentjes en een drietand; het is daarom niet verwonderlijk dat mensen de geschiedenis van Satan in twijfel trekken. Maar, zijn bestaan is niet op fantasie gebaseerd. Het wordt bevestigd door hetzelfde boek dat het leven en dood van Jezus beschrijft (Genesis 3:1-16, Jesaja 14:12-15; Ezechiël 28:12-19; Matteüs 4:1-11).
Christenen geloven dat Satan de leider is van de gevallen engelen. Deze demonen, die in de onzichtbare geestenwereld bestaan maar toch op onze stoffelijke wereld inwerken, kwamen tegen God in opstand, maar staan uiteindelijk toch onder Zijn heerschappij. Satan vermomt zichzelf als een “engel van het licht” en bedriegt zo de mensheid, net zoals hij in het begin Eva bedroog (Genesis 3).
Jezus getuigde zelf van het bestaan van Satan. Tijdens Zijn bediening kwam Hij persoonlijk oog in oog te staan met de verleidingen van de duivel (Matteüs 4:1-11), dreef Hij demonen uit die mensen hadden bezeten (Lucas 8:27-33), en versloeg hij deze kwaadaardige engel en zijn legioen demonen aan het kruis. Christus hielp ons ook om de voortdurende geestelijke strijd tussen God en Satan te begrijpen; de strijd tussen goed en kwaad (Jesaja 14:12-15; Lucas 10:17-20).
Met Jezus Christus aan onze zijde hoeven we niet bang te zijn voor de beperkte macht die Satan heeft (Hebreeën 2:14-15). Maar we moeten wijs zijn en zijn tactieken weerstaan:
2 Korintiërs 10 : 3-5
Door de geschiedenis van Satan heen is hij geïdentificeerd met het kwaad, omdat hij het tegenovergestelde is van Gods karakter. Gods heilige standaard, die we in de Bijbel kunnen vinden, brengt kwaad aan het licht. Als we niet op de waarheid van de Bijbel vertrouwen, dan kunnen we gemakkelijk gaan dwalen:
Elk van deze benaderingen behaagt de duivel. Hij wil dat we hem ontkennen, vrezen, gehoorzamen of aanbidden. Tenzij we de betrouwbare bron, de Bijbel, volgen, zal hij ons bedriegen (Efeziërs 6:10-11).
In ons wetenschappelijk, rationeel tijdperk worden geestelijke overtuigingen als bespottelijke mythen van de hand gewezen. Maar Satan heeft absoluut geen moeite met mensen die de realiteit van gevallen engelen of demonen ontkennen. Door zichzelf te vermommen kan hij mensen verleiden en bedriegen zonder herkend te worden. De wijzen onder ons zullen nooit vergeten dat Satan en zijn demonen vastberaden zijn om mensen te bedriegen en een werkelijke strijd aan te gaan met de hemelse engelen.
Satan overtuigt of verleidt zijn prooi om hem te volgen, of zij zich dat nu realiseren of niet. Misschien zijn ze wel gewoon onwetend of verward. Velen geloven liever menselijke theorieën dan de Goddelijke openbaring en de natuurwetten. Ongeacht of ze blind, bedrogen of bereidwillig zijn, ze volgen Satan allemaal naar een fatale bestemming. Ze veroordelen zichzelf tot een eeuwigheid in de hel.
Hoewel Satan machtiger is dan wij mensen, laat God ons niet hulpeloos aan hem over (Efeziërs 6:10-11). Toen de Heer hem terechtwees, sidderden Satan en zijn demonen en zij ontvluchtten Hem (Jakobus 2:19; Judas 1:9). Toen Jezus stierf, overwon Hij hen (Kolossenzen 2:15).
Alleen onder het gezag van Jezus heeft een mens de macht om zich tegen de duivel te verweren. Mensen die van hun zonden gered zijn, door de dood van Jezus aan het kruis, worden beschermd; mensen die niet van Satans macht zijn gered zullen met hem vergaan (Johannes 3:16; 1 Petrus 5:8-10).
WAT DENK JIJ?
.
.
.
.
.
.
.
.
.
10 Verder, mijn broeders, word gesterkt in de Heere en in de sterkte van Zijn macht.
11 Bekleed u met de hele wapenrusting van God, opdat u stand kunt houden tegen de listige verleidingen van de duivel.
12 Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten.
13 Neem daarom de hele wapenrusting van God aan, opdat u weerstand kunt bieden op de dag van het kwaad, en na alles gedaan te hebben, stand kunt houden.
14 Houd dan stand, uw middel omgord met de waarheid, en bekleed met het borstharnas van de gerechtigheid,
15 en de voeten geschoeid met bereidheid van het Evangelie van de vrede.
16 Neem bovenal het schild van het geloof op, waarmee u alle vurige pijlen van de boze zult kunnen uitblussen.
17 En neem de helm van de zaligheid en het zwaard van de Geest, dat is Gods Woord,
18 terwijl u bij elke gelegenheid met alle gebed en smeking bidt in de Geest en daarin waakzaam bent met alle volharding en smeking voor alle heiligen.
19 Bid ook voor mij, opdat mij het woord gegeven wordt bij het openen van mijn mond, om met vrijmoedigheid het geheimenis van het Evangelie bekend te maken,
20 waarvan ik een gezant ben in ketenen, opdat ik daarin vrijmoedig mag spreken, zoals ik moet spreken.
.
.
Er is een grote strijd aan de gang, een onzichtbare strijd in de hemelse gewesten. Een strijd tussen Satan en God, een strijd tussen engelen en demonen, een strijd om de gelovigen, een strijd om de gemeente, een strijd tussen licht en duisternis. Het is een strijd om de glorie van God, om de vervulling van het heilsplan van God. God zet Zijn engelen in om Zijn glorie te bewerken.
God wil ook ons gebruiken om Zijn glorie te weerspiegelen. God wil ons gebruiken om de boodschap van redding aan de wereld te verkondigen. Ook wij worden opgeroepen als gelovigen om te strijden, om te strijden voor de glorie van God (2 Tim. 2:3-4).
Beseffen we wel de enorme opdracht die we hebben? De strijd in de hemelse gewesten is niet zomaar een strijd ver van ons af. Neen, God wil ons gebruiken als soldaten in de strijd. Hij heeft ons uitgekozen om te strijden voor Zijn koninkrijk en Zijn boodschap van redding te verkondigen.
Wat een enorme waarheid komen we hier tegen in Efeze 6 vers 12:
“Wij hebben niet te worstelen tegen vlees en bloed”.
.
.
We hebben niet te strijden tegen mensen, we hebben te strijden tegen de boze. Wanneer mensen ons pijn doen, wanneer ruzie, twist, verdeeldheid in de gemeente komt. Wanneer ruzie en twist in ons huwelijk komt, wanneer ons geloof begint te wankelen en we aan God gaan twijfelen, vecht dan niet tegen mensen.
De Satan probeert er alles aan te doen om ons van God af te trekken, hij probeert er alles aan te doen om verdeeldheid en ruzie te zaaien. Hij probeert er alles aan te doen om ons in leugens te doen geloven. We leven in een wereld die beheerst wordt door de boze. De Satan is nog steeds de overste der wereld. Wanneer we tot bekering komen worden we overgeplaatst van het koninkrijk van de duisternis, naar het koninkrijk van het licht.
God wil als een Vader voor ons zorgen, onze zonden worden vergeven, we hebben eeuwig leven. Maar de duisternis zal er alles aan doen om ons terug te trekken naar de duisternis.
De grootste leugen die de duisternis ons wil aanpraten is dat hij niet bestaat, en als hij al bestaat, dat hij geen macht heeft, maar de bijbel leert ons in 1 Petrus 5:8 het volgende:
“Uw tegenstander de duivel gaat rond als een brullende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden.”
De Satan is geen poesje dat even grauw, grauw zegt, de Satan is een brullende leeuw, zoekende wie hij kan verslinden.
.
.
Wat een geweldig en liefdevol God hebben we toch. God laat ons niet aan ons lot over, God wil ons helpen in de strijd tegen de boze. Toen Jezus aan het kruis stierf en na de derde dag weer uit de doden op stond, heeft Hij de macht van de duisternis gebroken. Hij heeft de macht van de dood en de macht van de zonde overwonnen. Jezus is overwinnaar. Hij heeft de duisternis overwonnen. En met diezelfde kracht waarmee Hij de duisternis heeft overwonnen en is opgestaan uit de dood, met die kracht wil Hij naast ons staan, wil Hij met ons strijden.
Paulus zegt het als volgt: “Gelovigen, neem de wapenuitrusting van God ter hand. God heeft u alles gegeven om in Jezus de overwinning op de duisternis te halen”.
Wanneer je dus aangevallen wordt, neem Gods wapens ter hand. Laat u niet doen, maar strijdt in Gods kracht tegen de duisternis. De Bijbel geeft een hele mooie belofte ( Jac. 4:7 ) :
“Biedt weerstand aan de duivel, en hij zal van u vlieden.”
Wat moeten we doen wanneer de duisternis ons probeert aan te vallen? We moeten een actieve houding aannemen. We moeten niet vechten tegen mensen, situaties of tegen onszelf, we moeten weerstand bieden aan de duivel. Paulus zegt ons: “Doet de wapenen van God aan en gij zult door Jezus overwinnen”.
.
.
.
Sta je op scherp? Elke gelovige bevindt zich namelijk midden in een oorlog. Paulus zegt namelijk aan het einde van zijn brief aan de gemeente van Efeze dat we in de strijd zijn. En het is noodzakelijk om eens even heel bewust hierbij stil te staan. Juist omdat dit de realiteit is van het geloofsleven en dat het je wellicht helpt om alles in het juist licht te zien.
Wij kunnen soms heel erg bang zijn voor alles dat ons overkomt of als we zien wat er in de wereld om ons heen gebeurt. Maar ook kunnen we zomaar een gevoel tegen mensen hebben die ons iets aandoen, waardoor het voor ons soms heel erg moeilijk kan zijn om met die mensen om te gaan. Maar Paulus wil ons in Efeze 6 iets anders leren. Iets dat wij heel vaak vergeten. Paulus zegt ons namelijk dat wij niet de strijd tegen vlees en bloed hebben. Dat gevoel hebben we vaak wel, want het zijn meestal mensen die iets doen, waardoor wij het gevoel hebben dat er een soort onderlinge strijd is.
Paulus zegt echter dat we niet de strijd hebben tegen vlees en bloed. Het zijn niet de mensen, die ten diepste hier op aarde de strijd voeren. Paulus wil ons iets anders leren, hij wil ons dieper laten kijken dan dat wat wij voor ogen zien. Hij zegt dat we de strijd hebben tegen de overheden, machten en wereldbeheersers van de duisternis. En nog duidelijker: we hebben de strijd tegen de geestelijke machten in de hemelse gewesten.
De Bijbel gaat uit van meerdere hemelen. Waar Paulus het hier over heeft is de atmosfeer waar de duivel met zijn demonen de strijd aangaat met de engelen van God. Het is de plaats waar de strijd plaatsvindt tegen het Koninkrijk van God. En dat is niet een plaats die ver van ons afstaat, maar wij zijn er eigenlijk in betrokken. We zien die geestelijke wereld niet, maar we zien wel de uitwerking er van en soms kun je die strijd ook voelen. Dan merk je dat er een geestelijke strijd is, die er alles aan doet om Gods Koninkrijk te verstoren. Dat kan te maken hebben met je persoonlijke geloof, maar deze strijd is ook veel breder. Het raakt ten diepste het hele wereldgebeuren.
Op het moment dat we dit gaan inzien, merken we dat er achter alles dat we zien, er veel meer aan de hand is. Het is oorlog om ons heen. Dan is de strijd in het Midden Oosten, geen strijd van mensen, maar ten diepste de strijd waar de wereldbeheersers van het rijk van de duisternis leiding aan geven. Maar dat komt ook veel dichterbij. Het gebeurt ook als Gods werk in onze omgeving wordt tegengewerkt.
En satan wil heel graag dat zijn strijd liever niet op die manier gezien wordt. Veel liever ziet hij dat wij denken dat het de mensen zijn tegen wie wij moeten strijden. Want dan loopt de strijd stuk op mensen onderling. En degene die echt de oorzaak achter al deze strijd is, kan gewoon doorgaan.
.
.
Maar Gods Woord zegt ons vandaag dat we een laag dieper moeten kijken. We moeten zien wat er werkelijk gebeurt. En tegen die strijd moeten we ons wapenen zodat we beschermd zijn. Anders worden we persoonlijk geraakt en raken we verwond. Elke aanval van satan is af te keren met de verdedigingswapens die Paulus noemt. Elke aanval is te keren als we de vijand die verdedigingswapens voorhouden: de Waarheid tegen over de leugens die satan wil dat jij gelooft.
De gerechtigheid die je in het geloof hebt gekregen tegenover de ongerechtigheid waar satan je mee beschuldigt. De bereidheid van vrede tegenover onvergevingsgezindheid en haat. Het schild van het geloof tegenover elke aanval waarmee satan je laat geloven dat je geen heil hebt. Een schild werd vroeger bekleed met een lap die nat werd gemaakt met water, zodat brandende pijlen werden geblust. Het geloof is het schild dat is gedompeld in het bloed van Jezus.
Dat blust elke vurige pijl van satan. En tenslotte de helm van de hoop op de zaligheid. Het is je uitzien dat terwijl je nog midden in de strijd bent, dat de overwinning je al is gegeven. Je bent in Christus, meer dan overwinnaar! En naast al deze verdedigingswapens is er ook een heel belangrijk aanvalswapen. Het is niet de bedoeling van Paulus om te zeggen dat omdat er zoveel verdedigingswapens zijn, dat je de strijd maar over je heen moet laten komen. Paulus zegt dat we in deze strijd rechtop moeten staan! Strijdend dus. En voor die strijd heeft elke gelovige het zwaard van het Woord gekregen.
Daarmee zal satan altijd het onderspit gaan delven. Waar hij je aanvalt mag jij je verdedigen met de Waarheid en met geloof. Maar je wordt opgeroepen om de strijd aan te gaan zodat Gods Koninkrijk meer en meer de overwinning zal krijgen. En het zwaard van het Woord is dodelijk voor satan. Jezus sloeg Zelf, tijdens de verzoeking in de woestijn ook op die manier terug.
En het woord dat Paulus hier gebruikt is niet het woord waarmee hij het geschreven of gelezen Woord bedoeld. Hier gebruikt hij een ander woord. Het gaat hier om het gesproken, of nog beter, het geproclameerde Woord van God. Je moet het Woord van God, hardop uitspreken in de aanval tegen de machten van de duisternis.
De strijd is gewonnen door Jezus. Wij mogen nu, in het geloof, de overwinning opeisen en tegen alle machten van de duisternis weerstand bieden in de Naam van Jezus. Dan is de overwinning zeker. Heb goede moed, zegt Jezus, want Ik heb de wereld overwonnen.
.
.
.
.
De eerste drie delen van onze wapenuitrusting hebben we al van God gekregen toen we tot bekering kwamen. Wanneer we God aannemen als onze redder en verlosser worden we kinderen van Hem. Maar we worden ook strijders, soldaten in Gods koninkrijk. Het eerste wat God doet is ons als soldaten kleden. We krijgen een gordel, een pantser en schoenen. De werkwoorden die genoemd worden staan in de verleden tijd: we zijn al omgord, bekleed en geschoeid. Maar wat hebben we eigenlijk van God gekregen?
.
1) Uw lendenen omgord met de waarheid
.
Een gordel is een ontzettend nuttig kledingstuk. Een gordel dient om onze klederen bij elkaar te houden, zodat we ons vrij kunnen bewegen. Zo is ook de gordel van onze wapenuitrusting heel belangrijk. De gordel van de waarheid is Jezus Zelf en Zijn woord. Toch is het niet altijd gemakkelijk om in de waarheid te wandelen, onze tegenstander is namelijk de vader van de leugen. Hij zal er alles aan proberen te doen om ons in de leugen te doen geloven.
Om vast in de waarheid te staan moeten we alles wat we doen en denken aan de waarheid toetsen. Jezus bidt voor ons in Joh. 17:17: “Heilig hen in Uw waarheid, Uw woord is de waarheid.”. Alleen in het licht van de Gods waarheid, de Bijbel kunnen we de satan verjagen.
> Steek uw Bijbel in de lucht om te getuigen dat u Gods waarheid wilt volgen.
.
2) Pantser der gerechtigheid
.
De Bijbel leert ons dat God ons gerechtvaardigd heeft. Doordat Jezus voor onze zonden gestorven is zijn wij heil en rein. Het pantser der gerechtigheid is de vergeving van onze zonden. God wil al onze zonden vergeven, hoe groot die ook zijn, hoe vaak we die ook gedaan hebben. Wanneer we onze zonden belijden, zal God onze zonden vergeven! Onze zonden belijden is ze eerlijk en oprecht uitspreken naar God toe.
> 1 Joh. 1:9 luidop lezen.
.
3) Voeten geschoeid met de bereidvaardigheid van het evangelie des vredes
.
Dit wil zeggen dat we de kracht gekregen hebben om Gods boodschap van vrede uit te dragen in het leven van elke dag. Wat is deze boodschap? “Heb God lief boven alles en uw naaste als uzelf.” We staan in de liefde. God heeft Zijn liefde in onze harten uitgestort. Laten we als de duisternis ons of onze gemeente aanvalt staan in de liefde. Laten we niet ophouden om elkaar lief te hebben, te dienen, de ander hoger te achten dan onszelf.
> Laten we naar elkaar kijken in liefde.
.
.
4) Het schild des geloofs
.
In het nieuwe testament komt het woord schild maar eenmaal voor en dat is in Efeze 6:16. In het oude testament komt het woord schild verschillende keren voor: de eerste keer komen we het tegen in Gen 15, waar God tot Abraham zegt: “Vrees niet Abraham, Ik ben uw schild”. Wat een heerlijke belofte is het niet, God is onze schild, Hij wil ons beschermen tegen de brandende pijlen van de vijand. “onze ziel verwacht de Here, Hij is onze hulp en ons schild” Ps.33:20.
Het schild van het geloof is ons vertrouwen in God. Hoe meer we God leren kennen, hoe zekerder, vaster ons vertrouwen en geloof in Hem worden. Persoonlijke studie in de bijbel, preek, Bijbelstudie, enz. vergroot onze kennis over God en dus ook ons vertrouwen op God. Wanneer de duisternis ons aanvalt, laten we opzien naar Christus. Hij is altijd bij ons. Hij geeft ons wat we nodig hebben!
> Samen zeggen “Ik wil Christus vertrouwen.”
.
5) De helm des heils
.
De helm des heils is onze positie in Christus. Toen we kinderen van God werden hebben we verschillende beloften van God gekregen: we zijn Gods kinderen, we zijn heilig en rein door de vergeving, we zijn het zout der aarde.
Het is belangrijk dat we beseffen welke positie we hebben in Christus. Om in de positie van Christus te wandelen moeten we ons laten leiden door Gods Geest. De helm beschermt ons meest kwetsbare deel van ons lichaam, ons hoofd, onze gedachten. Laten we er ons steeds van bewust zijn wie we zijn in Christus, laten we ons laten leiden door Gods Geest!
> Samen Rom 8:38 lezen.
.
.
6) Het zwaard des Geestes, dat is het Woord van God
.
Het zwaard is het middel waar we de duisternis met aanvallen. Wat is het zwaard des Geestes? Het Woord van God! Het gebruikelijke woord dat in het Grieks gebruikt wordt voor “woord” is Logos. Maar in deze context staat het woord “RHEMA” Dit woord kan het best vertaald worden door: ‘luidop proclameren’. Het woord van God is het luidop proclameren van Gods waarheid. Om de duisternis te verslaan moeten we weerstand bieden, dit kunnen we door hem openlijk te verwerpen en luidop weg te sturen in Jezus’ naam. Waarom? De duisternis kan onze gedachten niet lezen.
> Ik bied weerstand in Jezus’ naam.
.
7) Ten alle tijden bidden
.
Het belangrijkste wapen dat wij hebben is het gebed. Door het gebed is de christensoldaat in voortdurend contact met zijn aanvoerder, de Here Jezus Christus. Daar de vijand zijn tegenstand nooit opgeeft, mogen ook wij niet verslappen in het gebed. God roept ons op om ten alle tijden te bidden.Tevens moeten we bidden in overeenstemming met de Heilige Geest die ons in ons gebed zal leiden wanneer we ons voor Hem open zetten.
Jezus zegt tegen Zijn discipelen in de tuin van Getsemane: “Waakt en bidt opdat gij niet in verzoeking komt.” Mat.25:41. We zijn als leden van een lichaam, de gemeente, met elkaar verbondenen vormen we een doelwit voor de aanvallen van de vijand, daarom moeten we elkaar voor de troon der genade opdragen. Zo moeten we in ons gebed niet alleen gericht zijn op onze eigen noden, maar ook op de noden van de gemeente en op de noden van alle heiligen en ongelovigen. Laten we daarom nooit ophouden voor elkaar en de mensen rondom ons te bidden.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
10 Verder, mijn broeders, word gesterkt in de Heere en in de sterkte van Zijn macht.
11 Bekleed u met de hele wapenrusting van God, opdat u stand kunt houden tegen de listige verleidingen van de duivel.
12 Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten.
13 Neem daarom de hele wapenrusting van God aan, opdat u weerstand kunt bieden op de dag van het kwaad, en na alles gedaan te hebben, stand kunt houden.
14 Houd dan stand, uw middel omgord met de waarheid, en bekleed met het borstharnas van de gerechtigheid,
15 en de voeten geschoeid met bereidheid van het Evangelie van de vrede.
16 Neem bovenal het schild van het geloof op, waarmee u alle vurige pijlen van de boze zult kunnen uitblussen.
17 En neem de helm van de zaligheid en het zwaard van de Geest, dat is Gods Woord,
18 terwijl u bij elke gelegenheid met alle gebed en smeking bidt in de Geest en daarin waakzaam bent met alle volharding en smeking voor alle heiligen.
19 Bid ook voor mij, opdat mij het woord gegeven wordt bij het openen van mijn mond, om met vrijmoedigheid het geheimenis van het Evangelie bekend te maken,
20 waarvan ik een gezant ben in ketenen, opdat ik daarin vrijmoedig mag spreken, zoals ik moet spreken.
.
.
Er is een grote strijd aan de gang, een onzichtbare strijd in de hemelse gewesten. Een strijd tussen Satan en God, een strijd tussen engelen en demonen, een strijd om de gelovigen, een strijd om de gemeente, een strijd tussen licht en duisternis. Het is een strijd om de glorie van God, om de vervulling van het heilsplan van God. God zet Zijn engelen in om Zijn glorie te bewerken.
God wil ook ons gebruiken om Zijn glorie te weerspiegelen. God wil ons gebruiken om de boodschap van redding aan de wereld te verkondigen. Ook wij worden opgeroepen als gelovigen om te strijden, om te strijden voor de glorie van God (2 Tim. 2:3-4).
Beseffen we wel de enorme opdracht die we hebben? De strijd in de hemelse gewesten is niet zomaar een strijd ver van ons af. Neen, God wil ons gebruiken als soldaten in de strijd. Hij heeft ons uitgekozen om te strijden voor Zijn koninkrijk en Zijn boodschap van redding te verkondigen.
Wat een enorme waarheid komen we hier tegen in Efeze 6 vers 12:
“Wij hebben niet te worstelen tegen vlees en bloed”.
.
.
We hebben niet te strijden tegen mensen, we hebben te strijden tegen de boze. Wanneer mensen ons pijn doen, wanneer ruzie, twist, verdeeldheid in de gemeente komt. Wanneer ruzie en twist in ons huwelijk komt, wanneer ons geloof begint te wankelen en we aan God gaan twijfelen, vecht dan niet tegen mensen.
De Satan probeert er alles aan te doen om ons van God af te trekken, hij probeert er alles aan te doen om verdeeldheid en ruzie te zaaien. Hij probeert er alles aan te doen om ons in leugens te doen geloven. We leven in een wereld die beheerst wordt door de boze. De Satan is nog steeds de overste der wereld. Wanneer we tot bekering komen worden we overgeplaatst van het koninkrijk van de duisternis, naar het koninkrijk van het licht.
God wil als een Vader voor ons zorgen, onze zonden worden vergeven, we hebben eeuwig leven. Maar de duisternis zal er alles aan doen om ons terug te trekken naar de duisternis.
De grootste leugen die de duisternis ons wil aanpraten is dat hij niet bestaat, en als hij al bestaat, dat hij geen macht heeft, maar de bijbel leert ons in 1 Petrus 5:8 het volgende:
“Uw tegenstander de duivel gaat rond als een brullende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden.”
De Satan is geen poesje dat even grauw, grauw zegt, de Satan is een brullende leeuw, zoekende wie hij kan verslinden.
.
.
Wat een geweldig en liefdevol God hebben we toch. God laat ons niet aan ons lot over, God wil ons helpen in de strijd tegen de boze. Toen Jezus aan het kruis stierf en na de derde dag weer uit de doden op stond, heeft Hij de macht van de duisternis gebroken. Hij heeft de macht van de dood en de macht van de zonde overwonnen. Jezus is overwinnaar. Hij heeft de duisternis overwonnen. En met diezelfde kracht waarmee Hij de duisternis heeft overwonnen en is opgestaan uit de dood, met die kracht wil Hij naast ons staan, wil Hij met ons strijden.
Paulus zegt het als volgt: “Gelovigen, neem de wapenuitrusting van God ter hand. God heeft u alles gegeven om in Jezus de overwinning op de duisternis te halen”.
Wanneer je dus aangevallen wordt, neem Gods wapens ter hand. Laat u niet doen, maar strijdt in Gods kracht tegen de duisternis. De Bijbel geeft een hele mooie belofte ( Jac. 4:7 ) :
“Biedt weerstand aan de duivel, en hij zal van u vlieden.”
Wat moeten we doen wanneer de duisternis ons probeert aan te vallen? We moeten een actieve houding aannemen. We moeten niet vechten tegen mensen, situaties of tegen onszelf, we moeten weerstand bieden aan de duivel. Paulus zegt ons: “Doet de wapenen van God aan en gij zult door Jezus overwinnen”.
.
.
.
Sta je op scherp? Elke gelovige bevindt zich namelijk midden in een oorlog. Paulus zegt namelijk aan het einde van zijn brief aan de gemeente van Efeze dat we in de strijd zijn. En het is noodzakelijk om eens even heel bewust hierbij stil te staan. Juist omdat dit de realiteit is van het geloofsleven en dat het je wellicht helpt om alles in het juist licht te zien.
Wij kunnen soms heel erg bang zijn voor alles dat ons overkomt of als we zien wat er in de wereld om ons heen gebeurt. Maar ook kunnen we zomaar een gevoel tegen mensen hebben die ons iets aandoen, waardoor het voor ons soms heel erg moeilijk kan zijn om met die mensen om te gaan. Maar Paulus wil ons in Efeze 6 iets anders leren. Iets dat wij heel vaak vergeten. Paulus zegt ons namelijk dat wij niet de strijd tegen vlees en bloed hebben. Dat gevoel hebben we vaak wel, want het zijn meestal mensen die iets doen, waardoor wij het gevoel hebben dat er een soort onderlinge strijd is.
Paulus zegt echter dat we niet de strijd hebben tegen vlees en bloed. Het zijn niet de mensen, die ten diepste hier op aarde de strijd voeren. Paulus wil ons iets anders leren, hij wil ons dieper laten kijken dan dat wat wij voor ogen zien. Hij zegt dat we de strijd hebben tegen de overheden, machten en wereldbeheersers van de duisternis. En nog duidelijker: we hebben de strijd tegen de geestelijke machten in de hemelse gewesten.
De Bijbel gaat uit van meerdere hemelen. Waar Paulus het hier over heeft is de atmosfeer waar de duivel met zijn demonen de strijd aangaat met de engelen van God. Het is de plaats waar de strijd plaatsvindt tegen het Koninkrijk van God. En dat is niet een plaats die ver van ons afstaat, maar wij zijn er eigenlijk in betrokken. We zien die geestelijke wereld niet, maar we zien wel de uitwerking er van en soms kun je die strijd ook voelen. Dan merk je dat er een geestelijke strijd is, die er alles aan doet om Gods Koninkrijk te verstoren. Dat kan te maken hebben met je persoonlijke geloof, maar deze strijd is ook veel breder. Het raakt ten diepste het hele wereldgebeuren.
Op het moment dat we dit gaan inzien, merken we dat er achter alles dat we zien, er veel meer aan de hand is. Het is oorlog om ons heen. Dan is de strijd in het Midden Oosten, geen strijd van mensen, maar ten diepste de strijd waar de wereldbeheersers van het rijk van de duisternis leiding aan geven. Maar dat komt ook veel dichterbij. Het gebeurt ook als Gods werk in onze omgeving wordt tegengewerkt.
En satan wil heel graag dat zijn strijd liever niet op die manier gezien wordt. Veel liever ziet hij dat wij denken dat het de mensen zijn tegen wie wij moeten strijden. Want dan loopt de strijd stuk op mensen onderling. En degene die echt de oorzaak achter al deze strijd is, kan gewoon doorgaan.
.
.
Maar Gods Woord zegt ons vandaag dat we een laag dieper moeten kijken. We moeten zien wat er werkelijk gebeurt. En tegen die strijd moeten we ons wapenen zodat we beschermd zijn. Anders worden we persoonlijk geraakt en raken we verwond. Elke aanval van satan is af te keren met de verdedigingswapens die Paulus noemt. Elke aanval is te keren als we de vijand die verdedigingswapens voorhouden: de Waarheid tegen over de leugens die satan wil dat jij gelooft.
De gerechtigheid die je in het geloof hebt gekregen tegenover de ongerechtigheid waar satan je mee beschuldigt. De bereidheid van vrede tegenover onvergevingsgezindheid en haat. Het schild van het geloof tegenover elke aanval waarmee satan je laat geloven dat je geen heil hebt. Een schild werd vroeger bekleed met een lap die nat werd gemaakt met water, zodat brandende pijlen werden geblust. Het geloof is het schild dat is gedompeld in het bloed van Jezus.
Dat blust elke vurige pijl van satan. En tenslotte de helm van de hoop op de zaligheid. Het is je uitzien dat terwijl je nog midden in de strijd bent, dat de overwinning je al is gegeven. Je bent in Christus, meer dan overwinnaar! En naast al deze verdedigingswapens is er ook een heel belangrijk aanvalswapen. Het is niet de bedoeling van Paulus om te zeggen dat omdat er zoveel verdedigingswapens zijn, dat je de strijd maar over je heen moet laten komen. Paulus zegt dat we in deze strijd rechtop moeten staan! Strijdend dus. En voor die strijd heeft elke gelovige het zwaard van het Woord gekregen.
Daarmee zal satan altijd het onderspit gaan delven. Waar hij je aanvalt mag jij je verdedigen met de Waarheid en met geloof. Maar je wordt opgeroepen om de strijd aan te gaan zodat Gods Koninkrijk meer en meer de overwinning zal krijgen. En het zwaard van het Woord is dodelijk voor satan. Jezus sloeg Zelf, tijdens de verzoeking in de woestijn ook op die manier terug.
En het woord dat Paulus hier gebruikt is niet het woord waarmee hij het geschreven of gelezen Woord bedoeld. Hier gebruikt hij een ander woord. Het gaat hier om het gesproken, of nog beter, het geproclameerde Woord van God. Je moet het Woord van God, hardop uitspreken in de aanval tegen de machten van de duisternis.
De strijd is gewonnen door Jezus. Wij mogen nu, in het geloof, de overwinning opeisen en tegen alle machten van de duisternis weerstand bieden in de Naam van Jezus. Dan is de overwinning zeker. Heb goede moed, zegt Jezus, want Ik heb de wereld overwonnen.
.
.
.
.
De eerste drie delen van onze wapenuitrusting hebben we al van God gekregen toen we tot bekering kwamen. Wanneer we God aannemen als onze redder en verlosser worden we kinderen van Hem. Maar we worden ook strijders, soldaten in Gods koninkrijk. Het eerste wat God doet is ons als soldaten kleden. We krijgen een gordel, een pantser en schoenen. De werkwoorden die genoemd worden staan in de verleden tijd: we zijn al omgord, bekleed en geschoeid. Maar wat hebben we eigenlijk van God gekregen?
.
1) Uw lendenen omgord met de waarheid
.
Een gordel is een ontzettend nuttig kledingstuk. Een gordel dient om onze klederen bij elkaar te houden, zodat we ons vrij kunnen bewegen. Zo is ook de gordel van onze wapenuitrusting heel belangrijk. De gordel van de waarheid is Jezus Zelf en Zijn woord. Toch is het niet altijd gemakkelijk om in de waarheid te wandelen, onze tegenstander is namelijk de vader van de leugen. Hij zal er alles aan proberen te doen om ons in de leugen te doen geloven.
Om vast in de waarheid te staan moeten we alles wat we doen en denken aan de waarheid toetsen. Jezus bidt voor ons in Joh. 17:17: “Heilig hen in Uw waarheid, Uw woord is de waarheid.”. Alleen in het licht van de Gods waarheid, de Bijbel kunnen we de satan verjagen.
> Steek uw Bijbel in de lucht om te getuigen dat u Gods waarheid wilt volgen.
.
2) Pantser der gerechtigheid
.
De Bijbel leert ons dat God ons gerechtvaardigd heeft. Doordat Jezus voor onze zonden gestorven is zijn wij heil en rein. Het pantser der gerechtigheid is de vergeving van onze zonden. God wil al onze zonden vergeven, hoe groot die ook zijn, hoe vaak we die ook gedaan hebben. Wanneer we onze zonden belijden, zal God onze zonden vergeven! Onze zonden belijden is ze eerlijk en oprecht uitspreken naar God toe.
> 1 Joh. 1:9 luidop lezen.
.
3) Voeten geschoeid met de bereidvaardigheid van het evangelie des vredes
.
Dit wil zeggen dat we de kracht gekregen hebben om Gods boodschap van vrede uit te dragen in het leven van elke dag. Wat is deze boodschap? “Heb God lief boven alles en uw naaste als uzelf.” We staan in de liefde. God heeft Zijn liefde in onze harten uitgestort. Laten we als de duisternis ons of onze gemeente aanvalt staan in de liefde. Laten we niet ophouden om elkaar lief te hebben, te dienen, de ander hoger te achten dan onszelf.
> Laten we naar elkaar kijken in liefde.
.
.
4) Het schild des geloofs
.
In het nieuwe testament komt het woord schild maar eenmaal voor en dat is in Efeze 6:16. In het oude testament komt het woord schild verschillende keren voor: de eerste keer komen we het tegen in Gen 15, waar God tot Abraham zegt: “Vrees niet Abraham, Ik ben uw schild”. Wat een heerlijke belofte is het niet, God is onze schild, Hij wil ons beschermen tegen de brandende pijlen van de vijand. “onze ziel verwacht de Here, Hij is onze hulp en ons schild” Ps.33:20.
Het schild van het geloof is ons vertrouwen in God. Hoe meer we God leren kennen, hoe zekerder, vaster ons vertrouwen en geloof in Hem worden. Persoonlijke studie in de bijbel, preek, Bijbelstudie, enz. vergroot onze kennis over God en dus ook ons vertrouwen op God. Wanneer de duisternis ons aanvalt, laten we opzien naar Christus. Hij is altijd bij ons. Hij geeft ons wat we nodig hebben!
> Samen zeggen “Ik wil Christus vertrouwen.”
.
5) De helm des heils
.
De helm des heils is onze positie in Christus. Toen we kinderen van God werden hebben we verschillende beloften van God gekregen: we zijn Gods kinderen, we zijn heilig en rein door de vergeving, we zijn het zout der aarde.
Het is belangrijk dat we beseffen welke positie we hebben in Christus. Om in de positie van Christus te wandelen moeten we ons laten leiden door Gods Geest. De helm beschermt ons meest kwetsbare deel van ons lichaam, ons hoofd, onze gedachten. Laten we er ons steeds van bewust zijn wie we zijn in Christus, laten we ons laten leiden door Gods Geest!
> Samen Rom 8:38 lezen.
.
.
6) Het zwaard des Geestes, dat is het Woord van God
.
Het zwaard is het middel waar we de duisternis met aanvallen. Wat is het zwaard des Geestes? Het Woord van God! Het gebruikelijke woord dat in het Grieks gebruikt wordt voor “woord” is Logos. Maar in deze context staat het woord “RHEMA” Dit woord kan het best vertaald worden door: ‘luidop proclameren’. Het woord van God is het luidop proclameren van Gods waarheid. Om de duisternis te verslaan moeten we weerstand bieden, dit kunnen we door hem openlijk te verwerpen en luidop weg te sturen in Jezus’ naam. Waarom? De duisternis kan onze gedachten niet lezen.
> Ik bied weerstand in Jezus’ naam.
.
7) Ten alle tijden bidden
.
Het belangrijkste wapen dat wij hebben is het gebed. Door het gebed is de christensoldaat in voortdurend contact met zijn aanvoerder, de Here Jezus Christus. Daar de vijand zijn tegenstand nooit opgeeft, mogen ook wij niet verslappen in het gebed. God roept ons op om ten alle tijden te bidden.Tevens moeten we bidden in overeenstemming met de Heilige Geest die ons in ons gebed zal leiden wanneer we ons voor Hem open zetten.
Jezus zegt tegen Zijn discipelen in de tuin van Getsemane: “Waakt en bidt opdat gij niet in verzoeking komt.” Mat.25:41. We zijn als leden van een lichaam, de gemeente, met elkaar verbondenen vormen we een doelwit voor de aanvallen van de vijand, daarom moeten we elkaar voor de troon der genade opdragen. Zo moeten we in ons gebed niet alleen gericht zijn op onze eigen noden, maar ook op de noden van de gemeente en op de noden van alle heiligen en ongelovigen. Laten we daarom nooit ophouden voor elkaar en de mensen rondom ons te bidden.
.
.
.
.
.
.
.
.

De ware- en de valse Drievuldigheid
Pasteltekening van John Astria
.
.
.
.
.
.
.
.

.
.
.
.
