Tagarchief: bloemen

Onkruid soorten in ons land – letter H

Standaard

Categorie: Kamerplanten en bloemen

 

 

Onkruid soorten

 

Hieronder vindt u alle soorten onkruid die ons land kent. Een enorm groot overzicht maar netjes op alfabetische volgorde en met omschrijving. Veel succes met het herkennen en bestrijden van deze vaak hardnekkige planten.

 

 

Heermoes (Equisetaceae)

 

HEERMOES (Equisetum arvense) maakt twee soorten stengels. In het voorjaar ontwikkelen zich bruinachtig-gele stengels waarbij de top steeds is omsloten door een schede; de resten hiervan blijven op regelmatige afstanden langs de stengels zitten. Tenslotte eindigt de stengel in een soort kegel die sporen bevat. Wanneer de sporen verspreid zijn verdorren de vruchtbare stengels en verschijnen de groene onvruchtbare stengels. Deze dragen kransen van zijtakken op de plaats waar de leden van de stengels in elkaar sluiten.

De plant heeft geen bladeren. Het is een overblijfsel uit oeroude tijden, waardoor het geslacht Equisetum een soort brug vormt tussen de moderne planten en de oudste vormen van plantaardig leven. Onze steenkool is voornamelijk gevormd door de resten van reusachtige wouden van geweldige grote, houtachtige, met Equisetum verwante planten die eens de aarde bedekten. De plant bevat kiezel en werd vroeger gebruikt om tinnen voorwerpen mee te schuren. Zo nu en dan worden de stengels benut om meubels mee te doen glanzen.

De vruchtbare stengels bereiken een hoogte van 10-30 cm en zijn onvertakt; de onvruchtbare stengels worden meestal 10 tot 40 cm hoog. Dank zij de ondergrondse wortelstokken is het een sterk woekerend onkruid, dat door velen als praktisch onuitroeibaar wordt beschouwd. Er schijnt echter één middel tegen deze kwaal te bestaan en dat is het uitzaaien van Oostindische kers op het betreffende stuk grond. Deze planten verstikken het Heermoes, dat namelijk niet tegen beschaduwing kan.

Heermoes is giftig voor het vee, vooral voor paarden en koeien. De plant komt voor in Europa, West-Azië, Noord-Amerika en Noord- en Zuid-Afrika. In ons land algemeen langs wegen en tussen gras. Op zandige akkers vaak een heel lastig onkruid, getuige de naam akkerpest. Equisetum palustre (Lidrus) lijkt veel op Heermoes, maar wordt vooral gevonden op vochtige plaatsen en op kleiakkers. Een andere naam voor heermoes is paardenstaart.

 

 

 

 

 

 

 

Hoornbloemen en Vogelmuur (Caryophyllaceae)

 

Deze vertegenwoordigers van de Anjerfamilie vormen een interessante groep. Ongeveer 100 soorten ervan zijn kosmopolieten, dat wil zeggen dat ze over de hele wereld voorkomen. Al zien ze er teer uit en ook al dringen de wortels maar een paar centimeter in de grond, toch kunnen ze lage temperaturen doorstaan en hebben ze weinig voedsel nodig. Het zijn zodevormende planten en vele zijn zelfbestuivers, wat inhoudt dat ze geen droog weer en bezoek van insecten nodig hebben om zaad te kunnen vormen. Geen tuin ontsnapt aan deze planten. Hoewel ze als lastig beschouwd worden zijn ze gemakkelijk met de hand te verwijderen.

 

 

Vogelmuur

 

VOGELMUUR (Stellaria media) is een van de wereldburgers, bekend over de hele aardbol. In het kielzog van de blanken is dit plantje overal naartoe gereisd en het voelt zich net zo thuis binnen de poolcirkel als in Zuid-Amerika.

Sommige onkruiden hebben een ongezond uiterlijk. Dat gaat niet op voor de Vogelmuur met zijn frisgroene, puntig-ovale blaadjes die twee aan twee langs de stengels staan. De kegelvormige knoppen staan in groepjes bijeen op lange steeltjes die uit de bladoksels ontspringen. De kleine witte bloempjes die eruit tevoorschijn komen hebben vijf bloemblaadjes, die zo diep zijn ingesneden dat het lijkt alsof het er tien zijn. Gewoonlijk blijven ze maar een dag goed. Ze hebben 3-8 roodpaarse meeldraden, waarbij het aantal het grootst is als de plant in het volle licht groeit.

Vogelmuur is een eenjarige plant en kan verscheidene maanden oud worden; 5-7 weken na het ontkiemen kan de plant al rijp zaad hebben. Behalve bij heel slecht weer bloeit Vogelmuur het hele jaar door en ieder exemplaar brengt 2500-15.000 zaden voort. Aangezien er drie generaties in een jaar kunnen zijn zou het nakomelingschap over twaalf maanden gerekend in principe tot meer dan 15 miljard kunnen oplopen.

Vogelmuur is niet alleen zeer vruchtbaar, het zaad kan ook heel wat verdragen. Zelfs na het passeren van de maag van vogels of andere dieren is het zaad nog kiemkrachtig en proeven hebben aangetoond dat het ook na 90 dagen in zeewater gelegen te hebben nog in staat is te ontkiemen. Geen wonder dat Vogelmuur zich via land en zee over de hele aarde heeft verspreid.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gewone Hoornbloem

 

In ons land komen negen soorten Hoornbloem voor, deels oorspronkelijk wild, deels verwilderd. De meest algemene soort is GEWONE HOORNBLOEM (Cerastium fontanum), een overblijvende plant die bloeit van april tot in de herfst. Hij vormt een groot aantal op de grond liggende stengels, waarbij alleen de bloeiende zich oprichten. De vijf bloemblaadjes zijn diep ingesneden. De blaadjes op de gewone stengels staan tegenover elkaar, zijn donker grijsachtig groen en bedekt met een dichte laag van witte haren. De bladeren op de bloemstengels zijn ellipsvormig tot ovaal, zonder bladsteel; op de niet-bloeiende stengels zijn ze stomper. Een kosmopoliet, die bij ons vooral langs dijken en wegen voorkomt.

 

 

 

 

 

 

 

Kluwenhoornbloem

 

Vrij algemeen in ons land is de KLUWENHOORNBLOEM (Cerastium glomeratumO evenals de twee voorgaande soorten een kosmopoliet. De plant is geelgroen van kleur, met breed-ovale bladeren. Zoals de naam al aangeeft staan de bloemen dicht opeen; er zijn tien meeldraden en vijf stijlen; de bloemsteeltjes zijn behaard en heel kort. De witte bloemen hebben 5 bloemblaadjes, die enigszins ingesneden zijn; ze verschijnen van mei tot oktober. Gewoonlijk ontkiemt het zaad in de nazomer of herfst. De plant is één- of tweejarig en wordt maximaal 45 cm hoog.

 

 

 

 

 

 

 

Akkerhoornbloem

 

De AKKERHOORNBLOEM (Cerastium arvense) is weer een overblijvende plant. Ook dit is een vertakt, kruipend onkruid, maar onderscheidt zich van de reeds genoemde soorten doordat vaak in de oksels van de onderste bladeren groepjes blaadjes ontspringen. Alle bladeren zijn smal en donzig, met een lengte van 6-18 mm. De bloemen zijn naar verhouding groot (12-18 mm). Deze soort heeft de gewoonte wortels te vormen aan de knopen van de stengels die op de grond liggen, hetgeen resulteert in een zich steeds verder uitbreidende mat, wat in het gazon heel lastig kan zijn.

