Tagarchief: herfst

Muizenoor : Hieracium pilosella

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

2237

 

 

 

Goed te herkennen aan

– de kleine paardenbloem-achtige bloemen, waarvan de buitenste lintbloemen aan de onderkant een brede rode streep hebben en
– de langwerpige tot spatelvormige rozetbladeren met lange, witte, afstaande haren aan de bovenkant en wit viltige onderkant

 

 

hieracium-pulsillum-schiermonnikoog-010

 

 

 

Algemeen

 

Muizenoor is een lage, grijsgroene, overblijvende plant van 5 tot 30 cm hoog. Ze groeit op open plaatsen in droge tot vrij vochtige, grazige grond.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Muizenoor bloeit vanaf mei tot de herfst met bleekgele tot gele bloemhoofdjes, die aan het einde van een bladerloze stengel staan. De hoofdjes bestaan uitsluitend uit lintbloemen. De onderkant van de buitenste lintbloemen heeft in het midden een brede rode streep. De omwindselbladen zijn maximaal 1,5 mm breed en zijn, evenals de stengels, behaard met lange witte haren en/of kortere zwarte klierharen.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren staan in een rozet, meestal vrij vlak uitgespreid. Ze zijn langwerpig tot spatelvormig, boven het midden het breedst. Aan de bovenkant en langs de rand zijn ze verspreid behaard met lange, witte, afstaande haren. De onderkant is dichter behaard, wit en viltig. Om bij grote droogte verdamping te beperken krullen de bladeren om en wordt de witte onderkant zichtbaar.

Muizenoor vormt bovengrondse, bebladerde uitlopers, die nieuwe rozetten vormen. Op die manier kan ze hele stukken grond bedekken. Voor muizenoor is het wel van belang dat op de plaatsen waar ze groeit het gras laag blijft. Begrazing zal de groei van muizenoor daarom bevorderen.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Muizenoor bevat flavonoïden, looi- en bitterstoffen. In de kruidengeneeskunde wordt muizenoor nauwelijk nog gebruikt. In de volksgeneeskunde wordt ze nog wel toegepast bij lever-, maag- en darmaandoeningen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– algemeen
– 5 tot 30 cm

Bloem
– bleekgeel tot geel
– vanaf mei tot de herfst
– hoofdje alleenstaand
– alleen lintbloemen
– 2 tot 3 cm

Blad
– rozet
– enkelvoudig
– langwerpig tot spatelvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet aflopend (in steel)
– veernervig
– bovenkant lang zacht behaard
– onderkant wit viltig

Stengel
– rechtop
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA

Kromhals : Anchusa arvensis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

266px-kromhals_bloem_anchusa_arvensis

 

 

Goed te herkennen aan
– de kleine (4-10 mm), lichtblauwe bloemen en
– de ruwe beharing van de hele plant

 

 

kromhals-westkapelle-zuiderduin-pe191

 

 

 

Algemeen

 

Kromhals is een eenjarige plant van 15 tot 60 cm hoog. De plant groeit voornamelijk op droge, zonnige standplaatsen. In Nederland vinden we de plant dan ook in de duinen, in Noord-Brabant en in Gelderland op leemhoudende grond. Ze is hier redelijk algemeen.

Ook in België wordt de soort als inheems beschouwd. Het verspreidingsgebied beslaat grote delen van Europa. In Noord-Amerika is de soort geïntroduceerd. Ze groeit op open, droge, voedselrijke, omgewerkte grond; ook op zandige vloedmerken.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Kromhals bloeit vanaf mei tot de herfst met kleine, 5-tallige, lichtblauwe bloemen. Zoals bij alle soorten van de ruwbladigenfamilie staan de bloemetjes in een schicht bijeen. De vijf kroonbladen zijn trechtervormig vergroeid. De hals van de bloem heeft een s-vormige bocht. Dat is alleen te zien als je de bloem uit de kelk trekt.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren zijn lang en smal (lancetvormig) en evenals de rest van de plant ruw behaard met op knobbels staande stijve haren.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

ruwbladigenfamilie (Boraginaceae)
– eenjarig
– algemeen tot zeldzaam
– 15 tot 60 cm

Bloem
– lichtblauw
– vanaf mei tot de herfst
– schicht
– trechtervormig
– 4 tot 10 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top stomp
– rand golvend getand
– voet (half) stengelomvattend
– 1-nervig
– ruw behaard

Stengel
– rechtop
– ruw behaard

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

mijne kop a4

Gewone ossentong : Anchusa officinalis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

266px-anchusa_officinalis_-_harilik_imikas_keila

 

 

Goed te herkennen aan
– de blauwpaarse tot donkerblauwe bloemen met wit behaarde keelschubben en
– de ruwe beharing van de hele plant

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Gewone ossentong is een overblijvende (meestal tweejarige), ruw behaarde (maar niet stekelige) plant van 30 tot 100 (130) cm hoog. Ze groeit op open, droge, kalkrijke, stikstofrijke, vaak omgewerkte grond, soms op open plaatsen in struikgewas.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Gewone ossentong bloeit vanaf mei tot de herfst met blauwpaarse tot donkerblauwe bloemen, die aan het begin van de bloei in een opgerolde bloeiwijze (schicht) bij elkaar staan. De schichten staan twee aan twee bij elkaar met een topbloem ertussen. Tijdens de bloei groeien de schichten sterk uit. In het midden van de bloem zie je vijf behaarde keelschubben. De meeldraden en stijl zijn korter dan de keelschubben en zijn niet zichtbaar door de beharing van de keelschubben.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bovenste bladeren zijn zittend, de onderste in een steel versmald.

 

 

 

 

 

Toepassing

 

De lange vlezige wortels leveren een rode kleurstof, waarmee textiel geverfd kan worden.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

ruwbladigenfamilie (Boraginaceae)
– overblijvend (meestal tweejarig)
– vrij tot zeer zeldzaam
– 30 tot 100 (130) cm

Bloem
– blauwpaars tot donkerblauw
– mei tot de herfst
– schicht
– trechtervormig met keelschubben
– 7 tot 15 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– smal langwerpig
– top spits
– rand gaaf
– voet afgerond
– 1-nervig
– ruw behaard

Stengel
– rechtop
– dicht afstaand ruw behaard

zie wilde bloemen

 

 

gewone-ossentong

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

John Astria

Gele helmbloem : Pseudofumaria lutea

Standaard

categorie :  Kamerplanten en bloemen

 

 

 

pseudofumaria-lutea-gele-helmbloem-02

 

 

Goed te herkennen aan
– dicht bebladerde tere plant met
– trossen gele lipbloemen en
– dubbel geveerde bladeren met toegespitst topje

 

 

25-gele-helmbloem

 

 

 

Algemeen

 

Gele helmbloem is een dicht bebladerde, overblijvende, tere plant van 15 tot 30 cm hoog. Ze groeit in pollen op zonnige tot licht beschaduwde stenige plaatsen, zoals op oude muren (van kastelen, kaden of tuin), rotswanden, puinhellingen en tussen stoeptegels. Gele helmbloem wordt in tuinen aangeplant, waar ze zich sterk kan uitbreiden. Vanuit tuinen kan ze ook verwilderen. In het wild is ze wettelijk beschermd.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf mei tot de herfst met 1 tot 2 cm grote gele bloemen, die in trossen van 5 tot 16 bloemen bij elkaar staan. Ze staan horizontaal of schuin omhoog op rechte steeltjes, die aan de bovenkant afgeplat zijn.

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

papaverfamilie (Papaveraceae)
– overblijvend
– vrij zeldzaam in stedelijke gebieden
– wettelijk beschermd
– 15 tot 30 cm hoog

Bloem
– geel
– vanaf mei tot de herfst
– tros
– 10 tot 20 mm
– gespoord
– 4 kroonbladen, vergroeid
– 2 kelkbladen

Blad
– verspreid
– samengesteld
– dubbel geveerd
– top stomp met een klein puntje
– rand gaaf
– voet wigvormig
– handnervig

Stengel
– rechtop of (over)hangend
– sterk vertakt
– glad en kaal
– bovenkant afgeplat, verder rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA

Gewone hoornbloem : Cerastium fontanum subsp. vulgare

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

zijkant-bloem-gewone-hoornbloem

 

 

Goed te herkennen aan
– de kleine witte bloemetjes met 5 tot ongeveer de helft ingesneden kroonbladen en
– de 5 stijlen per bloem en
– de behaarde, maar niet kleverige stengels

 

 

11608

 

 

.

Algemeen

 

Gewone hoornbloem is een zeer algemeen voorkomende, overblijvende (soms eenjarige), geheel behaarde plant van vochtige, voedselrijke, grazige grond.

 

 

 

 

.

Bloem

 

Ze wordt 4 tot 45 cm hoog en bloeit vanaf april tot in de herfst met kleine witte bloemetjes, die in een losse tros staan en 5 tot de helft ingesneden kroonbladen hebben. De kroonbladen zijn iets korter tot iets langer dan de kelkbladen.

 

 

 

 

 

Blad

 

Het blad is donkergroen, langwerpig en aan beide zijden behaard. Ook de vaak paarsachtige stengel is behaard, maar niet met klierharen, zoals de stengel van een aantal andere soorten hoornbloemen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

anjerfamilie (Caryophyllaceae)
– overblijvend, soms eenjarig
– zeer algemeen
– 4 tot 45 cm

Bloem
– wit
– vanaf april tot in de herfst
– losse tros
– stervormig
– 4 tot 10 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 5 stijlen

Blad
– (kruisgewijs) tegenoverstaand
– enkelvoudig
– langwerpig
– top stomp
– rand gaaf
– voet vergroeid
– 1-nervig
– aan beide zijden zacht behaard

Stengel
– rechtop
– behaard
– rolrond
– vaak paarsachtig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

John Astria

Gewone rolklaver : Lotus corniculatus

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

lotus-corniculatusg-gewone-rolklaver-05

 

 

Goed te herkennen aan
– de kleine, schermachtige trossen dooiergele vlinderbloemen,
– in de knop meestal rood en
– het samengestelde blad,
– waarvan 1 paar blaadjes aan de basis van de bladsteel zit en
– de deelblaadjes, waarvan de zij-nerven niet goed zichtbaar zijn

 

 

lotus-corniculatusg-gewone-rolklaver-01

 

 

 

Algemeen

 

Gewone rolklaver is een overblijvende plant van 5 tot 25 cm hoog, die groeit op vochtige tot droge, matige voedselrijke grond in lage graslanden ; de plant komt voor in de duinen en in laag grasland. De plant komt van nature voor in Eurazië en Noord-Afrika en is geïmporteerd in Noord-Amerika en wordt daar ook voor het winnen van veevoer gebruikt. De naam rolklaver verwijst naar de rechte, rolronde peulen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

Gewone rolklaver bloeit vanaf mei tot in de herfst met schermachtige trossen van 3-8 dooier-gele vlinderbloemen. In de knop zijn ze meestal rood. Gewone rolklaver is een belangrijke voedselplant voor het vee en schijnt een gunstige invloed te hebben op de smaak van de melk.

 

 

 

 

 

Blad

 

Kenmerkend voor de rolklavers is het blad, dat bestaat uit 5 deelblaadjes, waarvan het onderste paar direct aan de basis van de bladsteel staat, een eind verwijderd van de overige drie. Ze lijken op steunblaadjes, maar zijn het niet.

 

 

 

 

Algemeen

 

vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen tot minder algemeen
– 5 tot 25 cm

Bloem
– dooier-geel
– vanaf mei tot in de herfst
– schermachtige tros
– vlinderbloem
– vlag 10 tot 16 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– handvormig samengesteld
– top spits
– rand gaaf
– voet afgerond of wigvormig
– veernervig
– vaak behaard

Stengel
– opstijgend of liggend
– kaal of behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

JOHN ASTRIA

Blauwe waterereprijs

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

img_2184-gr-blauwe-waterereprijs

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de lila tot bleekblauwe “ereprijs” bloemetjes in trossen en
– de plaats waar de plant groeit (in ondiep water)

 

 

img_2273-gr-blauwe-waterereprijs

 

 

 

Algemeen

 

Blauwe waterereprijs is een eenjarig of overblijvende plant van 15 tot 60 cm. Ze groeit in ondiep, stromend water en open, natte, voedselrijke grond aan waterkanten. In het rivierengebied is ze plaatselijk vrij algemeen. Elders is ze zeldzaam.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf mei tot in de herfst. De bloemen vormen lang gesteelde trossen in de bladoksels en zijn lila tot bleekblauw met paarse lijntjes. Na de bloei maken de bloemstelen een scherpe hoek met de as van de bloeiwijze. Dat onderscheidt blauwe waterereprijs van rode waterereprijs, waarvan de bloemstelen een rechte hoek maken na de bloei.

 

 

 

 

img_2294-gr-blauwe-waterereprijs

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De al of niet vertakte, kale stengels zijn groen, soms rood aangelopen en vierkantig. De bladeren zijn licht groen, de bovenste langwerpig en half stengelomvattend, de onderste ei-rond en gesteeld.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

weegbreefamilie (Plantaginaceae)
– eenjarig of overblijvend
– vrij algemeen in het rivierengebied,   elders zeldzaam
– 15 tot 60 cm hoog

Bloem
– lila tot bleekblauw
– vanaf mei tot in de herfst
– tros
– stervormig
– 5 tot 10 mm
– 4 kroonbladen, vergroeid
– 4 kelkbladen
– 2 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– (kruisgewijs) tegenoverstaand
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits
– rand gezaagd tot bijna gaaf
– voet (half) stengelomvattend
– veernervig
– zittend (soms kort gesteeld)
– beide kanten zacht behaard

Stengel
– rechtop of opstijgend
– vierkantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

Drienerfmuur

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

img_3975-gr-drienerfmuur

 

 

Goed te herkennen aan
– de onopvallende, kleine, witte, stervormige bloemetjes, waarvan
– de spitse kelkbladen duidelijk groter zijn dan de kroonbladen en
– de smal eironde, spitse bladeren met 3 nerven, soms 5

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Drienerfmuur is een eenjarige plant van 15 tot 30 cm. Ze is algemeen voorkomend in Europa en Azië. Drienerfmuur groeit op droge, matig voedselarme grond in loofbossen en onder struikgewas. Ze groeit in pollen.

 

 

578281752

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf mei tot in de herfst met onopvallende, kleine, witte bloemetjes. De ronde kroonbladen zijn duidelijk kleiner dan de spitse kelkbladen, die een vliezige, behaarde rand hebben.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zijn smal eirond met spitse punt en gewimperde, gave rand. Ze hebben 3 (soms 5) duidelijke, parallel lopende nerven, waaraan de plant haar naam dankt. De behaarde, sterk vertakte stengels zijn slap, liggend en aan de top opstijgend.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

anjerfamilie (Caryophyllaceae)
– eenjarig
– algemeen tot zeldzaam
– 15 tot 30 cm

Bloem
– wit
– vanaf mei tot in de herfst
– alleenstaand
– 4 tot 7 mm
– stervormig
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 3 stijlen

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– smal eirond
– top spits
– rand gaaf
– voet wigvormig
– parallelnervig
– onderste gesteeld
– bovenste zittend

Stengel
– liggend en opstijgend
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

266px-illustration_moehringia_trinervia0

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA

Avondkoekoeksbloem : Silene latifolia subsp. alba

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

avondkoekoek-100513-255

 

 

Goed te herkennen aan
– de 5-tallige zwak geurende witte bloemen,
– die pas aan het einde van de middag opengaan en
– de iets opgeblazen kelk

 

 

avondkoekoeksbloem

 

 

 

Algemeen

 

Avondkoekoeksbloem is een overblijvende of tweejarige algemeen voorkomende plant, die bloeit vanaf mei tot de herfst.Ze wordt 45 tot 100 cm hoog en groeit op open, vochtige tot droge, voedselrijke plaatsen met omgewerkte, voedselrijke grond, langs akkers, bermen, bosranden en op braakliggende terreinen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloemen hebben 5 diep gespleten kroonbladen. Overdag zien de bloemen er verwelkt uit, maar aan het einde van de middag strekken de kroonbladen zich en gaan de bloemen open. Ze zijn zwak, zoet geurend en worden bezocht door nachtvlinders.

Avondkoekoeksbloem is tweehuizig. Dat wil zeggen dat een plant uitsluitend mannelijke bloemen of uitsluitend vrouwelijke bloemen heeft. De kelk van vrouwelijke bloemen heeft 20 nerven en is opgeblazen. De kelk van mannelijke bloemen is slanker en heeft 10 nerven.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

anjerfamilie (Caryophyllaceae)
– overblijvend of tweejarig
– algemeen voorkomend
– in het noorden vrij zeldzaam
– 45 tot 100 cm

Bloem
– wit
– geurend
– vanaf mei tot de herfst
– gevorkt bijscherm
– stervormig
– 2 tot 3 cm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 5 stijlen

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– langwerpig
– top spits
– rand gaaf
– voet gevleugeld
– veernervig
– onderste gesteeld, bovenste zittend
– behaard
– in of onder het midden het breedst

Stengel
– rechtop
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

algerie-g

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

Akkervergeet-me-nietje : Myosotis arvensis

Standaard

categorie :  Kamerplanten en bloemen

 

 

 

myoar-adultw-42_1344772939

 

 

Goed te herkennen aan
– trosjes kleine lichtblauwe, iets klokvormig verdiepte bloemetjes en
– de met afstaande haren bedekte kelkbladen en
– de vruchtstelen, die ongeveer 2x zo lang zijn als de vruchtkelk

 

 

myosotis_victoria_dsc00894

 

 

 

Algemeen

 

Akkervergeet-me-nietje is een zeer algemeen voorkomende, vrij dicht behaarde, eenjarige plant van 10 tot 60 cm hoog. Ze groeit op open, droge tot matig vochtige, voedselrijke grond in akkers, bermen, op dijken, aan bosranden en in de duinen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Akkervergeet-me-nietje bloeit vanaf mei tot in de herfst met kleine lichtblauwe bloemetjes, die in de knop roze zijn. In het begin van de bloei staan de bloemetjes in een opgerolde schichtvormige bloeiwijze aan het einde van de stengels en zijstengels.

In de loop van de bloeitijd ontrolt de schicht zich en verlengt de bloeistengel, zodat er uiteindelijk een langgerekte bloeiwijze ontstaat met aan de top bloeiende bloemen en lager aan de stengel vruchten, die verborgen zitten in de kelk.

De vruchtstelen zijn ongeveer 2 tot 3x zo lang als de vruchtkelk en staan in het midden van de bloeiwijze in een hoek van 45 tot 60 graden met de stengel.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zijn ongesteeld en zacht behaard. Vooral op zonnige plaatsen kunnen de bladeren wat gewelfd zijn en zijn de randen omgerold.

 

 

 

 

 

Toepassing

 

De medicinale werking van akkervergeet-mij-nietje tegen tuberculose is wetenschappelijk bewezen. Tuberculose komt gelukkig bijna niet meer voor.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

ruwbladigenfamilie (Boraginaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen
– 10 tot 60 cm

Bloem
– lichtblauw
– vanaf mei tot in de herfst
– schicht
– stervormig
– 2 tot 4(5) mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid en rozet
– enkelvoudig
– lancetvormig of langwerpig
– top spits of stomp
– rand gaaf
– 1-nervig
– behaard

Stengel
– rechtop
– behaard
– rolrond tot kantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria