Category, categorie: The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video
.
.
Ezekiel 29-32 • Prophecies against Egypt and pharaoh
.
Ezechiël 29-32 . Profetieën tegen Egypte en de farao
.
Paul LeBoutillier
.
.






In welke verhouding staat de doop hier met de redding?
Komt de redding voor de doop of als een resultaat ervan? We kunnen niet meer gered worden voor de doop als dat redding mogelijk is voordat we geloven. Het is zoals 1 + 1 = 2. Als je eender welke wegneemt dan krijg je niet langer meer 2. Gelijkerwijs is het als je ofwel de doop ofwel het geloof wegneemt, dat je geen redding meer hebt.
Sommigen zullen antwoorden dat je zal veroordeeld worden als je niet gelooft, maar niet dat je veroordeeld wordt als je niet bent gedoopt. De Bijbel zegt niet altijd woord voor woord wat we moeten doen om verloren te gaan. De Bijbel zegt ons wat we moeten doen om gered te worden en er wordt verwacht van ons om dit te doen. Als we het niet doen dan gaan we verloren.
Hier wordt gezegd dat we 2 dingen moeten doen om gered te worden. Om verloren te gaan, moet je slechts één ervan weglaten. Als je geen geloof hebt, zal je waarschijnlijk ook niet worden gedoopt, en ook al zou je het dan doen, dan zou het geen zin hebben. Om verloren te gaan is gemakkelijk – gewoon niet geloven.
Om gered te worden is moeilijker – je moet geloven en gedoopt worden. Verder zal de persoon, die een waar geloof heeft, geloven dat de doop nodig is. Jezus zei om het evangelie te geloven (vs 15-16), wat zegt dat het hij die gelooft en zich laat dopen zal behouden worden. Wat niet gelooft, gelooft ook het evangelie niet!
Merk het verschil op tussen wat mensen zeggen en wat de bijbel zegt:
Mensen zeggen: Hij die gelooft is behouden en mag worden gedoopt. Het evangelie zegt: Hij die gelooft en zich laat dopen zal behouden worden. Beiden geloof en doop zijn noodzakelijk om gered te worden. Herinner u dat het volgen van leringen van mensen die verschillen van het evangelie leidt tot veroordeling (Galaten 1:8; Matteus 15:9; enz).
In welke verhouding staat de doop hier met de redding?
Zijn de zonden vergeven voor de doop of als het gevolg ervan? Merk op dat de bedoeling van de doop duidelijk wordt weergegeven, dat het is tot de vergeving van zonden.
Wat betekent “tot vergeving van zonden”?
Sommige zeggen dat “tot” betekent “omwille van”, zoals ‘hij kreeg een bekeuring omwille van zijn hardrijden” – Hij kreeg de bekeuring omdat hij hard had gereden, niet omdat hij zou gaan hardrijden. ‘Tot’ kan deze betekenis hebben, maar in Handelingen 2:38 kan het dit niet betekenen.
Denk eens na tegen wie Petrus aan het spreken was. Als “tot” betekent “ze hadden al vergeving ontvangen”, dan moet Petrus tegen mensen spreken die gered waren. Is dat zo? Hij had hen juist veroordeeld omdat ze Jezus hadden gedood (vs 36), en ze waren diep in hun hart getroffen en vroegen wat ze moesten doen (vs 37).
Ze hadden nog geen vergeving ontvangen, maar stonden er juist op om dit te krijgen. Petrus zei hun dat ze zich moesten “bekeren”. Als ze al vergeven waren, waarom moesten ze zich dan nog bekeren? Het bevel om zich te bekeren bewijst dat deze mensen nog niet waren gered, maar dat ze nog steeds zondaars waren die vergeven moesten worden.
Na vs 38 zegt Petrus hen “laat u behouden uit dit boze geslacht” (vs 40). Als ze al gered waren, waarom zeggen dat ze zich moesten laten behouden? Het is duidelijk dat deze mensen niet waren gered en dat ze werden gezegd wat ze moesten doen omdat ze nog niet vergeven waren. Ze waren verloren zondaars die werden verteld wat ze moesten doen om vergeven te worden. Daarom dat “tot vergeving van zonden” betekent “om vergeving van zonden te krijgen”.
Handelingen 2:38 zegt “Bekeer u en laat u dopen tot vergeving van zonden” Matteüs 26:28 zegt dat Jezus’ bloed zou worden vergoten “tot vergeving van zonden”. Heeft Jezus zijn bloed vergoten omdat de mensen reeds vergeving van zonden hebben gekregen? Helemaal niet. Hij deed het zodat mensen die nog niet waren vergeven, konden worden vergeven.
Gelijkerwijs wordt men niet gedoopt omdat men al vergeving van zonden heeft ontvangen, maar opdat de mensen die het nog niet zijn, het kunnen ontvangen. Veronderstel dat iemand is gedoopt zonder te weten dat dit het doel is waarvoor hij wordt gedoopt. Veronderstel dat hij was gered voor de doop. Is hij dan gedoopt om vergeving van zonden te ontvangen? Hoe kan dat dan, als hij geloofde dat hij het al had ontvangen? Hoe zou dan zijn doop volgens de wil van God zijn gebeurd?
Noach laat zien hoe wij worden gered. Vs 20 zegt dat hij en zijn familie werden gered “door het water heen”. Het water van de vloed vernietigde de bozen, maar het redde ook Noah, omdat de boot erop dreef, en zo Noach redde van de dood. Dit geeft weer dat het de doop is dat ons redt. Dit betekent niet dat we fysiek het vuil van onze lichamen wassen. De kracht is niet in het water, maar in de dood en opstanding van Christus. We komen in contact met het bloed door de doop.
Pasteltekening van John Astria
Hoeveel mensen zijn in Christus? Net zoveel als er in Hem zijn gedoopt. Wat als iemand niet is gedoopt in Christus? Dan is die persoon niet in Hem. Waarom is het belangrijk om in Christus te zijn?
Efeziërs 1:7 – vergeving van zonden is in Christus.
2 Timoteus 2:10 – Het heil is in Hem.
1 Johannes 5:11-12 – Het eeuwige leven is in de Zoon.
Efeziërs 1:3 – Alle geestelijke zegeningen zijn in Christus. (vgl Romeinen 8:1; 2 Korintiërs 5:17; Filippenzen 4:7)
Als iemand buiten Christus is, dan heeft hij geen vergeving, geen redding, geen eeuwig leven of geestelijke zegeningen. Maar hoe komt iemand in Christus? Hij moet worden gedoopt in Christus. Wat is dan de toestand van iemand die niet is gedoopt of die niet gelooft dat de bedoeling van de doop is om gered te worden?
Horen, geloven, bekering en belijden zijn noodzakelijke stappen richting Christus, maar de doop is de stap die iemand in Christus plaatst. Voor de doop is men nog steeds buiten Christus, nog steeds zonder vergeving en alle andere zegeningen die in Christus zijn. Als hij deze zegeningen wil dan moet hij worden gedoopt met de bedoeling om in Christus te komen.
Dit vers zegt weeral (zoals Galaten 3:27) dat we worden gedoopt in Jezus. Maar we worden ook in Jezus’ dood gedoopt. Waarom is de dood van Jezus belangrijk voor ons? Het was in Zijn dood dat hij Zijn bloed voor ons vergoot dat ons redt van de zonde! Hoe komen we ermee in contact? We worden er in gedoopt!
De mensen die de noodzaak van de doop leren worden er vaak van beschuldigd van het niet geloven in de redding door Jezus’ bloed. De waarheid is het tegenovergestelde. We leren dat de doop noodzakelijk is omdat bij de doop de zondaar in contact komt met Jezus’ bloed!
Zij die je zeggen dat je gered bent voor de doop zeggen (onbedoeld) dat je gered kan worden zonder het bloed, omdat ze leren dat de zondaar gered is nog voor hij in contact komt met het bloed! In de doop verkrijgen we de voordelen van Jezus’ dood! Wat is dan de toestand van hen die zeggen dat je gered bent voor de doop of dat de doop niet nodig is om vergeving te krijgen?
Pasteltekening van John Astria
Waar is het afwassen van de zonden in deze tekst; voor de doop of als een gevolg van de doop?
De zondaar in dit verhaal (Saul) had al alles gedaan voor zijn doop wat de meeste kerken leren dat men moet doen om gered te worden. Hij had Jezus gezien onderweg, geloofde duidelijk in Hem en was bereid om Hem te gehoorzamen (22:5-10; 9:3-6). Hij had zelfs gebeden (9:9-11). Als iemand kon gered worden voor de doop, dan zou het Saul wel zijn. Maar was hij gered?
Jezus had gezegd dat Saul naar de stad moest gaan en daar zou men hem zeggen wat hij moest doen (9:6). Ananias kwam en vertelde hem om zich te laten dopen en zijn zonden te laten afwassen. Als zonden worden vergeven voor de doop, dan zou Saul geen zonden meer hebben om af te wassen.
Maar hij had nog steeds zonden tot hij werd gedoopt. Dus iemand kan vandaag de dag in Jezus geloven en zich bekeren, maar hij is schuldig voor al zijn zonden totdat hij wordt gedoopt.
Dat is waarom in de voorbeelden van bekering in de bijbel, de mensen de doop nooit uitstelden
Altijd als de zondaar het evangelie geloofde en zich bekeerde, werd hij onmiddellijk gedoopt.
Handelingen 2:41 – Die dag werden 3000 mensen gedoopt.
Handelingen 8:36 – Wat is ertegen dat ik wordt gedoopt?
Handelingen 9:18 – Terstond stond hij op en werd gedoopt.
Handelingen 16:33 – in hetzelfde uur van de nacht werden terstond hij en zijn familie gedoopt.
Handelingen 22:16 – Wat aarzelt gij nog? Sta op, laat u dopen en uw zonden afwassen.
Wanneer hedendaagse denominaties de doop van overtuigde gelovigen uitstellen, dan volgen ze het plan van de Bijbel niet die wijst op de dringendheid van de doop. Ze geloven dat de persoon al is gered, waarom moeten ze zich haasten? Wanneer we begrijpen dat de persoon nog steeds in zonde leeft, dan begrijpen we ook waarom de mensen in de Bijbel de doop niet uitstelden.


.
.
.
.

.
Je kent dat spelletje wel: je zit met z’n allen in een kring en een zin, wordt door gefluisterd. Lachen als de laatste vertelt wat hij denkt dat de eerste gezegd heeft, het verandert langzamerhand bij het doorvertellen. Is dat bij de Bijbel ook zo gegaan?
.
Mondelinge overlevering
.
De oudste gedeelten van de Bijbel, in het boek Genesis, zijn ongetwijfeld een tijdlang mondeling doorverteld, voordat ze opgeschreven zijn. Maar zelfs meer dan 1000 jaar voor de tijd van de aartsvader Abraham was het in Mesopotamië gebruikelijk een schriftelijke administratie te voeren. Het is dan ook denkbaar, dat de aartsvaders gebruik maakten van schriftelijke notities. Volgens sommige onderzoekers lijkt de structuur van het boek Genesis op die van schriftelijke verslagen uit dezelfde periode.
.
Schriftelijke overlevering
.
In elk geval is rondom het jaar 1400 voor Christus het verhaal van God en de mensen op schrift gesteld. Mozes kreeg een duidelijke opdracht van God om alles op te schrijven:
En zo gebeurde: ‘Mozes stelde zijn hele onderricht op schrift en gaf de boekrol aan de Levitische priesters…‘ (Deuteronomium 31:9).
.
Vermenigvuldiging
.
De oorspronkelijke handschriften bestaan niet meer. Maar vanaf het begin zijn ze overgeschreven en vermenigvuldigd, zodat meer mensen ze konden lezen. Dit werd heel zorgvuldig aangepakt. De Joodse geleerden die de manuscripten overschreven telden de tekens, de woorden en de paragrafen. Schrijffouten worden zo niet uitgesloten, maar de kans op grote veranderingen in de tekst is daardoor wel minimaal. In verhouding met tekstvarianten in andere geschriften uit de oudheid is het aantal tekstvarianten in de Bijbeltekst uiterst gering.
.
Schrijffouten
.
De vondst van de Dode zeerollen in 1948 bracht van een aantal Bijbelboeken afschriften aan het licht, die honderden jaren ouder waren dan de oudste tot dan toe bekende afschriften. Toch bleek de tekst nagenoeg ongewijzigd te zijn gebleven. In bijna alle gevallen waarin sprake is van verschillen tussen de handschriften (ongeveer 1% van de teksten) gaat het om details die geen enkele invloed op de theologie hebben.
.
Nieuwe Testament
.
Het Nieuwe Testament verschilt in zoverre van het Oude Testament, dat het niet met dezelfde nauwgezetheid door schriftgeleerden is overgeschreven. Maar daar staat tegenover, dat al kort na de tijd van de apostelen een lijst bekend was met hun geschriften. En hoewel ook hier de originelen niet meer bestaan, hebben anderen zoveel uit hun werk geciteerd, dat het mogelijk was om een uiterst betrouwbare reconstructie van de geschriften van de apostelen te maken.
.
Onveranderd
.
De conclusie mag zijn, dat de tekst van de Bijbel zoals die oorspronkelijk opgeschreven was, nagenoeg onveranderd aan ons overgeleverd is.
.
.

.
.



.


.
.
.
.
.
Hier zie je de leeftijden van Adam, Seth, Enos, Kenan, Mahalalel, Jared, Henoch, Methushalach, Lamech, Noach en diens zoon Shem. Volgens de gangbare Bijbelvertalingen één doorlopend geslachtsregister van Adam, tot aan de zondvloed. Er is een alternatieve interpretatie, die een langere geschiedenis laat zien.
.
.

.
.
Volgens de Bijbel werden mensen vroeger heel oud. Zo oud zelfs dat er in de ruim 1600 jaar tot aan de zondvloed, de grote overstroming die volgens de Bijbel de hele aarde onder water zette, slechts tien generaties waren. Maar juist omdat de mensen zo lang leefden, hadden ze heel veel tijd om met elkaar te praten en informatie over te dragen.
Iedereen sprak nog dezelfde taal en de vloek van de dood die de mensen over zich gehaald hadden door ongehoorzaamheid, had nog niet zoveel effect als nu. Als God de eerste mens ‘zeer goed’ gemaakt had, zoals de tekst van Genesis ons laat zien, dan waren die eerste mensen sterker, slimmer en hadden ze een veel beter geheugen.
De waarschijnlijkheid dat op deze manier de verhalen op een betrouwbare manier overgeleverd werden is daardoor veel groter. Hier zie je dat Abraham en Isaäk nog van Noachs zoon Shem hadden kunnen horen over de zondvloed. De herinnering aan die zondvloed en de wereld ervoor was toen dus nog vrij recent.
.
.

.
.
Het is heel logisch dat na een enorme destructieve overstroming zoals de zondvloed de leeftijd van de mensen zou gaan afnemen. Het klimaat veranderde enorm. Het aardoppervlak werd, vanwege de zwaar beschadigde atmosfeer, meer dan tevoren gebombardeerd met schadelijke stralingen. Ook de vloek van de dood werd steeds meer merkbaar en mensen werden steeds zwakker.
Toch leefden ze nog vrij lang en waren blijkbaar sterker dan wij nu. De zoon van Noach, Shem, kon het hele verhaal van voor en tijdens de zondvloed nog vertellen aan Abraham en Izaäk, de stamvaders van Israël (Jacob). Tegen die tijd werd er zeker geschreven en stond alles ongetwijfeld op schrift.
Mozes kan heel goed de beschikking gehad hebben over die documenten en kan daar het eerste deel van Genesis mee hebben samengesteld.
.
.

.
.
In deze tabel zie je nog eens heel duidelijk hoe de leeftijd van de mensen die in de Bijbel genoemd worden op een realistische wijze afneemt. Het proces ging geleidelijk en werd duidelijk beïnvloed door de zondvloed. De Bijbelse tijdsindeling van de geschiedenis van de wereld ziet er wat dat betreft logisch uit.
.
.
Een bijzondere eigenschap van het geslachtsregister van Adam tot en met Noach: Gen. 5:1-29 :
Adam verwekte Seth en die verwekte Enos, Enos verwekte Kenan, Kenan Mahalalel, Mahalalel Jared, Jared verwekte Henoch en die weer Methushalach, die Lamech verwekte, de vader van Noach.
Men heeft ontdekt dat de betekenissen van de namen achter elkaar een complete zin vormen:
.
Adam = mens
Seth = aangewezen
Enos = sterfelijk
Kenan = lijden (verblijven)
Mahalalel = gezegende God
Jared = zal neerdalen
Henoch = onderwijzen
Methushalach = zijn dood zal zenden (of brengen)
Lamech = wanhopige (treurende)
Noach = rust (troost)
.
Dat is het goede nieuws van Jezus Christus, verborgen in Genesis!
.
De namen van mensen werden in vroeger tijden heel bewust gekozen. Denk aan Simon die door Jezus Petrus genoemd wordt, of Abram, wiens naam veranderd werd in Abraham. Een dergelijke naamsverandering had dan een diepere betekenis voor het leven van die persoon.
“God daalt neer naar de aarde om door Zijn dood de wanhopige mens rust te geven” is de betekenis van de 10 opeenvolgende namen. De enige gebeurtenis in de geschiedenis waarin deze sleutelelementen aanwezig waren, was de komst en bediening van Jezus, Zijn dood aan een Romeins kruis en het effect van Zijn boodschap! Die boodschap houdt in dat Zijn dood niet het einde was, maar juist het begin van een glorieus leven van kracht en vrede.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
Wat we weten over Jozef, de aardse en wettelijke vader van Jezus, komt uit de evangelies van Matteüs en Lukas. De volledige genealogie van Jozef is te vinden in Matteüs 1:1-24. Mensen die de Bijbel voor het eerst lezen, vragen zich vaak af waarom deze lange genealogie wordt beschreven, maar het belang van deze lijst wordt al snel duidelijk. Genealogieën waren bijzonder belangrijk voor de Joden, en deze verzen laten zien dat de familielijn van Jezus helemaal teruggaat naar Abraham. Hierin kunnen wij een vervulling herkennen van een van de vele profetieën over de komende Messias uit het Oude Testament.
.
.

.
.
.
.
1 Dit is de lijst van voorouders van Jezus Christus. Hij is de zoon van koning David, die uit de familie van Abraham is. 2 Abraham kreeg een zoon: Izaäk. Izaäk kreeg een zoon: Jakob. Jakob kreeg zonen: Juda en zijn broers. 3 Juda kreeg twee zonen: Perez en Zera. Hun moeder was Tamar. Perez kreeg een zoon: Hezron. Hezron kreeg een zoon: Aram. 4 Aram kreeg een zoon: Aminadab. Aminadab kreeg een zoon: Nahesson. Nahesson kreeg een zoon: Salmon. 5 Salmon kreeg een zoon: Boaz. Boaz’ moeder was Rachab. Boaz kreeg een zoon: Obed. Obeds moeder was Ruth. Obed kreeg een zoon: Isaï. 6 Isaï kreeg een zoon: David, die later koning werd.
Koning David kreeg een zoon: Salomo. De moeder van Salomo was de vrouw van Uria. 7 Salomo kreeg een zoon: Rehabeam. Rehabeam kreeg een zoon: Abia. Abia kreeg een zoon: Asa. 8 Asa kreeg een zoon: Josafat. Josafat kreeg een zoon: Joram. 9 Joram kreeg een zoon: Uzzia. Uzzia kreeg een zoon: Jotam. Jotam kreeg een zoon: Achaz. 10 Achaz kreeg een zoon: Hizkia. Hizkia kreeg een zoon: Manasse. Manasse kreeg een zoon: Amon. Amon kreeg een zoon: Josia. 11 Josia kreeg zonen: Joahaz en zijn broers, toen de bewoners van het koninkrijk Juda gevangen meegenomen werden naar het land Babylonië .
12 Nadat ze gevangen meegenomen waren naar Babylonië, kreeg Joahaz een zoon: Sealtiël. Sealtiël kreeg een zoon: Zerubbabel . 13 Zerubbabel kreeg een zoon: Abiud. Abiud kreeg een zoon: Eljakim. Eljakim kreeg een zoon: Azor. 14 Azor kreeg een zoon: Zadok. Zadok kreeg een zoon: Achim. 15 Achim kreeg een zoon: Eliud. Eliud kreeg een zoon: Eleazar. Eleazar kreeg een zoon: Mattan. 16 Mattan kreeg een zoon: Jakob. Jakob kreeg een zoon: Jozef, die later met Maria trouwde. En uit Maria is Jezus geboren. Hij wordt de Christus genoemd.
17 Van Abraham tot David zijn 14 voorvaders. En van David tot het moment dat het volk van Juda gevangen werd meegenomen naar Babylonië zijn 14 voorvaders. En vanaf het moment dat het volk van Juda gevangen werd meegenomen naar Babylonië tot aan Christus zijn ook 14 voorvaders.
.
.
18 Dit is het verhaal van de geboorte van Jezus Christus. Maria was verloofd met Jozef. Omdat ze nog niet getrouwd waren, waren ze nog nooit met elkaar naar bed geweest. Maar op een dag wist Maria dat ze in verwachting was. Dat was ze door de kracht van de Heilige Geest. 19 Maar Jozef dacht dat Maria van een andere man in verwachting was geraakt. Daarom was hij van plan om de verloving met Maria uit te maken. Maar hij wilde niemand zeggen dat dat was omdat ze in verwachting was. Want hij was een goed mens. 20 Toen hij dat besloten had, kwam er in een droom een engel van de Heer God naar hem toe. De engel zei: “Jozef, zoon van David, trouw gerust met Maria. Want haar kind is ontstaan door de Heilige Geest. 21 Maria zal een zoon krijgen. Je moet Hem Jezus (= ‘God redt’) noemen. Want Hij zal zijn volk bevrijden van hun ongehoorzaamheid aan God en daarmee van Gods straf. 22 Dit is gebeurd zodat zou uitkomen wat de Heer God van tevoren door de profeet Jesaja heeft gezegd: 23 ‘Het meisje dat nog maagd is zal in verwachting raken en een zoon krijgen. De mensen zullen Hem Immanuël noemen. Dat betekent: ‘God is met ons.’ “24 Toen werd Jozef wakker. Hij deed wat de engel tegen hem had gezegd en trouwde met Maria. 25 Hij ging niet met haar naar bed totdat het kind was geboren. En hij noemde Hem Jezus.
.
.

.
.
Jozef was een rechtstreekse nakomeling van David. Hij was een genadige en gerespecteerde man die zich hield aan de wetten van het Jodendom. Hij had een mager inkomen, maar toch was hij een eerwaardige en trouwe man. Jozef verdiende zijn brood als timmerman in het kleine dorp Nazaret. Jozef leerde zijn zoon de knepen van het vak. Jezus was zelf een timmerman tot Hij Zijn openbare bediening begon (Markus 6:1-6).
Jozef onderwees Hem ook op geestelijk vlak. Jozef hield zich met zijn gezin aan de heilige dagen en de Joodse feesten.
.
.
.
1 Jezus vertrok weer en ging naar zijn eigen stad, Nazaret. Zijn leerlingen gingen met Hem mee. 2 Op de heilige rustdag ging Hij les geven in de synagoge. Veel van de mensen die Hem hoorden, waren heel verbaasd. Ze zeiden: “Waar heeft Hij die dingen vandaan? Hoe komt Hij aan die wijsheid? Hoe kan Hij zulke wonderen doen? 3 Hij is toch de timmerman, de zoon van Maria, en de broer van Jakobus, Joses, Judas en Simon? En zijn zussen wonen toch ook hier?” En ze geloofden Hem niet. 4 Jezus zei tegen hen: “Alleen in zijn eigen stad en in zijn eigen familie hebben de mensen geen respect voor een profeet.” 5 En Hij kon daar geen grote wonderen doen. Alleen maakte Hij een paar zieke mensen gezond door hun de handen op te leggen. 6 En Hij was verbaasd over hun ongeloof.
.
.

.
.
.
“Jezus’ ouders reisden elk jaar naar Jeruzalem om daar het Paasfeest te vieren. Toen Jezus twaalf jaar oud was, reisden zijn ouders weer zoals elk jaar naar Jeruzalem.”
We weten ook dat Jozef de rol innam van voogd en beschermer van Jezus, omdat hij naar God luisterde en Hem gehoorzaamde. In elk opzicht vervulde hij zijn vadersrol op een bewonderenswaardige manier. De evangelies geven ons weinig details over Jozef. Omdat Jezus de zorg voor Maria aan Johannes overdroeg, wordt gespeculeerd dat Jozef mogelijk een natuurlijke dood is gestorven tussen het bezoek aan de tempel toen Jezus pas twaalf was (Lukas 2:41-51) en de doop van Jezus toen Hij dertig was (Markus 1:9-11).
.
.
Jezus in de tempel
.
41 Jezus’ ouders reisden elk jaar naar Jeruzalem om daar het Paasfeest te vieren. 42 Toen Jezus twaalf jaar oud was, reisden zijn ouders weer zoals elk jaar naar Jeruzalem. 43 Na de feestdagen gingen zijn ouders weer naar huis. Maar Jezus bleef in Jeruzalem achter. Zijn ouders hadden dat niet gemerkt. 44 Ze dachten dat Hij meeliep met de andere mensen die ook naar huis terugreisden. Zo reisden ze één dag en zochten Hem intussen bij familie en kennissen. 45 Maar toen ze Hem niet vonden, gingen ze terug om Hem in Jeruzalem te zoeken.
46 Na drie dagen vonden ze Hem in de tempel. Hij zat daar tussen de wetgeleerden . Hij luisterde naar hen en stelde vragen. 47 De mensen die Hem hoorden, waren verbaasd hoe verstandig Hij was. Ook verbaasden ze zich over de antwoorden die Hij gaf. 48 Toen zijn ouders Hem daar vonden, waren ze boos. Zijn moeder zei tegen Hem: “Kind, hoe kun je zoiets doen? Je vader en ik zijn zó ongerust geweest! We hebben overal naar je gezocht!” 49 Maar Hij zei tegen hen: “Waarom heeft u naar Mij gezocht? Wist u dan niet dat Ik bezig moet zijn met de dingen van mijn Vader?” 50 Maar ze begrepen niet wat Hij bedoelde. 51 Hij ging met hen mee terug naar Nazaret en was gehoorzaam aan zijn ouders. Zijn moeder onthield alles wat er gebeurd en gezegd was en dacht er over na in haar hart.52 Terwijl Jezus opgroeide, werd Hij steeds wijzer. En God en de mensen hielden van Hem.
.
.

.
.
.
.
9 In die tijd kwam ook Jezus uit Nazaret in Galilea naar Johannes toe. Hij liet Zich door hem dopen in de Jordaan. 10 Op het moment dat Hij uit het water opstond, zag Jezus de hemel opengaan. En de Geest daalde als een duif op Hem neer. 11 En een stem zei uit de hemel: “Jij bent mijn Zoon. Ik houd heel veel van jou. Ik geniet van jou.”12 Onmiddellijk daarna stuurde de Geest Jezus naar de woestijn.13 Daar werd Hij 40 dagen lang door de duivel op de proef gesteld. Hij leefde bij de wilde dieren, en de engelen dienden Hem.
.
.

.
.
Het is duidelijk dat andere mensen Jozef erkenden als de wettelijke vader van Jezus. Dat zien we in verzen als Johannes 1:46. Jozef moet in die vroege jaren een ongelooflijke invloed op Jezus hebben gehad. Wanneer Jezus sprak over God als een liefdevolle Vader, kon Hij terugvallen op het soort liefde dat Hij als kind van Jozef had ontvangen. Jozef is een groot voorbeeld van de waarde van integriteit, gehoorzaamheid en trouw, maar vooral ook van de eervolle invulling van de hem toevertrouwde rol van het vaderschap.
.
.
46 Filippus ging naar Natanaël en zei tegen hem: “We hebben de Man gevonden over wie Mozes en de profeten hebben geschreven! Hij heet Jezus en Hij is de zoon van Jozef uit Nazaret!”
.
.

.
.
.
.


