Tagarchief: vertrouwen

De 7 helpers van Bachbloesem : Vine

Standaard

categorie : Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

800px-weinrebeblutenstand

.

 

Vine (Wijnstok)

Vitis vinifera

Een van Bach’s 7 helpers.
Bereid volgens de zonne-methode.

 

.

Indicatie

.

Uiterst bekwame mensen, overtuigd van hun eigen kunnen, vol vertrouwen op succes. Omdat ze zo zelfverzekerd zijn, denken ze dat het ook voor anderen goed zou zijn als ze ertoe overgehaald konden worden om de dingen zo te doen zoals zij ze zelf doen, of zoals zij weten dat het hoort. Zelfs als ze ziek zijn zullen ze hun verzorgers zeggen wat ze moeten doen. Ze kunnen zeer waardevol zijn in noodsituaties.

 

.

Affirmatie

.

Als we alles en iedereen om ons heen de vrijheid geven, zullen we zien dat we daardoor rijker worden aan liefde en bezittingen dan ooit tevoren, want die liefde die vrijheid geeft is de grootse liefde die des te nauwer verbindt.

 

.

55225_bach-bloesem-wijnstok-nr-32_nl-thumb-1_800x800

 

 

 

Habitat

.

Wilde en gecultiveerde wijnstokken worden over de hele wereld gevonden waar het klimaat goed is.

 

 

Chronische houding

 

Degenen die zeer uitgesproken zijn. Ze weten zo zeker hoe dingen gedaan moeten worden, zowel voor zichzelf als voor anderen, dat het hen kritisch maakt en veeleisend. Ze willen dat alles precies op hun manier gebeurt, en geven bevelen aan degenen die hen helpen. En zelfs dan zijn ze moeilijk tevreden te stellen.

 

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

John Astria

De 12 genezers van Bachbloesem : cerato

Standaard

categorie :  Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

 

15652

.

 

Cerato (Loodkruid)

Ceratostigma willmottianum

Een van Bach’s eerste 12 genezers.
Bereid volgens de zonne-methode.

 

.

Indicatie

 

Diegenen die onvoldoende vertrouwen in zichzelf hebben om hun eigen beslissingen te kunnen nemen. Ze zoeken voortdurend advies van anderen en worden dikwijls misleid.

.

 

.

 

.

 

Affirmatie

 

Cerato zal je helpen om je individualiteit te vinden, je persoonlijkheid, en eenmaal bevrijd van invloeden van buiten zorgt het dat je de grote gift van wijsheid die je in je hebt kunt gebruiken ten behoeve van de mensheid.

 

 

 

Habitat

 

Gedijt in warme zonnige omstandigheden en zal dus het beste groeien in beschutte plaatsen. Het wordt in tuinen gekweekt als sierheester.

 

 

Hoe iemand dan is

 

Mensen die gemakkelijk beïnvloed worden. Voor degenen die geen vertrouwen hebben in zichzelf, die te veel leunen op het advies van anderen en eerst naar de een luisteren en dan naar een ander. Hun eigen gebrek aan zelfrespect zorgt dat ze iedereen die een sterke mening heeft te veel bewonderen en vertrouwen. Hierdoor kunnen ze gemakkelijk in moeilijkheden gebracht worden.

Als ze ziek zijn zijn ze er vrij zeker van dat het ene middel ze zal genezen, totdat ze horen van iets anders, en zo haasten ze zich van het ene probeersel naar het andere, afhankelijk van het laatste advies dat ze gehad hebben. Ze zullen bijna alles doen wat goed of slecht voor hen is als de redenering maar krachtig genoeg is. Ze vertrouwen niet op hun eigen goede oordeel.

In plaats van die dingen te doen die ze zelf willen of die ze graag doen, zullen ze vaak napraten wat anderen adviseerden of dachten. De ideeën en meningen van anderen zijn te belangrijk voor hen, en dit berooft hen van hun eigen persoonlijkheid. Ze zullen altijd een uitvlucht hebben voor wat ze doen.

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

JOHN ASTRIA

Bijbelteksten over angst

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Geloof redt de ziel

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Wees niet bang, want ik ben bij je,
vrees niet, want ik ben je God.
Ik zal je sterken, ik zal je helpen,
je steunen met mijn onoverwinnelijke rechterhand.

 

In mijn bangste uur vertrouw ik op u.

 

Ik gebied je dus: wees vastberaden en standvastig, laat je door niets weerhouden of ontmoedigen, want waar je ook gaat, de Heer, je God, staat je bij.

 

Want ik ben de HEER, je God,
ik neem je bij je rechterhand en zeg je:
Wees niet bang, ik zal je helpen.

 

Met de Heer aan mijn zijde heb ik niets te vrezen,
wat kunnen mensen mij doen?

 

Wees over niets bezorgd, maar vraag God wat u nodig hebt en dank hem in al uw gebeden. Dan zal de vrede van God, die alle verstand te boven gaat, uw hart en gedachten in Christus Jezus bewaren.

 

De liefde laat geen ruimte voor angst; volmaakte liefde sluit angst uit, want angst veronderstelt straf. In iemand die angst kent, is de liefde geen werkelijkheid geworden.

 

Al gaat mijn weg
door een donker dal,
ik vrees geen gevaar,
want u bent bij mij,
uw stok en uw staf,
zij geven mij moed.

 

U mag uw zorgen op hem afwentelen, want u ligt hem na aan het hart.

 

Angst voor mensen is een valstrik,
wie op de Heer vertrouwt, wordt beschermd.

 

De Heer is mijn licht, mijn behoud,
wie zou ik vrezen?
Bij de Heer is mijn leven veilig,
voor wie zou ik bang zijn?

 

God heeft ons niet een geest van lafhartigheid gegeven, maar een geest van kracht, liefde en bezonnenheid.

 

Ik zocht de Heer en hij gaf antwoord,
hij heeft mij van alle angst bevrijd.

.

Wees vastberaden en standvastig. Er is geen enkele reden om bang voor hen te zijn, want het is de Heer, uw God, die met u meegaat. Hij zal niet van uw zijde wijken en u niet verlaten.

 

Wees niet ongerust, maar vertrouw op God en op mij.

 

U hebt de Geest niet ontvangen om opnieuw als slaven in angst te leven, u hebt de Geest ontvangen om Gods kinderen te zijn, en om hem te kunnen aanroepen met ‘Abba, Vader’.

 

Wat kosten twee mussen? Zo goed als niets. Maar er valt er niet één dood neer als jullie Vader het niet wil. Bij jullie zijn zelfs alle haren op je hoofd geteld. Wees dus niet bang, jullie zijn meer waard dan een hele zwerm mussen.

 

Zodat we vol vertrouwen kunnen zeggen: ‘De Heer is mijn helper, ik heb niets te vrezen. Wat zouden mensen mij kunnen doen?’

 

Maar zelfs als u zou lijden omwille van de gerechtigheid, dan bent u toch gelukkig te prijzen. Wees daarom niet bang voor de mensen en laat u door niets in verwarring brengen.

.

Toen ze hem over het water zagen lopen, dachten ze dat hij een geestverschijning was en ze schreeuwden het uit. Ze hadden hem allemaal gezien en raakten in paniek. Maar hij sprak hen meteen aan en zei: ‘Blijf kalm! Ik ben het, wees niet bang.’

 

Op God, wiens woord ik prijs,
op God vertrouw ik, angst ken ik niet,
wat kan een sterveling mij aandoen?

 

Vrees niet, kleine kudde, want jullie Vader heeft jullie het koninkrijk willen schenken.

 

Zo liefdevol als een vader is voor zijn kinderen,
zo liefdevol is de Heer voor wie hem vrezen.

 

Maar de engel zei tegen haar: ‘Wees niet bang, Maria, God heeft je zijn gunst geschonken. Luister, je zult zwanger worden en een zoon baren, en je moet hem Jezus noemen.’

 

Hoe groot is het geluk
dat u hebt weggelegd voor wie u vrezen,
dat u bereid hebt voor wie schuilen bij u,
heel de wereld zal het zien.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

.

.

 

Bijbelteksten over Liefde

Standaard

Categorie : religie

 

 

 

liefde tussen man en vrouw

 

Pasteltekening van John Astria

.

De liefde is geduldig en vol goedheid. De liefde kent geen afgunst, geen ijdel vertoon en geen zelfgenoegzaamheid. Ze is niet grof en niet zelfzuchtig, ze laat zich niet boos maken en rekent het kwaad niet aan.

1 Korintiërs 13:4-5 |

.

.
.

Alles wat u doet, moet u met liefde doen.

1 Korintiërs 16:14 |

.

.
.
Laat mij in de morgen uw liefde horen,
in u stel ik mijn vertrouwen,
wijs mij de weg die ik gaan moet,
mijn ziel verlangt naar u.
.
.
.
.
Mogen liefde en trouw je nooit verlaten,
wind ze om je hals,
schrijf ze in je hart.
God en de mensen zullen je genegen zijn
en je zult waardering ondervinden.
.
.
.

En bovenal, kleed u in de liefde, dat is de band die u tot een volmaakte eenheid maakt.

.
.
.

Wij hebben Gods liefde, die in ons is, leren kennen en vertrouwen daarop. God is liefde. Wie in de liefde blijft, blijft in God, en God blijft in hem.

.
.
.

Wees steeds bescheiden, zachtmoedig en geduldig, en verdraag elkaar uit liefde.

.
.
.

Wij hebben lief omdat God ons het eerst heeft liefgehad.

.
.
.

Heb elkaar vóór alles innig lief, want liefde bedekt tal van zonden.

.
.
.

Ons resten geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde.

.
.
.

Moge hij vanuit zijn rijke luister uw innerlijke wezen kracht en sterkte schenken door zijn Geest, zodat door uw geloof Christus kan gaan wonen in uw hart, en u geworteld en gegrondvest blijft in de liefde.

.
.
.

Laat uw liefde oprecht zijn. Verafschuw het kwaad en wees het goede toegedaan.

.
.
.

Al had ik de gave om te profeteren en doorgrondde ik alle geheimen, al bezat ik alle kennis en had ik het geloof dat bergen kan verplaatsen – had ik de liefde niet, ik zou niets zijn.

.
.
.
Maar kan een vrouw haar zuigeling vergeten
of harteloos zijn tegen het kind dat zij droeg?
Zelfs al zou zij het vergeten,
ik vergeet jou nooit.
Ik heb je in mijn handpalm gegrift,
je muren staan mij steeds voor ogen.
.
.
.
.

Mijn gebod is dat jullie elkaar liefhebben zoals ik jullie heb liefgehad.

.
.
.

Mannen, heb uw vrouw lief, zoals Christus de kerk heeft liefgehad en zich voor haar heeft prijsgegeven om haar te heiligen, haar te reinigen met water en woorden.

.
.
.

Heb elkaar lief met de innige liefde van broeders en zusters en acht de ander hoger dan uzelf.

.
.
.

Moge de Heer uw wil en verlangen richten op de liefde voor God en de standvastige trouw aan Christus.

.
.
.

Niemand heeft God ooit gezien. Maar als we elkaar liefhebben, blijft God in ons en is zijn liefde in ons ten volle werkelijkheid geworden.

.
.
.

Als iemand zegt: ‘Ik heb God lief,’ maar hij haat zijn broeder of zuster, is hij een leugenaar. Want iemand kan onmogelijk God, die hij nooit gezien heeft, liefhebben als hij de ander, die hij wel ziet, niet liefheeft.

.
.
.

Er is geen grotere liefde dan je leven te geven voor je vrienden.

.
.
.
Jij bent zo kostbaar in mijn ogen,
zo waardevol, en ik houd zo veel van je
dat ik de mensheid geef in ruil voor jou,
ja alle volken om jou te behouden.
.
.
.
.

Maar het is zoals geschreven staat: ‘Wat het oog niet heeft gezien en het oor niet heeft gehoord, wat in geen mensenhart is opgekomen, dat heeft God bestemd voor wie hem liefheeft.’

.
.
.
 .
 Wees elkaar niets schuldig, behalve liefde, want wie de ander liefheeft, heeft de gehele wet vervuld.
.
.
.

De liefde laat geen ruimte voor angst; volmaakte liefde sluit angst uit, want angst veronderstelt straf. In iemand die angst kent, is de liefde geen werkelijkheid geworden.

.
.
.

Moge de Heer uw liefde voor elkaar en ieder ander groter maken, zodat uw liefde even overvloedig wordt als onze liefde voor u.

.
.
.
Wie rechtvaardigheid en trouw nastreeft,
ontvangt leven, rechtvaardigheid en eer.
.
.
.
.

Dan zullen we, door ons aan de waarheid te houden en elkaar lief te hebben, samen volledig toe groeien naar hem die het hoofd is: Christus.

.
.
.
Haat brengt ruzie voort,
liefde dekt alle fouten toe.
.
.
.
.

Ik ben ervan overtuigd dat dood noch leven, engelen noch machten noch krachten, heden noch toekomst, hoogte noch diepte, of wat er ook maar in de schepping is, ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, die hij ons gegeven heeft in Christus Jezus, onze Heer.

.
.
.

Wie niet liefheeft kent God niet, want God is liefde.

.
.
.
.

Eenheid in de liefde

.

 

Pasteltekening van John Astria

.

.
.

Het op een na belangrijkste is dit: ‘Heb uw naaste lief als uzelf.’ Er zijn geen geboden belangrijker dan deze.

.
.
.
Draag mij als een zegel op je hart,
als een zegel op je arm.
Sterk als de dood is de liefde,
beklemmend als het dodenrijk de hartstocht.
De liefde is een vlammend vuur,
een laaiende vlam.
.
.
.
.
De Heer heb ik lief, hij hoort
mijn stem, mijn smeken,
hij luistert naar mij,
ik roep hem aan, mijn leven lang.
.
.
.
.

Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand en met heel uw kracht.

.
.
.

Al sprak ik de talen van alle mensen en die van de engelen – had ik de liefde niet, ik zou niet meer zijn dan een dreunende gong of een schelle cimbaal.

.
.
.
Zijn woede duurt een oogwenk,
zijn liefde een leven lang,
met tranen slapen we ’s avonds in,
’s morgens staan we juichend op.
.
.
.
.

Immers: Wie het leven liefheeft en gelukkig wil zijn, moet geen laster of leugens over zijn lippen laten komen, hij moet het kwaad uit de weg gaan en het goede doen, en voortdurend vrede nastreven.

.
.
.

Wees niet op uzelf gericht, maar op de ander.

.
.
.

Sta niemand toe dat hij vanwege je jeugdige leeftijd op je neerkijkt, maar wees voor de gelovigen een voorbeeld in wat je zegt, in je levenswijze, in liefde, geloof en zuiverheid.

.
.
.
Genadig is de Heer: wij zijn nog in leven! Zijn ontferming kent geen grenzen.
Elke morgen schenkt hij nieuwe weldaden. Veelvuldig blijkt uw trouw!
.
.
.
.

God heeft ons niet een geest van lafhartigheid gegeven, maar een geest van kracht, liefde en bezonnenheid.

.
.
.
Liefdevol en genadig is de Heer,
hij blijft geduldig en groot is zijn trouw.
.
.
.
.

Wees niet haatdragend. Als je iemand iets te verwijten hebt, roep hem dan ter verantwoording en laad niet omwille van een ander schuld op je door je te wreken of wrok te blijven koesteren. Heb je naaste lief als jezelf. Ik ben de Heer.

.
.
.

Barmhartigheid zij u, vrede en liefde, in overvloed.

.
.
.

Het wezenlijke van de liefde is niet dat wij God hebben liefgehad, maar dat hij ons heeft liefgehad en zijn Zoon heeft gezonden om verzoening te brengen voor onze zonden.

.
.
.

En ik zeg jullie: heb je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen.

.
.
.
Wat zal ons scheiden van de liefde van Christus? Tegenspoed, ellende of vervolging, honger of armoede, gevaar of het zwaard?
.
.
.
.

Al verkocht ik mijn bezittingen omdat ik voedsel aan de armen wilde geven, al gaf ik mijn lichaam prijs en kon ik daar trots op zijn – had ik de liefde niet, het zou mij niet baten.

.
.
.
Maar jij, een dienaar van God, moet je hier verre van houden. Streef naar rechtvaardigheid, vroomheid, geloof, liefde, volharding en zachtmoedigheid.
.
.
.
.

De liefde berokkent uw naaste geen kwaad, dus de wet vindt zijn vervulling in de liefde.

.
.
.
Overdag bewijst de Heer mij zijn liefde,
’s nachts klinkt een lied in mij op,
een gebed tot de God van mijn leven.
.
.
.
.

En ga de weg van de liefde, zoals Christus, die ons heeft liefgehad en zich voor ons gegeven heeft als offer, als een geurige gave voor God.

.
.
.
Toen ik dacht: Mijn voet glijdt weg,
hield uw trouw mij staande, Heer.
.
.
.
.

De wetgeleerde antwoordde: ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw kracht en met heel uw verstand, en uw naaste als uzelf.’

.
.
.

Dit is immers wat u vanaf het begin hebt horen verkondigen: dat we elkaar moeten liefhebben.

.
.
.

Houd de onderlinge liefde in stand en houd de gastvrijheid in ere, want zo hebben sommigen zonder het te weten engelen ontvangen.

.
.
.

Wie mijn geboden kent en zich eraan houdt, heeft mij lief. Wie mij liefheeft zal de liefde van mijn Vader en mij ontvangen, en ik zal mij aan hem bekendmaken.

.
.
.

Geliefde broeders en zusters, als God ons zo heeft liefgehad, moeten ook wij elkaar liefhebben.

.
.
.

En hierin is Gods liefde ons geopenbaard: God heeft zijn enige Zoon in de wereld gezonden, opdat we door hem zouden leven.

.
.
.

Ik geef jullie een nieuw gebod: heb elkaar lief. Zoals ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie elkaar liefhebben.

.
.
.
.
.

De zondeloze Adam en Eva

 

Pasteltekening van John Astria

.

.
.

Heb de wereld en wat in de wereld is niet lief. Als iemand de wereld liefheeft, is de liefde van de Vader niet in hem.

.
.
.
Uw liefde is meer dan het leven,
mijn lippen zingen uw lof.
U wil ik prijzen, mijn leven lang,
roepend uw naam, de handen geheven.
.
.
.
.
U, Heer, bent goed en tot vergeving bereid,
uw trouw is groot voor ieder die u aanroept.
.
.
.
.

Maar de vrucht van de Geest is liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing. Er is geen wet die daar iets tegen heeft.

.
.
.

Maar omdat God zo barmhartig is, omdat de liefde die hij voor ons heeft opgevat zo groot is, heeft hij ons, die dood waren door onze zonden, samen met Christus levend gemaakt. Ook u bent nu door zijn genade gered.

.
.
.

Want de hele wet is vervuld in één uitspraak: ‘Heb uw naaste lief als uzelf.’

.
.
.

En wij weten dat voor wie God liefhebben, voor wie volgens zijn voornemen geroepen zijn, alles bijdraagt aan het goede.

.
.
.

Broeders en zusters, wij moeten God altijd voor u danken. Het past ons dit te doen, omdat uw geloof sterk groeit en uw liefde voor elkaar groter wordt.

.
.
.

Iedereen die ik liefheb wijs ik terecht en bestraf ik. Zet u dus volledig in en breek met het leven dat u nu leidt.

.
.
.
Mijn zoon, een berisping van de Heer
mag je nooit terzijde schuiven,
zijn bestraffing moet je zonder afschuw ondergaan,
want de Heer straft wie hij liefheeft,
zoals een vader die houdt van zijn zoon.
.
.
.
.

‘Aan jullie liefde voor elkaar zal iedereen zien dat jullie mijn leerlingen zijn.’

.
.
.

Jezus antwoordde: ‘Wanneer iemand mij liefheeft zal hij zich houden aan wat ik zeg, mijn Vader zal hem liefhebben en mijn Vader en ik zullen bij hem komen en bij hem wonen.’

.
.
.

Want: ‘Pleeg geen overspel, pleeg geen moord, steel niet, zet uw zinnen niet op wat van een ander is’ – deze en alle andere geboden worden samengevat in deze ene uitspraak: ‘Heb uw naaste lief als uzelf.’

.
.
.
Zo liefdevol als een vader is voor zijn kinderen,
zo liefdevol is de Heer voor wie hem vrezen.
.
.
.
.

Als je mij liefhebt, houd je dan aan mijn geboden.

.
.
.

Broeders en zusters, u bent geroepen om vrij te zijn. Misbruik die vrijheid niet om uw eigen verlangens te bevredigen, maar dien elkaar in liefde.

.
.
.

Span daarom al uw krachten in om uw geloof te verrijken met deugdzaamheid, uw deugdzaamheid met kennis, uw kennis met zelfbeheersing, uw zelfbeheersing met volharding, uw volharding met vroomheid, uw vroomheid met liefde voor uw broeders en zusters, en uw liefde voor uw broeders en zusters met liefde voor allen.

.
.
.
Hij heeft recht en gerechtigheid lief,
van de trouw van de Heer is de aarde vervuld.
.
.
.
.
Luister, Israël: de Heer, onze God, de Heer is de enige!
Heb daarom de Heer, uw God, lief met hart en ziel en met inzet van al uw krachten.
.
.
.
.
Ik vraag aan de Heer één ding,
het enige wat ik verlang:
wonen in het huis van de Heer
alle dagen van mijn leven,
om de liefde van de Heer te aanschouwen,
hem te ontmoeten in zijn tempel.
.
.
.
.

‘Ik heb hun uw naam bekendgemaakt en dat zal ik blijven doen, zodat de liefde waarmee u mij liefhad in hen zal zijn en ik in hen.’

.
.
.

We hebben dan ook dit gebod van hem gekregen: wie God liefheeft, moet ook de ander liefhebben.

.
.
.

Geliefde broeders en zusters, laten wij elkaar liefhebben, want de liefde komt uit God voort. Ieder die liefheeft is uit God geboren en kent God.

.
.
.

Wat ons drijft is de liefde van Christus, omdat we ervan overtuigd zijn dat één mens voor alle mensen is gestorven, waardoor alle mensen zijn gestorven, en dat hij voor allen is gestorven opdat de levenden niet langer voor zichzelf zouden leven, maar voor hem die voor de levenden is gestorven en is opgewekt.

.
.
.
Niet ons, Heer, niet ons,
geef uw naam alle eer,
om uw liefde, uw trouw.
.
.
.
.
Zij verkregen het land niet met het zwaard,
niet hun eigen kracht heeft hen gered,
maar uw rechterhand, uw arm,
het licht van uw gelaat. U had hen lief.
.
.
.
.
Halleluja!
Gelukkig de mens met ontzag voor de Heer en met liefde voor zijn geboden.
.
.

Maar wij zegevieren in dit alles glansrijk dankzij hem die ons heeft liefgehad.

.
.
.

Wat liefde is, hebben we geleerd van hem die zijn leven voor ons gegeven heeft. Daarom horen ook wij ons leven te geven voor onze broeders en zusters.

.
.
.

Je blijft in mijn liefde als je je aan mijn geboden houdt, zoals ik me ook aan de geboden van mijn Vader gehouden heb en in zijn liefde blijf.

.
.
.
U, Heer,
u weigert mij uw ontferming niet,
uw liefde en uw trouw
zullen mij steeds bewaren.
.
.
.
.

Deze hoop zal niet worden beschaamd, omdat Gods liefde in ons hart is uitgegoten door de heilige Geest, die ons gegeven is.

.
.
.

Niet je kleren moet je scheuren, maar je hart. Keer terug tot de HEER, jullie God, want hij is genadig en liefdevol, geduldig en trouw, en tot vergeving bereid.

.
.
.

In Christus Jezus is het volkomen onbelangrijk of men wel of niet besneden is. Belangrijk is dat men gelooft en de liefde kent, die het geloof zijn kracht verleent.

.
.
.
Laat het licht van uw gelaat over mij schijnen,
toon uw trouw en red uw dienaar.
.
.
.
.

Tot slot, broeders en zusters, groet ik u. Beter uw leven, neem mijn vermaningen ter harte, wees eensgezind, leef in ​vrede​ met elkaar – dan zal de God van de ​liefde​ en de ​vrede​ met u zijn.

.
.
.

Hoe kan Gods ​liefde​ in iemand blijven die meer dan genoeg heeft om van te bestaan, maar zijn ​hart​ sluit voor een broeder of zuster die hij gebrek ziet lijden?

.
.
.

‘Pleeg geen ​moord, pleeg geen ​overspel, steel niet, leg geen vals getuigenis af, toon eerbied voor uw vader en moeder, en ook: heb uw naaste lief als uzelf.’

.
.
.
.
.
.
.
.
.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

 

God werkt door ons heen.

Standaard

categorie : religie

.

.

God werkt door ons heen

.

.

2014-11-25-19-18-20_kracht%20van%20de%20heilige%20geest

.

.

Efeziërs 3: 20-21

.

Laat het volgende uit Efeziërs 3:20-21 eens op je inwerken: “God kan oneindig veel meer doen dan wij ooit kunnen bidden of beseffen” en besef dan eens goed wat een geweldige omschrijving dit is van het vermogen van God om in en door ons te werken.

En toch ligt onze focus vaak grotendeels op wat wij graag willen dat Hij kan doen om ons heen: ‘als Hij nou dit of dat wil veranderen of dit probleem wil oplossen, dan zal dat mijn leven gemakkelijker maken’.

Maar Hij nodigt ons uit om verder dan dat te denken en Hem om grotere dingen te vragen . Hij wil ons namelijk veranderen! Zijn Geest heeft meer dan genoeg kracht om al onze levens van binnenuit te veranderen, maar deze veranderingen van binnenuit nemen vaak een langere tijd in beslag en is iets wat wij zelf moeten willen.

Geestelijke vruchtdraging vergt tijd om in te groeien en te rijpen en kan vaak gepaard gaan met vallen en opstaan. Dat is waarom we geduldig moeten zijn en geloven dat Hij in ons werkt, zelfs al zien we niet gelijk de resultaten. God heeft geen haast en Hij zal ons nooit opgeven. De Heer heeft een doel met je leven en bedenk dat Hij hier constant aan werkt in al je gaan en staan!

Naast dat Hij met ieder van Zijn kinderen een plan heeft, heeft Hij eveneens een overspannend doel om elke gelovige te spiegelen naar het beeld van Zijn zoon Jezus Christus. Om dit te kunnen voltooien brengt Hij ons soms in situaties waar we zelf geen raad mee weten, maar waar God precies weet wat hij doet. Onthoud dat Hij ons geen last op de schouders legt die door ons niet te dragen zou zijn, ook al lijkt dat soms wel! Met elke situatie geeft Hij ons ook een uitweg en door hiervan gebruik te maken zal je geestelijke groeien!

Wat zou je op dit moment graag willen dat de Heer in jou zal doorwerken? De volgende keer als je de Bijbel leest, kijk, zoek dan naar de eigenschappen die voor God waardevol en belangrijk zijn en vraag Hem om deze eigenschappen door te laten werken in jouw leven. Vertrouw dan op Zijn eigen woorden en belofte dat Hij zelfs nog meer zal doen en geven dan je hebt gevraagd of maar kunt voorstellen. Het gaat om het vertrouwen en geloven dat Hij het beste met je voorheeft en het beste in jou wil laten doorwerken.

.

.

Psalmen 37:4

.

Verheug u in de Here; dan zal Hij erop toezien dat u


alles krijgt wat u nodig hebt en waarnaar u verlangt.

.

.

voorpagina openbaring a4

.

.

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Waarover gaat Psalm 78?

Standaard

categorie : religie

.

.

Psalm 78

.

Inleiding

.

Net als psalm 105 en psalm 106 is psalm 78 een historische psalm. De dichter spreekt over de wonderen in Egypte en in de woestijn tot aan Israëls verlossing. Doel van de psalm is op te wekken tot vertrouwen op God en het bewaren van zijn geboden. De dichter wil met zijn lied niet alleen een onderwijzing meegeven, maar ook hoop geven voor de toekomst, op grond van het nieuwe begin, waarmee de psalm eindigt.

.

.

.

.

Literaire kenmerken

.

De psalmdichter maakt gebruik van oude tradities binnen het volk Israël die met name in verhalende vorm bekend zijn. In de weergave van deze oude tradities lijkt de dichter de werkwoordsvormen van het proza toe te passen. Tegelijk voorziet hij deze tradities van zijn eigen commentaar, waarbij hij meer dichterlijke vormen gebruikt. Niet altijd is duidelijk wanneer de dichter tradities doorgeeft en wanneer hij zijn eigen commentaar naar voren brengt.

De psalm bestaat uit een korte inleiding ( deel 1) gevolgd door zes delen, waarvan er drie ( deel 2,3 en 7) inzetten met een ‘positief’ handelen van de Here God ten opzichte van Israël en drie met een ‘ negatieve’ reactie van de mensen die daarbij betrokken zijn (deel 4, 5 en 6). Vanwege de lengte van deze psalm zal hij per deel worden besproken in plaats van per vers.

.

Datering

.

De psalm kan worden gedateerd na de bouw van de tempel, op grond van vers 69. Over de precieze datering van deze psalm wordt verschillend gedacht. Sommige uitleggers gaan ervan uit dat de psalm inderdaad door Asaf is geschreven. In dat geval is de psalm kort na de tempelbouw ontstaan. Anderen menen dat de psalm van later datum is, uit de tijd na de ballingschap.

.

Commentaar

.

[1-4] 

De dichter richt zich tot een breed publiek, hij spreekt tot het hele volk. Men moet de berichten over het handelen van de Here God doorgeven aan het nageslacht, zodat de kennis daarover blijft bestaan. Dit doet denken aan de opdracht die God geeft in Exodus 10:2 en Exodus 13:14. De dichter noemt zijn psalm een ‘spreuk’, een ‘leerdicht’. Het belangrijkste onderwerp zijn de wonderen die de Heer verricht heeft. De dichter bezingt zijn grootheid.

[ 5-11]

De dichter verwijst naar het initiatief van God om een relatie aan te gaan met het volk waaraan de namen ‘Jakob’ en ‘Israël’ verbonden zijn. Het is belangrijk dat Gods betrokkenheid met het volk wordt doorgegeven aan de volgende generatie, zodat zij niet worden zoals hun vaders: opstandig, weerspannig, onbetrouwbaar. In vers 9-11 noemt de dichter hier een voorbeeld van: de Efraïmieten bleven in gebreke ten dage van de strijd. Dit is ontrouw jegens de Here en Zijn verbond. De verwerping van Efraïm komt later in deze psalm nog ter sprake (vs. 60,67).

[12-29]

De dichter onderstreept dat de ‘ vaderen’ Gods wonderen wel moesten zien, het kon ze niet ontgaan. De plaats Soan ligt in Egypte, in het uiterste Noordoosten van de delta van de Nijl. Opvallend is dat de Here God enerzijds het water in bedwang hield (vers 13) en anderzijds het water juist deed stromen, in de woestijn. (vers 15-16). Vervolgens beschrijft de dichter de reactie van de Israëlieten: ze vragen om nog meer voedsel: brood en vlees. Ze vertrouwen God niet en stellen Hem op de proef. Ze vragen zich af of God wel in staat zou zijn om hen ‘brood en vlees te kunnen geven’. (vs. 20) Deze vragen roepen Gods boosheid op. Eerst komt Hij aan hun wensen tegemoet, maar daarna straft Hij hen. Duidelijk is dat de dichter zich in deze psalm niet houdt aan de chronologische volgorde. Het zenden van de kwakkels en het manna (Exodus 16) gaat vooraf aan het waterwonder van Exodus 17. Het manna wordt ‘engelenbrood’ genoemd. Met deze uitdrukking wil de dichter het wonderlijke karakter van het manna accentueren. Het is brood dat bedoeld is voor hemelbewoners.

[30-41]

In dit deel van de psalm staat de relatie tussen God en Zijn volk centraal. In vers 30 en 31 wordt verteld dat de Here een slachting onder het volk aanrichtte. De meeste uitleggers denken dat de dichter hier verwijst naar Numeri 11:33-35. Het volk bekeert zich, maar valt opnieuw in zonde. Hun bekering is niet echt: hun hart was niet aan God gehecht. (vs. 37) Tegenover de ontrouw van het volk, staat de barmhartigheid en vergevingsgezindheid van God.

[42-55]

De dichter geeft een opsomming van de tekenen die God in Egypte deed. In tegenstelling tot wat in vers 38 staat, brengt God nu Zijn toorn tot uitdrukking, wat leidt tot dood en vernietiging. Zijn volk blijft Hij echter leiden en brengt hen tot Zijn ‘heilig gebied’, het land rondom de tempel te Jeruzalem. De dichter veroorlooft zich een grote mate van vrijheid: van de tien plagen uit Egypte laat hij er vier weg. Bij de door hem genoemde zes volgt hij een eigen orde. Met de ‘tenten van Cham’ worden de Egyptenaren bedoeld, die van Cham afstammen. (zie Gen. 10:6)

[56-64]

Het volk volhardt echter in de ontrouw van hun vaders. Ze dienen andere goden en vergeten de Here God. De ‘hoogten’ zijn de in het land verspreide offerplaatsen, vaak van Kanäanitische oorsprong. Daarom straft God hen, het heiligdom te Silo gaat ten onder. In 1 Samuel 5 wordt dit heiligdom uitgebreid beschreven. Het lijkt erop dat er een einde is gekomen aan de relatie tussen God en Zijn volk. (vs. 62 e.v.) Over de verwerping van Silo wordt ook gesproken in Jeremia 7: 12, 14.

[65-72]

In dit laatste deel beschrijft de dichter dat dit niet het geval is. God komt opnieuw in actie en verslaat zijn tegenstanders. God verwerpt de stammen Jozef en Efraïm. Waarschijnlijk speelt hier op de achtergrond de spanning tussen het Zuiden (Juda) en het Noorden van Israël (waarvan de stam Efraïm de belangrijkste is) een rol.
De dichter beschouwt het optreden van David als een nieuw initiatief van de kant van de Here God, dat perspectieven opent voor de toekomst van heel het volk Israël.

.

.

.

.

Psalm 78

.

1 Een lied van Asaf, om iets van te leren.

Luister, mijn volk, naar wat ik jullie leer.
Luister naar mijn woorden.
2 Ik wil jullie vertellen over het verleden.
Ik wil jullie laten weten welke wijsheid daarin verborgen is.
3 We hebben de verhalen gehoord van onze vaders.
Zij hebben ons alles verteld.
4 Nu moeten wij het ook aan onze kinderen vertellen.
We moeten hun laten weten
welke geweldige dingen de Heer heeft gedaan.
We zullen hun vertellen over zijn kracht en zijn wonderen.

5 Hij sloot een verbond met het volk van Jakob.
Hij gaf het volk Israël een wet.
Onze voorvaders moesten die wet aan hun kinderen leren
en hun vertellen wat God had gedaan.
6 Zo zouden ook zij zijn wet kennen
en weten wat Hij heeft gedaan.
En ook zij moesten het weer vertellen aan hún kinderen.
7 Zo zouden ze leren om op de Heer te vertrouwen.
Zo zouden ze niet vergeten wat God had gedaan
en ze zouden zich aan zijn wetten houden.
8 Zo zouden ze niet hetzelfde doen als hun voorouders,
die aldoor koppig en ongehoorzaam waren.
Zij waren nooit lang trouw aan God.
9 Want toen er oorlog kwam,
kwam Israël niet opdagen,
ook al waren ze goed bewapend.
10 Ze hielden zich niet aan Gods verbond.
Ze weigerden zich aan zijn wetten te houden.
11 Ze vergaten wat Hij had gedaan,
vergaten de wonderen die Hij hun had laten zien.

12 Want Hij had wonderen gedaan
voor hun voorouders in Egypte.
13 Hij spleet de zee in tweeën en leidde hen er doorheen.
Hij hield het water tegen zodat het als een muur bleef staan.
14 Overdag leidde Hij hen met een wolk,
’s nachts met grote vuurvlam.
15 Hij spleet rotsen in de woestijn
zodat er water uit stroomde en ze konden drinken.
16 Hij liet een beek ontstaan uit de rots:
water stroomde als een rivier.

17 Toch werden ze Hem weer ongehoorzaam.
Daar in de woestijn waren ze koppig tegen de Allerhoogste God.
Ze maakten Hem boos.
18 Ze daagden Hem uit
door om eten te vragen.
19 Ze zeiden:
“Kan God soms eten geven in de woestijn?
20 Toen Hij op de rots sloeg, stroomde er water uit.
Maar kan Hij ook zorgen voor brood en vlees voor zijn volk?”
21 Toen de Heer dat hoorde, werd Hij vreselijk boos.
Hij werd woedend op het volk van Jakob.
22 Want ze geloofden Hem niet.
Ze vertrouwden er niet op dat Hij hen wilde redden.
23 Toch gaf Hij de wolken een bevel.
Hij opende de deuren van de hemel.
24 Toen regende het manna! ‘Manna’ betekent: ‘Wat is dat nou toch?’ Lees Exodus 16.
Hij gaf hun hemels graan.
25 Zo aten ze engelenbrood.
Ze konden eten zoveel als ze wilden.
26 Hij zorgde ervoor dat er een oostenwind ging waaien.
Ook zorgde Hij voor een sterke zuidenwind.
27 De wind bracht vogels mee,
zo ontelbaar als het zand langs de zee.
28 Het regende vogels in het kamp,
rondom hun tenten.
29 Ze aten zoveel ze wilden.
Hij gaf hun waar ze om hadden gevraagd.
30 Nog tijdens het eten
– ze hadden het eten nog in hun mond –
31 werd God vreselijke boos op hen
omdat ze zich vol zaten te schrokken.
Hij doodde veel van de jonge mannen.

32 Toch bleven ze Hem ongehoorzaam.
Ze vertrouwden niet op zijn wonderen.
33 Toen maakte Hij hun leven zinloos.
Hun leven werd één en al ellende, jarenlang.
34 Steeds als Hij een aantal van hen doodde,
kwam het volk weer bij Hem terug
en wilden ze God weer dienen.
35 Dan wisten ze weer
dat God de rots onder hun voeten was,
dat Hij de Allerhoogste God was,
de enige die hen kon redden.
36 Maar ze bedrogen Hem.
Ze beloofden Hem dingen die ze niet meenden.
37 Ze hielden niet echt van Hem.
Ze waren niet trouw aan zijn verbond.
38 Maar omdat Hij medelijden met hen had,
vergaf Hij hun steeds hun ongehoorzaamheid
en vernietigde Hij hen niet.
Elke keer hield Hij zich in.
39 Hij dacht er aan dat ze maar mensen waren,
een zuchtje wind dat langswaait en nooit meer terugkomt.

40 Wat waren ze Hem toch vaak ongehoorzaam!
Steeds weer deden ze Hem verdriet daar in de woestijn.
41 Steeds weer daagden ze God uit.
Steeds weer dachten ze dat Hij hen niet zou kunnen redden.
42 Ze vergaten zijn macht.
Ze vergaten hoe Hij hen had gered van hun vijand Egypte.
43 Ze vergaten de wonderen
die Hij in Egypte had gedaan.
44 Daar had Hij het Nijlwater veranderd in bloed.
En niet alleen de Nijl, maar ook de andere rivieren.
Niemand kon het water nog drinken.
45 Hij had allerlei ongedierte laten komen dat hen verslond.
Daarna kikkers die hun het leven onmogelijk maakten.
46 Hij liet sprinkhanen komen
die de planten en de oogst op-aten.
47 Met hagel en ijzel
vernielde Hij de wijnstruiken en vijgenbomen.
48 Hij doodde hun vee door de hagel,
hun kudden door de bliksem.
49 Woedend was Hij.
Hij strafte Egypte met een leger doods-engelen.
50 Hij strafte hen zwaar. Hij ontzag niets en niemand.
Hij liet hun dieren door de pest doden.
51 Ook doodde Hij alle oudste zonen in Egypte,
alle eerstgeboren mannen in de huizen van Cham. Cham was één van de zonen van Noach. Hij was de voorvader van het volk van Egypte.
52 Maar zijn eigen volk nam Hij mee,
zoals een herder zijn schapen meeneemt.
Hij leidde zijn kudde door de woestijn.
53 Bij Hem waren ze veilig.
Ze hoefden nergens bang voor te zijn.
Want hun vijanden waren verdronken in de zee.
54 Hij bracht hen naar zijn eigen gebied,
naar de berg die zijn eigendom was.
55 Hij joeg de volken voor hen weg.
Hij gaf het gebied van die volken aan zijn eigen volk.
Het werd hun eigendom, hun eigen land.

56 Maar ze daagden God weer uit.
Ze waren koppig tegen de Allerhoogste God.
Ze hielden zich niet aan zijn bevelen.
57 Net als hun voorouders waren ze ontrouw aan Hem.
Ze gingen de verkeerde kant op,
zoals kromme pijlen uit een slechte boog.
58 Ze maakten Hem kwaad met hun altaren voor de afgoden.
Ze maakten Hem jaloers met hun godenbeelden.
59 God zag hoe ontrouw ze waren.
In zijn woede liet Hij Israël in de steek.
60 Hij verliet zijn heiligdom in Silo, De kist van het verbond van God was als buit meegenomen door de Filistijnen. Lees 1 Samuel 4.
de plaats waar Hij bij de mensen woonde.
61 Hij liet de kist van zijn verbond
– de plaats waar Hij woonde –
door de vijanden meenemen als buit.
62 Hij liet zijn volk door de vijand doden,
omdat Hij vreselijk boos op hen was.
63 De jonge mannen werden gedood.
De meisjes hadden niemand meer om mee te trouwen.
64 De priesters werden vermoord.
De weduwen hadden geen tranen meer over.

65 Toen werd de Heer wakker,
zoals iemand die diep heeft geslapen,
zoals een held die overmoedig roept door de wijn.
66 En Hij doodde zijn vijanden terwijl ze vluchtten.
Hij versloeg hen volkomen.

67 Hij koos niet voor de stam van Jozef.
Hij wilde niet meer wonen bij de stam van Efraïm. Vóórdat de kist van het verbond door de Filistijnen werd veroverd, stond hij in Silo, in het gebied van de stam van Efraïm.
68 Maar Hij koos de berg Sion uit
in het gebied van de stam van Juda,
de berg Sion waar Hij zoveel van houdt.
69 Daar bouwde Hij zijn heiligdom,
indrukwekkend als de hoogste bergen,
stevig en vast als de aarde.
70 En Hij koos zijn dienaar David uit.
Hij haalde hem weg bij de schapen.
71 David zou niet langer voor de schapen zorgen,
maar voor Gods eigen volk, het volk van Jakob.
72 David was een goede herder.
Hij leidde het volk rechtvaardig en wijs.

.

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

Bidden om genezing.

Standaard

categorie : religie

.

.

.

.

Kan ik genezing van God ontvangen?

.

Misschien kamp jij wel met een aandoening of een dodelijke ziekte en ben je op zoek naar genezende gebeden. Je wil naar God uitroepen en Hem om genezing vragen! Meestal worden wij er door onze hopeloosheid toe aangezet om een bovennatuurlijke bron aan te tappen om een ernstige aandoening of ziekte te verlichten. De meesten onder ons volgen een patroon waarin we eerst op onszelf vertrouwen, dan op de medische wetenschappen en uiteindelijk tot God uitroepen en Hem om een wonderbaarlijke genezing vragen.

God geneest, omdat dat Zijn patroon is voor de openbaring van Zijn aard, door middel van Zijn Zoon. Jezus koos er vol erbarmen voor om de rijpe zweren van de melaatse aan te raken (Matteüs 8:3). Hij toonde genade, toen Hij de met korsten omgeven oogleden van de blinden aanraakte (Matteüs 9:29). Om genezing van God te ontvangen moeten wij er oprecht naar streven om ook Hem aan te raken.

“De mensen daar herkenden hem en maakten zijn komst overal in de omgeving bekend, en men bracht allen die ziek waren bij hem. Die smeekten hem alleen maar de zoom van zijn kleed te mogen aanraken. En iedereen die dat deed werd genezen en was volkomen gezond” (Matteüs 14:35-36).

.

.

.

.

Kan ik genezing van God ontvangen als mijn geloof sterk genoeg is?

.

Elk mens heeft het vermogen om, door te bidden om genezing, zijn of haar geloof of vertrouwen uit te drukken; het geloof in de waarheid of de betrouwbaarheid van een mens, idee of ding. Je toont je vertrouwen in de autofabrikant die je remmen installeert, vertrouwen in de architect die je kantoorgebouw ontwerpt en vertrouwen in onzichtbare zaken zoals zwaartekracht, zonnewarmte of een belofte.

“Het geloof legt de grondslag voor alles waarop we hopen, het overtuigt ons van de waarheid van wat we niet zien” (Hebreeën 11:1).

Bijbels vertrouwen en geloof worden bepaald door:

1) een vertrouwen op God in plaats van de mens, en

2) een vertrouwen op de onzichtbare macht van God.

Het uitoefenen van je geloof op het gebied van genezing kan om onconventioneel gedrag vragen. De Bijbel verhaalt over een vrouw die al twaalf jaar lang bloedingen had (Marcus 5:25-34). Zij wist dat haar aandoening Jezus volgens de Joodse wet onrein zou maken, als ze Hem zou aanraken. Maar toch strekte zij haar hand naar Hem uit en werd ze onmiddellijk genezen, toen “Jezus zich ervan bewust werd dat er kracht uit hem was weggestroomd” (Marcus 5:30).

Een oprecht geloof vereist daadkracht. Maar het is niet zo dat God ons zal genezen als we maar genoeg geloof “te voorschijn toveren”. Uiteindelijk is God Degene die ervoor kiest of we genezen zullen worden of niet.

Wanneer mensen oog in oog staan met pijn, of mogelijk zelfs de dood, dan worden hun levens hierdoor drastisch veranderd. Voor sommigen betekent dit dat hun dromen aan duigen zijn gevallen, dat hun relaties verbroken zijn en dat wanhoop hun harten verteert. Voor anderen betekent dit dat nieuwe dromen zich aandienen, dat relaties worden versterkt en dat hoop een plaats vindt in hun harten.

Een rouwende en smekende vader viel aan de voeten van Jezus neer. De twaalfjarige dochter van Jaïrus was zojuist overleden. Waarom Jezus nu nog lastig vallen? Jezus zegt tegen de vader dat hij niet bang moet zijn, maar dat hij alleen maar hoeft te geloven. Met mededogen houdt Jezus de hand van het dode meisje vast en hij brengt haar weer tot leven (Marcus 5:35-43). We moeten ons geloof en ons vertrouwen in de Jezus stellen. Hij is de bron van alle hoop en Hij heeft ons het eeuwige leven beloofd. God weet het echt het beste.

.

.

.

.

Kan ik herhaaldelijk genezing van God ontvangen?

.

Het antwoord op deze vraag is ongetwijfeld “Ja!”. God kan elke ziekte genezen die uiteindelijk tot onze dood zou leiden. Maar kiest God er altijd voor om ons te genezen? Nee. Het is mogelijk dat Hij ons naar aanleiding van onze gebeden geneest. Het is mogelijk dat Hij ons met behulp van kleine ingrepen geneest of met behulp van de deskundige handen van een chirurg, maar Hij kan ons ook op een manier genezen die wij medisch gesproken niet kunnen verklaren.

Gods genezing in onze levens is boven ons tijdelijke perspectief van pijn en dood verheven. Zijn wil, of Goddelijke plan, voor onze levens bestaat eruit dat wij deze aardse tent zullen inruilen voor een hemels onderkomen dat nooit te lijden zal hebben onder de gevolgen van het verval, dat het gevolg is van de zonden (2 Korintiërs 5:1-2). Voor ieder van ons, kinderen van God, zal er uiteindelijk een genezing plaatsvinden.

Als kinderen van God, kunnen we op de volgende manier om genezing bidden:

“Hemelse Vader, U bent nauw betrokken bij het gevecht dat ik op dit moment strijd. U kent de pijn en de wanhoop. U kent het verlangen van mijn hart om van deze ziekte genezen te worden. Ik vraag U nu om Uw genezende aanraking. Ik weet dat U in staat bent om mij te genezen, net als in de Bijbelse tijden.

Ik begrijp ook dat U zal kiezen wat voor mij het beste is. Ik bid dat ik door deze beproeving dichter tot U zal komen; dat U mijn troost en mijn kracht zal zijn. Ik bid dat U uiteindelijk, wat er ook gebeurt, geëerd zult worden door wat er met mij gebeurt. Ik bid dit in de naam van Jezus. Amen.”

.

.

.

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

Boodschap 191 van ” Boodschappen uit de kosmos “

Standaard

categorie : boodschappen uit de kosmos 

.

.

De mens in éénheid met de Drievulkdigheid

De mens in éénheid met de Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

.

.

GOD GAF ZIJN SCHEPPING IN VERTROUWEN

.

AAN DE EERSTE MENS.

..

ADAM EN EVA ZOUDEN DAT VERTROUWEN SCHENDEN

.

DOOR TE ZONDIGEN.

.

DE ZOON VAN GOD HEEFT DAT VERTROUWEN

.

OP HET KRUIS HERSTELD 

.

VOOR ZIJ DIE GELOVEN.

.

.

GOD GAVE HIS CREATION IN THRUST TO THE FIRST MEN.

.

ADAM AND EVA WOULD BREACH THAT TRUST BY SINNING.

.

THE SON OF GOD HAS RESTORED THAT CONFIDENCE

.

ON THE CROSS  FOR THOSE WHO BELIEVE.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

John Astria