Tagarchief: april

Bloeiend in april in de Lage Landen

Standaard

categorie :  Kamerplanten en bloemen

.

.

Bloeiend in april in de Lage Landen. Elke bloem wordt in de categorie ” Kamerplanten en bloemen ” beschreven : zie zoeken

.

.

bosanemoon

 

.

.

gele anemoon

 

.

.

gevlekt longkruid

 

.

.

gewoon speenkruid

 

.

.

groot hoefblad

 

.

.

herderstasje

 

.

.

Japans hoefblad

 

.

.

klein tasjeskruid

 

.

.

kleine veldkers

 

.

.

klimop ereprijs

 

.

.

maarts viooltje

 

.

.

paardenbloem

 

.

.

paarse dovenetel

 

.

.

prachtschubwortel

 

.

.

slanke sleutelbloem

 

.

.

vingerhelmbloem

 

.

.

 winterpostelein

 

.

.

wrangwortel

 

.

.

zandhoornbloem

 

.

.

sneeuwklokje

 

.

.

klein hoefblad

 

.

.

klein kruiskruid

 

.

.

kluwenhoornbloem

 

.

.

lenteklokje

 

.

.

madeliefje

 

.

.

stinkend nieskruid

 

.

.

vogelmuur

 

.

.

vroegeling

 

.

.

winterakoniet

 

.

.

blauwe anemoon

 

.

.

grote sneeuwroem

 

.

.

holwortel

 

holwortel

.

.

oosterse hyacint

 

.

.

akkerhoornbloem

 

.

.

bostulp

 

.

.

bosveldkers

 

.

.

daslook

 

.

.

deenslepelblad

 

.

.

donkersporig bosviooltje

 

.

.

duinreigersbek

 

duinreigersbek

.

.

duinviooltje

 

.

.

gehoornde klaverzuring

 

.

.

gewone dotterbloem

 

.

.

gewone ereprijs

 

.

.

gewone hoornbloem

 

.

.

gewone reigersbek

 

.

.

gewone smeerwortel

 

.

.

gewoon barbarakruid

 

.

.

grote ereprijs

 

.

.

grote muur

 

.

.

gulden boterbloem

 

.

.

gulden sleutelbloem

 

.

.

hoenderbeet

 

.

.

hondsdraf

 

.

.

hopklaver

 

.

.

kleine maagdenpalm

 

.

.

kleine sneeuwroem

 

.

.

knikkende vogelmelk

 

.

.

kruipend zenegroen

 

kruipend zenegroen

.

.

kruisbladwalstro

 

.

.

kruishyacint

 

.

.

look zonder look

 

.

.

overblijvende ossetong

 

.

.

pinksterbloem

 

.

.

raapzaad

 

.

.

ronde ooievaarsbek

 

.

.

scherpe boterbloem

 

.

.

tijmereprijs

 

.

.

veldsla

 

.

.

voorjaarshelmkruid

 

.

.

witte kievitsbloem

 

.

.

witte dovenetel

 

 

.

.

witte klaverzuring

 

.

.

zandraket

 

.

.

zomerklokje

 

zomerklokje

.

.

Judaspenning (paars en wit)

 

.

.

witte Judaspenning

.

.

.

.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Judaspenning

Standaard

Categorie: kamerplanten en bloemen

.

.

.

.

De Judaspenning

.

De judaspenning (Lunaria annua) is een tweejarige, 50-80 cm (soms tot 100 cm) hoge plant uit de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae). De vaste judaspenning (Lunaria rediviva) lijkt op de judaspenning, maar heeft langwerpige in plaats van ronde zaaddozen.

.

.

.

.

Botanische beschrijving

.

De bovenste bladeren zijn zittend of zeer kort gesteeld, de onderste zijn gesteeld. De bladeren zijn grof gekarteld, en ei- tot hartvormig.
De bloemen zijn reukloos en 2,5-3 cm groot. De kleur van de bloemen wordt omschreven als paars, mauve of wit. De bloemen zijn gegroepeerd aan de top van de rechtopstaande stengel. De bloeitijd loopt van april tot in juni.
De hauwtjes zijn bijna rond. De vruchten zijn plat en 3-6 cm groot.
De plant is aantrekkelijk voor vlinders. De plant ontsnapt vaak uit tuinen en groeit dan langs bosranden, bij heggen, en in wegbermen. De plant heeft een voorkeur voor zonnige tot licht beschaduwde standplaatsen.

.

.

zaaddozen

.

.

Verspreiding

.

De plant is afkomstig uit Zuidoost-Europa. In zowel België als Nederland is de soort algemeen vanuit tuinen verwilderd aanwezig, iets wat ook voor andere delen van Midden- en West-Europa geldt.

Er zijn verschillende cultivars ontwikkeld:
Lunaria annua ‘Alba Variegata’
Lunaria annua ‘Albiflora’
Lunaria annua ‘Atrococcinea’
Lunaria annua ‘Munstead Purple’
Lunaria annua ‘Sissinghurst White’
Lunaria annua ‘Variegata’

  • Hoogte: 50 tot 100 cm.
  • Standplaats: volle zon.
  • Zaaien: V t/m begin VII. Kiemtijd 14 – 21 dagen. Lichtkiemer. Zaden dus nauwelijks bedekken. Verplanten in de zomer en uitplanten op 30 cm in oktober of voorjaar.
  • Bloei: vanaf half IX t/m X.
  • Kenmerken: Trekt vlinders aan. Een tweejarige plant die zijn naam dankt aan de zaaddozen die op penningen lijken.

 

.

.

zaden

.

.

EIGENSCHAPPEN

.

Hoogte: 50 – 100 cm
Kleur: wit tot donker paars
Winterhard: Ja
PH: Neutraal
Vochtigheid: Normaal
Licht: Zon halfschaduw
Evergreen: Bladverliezend
.
.

witte Judaspenning

.

.

.

.

Scherpe boterbloem : Ranunculus acris

Standaard

categorie: kamerplanten en bloemen

 

 

 

266px-ranunculus_acris1

 

 

Goed te herkennen aan
– de 5-tallige, gele, glanzende (boter)bloemen en
– de gedeelde bladeren, de bovenste zonder steel en
– de ronde, niet gegroefde, behaarde stengel

 

 

350px-ranunculus-acris

 

 

 

Algemeen

 

Ranunculus is een geslacht met ongeveer 400 soorten planten, waartoe ook een aantal op elkaar lijkende soorten boterbloemen behoren. Scherpe boterbloem is een zeer algemeen voorkomende, overblijvende plant van 30 tot 90 cm hoog.

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf april tot in de herfst (soms tot in de winter) met glanzende gele bloemen.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

Bladeren en stengel zijn behaard

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

Zoals de meeste boterbloemen is ook scherpe boterbloem licht giftig. Vee laat de boterbloem dan ook staan. De slak is de enige die er blijkbaar geen last van heeft. In hooi meegedroogde boterbloemen vormen geen gevaar meer voor dieren, want in gedroogde toestand zijn boterbloemen niet langer giftig.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

ranonkelfamilie (Ranunculaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen voorkomend
– 30 tot 90 cm

Bloem
– geel
– vanaf april tot in de herfst (winter)
– gesteeld alleenstaand
– 2 tot 3 cm
– stervormig
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen, behaard
– meer dan 20 meeldraden
– meer dan 20 stijlen

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– handvormig ingesneden
– top spits
– rand gezaagd
– zwak hartvormig
– handnervig
– onderste gesteeld
– bovenste zittend
– behaard

Stengel
– rechtop
– behaard

zie wilde bloemen

 

botanische-tekening-extragr-scherpe-boterbloem

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

JOHN ASTRIA

Gewone hoornbloem : Cerastium fontanum subsp. vulgare

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

zijkant-bloem-gewone-hoornbloem

 

 

Goed te herkennen aan
– de kleine witte bloemetjes met 5 tot ongeveer de helft ingesneden kroonbladen en
– de 5 stijlen per bloem en
– de behaarde, maar niet kleverige stengels

 

 

11608

 

 

.

Algemeen

 

Gewone hoornbloem is een zeer algemeen voorkomende, overblijvende (soms eenjarige), geheel behaarde plant van vochtige, voedselrijke, grazige grond.

 

 

 

 

.

Bloem

 

Ze wordt 4 tot 45 cm hoog en bloeit vanaf april tot in de herfst met kleine witte bloemetjes, die in een losse tros staan en 5 tot de helft ingesneden kroonbladen hebben. De kroonbladen zijn iets korter tot iets langer dan de kelkbladen.

 

 

 

 

 

Blad

 

Het blad is donkergroen, langwerpig en aan beide zijden behaard. Ook de vaak paarsachtige stengel is behaard, maar niet met klierharen, zoals de stengel van een aantal andere soorten hoornbloemen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

anjerfamilie (Caryophyllaceae)
– overblijvend, soms eenjarig
– zeer algemeen
– 4 tot 45 cm

Bloem
– wit
– vanaf april tot in de herfst
– losse tros
– stervormig
– 4 tot 10 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 5 stijlen

Blad
– (kruisgewijs) tegenoverstaand
– enkelvoudig
– langwerpig
– top stomp
– rand gaaf
– voet vergroeid
– 1-nervig
– aan beide zijden zacht behaard

Stengel
– rechtop
– behaard
– rolrond
– vaak paarsachtig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

John Astria

Groot hoefblad ; Petasites hybridus

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

groothoefblad

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de stevige, bleekroze bloeiwijzen en
– na de bloei aan de enorme bladeren

 

 

vrouwlijke-plant-groothoefblad-langs-een-vijver

 

 

 

Algemeen

 

Groot hoefblad is een plaatselijk algemeen voorkomende, overblijvende plant, die groeit op vochtige tot natte, voedselrijke, vaak kalkhoudende grond aan waterkanten.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Groot hoefblad bloeit in maart en april met talrijke bleekroze bloemhoofdjes, gerangschikt rond een dikke bloeistengel, die 20 tot 60 cm hoog kan worden. De bloeistengels dragen kleine rood- tot groenachtige schubbladen. Er zijn mannelijke en vrouwelijke bloeiwijzen. De mannelijke verwelken snel. De lossere bloeiwijzen van de vrouwelijke plant verlengen zich sterk na de bloei.

 

 

 

 

 

Blad

 

De wortelbladeren verschijnen na de bloeiwijzen en ontwikkelen zich na de bloei pas tot hun volle omvang. Ze hebben een hartvormige bladschijf en kunnen tot 90 cm breed en 150 cm hoog worden. Door de ondergrondse uitlopers groeit groot hoefblad vaak in grote bestanden en vormt zo een enorm bladerdak, waaronder andere planten zich nauwelijks kunnen handhaven.

Onder het bladerdak ontstaat een aangenaam milieu voor slakken en wormen, waar lijsters en merels zich weer tegoed aan doen. Het voordeel van de kruipende wortels is dat de plant de grond van niet beschoeide oevers goed vasthoudt. Een nadeel is dat het een moeilijk te verwijderen plant is. Ze wordt daarom ook wel “allemansverdriet” genoemd.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

In de Lage Landen komen 4 soorten hoefblad voor, die alle vier goed uit elkaar te houden zijn, zeker als je ze gezien hebt.

 

 

klein hoefblad

 

 

 

wit hoefblad

 

 

 

Japans hoefblad

 

 

 

groot hoefblad

 

 

Klein hoefblad is laag en heeft gele bloemen. Groot hoefblad heeft een kegelvormige, bleek-roze bloeiwijze.  Japans en wit hoefblad lijken het meest op elkaar. Ze zijn het makkelijkst van elkaar te onderscheiden aan de hand van de schutbladen aan de bloeistengel; bij Japans hoefblad zijn die bladen duidelijk langer dan de bloeiwijze, bij wit hoefblad zijn ze korter.

 

 

 

Algemeen

 

– composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– plaatselijk algemeen
– tot 150 cm

Bloem
– bleek-roze
– maart en april
– kegelvormige tros
– hoofdje met alleen buisbloemen
– mannelijk hoofdje 7 tot 12 mm
– vrouwelijk hoofdje 3 tot 6 mm
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– wortelstandig
– enkelvoudig
– top rond
– rand onregelmatig getand
– voet hartvormig
– veernervig

Bloeistengel
– rechtop tot 60 cm
– met roodachtige schubben

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

     

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

 

Pinksterbloem : Cardamine pratensis

Standaard

categorie :  Kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de trossen zacht lila bloemen in het vroege voorjaar

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Pinksterbloem is een overblijvende, zeer algemeen voorkomende plant van 15 tot 50 cm hoog. Ze groeit op natte tot vochtige, voedselrijke grond in graslanden, loofbossen, moerassen en op drijftillen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Pinksterbloem bloeit vanaf april tot en met juni met zacht lila tot witte, donker geaderde bloemen. Het toppunt van de bloei ligt meestal eind april, dus ruim voor Pinksteren. De bloemen staan aan het einde van de stengel in een trosje. In de nacht en als het regent buigen de stengels zich en sluiten de bloemen.

 

 

 

 

 

Blad

 

De onderste bladeren vormen een rozet. Alle bladeren zijn oneven geveerd. De deelblaadjes van de onderste bla-deren zijn hartvormig tot eirond. Naar boven toe worden de deelblaadjes steeds smaller, totdat ze uiteindelijk bijna lijnvormig zijn.

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

Pinksterbloemen worden door veel insecten bezocht, maar met name voor de oranjetip is de pinksterbloem een waardevolle plant. De vlinder haalt er nectar uit, zet haar eitjes af op de stengel, de rupsen voeden zich met de zaden en brengen de winter door als pop aan de voet van de plant. Zodra de pinksterbloemen gaan bloeien ver-schijnen ook de eerste vlinders. Op pinksterbloemen zie je vaak schuimvlokken zitten. Die worden gevormd door de larven van schuimcicaden (spuugbeestjes), die sappen uit de plant zuigen.

 

 

oranjetip op pinksterbloem

 

 

 

Algemeen

 

kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen voorkomend
– 15 tot 50 cm hoog

Bloem
– zacht lila tot wit
– vanaf april t/m juni
– tros
– 8 tot 18 mm
– stervormig
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– rozet en verspreid
– veervormig oneven samengesteld
– top stomp
– rand gaaf, zelden getand
– veernervig

Stengel
– rechtop
– niet of alleen vanaf het midden   vertakt
– glad en kaal
– rolrond, soms iets kantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Witte klaverzuring : Oxalis acetosella

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– paars geaderde witte (soms roze) bloemen op lange stelen én
– het 3-delige klaverblad met breed hartvormige deelblaadjes

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Witte klaverzuring is een lage, tere, sappige, overblijvende plant van 10 tot 15 cm hoog. Ze komt vrij algemeen voor in de Lage Landen. Ze heeft weinig licht nodig en groeit op vochtige, matig voedselrijke grond in bossen en aan beschaduwde slootkanten. Ze vermeerdert zich middels een dunne, kruipende wortelstok, waaruit groepjes bladeren en bloemen groeien.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Witte klaverzuring bloeit in april en mei. De witte (soms roze) bloemen hebben 5 paars geaderde kroonbladen. De basis van de kroonbladen is geel, waardoor het hartje van de bloem geel is. De bloemen staan op een dunne, zacht behaarde steel. Halverwege de steel zitten 2 kleine schutblaadjes. Zowel de bloemen als de bladeren zijn grondstandig.

 

 

 

 

 

Blad

 

Het blad bestaat uit 3 breed hartvormige, behaarde deelblaadjes en doet denken een aan klaverblad. Toch is kla-verzuring geen klaversoort. De nieuwe bladeren zijn in het begin van de lente mooi lichtgroen. Later in het jaar worden ze donkerder en aan de onderkant paarsachtig. Ze zijn erg teer, maar ondanks dat blijven ze in de winter wel groen.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

De bladeren van witte klaverzuring kunnen gebruikt worden in sauzen, soepen en salades. De zurige smaak ont-staat door oxaalzuur. Teveel van het blad is niet goed, omdat het oxaalzuur gal- en nierstenen veroorzaakt. Af en toe een paar blaadjes als smaakmaker kan geen kwaad. In de homeopathie wordt het blad gebruikt bij lever- en gal aandoeningen, spijsverteringsstoornissen en stofwisselingsziekten.

 

 

 

 

 

Weetje

 

Als het donker wordt en bij regenachtig weer gaan de bloemen dicht en worden de deelblaadjes van het blad sa-men gevouwen langs de middennerf. Zowel bloemen als blaadjes gaan dan naar beneden hangen. Dit wordt de slaapstand genoemd.

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

klaverzuringfamilie (Oxalisdaceae)
– overblijvend
– vrij algemeen tot ontbrekend
– 10 tot 15 cm
verspreiding

Bloem
– wit (soms roze) en paars geaderd
– april en mei
– alleenstaand, wortelstandig
– stervormig
– 1,5 tot 2,5 cm
– 5 kroonbladen
– niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 5 stijlen

Blad
– wortelstandig
– samengesteld
– breed hartvormig
– top uitgerand
– rand gaaf
– voet wigvormig
– veernervig
– zacht behaard

Stengel
– rechtop
– zacht behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

Zandraket : Arabidopsis thaliana

Standaard

categorie :  Kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de kleine (4 – 8 mm), witte 4-tallige bloemetjes en
– de lange, dunne, rolronde, schuin afstaande vruchten en
– het rozet van behaarde blaadjes met een grof getande rand

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Zandraket is een eenjarige plant van 5 tot 30 cm hoog. Ze is zeer algemeen voor komend in de Lage Landen. Zandraket groeit op open, droge, min of meer voedselrijke zandgrond in bermen, akkers, plantsoenen, op dijken en tussen tegels.

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit in april en mei met kleine witte bloemetjes. De zuiver witte bloemetjes zijn 4 tot 8 mm groot, hebben 4 kroonbladen, 4 geelgroene kelkbladen, 1 stijl en 6 meeldraden, 4 langere en 2 kortere. De bloemen staan in een tros aan het einde van de stengel en zijstengels.

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

Zandraket heeft een korte levenscyclus. De zaden kiemen in de herfst en de plant gaat als rozet de winter door. In het vroege voorjaar groeien uit het rozet een aantal al of niet vertakte bloeiende stengels. ’s Nachts en bij regen-achtig weer buigen de bloemtrossen zich om het stuifmeel te beschermen tegen vocht.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Zandraket is een grijsgroen plantje, dat fijner en smaller oogt dan herderstasje. Naast zandraket zijn er nog 5 andere algemeen voorkomende, vroege voorjaarsbloeiers met 4-tallige, kleine witte bloemetjes en een bladrozet.

 

 

 

herderstasje : driehoekige vruchten.

 

 

 

 

 

 

 

vroegeling : gespleten kroonbladen en brede, platte vruchten, rozetbladeren gaaf of getand.

 

 

 

 

 

 

 

zandraket : lange, smalle, schuin afstaande vruchten, rozetbladeren gaaf of getand.

 

 

 

 

 

 

 

kleine veldkers : lange, smalle, rechtop staande vruchten, die boven de bloemen uitkomen, rozetbladeren veervormig.

 

 

 

 

 

 

 

bosveldkers : lange, smalle, rechtop staande vruchten, die niet of nauwelijks boven de bloemen uitkomen, rozetbladeren veervormig.

 

 

 

 

 

 

 

klein tasjeskruid : ongelijke kroonbladen, eironde, platte, haaks afstaande vruchten, rozetbladeren veervormig.

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen tot zeldzaam
– 5 tot 30 cm

Bloem
– wit
– april en mei
– tros
– stervormig
– 4 tot 8 mm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– enkelvoudig
– 1-nervig
– behaard
– rozetbladeren :
– eirond tot lancetvormig
– top stomp of afgerond
– rand grof getand
– voet versmallend in steel
– stengelbladeren :
– lancetvormig
– top spits
– rand gaaf of grof getand
– zittend

Stengel
– rechtop
– vooral onderaan behaard
– rolrond

zie wilde bloemen