Categorie archief: Kamerplanten en bloemen

Trosglidkruid : Scutellaria columnae

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de eenzijdige, aarvormige, ijle, eindelingse trossen van
– in paren staande rood- tot blauw-paarse, behaarde lipbloemen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Trosglidkruid is een overblijvende, zeer zeldzaam voorkomende plant van 25 tot 60 cm. Oorspronkelijk is ze afkomstig uit het oostelijk Middellandse Zeegebied. Ze is geheel behaard, naar boven toe ook met klierharen en groeit op droge, min of meer beschaduwde plaatsen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit in juni en juli. De kleur van de bloemen varieert van blauw-paars of donker rood-paars. Soms is de onderlip wit. Ze staan in paren naar 1 kant gericht in de bladoksels van de schutbladen. De bloemen vormen aan het einde van de stengels eenzijdige, zeer regelmatige, ijle trossen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren zijn driehoekig tot langwerpig en grof gekarteld en lijken op brandnetelbladeren. Niet in bloei lijkt de plant dan ook op brandnetel, wel in bloei heeft ze op afstand wat weg van bosandoorn, als de bloemen donker rood-paars zijn.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

 

klein glidkruid : roze, haren op de stengelribben omhoog gericht, bladrand gaaf of alleen bij de voet gekarteld.

 

klein glidkruid

 

 

 

 

blauw glidkruid : paarsblauw, haren op de stengelribben naar beneden gericht, gehele bladrand gekarteld.

 

blauw glidkruid

 

 

 

 

trosglidkruid : donker rood-paars tot blauw-paars, soms met witte onderlip, bloeiwijze is een aarvormige, ijle tros.

 

 

 

 

Algemeen

 

– lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
– overblijvend
– zeer zeldzaam
– 25 tot 60 cm

Bloem
– donker paars-rood tot paars-blauw
– juni en juli
– eenzijdige, aarvormige tros
– lipbloem
– 20 tot 30 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 2 kelkbladen, vergroeid
– 4 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– driehoekig tot langwerpig
– top spits
– rand grof gekarteld
– voet hartvormig of afgeknot
– netnervig
– behaard

Stengel
– rechtop
– behaard
– vierkant

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

Tripmadam : Sedum rupestre

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de helder gele bloemen in een vrij dichte tuil aan het einde van de stengel en
– de (bijna) ronde, grijs- of blauwgroene, dicht bij elkaar staande, spitse bladeren aan niet bloeiende stengels

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Tripmadam is een overblijvende plant van 15 tot 30 cm hoog. Ze is een zeldzame plant in de Lage Landen. Ze wordt ook aangeboden als tuinplant en verwilderd vanuit tuinen naar plaatsen waar je haar niet zou verwachten. Ze staat op de rode lijst als zeldzaam en sterk afgenomen. Ze groeit op open, droge, kalkarme zandgrond, voornamelijk op rivierduinen en zandige dijken, ook op stenige plaatsen, zoals in de spleten van basaltglooiingen.

 

 

Tripmadam

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit in juni en juli met helder gele bloemen, die aan het einde van de stengel een vrij dichte tuil vormen. De bloemen hebben 5-8 (meestel 6) duidelijk gekielde kroonbladen, die 2 tot 2½ keer zo lang zijn als de vlezige kelkbladen.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De lijnvormige, (bijna) ronde bladeren zijn grijs- of blauwgroen en staan dicht bij elkaar aan niet bloeiende stengels. Aan de bloeiende stengels staan ze verwijderd. Tripmadam is zoden-vormend. Uit de wortelende, liggende stengels groeien korte, niet bloeiende, liggende tot opstijgende stengels en langere, verticale, bloeiende stengels.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

zacht vetkruid : bloemen kleiner dan 10 mm, de blaadjes hebben geen peperachtige smaak en zijn lijnvormig.

 

 

 

zacht vetkruid

 

 

 

muurpeper : bloemen 10 – 14 mm, alle bloemen 5-tallig, plat driehoekig, schubachtig blad, peperachtige smaak.

 

 

muurpeper

 

 

 

tripmadam : bloemen 14 of 15 mm, schermen met 5- tot 8-tallige bloemen met gekielde kroonbladeren en grijs- of blauwgroene, lijnlancetvormige, halfronde, spitse bladeren.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– vetplantenfamilie (Crassulaceae)
– overblijvend
– zeldzaam voorkomend
– ook als tuinplant
– 15 tot 30 cm

Bloem
– geel
– juni en juli
– tuil
– stervormig
– 14 tot 15 mm
– 5-8 kroonbladen, niet vergroeid
– 5-8 kelkbladen
– 10-16 meeldraden
– 5-8 stijlen

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lijnlancetvormig, (bijna) rond
– top spits
– rand gaaf
– voet afgerond
– zonder nerven
– vlezig

Stengel
– liggend of rechtop
– kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

Teer guichelheil : Anagallis tenella

Standaard

kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de tere, zachtroze tot bijna witte bloemetjes, met 5 donker geaderde kroonbladen tussen lage vegetatie op natte plekken

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Teer guichelheil is een overblijvend, laag, kruipend plantje, dat groeit op open plaatsen met natte tot vochtige, al of niet kalkhoudende grond in duinvalleien, in moerassige heiden en lage graslanden. Het zijn plaatsen die in de zomer nat tot vochtig blijven en in de winter meestal onder water staan. De bescherming van het water helpt teer guichelheil de winter door en voorkomt dat ze bevriest. Naast de vochtigheid is ook de hoogte van de overige vegetatie van belang; teer guichelheil heeft open ruimte nodig. Ze is zeer zeldzaam in de Lage Landen en ze staat op de rode lijst als zeer zeldzaam en matig afgenomen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Teer guichelheil bloeit vanaf juni tot en met augustus met zachtroze tot bijna witte bloemetjes. De 5 kroonbladen zijn donker geaderd en 2 tot 3 keer zo lang als de kelkbladen. De bloemen staan op vrij lange, slanke, draad- vormige stelen in de bladoksels. En profiel tonen ze wat klokvormig. De helmdraden zijn dicht en lang wit behaard en aan de voet vergroeid tot een kokertje.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De kruipende stengels wortelen op de knopen. Teer guichelheil kan onder de juiste omstandigheden snel uitgroeien, ze is dan zodenvormend. De bladeren zijn kort gesteeld, rond tot eirond, staan tegenover elkaar en hebben geen klierpuntjes zoals de bladeren van rood en blauw guichelheil.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Naast teer guichelheil zijn er in ook blauw- en rood guichelheil, door hun kleur makkelijk te onderscheiden van teer guichelheil. Een ander laag blijvend, zoden vormend plantje met roze/witte bloemetjes is melkkruid. De bloemetjes van melkkruid zijn compacter, zien er steviger uit en hebben geen steel. Melkkruid groeit voornamelijk op brakke tot zilte plaatsen.

 

 

blauw guichelheil

 

 

rood guichelheil

 

 

melkkruid

 

 

 

Algemeen

 

– sleutelbloemfamilie (Primulaceae)
– overblijvend
– zeer zeldzaam, rode lijst
– 5 tot 20 cm

Bloem
– roze tot bijna wit
– vanaf juni t/m augustus
– alleenstaand
– stervormig
– 0,5 tot 1 cm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– tegenoverstaand, zelden verspreid
– enkelvoudig
– rond tot eirond
– top stomp
– rand gaaf
– voet afgerond
– netnervig

Stengel
– kruipend
– kaal
– wortelend op de knopen
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Stijve klaverzuring : Oxalis stricta

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de kleine 5-tallige gele bloemen en
– het klaverachtige blad en
– de opgerichte of afstaande (niet teruggeslagen) vruchtstelen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Stijve klaverzuring is een overblijvende plant van 10 tot 30 cm hoog, oorspronkelijk afkomstig uit Noord-Amerika. Ze is algemeen voorkomend in de Lage Landen. Ze groeit op open, zonnige tot licht beschaduwde, vochtige, voedselrijke grond in akkers, (moes)tuinen, onder heggen, langs bospaden en aan weg- en waterkanten.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Stijve klaverzuring bloeit vanaf juni tot en met oktober met gele 5-tallige bloemen, die alleen bij zonnig weer geopend zijn. Ze staan met 1 tot 6 bij elkaar in losse schermen.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De stengels zijn behaard met witte haren, zowel lange afstaande als korte aanliggende. De bladeren zijn samengesteld en bestaan uit drie deelblaadjes met een gewimperde rand. De deelblaadjes gaan ’s nachts en overdag bij koud weer in de “slaapstand”, dat wil zeggen naar beneden hangen en samen vouwen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten met gele bloemen

 

 

knobbelklaverzuring : heeft teruggeslagen vruchtstelen, stengels behaard met alleen korte aanliggende haren.

 

 

knobbelklaverzuring

 

 

 

 

gehoornde klaverzuring : heeft teruggeslagen vruchtstelen, kruipende stengels, bladeren vaak bruingroen, haren op de stengels alle kanten uitwijzend.

 

 

gehoornde klaverzuring

 

 

 

 

stijve klaverzuring : heeft geen teruggeslagen vruchtstelen, stengels behaard met lange afstaande en korte aanliggende haren

 

 

 

 

Algemeen

 

– klaverzuringfamilie (Oxalidaceae)
– overblijvend
– algemeen
– 10 tot 30 cm

Bloem
– geel
– vanaf juni t/m oktober
– bijscherm
– stervormig
– 4 tot 10 mm
– 5 afgeronde kroonbladen
– kroonbladen niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 5 stijlen

Blad
– verspreid
– handvormig samengesteld
– deelblaadjes hartvormig
– top uitgerand
– rand gaaf, gewimperd
– voet wigvormig
– veernervig

Stengel
– rechtop
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Steenanjer : Dianthus deltoides

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
alleenstaande helder roze bloemen met witte vlekjes en een donkerrode smalle ring aan de basis van de kroonbladen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Steenanjer is een overblijvende plant van 20 tot 45 cm hoog en groeit op droge, matig voedselarme zandgrond in lage graslanden. Ze is plaatselijk vrij algemeen voor komend in de Lage Landen. Ze is wettelijk beschermd en staat op de rode lijst als kwetsbaar.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Steenanjer bloeit vanaf juni tot en met oktober met niet geurende bloemen van 1,5 tot 2 cm in doorsnede. Ze staan aan het einde van de stengel en zijstengels. Ze zijn helder roze (zelden wit) en hebben 5 getande kroon- bladen, die witte vlekjes hebben en een donkerrode, smalle rand. Die rand op de kroonbladen vormt in het midden van de bloem een ring.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

Steenanjer heeft rechtopstaande bloeiende stengels en half liggende, korte, niet bloeiende stengels. De bladeren van de niet bloeiende stengels en de onderste bladeren van de bloeiende stengels hebben een stompe punt, de overige bladeren hebben een spitse punt. Stengels en bladeren zijn ze kort afstaand behaard en voelen daardoor ruw aan.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

:
:
::
steenanjer : alleenstaande bloemen, behaarde stengel.

 

kartuizer anjer : bloemen in dichte trossen en onder de bloemen bruine vliezige kelkschubben, kale stengel.

 

 

kartuizer anjer

 

 

 

ruige anjer : bloemen in dichte trossen (maar iets losser dan kartuizer anjer), zonder bruinvliezige kelkschubben, maar met nagenoeg rechtopstaande, groene schutbladen, stengel, bladeren en kelk dicht behaard.

 

 

ruige anjer

 

 

 

duizendschoon : tuinplant, bloemen in dichte trossen, kelkschubben groen, bladeren aan de voet gewimperd.

 

 

duizendschoon

 

 

 

 

Algemeen

 

– anjerfamilie (Carophyllaceae)
– overblijvend
– plaatselijk vrij algemeen tot vrij   zeldzaam
– 20 tot 45 cm
– verspreiding

Bloem
– helder roze, soms wit
– juni t/m oktober
– alleenstaand
– stervormig
– 1,5 tot 2 cm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 2 stijlen

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top stomp of spits
– rand gaaf
– voet doorgroeid
– parallelnervig
– blauwgroen
– kort ruw behaard

Stengel
– liggend en opstijgend
– kort ruw behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

Bloemen bij speciale gelegenheden

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

Speciale gelegenheden

 

Natuurlijk kun je ook zonder speciale aanleiding bloemen laten bezorgen (of gewoon zelf geven), maar daarnaast zijn er toch een paar “speciale gelegenheden” die —althans binnen onze cultuur— onlosmakelijk met bloemen verbonden lijken:

 

 

  • Huwelijk (bruidsboeket)
    Een bruiloft zonder bloemen lijkt haast ondenkbaar. Toch is sprake van een vrij recente traditie: pas in de 19de eeuw ontstond de gewoonte om een bruidsboeket mee te dragen.

 

bruidsboeket-fel-roze

 

 

  • Moederdag
    Deze feestdag werd oorspronkelijk populair gemaakt door een Amerikaanse vrouw die de nagedachtenis aan haar moeder wilde eren, maar inmiddels heeft de commercie (van bloemisten tot banketbakkers) zich geheel van de dag meester gemaakt.

 

 

moederdag

 

 

 

  • Overlijden (rouwbloemen)
    Hoewel je de laatste tijd steeds vaker ziet dat nabestaanden liever iets geven aan een goed doel waarmee de overledene zich verbonden voelde, spelen rouwbloemen nog steeds een belangrijke rol bij begrafenissen en crematies.

 

 

bloemwerken-romana-063_

 

 

 

  • Valentijnsdag
    Sommigen schenken een sieraad vol diamanten, terwijl anderen bloemen sturen of een (al dan niet anoniem) gedicht schrijven voor hun geliefde… Deze feestdag, oorspronkelijk afkomstig uit de Angelsaksische wereld, wordt tegenwoordig ook bij ons enthousiast gevierd.

 

 

valentijnsboeket%20sjoeke3

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 
http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

De Arecapalm

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

Deze Areca palm heeft velen namen, zoals: Arekapalm, Goudpalm, Dypsis, Goudvruchtpalm en Chrysalidocarpus Lutecens. De Areca komt van oorsprong uit de vochtige tropen van Madagaskar. De Areca behoort tot de familie Araceae ook wel Palmae. De Areca is redelijk voordelig omdat de palm snel groeit en daardoor voordelig te kweken is. Daarentegen vraagt de snelle groei voor meer onderhoud, omdat ouder blad sneller lelijk wordt.

 

 

areca_palm_1

 

 

De grond moet altijd vochtig blijven, zonder dat de Areca met zijn wortels in een laagje water staat. Wanneer de grond uitdroogt beschadigd dit de palm. Het is daarom raadzaam om regelmatig water te geven. Bijvoorbeeld eens per week in de winter en 2x per week in de zomer. Regelmatig kleine beetjes is beter dan eens heel veel. Steek een vinger in de grond om te controleren of de grond vochtig aanvoelt.

Bij een nieuwe huiskamerplant is het verstandig dit regelmatig te doen. Na enkele keren water geven leer je vanzelf hoeveel en hoe vaak jouw Areca nodig heeft. Het is van belang dat de Areca lauw water krijgt bovenop de wortelkluit en niet vanaf onder per schaal. Zo voorkom je dat de kleinere palmpjes met kortere wortels niet uitdrogen.

De hoeveelheid is afhankelijk van verschillende factoren zoals standplaats en grootte van de palm. Begin daarom met kleine hoeveelheden water per gietbeurt. Is de grond na 4 dagen nog steeds erg nat, geef dan minder per gietbeurt.

 

 

 

Watersysteem

 

Indien je de kamerplant opmaakt met vulcastrat en een watermeter veranderd de watergift. Hierbij geef je eenmaal per week water, totdat de watermeter begint te bewegen. Des te kleiner de uitslag, des te beter. De watermeter geeft namelijk aan dat er te veel water in de pot staat. Je kunt dan ook het beste de watergift stoppen vlak voordat de watermeter uitslaat. In de winter kun je eenmaal per twee weken water geven.

 

 

 

Sproeien

 

Hoe meer hoe beter. Sproei een Areca het liefst dagelijks. Vooral in de winter wanneer de kachel aan staat is sproeien zeer raadzaam. Geef de Areca eens een douche, de badkamer ruikt dan heerlijk naar jungle. Dit werkt preventief tegen ongedierte en verwijdert stof. Gebruik warm water en dek de grond af met huishoudfolie.

 

 

220px-Dypsis_lutescens1

 

 

Licht en Warmte

 

Als woonkamerplant verdraagt een Areca niet te lang direct zonlicht. De palm wenst echter wel veel licht. Daarom gedijt de Goudpalm het beste voor een raam op het noorden. Een raam op het westen of oosten is niet ideaal maar wel geschikt wanneer de standplaats ongeveer 2 meter van het raam is. Indien er alleen een raam op het zuiden is, plaats de Areca dan 3 tot 4 meter van het raam. Bovenstaande afstanden zorgen ervoor dat de plant ongeveer 3-5 uur direct zonlicht ontvangt. Bij te veel direct zonlicht kleuren de bladeren geel.

 

 

 

Mnimale temperatuur

 

Overdag:21 ℃’S

nachts:18

 

 

 

Verpotten

 

Een Areca verpotten kan direct na aanschaf, maar bij voorkeur in het voorjaar. Een grotere pot geeft de Areca een grotere waterbuffer, omdat de grond vocht kan absorberen. Hiermee is de kans op verdroging kleiner. Neem een sierpot met een diameter van minimaal 20% breder als de vorige. Gebruik gewone universele potgrond of speciale palm grond. Probeer hierbij zo min mogelijk wortels te beschadigen. Gebruik bij hoge vazen een inzethoes. Dit voorkomt rottend water onderin de pot, wat buiten het bereik van de wortels is. Wanneer de wortels al het water kunnen opnemen, is de kans op rot minder.

 

 

 

 

 

Voeding

 

De Areca groeit snel, daarom is regelmatige voeding aan te raden. Bemesten is niet nodig in de rustperiode (winter) en niet noodzakelijk in de herfst. Geef eens per week vloeibare voeding voor palmen. Geef nooit een overdosis, ook niet na een periode dat de binnenplant geen voeding heeft gehad.

 

 

 

Onderhoud

 

Verkleurde bladeren

 

De Areca verkleurt snel geel bij te veel direct zonlicht. In dat geval is het raadzaam de palm een meter verder van het raam te plaatsen. Bruine puntjes zijn vaak niet te voorkomen. Ook Areca’s in de natuur hebben deze bruine punten. Vooral het oudere blad wat onderaan de palm hangt zal hiervan last krijgen. Meer sproeien zal het verse blad langer mooi houden.

 

 

 

Snoeien

 

Zoals hierboven beschreven zal het blad van een palm op den duur lelijk worden. Een palm maakt namelijk bovenaan in de kern nieuw blad aan en de onderste bladeren sterven af. Bij een Areca gaat dit proces relatief snel, dit heeft als nadeel dat er regelmatig gesnoeid moet worden. Het oudere blad dat niet meer mooi is kan je het beste bij de stam afknippen. Dit zal namelijk nooit meer herstellen en kost de plant alleen maar energie. De stam zelf kan niet gesnoeid worden. Hierdoor zal de palm sterven.

 

 

 

Vermeerderen

 

Areca’s zijn alleen te vermeerderen uit zaad.

 

 

 

 

 

Bloemen

 

De Areca palm gaat pas bloeien wanneer de plant een bepaalde leeftijd heeft bereikt. Exemplaren voor in de woonkamer zullen dit stadium niet behalen.

 

 

Giftig

 

De Areca is niet giftig.

 

 

 

Ziektes

 

De Areca groeit van nature in vochtige omstandigheden. Een droge lucht maakt de kamerplant vatbaarder voor spint daarnaast kan tocht leiden tot wolluis.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Spoorbloem : Centranthus ruber

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de rode op valeriaan lijkende bloeiwijze en
– de blauwgroene bladeren met spitse punt

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Spoorbloem is van oorsprong een overblijvende tuinplant van 30 tot 80 cm hoog afkomstig uit landen rond de Middellandse Zee. Het is dan ook een plant voor warme, droge, stenige plaatsen. In de Lage Landen is spoorbloem vanuit tuinen verwilderd.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

Zowel de bladeren als de stengel zijn blauwgroen berijpt van kleur. De bladeren staan kruisgewijs tegenover elkaar. De bovenste bladeren zijn stengelomvattend met een hartvormige voet.

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

De bloeiwijze en de bloemen van spoorbloem lijkt op die van echte valeriaan. Veel mensen noemen spoorbloem dan ook rode valeriaan of rode spoorbloem. De Engelse naam is Red Valerian.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– kamperfoeliefamilie (Caprifoliaceae)
– overblijvend
– ingeburgerd vanuit Zuid-Europa
– 30 tot 80 cm

Bloem
– rozerood, zelden wit
– vanaf juni t/m september
– pluimvormig bijscherm
– buisvormig gespoord
– 8 tot 12 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 1 meeldraad
– 1 stijl

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– lancetvormig tot eirond
– top spits
– rand gaaf, soms iets getand
– voet hartvormig
– netnervig
– kaal, soms vlezig
– blauwgroen berijpt

Stengel
– rechtop
– vertakt
– kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

Schijfkamille : Matricaria discoidea

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de groengele ei-ronde bloemhoofdjes zonder straalbloemen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Schijfkamille is een zeer algemeen voorkomende eenjarige plant met een duidelijke geur en een gedrongen bouw. Ze groeit op vochtige tot droge, betreden of omgewerkte grond, zoals in bermen, wegranden en tussen bestrating. Ze wordt 5 tot 30 cm hoog.

 

 

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf juni tot en met november. De kort gesteelde, groengele bloemhoofdjes zijn ei-rond en bestaan uit talrijke kleine, vier-tandige buisbloemen. De straalbloemen ontbreken. Daardoor trekt ze weinig insecten aan en is ze voornamelijk aangewezen op zelfbestuiving.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– composietenfamilie (Asteraceae)
– eenjarig
– zeer algemeen voorkomend
– 5 tot 30 cm

Bloem
– groengeel
– vanaf juni tot in de herfst
– hoofdje
– 5 tot 10 mm
– alleen buisbloemen

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– 2- tot 3-voudig geveerd
– top spits
– rand gaaf
– voet gevleugeld
– veernervig
– iets vlezig

Stengel
– rechtop
– kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 Rimpelroos : Rosa rugosa

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan 
– de helder roze (soms witte), grote, geurende rozen en
– de oranje-rode bottels, breder dan hoog en
– de duidelijk generfde blaadjes, onderkant dicht viltig behaard

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Rimpelroos is van oorsprong een kustplant uit Oost-Azië die bij ons algemeen voorkomt , vooral in de duin- gebieden. Ze wordt ook aangeplant. Ze is een lage struik van 1 tot 2 meter hoog. Door wortelopslag kan ze zich stormachtig uitbreiden, waardoor er van de oorspronkelijke begroeiing vaak weinig overblijft.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Rimpelroos bloeit in juni en juli met nabloei tot in de herfst. De aangenaam geurende bloemen zijn 8 tot 10 cm in doorsnede. Ze hebben 5 gerimpelde/verkreukelde, helder roze, soms witte kroonbladen. De hangende bottels zijn oranje-rood, 1,5 tot 2,5 cm breed, meestal breder dan hoog, bevatten veel vitamine C en hebben een kroontje van de 5 blijvend afstaande kelkbladen.

 

 

 

 

 

Blad en takken

 

De bladeren zijn 7- tot 9-tallig. De nerven van de glanzende deelblaadjes zijn vrij diep ingekerfd. De onderkant van de bladeren is dicht behaard en ze hebben een gezaagde rand. Vaak wordt er in de literatuur en op internet gesproken over sterk gerimpelde blaadjes. De takken zijn viltig behaard en met zeer veel, vaak naaldvormige stekels van ongelijke lengte bezet.

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

Met name de groenling doet zich in de winter te goed aan de zaden uit de zacht geworden bottels.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

In de flora van Heukels worden 12 soorten rozen genoemd. Men kan de verwilderde tuinrozen (Virginische roos, Franse roos, Hollandse rimpelroos, veelbloemige roos en bergroos) buiten beschouwing laten. Dan blijven er nog 7 over. Van elke is er een uniek kenmerk :

 

 

kaneelroos
rimpelroos
bosroos
egelantier
hondsroos
viltroos
duinroos
:
:
:
:
:
:
:
2 rechtafstaande stekels aan de voet van de bladsteel.
oranje-rode bottels breder dan hoog (kleine “tomaatjes”).
kaal, geen doorns of stekels.
appelachtige geur bij wrijving van het blad.
grote haakvormige doorns op verder kale takken.
aan beide zijden behaarde bladeren, onderkant viltig.
donkere, bruinachtig paarse tot zwartachtige bottels.

 

 

 

kaneelroos

 

 

 

bosroos

 

 

 

egelantier

 

 

 

hondsroos

 

 

 

viltroos

 

 

 

duinroos

 

 

De hangende bottels zijn oranje-rood, 1,5 tot 2,5 cm breed, meestal breder dan hoog, bevatten veel vitamine C en hebben een kroontje van de 5 blijvend afstaande kelkbladen.