Tagarchief: almacht

Tweeëndertigste Miniatuur : elfde visioen van het Derde Boek

Standaard

categorie ; Hildegard Von Bingen

 

 

 

 

 

 

Tweeëndertigste Miniatuur: Elfde visioen van het Derde Boek

 

Scivias%20T%2032_Boek%20III_11

 

 

Vier miniaturen verluchten de laatste visioenen van het boek Scivias. Het zijn het elfde, twaalfde en dertiende visioen die gaan over het einde der tijden, de Wederkomst van Christus, het Laatste Oordeel en tenslotte de Hemelse Glorie.Miniatuur 32 is wel een van de merkwaardigste van alle 35 illustraties. Men beziet dit met een zekere huiver.

In de linkerbovenhoek zijn de vijf apocalyptische beesten weergegeven welke Hildegard vanuit het noordoosten ziet oprukken. De dieren zijn een hond, een leeuw, een paard, een varken en een wolf. Uit hun bekken komen donkere koorden die in het Westen aan de vijftoppige heuvel zijn vastgemaakt.

Een merkwaardige voorstelling, die velen in de middeleeuwen fascineerde. Elk van de vijf dieren verzinnebeeldt één van de tijdperken die nog moeten komen in de geest van de toekomstvoorspelling in het Boek Daniël. Daarom zijn deze dieren afgebeeld tegen een achtergrond van zilver, het beeld van de almacht van God en van Zijn Alwetendheid en Voorzienigheid.

Dit alles immers vraagt van ons een geest van geloof. Vooral de hier afgebeelde toekomstvoorspellingen van Hildegard hebben door de eeuwen heen een grote invloed gehad. In de middeleeuwen zijn deze voorspellingen veel geraadpleegd vanuit een veel verspreid handschrift ‘de Pentachronon’ of het Vijftijdenboek. Dit boek was in 1220 samengesteld door Prior Gebenon van Eberbach uit verschillende geschriften van Hildegard. Het bezorgde Hildegard de titel van Profetes.

Rechts bovenaan zien we weer de Mensenzoon gezeten in het Oosten waar de muren van het hele gebouw samenkomen. Maar op het einde der tijden zien we Hem volledig met op zijn schoot een muziekinstrument dat op een lier gelijkt. Volgens de tekst wijst dit op de vreugdezang die de heldhaftige martelaren doen weerklinken, als zij, vervolgd door de antichrist, hun leven geven voor de Heer.

De onderkant van de Christusfiguur is wel zichtbaar maar donker van kleur. Dit wijst op de donkere tijd van de antichrist, wanneer veel gelovigen door hem tot afval verleid worden. Waarom Christus hier met een boek in de hand is voorgesteld, is niet uit de tekst op te maken. Het is de vrijheid van de miniaturist om Christus hier met de Bijbel uit te beelden, zoals we Hem kennen van de mozaïeken in de basilieken der eerste eeuwen.

Nu verschijnt in de benedenhelft van de voorstelling de verheerlijkte Kerk, zoals we haar kennen van de miniatuur twaalf. Maar tot onze schrik baart zij een afschuwelijke monsterkop met ezelsoren, terwijl haar onderlichaam hevig gewond is. We hebben gezien dat bij de opbouw van het kasteel alle uitwendige verdedigingswerken tegen de duivel in het Noorden waren gericht en dat de Kerk onoverwinnelijk leek.

Maar nu zien we hoe de Kerk van binnenuit bedreigd wordt. Op het moment dat de laatste muur van het Zuiden naar het Oosten afgebouwd wordt, heeft ook de laatste en tevens de gevaarlijkste aanval op het geloof van de Kerk plaats en wel vanuit de gelovigen zelf.

Hier grijpt Hildegard terug op het kerkbeeld van het tweede boek van Scivias en wel op dat van de bruid. Thans baart zij echter geen kinderen door haar mond tot het eeuwig leven, maar brengt zij langs natuurlijke weg de afschuwelijke antichrist ter wereld.

De enige hoop die ons voor de toekomst van de Kerk overgelaten wordt, is dat de voeten van de vrouw weer stralen van verblindend licht. Dat is de kracht van het geloof (hier weer door zilver aangeduid) waarop de bruid van Gods Zoon gegrondvest is en overeind blijft staan. De antichrist zal in overmoed en tot grote verbazing van de mensen opstijgen tot de hoogste bergen om te trachten de hemel te bestormen.

Maar een vuurstraal uit de hemel doet hem op aarde neerstorten. Alles samen een vreselijke voorstelling waaruit de oerangst van de middeleeuwen voor de laatste tijden duidelijk naar voren komt. Hildegard veroordeelde op krachtige toon het zedelijke verval, dat in haar tijd in de kerk al zichtbaar werd. Haar werd in een visioen duidelijk getoond waaruit dit verval in de eindtijd van het huidige tijdperk zou bestaan.

De kerk zou een zedelijk verval krijgen door perverse seksualiteit. We zien het zwarte monster dat door de kerk zelf wordt gebaard en zich betekenisvol ‘in haar kruis’ bevindt. Op verschillende plaatsen in de literatuur wordt over de vijf dieren geschreven die vijf tijdperken vertegenwoordigen.

 

 

hildegard-einde-der-tijden-2

 

 

De tijd van het ‘zwarte monster’ is onze tijd, waarin het zedelijke verval en het onvermogen tot zelfkritiek van de Rooms-Katholieke Kerk onverbloemd tot uiting komt.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

Wat is de almacht van God?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

God-is-Almachtig

 

 

 

Wat is almacht?

 

We hebben een almachtige God. Hij heeft de mogelijkheid en macht tot alles (“omni” = alles; “potent” = macht). Deze macht kan Hij zonder enige moeite uitoefenen. Gods macht is onbegrensd.

Henry Thiessen geeft hier een goede omschrijving van:

 

“God is almachtig en kan alles doen wat Hij wil. Omdat Zijn wil beperkt wordt door Zijn perfecte natuur, kan Hij alles doen wat in overeenstemming is met Zijn perfecte eigenschappen”.

 

 

Efeziërs 1:18-23 

 

“Moge uw hart verlicht worden, zodat u zult zien waarop u hopen mag nu Hij u geroepen heeft, hoe rijk de luister is die de heiligen zullen ontvangen, en hoe overweldigend groot de krachtige werking van Gods macht is voor ons die geloven. Die macht was ook werkzaam in Christus toen God Hem opwekte uit de dood en Hem in de hemelsferen een plaats gaf aan Zijn rechterhand, hoog boven alle hemelse vorsten en heersers, alle machten en krachten en elke naam die genoemd wordt, niet alleen in deze wereld maar ook in de toekomstige.

Hij heeft alles aan Zijn voeten gelegd en Hem als hoofd over alles aangesteld, voor de Kerk, die Zijn lichaam is, de volheid van Hem Die alles in allen vervult.” “Omdat Hij aan het hoofd staat van alle macht in het universum, kan de Almachtige Here God alles even gemakkelijk doen. Al Zijn daden voert Hij uit zonder enige inspanning. Hij verbruikt geen energie die opnieuw aangevuld moet worden.

Vanwege Zijn zelf voorzienigheid hoeft Hij Zijn krachten niet opnieuw aan te vullen uit een externe bron. Alle kracht die Hij nodig heeft om alles te doen wat Hij wil, ligt in alle volheid besloten in Zijn eigen oneindige wezen.” Het is belangrijk om op te merken dat God geen dingen kan doen die in strijd zijn met Zijn eigen natuur of waarmee Hij Zichzelf tegenspreekt. Zo kan God bijvoorbeeld niet liegen, ondanks dat Hij de macht heeft om alles te doen.

 

 

Hebreeën 6:18 

 

“Met deze twee onomkeerbare daden – die uitsluiten dat God liegt – heeft Hij ons krachtig moed in willen spreken. Onze toevlucht is het vast te houden aan de hoop op wat voor ons in het verschiet ligt.”

 

Hoewel zoveel macht wellicht angstaanjagend lijkt, moeten we onthouden dat God goed is. In overeenstemming met Zijn oneindige macht kan Hij alles, maar Hij zal alleen die dingen doen die overeenstemmen met Zijn Wezen. Daarom kan Hij niet liegen, zonde verdragen of berouwloze zondaars redden.

 

 

3_creator

 

 

 

Bijbelse voorbeelden

 

God is almachtig in de schepping

 

 

Jesaja 44:24

 

“Dit zegt de Heer, je bevrijder, die je al in de moederschoot heeft gevormd: Ik, de Heer, ben het die alles gemaakt heeft, de Enige die de hemel heeft uitgespannen, die Zelf de aarde heeft uitgehamerd.”

 

 

 

God is de Almachtige Redder

 

Judas 1:24-25

 

“De enige God, die de macht heeft u voor struikelen te behoeden en u onberispelijk en juichend van vreugde voor Zijn majesteit te laten verschijnen, die ons redt door Jezus Christus, onze Heer, Hem behoort de luister, de majesteit, de kracht en de macht, vóór alle eeuwigheid, nu en tot in alle eeuwigheid. Amen.”

 

 

.

God is almachtig in de verrijzenis

 

Johannes 10:17-18

 

 “De Vader heeft Mij lief omdat Ik Mijn leven geef, om het ook weer terug te nemen. Niemand neemt Mijn leven, Ik geef het Zelf. Ik ben vrij om het te geven en om het weer terug te nemen – dat is de opdracht die Ik van Mijn Vader heb gekregen.”

 

 

.

God is almachtig in begrip

.

Psalm 147:5

 

 “Groot is onze Heer en oppermachtig, Zijn inzicht is niet te meten.”

 

 

 

 Hoe ga ik met Hem om?

 

Een almachtige God geeft ons een bron van vertrouwen. Hij kan al jouw problemen aan!

 

 

Filippenzen 4:13 

 

 “Ik ben tegen alles bestand door Hem die mij kracht geeft.” Hij heeft de macht om jou te helpen!

 

 

 

Efeziërs 3:20-21 

 

 “Aan Hem die door de kracht die in ons werkt bij machte is oneindig veel meer te doen dan wij vragen of denken, aan Hem komt de eer toe, in de Kerk en in Jezus Christus, tot in alle generaties, tot in alle eeuwigheid. Amen.”

 

 

Uitspraak van Arthur Walkington Pink, een Brits evangelist en Bijbelleraar (1886 tot 1952)

 

“Op zo’n God kunnen de heiligen zeker vertrouwen! Hij is ons onvoorwaardelijke vertrouwen waardig. Niets is te moeilijk voor Hem. Als God op enigerlei wijze beperkt zou zijn in Zijn macht en er grenzen waren aan Zijn kracht, dan hadden we reden om te wanhopen.

Maar Hij is gehuld in almacht; geen gebed is zo moeilijk dat Hij het niet kan verhoren, geen behoefte zo groot dat Hij er niet in kan voorzien, geen hartstocht zo vurig dat Hij die niet kan bedwingen. Geen verleiding is zo sterk dat Hij de mens er niet van kan verlossen en geen ellende is zo groot dat Hij geen verzachting kan brengen.”

 

 

 

Hoe om gaan met de almacht van God?

 

 

 1 Petrus 5:6 

 

“Onderwerp u dus nederig aan Gods hoge gezag, dan zal Hij u op de bestemde tijd een eervolle plaats geven.”

 

 

We moeten ons realiseren dat wij zonder Zijn almacht tot niets in staat zijn.

 

 

 

Johannes 15:5

 

“Ik ben de wijnstok en jullie zijn de ranken. Als iemand in Mij blijft en Ik in hem, zal hij veel vrucht dagen. Maar zonder Mij kun je niets doen” .

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

John Astria

De struisvogel in de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

 

De struisvogel

 

Toen God Job tot het besef van Zijn almacht en wijsheid wilde brengen, koos Hij als voorbeeld de struisvogel (Job 39: 16-21). Dat lijkt vreemd omdat het juist deze vogel aan wijsheid ontbreekt. De struisvogel is de grootste, en waarschijnlijk ook sterkste van alle vogels, maar hij kan niet vliegen.

 

 

Job 39: 16-21

 

16 Heb jij de pauwen hun prachtige veren gegeven?
Of vleugels aan de ooievaars en struisvogels?
17 Een struisvogel legt haar eieren gewoon in de grond
en laat het aan het warme zand over om ze uit te broeden.
18 Ze vergeet dat iemand ze zou kunnen vertrappen
en dat de wilde dieren ze zouden kunnen opeten.
19 Ze behandelt haar jongen hard, alsof ze niet van haar zijn.
Het maakt haar niet uit als ze voor niets eieren heeft gelegd.
20 Want Ik heb haar geen wijsheid gegeven.
Ik heb haar nu eenmaal niet verstandig gemaakt.
21 Wanneer ze van de grond opstaat,
rent ze sneller dan paarden en ruiters en lacht hen uit.

 

 

 

 

 

Daaruit mogen wij niet concluderen dat hij een ontwikkeling tussen reptiel en vogel is. Hij is een vogel met grote slagpennen, die hij gebruikt bij het wegrennen. Met een topsnelheid van ca. 100 km per uur is hij sneller dan een antilope. Je zou denken dat hij niet te vangen is, zeker als je ook denkt aan zijn scherpe gezichtsvermogen en voorzichtigheid.

Maar als tegenbewijs vinden wij hem in bijna elke dierentuin. Hoe komt dat? Een voorbeeld van zijn gebrek aan wijsheid: in plaats van rechtuit te rennen loopt hij in een grote cirkel. De struisvogel is een bewoner van woeste plaatsen, en kan, evenals een kameel, lange tijd zonder water.

Hij is alleseter en lust zowel dierlijk- als plantaardig voedsel. Daarom werd hij voor de Israëlieten onrein verklaard (Deuteronomium 14: 15). Zodra het vrouwtje haar eieren in een nestholte op de grond heeft gelegd, zorgt zij er niet meer voor. Het mannetje moet dan de verantwoordelijkheid overnemen.

 

 

 

Deuteronomium 14: 15

 

11 Alle reine vogels mogen jullie eten. 12 Maar de volgende vogels mogen jullie niet eten: arenden, haviken, zeearenden, 13 wouwen, alle soorten gieren 14 en alle soorten kraaien. 15 Ook geen struisvogels, koekoeken en alle soorten sperwers.

 

 

 

 

 

’s Nachts zit hij op de eieren, om ze warm te houden en tegen jakhalzen te beschermen, maar overdag laat hij de eieren vaak onder een laag zand liggen, om door de zon verwarmd te worden. Vroeger waren struisvogels een algemeen verschijnsel van Noord-Afrika tot in Mesopotamië. Dit blijkt uit het boek Job maar ook uit die van Jes-aja en Jeremia. Deze profeten beschrijven het verwoeste Babel o.a. als een woonplaats voor struisvogels (Jesaja 13: 21-22; Jeremia 50: 39-40), om een treffend beeld van haar verlatenheid te geven.

 

 

Jesaja 13: 21-22

 

21 Er zullen alleen jakhalzen wonen. In de huizen zullen uilen wonen. Er zullen struisvogels lopen en duivelse geesten rondspringen. 22 In de burchten en prachtig versierde paleizen zullen allerlei wilde dieren wonen. Bin-nenkort gaat dit gebeuren. De dagen van Babel zijn geteld.”

 

 

 

Jeremia 50: 39-40

 

39 Daarom zullen er voortaan woestijndieren, jakhalzen en struisvogels in dat land leven. Er zal geen mens meer wonen. Voor eeuwig zal het onbewoond blijven. 40 Het zal net zo onbewoond blijven als Sodom en Gomorra met de steden daar omheen die Ik vernietigd heb, zegt de Heer.

 

 

 

 

Hierop doelt waarschijnlijk ook de engel in Openbaring, wanneer hij de val van het geestelijke Babel uitroept en het “een schuilplaats van alle onrein en verfoeid gevogelte” noemt (Openbaring 18:2). Maar een mens kan zich ook zo verlaten voelen, zoals Job ervoer in zijn ellende. “Een broeder van jakhalzen ben ik geworden, en een met-gezel van struisvogels” (Job 30: 29).

Een struisvogel loopt heen en weer met een trotse blik en statige houding, alsof hij wil zeggen dat hij de koning van de vogels is. Het lijkt een goed beeld van de mens “die met al zijn praal geen inzicht heeft” en daarom “gelijk is aan de beesten, die vergaan” (Psalm 49: 21).

Wij moeten daarom zorgen dat wij hemelse wijsheid verkrijgen om het rechte spoor te gaan. “Want de Here geeft wijsheid, uit zijn mond komen kennis en verstandigheid; Hij bewaart hulp voor de oprechten, Hij is een schild voor wie onberispelijk wandelen, terwijl Hij waakt over de paden van het recht, en de weg zijner gunstgenoten be-schermt.” (Spreuken 2: 6-8).

 

 

 

 

 

 

Twintigste Miniatuur : eerste visioen van het Derde Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

.

.

Twintigste Miniatuur: Eerste visioen van het Derde Boek

 

 

Scivias%20T%2020_Boek%20III,1

 

 

Voor de soevereine majesteit van God stond Lucifer als een grote Ster te schitteren. We hebben in de tiende miniatuur gezien, dat de engelen zijn geschapen toen God sprak: “Het worde licht.” Hier worden zij voorgesteld als gouden sterren tegen een zilveren achtergrond.

Dit zilver heeft in de voorgaande miniaturen twee bijzondere betekenissen: het wijst op de almacht van God de Vader, het ondoorgrondelijk licht, maar ook op het licht van het geloof waaraan ieder schepsel zich onderwerpt dat God gehoorzaamt, zowel engel als mens.

Maar de hemelse geesten bleven niet allemaal engelen van het licht. Een aantal onder hen hield op de Goddelijke Schoonheid te aanbidden en keek naar zichzelf. Zij raakten verstrikt in de zonde van de hoogmoed. Daarom werden zij neergeworpen in de afgrond van het Noorden vèr van het aanschijn van God. Hun schittering veranderde in duisternis.

Het licht dat zij verloren werd bestemd voor de gelukzaligen die God mettertijd vormen zou uit het leem der aarde. We merken dat de gouden sterren van de gevallen engelen in een soort kolk naar beneden getrokken worden. Daarbij doven de sterren uit en worden zij meer en meer verduisterd. Door haar eenvoud van compositie, klaarheid van symboliek en harmonie van kleuren is deze miniatuur één van de mooiste van heel de serie.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

Negentiende Miniatuur : eerste visioen van het Derde Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

 

Negentiende Miniatuur: Eerste visioen van het Derde Boek

 

 

Scivias%20T%2019_Boek%20III,1

 

 

Eerst begint Hildegard te spreken over God zelf, die woont in het Oosten. Zij ziet een hoog oprijzende rots van ijzerkleur, hier als van bovenaf gezien voorgesteld door blauwe en witte cirkels. Baillet meent dat de cirkel de rots van bovenaf gezien voorstelt. Keller gaat nog verder en vermoedt dat de blauwwitte kleur de wolk is die volgens Hildegard boven die rots hing. In ieder geval kan men deze cirkel zien als een hardstenen kei, zo groot dat hij de indruk maakt van een bol.

Daarboven zweeft een witte wolk, hier voorgesteld als aan bloem, waarop de troon van God staat net zoals Boeddha zit op een lotusbloem. Hiltgart Keller heeft een verklaring om deze omhoog gerichte bruine, halve bol met meniekleurige golven die versierd zijn met witte lijnen en zwarte randen.

Zij ziet hierin niet een witte wolk, maar de in de Scivias-tekst beschreven vuurkleurige glans van steen en staal. Het is de glans die na de val van de engelen, voorgesteld als uitdovende vallende sterren, terugkeert naar de troon van de Schepper.

De grote lichtcirkel rondom de Schepper is als een mandorla.  Een mandorla is een amandelvormige figuur, waarin vaak Christus of een heilige wordt afgebeeld. Deze is eveneens bruinrood en menierood van kleur en met witte golflijnen. Hoe dan ook, de verklaring zegt dat de rots de Vreze des Heren is, de grondslag van alle bovennatuurlijke kennis.

Hoe dan ook ziet Hildegard boven de rots een witte wolk zweven als beeld van de gave der Wijsheid. Als ons gezegd wordt dat op die wolk Gods troon staat, roept het geheel sterke herinneringen op aan de Godsverschijning op de berg Sinaï in het Oosten.

De voorstelling van God toont verwantschap met de Pantokrator van de mozaïeken in de oude basilieken. De term Pantokrator is afkomstig uit de Griekse vertaling van de joods-christelijke Bijbel, het Oude Testament en het Nieuwe Testament en is een aanduiding voor God. De nadruk ligt op de universaliteit en de almacht die aan God worden toegeschreven.

We kunnen niet direct zien of het om God de Vader gaat of om Christus, maar er staat  in het Evangelie: “Wie Mij (Christus) ziet, ziet de Vader”

Een apart detail valt nog op te merken: op de borst van het Godsbeeld zien we een gouden schild waarover een bruine band loopt als een pallium. Een pallium is vaak cirkelvormig en wordt gedragen om de hals en over de kazuifel en heeft twee afhangende banden aan de voor- en achterkant. De witte band is voorzien van zwarte kruisen.

Volgens de tekst is dit het leem dat God op zijn hart draagt. Dit geeft de eeuwige verlossende Voorzienigheid aan, waardoor God de zondige mens kent en hem verlossen wil uit de modder van de ondeugd. De edelstenen, die de leem omlijsten, zijn de martelaren, maagden, belijders en ook de boetvaardigen. De Eeuwige heeft hen allen voorbestemd om de engelen te vervangen die Lucifer in zijn val had meegesleurd.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA