Category, categorie: The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video
.
Psalm 63 • When you find yourself in the wilderness
.
Psalmen 63 . Wanneer je je in de wildernis bevindt
.
.
Paul LeBoutillier
.
.


.
.


.
.
.
.


.
.


Kalmeert de hersenen- Stimuleert bekken, rug, buik en blaas- Strekt de enkels en knieën.
Met enkel of knie blessures. Het wordt toch wel als een gevorderde of vergevorderde houding gezien. Probeer de houding niet als je nog niet voldoende ervaring hebt tenzij je het onder supervisie doet van een ervaren docent(e). Doe dan de oefening zoals je hem hierboven ziet aan de linker kant en niet zoals de boeddha.
De Lotushouding heet in het Sanskrit Padmaasana. Padmaasana is een zithouding. De rechtervoet wordt op de linkerdij gelegd met de hiel tegen de buik en de linkervoet op de rechterdij eveneens met de hiel tegen de buik. Enkele aasanas of Yogahoudingen worden uitgevoerd met de Lotushouding als basis, zoals bijvoorbeeld de Vishouding (matsyaasana).
Een padma is een lotus. De boeddhistische mantra bijvoorbeeld luidt OM Mani padme hoem (ik ben het juweel in de lotus). Een mani is iets wat schittert, een edelsteen. Denk aan de naam van de manipoerachakra ter hoogte van de navel, die in het grofstoffelijke lichaam als tegenhanger de zonnevlecht heeft. Een poera is een kasteel, een burcht, een stad.
Denk aan Singapoer, letterlijk: de leeuwenstad. Padme betekent: in de lotus. De chakras zijn de energiecentra op de wervelkolom. Chakra betekent: wiel, omdat de energiecentra in meditatie worden ervaren als wervelingen van energie. Hoem betekent: ik ben.
De lotus verzinnebeeldt de staat van Yoga. Hij groeit in het water, maar wordt er niet door bezoedeld. De Yogi is in de wereld, maar is niet van de wereld, betekent dit; of de boot moet op het water liggen, maar het water mag niet in de boot dringen. In de Bhagavad Gietaa vind je volgend inspirerend vers (V 10; zie onze uitgave van de BhG):
Hij die handelt, alle handelingen in het Absolute (Brahman) plaatsend en gehechtheid opgevend, wordt evenmin bezoedeld door zonde als een lotusblad door water.
Een Yogahouding zoals de Lotushouding leer je maar door geduldige oefening en door je niet te forceren. Gun het de tijd. Je moet het rustig en met geduld voorbereiden.
Ga te werk op de volgende beproefde manier. Ga zitten op je mat met de benen gestrekt. Strek de rug en ontspan hem dan zo goed mogelijk. Zit goed op de twee delen van het zitvlak. Voel hoe de grond het lichaam draagt. Ontspan het lichaam grondig. Buig het linkerbeen en trek de hiel zo dicht mogelijk tegen het perineum (plek tussen anus en geslachtsorgaan).
Ontspan dat linkerbeen goed, zodat het zakt door zijn eigen gewicht. Duw nu op een zachtaardige manier de knie in de richting van de grond, zonder bruuske bewegingen. Houd die druk een tijd vol. Je hoeft dit niet te herhalen, maar houd het elke dag wat langer vol.
Plaats om te eindigen de handpalmen vóór de borst tegen elkaar, sluit de ogen en mediteer over het oneindige Brahman, niet als iets anders, als iets ver van je af, maar als je eigen wezenlijke Zelf, als iets dat alomtegenwoordig is en dat je in staat stelt je bewust te zijn van de zon, de maan, de sterren, van het hele oneindige heelal.
Doe hetzelfde aan de andere zijde.
Duw de knie niet met bruuske, verende bewegingen naar beneden. Als je langzaam en gelijkmatig drukt, voel je tijdig de pijn, die je waarschuwt dat er gevaar dreigt. Je kunt in dat geval stoppen vóór de pijngrens wordt bereikt. Als je bruuske bewegingen maakt, ga je met geweld door de pijngrens. De pijn die je dan voelt, is het gevolg van toegebrachte schade.
Je kunt op die manier iets kapot maken dat je met geduld gedurende lange tijd hebt opgebouwd. Wees dus niet ongeduldig. Gun het zijn tijd. Heb het geduld van de kat die een vogel besluipt en de vasthoudendheid van de bloedzuiger. Dat is het geheim van het succes. Volgende maand gaan we een stap verder.
Het boek van de goddelijke werken
met visioenen van
Hildegard van Bingen
“Der gläubige Mensch richtet sein Trachten immer auf Gott, dem er in Ehrfurcht begegnet. Denn wie der Mensch mit den leiblichen Augen allenthalben die Geschöpfe sieht, so schaut er im Glauben überall den Herrn.”
Liber divinorum operum (Boek van goddelijke werken) is een werk uit de tweede helft van de 12e eeuw van de Duitse Benedictijner Abdis en mystica Hildegard von Bingen. Het is haar laatste visionaire werk en het werd geschreven tussen 1163 en 1174. Het bevat tien visioenen waarin de liefde van God tot uitdrukking komt in de mensen en in de relatie van de mensen tot God.
Hildegard vervolgt met een gedetailleerde beschrijving van het vierde visoen:
“De redelijke ziel brengt talrijke woorden voort die weerklinken zoals de boom zijn takken vermeerdert en zoals de takken uit de boom voortkomen, zo ontspruiten de krachten van de mens aan zijn ziel. De werken die zij in samenwerking met de mens volbrengt, welke deze ook mogen zijn, lijken op de vruchten van een boom.
De ziel heeft in werkelijkheid vier vleugels (geestelijke vermogens):
de zinnen (voelen),
de kennis (waarnemen),
de wil (willen)
en het verstand (denken).”
Haar overwegingen betreffende de mens te midden van de natuur voeren Hildegard terug tot de tijd van de schepping. “Toen God de mens zag, zag Hij dat hij goed was; had Hij hem niet naar zijn eigen beeld en gelijkenis geschapen? Het was aan de mens middels de stem van de rede de goddelijke wonderwerken te verkondigen! De mens is de volheid van het werk Gods, de mens kent God, want God heeft in hem alle schepselen geschapen, en Hij heeft hem toegestaan Hem in de kus van de ware Liefde en door de rede te loven en te prijzen; maar er ontbrak de mens een hulp aan hem gelijk.
God gaf hem deze hulp in de spiegel die de vrouw is. Zij verborg in zich het hele menselijke geslacht, dat zich in de energie van de goddelijke kracht moest ontwikkelen; in deze energie had hij de eerste mens geschapen. Daarom komen man en vrouw tezamen, om aan elkaar hun werk te voltrekken, want zonder de vrouw zou de man niet als zodanig worden herkend, en omgekeerd.
De vrouw is het werk van de man, de man is het instrument van troost voor de vrouw en geen van hen kan afzonderlijk leven. De man duidt op de goddelijkheid, de vrouw op de menselijkheid van de Zoon van God.” Zo hebben al deze visioenen een diepe eenheid van God en Zijn werk, of het nu om de mens gaat of om de kosmos.
Daaraan ontlenen zij hun grootsheid:
“De ziel, zolang zij in het lichaam verblijft, voelt Gods aanwezigheid omdat zij uit God voortkomt, maar zolang zij haar taak onder de schepselen vervult, ziet zij God niet. Als zij de werkplaats van haar lichaam heeft verlaten en oog in oog met God komt te staan, zal zij haar ware karakter en haar vroegere afhankelijkheid van het lichaam kennen. Zij wacht dus vol ongeduld op de jongste dag van de wereld, want het omhulsel waarvan zij houdt en dat haar eigen lichaam is, heeft zij verloren.
Als zij het heeft teruggekregen, zal zij samen met de engelen het luisterrijke aangezicht Gods zien. ” “De mens is het omhulsel dat mijn Zoon in Zijn koninklijke macht omhult, om God van de hele schepping en leven van leven te lijken.” “God heeft in de gedaante van de mens zijn gehele werk vastgelegd.”
Het vierde visioen van Liber Divinorum Operum is geheel gewijd aan het bezielde schepsel, de mens. Het visioenbeeld geeft in metaforen te kennen, hoe de ziel in het lichaam werkt.
De ziel heeft twee krachten, waardoor zij zowel het werk als de rust van haar ijverig streven met gelijke sterkte beheerst. Met de ene (kracht) stijgt zij omhoog, waar zij God ervaart. Met de andere (kracht) neemt zij het gehele lichaam waarin zij bestaat, in bezit om daarin te werken. Want het is de ziel tot vreugde om in het lichaam werkzaam te zijn. Daartoe is zij immers door God gemaakt. En door dat werk van het lichaam snelt de ziel naar haar vervolmaking.
Het menselijke lichaam is als het ware een afspiegeling van de geschapen wereld als geheel, het universum. In haar visioen zag Hildegard de mensengestalte staande in het midden van de cirkels der elementen. Zoals de armen en benen het lichaam van de mens in evenwicht houden temidden van alle natuurkrachten, zo houdt de ziel het innerlijk van de mens in evenwicht. Maar zoals het lichaam gemaakt is om te bewegen, zo staat ook de ziel niet stil. Zij is voortdurend in beweging, net zoals de winden in het uitspansel, die het wereldgebouw in evenwicht houden.
De ziel vliegt in de mens met vier vleugels, namelijk met het waarnemingsvermogen (sensualitas), met het verstand (intellectus) en met de kennis van het goede en het kwade (scientia boni en scientia mali). Zo werkt de ziel met de zintuiglijke waarneming volgens de smaak van het vlees (lichaam); door het verstand onderscheidt zij waarlijk haar werken, of die God of de mensen welgevallig zijn. Door de twee vleugels der kennis van het goede en kwade voltooit de mens elk werk in de ziel. Daardoor wordt getoetst welke werken door de geest verlossing door God verlangen en welke door het vlees het eerbetoon van de mensen begeren.
Was in Scivias de pelgrimsreis van de ziel op aarde verteld als een beeldverhaal, in Liber Divinorum Operum blijkt dat Hildegard in staat was een geleerd betoog te schrijven. Toch bleef zij concrete beelden gebruiken om uit te leggen wat zij bedoelde zoals een boom met takken of de ziel als een gevleugelde vogel. Wat zij opnieuw wilde verkondigen was, dat de mensenziel haar edele staat en haar opdracht ontleent aan haar goddelijke afkomst. Daardoor neemt zij deel aan de rede (rationalitas) en kan zij beschikken over woorden en taal om zich te uiten en haar werk bekend te maken. Na een lang leven van bidden en werken, schreef Hildegard:
“Immers, de met rede begiftigde ziel brengt met deze klank woorden voort om die te vermenigvuldigen, zoals een boom zijn takken vermenigvuldigt. En uit haar (de ziel) komen alle krachten van de mens voort, zoals uit de boom zijn takken. En zo worden ook de werken die door de mens verricht worden, naar hun hoedanigheid bekend, zoals de vruchten van de boom gekend worden. De ziel heeft immers vier vleugels, namelijk waarnemingsvermogen (sensus) en kennis (scientia), wil (voluntas) en verstand (intellectus). Door de vleugel van de waarneming merkt zij dat zij gewond is.
Zij neigt immers tot wat het vlees behaagt, waardoor zij altijd koerst op onbestendige wind. Door de vleugel der kennis heeft het lichaam, wetend dat het door de ziel leeft, verlangen om te werken. En door de vleugel van de wil verlangt de ziel ernaar om met het lichaam te werken, daar zij ziet dat dit ervoor gemaakt is. Maar door de vleugel van het verstand (her)kent de ziel de vruchten van al die werken, of zij nuttig zijn of nutteloos, en weet zij in hoeverre deze het eeuwige (leven) te wachten staat.
Doordat deze vier vleugels met de kennis van goed en kwaad van voren en van achteren ogen hebben, vliegt de ziel als een vogel voorwaarts door de kennis van het goede als de mens het goede doet, achteruit door de kennis van het kwade als de mens slechte werken doet.”
Hoewel de beelden die Hildegard in Liber Divinorum Operum gebruikte verschillen van die in Scivias, is de inhoud van haar zielkunde dezelfde gebleven, maar zij is dieper doordacht en diepzinniger uitgedrukt. Meer dan vroeger benadrukte Hildegard in haar latere werk de gespannen verhouding tussen de ziel en het lichaam. Het lichaam trekt de ziel omlaag met haar zintuigen die het aardse zoeken. De ziel moet het lichaam moeizaam meetorsen terwijl zij opwaarts wil streven naar haar goddelijke oorsprong en bestemming.
.
.
.
.
.
.
De Openbaring is het laatste boek van het Nieuwe Testament en de Bijbel. Het werd geschreven door de apostel Johannes op het eiland Patmos, een eiland in de Egeïsche Zee vlakbij Turkije. Het boek is gedateerd in 96 NC, alhoewel er ook argumenten zijn voor een vroegere datum. Omdat de teksten in het Grieks geschreven zijn, noemt men het boek ook de Apocalyps. Het is een profetisch boek en bevat 22 hoofdstukken. God openbaart Johannes via een visioen geheimen over de eindtijden.
.
.
.
zijn doel met deze wereld.
de toekomst van Israël en de wereld.
het mysterie van het goede en het kwade.
de bestraffing van het goede en de bestraffing van het kwade.
de toekomstige natuurrampen en oorlogen.
de wederkomst van de Messias.
de dag des oordeel
het uitzicht in de hemel en zijn troon.
de nieuwe hemel en de nieuwe aarde.
.
De Openbaring is moeilijk te begrijpen door de vele mystieke symbolen in de teksten en de verwijzingen naar het Oude Testament. De geschiedenis van Israël is een leidraad doorheen de 22 hoofdstukken. Jeruzalem wordt het centrum van goddelijke theocratie voor gans de wereld.
.
.
.
Dit zijn enkele citaten uit de Bijbel waarin God de mens aanmaant kennis in zich op te nemen over zichzelf en Jezus Christus. Wie God zoekt zal hem vinden. Het is aan de mens om de eerste stap te zetten. Wanneer we God om inzichten vragen zal de Heilige Geest ons geestelijk denken verlichten. Het onbegrijpelijke wordt plots ver-staanbaar.
In het eerste en het laatste hoofdstuk van de Openbaring zegt Christus dat het lezen ervan een zegening geeft. Het woord van God, de Bijbel, is meer dan de traditionele preken en parabels die we al jaren kennen. Kennis opnemen van God is niet alleen bestemd voor theologen, maar voor iedereen. Daardoor krijgen we inzichten in het verleden en heden waardoor we met een gerust hart en vertrouwen de toekomst tegemoet kunnen gaan.
.
.
.
.
.
.
.
.
Pasteltekening van John Astria
.
.
Pasteltekening van John Astria
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
pasteltekening van John Astria
Openbaring 13:14. En het misleidt hen die op de aarde wonen, door de tekenen die hem gegeven zijn te doen in tegenwoordigheid van het beest, en het zegt tot hen die op de aarde wonen, dat zij voor het beest dat de wond van het zwaard had en weer leefde, een beeld moesten maken.
Openbaring 13:15. En het werd hem gegeven aan het beeld van het beest adem te geven, opdat het beeld van het beest ook zou spreken en maken dat allen die het beeld van het beest niet aanbaden, gedood zouden worden.
Het Beeld van het Beest wordt massaal aanbeden (vgl. Opb. 14:9; 14:11; 16:2; 19:20). Opvallend is dat het Beest uit de Zee deze beeldverering kennelijk goedvindt, hoewel hij zich verzet en zich verheft tegen al wat een voorwerp van verering is (2 Thess. 2:4). Een dergelijke tegenstrijdigheid betreft ook zijn afwijzing van al wat God heet, hoewel hijzelf “in de tempel van God gaat zitten en zichzelf vertoont dat hij God is” (2 Thess. 2:4). Vergelijk de voorzegging door de engel aan Daniël over een toekomstige koning:
Da 11:36. Die koning zal handelen naar eigen goeddunken. Hij zal zich verheffen en zich groot maken boven elke god. Hij zal tegen de God der goden wonderlijke dingen spreken. Hij zal voorspoedig zijn tot de gramschap voltrokken is. Want wat vast besloten is, zal gebeuren.
Da 11:37. En hij zal niet letten op de goden van zijn vaderen, [en] ook niet op het verlangen van de vrouwen. Hij zal op geen enkele god letten, maar zichzelf boven alles groot maken.
Da 11:38. En hij zal de god van de vestingen in zijn standplaats eren. Hij zal namelijk de god die zijn vaderen niet gekend hebben, eren met goud, met zilver, met edelgesteente en met kostbaarheden.
Da 11:39. Hij zal versterkte vestingen maken samen met een vreemde God. Voor hen die hij zal kennen, zal hij de eer laten toenemen en hen laten heersen over velen en hij zal het land uitdelen als beloning.
Aanbidding van het Zeebeest en zijn beeld is je reinste afgodendienst. Er zullen echter mensen zijn die er niet aan mee doen. Zij weten dat God een na-ijverig God is en geen aanbidding van mensen of beelden kan verdragen.
Exodus 20:2. Ik ben de Heere, uw God, Die u uit het land Egypte, uit het slavenhuis, geleid heeft.
Exodus 20:3. U zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.
Exodus 20:4. U zult voor uzelf geen beeld maken, geen enkele afbeelding van wat boven in de hemel, of beneden op de aarde of in het water onder de aarde is.
Exodus 20:5. U zult zich daarvoor niet neerbuigen, en die niet dienen, want Ik, de Heere, uw God, ben een na-ijverig God, Die de misdaad van de vaderen vergeldt aan de kinderen, aan het derde en vierde geslacht van hen die Mij haten,
Exodus 20:6. Maar Die barmhartigheid doet aan duizenden van hen die Mij liefhebben en Mijn geboden in acht nemen.
Degenen die weigeren mee te doen aan de aanbidding van het Beeld en van het Beest en ook het merkteken van het Beest weigeren, al kost het ook hun leven, zijn overwinnaars en zullen opgewekt worden en met Christus in het duizendjarig Vrederijk regeren.
Openbaring 15:2. En ik zag als een glazen zee met vuur gemengd, en hen die de overwinning behaald hadden over het beest en over zijn beeld en over het getal van zijn naam, op de glazen zee staan met harpen van God.
Openbaring 20:4. En ik zag tronen, en zij gingen daarop zitten, en het oordeel werd hun gegeven; en ik zag de zielen van hen die om het getuigenis van Jezus en om het woord van God onthoofd waren, en die het beest of zijn beeld niet hadden aangebeden en niet het merkteken aan hun voorhoofd en aan hun hand ontvangen hadden; en zij werden levend en regeerden met Christus duizend jaren.
pasteltekening van John Astria
Het Beeld van het beest dan wel het Beest zelf is waarschijnlijk gelijk aan ‘de gruwel der verwoesting‘ waarvan door de profeet Daniël gesproken is. De Heer Jezus verwijst naar deze de gruwel, die in ‘de heilige plaats’ , de tempel in Jeruzalem, zal staan.
Mattheüs 24:14. En dit evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde gekomen zijn.
Mattheüs 24:15. Wanneer gij dan de gruwel der verwoesting, waarvan door de profeet Daniel gesproken is, op de heilige plaats ziet staan (wie het leest, geve er acht op)
Mattheüs 24:16. laten dan wie in Judea zijn, vluchten naar de bergen.
.
.
Een historische voorafschaduwing van het Beeld is het gouden beeld dat de beroemde Babylonische koning Nebukadnezar liet oprichten en waarvoor iedereen moest buigen. Het was ongeveer 30 meter (60 el) hoog en 3 meter (6 el) breed. Wie weigerde te buigen, moest in een brandende oven geworpen worden.
Daniël 3:1. Koning Nebukadnezar maakte een gouden beeld, waarvan de hoogte zestig el was, en zijn breedte zes el. Hij richtte het op in het dal Dura, in het gewest Babel.
Daniël 3:5. Op het moment dat u het geluid hoort van de hoorn, fluit, citer, luit, lier, panfluit, en allerlei muziekinstrumenten, moet u neervallen en het gouden beeld aanbidden dat koning Nebukadnezar heeft opgericht.
Daniël 3:6. Wie niet neervalt en aanbidt, zal op hetzelfde ogenblik midden in de brandende vuuroven worden geworpen.
Daniël 3:7. Daarom, zodra al de volken het geluid hoorden van de hoorn, fluit, citer, luit, lier, en allerlei muziekinstrumenten, vielen op datzelfde tijdstip alle volken, natiën en talen neer, [en] aanbaden het gouden beeld dat koning Nebukadnezar had opgericht.
.

Afbeelding: gedwongen verering van het beeld van Nebukadnezar.
Het 30 meter hoge beeld is naar verhouding nog te klein getekend.
.
Drie Joodse mannen, namelijk Sadrach, Mesach en Abed-Nego, die Nebukadnezar over het bestuur van het gewest Babel had aangesteld, weigerden het gouden beeld te aanbidden. Zij werden er dan ook van beschuldigd dat zij Nebukadnezars goden niet vereren en het gouden beeld niet aanbidden (Dan. 3:12). Zij antwoordden de koning:
Daniël 3:17. Als het moet, kan onze God, Die wij vereren, ons verlossen uit de brandende vuuroven, en Hij zal ons, o koning, uit uw hand verlossen.
Daniël 3:18. En zo niet, het zij u bekend, o koning, dat wij uw goden niet zullen vereren en het gouden beeld dat u hebt opgericht, niet zullen aanbidden.
Daarop werden ze in de brandende oven geworpen. In de oven verscheen een vierde persoon, een engel, en deze was bij de mannen en zij werden gespaard. Nebukadnezar zag hun wonderlijke bewaring en riep de Joden uit de oven terug. Hij noemde ze “dienaren van de allerhoogste God” (Dan. 3:26). Er was aan de mannen helemaal niet te merken dat ze in de oven waren geweest.
Daniël 3:27. Toen kwamen de stadhouders, de machthebbers, de landvoogden en de raadslieden van de koning bijeen. Zij zagen aan deze mannen dat het vuur geen vat had gekregen op hun lichaam: het haar van hun hoofd was niet geschroeid, en hun mantels waren niet verteerd, ja, er hing [zelfs] geen brandlucht aan hen.
Daniël 3:28. Nebukadnezar nam het woord en zei: Geloofd zij de God van Sadrach, Mesach en Abed-Nego, Die Zijn engel heeft gezonden en Zijn dienaren heeft verlost, die op Hem hebben vertrouwd, het bevel van de koning hebben weerstaan en hun lichaam hebben overgegeven, omdat zij geen enkele god wilden vereren of aanbidden dan hún God.
Daniël 3:29. Daarom wordt door mij een bevel uitgevaardigd dat elk volk, [elke] natie of taal die lasterlijke dingen zegt over de God van Sadrach, Mesach en Abed-Nego, in stukken zal worden gehouwen en dat zijn huis tot een mesthoop zal worden gemaakt, want er is geen andere god die zo redden kan.
Daniël 3:30. Toen maakte de koning Sadrach, Mesach en Abed-Nego voorspoedig in het gewest Babel.
.
In meerdere opzichten schaduwt Nebukadnezars beeld het beeld van het Beest vooraf
.
Een eigentijdse voorloper van de verering van een mansbeeld is de eer die burgers in Noord-Korea dagelijks moeten bewijzen aan Kim Il-Sung, bij diens immense standbeeld in de hoofdstad van het land. Wie dat niet doet, riskeert het strafkamp.

Foto: eerbetoon bij het 23 meter hoge standbeeld van Kim Il-Sung.
Het beeld van Nebukadnezar was zo’n 7 meter hoger.
.
.