Category, categorie: The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video
.
.
Psalm 83 • A prayer for God to rescue His people
.
Psalmen 83 . Een gebed aan God voor redding van Zijn volk
.
Paul LeBoutillier
.


.
.
.
.
.


.
.
.
Obsidiaan is vulkanisch glas. Het ontstaat doordat vulkanisch materiaal na een vulkaanuitbarsting zo snel afkoelt, dat er geen kristalrooster kan ontstaan.
De kleur is meestal donker, vaak zwart, maar kan ook bruin of grijs zijn. Sneeuwvlokobsidiaan is zwarte obsidiaan met grijs-witte vlekken, de ‘sneeuwvlokken’.
Sneeuwvlokobsidiaan wordt tot de gesteentesgerekend. Het is dus geen apart mineraal. Het bestaat voor driekwart uit siliciumdioxide. Het resterende kwart wordt gevormd door een veelvoud van andere mineralen.
Door de zwarte kleur heeft de sneeuwvlokobsidiaan een sterk absorberend karakter (zwart absorbeert alle kleuren). Mediteren met de sneeuwvlok obsidiaan toont je je schaduwzijde, je minder leuke kanten.
Slapen met een sneeuwvlokobsidiaan onder je kussen of op je nachtkastje kan onrustige dromen en zelfs nachtmerries veroorzaken. Merk je dat je nachtmerries krijgt na de aanschaf van een sneeuwvlok- of andere obsidiaan, verwijder hem dan uit je onmiddellijke nabijheid.
Als amulet gedragen beschermt de steen tegen valse vrienden, negatieve invloeden en gevaar.
Dankzij de lichte vlokken heeft sneeuwvlokobsidiaan een lichtere, luchtiger werking dan zwarte obsidiaan. Gebruik de zwarte obsidiaan bij voorkeur alleen onder begeleiding van een (edelsteen)therapeut, omdat het een zeer confronterende steen kan zijn, die veel oud zeer naar boven kan halen.
Pas op: als je sneeuwvlokobsidiaan breekt, kun je je lelijk snijden. De breukvlakken zijn vlijmscherp.
.
.
.
.
.
De naam obsidiaan is eigenlijk een schrijffout. Die naam is ontleend aan latijn lapis obsidianus, terwijl de steen eigenlijk lapis obsianus had moeten heten. Deze woorden betekenen: steen van Obsius. Volgens de Romeinse schrijver/wetenschapper Plinius (23-79 n.Chr.) nam zijn landgenoot Obsius deze steen uit Ethiopië mee naar Rome.
.
.

.
.
.
.Al heel vroeg, in de Steentijd, werd obsidiaan gebruikt voor het maken van werktuigen. ,InNoord-Amerika gebruikten de Indianen obsidiaan om speren en pijlen van scherpe punten te voorzien. Daarnaast was obsidiaan voor de Indianen een belangrijke heelsteen en talisman.
Ook inEuropawerd obsidiaan in de Steentijd gebruikt om vlijmscherpe messen en mespunten te maken. Dat deden vooral de bewoners rond het Middellandse Zeegebied. Toen koper, brons en ijzer gangbaar werden, bleef obsidiaan toch belangrijk. Rituele voorwerpen waren vaak van obsidiaan gemaakt, zoals messen voor offers en besnijdenissen.
In Egypte zijn zegelringen en scarabeeën van obsidiaan teruggevonden.
In de klassieke Griekse tijdmochten godenbeelden alleen gemaakt worden met beitels en messen gemaakt van obsidiaan.
In de Romeinse tijdwerden al oogoperaties uitgevoerd. Dit gebeurde met een mes van obsidiaan. Zo’n mes was scherp en werkte tegelijk ontsmettend.
In Mesopotamiëzijn bij opgravingen veel sier- en gebruiksvoorwerpen van obsidiaan gevonden, zoals rituele messen en zegelringen.
.
.

.
.
.
* Obsidiaan heft allerlei soorten spanningen en blokkades op, zowel spiritueel, geestelijk als fysiek. Het is een goed steen bij ongelukken, stress en onverwachte tegenslag. Deze steen troost en helpt je de zonnige zijde te blijven zien. Shock en stress, en traumataworden door de obsidiaan opgelost.
* Obsidiaan helpt bij piekeren en malen om rustig in het hoofd te worden.
* Bij meditatie helpt obsidiaan om onbevooroordeeldte kijken. Zo kan obsidiaan helpen om je negatieve kanten te leren kennen en om te vormen, of oude traumatische gebeurtenissen te verwerken.
.
.

.
.
.
.
.
Sneeuwvlokobsidiaan is verwant aan de bergkristal. Het bestaat voor 75 procent uit siliciumdioxide. De rest wordt gevormd door tal van andere elementen, waarvan de zeven onderstaande het meest voorkomen.
De sneeuwvlokken bestaan uit het mineraal kristobaliet. Dit is tetragonale siliciumdioxide.
Samenstelling: SiO2 + H2O + Fe2O3 + Al, C, Ca, Fe, K, Mg, Na
Hardheid: 5 – 5,5. Zeer bros
Transparantie:doorschijnend tot ondoorzichtig
Splijtbaarheid: geen
Dichtheid:2,3 – 2,8
Kristalstelsel: amorf
.
.

.
.

.
.

.
.

.
.

.
.
.
.
.
.
Goed te herkennen aan
– de paardenbloem-achtige bloemhoofdjes, waarvan de buitenste lintbloemen aan de onderkant blauwachtig grijs gestreept zijn en
– de brede, driehoekige, afgeronde eindslip van de bladeren en
– de vertakte, bladerloze bloeistengels, die onder het hoofdje iets verdikt zijn
Algemeen
Gewoon biggenkruid is een zeer algemeen voorkomende, overblijvende plant, die groeit op droge tot vochtige, voedselrijke, open grond in graslanden en bermen, op dijken en langs heiden.

Bloem
Ze wordt 15 tot 60 (80) cm hoog en bloeit vanaf juni tot en met september met gele paardenbloem-achtige bloemhoofdjes. Ze zijn de hele dag geopend, in tegenstelling tot de hoofdjes van glad biggenkruid, die maar een paar uur per dag geopend zijn. De bloemhoofdjes bestaan uitsluitend uit gele lintbloemen. De buitenste lintbloemen hebben aan de onderkant een blauwachtig grijze streep. De middennerf van de omwindselblaadjes is borstelig behaard.

Blad en stengel
De bladeren staan allen in een rozet, voelen stevig aan en zijn vrij stijf behaard. Soms hebben ze ook ruwe bobbeltjes. Ze zijn ongesteeld, diep ingesneden tot bochtig getand, van boven grasgroen en van onderen blauwgroen. De eindlob is breed, driehoekig en afgerond. De vertakte, blauwgroene stengels hebben geen bladeren, maar soms wel een aantal schubvormige bladeren. Alleen onderaan zijn de stengels verspreid borstelig behaard. Onder het hoofdje is de stengel nauwelijks verdikt; er is nog een duidelijke overgang tussen stengel en omwindsel. Bij vertakte leeuwentand verloopt de overgang veel geleidelijker en is de stengel bovenaan meer verdikt.


Vergelijkbare soorten
| gewoon biggenkruid : lintbloemen ver buiten het omwindsel, onderkant buitenste lintbloemen blauwachtig grijs.
glad biggenkruid : lintbloemen nauwelijks buiten het omwindsel, onderkant buitenste lintbloemen geel.
.
vertakte leeuwentand : onderkant buitenste lintbloemen rood.
|
Gewoon biggenkruid behoort tot de gele composieten met uitsluitend lintbloemen; de groep met grote of kleine paardenbloem-achtige bloemhoofdjes.
Algemeen
– composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– zeer algemeen
– 15 tot 60 (80) cm
Bloem
– geel
– juni t/m september
– hoofdje, bestaande uit lintbloemen
– 2 tot 4 cm
Blad
– rozet
– enkelvoudig
– langwerpig tot lancetvormig
– top stomp
– rand bochtig getand
– voet steelachtig versmald
– veernervig
– stijf behaard
Stengel
– rechtop
– onderaan verspreid behaard
– rolrond
zie wilde bloemen
.
.
.
.
.


.
.
.
.
.
Het Oude Testament is vrijwel geheel bekend in het Hebreeuws. Een groot deel van het boek Daniël is ons alleen bekend in het Aramees; naar men aanneemt is dat een vertaling van het Hebreeuwse origineel. Ook enkele delen van Ezra/Nehemia zijn Aramees, voornamelijk daar waar wordt geciteerd uit officiële stukken van de Perzen. Ook komen er hier en daar nog wat Arameese namen en uitdrukkingen voor. Het gaat om de volgende passages:
.
| Waar | Hoe herkenbaar (in de NBG ’51) |
|---|---|
| Daniël 2 (vanaf vs. 4) t/m 7 | begin aangegeven, einde niet |
| Ezra 4 (vanaf vs. 8) t/m 6:18 en 7:12-26 | begin aangegeven, einde niet |
| Jeremia 10:11 | staat tussen gedachtestreepjes |
.
In de 3e en 2e eeuw v. Chr. is van het hele Oude Testament een Griekse vertaling ontstaan, de zgn. Septuaginta. De naam is afgeleid van zeventig, volgens de legende het aantal mensen die het vertaalden. Daarom wordt deze vertaling soms ook aangeduid met het Romeinse getal voor zeventig: LXX. Deze vertaling vormde de Schrift van de eerste eeuwse kerk, later aangevuld met het Griekse Nieuwe Testament.
Het Nieuwe Testament is ons volledig overgeleverd in het Grieks, al vinden we enkele Aramese uitdrukkingen (drie uitspraken van Jezus, twee van Paulus en een van Lucas). Er zijn mensen die willen aantonen dat de evan-geliën, zoals wij die bezitten, vertalingen zijn van Hebreeuwse originelen, maar hun argumenten zijn niet erg overtuigend. Tussen 382 en 405 is de totale Griekse Bijbel overgezet in het Latijn. Men noemt dat de Vulgaat. Dit is tot aan de Reformatie de officiële kerkbijbel geweest.
.
.
.
De Bijbel is geschreven in drie talen. Het Oude Testament is in het Hebreeuws, met enkele stukjes in het Aramees. Het Nieuwe Testament is geschreven in het Grieks. De oudste bekende vertaling is die van het Oude Testament in het Grieks. Deze staat bekend als de Septuaginta (vaak afgekort als LXX). De Septuaginta is gemaakt omstreeks de 2e eeuw voor Christus. Hij is gemaakt voor de vele Joden die op dat moment niet meer in Israël woonden en het Hebreeuws niet meer machtig waren.
Waar in het Nieuwe Testament het Oude aangehaald wordt, wordt vaak geciteerd uit de Septuaginta. Dit verklaart waarom een citaat in het Nieuwe Testament uit het Oude soms net iets anders is dan op de oorspronkelijke plaats. De combinatie van een Septuaginta Oude Testament en een Nieuwe Testament, dat direct in het Grieks geschreven was, vormde de complete Bijbel van de vroege Christelijke gemeenten.
Tegen het eind van het Romeinse rijk was het Grieks niet langer de voertaal van het Romeinse rijk. Er ontstond daarom vraag naar Bijbels in het Latijn, en er zijn wat vertalingen gemaakt. De kerk was hier aanvankelijk tegen omdat zij van mening was dat men bij de oorspronkelijke taal moest blijven. Uiteindelijk werd uit de bestaande vertalingen de Vulgaat (= volksbijbel) samengesteld. Dit werd vervolgens de standaard, en uiteindelijk door Rome zelfs aangewezen als de officiële Bijbel van de kerk. Dit is (in de Rooms Katholieke kerk) tot in onze tijd zo geble-ven.
In de Middeleeuwen zijn een aantal vertalingen in het Nederlands gemaakt. De bekendste hiervan is de zgn. Vlaamse Historiebijbel. Deze vertalingen werden vanuit het Latijn gemaakt. Toen de eerste gedrukte Nederlandse Bijbel werd uitgegeven (de Delftste Bijbel, van 1477) was dat een gedeelte van de Historiebijbel (het Oude Testament zonder de Psalmen).
In de Reformatie besloot Luther om een vertaling uit te geven die rechtstreeks uit de oorspronkelijke talen, He-breeuws en Grieks, was gemaakt, ca. 1520-1534. Zijn reden hiervoor was het grote aantal fouten dat in de loop der tijden in de Latijnse vertaling was ingeslopen. De Duitse ‘Luther Bijbel’ werd door Liesveldt in het Nederlands uitgegeven, waardoor er in de eerste helft van de 16e eeuw voor het eerst een complete Bijbel in het Nederlands bestond die een rechtstreekse vertaling was uit de oorspronkelijke talen. Sindsdien zijn alle protestantse vertalingen uit de oorspronkelijke talen vertaald.
Voor katholieke vertalingen is de situatie anders. Pas met de Petrus Canisius vertaling (1929) werd vertaald vanuit het Grieks en Hebreeuws. Alle eerdere vertalingen waren uit het Latijn vertaald omdat dit de officiële Bijbel van de kerk was.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
1600. Houtsculptuur Nederland, Venray, St-Petrus’ Bandenkerk.” width=”249″ height=”439″>
1600. Houtsculptuur Nederland, Venray, St-Petrus’ Bandenkerk.” width=”244″ height=”452″>
.
.
.
.
.
.
diamonds are a girl’s best friend zijn weten we, maar misschien zijn onderstaande diamanten in dit geval iets teveel van het goede. Voor de top 6 duurste diamantenringen ter wereld heb je namelijk wel een erg fortuinlijke bankrekening, of partner, nodig.
.
.

.
.
De duurste diamantenring ter wereld is deze ring met roze diamant. Roze diamanten zijn erg zeldzaam en dit is ook terug te zijn in de prijs. Deze ring werd in Hong Kong geveild voor maar liefst $10.8 miljoen.
.
.
.

.
.
Op de 2e plek staat een blauwe diamant van 6 karaat. De blauwe diamant is bevestigd op een platinaring met aan weerszijde een geslepen diamant in een neutrale kleur. Deze ring is bij Sotheby’s geveild voor $7.9 miljoen.
.
.
.

.
.
Op de 3e plaats staat een ovaal geslepen diamant met een platinaring. De ring, die 46,51 karaat weegt, is bij Christie’s in New York verkocht voor $4.2 miljoen.
.
.
.

.
.
Deze platina diamantenring op nummer 4 is van de Elizabeth Taylor Jewelry House. De ovale diamant is 5,98 karaat en is omgeven door 3,96 karaat ronde diamantjes die ervoor zorgen dat het geheel op een bloem lijkt. Deze ring is voor $1,3 miljoen verkocht.
.
.
.

.
.
Ook deze platina diamantenring heeft een aardige duit gekost. De ring is 9 karaats en heeft een ongelooflijke schitteringen. Mocht je deze onder de kerstboom willen vinden, dan zal je partner nog even door moeten sparen. De ring kost namelijk $1.83 miljoen.
.
.
.

.
.
Als laatst nog ring met een gele diamant. Deze ring weegt 25,27 karaat en is bij Tiffany’s verkocht voor $1.35 miljoen.
.
.
.
.
.
.
Goed te herkennen aan
– de gedeelde bladeren met afwisselend grote en kleine deelblaadjes
– en de lange, slanke, aarvormige trossen met
– talrijke 5-tallige gele bloemen tot 1 cm
Algemeen
Gewone agrimonie is een overblijvende, 30 tot 120 cm hoge plant. Ze is vrij algemeen voorkomend in de Lage Landen. Gewone agrimonie groeit op matig droge tot vochtige, vaak kalkhoudende grond op licht beschaduwde plaatsen tussen laag struikgewas, op dijken en in bermen.

Bloem
Ze bloeit vanaf juni tot en met september met talrijke, tot 1 cm grote, gele bloemetjes, die in een lange, slanke, aarvormige bloeiwijze gerangschikt staan. De bloemetje hebben 5 uitgerande kroonbladen en ze hebben een lichte, zoete geur. Ze zien er wat gekreukeld uit. De onderste bloemen in een aar bloeien als eerst. Zodra de bloemen uitgebloeid zijn verlengt de bloeiwijze zich.

Blad
De donkergroene bladeren zijn oneven geveerd. De grotere deelblaadjes zijn eirond tot langwerpig en elk paar grotere deelblaadjes wordt afgewisseld met een aantal kleinere. De bladeren onderin zijn groter en hebben meer deelblaadjes dan de bovenste.

Vrucht
De vrucht zit in de hard geworden, dicht behaarde kelkbladen. Aan de bovenkant van de kelkbladen zitten haakvormige stekels. De onderste rijen stekels staan schuin tot recht uit. Ze zijn niet teruggebogen, zoals bij welriekende agrimonie.

Toepassingen
Agrimonie kent vele toepassingen als geneesmiddel, onder andere uitwendig als middel tegen verstuikingen en kneuzingen, inwendig voor diverse spijsverteringsproblemen.

Vergelijkbare soorten
Naast gewone agrimonie is er ook welriekende agrimonie. Het verschil tussen beide zit in kleine details, waarvan de meest in het oog springende de haakvormige borstels op de rand van de kelkbladen zijn. Bij welriekende agrimonie zijn de onderste stekels teruggebogen; ze maken een scherpe hoek met de verharde kelkbladen. Bij gewone agrimonie staan ze hooguit haaks op de kelkbladen.

welriekende agrimonie
Algemeen
– rozenfamilie (Rosaceae)
– overblijvend
– vrij algemeen tot ontbrekend
– 30 tot 120 cm
Bloem
– geel
– vanaf juni t/m september
– lange, slanke, aarvormige tros
– 0,5 tot 1,0 cm
– stervormig
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– tot 12 meeldraden
– 2 stijlen
Blad
– verspreid
– samengesteld
– veervorming oneven
– top spits
– rand gezaagd
– voet wigvormig
– veernervig
– onderzijde behaard
– soms ook met weinig klierharen
Stengel
– rechtop
zie wilde bloemen
.
.
.
.
.


.
.
.
.
.

