Category/categorie: religion/religie/video
Peter vs Paul
Petrus versus Paulus
Robert Breaker
preview en aankoop boek “De Openbaring “:
http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget


.
Infecties kunnen asymptomatisch verlopen of een brede waaier aan symptomen vertonen, afhankelijk van de duur van de infectie, gastheer factoren (immuniteit), enz. Klassiek onderscheidt men drie verschillende stadia.
.
(stadium I: 2 à 30 dagen na de beet). In ongeveer 60% van de vroege klinische gevallen is het eerste symptoom het ‘erythema migrans’. Dit is een rode, zich centrifugaal uitbreidende verkleuring van de huid, met een diameter van minstens 5 cm tot maximaal 60 cm; vanuit het centrum verbleekt het erythema geleidelijk. Soms treden ook griepachtige symptomen op zoals koorts, hoofdpijn, spier- en gewrichtspijn, gezwollen klieren…
(stadium II: binnen de weken na de beet) Bij een aantal patiënten (tot 15%) die in het eerste stadium niet of niet adequaat werden behandeld, kunnen verspreide erythema migrans-letsels, vermoeidheid, neurologische problemen (b.v. meningitis, neuropathie), cardiale problemen en artritis optreden.
(stadium III: maanden tot jaren na de infectie), met b.v. persisterende artralgie, vooral ter hoogte van de knie, en meer zelden neurologische problemen (“late neuroborreliose”) en huidletsels (acrodermatitis chronica atrophicans). Ook bij een adequate behandeling blijven bij een klein percentage mensen subjectieve klachten bestaan, vooral vermoeidheid, spierpijn en neurocognitieve problemen; dit syndroom, dat niet goed is gedefinieerd, wordt soms chronische ziekte van Lyme of post-Lymesyndroom genoemd.
.
Om besmetting te voorkomen, wordt meestal aangeraden om bij spelen, wandelingen en werk in bossen waar besmette teken voorkomen, en zeker in een bos met lage onderbegroeing, de huid te beschermen met lange mouwen, lange broekspijpen en gesloten schoenen. Daarnaast is het aangeraden om op de paden te blijven en niet door struiken en planten te kruipen waarop misschien teken zitten te wachten op een gastheer.
• Zet kinderen een pet op (teken vallen op het hoofd).
• Kampeer niet aan de bosrand, niet langs de omzoming van de camping.
• In verdachte gebieden wordt aangeraden het hele lichaam om de 3-4 uren te controleren op de aanwezigheid van teken.
•Insecten werende middelen. In een brochure over teken, uitgegeven door het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap (administratie Gezondheidszorg) wordt vermeld dat insecten repellants op zichzelf onvoldoende bescherming geven tegen teken, en dus een vals gevoel van veiligheid kunnen geven. Wanneer toch geopteerd wordt voor een repellant zoals diëthyltoluamide (DEET) , moet men er rekening mee houden dat er enkel bescherming is op de plaatsen waar de repellant is aangebracht, en dat de bescherming slechts enkele uren aanhoudt.
• Het verwijderen van een teek gebeurt best met een pincet. Grijp de teek vast zo dicht mogelijk bij de huid. Vermijd daarbij om het lichaam van de teek te verpletteren. Probeer de kop van de teek te vatten met behulp van een pincet (of twee vingers), zachtjes draaien/trekken om de teek te verwijderen (geen enkel deel van de teek onder de huid laten zitten).
.
•De teek niet uitbranden, geen olie gebruiken om de teek te verdoven.
•Ontsmet nadien de huid en steriliseer de pincet (door ze even in kokend water te leggen).
• Noteer de datum en de plaats van een tekenbeet. Normaal gezien kleurt de huid rondom de beet lichtjes rood en verdwijnt dit vanzelf na een paar dagen. Indien dit niet het geval is, contacteer dan je huisarts.
Er bestaat geen vaccin tegen deze infectie. Een Amerikaans vaccin (dat echter niet werkte tegen het Lymetype dat bij ons bestaat) is onlangs van de markt gehaald. Er bestaat wel een vaccin tegen een andere tekenziekte, Fruhsommer Encephalitis. Dit vaccin is sinds kort ook in België beschikbaar, maar werkt niet tegen Lyme.
Na vaststelling van de typische huiduitslag is een laboratoriumbevestiging nodig. Er zijn twee laboratoria waar test voor diagnose of bevestiging van de Lymeziekte worden uitgevoerd: UZ Gasthuisberg in Leuven en kliniek St-Luc aan de UCL te Brussel.
Behandeling met antibiotica wordt aanbevolen vanaf het vroeg gelokaliseerd stadium. Erythema migrans verdwijnt wel vaak spontaan, maar antibiotica versnellen het herstel van de huidletsels, en gaan de verdere evolutie van de ziekte tegen. In aanwezigheid van erythema migrans en voorgeschiedenis van blootstelling aan een tekenbeet, moet geen bloedtest gebeuren vooraleer de behandeling te starten.
• Patiënten met positieve bloedtest, maar zonder klinische symptomen van de ziekte van Lyme moeten niet worden behandeld. Bepalen van Borrelia-serologie kan wel nuttig zijn bij de diagnosestelling van ziekte van Lyme wanneer de typische huidletsels niet kunnen vastgesteld worden.
• De behandeling van de ziekte van Lyme in het vroeg, gelokaliseerd stadium is als volgt:
Doxycycline (200 mg per dag in twee giften) of amoxicilline (1,5 g per dag in 3 giften). Doxycycline is gecontra-indiceerd tijdens de zwangerschap en de lactatie. Bij patiënten bij wie doxycycline gecontra-indiceerd is en met allergie voor penicillines, kan cefuroximaxetil (1 g per dag in 2 giften) worden toegediend.
Amoxicilline (50 mg/kg/dag in 3 giften) of, vanaf 8 jaar, doxycycline (2 à 4 mg /kg/dag in 2 giften, met max. 100 mg per dag). Cefuroximaxetil (30 mg/kg/dag in 2 giften) is een aanvaardbaar alternatief.
De macroliden kunnen in aanmerking komen wanneer de andere antibiotica niet verdragen worden of gecontra-indiceerd zijn. In het gedissemineerd stadium, met neurologische of cardiale problemen en/of gewrichtsproblemen, is vaak intraveneuze toediening van antibiotica (b.v. ceftriaxon, cefotaxim) noodzakelijk.
Bij patiënten met late neuroborreliose is het therapeutisch antwoord op de antibiotica vaak laattijdig, en soms onvolledig. Er is geen bewijs dat bij patiënten met “post-Lymesyndroom” herhaalde of langdurige toediening van antibiotica, oraal of intraveneus, nuttig is.
.
De ziekte van Lyme is een erkende beroepsziekte in ons land. Dat betekent dus dat iemand die beroepshalve besmet wordt door een teek (bv. bos- en parkwachters, houtvesters, enz.) in aanmerking komt voor vergoeding door het Fonds voor Beroepsziekten. Voor ambtenaren die beroepshalve besmet worden, geldt een aangepaste regeling via de administratieve gezondheidsdienst van het ministerie van Volksgezondheid.
.
.
.
Amerikaanse voedingskundigen pleiten ervoor om niet alleen het aantal calorieën weer te geven op voedingsproducten, maar ook hoe lang u moet sporten om het lekkers weer te verbranden. Daarover woedt momenteel een debat in de Verenigde Staten. ‘Mensen snappen dat eerste cijfer toch niet’, klinkt het.
Het debat werd geopend na een onderzoek bij tieners uit achtergestelde buurten in Baltimore. Onderzoekers van de Johns Hopkins Bloomberg School of Public Health plaatsten er in winkels vier verschillende billboards naast producten.
Op het eerste stond hoeveel lepels suiker een drankje bevatte, op het tweede het aantal calorieën, op het derde ‘je moet 50 minuten lopen om dit flesje frisdrank weg te sporten’ en op het laatste kwam de melding dat je een achttal kilometer moest stappen om datzelfde flesje frisdrank te verbranden.
Door alle billboards werd duidelijk minder naar calorierijke drankjes gegrepen, maar het effect was volgens de studie het grootst bij de laatste twee borden. Gemiddelde verbrand je zo’n 300 calorieën per uur dat je wandelt, en 600 per uur dat je loopt. Het totaal aantal calorieën deel je voor joggen door 10 en voor wandelen door 5, en zo heb je het aantal minuten bewegen.

Door te mediteren met deze steen, wordt je omgeven door een bel van liefdesenergie. Je opent, activeert en stimuleert het hartchakra, waardoor je in resonantie komt met de frequentie van mededogen en de liefde die je van oorsprong bezit. Wil je de prachtige energie van onvoorwaardelijke liefde van rozenkwarts ervaren dan is de volgende steenlegging met meditatie beslist een aanrader.

rozenkwarts bewerkt
Als het genoeg voor je is, grond je stevig en kom langzaam in je eigen tempo terug naar het hier en nu.




























































Deze miniatuur wil ons leren dat de openbaring van de Drieëenheid, de diacrisis of de discretio de kern van ons geloofsleven vormt. Daarom verschijnt op de hoek in het Westen, vanwaar via het Zuiden de terugkeer naar het Oosten begint, de kolom van de Drievuldigheid. In het Westen gaat immers de zon onder en deze ondergang wijst naar het einde der tijden. Toen kwam ook de Zoon Gods zelf op aarde om in Zijn Menswording de val van Adam te herstellen. Deze komst bracht mee dat God iets openbaarde van Zijn diepste innerlijk leven.
Het fundament van dit mysterie, zegt Hildegard, is evenwel onpeilbaar voor het menselijk vernuft. Dit bijzonder gegeven heeft de miniaturist op een zeer oorspronkelijke manier in beeld gebracht en door zijn eenvoud en kleur nodigt deze miniatuur uit tot meditatie.
We zien hier dit grote mysterie uitgebeeld als een driekantige rode zuil, zonder begin onderaan en zonder einde bovenaan, alleen de drie zilveren hoeken zijn aangegeven. Het derde vlak is uiteraard onzichtbaar. Het gaat in deze miniatuur alleen om de drie zilverkleurige hoeken, die zo scherp zijn als een zwaard. De twee zichtbare zijwanden zijn rood wat verwijst naar Christus die zijn bloed vergoten heeft voor de zonden van de mensen.
Hildegard zegt dat deze zuil wonderbaar evenwichtig en zonder enige ruwheid is, omdat God komt in de kracht der genade. Hij is zachtmoedig voor allen die naar gerechtigheid streven. Bovendien was in Christus geen enkele ruwheid ten gevolge van ongerechtigheid te vinden.
Tegelijkertijd zijn de hoeken van deze zuil zo scherp als een perfect geslepen zwaard, dat gericht is tegen diegenen die zich door hun ongeloof afsluiten voor het door de Menswording geopenbaarde geheim van de Drieëenheid van God. Zij worden afgesneden van de oerbron en vallen in hun eigen niets terug.
Als droog stro worden de trouweloze christenen, die het kiemkrachtige koren van de goede werken van zich afgeworpen hebben, afgemaaid. De trotse joden ziet Hildegard als veertjes door de wind omhoog geblazen. Zij zochten de gerechtigheid in zichzelf en niet in God. Zij wilden door eigen kracht de hoogte van de hemel bereiken, maar door Gods macht zijn ze naar alle richtingen verstrooid.
Heidenen die liever duivels bedrog dan de geboden Gods opvolgen, ziet onze zieneres als vermolmd hout. Hun lot is de vergetelheid in het eeuwige vuur. Het mysterie van de H. Drieëenheid is een lievelingsthema in de spiritualiteit van Hildegard. De uitleg van het visioen ontleent zich door de macht, de wil en de gloed.
Macht, wil en gloed zijn de drie toppen van handeling. In de macht is de wil en in de wil is de gloed en zij zijn onverdeeld zoals de adem van de mens bij het uitademen. In de ondeelbare uitademing van de menselijke adem is de ademtrilling, de vochtigheid en de warmte. Zo zijn de drie personen in het éne onveranderlijke wezen van de Godheid. Er is de Vader, de Zoon de H. Geest.
Zij zijn altijd één en werken onverdeeld samen. God bestaat in drie Personen zonder begin, van vóór het begin der wereld en voordat de aanname van het vlees door de Zoon gebeurd was. Maar zelfs nadat de Zoon de menselijke natuur aangenomen heeft, is diezelfde God één in drie Personen en Hij wil zo steeds aangeroepen worden.
Wie niet gelooft in de Drieëenheid wordt afgesneden van het Rijk Gods, omdat hij de ongereptheid van de Godheid verscheurt. Nu zijn we op het keerpunt van het gebouw en gaan we in geloof via het Zuiden naar het Oosten terug.
Voor boeren in de landen grenzend aan de Middellandse Zee, is het ergste dat hen kan overkomen – op een lang-durige droogte na – een sprinkhanenplaag. De sprinkhanen daar zijn verwant aan die in ons land. Het zijn insec-ten, die in zulke enorme aantallen optrekken, en met zo’n precisie te werk gaan, dat zij alles wat zij op hun pad tegenkomen en dat groen is, volledig kaalvreten.
Wanneer wij in het boek Exodus lezen over de achtste plaag die God over Egypte bracht, beseffen wij wat voor catastrofe dat moet zijn geweest (Exodus 10: 1-20). De vroege gewassen, het vlas en de gerst, waren al door de hagel neergeslagen; nu waren de tarwe en de spelt aan de beurt (Exodus 9: 29-33).
Omdat de Farao steeds weigerde naar God te luisteren, voerde Hij met een oostenwind een zwerm sprinkhanen aan, groter dan Egypte ooit had gezien. Nadat zij al het overige gewas kaalgevreten hadden, voerde God hen weer weg met een westenwind. Sprinkhanen werden dus door God gebruikt om mensen te straffen, onder meer de Israëlieten toen zij Hem de rug toekeerden (Deuteronomium 28: 38-42).
Exodus 10: 1-20
1 De Heer zei tegen Mozes: “Ga opnieuw naar de farao. Want Ik heb hem en zijn dienaren zó koppig gemaakt, dat ze niet zullen willen luisteren. Want Ik wil mijn wonderen bij hen doen. 2 Dan zullen jullie aan je kinderen en kleinkinderen vertellen wat Ik voor wonderen in Egypte heb gedaan. Jullie zullen weten dat Ik de Heer ben.”
3 Toen gingen Mozes en Aäron weer naar de farao. Ze zeiden tegen hem: “Dit zegt de Heer, de God van de He-breeën: hoelang zult u blijven weigeren om Mij te gehoorzamen? Laat mijn volk vertrekken, zodat ze Mij kunnen aanbidden. 4 Als u mijn volk niet laat gaan, zal Ik morgen sprinkhanen in uw land laten komen. 5 Ze zullen het hele land bedekken. Zelfs de grond zal niet meer te zien zijn. Ze zullen alles opeten wat er na de hagelbuien nog is overgebleven van de oogst en de bomen.
6 En alle huizen in Egypte zullen vol met sprinkhanen zitten. Nog nooit eerder is zoiets gebeurd in de geschie-denis van Egypte.” Toen draaide Mozes zich om en vertrok. 7 De dienaren van de farao zeiden tegen hem: “Hoelang zal deze man ons nog ellende bezorgen? Laat die mannen vertrekken om hun Heer God te aanbidden! Ziet u dan niet dat Egypte helemaal wordt vernietigd?”
8 Toen werden Mozes en Aäron bij de farao terug geroepen. De farao zei tegen hen: “Ga jullie Heer God maar aanbidden. Maar wie zullen er eigenlijk allemaal gaan?” 9 Mozes antwoordde: “We gaan met jong en oud, met onze zonen en dochters, met onze schapen, geiten en koeien. Want we hebben een feest voor de Heer.” 10 Toen zei de farao tegen hen: “Ik wens jullie nog liever de zegen van de Heer toe, dan dat ik jullie en jullie kinderen laat vertrekken! Pas maar op, want ik begrijp wel wat jullie van plan zijn!
11 Nee, alleen de mannen mogen gaan om de Heer te aanbidden, want dat was wat jullie hadden gevraagd.” En hij joeg hen zijn paleis uit. 12 Toen zei de Heer tegen Mozes: “Strek je hand uit over Egypte. Dan zullen er sprinkhanen in Egypte komen. Ze zullen alle planten opeten, alles wat er na de hagel nog is overgebleven.” 13 Toen strekte Mozes zijn staf uit over Egypte. En de Heer zorgde ervoor dat er die hele dag en die hele nacht een oostenwind over het land waaide. Toen het ochtend werd, bracht de wind sprinkhanen mee.
14 Zo kwamen er sprinkhanen in heel Egypte. In het hele land streken ze in grote zwermen neer. Nog nooit eer-der was er zó’n grote sprinkhanenplaag in Egypte geweest en zo één zal er ook nooit meer komen. 15 Ze be-dekten het hele land. Het zag er zwart van de sprinkhanen. Ze aten alle planten en vruchten op die niet door de hagel waren vernield. Zo bleef er in heel Egypte geen sprietje groen meer over.
16 Toen liet de farao snel Mozes en Aäron halen en zei: “Ik heb verkeerd gedaan tegen jullie Heer God en tegen jullie! 17 Vergeef het mij nog één keer! Bid tot jullie Heer God dat Hij ons redt! Want zo gaan we allemaal dood!” 18 Toen ging Mozes bij de farao weg en bad tot de Heer. 19 En de Heer zorgde ervoor dat er een harde westenwind ging waaien. Die nam de sprinkhanen mee en blies ze de Rietzee in. Er bleef in heel Egypte geen één sprinkhaan over. 20 Maar de Heer zorgde ervoor dat de farao koppig bleef, zodat hij de Israëlieten niet liet gaan.
Exodus 9: 29-33
29 Mozes zei tegen hem: “Zodra ik buiten de stad ben, zal ik tot de Heer bidden. Het onweer zal ophouden en het zal niet meer hagelen. Dan zult u toegeven dat de aarde van de Heer is. 30 Maar ik weet dat u en uw die-naren nog steeds geen ontzag hebben voor de Heer God.” 31 Het vlas en de gerst waren door de hagel platge-slagen, want de gerst had al aren en het vlas stond net in bloei.
32 Maar de tarwe en de spelt waren niet platgeslagen, want die groeien later. 33 Mozes ging bij de farao weg. Hij ging de stad uit, stak zijn handen op naar de Heer en bad tot Hem. Toen hield het zware onweer op en de ha-gel en de stortregen stopten.
Deuteronomium 28: 38-42
38 Jullie zullen veel zaad in de akkers zaaien, maar weinig oogsten. Want de sprinkhanen zullen de oogst opvreten.
39 Jullie zullen wijngaarden planten en bewerken, maar geen wijn drinken of druiven plukken. Want de wormen zullen alles kaalvreten.
40 Jullie zullen in het hele land olijfbomen hebben, maar jullie zullen je niet met olie zalven. Want de olijven zullen afvallen.
41 Jullie zullen zonen en dochters krijgen, maar niet van hen genieten. Want ze zullen als buit meegenomen worden.
42 Alle bomen en akkers zullen door ongedierte worden kaalgevreten.
“De sprinkhanen – een koning hebben zij niet, maar ze rukken in slagorde op” (Spreuken 30: 27) zei Salomo. De profeet Joël voorspelde zo’n sprinkhanenplaag, zowel letterlijk als figuurlijk, als een sterke invallende macht (Joël 1: 1-7). In vers 4 worden vier verschillende woorden voor de sprinkhanen gebruikt; ze worden vertaald als knager, sprinkhaan, verslinder en kaalvreter.
Spreuken 30: 27
27 De sprinkhanen – ze hebben geen koning, maar toch trekken ze als één groot leger op.
Joël 1: 1-7
1 Dit is wat de Heer zei tegen de profeet Joël, de zoon van Petuël. 2 Luister, leiders van het volk! Luister goed, bewoners van het land! Luister naar wat Ik nu ga zeggen. Is dit ooit eerder gebeurd in de geschiedenis van dit land? 3 Vertel het aan je kinderen. En laten zij het weer aan hún kinderen vertellen, en ook zij weer aan hún kin-deren.
4 De sprinkhanen eten alles op: wat de knager overlaat, eet de sprinkhaan op. Wat de sprinkhaan overlaat, wordt opgevreten door de verslinder. En wat de verslinder overlaat, eet de kaalvreter op.
5 Dronkenlappen, word wakker! Huil en klaag, zuipers, want jullie zullen geen nieuwe wijn hebben! 6 Want een groot volk valt dit land aan. Een machtig, ontelbaar leger. Als een leeuw verslindt het alles met zijn tanden. 7 Israël, mijn wijnstruik, wordt helemaal verwoest. Mijn vijgenboom Israël ziet wit als schuim. Het leger schilt mijn vijgenboom helemaal kaal en werpt hem weg. De takken zijn kaal en wit geworden.
Wij weten niet wanneer Joël profeteerde, maar het feit dat de bazuin op Sion geblazen moest worden (Joël 2: 1), betekent dat een aanval op Juda ophanden was. Dit zou wellicht de aanval van de Assyrische koning Sanherib in de dagen van koning Hizkia geweest kunnen zijn. Interessant is dat er in 2 Koningen 15 t/m 18 over vier invallen van Assur wordt geschreven, drie op het noordelijke rijk en één op Juda.
Joël 2: 1
1 Blaas op de ramshoorn in Jeruzalem! Sla alarm op mijn heilige berg Sion! Laten de bewoners van het land beven van angst, want de dag van Gods straf komt eraan!
In Arabische landen gebruikt men nog steeds sprinkhanen als voedsel. Dus is het niet zo vreemd dat Johannes de Doper, toen hij in de woestijn was, leefde van deze insecten en wilde honing (Matteüs 3: 4). En de wet van Mozes stond hem dat toe (Leviticus 11: 20-22).
Matteüs 3: 4
4 Johannes droeg een mantel die van kameelhaar was gemaakt, met een leren gordel om zijn middel. Hij leefde van sprinkhanen en honing van wilde bijen.
Leviticus 11: 20-22
20 Alle insecten moeten jullie walgelijk vinden. 21 Maar alle insecten die springpootjes hebben, mogen jullie wél eten. 22 Dat zijn dus alle soorten sprinkhanen. 23 Maar alle andere insecten moeten jullie walgelijk vinden.