Categorie archief: Kamerplanten en bloemen

Waterviolier : Hottonia palustris

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

266px-hottoniapalustrisinflorescence

 

 

Goed te herkennen aan
– de ijle trossen witte tot bleekroze bloemen en
– de groeiplaats; ondiep zoet water

 

 

3897

 

 

 

Algemeen

 

Waterviolier is een zoutmijdende, overblijvende waterplant, die groeit in ondiep, zoet water op voedselrijke, veelal venige bodem. Ze is plaatselijk algemeen voorkomend. Het deel boven water wordt 20 tot 60 cm hoog.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Waterviolier bloeit in mei en juni. De bloemen zijn wit tot bleekroze en hebben een geel hart. De bloeiwijze is een ijle tros, waarin de bloemen in ver uit elkaar staande kransen rond de bloeistengel staan. Elke krans bestaat uit ongeveer 6 bloemen. De delen die boven water staan (het bovenste deel van de stengel, de bloemstelen en kelk) zijn behaard met kleverige klierharen. Tijdens het rijpen van de vruchten krommen de vruchtstelen zich naar beneden.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

sleutelbloemfamilie (Primulaceae)
– overblijvende waterplant
– plaatselijk algemeen voorkomend
– 20 tot 60 cm

Bloem
– wit tot bleekroze
– mei en juni
– pluim
– stervormig
– ongeveer 2 cm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– langwerpig geveerd
– top spits
– rand gaaf
– 1-nervig
– alleen onder water

Stengel
– rechtop
– onder water kaal
– boven water beklierd
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

mijne kop a4

Vingerhoedskruid : Digitalis pupurea

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

vingerhoedskruid

 

 

Goed te herkennen aan
– de grote, klokvormige, meestal roze, hangende bloemen,
– waarvan de binnenzijde gevlekt is en
– die in een lange, aarvormige, eenzijdige tros staan

 

 

vingerhoedskruid-digitalis-shutterstock-groot

 

 

 

Algemeen

 

Vingerhoedskruid is een overblijvende, vaak twee-jarige, zeer giftige plant van 30 tot 150 cm hoog, soms nog hoger. De plant komt in Nederland en België algemeen voor. Hij wordt ook wel in siertuinen gebruikt en zaait zich gemakkelijk uit. Ze groeit op vochtige tot droge, matig voedselrijke, tot voedselrijke grond in bossen, op kapvlakten en op omgewerkte, beschaduwde grond.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Vingerhoedskruid bloeit vanaf mei tot en met oktober met grote klokvormige bloemen, die in een eenzijdige, aarvormige tros staan. De binnenkant van de bloemen is behaard en gevlekt. Meestal zijn de bloemen roze, maar ze kunnen ook geheel wit zijn. Ook de witte zijn aan de binnenkant gevlekt. De vlekken zijn donkerrood met een witte rand.

 

 

 

 

 

Blad

 

De rozetbladeren en de onderste bladeren kunnen tot 40 cm groot worden en zijn gesteeld. De bovenste zijn kleiner, korter gesteeld of zittend.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

weegbreefamilie (Plantaginaceae)
– overblijvend, vaak 2-jarig
– algemeen tot vrij zeldzaam
– vaak verwilderd
– ook als tuinplant
– 30 tot 150 cm

Bloem
– roze, soms wit
– vanaf mei t/m oktober
– aarvormige tros
– klokvormig
– 4 tot 5 cm
– 4 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen
– 4 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid en rozet
– enkelvoudig
– langwerpig
– top spits
– rand gekarteld
– voet wigvormig
– netnervig
– onderkant zacht behaard

Stengel
– rechtop
– kort zacht behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

botanische-tekening-gr-vingerhoedskruid

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

mijne kop a4

De Pachira of de Geldboom

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

Pachira Aquatica, Watercacao of Geldboom. De naam Money Tree heeft deze kamerplant te danken omdat in het Verre Oosten wordt geloofd dat de bladeren geld kunnen vangen. Daarom is het een ideaal kado voor house warmings. Van oorsprong komt de Pachira uit de moerassen van Oost Brazilië, Panama en Costa Rica. Familie: Malvaceae, kaasjeskruidfamilie.

 

 

Pachira_aquatica_france

 

 

 

Pachira onderhoud

 

Water geven

Af en toe droog

 

De Pachira wijkt af in verzorging ten opzichte van veel andere kamerplanten. Deze plant heeft eens per 3 weken een flinke scheut water nodig. Omdat de Pachira water opslaat in de stam moet de grond uitgedroogd zijn voordat er opnieuw water wordt gegeven. In de zomer mag de grond wel licht vochtig zijn voordat de kamerplant opnieuw water krijgt. Geef niet te veel water, hierdoor komt de plant met zijn wortels in het water staat.

 

 

 

Sproeien

 

In de winter zal de kachel de lucht droger maken. Het is van belang om dit te compenseren door regelmatig te sproeien. Dit voorkomt bladval.

 

 

 

 

 

Standplaats

 

 Half schaduw

Half schaduw

 

De Pachira ontvangt graag voldoende licht, maar verdraagt direct zonlicht minder goed. De beste standplaats is daarom ook voor het raam op het noorden, of 2/3 meter voor het raam op het noorden/oosten. Deze afstanden komen overeen met 3 tot 5 uur zonlicht. Een raam op het zuiden is minder geschikt. Worden de bladeren geel? Dan krijgt de binnenplant te veel licht. Groeit de plant erg snel met weinig bladeren? Dan staat de kamerplant te donker.

 

 

Minimale temperatuur

 

Overdag: +/- 19 °C
‘S nachts: +/- 16 °C

 

 

Verpotten

 

Verpot jonge Pachira’s elk jaar. Oudere exemplaren (vanaf 120cm) hebben voldoende aan een nieuwe toplaag elk jaar. Verpotten kan direct na de aankoop, of anders bij voorkeur in de lente. Wortels herstellen namelijk in deze periode het snelst. Een ruimere pot creëert een grotere waterbuffer voor de Pachira omdat de grond meer water kan opnemen. Hiermee verklein je de kans op uitdroging. Neem een sierpot met een diameter van minimaal 20% groter dan de bestaande (oranje) kweekpot. Je kunt gewoon universele potgrond gebruiken.

 

 

 

 

 

Voeding

 

Bemest de Pachira gedurende de lente en zomer, dit is namelijk de groeiperiode. Gebruik vloeibare voeding voor groene planten. Geef nooit een overdosis voeding en voed ook nooit in de winter. Ook niet na een periode dat de binnenplant te kort heeft gehad. Lees de gebruiksaanwijzing voor de juiste dosering.

 

 

Verkleurende bladeren

 

Gele bladeren zijn het gevolg van te veel licht. Een Pachira is gezond wanneer de kamerplant diep/donker groene bladeren heeft. Wanneer deze lichter van kleur worden is het verstand de plant een meter verder van het raam te plaatsen. Te veel of te weinig water heeft vaak als gevolg dat de bladeren bruin worden. Dit leidt ook tot bladval. Bladval in de winter daarentegen, duidt vaak op een te droge lucht. De Pachira laat zijn blad vallen wanneer de plant op de tocht staat, maar meestal is bladval ook een oorzaak van te veel water.

 

 

Snoeien

 

Lelijk bladeren kun je niet voorkomen, dat is een natuurlijk proces. Deze lelijke bladeren kun je direct weg knippen. Daarnaast is het mooier elk najaar de plant tot in de kruin terug te snoeien. Zo blijft de Pachira mooi compact, zonder lelijke uitlopers. Een gesnoeide stam zal vertakken. Indien je de Pachira jaren niet snoeit zal er een lange stam zonder blad overblijven.

 

 

 

 

 

Vermeerderen

 

Voor het vermeerderen van een Pachira is een hoge luchtvochtigheid nodig. Kopstekken behandelen met stekpoeder geeft het beste resultaat in kleine kasjes.

 

 

Bloemen

 

Alleen volgroeide palmen bloeien. Dit wordt niet bereikt in de woonkamer.

 

 

Giftig?

 

De Pachira is beperkt giftig. Het blad wordt in sommige landen gegeten nadat het is gekookt. Dit raden wij niet aan.

 

 

Ziektes

 

Tocht en droogte vergroot de kans op ongedierte.

 

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

      

 Smalle wikke : Vicia sativa subsp. nigra

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

smalle-wikke

 

 

Goed te herkennen aan
– de helder roze vlinderbloemen, die alleenstaand of met 2-4 in de bladoksels staan en
– waarvan de zwaarden nagenoeg dezelfde kleur hebben als de vlag
– en de samengestelde bladeren met vertakte rank

 

 

plant-smalle-wikke

 

 

 

Algemeen

 

Smalle wikke is een eenjarige, zeer algemeen voorkomende plant en groeit op grazige zandgrond.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit van mei tot en met juli met helder roze, kort gesteelde bloemen, die alleen of met 2-4 in de bladoksels staan. De zwaarden en vlag zijn nagenoeg gelijk van kleur. Dit in tegenstelling tot vergeten wikke, waarbij de vlag duidelijk lichter is dan de zwaarden.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De stomp vierkantige stengels, die 10 tot 100 cm lang kunnen worden, zijn slap en de plant vindt door middel van de ranken steun bij omringend gras, soortgenoten of andere planten. De ranken zijn vertakt en zitten aan het uiteinde van de samengestelde bladeren in het verlengde van de bladspil. De bladeren hebben kleine steun- blaadjes met klieren, die bij zonnig weer nectar produceren, waar vooral mieren op afkomen. De deelblaadjes van de bovenste bladeren zijn veel smaller dan die van de onderste bladeren. De overgang in breedte is tamelijk abrupt. De overgang in breedte van de deelblaadjes bij vergeten wikke gaat heel geleidelijk.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen
– 10 tot 100 cm

Bloem
– helder roze
– vanaf mei t/m juli
– tros
– vlinderbloem
– 1 tot 2 cm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen met gelijke tanden
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld
– even veervormig
– top rankend
– deelblaadjes :
– smal eirond tot langwerpig
– in of boven het midden het breedst
– zeer kort gesteeld
– top rond met spits uitsteekseltje
– rand gaaf
– voet afgerond
– veernervig
– behaard

Stengel
– klimmend
– weinig behaard
– stomp vierkantig

zie wilde bloemen

 

 

smalle-wikke

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

mijne kop a4

Veldsalie : Salvia pratensis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

salvia-pratensis-veldsalie_small

 

 

Goed te herkennen aan
– grote blauwpaarse lipbloemen met een sterk gebogen bovenlip en
– de behaarde stengels en behaarde bladeren

 

 

dsc08913a

 

 

 

Algemeen

 

Veldsalie is een behaarde, licht aromatische plant. Ze kan tot 80 cm hoog worden. De plant komt in heel Europa voor, vooral Frankrijk. Veldsalie groeit op matig vochtige, kalkrijke grond in graslanden, wegbermen, op rivierduintjes en langs dijken.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Veldsalie bloeit in mei, juni en juli met prachtige blauwpaarse (zelden lichtblauwe, roze of witte) lipbloemen van 15 tot 30 mm. Ze staan in losse schijnkransen van 4 tot 8 bloemen in de oksels van de schutbladen om de stengel. Zowel de bloemkroon als bloemkelk zijn bedekt met klierharen. De stijl steekt vrij ver buiten de bloem.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De onderste bladeren zijn lang gesteeld, langwerpig tot eirond en vormen een rozet. Aan de stengel zitten kleinere, kort gesteelde of zittende stengelbladeren.

 

 

sensation deep rose

 

 

 

Toepassingen

 

Vroeger werd veldsalie veel gebruikt in de keuken. Tegenwoordig gebruikt men echte salie (Salvia officinalis).

 

 

sensation white

 

 

 

Algemeen

 

lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
– overblijvend
– vrij tot zeer zeldzaam
– 30 tot 80 cm

Bloem
– blauwpaars (zelden lichtblauw,
roze of wit)
– vanaf mei t/m juli, soms tot de herfst
– aarvormige bloeiwijze met losse   schijnkransen
– lipbloem
– 15 tot 30 mm
– kelk- en kroonbladen met klierharen
– kroonbladen vergroeid
– 2 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– rozetbladeren :
– lang gesteeld
– maximaal 15 cm lang
– stengelbladeren :
– kleiner dan de rozetbladeren
– kruisgewijs tegenoverstaand
– kort gesteeld of zittend
– enkelvoudig
– langwerpig tot eirond
– top iets spits
– rand gekarteld of dubbel gezaagd
– voet hartvormig
– netnervig
– rimpelig
– bovenkant kaal
– onderkant sterk behaard, lichter van kleur

Stengel
– rechtop
– sterk behaard
– vierkantig

 

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

mijne kop a4

Smalle weegbree : Plantago lanceolata

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

266px-plantago_lanceolata_inflorescense

 

 

Goed te herkennen aan
– het rozet van lange, smalle bladeren met duidelijk zichtbare parallel lopende nerven en
– de bloeiwijzen aan het einde van de stengel met uitstekende (room)witte meeldraden

 

 

bloeiende-plant-smalle-weegbree

 

 

 

Algemeen

 

Smalle weegbree is een 5 tot 45 cm hoge, zeer algemeen voorkomende, overblijvende plant. Ze bloeit vanaf mei tot de herfst en groeit op open en grazige, vochtige, meestal omgewerkte of betreden grond langs wegen en dijken en in graslanden.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloemetjes van smalle weegbree staan in een korte, eironde tot langwerpige donkere aar op een duidelijk gegroefde stengel. Ook de vorm en grootte van de aar is afhankelijk van de kwaliteit van de grond. Korter en boller betekent minder voedselrijke omstandigheden.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren staan in een wortelstandige rozet, zijn lancetvormig (zelden breder), zacht behaard en voorzien van 3 tot 7 duidelijk zichtbare parallel lopende nerven. De bladeren versmallen zich geleidelijk in een gootvormige steel. In voedselrijke omstandigheden staan de bladeren rechtop. Zijn de omstandigheden minder gunstig dan blijft de hele plant kleiner en liggen de bladeren op de grond.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Smalle weegbree is vanouds een bekende geneeskrachtige plant. De bladeren bevatten een slijmoplossend en hoestprikkel dempend middel. Het sap van de bladeren kan tevens gebruikt worden bij jeukende insectensteken.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

weegbreefamilie (Plantaginaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen voorkomend
– 5 tot 45 cm

Bloem
– (room)wit
– vanaf mei tot de herfst
– aar
– stervormig
– 15 tot 25 mm lengte hoofdje
– 4 kroonbladen, vergroeid
– 4 kelkbladen
– 4 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– rozet
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits
– rand gaaf
– geleidelijk versmallend
– parallelnervig
– zacht behaard

Stengel
– rechtop
– zacht behaard
– gegroefd

zie wilde bloemen

 

 

smalleweegbree1

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

mijne kop a4

Veldhondstong : Cynoglossum officinale

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

veldhondstong-100603-014

 

 

Goed te herkennen aan
de donkerrode (later vuilpaarse) bloemen en de grijze zachte beharing

 

 

takje_van_de_zomereik_met_aardappelgallen_foto_j_bouwmans

 

 

 

Algemeen

 

Veldhondstong is overblijvende plant van 30 tot 80 cm hoog. De veldhondstong komt voor in de gematigde streken van Europa en Azië ; in Noord-Amerika is de plant ingevoerd. Je vindt haar op open, droge, kalkrijke, stikstofrijke grond op duinhellingen en in duinstruikgewas, op dijkhellingen en in ruigten op kalk.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Veldhondstong bloeit vanaf mei tot en met juli met donkerrode (zelden witte) bloemen. Later in de bloei wordt de bloem vuilpaars. In het hart van de bloem zie je 5 donkerrode, behaarde keelschubben. De knoppen zitten opgerold in een schicht. Naarmate de bloei vordert rolt de bloeiwijze zich uit. Aan de stengel zitten dan van onder naar boven vruchten, uitgebloeide bloemen, bloemen in bloei en tot slot knoppen.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De dicht bebladerde stengels van veldhondstong zijn grijs behaard met korte haren. De bladeren, ook behaard aan beide kanten, zijn langwerpig tot lancetvormig, de onderste steelachtig versmald, de bovenste zittend met half stengelomvattende voet.

 

 

 

 

 

Vrucht

 

De vruchtjes, omgekeerd plat eirond, zijn bezet met stekels, waarmee ze aan kleding of vacht blijven hangen en zo verspreid worden.

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

De plant verspreidt een onaangename geur en werd vroeger gebruikt om muizen en ratten te verjagen.
Veldhondstong is giftig voor paarden en vee.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

In de volksgeneeskunde wordt ze gebruikt als wondheelmiddel. Omdat de aanwezige pyrrolizidine alkaloïden ook voor mensen giftig zijn, dient de plant niet inwendig gebruikt te worden.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

ruwbladigenfamilie (Boraginaceae)
– overblijvend
– algemeen in de duingebieden,
elders zeer zeldzaam of adventief
– 30 tot 80 cm

Bloem
– donkerrood tot vuilpaars, zelden wit
– vanaf mei t/m juli
– schicht
– 5 tot 7 mm
– stervormig
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– langwerpig tot lancetvormig
– onderste steelachtig versmald
– bovenste half stengelomvattend
– top spits
– rand gaaf
– veernervig
– boven- en onderkant zacht behaard

Stengel
– rechtop
– bovenaan vertakt
– zacht behaard
– rolrond

 

 

veldhondstong

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA

Viltige hoornbloem : Cerastium tomentosum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

.

.

viltige-hoornbloem-4

.

.

Goed te herkennen aan
– de grote witte bloemen met 5 ingesneden kroonbladen en 5 stijlen
– en de wit viltige beharing van de hele plant

.

.

cerastium-tomentosum-viltige-hoornbloem-65_65_866_b

.

.

Algemeen

.

De viltige hoornbloem, Cerastium tomentosum, waarbij de soortaanduiding tomentosum harig betekent, komt oorspronkelijk uit Italië. De bladeren zijn namelijk behaard en geven het blad de grijzige kleur. Daardoor vallen de witte bloemen een beetje weg tegen de achtergrond van al het blad. Wel is het de moeite waard de zaaddoosjes, waaraan deze plant zijn naam dank, eens van dicht bij te bekijken. Exemplaren die je hier in het wild tegenkomt, zijn via tuinafval verspreid. Je kan haar vinden in de duinen en in stedelijke gebieden.

.

.

.

.

.

.

Algemeen

anjerfamilie (Caryophyllaceae)
– overblijvend
– verwilderde tuinplant
– 10 tot 30 cm

Bloem
– wit
– vanaf mei t/m juli
– bijscherm
– stervormig
– 1 tot 2 cm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 5 stijlen

Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet vergroeid
– 1-nervig
– viltig behaard

Stengel
– opstijgend of bovengronds kruipend
– viltig behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

.

.

cerastium-tomentosum

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

mijne kop a4

Stinkende gouwe : Chelidonium majus

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

2131

 

 

Goed te herkennen aan
– de 4-tallige, helder gele bloemen met talrijke meeldraden en
– de licht blauwgroene onderkant van de tere bladeren

 

 

chistotel_bolshoi_i_ee_lechebnye_5

 

 

 

Algemeen

 

Stinkende gouwe is een zeer algemeen voorkomende overblijvende plant van 30 tot 90 cm hoog. De plant groeit op licht beschaduwde, voedselrijke, matig droge, omgewerkte grond, vooral in stedelijk gebied, ook in lichte loofbossen, langs heggen, onder struikgewas en op ruige plaatsen, soms op muren.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf mei tot de herfst met helder gele, lang gesteelde bloemen, die met twee tot zes in een losbloemige bloeiwijze staan. De bloemen hebben talrijke meeldraden, vier kroonbladen en twee al snel afvallende kelkbladen.

 

 

 

 

 

Blad

 

De tere bladeren zijn verspreid behaard (evenals de stengel) en oneven geveerd met een drie-lobbig eindblaadje. De onderkant is blauwgroen.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Alle delen van de plant, ook de wortel, bevatten een oranje-geel melksap, dat een scherpe smaak heeft en bijtend werkt. Vroeger werd dat sap gebruikt om wratten te verwijderen. In de kruidengeneeskunde en homeopathie wordt de plant gebruikt bij aandoeningen van het maag- en darmstelsel, de galwegen en de lever.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

papaverfamilie (Papaveraceae)
– overblijvend
– zeer algemeen tot vrij zeldzaam
– 30 tot 90 cm

Bloem
– geel
– mei tot de herfst
– schermvormige tros
– 1 tot 2 cm
– stervormig
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 2 kelkbladen, die snel afvallen
– veel meeldraden, zelden meer dan 20
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– veervormig ingesneden
– top stomp
– rand gekarteld
– voet gevleugeld
– veernervig
– verspreid behaard
– onderkant licht blauwgroen

Stengel
– rechtop
– verspreid behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

stinkende-gouwe

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

mijne kop a4

Schijnpapaver : Meconopsis cambrica

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

meconopsis_cambrica

 

 

Goed te herkennen aan
de gele en oranje klaproosachtige bloemen

 

 

p1060432

 

 

 

Algemeen

 

Schijnpapaver is een overblijvende stadsplant van beschaduwde, vochtige, vaak stenige plaatsen. Het is oorspronkelijk een tuinplant uit West-Europa, die zich makkelijk uitzaait en daardoor snel verwilderd langs heggen en muurtjes.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf mei tot en met juli met gele of oranje klaproosachtige bloemen, die 4 kroonbladen hebben en 2 snel afvallende, behaarde kelkbladen.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zijn dubbel veerdelig en de stengel afstaand verspreid behaard.

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

Schijnpapaver is een wachtkamersoort; een soort die eventueel opgenomen gaat worden op de Standaardlijst van de Nederlandse flora.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

papaverfamilie (Papaveraceae)
– overblijvend
– ingeburgerd
– 15 tot 60 cm

Bloem
– geel en oranje
– vanaf mei t/m juli
– lang gesteeld alleenstaand
– stervormig
– 5 tot 8 cm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 2 kelkbladen, snel afvallend
– meer dan 20 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– dubbel veerdelig
– top spits
– rand getand tot gaafrandig
– voet aflopend
– veernervig
– kaal

Stengel
– rechtop
– verspreid afstaand behaard

zie wilde bloemen

 

 

voorjaar2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA