categorie : Boodschappen uit de kosmos
.
.
.
.
WIE ZICH ALS EEN GOD GEDRAAGT,
.
ZAL ALS EEN DUIVEL BEHANDELD WORDEN
.
.
WHOEVER BEHAVES LIKE A GOD,
.
WILL BE TREATED LIKE A DEVIL
.
.
.
.
.
.
.
Sommige moderne wetenschappers zeggen dat Satan niet echt bestaat. Ze beweren dat hij gewoon aan de fantasie van mensen is ontsproten. Deze controverse is niet nieuw. „De sluwste streek van de Duivel”, schreef de negentiende-eeuwse dichter Charles Baudelaire, „is dat hij ons ervan probeert te overtuigen dat hij niet bestaat.”
Bestaat Satan echt? En zo ja, wat is dan zijn oorsprong? Is hij de onzichtbare kracht achter de problemen die onze wereld teisteren? Hoe kunnen we zijn slechte invloed vermijden? Is Satan de onzichtbare kracht achter de problemen die onze wereld teisteren?
.
.
De Bijbel beschrijft Satan als een bestaand persoon die zich in het onzichtbare geestenrijk bevindt ( Job 1: 6 ). Er wordt in verteld over zijn kwaadaardige en meedogenloze eigenschappen en zijn slechte daden ( Job 1: 13-19 ; Job 2: 7 en 8 ; 2 Timotheüs 2 : 26 ). Er staan zelfs gesprekken in die Satan met God en met Jezus heeft gevoerd. ( Job 1 : 7 – 12 ; Mattheüs 4: 1 – 11 ).
Wat is de oorsprong van dit slechte wezen? Lang voordat de mens bestond, schiep God zijn ’eerstgeboren’ Zoon, die ten slotte bekend kwam te staan als Jezus ( Kolossenzen 1: 15 ). Na verloop van tijd volgde de schepping van andere „zonen Gods”, engelen genoemd ( Job 38: 4 – 7 ). Die waren allemaal volmaakt en integer. Maar een van die engelen werd later Satan.
De naam Satan kreeg hij niet toen hij werd geschapen. Het is een beschrijvende naam die „Tegenstander, Vijand of Beschuldiger” betekent. Hij werd pas later Satan genoemd omdat hij een levenswijze koos waarmee hij tegen God in opstand kwam.
In het hart van dit geestelijke schepsel ontwikkelden zich gevoelens van trots en wedijver tegenover God. Hij wilde dat anderen hem gingen aanbidden. Toen Gods eerstgeboren Zoon, Jezus, op aarde was, probeerde Satan hem zelfs zover te krijgen dat hij „een daad van aanbidding” voor hem verrichtte ( Mattheüs 4: 9 ).
Satan „stond niet vast in de waarheid” ( Johannes 8: 44 ). Hij suggereerde dat God een leugenaar was, terwijl hij in feite zelf de leugenaar was. Hij zei tegen Eva dat ze als God kon zijn, terwijl hij zelf als God wilde zijn. En door zijn leugenachtige gedrag verwezenlijkte hij zijn zelfzuchtige verlangen. Voor Eva werd hij iemand die hoger was dan God. Door Satan te gehoorzamen, aanvaardde Eva Satan als haar god ( Genesis 3: 1 – 7 ).
Door tot opstand aan te zetten maakte deze engel, in wie ooit vertrouwen werd gesteld, zichzelf tot een tegenstander en vijand van God en de mens. Ook de naam „Duivel”, die „Lasteraar” betekent, werd aan de beschrijving van dit goddeloze wezen toegevoegd.
Deze aanstichter van de zonde beïnvloedde ten slotte andere engelen op zo’n manier dat ze God ongehoorzaam werden en zich bij hem aansloten in zijn opstand ( Genesis 6: 1 en 2 ; 1 Petrus 3: 19 en 20 ). Die engelen maakten de situatie van de mensheid er niet beter op. Omdat ze Satans zelfzuchtige gedrag navolgden, werd de aarde „met geweldpleging vervuld” ( Genesis 6: 11 ; Mattheüs 12 : 24 ).
.
.
Pasteltekening van John Astria
.
.
Een misdadiger zal op de plaats van een misdrijf misschien zijn vingerafdrukken verwijderen in een poging geen sporen van zijn identiteit achter te laten. Maar als de politie arriveert, weten ze dat als er een misdaad is gepleegd, er ook een misdadiger moet zijn. Satan, de oorspronkelijke „doodslager”, probeert te voorkomen dat hij sporen van zijn identiteit achterlaat ( Johannes 8: 44 ; Hebreeën 2: 14 ).
Toen hij met Eva sprak, verborg hij zijn identiteit achter een slang. In deze tijd probeert hij zich nog steeds te verbergen. Hij heeft ’de geest van de ongelovigen verblind’, zodat de reikwijdte van zijn krachtige invloed wordt verhuld ( 2 Korintiërs 4: 4 ).
Maar Jezus zei dat Satan het criminele meesterbrein is achter de corrupte wereld waarin we leven. Hij noemde hem „de heerser van deze wereld” ( Johannes 12: 31 en 16: 11 ). „De gehele wereld ligt in de macht van de goddeloze”, schreef de apostel Johannes ( 1 Johannes 5: 19 ).
Satan ’misleidt de gehele bewoonde aarde’ en maakt daarbij een doeltreffend gebruik van „de begeerte van het vlees en de begeerte der ogen en het opzichtige geuren met de middelen voor levensonderhoud die men heeft” ( 1 Johannes 2: 16 ; Openbaring 12: 9 ). Hij is degene die door de mensheid in het algemeen wordt gehoorzaamd.
Net als Eva maken degenen die Satan gehoorzamen, hem eigenlijk tot hun god. Daarom is Satan „de god van dit samenstel van dingen” ( 2 Korintiërs 4: 4 ). De gevolgen van zijn overheersing omvatten huichelarij en leugens; oorlog, marteling en vernieling; misdaad, hebzucht en corruptie.
.
.
Pasteltekening van John Astria
.
.
De Bijbel waarschuwt: „Houdt uw zinnen bij elkaar, weest waakzaam, omdat ’uw tegenstander, de Duivel, rondgaat als een brullende leeuw, op zoek om iemand te verslinden ” ( 1 Petrus 5: 8 ). Hoewel dit een ernstig stemmende Schriftplaats is, is het geruststellend te weten dat alleen degenen die niet hun zinnen bij elkaar houden — zij die niet waakzaam blijven — „door Satan zullen worden overmeesterd” ( 2 Korintiërs 2 : 11 ).
Het is van levensbelang dat we erkennen dat Satan echt bestaat en dat we ons door God ’standvastig en sterk laten maken’. Op die manier kunnen we ons standpunt tegen Satan innemen en ons aan Gods kant opstellen ( 1 Petrus 5: 9 en 10 ).
.
.
.
.
.
.
.
.
.
Hoe dat gebeurde weten we niet, dan zouden we namelijk zelf de werking van de inspiratie hebben moeten meemaken. Toch weten we wel wat van inspiratie, doordat namelijk de Schrift zelf er iets over onthult. We moeten er dan wel aan denken dat het Bijbels begrip ‘inspiratie’ of ‘ingeving’ iets anders is dan wat we in gewoon spraakgebruik eronder verstaan.
Zo zegt men bijvoorbeeld dat een schilder door een bepaald voorval geïnspireerd werd tot het maken van een schilderij. Bij het bedenken van spelletjes kan je soms een goede ingeving krijgen. Het Bijbels begrip ‘inspiratie’ gaat echter veel verder.
01. De profetie is tot stand gekomen doordat mensen door de Heilige Geest gedreven werden (2 Petrus 1 vers 21).
02. Een ander getuigenis over de werking van de Heilige Geest lezen we in Johannes 14: 26 : ‘u te binnen brengen al wat Ik u gezegd heb’. De Geest van God zou de discipelen nauwkeurig in herinnering brengen wat de Heer gezegd had. De schriftelijke neerslag daarvan vinden we in het Nieuwe Testament in de vier evangeliën?
03. Vervolgens zou de Geest der waarheid getuigen van Christus (Johannes 15: 26). De discipelen zouden ook getuigen en door de Geest gebruikt worden (Johannes 15: 27). Het verslag hiervan vinden we in het boek de Handelingen der apostelen.
04. Daarna lezen we dat de Heilige Geest de discipelen de weg zou wijzen tot de volle waarheid. (Johannes 16:13 ). Deze leer treffen we aan in de brieven van Paulus, Petrus, enz.
05. Tenslotte wordt er in Johannes 16:13 genoemd dat ‘de toekomst zal Hij u verkondigen’. We denken dan vooral aan het Bijbelboek ‘De Openbaring’.
.
.
.
.
06. Een schriftgedeelte dat in dit verband uitvoerig over het werk van de Geest spreekt, is 1 Korinthe 2: 7-16. In vers 7 zegt Paulus dat wat hij spreekt is als een geheimenis, de verborgen wijsheid Gods, die God reeds van eeuwigheid voorbeschikt heeft tot onze heerlijkheid. Deze wijsheid van God is niet langs natuurlijke weg te verkrijgen. Je kunt ze niet waarnemen: ‘Wat geen oog heeft gezien’. Je kunt ze ook niet van anderen vernemen, het voorgeslacht weet er ook niets van: ‘Wat geen oor heeft gehoord ‘. De menselijke wijsbegeerte heeft er niet van kunnen dromen, je kunt ze niet uitdenken: ‘Wat in geen mensenhart is opgekomen ‘.
07. Hoe weet Paulus er dan toch wat van? Wel, omdat God het geopenbaard heeft door de Geest (vers 10). Paulus zelf zou in de gedachten van God niet kunnen doordringen, maar zoals de menselijke geest weet wat in de mens is, zo weet de Geest van God wat in God is.
08. Het is echter niet alleen nodig dat Paulus en de andere apostelen de gedachten van God kennen, ook alle andere gelovigen moeten ze kennen. Welnu, Paulus en de anderen hebben wat God hen openbaarde niet voor zichzelf gehouden, maar er over gesproken.
Hoe die mededeling in zijn werk is gegaan zegt vers 13, namelijk met woorden ‘die niet door menselijke wijsheid, maar die door de Geest geleerd zijn: Wat Paulus spreekt beantwoordt dus nauwkeurig aan wat God hem heeft geopenbaard! Met andere woorden: het water dat door het kanaal vloeit, is even zuiver als het water van de bron!
09. Daar komt nu nog wat bij. Zij, die het woord horen of lezen, moeten het verstaan. Wie aanvaardt echter niet hetgeen van de Geest van God is? ‘Een ongeestelijk mens’. En wie beoordeelt wel alle dingen in de goede gezindheid? ‘De geestelijke mens’. Dit gedeelte behandelt dus:
a. het onvermogen van de mens om de plannen en gedachten van God te kennen en mee te delen; wetenschap (waarnemen), historie (vernemen) en filosofie (opkomen in het hart) waren daartoe niet in staat;
b. de openbaring van die plannen aan de apostelen;
c. de weergave van de openbaring onder de leiding van de Geest, inspiratie;
d. het vermogen van de geestelijke mens om de meegedeelde openbaring te verstaan, ook wel verlichting genoemd.
10. Niet alleen van de schrijvers wordt gezegd dat ze geïnspireerd werden, maar volgens 2 Timotheüs 3:16 geldt dit ook van wat ze geschreven hebben. Bij deze inspiratie werd de persoonlijkheid van de schrijver niet uitgeschakeld. De schrijvers waren geen ‘schrijfstiften van de Heilige Geest. Zo is er duidelijk verschil in stijl e.d. tussen de profetie van Jesaja en die van Amos, evenals tussen de brieven van Paulus en die van Petrus. De volgende illustratie helpt om dat te begrijpen:
Veronderstel dat een veelzijdig musicus diverse instrumenten gaat bespelen. Elk instrument geeft de muziek weer, die de musicus speelt, en zoals hij die speelt. Maar de piano geeft geen orgelklank en de trompet niet het geluid van de fluit.
.
.
.
.
.
.
Pasteltekening van John Astria
Als u het lijden van een ander kon verlichten, dan zou u dat vast doen. Reddingswerkers haasten zich vaak naar de plaats van een natuurramp om lijden te verlichten en het leven van volslagen onbekenden te redden. Iemand zou zich daarom kunnen afvragen: waarom bevrijdt God ons eigenlijk niet van de Duivel, die verantwoordelijk is voor onnoemelijk veel menselijk leed?
Die vraag zou beantwoord kunnen worden aan de hand van een illustratie over een belangrijke rechtszaak. De moordenaar, die wanhopig probeert het proces stil te leggen, beweert dat de rechter zijn gezag in de rechtbank op een oneerlijke manier uitoefent. Hij zegt zelfs dat de rechter getuigen heeft omgekocht. Daarom worden er talloze extra getuigen aan het woord gelaten.
De rechter weet dat de uitgebreide procedures veel moeite gaan kosten en hij wil graag dat de zaak zonder onnodig uitstel afgehandeld wordt. Tegelijkertijd beseft hij dat als hij tot een oordeel wil komen dat een precedent schept voor mogelijke toekomstige zaken, beide partijen voldoende tijd moeten krijgen om hun kant van het geschil te laten horen.
Om tot een oordeel te komen dat een moreel precedent schept, moeten beide partijen voldoende tijd krijgen om hun kant van het geschil te laten horen.
Wat heeft deze illustratie te maken met een beschuldiging die de Duivel, ook „draak”, „slang” en „Satan” genoemd, inbracht tegen God, ’de Allerhoogste over heel de aarde’? (Openbaring 12:9 ; Psalm 83:18) Wie is de Duivel eigenlijk? Waarvan heeft hij God beschuldigd? En wanneer zal God zich van hem ontdoen?
Pasteltekening van John Astria
Oorspronkelijk was degene die de Duivel werd een volmaakt geestelijk schepsel, een van Gods engelen (Job 1:6, 7). Hij maakte zichzelf tot de Duivel toen hij geobsedeerd raakte door een egoïstisch verlangen naar aanbidding door mensen. Daarom trok hij Gods recht om te regeren in twijfel en insinueerde hij zelfs dat God het niet verdient gehoorzaamd te worden. Hij beweerde dat mensen God alleen dienen wanneer ze met zegeningen omgekocht worden. Volgens Satan zouden alle mensen hun Schepper „vervloeken” als ze te maken kregen met moeilijkheden (Job 1:8-11; 2:4, 5).
Om die beschuldigingen van Satan te weerleggen, was een simpel machtsvertoon niet voldoende. Als Satan meteen was terechtgesteld, zou dat voor sommigen misschien zelfs een aanwijzing zijn geweest dat hij gelijk had. Daarom ondernam God, die absolute autoriteit bezit, gerechtelijke stappen om die kwesties in de geest van alle toeschouwers op te lossen.
God gaf aan dat er, in overeenstemming met zijn beginselen en met volmaakte gerechtigheid, door beide partijen getuigen zouden worden opgeroepen om een ondersteunende verklaring af te leggen van hun kant van de controverse. In de toegestane tijd hebben Adams nakomelingen de gelegenheid gekregen te leven en bij te dragen aan dit getuigenis ten gunste van God door hem uit liefde trouw te blijven ondanks moeilijkheden.
God is zich er sterk van bewust dat het lijden van mensen voortduurt terwijl deze gerechtelijke stappen plaatsvinden. Maar hij is vastbesloten de zaak zo snel mogelijk af te handelen. De Bijbel beschrijft hem als „de Vader der tedere barmhartigheden en de God van alle vertroosting” (2 Korinthiërs 1:3).
Het is duidelijk dat „de God van alle vertroosting” de Duivel niet langer zal laten leven dan nodig is, en ook niet zal toelaten dat de gevolgen van zijn invloed blijven bestaan. Aan de andere kant zal Hij de Duivel niet vroegtijdig vernietigen, dus niet voordat de universele rechtszaak volledig ten einde is.
Wanneer de kwesties ten slotte opgelost zijn, zal Gods recht om te regeren volledig gerechtvaardigd zijn. Het rechtsgeding tegen Satan zal tot in alle eeuwigheid als toetssteen dienen. Als iemand dat recht om te regeren ooit weer zou aanvechten, kan er naar Satans voorbeeld verwezen worden als een precedent dat niet herhaald hoeft te worden.
Te zijner tijd zal God zijn Zoon Jezus opdracht geven de Duivel te verwijderen en alles wat hij veroorzaakt heeft ongedaan te maken. De Bijbel heeft het over een tijd waarin Jezus „het koninkrijk aan zijn God en Vader overdraagt, wanneer hij alle regering en alle autoriteit en kracht heeft tenietgedaan. Want hij moet als koning regeren totdat God alle vijanden onder zijn voeten heeft gelegd. Als laatste vijand wordt de dood tenietgedaan” (1 Korinthiërs 15:24-26).
Gelukkig belooft de Bijbel dat er wereldwijd paradijselijke omstandigheden zullen zijn. In overeenstemming met Gods oorspronkelijke bedoeling zullen mensen in een vredig paradijs leven! Psalm 37:11 zegt: „De zachtmoedigen zullen de aarde bezitten, en zij zullen inderdaad hun heerlijke verrukking vinden in de overvloed van vrede.” En in vers 29 staat: „De rechtvaardigen, die zullen de aarde bezitten, en zij zullen er eeuwig op verblijven.”
Sta eens stil bij het prachtige vooruitzicht dat de Bijbel schetst voor Gods aanbidders: „Zie! De tent van God is bij de mensen, en hij zal bij hen verblijven, en zij zullen zijn volken zijn. En God zelf zal bij hen zijn. En hij zal elke traan uit hun ogen wegwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geschreeuw, noch pijn zal er meer zijn. De vroegere dingen zijn voorbijgegaan” (Openbaring 21:3, 4).
.
.
.
.
.
.
God tegen satan: het laatste slagveld, de laatste schok, zal die van het gezin en het leven zijn. Zo luidt de profetie van zuster Lucia dos Santos, de zienster van Fatima, wiens proces van zaligverklaring in februari 2015 begon.
.
.
In een interview met het maandblad La Voce di Padre Pio, van maart 2015, vertelt de kardinaal, dat hij naar zuster Lucia geschreven had om haar gebed te vragen.
Hij ontving enkele dagen later een lange brief, door haar ondertekend waarin zuster Lucia het volgende schrijft:
“De eindstrijd tussen de Heer en het rijk van satan zal over huwelijk en gezin gaan. Wees niet bang”, schrijft zij ook, “want allen, die zich zullen inzetten voor het sacrale karakter van huwelijk en gezin, zullen altijd op alle manieren bestreden en gehaat worden, want het is het doorslaggevend punt”. Tot slot, schreef zij nog: “Onze-Lieve-Vrouw heeft zijn kop echter reeds verpletterd”.
.
.
De religieuze van Fatima zegt dus, dat Onze-Lieve-Vrouw de kop van satan reeds verpletterd heeft. En Caffara besluit: “In haar gesprek met Johannes Paulus II waarschuwde zij ook reeds, dat dit het centrale punt is, want er wordt geraakt aan de zuil, die heel de schepping ondersteunt, de waarheid over de relatie tussen man en vrouw en tussen de generaties. Wanneer men aan de centrale zuil raakt, stort heel het gebouw in en dat is wat wij op dit moment zien en wij weten het”. Maria heeft het over het laatste slagveld, de eindtijden en de verplettering van de kop van de duivel. Zij verkondigt de mensheid daardoor dat wij in de eindtijden leven.
.
.
Pasteltekening van John Astria
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
Pasteltekening van John Astria
.
.
De term Schriften over de Bijbel wijst naar de veelheid van schrijvers en legt dus ook nadruk op de menselijke kant van de Bijbel. Deze laatste uitdrukking kan gemakkelijk aanleiding geven tot misverstand. In onze tijd wordt meestal over het menselijke element in de Bijbel gesproken om aan te geven dat de Bijbel niet in alles gezaghebbend en betrouwbaar zou zijn.
Zo zien sommigen de Bijbel als een gemengde verzameling van Goddelijke en menselijke uitspraken, waarbij we de Goddelijke er als het ware uit te ziften hebben. Anderen beschouwen de boodschap van de Bijbel als het Goddelijke element dat verpakt zit in menselijke bewoordingen.
.
.
We kunnen in dit verband een vergelijking trekken tussen:
.
.
.
.
.
.
.
01. Jezus Christus is in de wereld gekomen zoals ieder mens. Galaten 4: 4 zegt dat God Zijn Zoon uitgezonden heeft, geboren uit een vrouw. De Bijbel is niet uit de hemel komen vallen, zoals de Efeziërs beweerden van het beeld van de godin Artemis (Handelingen 19: 35), maar is ontstaan net als alle andere boeken. Mensen namen schrijfmateriaal en legden wat ze te zeggen hadden schriftelijk vast.
Hier hebben we in beide gevallen het menselijke element.
02. Jezus van Nazareth is op volkomen natuurlijke wijze geboren, maar werd op een bovennatuurlijke wijze bij de maagd Maria verwekt. Hij is namelijk verwekt door de Heilige Geest (Mattheüs 1:18; Lukas 1: 35).
Zo is de Bijbel geschreven door mensen, maar niet voortgebracht door de wil van de mens. 2 Petrus 1: 21 zegt in dit verband dat de profetie nooit is voortgekomen uit de wil van een mens maar dat deze mensen ‘door de Heilige Geest gedreven’ werden. David zegt in 2 Samuël 23: 2 >De geest des Heren spreekt door mij, zijn woord is op mijn tong. Heel duidelijk zien we hier in beide teksten het Goddelijke element.
03. Jezus Christus is geboren uit het volk Israël? (Romeinen 9: 4, 5) In vers 5 wordt de menselijke kant aangegeven met de woorden: wat het vlees betreft. Die menselijke afkomst in Hebreeën 7:14 vermeldt dat onze Heer uit Juda is gesproten. Ook de Bijbel hebben we aan het volk Israël te danken als het gaat om de menselijke kant van zijn ontstaan.
04. Christus kwam dus niet als volwassen mens in deze wereld, maar als kind en groeide op of nam toe. Hij nam volgens Lukas 2: 52 toe in wijsheid en grootte en genade bij God en mensen. Ook de Bijbel kwam niet als compleet boek onder de mensen, maar werd in de loop van ongeveer 1500 jaar samengesteld. Ook de Bijbel groeide op om zo te zeggen. Dit is ook een menselijk element.
05. Toch was Christus reeds in Zijn jeugd volmaakt voor God en als 12 – jarige jongen wijzer dan zijn leermeesters. Men ontzette zich (verbaasde zich) over zijn verstand, zoals Lukas 2 vers 47 (slotverzen) laat zien (vgl. Psalm 119: 99). De eerste vijf boeken van de Bijbel, die je de Bijbel als kind zou kunnen noemen, bevatten reeds alle Goddelijke beginselen en vormen een bron van Goddelijk onderricht. Dit is weer de Goddelijke kant bij beide.
06. De Joden hebben in hun ongeloof de Here Jezus niet anders gezien dan als Jezus, de zoon van de timmerman (Mattheüs 13 slot). Ze hebben Hem zelf ook ‘de timmerman’ genoemd, zoals blijkt uit Marcus 6 vers. Daarbij stelden ze Hem op één lijn met Zijn broers en zussen. Een oprecht zoeker als Nathanaël kwam echter na één ontmoeting met Jezus tot de erkenning: Rabbi, Gij zijt de Zoon van God, Gij zijt de koning van Israël (Johannes 1). Zo beschouwt het ongeloof de Bijbel slechts als een verzameling menselijke geschriften, die men op één lijn stelt met alle andere literatuur. Daarentegen neemt ieder die gelooft de Bijbel aan, zoals de Thessalonikers het gepredikte woord van Paulus aannamen, namelijk ‘niet als een woord van mensen, maar als een woord van God (Thessalonika 2:13).
07. Slechts als ‘de man van smarten, veracht door het volk’ kon de Heer de heilaanbrenger worden voor elk die gelooft. Zo kan ook de zondaar alleen behouden worden door ‘het woord des kruis’, dat voor hen die verloren gaan ‘een dwaasheid’ is (1 Korinthe 1).
08. Hoe weinig de mensen van de afkomst van Jezus Christus en dus van Zijn Goddelijke zending wisten, blijkt uit Johannes 7:41 en 42. Ze wisten namelijk niet, dat Jezus van Nazareth te Bethlehem geboren was. Zo staren velen zich wat de Bijbel betreft blind op het menselijke en zien niet zijn koninklijke afkomst.
09. Christus is in alle dingen aan de mensen gelijk geworden, met één uitzondering dat hij niet zondigde (Hebreeën 4:15). Letterlijk staat daar ‘zonder zonde’, dat wil zeggen dat Hij de inwonende zonde niet kende. In Lukas 1: 35 wordt Hij dan ook het Heilige genoemd. Zo komt de Bijbel tot ons in menselijke bewoordingen, echter zonder fouten of ongerechtigheden. Spreuken 30: 5 zegt daarvan: ‘Alle woord Gods is gelouterd ‘ en Psalm 12 vers 7 noemt de woorden des Heren zuivere woorden en vergelijkt ze met gedegen zilver dat zevenvoudig gelouterd is.
.
.
.
.
.
.
.
.
Deze beschrijving en de voorstellingen van de opgang van de ziel naar zijn geestelijke evenwicht in God, zijn eigenlijk een weerspiegeling van de eeuwenoude leer van het geestelijk leven van ieder mens. Mochten we denken dat er zich, wanneer wij eenmaal op de top van de ziel zijn gekomen, geen moeilijkheden meer zullen voordoen, dan is het zesde miniatuurtje daar dat ons leert hoe het in werkelijkheid is.
De duivel zal steeds weer opnieuw proberen om de vrome ziel bekers met de vergiftigde drank der ondeugden te laten drinken. Maar met een dappere afweerbeweging heft zij tegelijk haar ogen naar de goddelijke hand, die haar vanuit de hemel hulp biedt.
Hildegardis zegt in haar uitleg van dit visioen onder meer:
“Als de ziel de goedheid van God blijft beschouwen, zullen de pijlen van de duivel haar niet raken. Dat zij steeds het mensgeworden Woord van de nederige Maagd beschouwe, dan zal als een zoete balsem, de zachtheid van God haar doordringen en zal zij sterk staan tegen de influisteringen van de hoogmoed.”
.
Deze zesde miniatuur is een eenvoudige voorstelling die weinig commentaar behoeft. Zij vormt dan ook slechts een schakel van de vijfde naar de zevende miniatuur waar het levenseinde van iedere mens in beeld gebracht wordt.
.
.
.
.

Legandro Pezet met aartsbisschop Bergoglio, de huidige paus Franciscus

……..hij stopt haar in een bakje met water en zet het in het tabernakel van de Sacramentskapel.
Op 18 augustus 1996 viert eerwaarde Alejandro Pezet de Mis in de kerk van het winkelcentrum van de stad Buenos Aires, in Argentinië. Hij heeft zojuist de heilige Communie uitgereikt wanneer een vrouw hem komt zeggen dat ze een hostie heeft gezien waarvan iemand achter in de kerk zich heeft willen ontdoen. Wanneer hij naar de aangegeven plaats gaat, ziet de priester de besmeurde hostie; hij stopt haar in een bakje met water en zet het in het tabernakel van de Sacramentskapel.
Op maandag 26 augustus doet hij het tabernakel open en ziet tot zijn stomme verbazing dat de hostie een bloederige substantie is geworden. Hij brengt Mgr. Jorge Bergoglio, hulpbisschop van Kardinaal Quarracino en toekomstige Paus, hiervan op de hoogte, waarop deze instructies geeft om de aldus getransformeerde hostie te laten fotograferen door een beroepsman. De foto’s die op 6 september zijn genomen tonen duidelijk aan dat de hostie die in een stukje bloederig vlees is veranderd, aanzienlijk in omvang is toegenomen. Gedurende drie jaar wordt ze bewaard in het het tabernakel en wordt de hele zaak geheim gehouden; maar wanneer hij vaststelt dat de hostie geen enkele waarneembare vorm van ontbinding heeft ondergaan besluit Mgr. Bergoglio haar wetenschappelijk te laten analyseren.
Vanaf oktober 1999 worden er analyses uitgevoerd op monsters van de hostie. Die voeren tot de verklaring die in 2005 is afgelegd door dokter Federico Zugibe, deskundige op het gebied van de cardiologie en gerechts-geneeskundig expert:
«De geanalyseerde materie is een fragment van de hartspier die zich in de wand van de linker hartkamer, dichtbij de hartkleppen bevindt. Deze spier is verantwoordelijk voor de samentrekking van het hart. De linker hartkamer functioneert als een pomp die bloed doorstroomt door het hele lichaam. De hartspier is in een staat van ontsteking en bevat een groot aantal witte bloedlichaampjes. Dat geeft aan dat het hart leefde op het moment dat het monster werd genomen. Ik verklaar dat het hart leefde, gegeven het feit dat witte bloedlichaampjes buiten een levend organisme afsterven; ze hebben behoefte aan een levend organisme om in stand te kunnen blijven. Hun aanwezigheid geeft dus aan dat het hart leefde toen het monster werd genomen. Bovendien waren de witte bloedlichaampjes in de weefsels opgenomen, hetgeen aangeeft dat het hart aan intensieve stress onderhevig was geweest, alsof zijn eigenaar harde klappen had gekregen ter hoogte van de borst.»
Twee Australiërs, de journalist Mike Willesee en de jurist Ron Tesoriero, zijn de getuigen geweest van deze testen. Na de conclusie van de arts, deelt men hem mede dat de substantie waaruit het monster afkomstig was dateerde van 1996, Dokter Zugibe vraagt:
«U moet me een ding uitleggen: als dat monster afkomstig is van een dode persoon, hoe kan het dan dat, toen ik het onderzocht, de cellen van het monster nog in beweging waren en kloppingen liet zien? Als dat hart afkomstig is van iemand die in 1996 is gestorven, hoe kan het dan nog steeds in leven zijn?»
Pas dan legt Mike Willesee dokter Zugibe uit dat het monster afkomstig is van een geconsacreerde hostie die op mysterieuze wijze veranderd is in bloederig menselijk vlees. Stomverbaasd als hij dat hoort, antwoordt de dokter:
«Hoe en waarom kan een geconsacreerde hostie van karakter veranderen en levend menselijk vlees en bloed worden? Dat zal een onverklaarbaar mysterie blijven voor de wetenschap, een mysterie dat volledig mijn competentie overstijgt.»
In Lanciano, in de regio van de Abruzzi (Italië), vond rond 750 een soortgelijk wonderlijk feit plaats. Een Brasiliaanse monnik ondervond moeilijkheden bij het geloven in de werkelijke tegenwoordigheid van Onze-Lieve-Heer Jezus Christus in de Eucharistie. Hij bad voortdurend om verlichting van zijn zeer pijnlijke onzekerheden. Op een ochtend, nog altijd gekweld door zijn twijfels, begon hij de viering van de Mis voor de bewoners van een naburig dorp. Plotseling, na de consecratie van het brood en de wijn, bracht hetgeen hij op het altaar zag zijn handen aan het trillen en een ogenblik lang, dat de parochianen een eeuwigheid toescheen, stond hij perplex. Vervolgens keerde hij zich zachtjes naar hen toe en zei:
«Oh, gelukkige getuigen aan wie de gezegende God, om mijn ongeloof tegen te spreken, zich Zelf heeft willen openbaren in dit gezegende Sacrament en zich voor onze ogen zichtbaar heeft willen maken, komt onze God die ons zo nabij is zien: dit is het Vlees en het Bloed van onze Beminde Christus.»
De hostie was vlees en de wijn bloed geworden! Dezelfde dag ging het gerucht door het hele dorp zoals een brand een woud in vuur en vlam zet en bereikte even zo snel de naburige dorpen en verspreidde zich tot in Rome. Dit mirakel blijft tot op de dag van vandaag zichtbaar voor ons: de vlees geworden hostie en de bloed geworden wijn zijn na meer dan twaalf eeuwen nog volledig intact.
In 1970 vroegen de aartsbisschop van Lanciano en provinciaal van de Conventuelen, met toestemming van Rome, aan professor Edoardo Linoli, directeur van het ziekenhuis van Arezzo, een grondig wetenschappelijk onderzoek uit te voeren op de resten van het twaalf eeuwen tevoren gebeurde wonder. Op 4 maart 1971 presenteerde de professor zijn conclusies:
Het medisch rapport dat werd gepubliceerd in de “Cahiers Sclavo” (fasc. 3, 1971) wekte grote belangstelling in wetenschappelijke kring. In 1973 benoemde de Hoge Raad van de Wereld Gezondheidsorganisatie een wetenschappelijke commissie om de conclusies van professor Linoli te verifiëren. Er werd 15 maanden aan gewerkt en er werden 500 onderzoeken verricht. De commissie verklaarde dat het ging om een levend weefsel dat beantwoordde aan alle klinische reacties van levende wezens. Sinds de VIIIe eeuw, verkeren het vlees en het bloed van Lanciano in dezelfde staat als van vlees en bloed dat dezelfde dag van een levend wezen zou zijn verwijderd.
De synthese van de werken van de commissie die in december 1976 in New York en in Genève werd gepubliceerd, erkent dat de wetenschap, bewust van haar beperkingen, zich geplaatst ziet tegenover de onmogelijkheid een verklaring te leveren. Andere experts gingen over tot vergelijking van de rapporten die zijn opgesteld naar aanleiding van het mirakel van Buenos Aires met de voor het mirakel van Lanciano uitgewerkte rapporten. Deze wetenschappers die de oorsprong van de monsters niet kenden concludeerden dat het in beide rapporten van de laboratoria ging om monsters die, naar het scheen, afkomstig waren van dezelfde persoon.

mirakel van de Heilige Hostie te Lanciano

Lanciano eucharistic miracle
In de encycliek Lumen fidei schrijft Paus Franciscus:
«Langzamerhand heeft men echter gezien dat het licht van de autonome rede niet erin slaagt de toekomst voldoende te verlichten; uiteindelijk blijft zij in haar duisternis steken en laat de mens achter in de angst voor het onbekende. En zo heeft de mens afgezien van het zoeken naar een groot licht, een grote waarheid om zich tevreden te stellen met de kleine lichten die het korte ogenblik verlichten, maar niet in staat zijn de weg te openen. Wanneer het licht ontbreekt, wordt alles verward, is het onmogelijk goed van kwaad te onderscheiden, de weg die naar het doel leidt te onderscheiden, van die welke ons in steeds dezelfde kringen, zonder richting doet gaan»
Om dit euvel te vermijden hebben we geloof nodig, zo verklaart de paus :
«Het is daarom dringend noodzakelijk de aard van het licht dat eigen is aan het geloof, opnieuw te ontdekken, omdat ook alle andere lichten uiteindelijk hun kracht verliezen, wanneer de vlam hiervan dooft. Het licht van het geloof heeft immers een bijzonder karakter, omdat het in staat is heel het bestaan van de mens te verlichten. Om zo krachtig te zijn kan een licht niet van onszelf uitgaan, moet het komen van een oorspronkelijkere bron, moet het tenslotte komen van God. Het geloof ontstaat bij de ontmoeting met de levende God, die ons roept en ons zijn liefde openbaart, een liefde die ons voorafgaat en waarop wij kunnen steunen om een houvast te hebben en ons leven op te bouwen. Door deze liefde veranderd, krijgen wij nieuwe ogen, ervaren wij dat daarin een grote belofte van volheid gelegen is en voor ons de blik op de toekomst opengaat. Het geloof, dat wij van God ontvangen als bovennatuurlijke gaven, verschijnt als een licht voor de weg, een licht dat onze gang in de tijd richting geeft».
Als bevestiging van het geloof in de Kerk, heeft de Heer aan de wereld in 2008 een nieuw bewijs willen geven van zijn liefde door een ander eucharistisch mirakel dat geheel gelijksoortige kenmerken vertoont als die van het mirakel van Buenos Aires. Op 12 oktober van dat jaar viert eerwaarde Jacek Ingielewicz de Mis in de kerk H. Antonius van Padua in Sokólka (Polen), in aanwezigheid van tweehonderd personen. Tijdens het uitdelen van de Communie valt een hostie op de grond. Eerwaarde Jacek raapt hem op en stopt hem in een klein zilveren liturgisch potje dat hij vult met water om de hostie op te lossen, stopt vervolgens het geheel in een kluis in de sacristie.
Wanneer een hostie daarna geheel is opgelost is het lichaam van Christus inderdaad niet meer tegenwoordig. Op de hoogte gebracht door eerwaarde Jacek, laat eerwaarde Stanislaw Gniedziejko, pastoor van de parochie, het potje twee weken in de kluis staan. Dan stelt hij vast dat de hostie niet alleen niet is opgelost in het water, maar dat een vorm aan het licht is gekomen die doet denken aan een bloedvlek. De pastoor Stanislaw zou later verklaren:
«Diep onder de indruk, wist ik niet wat ervan te denken, mijn handen trilden toen ik de kluis weer op slot deed: ik kon nauwelijks spreken.»
Hij besluit zich tot de aartsbisschop van Bialystok, naburige stad, Mgr. Edward Ozorowski, te wenden. Wanneer deze naar Sokólka komt laat men hem de hostie zien die op een corporale is gelegd. Daar ziet hij behalve een bloedvlek iets wat lijkt op een organische substantie. Het lijkt, zo merkt eerwaarde Jacek op, op de natuur van weefsels. Op 5 januari 2009 vraagt de bisschop aan twee professoren in de geneeskunde aan de Universiteit van Bialystok, Maria Elizabeth Sobianiec-Lotowska en Stanislaw Sulkowski, een analyse uit te voeren op een deeltje van de hostie. Beiden hebben meer dan dertig jaar gewerkt op het gebied van de histopathologie van de Universiteit.
Toen de monsters waren genomen was het intact gebleven deel van de hostie vast blijven zitten aan het weefsel dat geanalyseerd werd, zonder dat die iets minder wit was geworden. Beide specialisten kwamen, na gescheiden hun werk te hebben gedaan, tot dezelfde conclusie: hetgeen hun was overhandigd is afkomstig van het weefsel van een nog in leven, maar wel stervend zijnde menselijke hartspier. Professor Sulkowski verklaart de aanwezigheid te hebben waargenomen van:
«talloze typische biomorfologische indicatoren van weefsel van de hartspier, evenals van zichtbare schade in de vorm van geringe vezelbreuken in het weefsel. Deze schade kan slechts worden waargenomen in levende vezels en zijn de tekenen van snelle spasmes van de hartspier in de periode die voorafgaat aan de dood.»
Professor Sobianiec-Lotowska bevestigt dit:
«Het betreft weefsel van de in leven zijnde hartspier.»
Wanneer ze hierbij stilstaat, geeft ze blijk van haar stomme verbazing over het feit dat een weefsel in leven is gebleven nadat het uit het organisme waarvan het integraal deel uitmaakte is verwijderd:
«Dat is een «ongelooflijk fenomeen! Gedurende lange tijd was de hostie in water ondergedompeld, vervolgens op de corporale gelegd; het weefsel zou dus het proces van “verstikking” hebben moeten ondergaan, maar dat hebben we bij onze testen niet waargenomen. De huidige kennis op het gebied van de biologie stelt ons niet in staat dit fenomeen wetenschappelijk te verklaren. Dit buitengewone fenomeen van onderlinge absorptie van het hartspierweefsel en de hostie dat met de microscoop en eveneens via elektronische transmissie is waargenomen, bewijst dat geen enkele menselijke interventie op het monster heeft kunnen plaatsvinden».
De structuur van het hartspierweefsel en die van brood zijn in het onderhavige geval inderdaad zo nauw verwant dat het onaannemelijk is dat een menselijke interventie dit zou kunnen verwezenlijken (cf. verklaring van professor Sobianiec-Lotowska in het rapport «Het Eucharistisch Mirakel van Sokólka», Lux Veritatis, 2010). Anderzijds heeft het bloed van de hostie dezelfde kenmerken als dat van de lijkwade van Turijn en van het mirakel van Lanciano (groep AB).

Mirakel van de Heilige Hostie te Sokolka

miracle of sokolka
Nadat hij de resultaten van de testen heeft gekregen, informeert de aartsbisschop de apostolisch nuntius in Warschau die het dossier doorgeeft aan Rome ter bestudering. In september 2009 begint het publiek dat kennis heeft genomen van het rapport van de twee deskundigen, uit heel Polen, maar ook uit Wit-Rusland en Litouwen naar Sokólka te komen. In Sokólka zelf stelt men onmiddellijk een toename van de devotie voor het Allerheiligste vast. De mensen komen in de kerk bidden voor de gebroken families, de kinderen die het geloof verlaten, ter verkrijging van genezingen.
Na officieel te hebben verklaard dat het zichtbare weefsel op de hostie echt wonderbaarlijk is, stopt Mgr. Ozorowski dit in een monstrans die wordt uitgestald ter aanbidding door gelovigen in een kapel van de Sint Antonius kerk. Ten aanzien van de Eucharistie vraagt de Kerk om de eredienst van de latria, dat wil zeggen de aanbidding die aan God alleen is voorbehouden, hetzij tijdens de viering van de Eucharistie, hetzij daarbuiten:
«Het is, zo schreef H. Johannes Paulus II, in het bijzonder nodig, zowel tijdens de viering van de Mis als bij de verering van de Eucharistie buiten de Mis, het besef te verlevendigen van de werkelijke tegenwoordigheid van Christus» (Apostolische Brief Mane nobiscum Domine, 7 oct. 2004, 18).
«Zoals de vrouw die Jezus zalfde in Bethanië, heeft de Kerk hiervoor geen ‘verspilling’ van haar beste zaken geschuwd om uitdrukking te geven aan haar verwondering en aanbidding tegenover het onmetelijk geschenk van de Eucharistie. Niet minder dan de eerste leerlingen die belast waren met het gereed maken van de «bovenzaal» voelde zij zich gedreven om door de eeuwen heen een in haar ontmoeting met verschillende culturen, de Eucharistie te vieren in kader dat een zo groot geheim waardig was… Ofschoon het idee van een «feestmaal» vanzelf vertrouwelijkheid suggereert, heeft de Kerk nooit toegegeven aan de verleiding om deze «intimiteit» met haar Bruidegom te banaliseren door te vergeten dat Hij ook haar Heer is en dat het «feestmaal» altijd een offer blijft dat getekend is door het bloed dat op Golgotha werd vergoten» (Encycliek Ecclesia de Eucharistia, Witte Donderdag 2003, 48).
«De Eucharistie stelt inderdaad tegenwoordig en actualiseert het offer dat Christus eens en voor altijd op het kruis gebracht heeft aan de Vader ten bate van de mensheid. Het kruisoffer en het offer van de Eucharistie zijn één en hetzelfde offer. Een en dezelfde zijn het slachtoffer en de offeraar: wat alleen verschilt is de wijze van geofferd worden: bloedig op het kruis, onbloedig in de Eucharistie. Daar uit het Misoffer alle genaden voortvloeien die nodig zijn voor ons heil, verplicht de Kerk de gelovigen ertoe aan de Heilige Mis deel te nemen op iedere zondag en op voorgeschreven feestdagen, terwijl zij hen aanbeveelt ook op andere dagen eraan deel te nemen.» (Compendium van CKK,280).
H.Johannes Paulus II eens tegen jongeren gezegd die hem ondervroegen naar aanleiding van de grote ingetogenheid waarmee hij de mis vierde (18 oktober 1981). Heilige Padre Pio geeft er ons een mooi voorbeeld van:
«Wanneer Padre Pio de Mis vierde, wekte hij de indruk zo intiem, zo intens en zo volledig verbonden te zijn met Hem die zich aan de Hemelse Vader aanbood, als slachtoffer ter boetedoening voor de zonden der mensen. Zodra hij aan de voet van het altaar stond onderging het gezicht van de celebrant een gedaanteverwisseling. Padre Pio bezat de gave anderen aan het bidden te zetten. Men beleefde de Mis» (Fr. Narsi Decoste, Le Padre Pio).
De vrucht van het geactualiseerde Offer op het altaar is de communio met het Lichaam en Bloed van Jezus Christus, voorproef van de eeuwige communio in de Hemel. Een zo grote gave kan slechts ontvangen worden door hem die:
«ten volle ingelijfd is in de katholieke Kerk en in staat van genade, dat wil zeggen zonder zich van een doodzonde bewust te zijn. Hij die er zich van bewust is een zware zonde te hebben begaan, moet het Sacrament van de Verzoening ontvangen alvorens tot de communie te naderen. Van belang zijn ook de geest van inkeer en gebed, het onderhouden van het door de Kerk voorgeschreven vasten, en de lichaamshouding (gebaren, kleding), ten teken van eerbied voor Christus» (Compendium,291).
«De heilige Communie doet onze vereniging met Christus en zijn Kerk groeien. Zij sterkt ons voor de pelgrimstocht van dit leven en doet ons verlangen naar het eeuwig leven, doordat zij ons nu al verenigt met Christus, opgestegen naar de rechterhand van de Vader, met de hemelse Kerk, met de heilige Maagd en met alle heiligen» (ibid., 292 en 294).
De eucharistische wonderen zijn niet te ontkennen feiten; zij stellen ons voor de grote Werkelijkheid: God bestaat, Hij is vlees geworden, Hij is tegenwoordig en treedt actief op in onze geschiedenis, Hij heeft zich blootgesteld aan lijden en dood, om de dood teniet te doen en ons het Leven te geven! Het geluk dat wij allen zoeken hangt af van onze liefdesbetrekking met Hem alleen! In de encycliek Fides et ratio, schreef heilige Johannes Paulus II:
«Verschillende filosofische systemen hebben de mens er door misleiding van overtuigd, dat hij zijn absoluut eigen heer is, die autonoom over zijn lot en over zijn toekomst kan beslissen, wanneer hij uitsluitend op zichzelf en zijn krachten vertrouwt. Dat zal nooit de grootheid van de mens kunnen uitmaken. Bepalend voor zijn verwerkelijking zal alleen de beslissing zijn, zich te voegen in de waarheid door in de schaduw van de wijsheid zijn woning op te zetten en daarin te blijven wonen. Pas binnen deze horizon van de waarheid zal hij begrijpen, hoe zijn vrijheid zich in de volle zin ontplooit en dat hij geroepen is tot liefde en kennis. Daarin ligt zijn hoogste zelfverwerkelijking »
Laten we uit de Eucharistie de kracht putten die we nodig hebben om Jezus te volgen op de weg van het eeuwig leven!


Meaning of 7 = Christian denominations consider seven to be a holy number because Genesis says that God rested on the 7th day and man was created on the 6th day. Because God rested on the 7th day, that is the reason for the observance of the Hebrew Sabbath on the last day of the week.
The number 7 is a highly spiritual number that is associated with intuition, mysticism, inner wisdom, and a deep inward knowing. The number 7 combines hardworking number 4 with mystical and creative number 3.
Uitleg van 7 = christenen beschouwen zeven als een heilig getal omdat Genesis zegt dat God op de zevende
dag rustte en dat de mens op de zesde dag werd geschapen.Omdat God op de zevende dag rustte is de reden
voor het vieren van de Hebreeuwse sabbat op de laatste dag van de week.
Het getal 7 is een zeer spiritueel getal dat wordt geassocieerd met intuïtie, mystiek, innerlijke wijsheid en een diep innerlijk weten. Het getal 7 combineert hardwerkend nummer 4 met mystiek en creatief nummer 3.
In the Bible, the number 6 symbolizes man and human weakness, the evils of Satan and the manifestation of sin. Man was created on the sixth day. The number 6 is also associated with Satan in his temptation of Jesus.
The bringing together of three 6’s is the number and mark of the end time Beast of Revelation. As such, it represents the very best system of governance that mankind can produce WITHOUT God and under the constant influence of his chief adversary.
Man’s system on earth is made up of three parts (economic, religious and governmental) all of which are influenced and led by Satan. When 666 is multiplied by 7 it equals 4662, which depicts man’s total imperfection under Lucifer. When added across, 4 + 6 + 6 + 2 = 18; and 18 divided by 3 is 6.
In de Bijbel symboliseert nummer 6 de mens en de menselijke zwakheid, het kwaad van Satan en de manifestatie van zonde. De mens is gemaakt op de zesde dag. Het getal 6 wordt ook geassocieerd met Satan in zijn verleiding van Jezus.
Het samenbrengen van drie 6 en is het getal en het merkteken van het beest in de Openbaring gedurende de eindtijd. Als zodanig vertegenwoordigt het het allerbeste bestuurssysteem dat de mensheid ZONDER God kan produceren en onder de constante invloed van de duivel, zijn voornaamste tegenstander.
Het systeem van de mens op aarde bestaat uit drie delen (economisch, religieus en bestuurlijk) die allemaal worden beïnvloed en geleid door Satan. Als 666 wordt vermenigvuldigd met 7 krijgen we 4662, wat de totale onvolmaaktheid van de mens onder Lucifer weergeeft. Toegevoegd: 4 + 6 + 6 + 2 = 18; en 18 gedeeld door 3 is 6.


De Bijbel spreek voor zichzelf en dat is ook zo. God is heel goed in staat om zichzelf te verdedigen. Denk maar eens aan het bijbelboek Job, waar hij precies denkt te weten wat God met de hele situatie te maken heeft. Uiteindelijk laat God heel duidelijk horen hoe Hij erover denkt, waarna Job zich bekeert en de situatie een positieve wending krijgt.
Mensen die hun mening al hebben klaarliggen en de Bijbel al afgeschreven hebben, zullen hun antwoord wel van God krijgen. Laat ons hopen dat het voor hen dan niet te laat is en dat ze Zijn stem zullen horen voordat het laatste oordeel aanbreekt. Volgens de Bijbel komt er een moment dat de tijd op is. Ieder mens krijgt een eerlijke kans van God.
De Bijbel spoort ons aan om nu te leven en in het hier en nu te reageren op de stem van God. (Hebr 3-7 : Daarom, gelijk de Heilige Geest zegt: Heden, indien gij Zijn stem hoort, verhardt uw harten niet )
Toch zijn er nog steeds veel mensen die met vragen zitten en serieus willen weten hoe het zit met bepaalde moeilijk te begrijpen Bijbelgedeelten.
Genesis 2:18-20 beschrijft hoe God beesten naar Adam brengt zodat hij ze namen kan geven. Van het vee wordt niet gezegd dat God het op dat moment maakte, dus dat was er blijkbaar al. “God bracht de dieren die hij gevormd had.”
Dan is er nog het opmerkelijke verschil in de woorden die gebruikt worden om God aan te duiden. In het eerste deel wordt Elohim gebruikt en in het tweede deel Yahweh Elohim. Dit kan erop duiden dat er twee schrijvers zijn geweest. Het is mogelijk om op basis van stijl heel Genesis op te delen in 10 delen van 10 verschillende schrijvers.
Later zouden die delen door Mozes samengevoegd zijn, zonder er iets aan te veranderen, zodat de schrijfstijl behouden bleef. Het tweede scheppingsverhaal is slechts een probleem als je er vanuit gaat dat het een tweede scheppingsverhaal is. Als je het leest met de instelling dat het om werkelijke geschiedenis gaat, vallen alle puzzelstukjes in elkaar.
Adam en Eva krijgen 2 zoons, Kaïn en Abel. Kaïn slaat Abel dood en God verbant Kaïn. Kaïn gaat wonen in Nod en trouwt! Maar met wie? Waren er dan toch al meer mensen? Dit is heel eenvoudig op te lossen door verder te lezen in Genesis 5:4, “En Adam leefde, nadat hij Seth verwekt had, nog achthonderd jaar; en hij kreeg zonen en dochters.” Kaïn trouwde dus met een zus. Dit was geen inteelt en incest omdat er toen nog geen mutaties waren en de wet tegen incest kwam pas in de tijd van Mozes.
Dit is een schriftgedeelte waarbij vaak meerdere denkfouten tegelijk gemaakt worden:
1. Men gaat er vanuit dat Adam en Eva nog geen dochters hadden, en misschien terecht, want of Kaïn toen al een zus had is op dat moment in het verhaal nog niet duidelijk. Maar het is zo dat vrouwen in geslachtsregisters niet genoemd werden. Bedenk ook dat ze toen wel 900 jaar oud werden en dat zijn toekomstige vrouw nog niet geboren hoefde te zijn.
2. Men veronderstelt dat het land Nod al bewoond was, maar dat hoeft niet het geval te zijn geweest. De naam kan zelfs later zijn bedacht en toegevoegd aan het verhaal.
3. Men denkt dat trouwen met een zus in strijd was met de wetten van Exodus. Dat Adam de eerste mens was lijkt mij duidelijk. Als eerste mens had hij dus het meest perfecte DNA, hij was net door God zelf gemaakt. Vanwege de foutjes en vermindering in rijkdom en diversiteit die het genetisch materiaal van de individuele mens in de loop der tijd opdeed, is het nu niet meer verstandig dat naaste familieleden samen kinderen krijgen. De kinderen lopen dan teveel risico om mismaakt of ziek ter wereld te komen. Het is door God pas ten tijde van Mozes verboden om seks te hebben met een familielid, omdat het eerder niet nodig was dit te verbieden.
Gen. 37:36 – “En de Midianieten verkochten hem (Jozef) in Egypte, aan Potifar, een hoveling van Farao…”
Gen. 39:1 – “Jozef werd naar Egypte afgevoerd; en Potifar, een hoveling van Farao … kocht hem van de Ismaelieten, die hem daar naartoe gebracht hadden.”
Werd Jozef nou verkocht door de Midianieten of door de Ismaelieten?
Dit is een gevalletje ‘gelijksoortige teksten zoeken’. Zie Gen. 37:28 – “Toen de Midianietische kooplieden voorbijtrokken, haalden zij Jozef uit de put, en verkochten hem aan deze Ismaelieten voor twintig zilverlingen; die brachten Jozef naar Egypte.” Het blijkt dat het hier om dezelfde groep mensen gaat.
Het kan zijn dat Ismaelieten optrokken met de Midianieten en samen handel bedreven, of dat deIsmaelieten een stam van de Mideanieten waren. In Richteren 8 staat ook dat Gideon de Midianieten heeft verslagen maar in vers 24 worden ze ook Ismaelieten genoemd. de Bijbel verklaart hiermee zichzelf.
“En de haas is onrein omdat hij herkauwt, ook al heeft hij geen gespleten hoef.”
Hazen en konijnen draaien af en toe drolletjes die nog niet helemaal verteerd zijn en waar nog veel goede voedingsstoffen in zitten. Die eten ze dan weer op, herkauwen dus. Het is dus soms belangrijk dat we ook wat weten van de natuur. Denk aan de vleermuizen, die in de Bijbel onder de vogels gerekend worden, terwijl men tegenwoordig de vleermuizen onder de zoogdieren rekent. Dit heeft puur te maken met een keuze.
Noem je het een vogel omdat het vliegt, of noem je het een zoogdier omdat het zoogt? Zo zou een dolfijn in de Bijbel waarschijnlijk een vis genoemd zijn, terwijl men dolfijnen tegenwoordig ook onder de zoogdieren rekent. We hadden ook een indeling kunnen maken op basis van het aantal poten, vinnen of de vorm van de oren.


Eenvoudig gezegd: de omtrek van een cirkel is altijd 3,14 maal de diameter. Als je de diameter van het wasvat vermenigvuldigt met 3.14 komt er 31.4 uit en geen 30, dus dat klopt niet met de tekst. 30 gedeeld door 3.14 komt schijnbaar wel beter uit, maar dan houd je jezelf een beetje voor de gek, want verhoudingsgewijs is de afwijking hetzelfde. De oplossing is eenvoudig: Met de handbreedte uit vers 5 kunnen we de berekening precies laten kloppen.
Num. 25:9 – “Degenen die aan de plaag stierven, waren vier en twintig duizend.”
1 Kor. 10:8 – “En laten wij geen overspel plegen, zoals sommigen van hen deden, want toen vielen er op een dag drie en twintig duizend.”
Waren het er nou 24000 of 23000?
Goed lezen. In 1 Kor. Staat: “op één dag” dus de rest stierf later. Probleem opgelost. Sommige problemen worden zo makkelijk door de critici opgeworpen. De enige echte tegenstrijdigheden in de Bijbel zijn die tussen goed en kwaad, leven en dood, geloof en ongeloof, enz. Gods woord blijft ongeschonden.
Jezus steekt het meer van Gennesareth over en komt in het land van de Gergesenen, waar Hij twee bezeten mannen ontmoet. Markus (5:1) zegt echter dat hij in het land van de Gaderenen komt, waar Hij één bezeten man ontmoet. Weer een schijnbare tegenstrijdigheid.
Er komen twee mannen vanaf een begraafplaats naar Hem toe. Begraafplaatsen lagen vaak een eind buiten de steden. Gadera en Gergesa waren twee steden die ongeveer 20km uit elkaar lagen. Jezus kwam aan in het gebied dat daartussen lag. Mar.(5:2) en Luk.(8:27) noemen maar één man. Ze zeggen echter niet dat er niet meer waren.
Ze richten hun aandacht gewoon op de man die het meest berucht was of wiens verhaal het meest spectaculair was. Als de evangelieschrijvers ons hadden willen misleiden hadden ze er wel voor gezorgd dat hun verhalen overeenstemden. Lukas beschrijft de man die ‘uit de stad’ kwam en ‘tussen de graven verbleef’. De ander was niet zo bekend. In dit soort gevallen moet je dus iets weten over de geschiedenis en de plaats waar het voorval zich afspeelde.
“Ik formeer het licht, en schep de duisternis; Ik maak vrede en schep het kwaad, Ik, Yahweh, doe al deze dingen.
Het woord kwaad is hier het Hebreeuwse woord ra, wat tegenstand, wanhoop, of het tegenovergestelde van vrede kan betekenen.
Vergelijk:
Jakobus 4:6 – “Ja, Hij geeft meer genade. Daarom staat er: God weerstaat de hoogmoedigen, maar de nederigen geeft Hij genade.”
En: Spr. 3:33,34 – “De vloek van Yahweh is in het huis van de goddelozen; maar de woning van de rechtvaardigen zal Hij zegenen. Zeker, de spotters zal Hij bespotten, maar de zachtmoedigen zal Hij genade geven.”
God maakt geen kwaad. Het kwaad is een logische tegenhanger van vrede. God heeft mensen en engelen gemaakt met de mogelijkheid in zich om tegen Hem te kiezen, waardoor er een tegenstand ontstaat. En God zelf keert zich weer tegen de tegenstand. Zo komt er onvrede vanwege de ongehoorzaamheid van het schepsel.
Je bent niet voorbestemd om slecht te zijn. Dat laat je zelf toe en dan doet God er nog een schepje bovenop door het hart nog verder te verharden. Maar als je met je mond belijdt dat Jezus jouw Heer is, en met je hart gelooft dat God Hem uit de dood heeft opgewekt, zul je gered worden. (Rom. 10:9).
Bijvoorbeeld :
Was de inhoud van het wasvat van Salomo 2000 of 3000 bath?
– Het was 3000, maar het was niet altijd vol
Hoeveel goud kwam er uit Ophir, 450 of 420 talenten?
– De ene keer 450 en de andere keer 420, want ze gingen vaker
– Allebei. Jezus genas wel vaker blinden, het zijn gewoon 2 verschillende ontmoetingen.