 

 

 

 

 

 

 

Viltige hoornbloem

 

Tenslotte hebben we dan nog de VILTIGE HOORNBLOEM (Cerastium tomentosum) die in onze tuinen verscheen als sierplant voor de rotstuin. Overal waar hij opduikt wordt het echter een onkruid dat met handenvol moet worden uitgetrokken om te voorkomen dat het door zijn uitbundige groei zijn buren verstikt. De plant heeft smalle, wit-viltige blaadjes en is in mei-juli overdekt met stervormige witte bloemen die 18-25 mm in doorsnee zijn en de gebruikelijk vijf ingesneden bloemblaadjes hebben. Hij wordt vanwege zijn rijke bloei in Engeland Sneeuw-in-de-zomer (Snow-in-summer) genoemd. Oorspronkelijk afkomstig uit Zuid-Europa en de Kaukasus.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Late guldenroede : Solidago gigantea

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan 
– de gele pluimen met gebogen zijtakken en
– stengels, die alleen in de bloeiwijze behaard zijn en
– bladeren zonder duidelijke zij-nerven

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Late guldenroede is een overblijvende, algemeen voorkomende plant oorspronkelijk afkomstig uit Noord-Amerika. Late guldenroede groeit op natte tot vochtige, voedselrijke, omgewerkte grond aan rivieroevers en op onbebouwde terreinen. Ze is een echte woekeraar en vormt grote bestanden. De plant kan tot 1,50 meter hoog worden.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf juli tot in de herfst met kleine gele bloemhoofdjes, die in brede pluimen gerangschikt zitten. De brede pluimen hebben gebogen zijtakken. De bloemen produceren veel nectar en trekken dan ook veel insecten aan, zoals vliegen, dag- en nachtvlinders, bijen, hommels en wespen.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De onderste en bovenste bladeren zijn nagenoeg gelijk aan elkaar. Ze zijn lancetvormig, de bovenkant is kaal, de onderkant is blauwgroen en kaal of alleen behaard op de midden-nerf en aan de randen. Ze hebben niet twee duidelijke zij-nerven, zoals de bladeren van Canadese guldenroede. Alleen in de bloeiwijze is de groene of rood aangelopen stengel behaard.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Zowel in de kruidengeneeskunde als in de homeopathie worden alle guldenroedes gebruikt vanwege de ontstekingremmende en urine afdrijvende eigenschappen.

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

 

late guldenroede : pluimen met gebogen zijtakken, stengel alleen behaard in de bloeiwijze, onderkant bladeren blauwgroen en kaal of alleen midden-nerf en randen behaard, alle bladeren ongeveer gelijk.

 

 

 

 

 

 

 

echte guldenroede : pluimen met korte, rechte zijtakken, onderste bladeren groter dan bovenste, op de rode lijst.

 

 

 

 

 

 

Canadese guldenroede : pluimen met gebogen zijtakken, stengel tenminste vanaf het midden behaard, onderkant bladeren groen en behaard, alle bladeren ongeveer gelijk.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– algemeen voorkomend
– 50 tot 150 hoog

Bloem
– goudgeel
– juli tot in de herfst
– hoofdjes in pluimen
– 6 tot 8 mm
– buis- en straalbloemen

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits of toegespitst
– rand gezaagd
– voet wigvormig
– veernervig
– onderkant blauwgroen

Stengel
– rechtop
– kaal, in de bloeiwijze behaard
– soms rood aangelopen
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kartuizer anjer : Dianthus carthusianorum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de helder roze bloemen met gekartelde kroonbladen
– in een bundeltje aan het einde van een ijle bloeistengel met
– vliezige, bruine schubben onder de kelk

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Kartuizer anjer is een zeer zeldzame, overblijvende, polvormende plant van 30 tot 45 cm hoog, die groeit op grazige zandgrond. Ze is wettelijk beschermd en staat op de rode lijst als ernstig bedreigd. Ze wordt ook ingezaaid.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Kartuizer anjer bloeit vanaf juni tot en met augustus met helder roze (zelden witte) bloemen van 18 tot 20 mm in doorsnede. De kort gesteelde bloemen staan met 4 tot 15 in een bundeltje bij elkaar aan het einde van de ijle bloeistengel. Ze hebben 5 getande kroonbladen. De vliezige schubben onder de kelk zijn bruin, korter dan de kelk, plotseling in een spitsje van 2 tot 4 mm uitlopend.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

 

steenanjer : alleenstaande bloemen, behaarde stengel.

 

 

 

 

 

kartuizer anjer : bloemen in dichte trossen en onder de bloemen bruine vliezige kelkschubben, kale stengel.

 

 

 

 

 

ruige anjer : bloemen in dichte trossen (maar iets losser dan kartuizer anjer), zonder bruinvliezige kelkschubben, maar met nagenoeg rechtopstaande, groene schutbladen, stengel, bladeren en kelk dicht behaard.

 

 

 

 

 

 

duizendschoon : tuinplant, bloemen in dichte trossen, kelkschubben groen, bladeren aan de voet gewimperd.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– anjerfamilie (Carophyllaceae)
– overblijvend
– zeer zeldzaam, op de rode lijst
– 30 tot 45 cm
– verspreiding

Bloem
– helder roze, zelden wit
– juni t/m augustus
– bundel of krans
– stervormig
– 18 tot 20 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 2 stijlen

Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet doorgroeid
– parallelnervig

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rolrond

zie wildebloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Patronen in de Japanse kledij

Standaard

categorie : mode en kledij

 

 

Patronen, thema’s en motieven zijn altijd een belangrijk communicatiemiddel in de Japanse cultuur geweest. Door de eeuwen heen hebben ze zich ontwikkeld tot de gestileerde weergaven die wij vandaag de dag kennen, maar niet per se altijd herkennen. Bij deze een vertaling van enkele van de vaakst voorkomende Japanse motieven en patronen.

 

Veel van de huidige Japanse patronen komen voort uit het Shintoïsme, de oudste godsdienst in Japan. De filosofie ervan draait om de natuur en de eerbied ervoor. Daarom stellen veel van de motieven planten, dieren of landschapselementen voor zoals rivieren. Enkele motieven zoals wolkjes zijn in de loop van tijd uit China overgenomen, net als het boeddhisme en de bijbehorende motieven.

Zelfs in deze moderne tijden zit er nog een stukje natuurverering in het Japanse volk; ze passen hun huisversieringen en kleding aan het seizoen aan. Ze zullen bijvoorbeeld in de lente nooit een kimono of ander kledingstuk met een wintermotief dragen. Naast het in de gaten houden van in welk seizoen iets thuishoort, wordt er ook rekening gehouden met symbolische betekenissen, leeftijden en gelegenheden.

 

 

 

Bomen en bloemen

 

Momiji

 

Dit zijn bladeren van de esdoorn of ahorn. Ze staan symbool voor de herfst, bezinning en rust. Deze bomen zijn erg populair vanwege hun spectaculaire bladkleuren in de herfst, het is dus niet vreemd dat mensen ze al snel vereeuwigden op afbeeldingen en er poëzie over schreven. Vaak worden deze fel roodoranje bladeren afgebeeld in combinatie met contrasterende kleuren zoals zwart of paars, om het dramatische effect ervan te versterken.

 

 

56-141_663momiji

 

 

 Kiku

 

De chrysant, dit is sinds de Meiji periode het familiewapen van de keizerlijke familie, het symboliseert de belichaming van de eenheid van het Japanse volk, oftewel de keizer. Het is ook een herftsymbool, en staat daarom ook voor bezinning, vergankelijkheid van het leven en eindes.

 

 

kiku

 

 

 

Ume

 

Pruimbloesem, welke staat voor de winter en een belofte voor nieuw leven en een nieuwe lente. De gestileerde ume lijkt op de kersenbloesem maar heeft altijd ronde bloemblaadjes, die van de kers zijn hartvormig.

 

 

ume

 

 

 

Matsu

 

Dit stelt de den voor, deze symboliseert ook de winter. Omdat hij altijd groen is, herinnert hij aan het leven tijdens de barre wintermaanden en geeft hoop en de verwachting voor nieuw leven.

 

 

matsu

 

 

 

Take

 

Bamboe, buigzaam en altijd groen, symboliseert standvastigheid en hoop. Zijn seizoen is winter of vroege lente. Samen met de ume en matsu behoort take tot de “Drie vrienden in de Winter”, een combinatie die in China is ontstaan. De groepsbetekenis is een lang leven, het winterseizoen en de cultured gentleman. Dit motief kan overal waar elegantie nodig is, worden gebruikt.

 

 

take

 

 

Sakura

 

De beroemde kersenbloesem. “Uitbundige doch tere schoonheid welke van korte duur is maar het hart warmte en vreugde schenkt, met de wetenschap dat het weer zal terugkomen, in grotere getale”.  De Japanse kers bloeit in de vroege lente en staat daarom ook symbool voor dit seizoen. Het is een van de meest geliefde motieven, vooral bij meisjes en jonge vrouwen, wiens frisse schoonheid wordt geassocieerd met deze mooie bloesem.

Vanwege de uitbundigheid en snelle vergankelijkheid van deze bloesem, wordt het motief ook door beoefenaars van de krijgskunsten gebruikt, zoals bijvoorbeeld op wapens en uitrustingen van de samurai.

 

 

sakura

 

 

 

Asanoha

 

Dit motief stelt het hennepblad voor en staat symbool voor de zomer. In oude tijden werd hennep voor religieuze offergaves gebruikt. Het is niet helemaal zeker wat de oorspronkelijke betekenis was, tegenwoordig worden er betekenissen als kracht en duurzaamheid aan gegeven. Van de hennepplant worden al lang zomerkleren gemaakt, vooral kleding voor werk, de symboliek heeft er geheid iets mee te maken.

 

 

asanoha

 

 

 

 

 Water

 

Kawa

 

De verkoeling brengende rivier, duidelijk een zomersymbool. Verder staat hij voor de bron van (levens)kracht en de stroom des levens. Irissen staan vaak om de rivier met dezelfde betekenis, om het als waterplant te accentueren. Soms is alleen de iris afgebeeld die dan het water symboliseert. Kawa komt veel voor samen met het seigaiha motief, zie het stukje hieronder.

Waterpatronen worden ook op dingen als houten daken gebruikt om brand weg te houden. Daarnaast kunnen ze in hun wildere vormen ook mannelijkheid en durf symboliseren, zo komen ze bijvoorbeeld  voor op schorten van sumo worstelaars.

 

 

kawa

 

 

 

Seigaiha

 

Dit patroon stelt golven voor, ze symboliseren steeds terugkerende beweging; van het aan- en terugrollen van de golven en de rusteloosheid van de zee. Op het theebekertje hieronder wordt het samen met kawa, de rivier, gebruikt om water te accentueren. De symbolische betekenis zou kunnen zijn; een moment van rust tijdens het theedrinken in een anders turbulent dagelijks leven.

In het midden zit een mannetje vanuit een boot te vissen, er vliegen vogels en er zijn rustieke bergtoppen in de verte; deze beelden roepen rust op. De symboliek wordt verder verstekt door het letterlijke rustmoment te plaatsen in een venster, omgeven door het drukke seigaiha motief. Het idee van thee als levengevend elixer wordt ook versterkt door de rivier.

 

 

seigaiha

 

 

 

 Dieren

 

Kame

 

Een schildpad. Een sterk gelukssymbool; het staat voor 10.000 jaar geluk en gezondheid, en ook voor volharding en doorzetting. Het abstractere kame patroon bestaat uit zeshoeken of hexagrammen die op verschillende manieren uitgewerkt kunnen zijn. De naam voor de hexagonale patronen is kikko. Bishimon kikko is een aaneensluitend patroon van een soort driepootjes.

De naam Bishomon komt van een van de geluksgoden, ook wel Hachiman genoemd. Hij beschermt de boedhisstische wetten en brengt geluk, vooral aan de armen, volgens de legendes. Dit patroon komt vaak op harnassen en wapenuitrustingen voor omdat deze geluksgod altijd als een krijger werd afgebeeld.

 

 

kame

 

 

 

Tsuru

 

Een van de meest favoriete Japanse motieven, de kraanvogel, is net als de schildpad ook een sterk symbool voor geluk en gezondheid. Ze worden dan ook vaak samen afgebeeld. Bij een ongeluk roepen Japanners dan ook niet god aan, maar “tsuru-kame!” een paar keer achter elkaar om de schade te beperken. Volgens legendes zou deze vogel duizend jaar leven en de metgezel zijn van verschillende onsterfelijken en geluksgoden. De kraanvogel wordt verder geassocieerd met Nieuwjaar en met trouwceremonies.

 

 

tsuru

.

 

Kanoko

 

De betekenis van deze zou te maken hebben met een kern, of oorsprong. Als je het woord letterlijk vertaalt zou het “babyhert” betekenen. Jonge herten hebben stippen op hun rug dus het is mogelijk dat het daarvandaan komt. Sommigen zeggen dat het afkomt van het patroon van sommige soorten koi karpers. Het zou misschien te maken kunnen hebben met de oorsprong van (het) leven, sinds deze in de zee  ontstaan zou zijn en de woorden “oorsprong” en “baby” verweven zijn met dit patroon.

 

 

SONY DSC

 

 

 

Andere  symbolen

 

Yasaguri

 

Dit stelt gestileerde pijlpunten voor, welke staat voor moed, trefzekerheid en vastberadenheid van de krijger en ieder mens wat zijn doel nastreeft. Traditionele kleding voor mannen heeft vaak dit soort patronen.

 

 

yasaguri

 

 

 

Sensu

 

Een waaier, het symbool voor verfijning, moed en kunstenaarschap, maar ook van hoge rangen en adel. Ze werden veel in ka mon’s verwerkt. Tijdens de Edo periode werden ze populair als Nieuwjaars symbool en werden ze met die gelegenheid vaak cadeau gedaan.

Tegenwoordig komen ze veelvuldig voor op kleding en decoratieve spullen maar ook op geschenkverpakkingen e.d. Met sensu wordt altijd de uitvouwbare waaier bedoeld. De waaier die bestaat uit een gespannen velletje papier of zijde heet de uchiwa en symboliseert altijd een religieus persoon of iemand uit China.

 

 

sensu

 

 

 

Kasuri

 

Dit zijn kleine bamboehekjes met kleine bamboeblaadjes er tussenin. Bamboe is het symbool voor standvastigheid, volharding en taaiheid. Het kasuri patroon kan uitlopen tot een bijna onherkenbare abstractie, het heeft soms meer weg van een ruitjespatroon dan bamboeblaadjes. In welke vorm dan ook, het is een geliefd motief op mannenkleding.

 

 

Front view of indigo blue kasuri dirndl skirt with turquoise basketweave pattern

 

 

 

Temari

 

Temari zijn handgemaakte speelgoedballen, het is een uit China overgewaaide traditie. Meestal vind je ze op kinderkimono’s, maar ze duiden ook speelsheid en vrolijkheid aan op kleding voor wat ouderen.

 

 

temari

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Medinilla : een prachtige huiskamerplant

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

.

.

Medinilla: een zeer decoratieve plant in de huiskamer

.
.
.

.

.

De Medinilla (ook wel Medinella genoemd) wordt gedurende het hele jaar opgekweekt in de kassen, maar deze mooie kamerplant wordt meestal in het najaar te koop aangeboden bij tuincentra. Waar moet je opletten bij de aanschaf en hoe verzorg je een Medinilla? Hoe kun je de plant vermeerderen?

.

.

Medinilla

 

In een tuincentrum zal deze plant zeker de aandacht trekken door de prachtige bloemen (deels verborgen tussen schutbladen) en de mooie bladeren. De Medinilla komt van de Filippijnen, Java en Oost-Afrika. Daar groeit de plant op takken van bomen, het is een epiphyt. Dat is een plant die op andere planten groeit zonder schade aan te brengen aan deze plant en geen voeding wegneemt. In Nederland wordt de plant (Medinilla magnifica) opgekweekt in kassen. Schaf je de plant aan dan is het best een uitdaging om de plant net zo mooi te houden als op het moment van aankoop. Het is handig als je een kasje of een zonnige serre bezit.

.

.

.

.

Aanschaf en plaats Medinilla

 

  • Let er bij aankoop op dat de wortels niet kletsnat zijn en de plant mag niet te koud hebben gestaan.
  • Pak de plant in voordat je deze gaat vervoeren (de Medinilla kan niet tegen kou).
  • Geef de plant een lichte plaats, maar niet in de volle zon.
  • Zet de plant niet in de buurt van de centrale verwarming, de Medinilla houdt van een hoge luchtvochtigheid.
  • De Medinilla heeft bloemen en bladeren die wat ruimte nodig hebben dus zet de plant niet te dicht bij andere planten

.

.

Temperatuur, water en voeding Medinilla

 

Laat de temperatuur tijdens de bloei niet onder de 18 graden Celcius komen en vernevel de plant van tijd tot tijd. Tijdens de bloei geef je de Medinilla matig water en eens in de twee weken voeding. Na de bloei geen voeding geven, wel moet je de plant wat vochtig houden. Als er uit het hart van de bladeren stengels gaan groeien, dan iets meer water geven en om de week voeding. Zijn de stengels en bladeren uitgegroeid dan weer geen voeding maar de plant wel vochtig houden. Als er een bloemknop ontspringt in het hart van de nieuwe bladeren dan kun je weer wat meer water geven en ook de voeding weer geven om de week. Maar nooit teveel water, dat is funest voor de Medinilla.

.

.

.
.
.

Wanneer bloeit de Medinilla?

 

Koop je de plant in het najaar dan kan de bloei duren tot in februari, maart. Met een goede verzorging zal de volgende bloeiperiode in november zijn. Maar omdat de planten het hele jaar door opgekweekt worden kun je ook een plant in huis hebben die bloeit in een andere periode.

.

.

De overgang van kas, tuincentrum naar de huiskamer

 

De Medinilla is best een uitdaging. Je moet niet schrikken als de plant er thuis al snel niet zo mooi meer uitziet als in het tuincentrum of de kas. De wisselingen van temperatuur kunnen de plant flink van slag doen raken. De Medinilla kan dit ‘uiten’ door een deel van de bloemen te laten vallen. Maar met een goede verzorging zal de plant het redden. Geef de Medinilla nooit teveel water, dit kan leiden tot wortelrot en bladval.

.

.

.

.

Snoeien Medinilla

 

Als de Medinilla teveel ruimte in gaat nemen, kun je de plant eventueel snoeien. Het is belangrijk om op de vorm van de Medinilla te letten. Haal je stengels weg, knip ze dan af aan het begin van de aangroei.

.

.

Vermeerderen Medinilla

 

Je kunt de Medinilla vermeerderen door een jonge loot van de plant af te halen (bij het punt waar deze ontspringt). Deze loot kun je in stekpoeder dopen en onder glas of onder een plastic hoes neerzetten. Bij 30 graden Celcius en een hoge vochtigheid van de lucht zal de stek wortels krijgen in zo’n vier, vijf weken.

.

.

Ziektes Medinilla

 

Geef je te veel water aan de plant dan kunnen bladval en wortelrot ontstaan. Soms heeft een Medinilla last van schildluizen.

.

.

 

.

.

 

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

Bloeiend in augustus in de Lage Landen : deel 2

Standaard

categorie :  Kamerplanten en bloemen

.

.

Bloeiend in augustus in de Lage Landen. Elke bloem wordt in de categorie ” Kamerplanten en bloemen ” beschreven : zie zoeken

.

.

blauwe monnikskap

.

.

adderwortel

.

.

akkerkool

.

.

akkerkers

.

.

akkerwinde

.

.

akkermelkdistel

.

.

beemdkroon

.

.

basterdwederik

.

.

bont boonkruid

.

.

beenbreek

.

.

betonie

.

.

berganie

.

.

bijenorchis

.

.

bezemkruiskruid

.

.

reuzenbalsemien

.

.

rode ogentroost

.

.

blauwe zeedistel

.

.

boekweit

.

.

grote pimpernel

.

.

geel walstro

.

.

bosandoorn

.

.

bosrank

.

.

duizendblad

.

.

brede lathyrus

.

.

roze vetkruid

.

.

echte valeriaan

.

.

gekroesde melkdistel

.

.

geel hartje

.

.

ruig klokje

.

.

gele ganzenbloem

.

.

gele maskerbloem

.

.

gele kamille

.

.

gewone agrimonie

.

.

gele monnikskap

.

.

gewone bereklauw

.

.

gewone melkdistel

.

.

grijskruid

.

.

gewoon biggenkruid

.

.

groot spiegelklokje

.

.

groot kaasjeskruid

.

.

grote egelskop

.

.

grote centaurie

.

.

moeraswespenorchis

.

.

Jacobskruiskruid

.

.

grote wederik

.

.

grote teunisbloem

.

.

harig knopkruid

.

.

haagwinde

.

.

harig wilgenroosje

.

.

hokjespeul

.

.

kartuizer anjer

.

.

kale jonker

.

.

kikkerbeet

.

.

kattendoorn

.

.

klein springzaad

.

.

klein kaasjeskruid

.

.

klimopbremraap

.

.

klein streepzaad

.

.

knopig helmkruid

.

.

knoopkruid

.

.

korenbloem

.

.

koekruid

.

.

moederkruid

.

.

luzerne

.

.                                 

.

.

moeraskruiskruid

.

.

moerasspirea

.

.

moerasrolklaver

.

.

teer guichelheil

.

.

Oostenrijkse kers

.

.

peen

.

.

penningkruid

.

.

puntwederik

.

.

poelruit

.

.

rechte ganzerik

.

.

schijfkamille

.

.

rimpelroos

.

.

stijve klaverzuring

.

.

steenanjer

.

.

vijfvingerkruid

.

.

veldlathyrus

.

.

vlasbekje

.

.

vogelwikke

.

.

waterkruiskruid

.

.

watermuur

.

.

wilde kamperfoelie

.

.

waterpunge

.

.

wilde weit

.

.

wilgenroosje

.

.

wit vetkruid

.

.

witte klaver

.

.

zandblauwtje

.

.

wouw

.

.

zeeaster

.

.

zeeraket

.

.

zwarte toorts

.

.

zwarte mosterd

.

.

speerdistel

.

.

tweekeurig springzaad

.

.

struikhei

.

.

vertakte leeuwentand

.

.

viltig kruiskruid

.

.

watergentiaan

.

.

watermunt

.

.

wegdistel

.

.

wilde bertram

.

.

wilde marjolein

.

.

wilde cichorei

.

.

wolfspoot

.

.

witte honingklaver

.

.

zegekruid

.

.

zeepkruid

.

.

zomerfijnstraal

.

.

tuinbingelkruid

.

.

gewone zandraket

.

.

.

.

Bloeiend in augustus in de Lage Landen : deel 1

Standaard

categorie :  Kamerplanten en bloemen

.

.

Bloeiend in augustus in de Lage Landen. Elke bloem wordt in de categorie ” Kamerplanten en bloemen ” beschreven : zie zoeken

.

.

herderstasje

.

.

boerenwormkruid

.

.

bleekgele droogbloem

.

.

paardenbloem

.

.

slanke sleutelbloem

.

.

paarse dovennetel

.

.

klein kruiskruid

.

.

winterpostelein

.

.

madeliefje

.

.

vogelmuur

.

.                                                                

kleine veldkers

.

.

daslook

.

.

canadese fijnstraal

.

.

duinreigersbek

.

.

duinviooltje

.

.

gehoornde klaverzuring

.

.

gewone hoornbloem

.

.

gewone engelwortel

.

.

gewone smeerwortel

.

.                       

grote ereprijs

.

.

grote kaardebol

.

.

phacelia

.

.

grote ratelaar

.

.

hoenderbeet

.

.

hondsdraf

.

.

hazenpootje

.

.                      

hopklaver

.

.

klein vlooienkruid

.

.

heelblaadje

.

.

knikkende distel

.

.

koninginnekruid

.

.

overblijvende ossetong

.

.

ronde ooi

.

.

raapzaad

.

.

tijmereprijs

.

.

kruisdistel

.

.

witte dovenetel

.

.

late guldenroede

.

.

lange ereprijs

.

.

engelwortel

.

.

akker vergeet me nietje

.

.

akkerviooltje

.

.

basterdklaver

.

.

avond koekoeksbloem

.

.

bermooievaarsbek

.

.

beekpunge

.

.

blaartrekkende boterbloem

.

.

bittere veldkers

.

.

blaassilene

.

.

boksdoorn

.

.

bleke klaproos

.

.

bonte wikke

.

.

dagkoekoeksbloem

.

.

donkere ooievaarsbek

.

.

drienerfmuur

.

.

geel nagelkruid

.

.

muskuskaasjeskruid

.

.

gele helmbloem

.

.

gele plomp

.

.

gewone brunel

.

.

gevlekt longkruid

.

.

gewone duivenkervel

.

.

gewone margriet

.

.

gewone ossentong

.

.

gewone rolklaver

.

.

gewone vogelmelk

.

.

gewoon speenkruid

.

.

glad walstro

.

.

groot streepzaad

.

.

heggenwikke

.

.

hengel

.

.

herik

.

.

inkarnaatklaver

.

.

kleine ooievaarsbek

.

.

kleine klaver

.

.

kleine ratelaar

.

.

kleine pimpernel

.

.

knolsteenbreek

.

.

kromhals

.

.

liggende klaver

.

.

oranje springzaad

.

.

mannetjes ereprijs

.

.

melkkruid

.

.

moeras vergeet me nietje

.

.

middelste duivenkervel

.

.

parnassia

.

.

muizenoor

.

.

muurleeuwenbek

.

.

muurbloem

.

.

schijnaardbei

.

.

smalle weegbree

.

.

wilde wikke

.

.

pastinaak

.

.

rode klaver

.

.

robertskruid

.

.

rood guichelheil

.

.

roze winterpostelein

.

.

slibbladige ooievaarsbek

.

.

slangenkruid

.

.

vierzadige wikke

.

.

stinkende gouwe

.

.

vingerhoedskruid

.

.

waterviolier

.

.

wede

.

.

weegbreezonnebloem

.

.

witte klaver

.

.                                                                                                       

witte engbloem

.

.

witte waterlelie

.

.

witte krodde

.

.

zomp vergeet me nietje

.

.

zachte ooievaarsbek

.

.

zwanebloem

.

.

zilverschoon

.

.

wilde reseda

.

.

.

.

De maagdelijkheid van de lelie

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

.

.

If you have two loaves of bread, sell one and buy a lily

Chinees spreekwoord

Algemeen

.

De symboliek van de lelie is wijdverspreid en dateert al uit de tijd van de oude Grieken en Romeinen. Hun bruiden kregen een kroon van lelies met de hoop op een puur en vruchtbaar leven. De lelie wordt met veel verheven betekenissen geassocieerd: maagdelijkheid, vrede, vruchtbaarheid, puurheid, geestelijke liefde, onschuld, vergankelijkheid, koninklijk, zuiverheid.

.

.

Tijgerlelie

.

.

De witte lelie wordt ook wel Madonna-lelie genoemd en is vaak te zien als religieus symbool in combinatie met de maagd Maria. Dezelfde witte lelie is echter ook op graven te vinden als symbool van de dood. Vaandels en vlaggen in de Middeleeuwen voerden het symbool van de lelie als teken van vrede. De lelie is sinds 1179 ook terug te vinden in het wapen van de Koning van Frankrijk.

.

.

witte lelie

.

.

Soorten

.

Lelies behoren tot het plantengeslacht Liliaceae. Een paar bekende soorten zijn:

Tijgerlelies gespikkelde lelies met hangende bloemen
Oriëntaalse lelies lelies met grote geurende bloemen
Aziatische lelies de “normale” soort lelies met opstaande bloemen
Tulbandtype lelies met sterk teruggeslagen bloembladeren
Trompetlelies lelies met trompetvormige bloemen (bij de Longiflorum zijn de bloemen lang en dun)

.

.

tijgerlelie

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

.

.

   Oriëntaalse lelie

FD12035WH oriëntaalse lelie

.

.

  Aziatische lelie

2211 aziatisch

.

.

tulbandlelie

266px-Lilium_martagon_(flower) tulbaznd

.

.

  trompetlelie

10171trompet

.

.

Kenmerken

.

Een leliebol is geschubd met vlezige bladdelen. Lelies maken in tegenstelling tot andere bollen ook wortels aan de zijde waar de stengel uit de bol komt. De bloem van de lelie is klokvormig. Veel lelies hebben een heerlijke maar ietwat zware geur.

.

Bijzonderheden

.

De Franse lelie is een symbool dat tot op de dag van vandaag kan worden teruggevonden in interieurdecoraties zoals behang, gordijnen, kussens, serviezen en siervoorwerpen, maar ook op veel vlaggen van Franstalige gebieden. Deze Fleur-de-Lys (of fleur-de-lis) heeft een historisch verleden dat terugvoert naar de kroning van Clovis (465 – 511), de koning der Franken.

De maagd Maria zou Clovis een lelie hebben gegeven en de olie voor de zalving van de koning zou uit de hemel zijn komen vallen. Vanaf dat moment werd de lelie een symbool van rechtstreeks van God verkregen macht.

In de loop der eeuwen nam het leliesymbool een steeds belangrijker plaats in. De Franse vlag toonde een tijdlang gouden lelies op een witte ondergrond. Pas na de revolutie tegen Karel X van Frankrijk in 1830 verdween het symbool definitief van de nationale vlag van Frankrijk. Er bestaat overigens enige onduidelijkheid over de naam. Lys of lis betekent in het Frans gewoon lelie, maar het symbool zelf is eigenlijk een gestileerde iris ook wel lis genoemd.

.

.

Franse lelie

.

.

Verzorgingstips

.

  • Gebruik snijbloemenvoedsel voor een betere bloei.
  • Plaats de lelies niet bij rijpend fruit in verband met ethyleenvorming.
  • Vermijd dat er blad in het water hangt.
  • Haal ongeveer drie cm. van de steel af met een scherp mes.
  • Zet lelies niet in de felle zon.
  • Kijk uit voor stuifmeelvlekken op kleding. Mocht er toch een vlek ontstaan, verwijder die dan niet met een natte doek maar met een droge borstel. Andere manieren van reinigen zijn het buitenhangen van de kleding in zon en wind, of het stuifmeel voorzichtig met een plakbandje van de kleding halen.

 

.

.

voorpagina openbaring a4

.

.

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

mijne kop a4                                                                                      John Astria

Onkruid soorten in ons land-letter B

Standaard

Categorie: Kamerplanten en bloemen

Onkruid soorten

 

Hieronder vindt u alle soorten onkruid die ons land kent. Een enorm groot overzicht maar netjes op alfabetische volgorde en met omschrijving. Veel succes met het herkennen en bestrijden van deze vaak hardnekkige planten.

 

 

Bereklauw  (Umbelliferae)

 

De Bereklauw (Heracleum sphondylium) behoort tot de familie der schermbloemigen. Bij de leden van deze familie zijn de bloeiwijzen opgebouwd als een paraplu, doordat de bloemstelen als spaken uit een as komen. De buitenste zijn langer dan de binnenste, zodat alle bloemen op ongeveer gelijke hoogte komen te staan. Bereklauw is een tweejarige plant en kan behoorlijk groot worden; de holle, behaarde en gegroefde stengel kan een hoogte van wel 2 m bereiken. De bladeren zijn 15-60 cm in doorsnee en net als de stengel ruw behaard; ze zijn verdeeld in breed ovale segmenten met een getande rand.

De witte bloempjes in de opvallende bloemschermen, die verschijnen van juni tot in de herfst, hebben 5 diep ingesneden bloemblaadjes. De buitenste bloemen in het scherm zijn het grootst. De vruchten zijn aanvankelijk groen, maar worden later lichtbruin. Berenklauw is moeilijk te bestrijden, als gevolg van zijn dikke penwortel die een heel eind de grond in gaat. De plant is net zo sterk als hij er uit ziet: het geslacht is dan ook genoemd naar de god Hercules. Komt voor in Europa en Noord-Amerika, vooral in grasland, langs dijken en wegen.

 

 

Gewone bereklauw

 

 

 

 

 

 

 

Boterbloem (Ranunculaceae)

 

Hoe onschuldig zien boterbloemen er uit op  een mooie morgen in mei! De schoonheid van hun goud glanzende bloemen neemt niet weg dat ze een scherp sap bevatten dat fataal kan worden voor vee dat van de planten eet. De boterbloem groeit op een grond die rijk is aan mineralen en berooft borderplanten van het voedsel dat deze nodig hebben. Bovendien scheiden de wortels een stof uit die de groei van naburige planten remt en vertraagt. Alle drie hier genoemde boterbloemsoorten zijn overblijvende planten.

 

 

 

De SCHERPE BOTERBLOEM (Ranunculus acris) bereikt een hoogte van 15 tot 90 cm en heeft stengelbladeren die in vijf slippen zijn verdeeld. De wortels zijn dik en vezelig en de kleine vruchtjes (achenen) hebben een bijna rechte snavel. De afzonderlijk staande bloemen zijn gewoonlijk helder geel maar soms bleker, tot bijna wit toe. Ze hebben vijf bloemblaadjes; dat wil zeggen in het normale geval, er komen namelijk ook gevulde bloemen voor. De bloeitijd is van mei tot in de herfst. De naam van de plant wijst er al op dat het sap zeer scherp is. Deze boterbloem is in ons land zeer algemeen in graslanden, aan wegen en dijken enzovoort. Het verspreidingsgebied omvat Europa, Noord-Azië en Noord-Amerika.

 

 

 

 

 

 

 

 

De KRUIPENDE BOTERBLOEM (Ranunculus repens) heeft lange stevige wortels en vormt bebladerde uitlopers die wortelen op de knopen, dat wil zeggen de plaatsen op de stengel waar de bladeren ontstaan. De bloeiende stengels, 10-50 cm lang, behaard en voorzien van bladeren, dragen heldergele alleenstaande bloemen met vijf bloemblaadjes. De bloeitijd loopt van mei tot en met juli. De bladeren zijn in drieën verdeeld, waarbij ieder van die drie blaadjes meestal nog weer drie insnijdingen vertoont. Het middelste van de drie blaadjes is lang gesteeld en vaak zo diep ingesneden dat het uit drie afzonderlijke delen bestaat.

De buitenomtrek van het geheel heeft de vorm van een driehoek. Deze soort vormt minder zaad dan de vorige maar hij maakt vele uitlopers, soms wel tot 25 t5oe. Daardoor is hij in staat snel een grote kolonie te vormen en in een enkel groeiseizoen een oppervlakte van meer dan 3 m2 in beslag te nemen. Het verspreidingsgebied is ongeveer als dat van de Scherpe boterbloem. In ons land zeer algemeen op vochtige plaatsen, aan slootkanten en op gestoorde bodems.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De KNOLBOTERBLOEM (Ranunculus bulbosus) heeft zijn naam te danken aan de stengel die aan de voet knolvormig verdikt is. De hoogte varieert van 15 tot 30 cm en de bloeitijd valt in mei en juni. De stengels staan rechtop en zijn behaard. De onderste bladeren zijn drietallig, waarbij het middelste van de drie blaadjes langgesteeld is. De bovenste bladeren zitten dicht tegen de stengel en zijn diep ingesneden, tot smalle, vaak lijnvormige segmenten. Alle bladeren zijn in de regel behaard. Een bijzonder kenmerk is dat de vijf geelachtige kelkblaadjes sterk teruggebogen zijn. De bloemkroon is goudgeel van kleur.

De vruchtjes hebben een korte snavel. Deze is enigszins gekromd en dat wijst er op dat de verspreiding gebeurt doordat de vruchtjes zich in de pels van passerende dieren haken. De Knolboterbloem komt in het grootste deel van Europa voor en is in ons land vrij algemeen, vooral in het duingebied, langs de grote rivieren en in Zuid-Limburg. Groeit op droge zandige plaatsen, langs dijken en wegen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het SPEENKRUID (Ficaria verna) werd tot voor kort ook tot het geslacht Ranunculus gerekend, zodat we hem voor het gemak maar bij de boterbloemen bespreken. De bladeren van deze plant zijn heel anders dan van de besproken boterbloemsoorten; ze zijn hartvormig en niet ingesneden. Zowel bladeren als bloemen komen afzonderlijk uit de wortelknolletjes. Deze knolletjes raken gemakkelijk los, waardoor Speenkruid zeer moeilijk binnen de perken te houden is, want ieder knolletje wordt binnen een jaar weer een nieuwe plant.

Gewoonlijk zitten ook in de oksels van de bladeren kleine knolletjes die eveneens voor de vermeerdering dienen. De goudgele bloemen lijken veel op die van de boterbloemsoorten, maar ze hebben smallere en meer (8-12) bloemblaadjes. De bloemen verschijnen in de periode van maart tot mei. Speenkruid komt voor in Europa en West-Azië. In ons land zeer algemeen op vochtige, beschaduwde plaatsen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Braam (Rosaceae)

 

Meestal hebben we het over Braam alsof dat één bepaalde soort zou zijn. In feite zijn er echter in Europa wel zo ongeveer 400 en in Noord-Amerika meer dan 300 soorten. Het is dan ook geen wonder dat sommige mensen zich speciaal bezighouden met de studie van de Braamsoorten. Er is zelfs een apart woord voor deze specialisten: batologen. Voor ons doel kunnen we echter de Braam toch  maar het best beschouwen als één, zeer vormenrijke soort, die dan wordt aangeduid als ‘Rubus fruticosus (coll.)’.

Bramen zijn die heerlijke vruchten die we in nazomer en herfst verzamelen in heggen en bosranden, om zo uit de hand te eten of jam van te maken. Ook in de tuin vestigen de braamstruiken zich graag in een hek en al snel steken ze dan hun lange doornige armen uit naar alles wat op hun pad komt. Ze moeten zodra ze ontdekt zijn meteen uitgespit worden, anders zullen ze met hinkstapsprong de hele tuin doorgaan, doordat ieder groeipunt wortel schiet en een nieuwe plant vormt.

De verspreiding van de braam wordt nog bevorderd doordat hij zich kan vermeerderen zonder dat bevruchting van de bloemen heeft plaatsgevonden. Deze wijze van vermeerdering, die we ook bij andere planten wel tegenkomen, wordt apomixis genoemd. De bloemen met hun vijf bloemblaadjes, die in kleur variëren van wit tot roze, zitten in groepjes bijeen. De bladeren kunnen zowel uit één geheel bestaan als uit drie of vijf blaadjes zijn samengesteld. Aan de onder- en /of bovenkant zijn ze vaak voorzien van dons; aan de onderkant zijn ze vaak groen of blauwachtig. De stengels zijn overblijvend of tweejarig, klimmend of langs de grond kruipend, met veel of weinig dorens.

Bij al deze variatie blijft één eigenschap onveranderd: het vermogen op elk willekeurig stuk grond een ondoordringbaar struikgewas te vormen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Brandnetels (Urticaceae)

 

De GROTE BRANDNETEL (Urtica dioica) is een waardevol onkruid met vele goede eigenschappen. Deze overblijvende plant kan in hoogte zeer variëren, van 30 cm tot 3 m; groeit gewoonlijk in grote groepen. De taaie gele wortels zijn sterk vertakt. Zowel de grof gezaagde bladeren als de stengels zijn voorzien van gewone haren en brandharen. De eironde tot langwerpige bladeren groeien met tweeën tegenover elkaar aan de stengel. De bladparen staan steeds als in een kruis om en om, waardoor ze al het aanwezige licht kunnen opvangen om daarmee het bladgroen te maken waaraan de plant zo rijk is. De heel kleine, groene vrouwelijke bloemen hangen in katjes uit de bladoksels, de aren met mannelijke bloemetjes staan rechtop.

De brandharen bestaan uit een holle buis die een bijtend vocht bevat. Bij de geringste aanraking breekt de ronde top van de buis af. Hierdoor ontstaat als het ware een injectienaald die de huid binnendringt waardoor het gif in de wond terechtkomt. De meeste brandharen staan naar boven gericht; het is dan ook het best de plant met een opwaartse beweging – stevig – beet te pakken, waardoor de haren minder gemakkelijk breken. De Grote brandnetel, die bloeit van juni tot in de herfst komt over de hele wereld voor. Bij ons zeer algemeen op stikstofrijke plaatsen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De KLEINE BRANDNETEL (Urtica urens) een veel minder forse plant dan de vorige. Hoewel hij 60 cm hoog kan worden is hij gewoonlijk veel lager. Bij deze soort ontbreken soms de brandharen. De rangschikking van de bladeren is net als bij de ‘grote broer’. De nerven in het blad lopen van de voet naar de top en zijn niet vertakt zoals bij de vorige soort. De bloeiwijzen zijn kort en rechtopstaand of horizontaal uitstaand. Deze soort begint al in mei te bloeien en gaat hiermee door tot in de herfst. De verspreiding is eveneens wereldwijd. In ons land minder algemeen dan de Grote brandnetel; vooral te vinden op mesthopen en in moestuinen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bijvoet (Compositae)

 

Hoewel hij als het ware een neefje is van de Chrysanthemums en even aromatisch, ziet BIJVOET (Artemisia vulgaris) er toch heel anders uit. In tegenstelling tot veel andere leden van de familie der samengesteldbloemigen openen de bloemhoofdjes zich nooit. De hoofdjes bestaan uitsluitend uit een toefje roodachtig bruine bloemetjes boven een rond, kelkachtig omwindsel. De hoofdjes zitten aan zijtakken die afwisselend langs de hoofdstengel staan; de staan rechtop of zijn enigszins knikkend. De stengelbladeren zijn veerdelig en zitten dicht tegen de stengel aan; de onderste bladeren zijn kortgesteeld. Aan de bovenkant zijn de bladeren donkergroen, aan de onderkant wit-wollig. De gegroefde, hoekige stengels variëren in hoogte van 0,600 tot 1,20 meter. Bijvoet komt voor in de gematigde delen van het noordelijk halfrond. In ons land zeer algemeen langs wegen en dijken, op ruige plaatsen, in heggen enzovoort. De bloeitijd is juli-september.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

De Japanse kimono’s.

Standaard

categorie : mode en kledij

 

 

 

In ontwerp is het één van de meest simpele kledingstukken van de wereld, en toch bestaat er zo veel verschil en subtiliteit tussen de vele verschillende uitvoeringen en hun betekenissen. Dit artikel gaat over de algemene en huidige dracht van kimono’s.

 

 

 

Het woord kimono betekent letterlijk “ding om te dragen”; ki = aantrekken, dragen, mono = ding. Ze worden al eeuwen door de Japanse geschiedenis heen in vele vormen gedragen. Tegenwoordig draagt men in Japan vooral Westerse kleding, maar op bepaalde gelegeheden en een aantal festivals worden er door jong en oud nog steeds kimono’s uit de kast gehaald om het straatbeeld op te vrolijken.

 

 

Kleuren

 

Eerst wat over kleurengebruik in Japanse kleding en cultuur in het algemeen. Elk jaargetijde heeft zijn eigen traditionele kleurenschema’s, dit is zowel in de kunst als de kleding terug te vinden. De kleuren zelf hebben ook hun eigen betekenissen en associaties, net als hier in het westen.

 

 

56-141_663momiji

   momiji : japanse esdoorn, typische herfstkleuren in Japan.

 

 

 

asanoha asanoha

 

 

Het asanoha patroon is een populair zomerpatroon in Japan en stelt het hennepblad voor. Hennep wordt van oudsher veelal gebruikt voor zomerse werkkleding, de betekenis van het patroon heeft te maken met de sterkte en duurzaamheid van hennep. Men hoopt dus dat door het dragen van dit patroon in werkkleding wat van de goede eigenschappen van de plant in de drager worden opgenomen, hij wordt in elk geval steeds aan de boodschap herinnerd.

 

 

 

 De soorten kimono’s

 

 

De hadajuban

 

Dit is een onderkledingstuk, meestal van fijne katoen of linnen gemaakt. Het is wit of lichtroze van kleur en wordt op het naakte lichaam gedragen, niet alleen voor wat extra warmte maar ook om de bovenliggende zijden kledinglagen schoon te houden van zweet, zijde is immers moeilijk wasbaar. De hadajuban wordt onder zowel yukata’s als formele kimono’s gedragen.

 

 

DCF 1.0

.

.

De nagajuban

 

Dit is een tweede onderkimono, hij wordt alleen onder formele(re) kimono’s gedragen. De nagajuban is van zachte zijde en heeft een verstevigde kraag. Hij dient om de bovenliggende lagen alvast vorm te geven. Deze ondekleding  komt in allerlei gekleurde varianten voor, wit of lichtroze kom je het vaakst tegen. Het randje van de kraag van de nagajuban blijft te zien onder, of eigenlijk: boven de buitenste kledinglaag uit.

 

 

nagajuban

 

 

 

De yukata

 

De meest informele kimono is de yukata. Ze worden gemaakt als dagelijks kledingstuk, van katoen, zodat ze makkelijk in de was kunnen.Yukatas zijn voor alle leeftijden en beide sekses een makkelijk en luchtig kledingstuk voor de dagelijkse bezigheden. Het is een zomerkimono, maar er zijn wat dikkere varianten verkrijgbaar. Met een onderkimono of in laagjes zijn ze ook in de andere seizoenen te dragen. Ook wordt de yukata als pyama gebruikt, om in te slapen.

 

 

yukata

 

 

Vrouwen in Tokyo kunnen hun waaier, de uchiwa, in hun obi steken zodat ze hun handen vrij hebben. Dit zijn voorgestrikte “kant-en-klaar” obi’s, die makkelijk en snel voor dagelijks gebruik zijn. Yukatas hebben meestal drukkere patronen dan formelere kimono’s.

Deze patronen bedekken de hele kimono en kunnen van alles bevatten maar meestal zijn het bloemen of geometrische patronen. Voor kinderen zijn er vaak yukatas met konijntjes, usagi, of modernere varianten zelfs met Hello Kitty. Mannen dragen effen kleuren of geometrische patronen, kleuren zoals donkerblauw, zwart of grijs zijn geliefd.

 

 

 

De furisode

 

De letterlijke vertaling van furisode is “wiegende mouwen”. Dit is de meest formele kimono voor meisjes en ongetrouwde jonge vrouwen. Bruiden trekken vaak nog een laatste keer deze vrijgezellenkimono aan op de receptie van hun bruiloft. De patronen en kleuren zijn bijpassend voor jonge vrouwen; veel bloemen, vlinders en rozetinten. Vaak wordt de furisode door elkaar gehaald met de kimono’s die artiesten als maiko’s (leerling geisha’s) dragen, omdat ze ook lange mouwen hebben, maar de furisode heeft geen sleepje.

 

Ook hele jonge meisjes dragen deze plechtige kimono bij officiiële gelegenheden: De kimonos zijn nu nog wat aan de ruime kant, maar de kinderen zullen deze kledingstukken de komende jaren nog kunnen dragen. De patronen zijn passend bij de gelegenheden.

 

 

 

 

 

 

 

De houmongi

 

Dit is de formele kimono voor getrouwde vrouwen. Hij straalt boven alles netheid en degelijkheid uit, wat verwacht werd van de Japanse huisvrouwen, maar is ook een prima kimono om de stad in te gaan of wat te gaan eten. De kleuren en vooral de patronen zijn rustiger dan die van de furisode kimono’s, wat men meer bijpassend achtte voor getrouwde mensen.

 

 

houmongi

 

 

De irotomesode

 

Deze kimono kan door zowel vrijgezelle als door getrowde vrowen worden gedragen, bij officieuze alswel officiële gelegenheden. Het woord iro betekent “kleur”, dat wil zeggen dat de basiskleur van dit kledingstuk alles behalve zwart kan zijn. De mouwen hebben dezelfde standaardlengte als de houmongi, maar deze kimono is meer chique. De patronen zijn bij formele versies alleen op de onderkant aangebracht.

Bij sommige formele gelegenheden kan deze kimono worden gedragen in plaats van de formelere tomesode, in dat geval moet er op de aanwezigheid van ka mon worden gelet; familiewapens die in getale van één, drie of vijf op het kledingstuk kunnen voorkomen. Hoe meer het er zijn, hoe officiëler de gelegenheid waar de kimono voor bedoeld is. Deze ka mon of mon staan afgebeeld op de rugzijde, de mouwen en aan beide kanten van de borst. De kleur van de slippers en het tasje is bij formeel gebruik van deze kimono altijd zilver of goud.

 

 

 

Iroiro

 

 

De kurotomesode

 

De meest formele kimono voor allerlei serieuze gelegenheden en bepaalde familiebijeenkomsten. Kuro betekent zwart; deze kimono’s zijn zwart van kleur, maar er kunnen op de onderkant, zeker wat patronen op staan. De regel is: hoe formeler, hoe minder patroon, ook onder de meest formele kimono’s ondeling geldt dat. De ka mon zijn natuurlijk ook aanwezig.

 

 

kurotomesode

 

.

.

De shiromuku, irouchikaki en hikifurisode

 

Shiromuku

 

De shiromuku is de Japanse versie van de trouwjurk. Deze trouwkimono is sinds de Muromachi periode (1333-1568) een gekoesterde traditie. De trouwoutfit is compleet in het wit, met opgestoken haar vol met mooie spelden en een “hoedje”, er is ook een bijbehorende sluier of cape. De kleding bestaat uit de uchikake, de buitenste kimono en een voor daaronder; de kakeshita.

 

 

shiromuku

 

 

Irouchikake

 

Er kan ook een irouchikake worden gedragen in plaats van traditioneel wit; het is een rijkgekleurde en versierde uchikake. Vaak staan er gelukssymbolen zoals schildpadden en kraanvogels op.

 

 

uchikake_example

 

 

Hikifurisode

 

De hikifurisode, is een furisode met een sleepje. Het ontstond in de Edo periode (1603 – 1868) als formele trouwkleding voor samuraivrouwen. De mannen dragen hakama als ze gaan trouwen, dat is een wijde broek met zeven plooien, die ook door samurai en bepaalde hoogwaardigheidsbekleders werden gedragen. De zeven plooien staan voor de zeven deugden. Eroverheen gaat een haori, een soot kimonojasje, de officiële versie met alle ka mon op hun plek.

 

 

hikifuiro

 

 

De hakama

 

Thuis en om het huis kan de man een yukata dragen. Bij meer formele gelegenheden zullen mannen de hakama dragen. Hoewel er ook hakama zijn voor vrouwen, kun je meestal aan de kleuren en patronen zien voor welke sekse het kledingstuk in kwestie is bedoeld. Er bestaan ook speciale hakama voor bij het afstuderen, het is een speciale outfit vergelijkbaar met de afstudeerkloffies in Amerika, maar dan op zijn Japans. Verder worden deze wijde broeken nu nog veel gedragen in allerlei Japanse vechtsporten zoals kendo en iaido.

 

 

hakama

 

 

Mofuku

 

Mofuku is de naam voor Japanse rouwkleding. Alles is in het zwart, inclusief alle accesoires en schoenen. Alleen de tabi, de sokjes, en het zichtbare kraagrandje van de nagajuban zijn wit. Dit geldt voor zowel mannen als vrouwen.

 

 

mofuku

 

 

Maiko, geisha, oiran en theater

 

Naast de dagelijks gedragen kimono’s zijn er ook nog de speciale kimono’s voor artiesten zoals acteurs in Japanse theaters en entertainers zoals maiko’s en geisha’s. Deze kleding is natuurlijk opvallender dan de normale, met ingewikkeld gestrikte obi’s en prachtige kleuren.

 

 

Maiko kimono

Maiko kimono

 

 

 

Geisha kimono

Geisha kimono

 

 

 

Oiran kimono

Oiran kimono

 

 

Susohiki

 

Maiko’s, leerling geisha’s, dragen een susohiki. Deze kimono’s hebben net iets kortere mouwen dan de furisode en zijn wat langer met een sleepje zodat erin gedanst kan worden op de traditionele manier. Hierdoor krijgt het ook de typische beweging die je ziet als erin wordt gelopen, het heeft een zwevend effect. De maiko’s leren dit loopje op speciale geta, de okobo. Op het schuine deel van deze geta, daar waar de stof uitkomt, zit een bel vast.

 

 

susohiki

 

 

Hikizuri

 

De kimono van een geisha (of geiko zoals ze heten in Kyoto) heet de hikizuri, deze lijkt op een tomesode kimono, maar is ook langer met een sleepje. De mouwen zijn net iets langer dan bij de tomesode. Voor een geisha hetzelfde als voor iedere andere Japanse vrouw; hoe ouder ze wordt, hoe rustiger en simpeler haar kleding wordt. Gelukkig voor haar ook haar schoeisel; geisha’s lopen op zori of geta, afhankelijk van de gelegenheid. Het dansen van de geisha of maiko gebeurt op hun sokjes, de tabi.

 

 

hikizuri

 

.

.

Oiran of tayuu

 

Dit is van oudsher een hoge courtisane, zeker niet te verwarren met een geisha. De haardrachten zijn ingewikkeld en uitgebreid met een typerend groot aantal haarspelden. Een oiran draagt de strik van haar obi aan de voorkant, dat was vroeger het gebruik bij getrouwde vrouwen en prostituees.Over de kimono heen wordt een rijkversierde uchikake gedragen.

Ze lopen in nog zelfs hogere klompen dan de maiko, daarom hebben ze altijd begeleiders bij zich om ze te helpen niet op hun plaat te gaan, met alle stof en klompen is het zwaar tillen. Ook hebben ze een parasoldrager in hun nabijheid die een grote rode parasol boven het hoofd van de oiran houdt.

Het lopen gaat met een karakteristieke ronde voetbeweging naar buiten, dit is mede om niet over de kimono te struikelen als ie over de grond wordt gedragen. Er zijn tegenwoordig nog maar zo’n vier vrouwen in heel Japan die deze traditie in leven houden, het gaat hierbij om de levensstijl, niet zozeer de sexuele aspecten.

 

 

Kabuki en noh

 

Dit zijn oude Japanse theatervormen waarin men traditionele kleding draagt. Kabuki komt vanuit de shintoreligie en is een kleurrijk theater voor alle bevolkingslagen. Noh is ontstaat in de aristocratsche kringen en is door het uitheemse boeddhisme beïnvloed. In noh theater worden naast uitbundige kimono’s ook maskers gebruikt om personages weer te geven, in kabuki worden de gezichten van de acteurs beschilderd.

Sommige kimono’s bedoeld voor dit soort theater vertellen hele verhalen met hun motieven, zodat ze alleen maar voor een speciefiek stuk bruikbaar zijn. Ze zijn zo karakteristiek dat kenners aan alleen de kimono al kunnen zien om welk stuk het gaat.

 

 

nakubinoh

.
.
.

Accessoires bij de kimono

 

 

Obi

 

Een obi is het stuk stof van ongeveer 30 cm breed en minstens twee meter lang, wat als strik om het kadootje heen om de kimono heen gaat. De “strik” zelf, op de achterkant kent vele varianten, van simpel tot ingewikkeld, ook per gelegenheid en formaliteit verschillend. De meer ingewikkelde formen moeten door een tweede persoon worden geörigamied, de te kleden persoon kan dat onmogelijk zelf. Er zijn fijne, zijden obi’s voor in de zomer tot ceremoniële zware brocaten obi’s.

 

 

obi

 

.

Obijime

 

De obijime is een decoratief koord wat nog over de obi heengaat. Het wordt op de voorkant met een platte knoop, sierknoop of door middel van een obidome, een soort broche-achtig klemmetje, vastgemaakt. De losse einden worden meestal om de obijime heen om het middel geslagen naar achter toe.

 

 

Kimono_obijime_04

 

 

Aan de bovenzijde van de obi steekt een stuk stof uit, fijne zijde vaak bewerkt met speciale knoop- en verftechnieken waardoor de stof geribbeld wordt. Dit effect heet shibori, dat letterlijk “gekreukeld” betekent. Een shibori stof kun je nooit meer wassen omdat dan de ribbeltjes eruitgaan. Een sjaaltje van deze stof wordt langs de bovenkant van de obi gewonden en aan de voorkant vastgemaakt, de uiteinden worden onder de obi weggewerkt.

 

 

Japans traditioneel schoeisel en sokken

 

Geta en zori

 

Wat voor schoenen trek je aan onder een kimono? De geta bijvoorbeeld. Dit zijn houten teenslippers, het koord wat over je voet heengaat is van zijde of katoen gemaakt.De formelere zori zijn slippers van stof, tegenwoordig worden veel kunststoffen gebruikt die makkelijker zijn om schoon te houden.

 

 

Geta

Geta

 

 

 

Zori

Zori

 

 

 Tabi

 

Het was vroeger in Japan onfatsoenlijk om als vrouw je blote voeten te laten zien, daarom worden tabi gedragen; sokjes met een “losse” grote teen, zodat ze makkelijk in teenslippers gedragen kunnen worden. Meestal zijn ze wit, maar je ziet ze ook regelmatig in het zwart of andere kleuren, met en zonder patroon. Vroeger waren dit stugge sokjes die je met clipjes vastmaakte, tegenwoordig hebben ze tabi in alle mogelijke kleuren, patronen en stoffen, incllusief van rekbaar katoen zoals in het westen.

 

 

tabi

.
.

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA