Tagarchief: roze

Apofylliet

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Algemene informatie

.

Apofylliet is kleurloos, geelachtig, groen of roze van kleur. De steen is doorzichtig tot doorschijnend en heeft een glasachtige tot parelmoerglans. Het mineraal is een gehydrateerd Fluor-houdend kalium-calcium-silicaat met de chemische formule KCa4(Si4O10)2F·8H2O. Het behoort tot de fylosilicaten.

De splijting  is perfect volgens het kristalvlak [001]. Apofylliet heeft een gemiddelde dichtheid van 2,34 en de hardheid is 4 tot 5. Het kristalstelsel is tetragonaalen de radioactiviteit van het mineraal is nauwelijks meetbaar. De gamma ray waarde volgens het American Patroleum Institute is 63,07.

.

.

l_verzameling_216

.

.

1448208525

.

.

Naamgeving

.

De naam van het mineraal apofylliet is afgeleid van het Griekse woord apophyllisoo, dat “schilferen” betekent.

.

.

.

.

Voorkomen

.

Apofylliet is een secundair mineraal dat voornamelijk voorkomt in basalten. De typelocatie is Lonault en Poona ten zuidoosten van Bombay, India. Het mineraal wordt ook gevonden in Duitsland, Canada, Japan en de VS.

.

.

l_verzameling_172

.

.

.

.

.

.

.

.

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

JOHN ASTRIA

Apofylliet

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Algemene informatie

.

Apofylliet is kleurloos, geelachtig, groen of roze van kleur. De steen is doorzichtig tot doorschijnend en heeft een glasachtige tot parelmoerglans. Het mineraal is een gehydrateerd Fluor-houdend kalium-calcium-silicaat met de chemische formule KCa4(Si4O10)2F·8H2O. Het behoort tot de fylosilicaten.

De splijting  is perfect volgens het kristalvlak [001]. Apofylliet heeft een gemiddelde dichtheid van 2,34 en de hardheid is 4 tot 5. Het kristalstelsel is tetragonaalen de radioactiviteit van het mineraal is nauwelijks meetbaar. De gamma ray waarde volgens het American Patroleum Institute is 63,07.

.

.

l_verzameling_216

.

.

1448208525

.

.

Naamgeving

.

De naam van het mineraal apofylliet is afgeleid van het Griekse woord apophyllisoo, dat “schilferen” betekent.

.

.

.

.

Voorkomen

.

Apofylliet is een secundair mineraal dat voornamelijk voorkomt in basalten. De typelocatie is Lonault en Poona ten zuidoosten van Bombay, India. Het mineraal wordt ook gevonden in Duitsland, Canada, Japan en de VS.

.

.

l_verzameling_172

.

.

.

.

.

.

.

.

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

JOHN ASTRIA

Dagkoekoeksbloem

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

dagkoekoeksbloem-100508-242

 

 

Goed te herkennen aan
– helder roze (zelden witte) niet geurende bloemen,
– die overdag open zijn en
– de behaarde stengel en
– de grote, eveneens behaarde bladeren

 

 

geheel1-g-1

 

 

 

Algemeen

 

Dagkoeksbloem is een overblijvende zacht behaarde plant, die 30 tot 90 cm hoog kan worden. De plant groeit op vochtige plaatsen met een pH waarde tussen 6,1 en 7,8, op voedselrijke laagveen-of zandgrond. Enige schaduw is gewenst, maar volle zon is geen probleem wanneer de bodem voldoende vochtig is en blijft. Hoewel de bloemen overdag open zijn, is de plant voor bestuiving grotendeels afhankelijk van nachtvlinders. Het natuurlijke verspreidingsgebied beslaat Europa, West-Azië en in Noord-Afrika in Marocco. De plant is ingevoerd in Noord-Amerika.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Dagkoekoeksbloem bloeit vanaf mei tot en met oktober (november) met helder roze (zelden witte) bloemen. De hoofdbloei valt in mei en juni, maar in de herfst kan een tweede bloei plaatsvinden. De bloemen hebben vijf diep ingesneden kroonbladeren. Op het eerste gezicht lijken het er tien. Ze groeien in losse vertakte bloeiwijzen. De kelkbladen zijn vergroeid tot een kelkbuis. De kelkbuis van de mannelijke bloemen is smaller dan die van de vrouwelijke bloemen.

.

 

 

 

 

Algemeen

 

anjerfamilie (Caryophyllaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen, sommige delen vrij   zeldzaam
– 30 tot 90 cm

Bloem
– helder roze
– vanaf mei tot de herfst (winter)
– bijscherm
– stervormig
– 1,8 tot 2,5 cm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 5 stijlen

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– langwerpig of ei-rond
– top spits
– rand gaaf
– veernervig
– onderste gesteeld
– bovenste zittend of kort gesteeld
– behaard

Stengel
– rechtop
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

thome

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA

Muscoviet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Algemene informatie

.

Muscoviet is een mica soort. Het kan onder andere roze, bruin, groen, geel of helder van kleur zijn en heeft een gelaagde structuur. Fuchsiet is een groene muscoviet variant. Muscoviet is een van de meest voorkomende mica’s, en het komt in een grote verscheidenheid aan gesteenten voor, maar voornamelijk in stollingsgesteente, zoals graniet.

.

.

ruw

.

.

.

.

.

.

Vindplaats

.

Muscoviet wordt onder andere gevonden in Rusland, Brazilië, Zwitserland, Oostenrijk, Australië en de Verenigde Staten.

.

.

.

.

.

.

.

.

Chemische eigenschappen

.

samenstelling: KAl2(AlSi3)O10(OH)2

hardheid: 2 – 2,5

dichtheid: 2,82

.

.

.

.

ster muscoviet

.

.

muscoviet met albiet

.

.

Muscoviet
Mineraly.sk - muskovit.jpg
Mineraal
Chemische formule KAl2(AlSi3)O10(OH)2
Kleur Wit, grijs, zilverkleurig, bruinwit of groenwit
Streepkleur Wit
Hardheid 2 – 2,5
Gemiddelde dichtheid 2,82 kg/dm3
Glans Glasglans
Opaciteit Doorzichtig tot doorschijnend
Splijting [001] Perfect
Kristaloptiek
Kristalstelsel Monoklien
Dubbele breking (0,035-0,049)

 

.

.

.

muscoviet en rozenkwarts

.

.

aquamarijn met muscoviet

.

.

muscoviet op albaniet

.

.

fuchsiet

.

.

.

.

Bonte wikke

Standaard

categorie :  Kamerplanten en bloemen

 

 

 

SONY DSC

 

 

Goed te herkennen aan
– de trossen helder roze tot paarse vlinderbloemen,
– al dan niet met lichter gekleurde zwaarden en
– de behaarde stengels en bladeren
(het duidelijkste onderscheid met vogelwikke)

 

 

viciavil

 

 

 

Algemeen

 

Bonte wikke is een eenjarige plant, die voorkomt in heel Europa op bouwland, langs wegen en op spoordijken. Vaak komt de plant in groepjes voor. De plant klimt met ranken via andere planten omhoog. Elders is ze zeldzaam. Ze groeit op open, vochtige, vaak omgewerkte grond in bermen, aan spoorwegen, in akkers en op verlaten (bouw)terreinen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Bonte wikke bloeit vanaf mei tot en met augustus. De vlinderbloemen zijn bont van kleur, variërend van paars via helder roze naar blauwpaars, al dan niet met lichter gekleurde zwaarden, meestal lichtblauw of lila. De bloemen staan in gesteelde rijkbloemige trossen (meer dan 6 bloemen). De trossen staan in de bladoksels.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren eindigen in een vertakte rank, waarmee de plant zich vasthecht en zo omhoog klimt tot wel 1,5 meter.
Bladeren en stengels zijn behaard en die beharing kan sterk variëren; van afstaand tot aangedrukt, kort of lang en van weinig tot veel.

 

 

 

 

 


Algemeen

 

vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– eenjarig
– vrij zeldzaam
– 30 tot 150 cm

Bloem
– helder roze
– vanaf mei t/m augustus
– tros
– vlinderbloem
– 1 tot 2 cm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld
– even veervormig
– top rankend
– deelblaadjes :
– smal eirond tot langwerpig
– zeer kort gesteeld
– top spits met spitsje
– rand gaaf
– voet afgerond
– veernervig
– behaard

Stengel
– liggend of klimmend
– behaard
– stomp vierkantig

zie wilde bloemen

 

 

botanische-tekening-extragr-bonte-wikke

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

John Astria

Morganiet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemene informatie

 

Morganiet is een zachtroze, soms violet of ook een zalmkleurige berylsoort en is genoemd naar de Amerikaanse bankier en verzamelaar John Pierpont Morgan sr.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ontstaan

 

Pegmatieten, alluviale afzettingen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Voorkomen

 

Morganiet is in de Verenigde Staten gevonden in de gebieden Ramona en Pala in Californië. Morganiet komt samen voor met verschillende soorten toermalijn-variëteiten. Morganiet wordt ook gevonden in Noorwegen. Belangrijke vindplaatsen bevinden zich in Brazilië, vooral in de staat Minas Gerais. De stenen van Maharita zijn opvallend roze en van zeer goede kwaliteit. Er zijn ook geslepen stenen bekend met een gewicht van 500 karaat.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: Al2(Be,Cs, Li, enz.)(SiO18)

hardheid: 7,5 – 8

dichtheid: 2,8 – 2,9

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

morganiet
Beryl-35880.jpg
Mineraal
Chemische formule Al2Be3[Si6O18]
Kleur roze, rozerood, violet
Streepkleur wit
Hardheid 7,5 – 8
Glans glasglans
Breuk ruw, schelpvormig
Splijting duidelijk
Kristaloptiek
Kristalstelsel Hexagonaal
Brekingsindices 1,562-1,602
Dubbele breking – 0,004 tot -0,010
Dispersie 0,014
Fluorescentie zwak lila
Luminescentie soms zwak violet
Pleochroïsme herkenbaar
Overige eigenschappen
Veredeling verhitten, bestralen
Bijzondere kenmerken soms kattenoogeffect

 

 

 

 

 

 

 

Blaassilene : Silene vulgaris

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

blaassilene-jpg_595

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de opgeblazen kelk met 20 fijne, onderling verbonden nerven en
– de 5, stervormig uit de kelk stekende, witte kroonbladen

 

 

 

blaassilene

 

 

 

Algemeen

 

De blaassilene is een plant uit de anjerfamilie. Het is een in België en Nederland vrij zeldzaam voorkomende, 30-60 cm hoge plant die kan worden aangetroffen op matig voedselrijke, iets droge zand-, klei- en leemgrond, in bermen en tegen hellingen, in de duinen en op grazige grond. De plant prefereert een zonnige standplaats.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

Blaassilene bloeit vanaf mei tot en met september met witte bloemen, waarvan de kelk sterk opgeblazen is. De kelk bestaat uit 5 vergroeide kelkbladen met driehoekige kelkslippen, is kaal, witachtig of roodbruin en heeft 20 fijne, onderling verbonden, paarsrode tot geelgroene nerven.

De knikkende bloemen hebben 5 witte (zelden roze), diep ingesneden kroonbladen. Ze zijn mannelijk of vrouwelijk, soms tweeslachtig. Ze zijn dag en nacht geopend, maar beginnen pas tegen de avond zoet te geuren. De bestuiving wordt dan ook door nachtvlinders verzorgd.

Die kunnen, in tegenstelling tot kleinere insecten, met hun lange roltong de honing onder in de bloem bereiken. Hommels knagen de kelk van buiten af open en kunnen zo ook bij de honing. Bestuiving blijft dan uiteraard uit.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Vroeger werden de jonge bladeren in salades verwerkt. Ook zijn ze na vijf tot tien minuten koken geschikt voor gebruik in soep.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

anjerfamilie (Caryophyllaceae)
– overblijvend
– vrij zeldzaam
– 30 tot 60 cm

Bloem
– wit, zelden roze
– vanaf mei t/m september
– bijscherm
– stervormig
– 1 tot 2 cm
– 5 ingesneden kroonbladen,
niet vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 10 meeldraden
– 3 stijlen

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet (half) stengelomvattend
– 1-nervig

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

Basterdklaver : Trifolium hybridum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

basterdklaver-110603-544

 

 

 

Goed te herkennen aan

– de hoofdjes, die rozer zijn dan witte klaver
– maar minder roze dan rode klaver en
– die op lange stelen staan
– zonder bladeren direct onder het bloemhoofdje en
– de eironde bladeren zonder witte vlek

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Basterdklaver is een overblijvende, niet kruipende plant. Ze groeit op vochtige, voedselrijke grond in graslanden, bermen, leem- en kleigroeven en wordt 30 tot 90 cm hoog. Ze is plaatselijk algemeen, maar zeldzaam in de duingebieden.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeiperiode is vanaf mei tot en met september. De geurende bloemen in het hoofdje zijn eerst wit, worden later roze. Als ze verwelken worden ze bruin en gaan ze hangen.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

De bloemhoofdjes van basterdklaver staan op lange stelen en in tegenstelling tot rode en bochtige klaver zitten er direct onder het hoofdje geen bladeren.  Ook de hoofdjes van witte klaver staan op lange bladerloze stengels. Witte klaver heeft een kruipende, op de knopen wortelende stengel. Basterdklaver is geen kruipende plant.

 

 

 

rode klaver : roze tot paarsrode bloemhoofdjes, bladeren direct onder het hoofdje, witte vlekken op de eironde bladeren.

 

 

 

 

 

 

 

bochtige klaver : helder roze bloemhoofdjes, langwerpige bladeren met soms een onduidelijke witte vlek, de bovenste stengelbladeren zitten iets verder van het hoofdje af dan bij rode klaver.

 

 

 

 

 

 

 

witte klaver : kruipende plant, lang gesteelde bloemhoofdjes met witte bloemen, soms met roze waas, uitgebloeide bruine bloemen in het hoofdje gaan hangen, eironde bladeren met witte vlek.

 

 

 

 

 

 

 

basterdklaver : niet kruipende plant, lang gesteelde roze/witte bloemhoofdjes, uitgebloeide bruine bloemen gaan hangen, eironde bladeren zonder witte vlek.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– overblijvend
– plaatselijk algemeen tot zeldzaam
– 30 tot 90 cm

Bloem
– roze en wit
– vanaf mei t/m september
– hoofdje
– vlinderbloem
– 7 tot 9 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld
– deelblaadjes eirond
– top uitgerand of met spitsje
– rand fijn getand
– voet afgerond
– veernervig
– zonder vlek

Stengel
– opstijgend
– kaal
– rolrond
– bloeistengel vierkant
– niet wortelend

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

Groot hoefblad ; Petasites hybridus

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

groothoefblad

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de stevige, bleekroze bloeiwijzen en
– na de bloei aan de enorme bladeren

 

 

vrouwlijke-plant-groothoefblad-langs-een-vijver

 

 

 

Algemeen

 

Groot hoefblad is een plaatselijk algemeen voorkomende, overblijvende plant, die groeit op vochtige tot natte, voedselrijke, vaak kalkhoudende grond aan waterkanten.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Groot hoefblad bloeit in maart en april met talrijke bleekroze bloemhoofdjes, gerangschikt rond een dikke bloeistengel, die 20 tot 60 cm hoog kan worden. De bloeistengels dragen kleine rood- tot groenachtige schubbladen. Er zijn mannelijke en vrouwelijke bloeiwijzen. De mannelijke verwelken snel. De lossere bloeiwijzen van de vrouwelijke plant verlengen zich sterk na de bloei.

 

 

 

 

 

Blad

 

De wortelbladeren verschijnen na de bloeiwijzen en ontwikkelen zich na de bloei pas tot hun volle omvang. Ze hebben een hartvormige bladschijf en kunnen tot 90 cm breed en 150 cm hoog worden. Door de ondergrondse uitlopers groeit groot hoefblad vaak in grote bestanden en vormt zo een enorm bladerdak, waaronder andere planten zich nauwelijks kunnen handhaven.

Onder het bladerdak ontstaat een aangenaam milieu voor slakken en wormen, waar lijsters en merels zich weer tegoed aan doen. Het voordeel van de kruipende wortels is dat de plant de grond van niet beschoeide oevers goed vasthoudt. Een nadeel is dat het een moeilijk te verwijderen plant is. Ze wordt daarom ook wel “allemansverdriet” genoemd.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

In de Lage Landen komen 4 soorten hoefblad voor, die alle vier goed uit elkaar te houden zijn, zeker als je ze gezien hebt.

 

 

klein hoefblad

 

 

 

wit hoefblad

 

 

 

Japans hoefblad

 

 

 

groot hoefblad

 

 

Klein hoefblad is laag en heeft gele bloemen. Groot hoefblad heeft een kegelvormige, bleek-roze bloeiwijze.  Japans en wit hoefblad lijken het meest op elkaar. Ze zijn het makkelijkst van elkaar te onderscheiden aan de hand van de schutbladen aan de bloeistengel; bij Japans hoefblad zijn die bladen duidelijk langer dan de bloeiwijze, bij wit hoefblad zijn ze korter.

 

 

 

Algemeen

 

– composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– plaatselijk algemeen
– tot 150 cm

Bloem
– bleek-roze
– maart en april
– kegelvormige tros
– hoofdje met alleen buisbloemen
– mannelijk hoofdje 7 tot 12 mm
– vrouwelijk hoofdje 3 tot 6 mm
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– wortelstandig
– enkelvoudig
– top rond
– rand onregelmatig getand
– voet hartvormig
– veernervig

Bloeistengel
– rechtop tot 60 cm
– met roodachtige schubben

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

     

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

 

Wit hoefblad ; Petasites albus

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

img_2609-m-wit-hoefblad

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de ronde tot kegelvormige trossen met witte tot geelwitte bloemhoofdjes en
– de vroege bloeiperiode

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Wit hoefblad is geen inheemse plant. Ze behoort tot de stinsenplanten en komt oorspronkelijk uit de bergen van Midden-Europa en West-Azië, is hier te koop als sierplant en wordt aangeplant in parkbossen op schaduwrijke plaatsen met vochtige, voedselrijke grond, waar ze zich lang kan handhaven.

 

 

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

Wit hoefblad is een overblijvende, geurende plant. Ze wordt 5 tot 30 cm hoog en bloeit in februari en maart met (geel)witte ronde tot kegelvormige trossen, die bestaan uit een aantal bloemhoofdjes, die op hun beurt weer samengesteld zijn uit een aantal buisbloemen.

 

 

 

 

 

Blad

 

Wit hoefblad is net als klein en groot hoefblad een naaktbloeier; de wortel-standige bladeren verschijnen aan het einde van de bloeiperiode. Ze zijn hartvormig, van onderen blijvend grijs-viltig en uitgegroeid tot 30 cm in doorsnee. Door de kruipende wortelstok breidt wit hoefblad zich uit en groeit ze in groepen.

 

 

petalbus5

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Groot en wit hoefblad lijken op elkaar. Beiden hebben een ronde tot kegelvormige bloeiwijze en opvallend grote bladeren, die pas na de bloei verschijnen. Ze verschillen in de kleur van de bloemen; groot hoefblad is roze, wit hoefblad is wit tot gelig. Daarnaast bloeit wit hoefblad eerder dan groot hoefblad.

 

 

groot hoefblad

 

 

 

groot hoefblad

 

 

 

groot hoefblad

 

 

 

 

Algemeen

 

– composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– voorkomend in parkbossen, soms
lang standhoudend
– 5 tot 30 cm

Bloem
– (geel)wit
– februari en maart
– ronde tot kegelvormige trossen
– buisbloem
– hoofdje circa 2,5 cm

Blad
– wortelstandig
– enkelvoudig
– top rond
– rand onregelmatig getand
– voet hartvormig
– hand- en netnervig

Stengel
– rechtop
– met bleke, smalle schutbladen

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria