Tagarchief: wit

Kyaniet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemene informatie

 

Het blauwe, grijze, witte, groene of zwarte mineraal heeft een perfecte splijting  volgens het kristalvlak [100], een witte streepkleur en een glas- tot parelglans. Het kristalstelsel is triklien, de gemiddelde dichtheid is 3,61 en de hardheid is 4 tot 7. Kyaniet is noch magnetisch, noch radioactief. Kyaniet of distheen is een hele kwetsbare steen.

 

 

 

 

 

Etymologie

 

Kyaniet is vernoemd naar het Griekse woord kyanos = blauw. Distheen komt van de Griekse woorden di = twee en stenos = kracht.

 

 

 

 

 

 

Vindplaats

 

Kyaniet wordt momenteel nog gewonnen in o.a. de Verenigde Staten, Brazilië, Zwitserland en Frankrijk.

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: Al2SiO4

hardheid: 5-7

dichtheid: 3,6-3,7

 

 

groene kyaniet

 

 

 

Kyaniet
KyaniteUSGOV.jpg
Mineraal
Chemische formule Al2SiO5
Kleur Blauw, wit, grijs, groen of zwart
Streepkleur Wit
Hardheid 4 – 7
Gemiddelde dichtheid 3,61 kg/dm3
Glans Parelglans
Opaciteit Doorzichtig of doorschijnend
Breuk Splinterig
Splijting Perfect, [100]
Kristaloptiek
Kristalstelsel Triklien
Dispersie 0,020
Luminescentie Niet-fluorescerend
Pleochroïsme Kleurloos tot blauw
Overige eigenschappen
Vergelijkbare mineralen Andalusietsillimaniet
Bijzondere kenmerken Zelden kattenoogeffect

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

pauw kyaniet

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Cryoliet

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Algemene informatie

.

Cryoliet of kryoliet is een zeer zeldzaam mineraal dat van oudsher werd gebruikt in de bereiding van aluminium. Cryoliet komt voor als een glasachtig mineraal, variërend van kleurloos tot wit, met roodachtige of grijs-zwarte tinten. Het kan doorschijnend tot transparant zijn.

De hardheid is 2,5 tot 3 op de schaal van Mohs en de dichtheid 2,95 tot 3,00. Kryoliet is doorschijnend tot transparant met een bijzonder lage brekingdindex. De waarden voor de brekingsindex liggen in het bereik van 1,3385 tot 1,34, dus heel dicht bij die van water. Ondergedompeld in water is kryoliet daardoor praktisch onzichtbaar.

Cryoliet kan beter niet rechtstreeks op de huid gedragen worden als het niet ingesloten is en edelsteenwater kan alleen gemaakt worden via de indirecte methode waarbij stenen niet in contact komen met het water, in verband met het in de steen aanwezige aluminium.

.

.

.

.

Etymologie

.

De naam cryoliet is afgeleid van de Griekse woorden kryos, wat bevroren, en lithos, wat steen betekent.

.

.

.

.

Vindplaats

.

Cryoliet werd van oorsprong gevonden in Groenland maar deze mijn is inmiddels gesloten. Daarnaast wordt het gevonden in Canada, de VS en Rusland.

.

.

.

.

Chemische eigenschappen

.

samenstelling: Na3[AlF6]

hardheid: 2,5

dichtheid: 2,96

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

Creediet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

Algemene informatie

 

Creediet is een gehydrateerd calcium-aluminium-sulfaat-fluoride, wat tot de groep halogenides behoort. Het doorschijnende of doorzichtige mineraal is wit, tot paars of oranje van kleur en heeft een vettige glans. Het vormt zich in prismatische, naaldachtige kristallen.

 

 

 

 

 

Etymologie

 

Creediet is vernoemd naar de Amerikaanse plaats Creede, nabij de originele vindplaats.

 

 

.

.

.

Vindplaats

 

Naast de originele vindplaats Creede in de Amerikaanse staat Colorado, wordt creediet ook gevonden in Mexico, Bolivia, Griekenland, Frankrijk, Italië, China en Zuid-Afrika.

 

 

 

.

.

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: Ca3[Al2(F,OH)10|SO4] · 2H2O

hardheid: 4

dichtheid: 2,7

 

 

Creediet
Creedite 3 photo fond.jpg
Mineraal
Chemische formule Ca3Al2(SO4)F7,5(OH)2,5·2(H2O)
Kleur Kleurloos, wit, oranje of paars
Streepkleur Wit
Hardheid 3,5
Gemiddelde dichtheid 2,71 kg/dm3
Glans Glas tot vet
Opaciteit Doorzichtig tot doorschijnend
Breuk Schelpvormig
Splijting Perfect, [100]
Kristaloptiek
Kristalstelsel monoklien
Brekingsindices 1,461 – 1,485
Dubbele breking 0,0240

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Brede lathyrus : Lathyrus latifolius

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

Brede Lathyrus, Montenach

 

 

Goed te herkennen aan
– de rozerode tot helder roze vlinderbloemen met brede vlag en
– de uit 2 deelblaadjes bestaande, gerankte, blauwgroene bladeren
– en de gevleugelde, blauwgroene stengels

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Brede lathyrus is een overblijvende plant oorspronkelijk afkomstig uit Midden- en Zuid-Europa. In de Lage Landen wordt ze aangeboden als tuinplant. Vanuit tuinen is ze verwilderd (via tuinafval) en kan zich hier en daar goed handhaven.

 

 

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf juni tot en met augustus met opvallende, grote, aangenaam ruikende vlinderbloemen, die in lang gesteelde trossen van 5 tot 15 bloemen staan. De vlag en zwaarden zijn gelijk van kleur, rozerood tot helder roze, zelden wit. De kiel is wit.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren hebben een gevleugelde bladsteel en bestaan uit twee elliptische tot lancetvormige deelblaadjes met daar tussen een vertakte rank. De deelblaadjes hebben 5 parallel lopende nerven (onderling verbonden door middel van kleinere nerven), zijn 1 tot 4 cm breed en 4 tot 12 cm lang. Zowel de bladeren als gevleugelde stengels zijn blauwgroen.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

aardaker : stengel kantig en niet gevleugeld, hele bloem rozerood tot helder rood.
boslathyrus : vleugels bladsteel 0,5 tot 1,8 mm, gevleugelde stengel, vlag roze, zwaarden roodpaars, kiel geelgroen.
brede lathyrus : vleugels bladsteel 2 tot 4 mm, gevleugelde stengel, vlag en zwaarden rozerood tot helder roze en witte kiel.

 

 

 

Algemeen

 

vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– overblijvend
– verwilderd vanuit tuinen
– 90 tot 180 cm

Bloem
– rozerood tot helder roze, soms wit
– vanaf juni t/m augustus
– tros
– vlinderbloem
– (15) 20 tot 30 mm breed
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld
– elliptisch tot lancetvormig
– top stomp met kort spitsje
– rand gaaf
– voet afgerond of wigvormig
– parallel- en netnervig
– rank
– vleugels bladsteel (1,5-) 1,8 – 4 mm

Stengel
– liggend of klimmend
– glad en kaal

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

Bont kroonkruid : Securigera varia

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de wit/roze bolvormige bloeiwijze en de rijke bloei

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Bont kroonkruid is een overblijvende giftige plant van 30 tot 120 cm hoog, die zeldzaam is en voornamelijk te vinden is in de duinen en in stedelijke gebieden. Bont kroonkruid komt van nature voor in Midden- en Zuid-Europa en is van daaruit verspreid naar West- en Noord-Europa. Inmiddels is de plant een geaccepteerde inheemse soort. Je vindt haar op matig vochtige, kalkrijke grond op dijkhellingen, langs wegen, spoorwegen en in de duinen. Behalve in het wild voorkomend wordt bont kroonkruid ook ingezaaid voor bodemverbetering, het tegengaan van erosie en als bermbeplanting.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf juni tot en met september met mooie wit/roze bolvormige 10- tot 20-bloemige schermen, die aan het einde van lange stelen staan. De schermen tonen op afstand roze, maar de individuele bloemetjes in het scherm bestaan uit drie kleuren: een donkerroze vlag, witte zwaarden en lichtroze kiel met donkere punt.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

Bont kroonkruid heeft liggende en opstijgende stengels en kan daarmee grote stukken grond bedekken. De bladeren zijn oneven geveerd met 7 tot 12 paar deelblaadjes en een topblaadje. De ovale blaadjes zijn 6 tot 16 mm lang.

 

 

 

 

 

Toepassing

 

Hoewel bont kroonkruid giftig is, schijnt thee gezet van de plant verlichting te bieden bij astma en nerveuze hartklachten.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– overblijvend
– zeldzaam voorkomend
– 30 tot 120 cm

Bloem
– roze en wit
– vanaf juni t/m september
– bolvormig scherm
– vlinderbloem
– 10 tot 15 mm
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld
– oneven veervormig
– top spits
– rand gaaf
– voet afgerond
– 1 nervig

Stengel
– liggend en opstijgend
– glad en kaal
– meerkantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

Ulexiet, tv-steen

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

 

Algemene informatie

.

Ulexiet is een hele zachte steen en is kleurloos, doorschijnend of wit. Het wordt ook wel tv-steen genoemd vanwege de optische eigenschappen van de steen. Een op de juiste manier vlak gemaakte ulexiet steen van goede kwaliteit kan een beeld van iets wat er aan de achterzijde van de steen bevindt, aan de voorzijde projecteren door haar vezels.

Ulexiet heeft een witte streepkleur en een perfecte splijting volgens de kristalvlakken [010] en [110]. De gemiddelde dichtheid is 2,95 en de hardheid is 2,5. Het kristalstelsel is triklien en het mineraal is niet radioactief.

.

.

.

.

Etymologie

.

Ulexiet is vernoemd naar de ontdekker van de steen Georg Ludwig Ulex.

.

.

.

Vindplaats

.

Ulexiet wordt in de Verenigde Staten gevonden.

.

.

.

Chemische eigenschappen

.

Chemische samenstelling: NaCaB5O6(OH)6.5(H2O)

dichtheid: 2.9

hardheid: 2,5

.

.

Ulexiet
Ulexite-39574.jpg
Mineraal
Chemische formule NaCaB5O6(OH)6·5(H2O)
Kleur Kleurloos of wit
Streepkleur Wit
Hardheid 2,5
Gemiddelde dichtheid 1,95 kg/dm3
Opaciteit Doorschijnend
Splijting Perfect, [110] & [010]
Kristaloptiek
Kristalstelsel triklien
Overige eigenschappen
Vergelijkbare mineralen colemaniet

 

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

Boekweit : Fagopyrum esculentum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de grote pijl- of hartvormige bladeren en
– de losse aarvormige trossen witte bloemetjes en
– de donkere vruchtjes, die qua vorm op beukennootjes lijken

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Boekweit is geen inheemse wilde plant, maar een eenjarig landbouwgewas, oorspronkelijk afkomstig uit Midden- en Oost-Azië. Vroeger werd boekweit verbouwd op schrale zandgrond. Ten opzichte van de huidige gewassen is de opbrengst te laag om verbouw lonend te maken en wordt ze alleen nog gebruikt als nectarplant voor honingbijen, zit ze in zaaimengsels en in vogelvoer.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Boekweit bloeit vanaf juni tot en met augustus met kleine witte of roze bloemetjes, die gegroepeerd zitten in losse pluimen in de bladoksels en aan het einde van de stengel. De bloemetjes hebben 5 bloemdekbladen, geen aparte kroon- en kelkbladen.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren zijn groot, pijl- of hartvormig, meestal iets langer dan breed. De stengel is roodachtig.

 

 

 

 

 

Vrucht

 

Voordat de bloei ten einde is zijn er al rijpe vruchtjes. Ze zijn driehoeking en lijken sterk op kleine beukennootjes. Elk vlak heeft scherpe randen, in tegenstelling tot Franse boekweit, waarvan de vruchtjes getande randen hebben. De vruchtjes zijn 2x zo lang als het (nog niet verdroogde) bloemdek. De vruchtjes van Franse boekweit zijn 3x zo lang als het bloemdek.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

boekweit : wit of roze bloemdek, vruchtjes scherp driehoekig en twee maal zo lang als het bloemdek.

 

Franse boekweit : groen bloemdek, vruchtjes getand driehoekig en drie maal zo lang als het bloemdek.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

duizendknoopfamilie (Polygonaceae)
– eenjarig
– schaars landbouwgewas
– 15 tot 60 cm

Bloem
– wit of roze
– vanaf juni t/m augustus
– aarvormige tros
– stervormig
– 5 tot 7 mm
– 5 bloemdekbladen, niet vergroeid
– 8 meeldraden
– 3 stijlen

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– pijl- of hartvormig
– top spits
– rand gaaf of gegolfd
– voet pijl- of hartvormig
– hand-/netnervig

Stengel
– rechtop
– aan 1 kant behaard
– roodachtig
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Cerussiet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemene informatie

 

Cerussiet behoort tot de carbonaten en wordt ook wel loodcarbonaat of witte looderts genoemd. De kleur kan wit, grijs, blauw of groen zijn. Cerussiet is doorschijnend en heeft een diamant-, glas- of vetglans. Het mineraal heeft een witte streepkleur en de splijting van het mineraal is duidelijk volgens de kristalvlakken [110] en [021].

Het kristalstelsel is orthorombisch. Cerussiet heeft een gemiddelde dichtheid van 6,58, de hardheid is 3 tot 3,5 en het mineraal is niet radioactief. De dubbelbreking is 0,2730. Omdat cersussiet lood bevat, wordt aangeraden na aanraking de handen te wassen en inademing bij breken te vermijden.

 

 

 

 

 

Etymologie

 

De naam cerussiet is afgeleid van het Latijnse cerussa, dat “wit lood” betekent.

 

 

 

 

 

 

Vindplaats

 

Cerussiet is een zeer algemeen mineraal, dat gevormd wordt in gebieden waar loodhoudende vloeistoffen kalksteen doorsnijden. De typelocatie is niet nader gedefinieerd, maar het mineraal wordt onder andere gevonden in Tsumeb in Namibië. Cerussiet wordt nog gevonden in West Australië, Duitsland, VS en China.

 

 

 

barriet met cerussiet

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

Chemische formule: Pb [CO3]

hardheid: 3 – 3,5

dichtheid: 6,55

 

 

 

 

 

Cerussiet
Cerusite kristal - Frankrijk
Cerusite kristal – Frankrijk
Mineraal
Chemische formule PbCO3
Kleur Kleurloos, wit, grijs, blauw, groen
Streepkleur Wit
Hardheid 3 tot 3,5
Gemiddelde dichtheid 6,55 kg/dm3
Glans Diamant
Opaciteit Doorzichtig tot subdoorschijnend
Breuk Schelpvormig (bros)
Splijting Duidelijk, [110] & [021]
Kristaloptiek
Kristalstelsel orthorombisch
Brekingsindices 1,803 – 2,076
Dubbele breking 0,2730

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Topaas

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

Algemene informatie

 

Een topaas is vaak wijnrood of strogeel maar kan ook wit, grijs, groen, blauw of oranje zijn. De steen is doorzichtig tot doorschijnend met een glasachtige glans. Goudtopaas wordt ook wel edeltopaas genoemd. Door geelbruine topaas te verhitten verandert deze in een roze of rode kleur. Door topaas bloot te stelling aan straling wordt een blauwe kleur verkregen. Mystieke topaas (mystic topaz) is geen kleurvariant, maar een topaas die met een dunne filmlaag gecoat is waardoor een regenboogeffect ontstaat.

 

 

 

 

 

 

 

 

mystic topaas

 

 

 

Voorkomen

 

Saksen was in de 18de eeuw een belangrijke leverancier van (gele) topazen: deze zogenoemde Saksische diamanten werden gewonnen in het Vogtland, waar de Schneckenstein grotendeels werd afgegraven. Topaas komt voor in de zandfractie van Nederlandse riviersedimenten. Het is onder andere een karakteristiek element van zanden van de Noordwest-Duitse rivieren.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geschiedenis en gebruik

 

De naam van de steen is te herleiden tot het Grieks. Plinius de Oudere voerde de naam terug op een legendarisch eiland Topazius in de Rode Zee, waarvan de identiteit onzeker is, evenals de precieze aard van de stenen die ervandaan kwamen. De aanduiding topaas kreeg zijn huidige betekenis pas na de middeleeuwen. De topaas is een van de negen edelstenen in de Thaise Orde van de Negen Edelstenen. De Paus bezit een mijter, een zogenoemde mitra preciosa die met goud, topazen en parels is versierd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: Al2(SiO4)(F,OH)2

hardheid: 8

dichtheid: 3,5-3,6

 

 

Topaas
Quartz-Topaz-k-153c.jpg
Mineraal
Chemische formule Al2SiO4(F,OH)2
Kleur Kleurloos, bleekblauw, geel, geelbruin of rood
Streepkleur Wit
Hardheid 8 (per definitie)
Gemiddelde dichtheid 3,55 kg/dm3
Glans Glasglans
Opaciteit Doorzichtig
Breuk schelpvormig, ruw
Splijting [001] Perfect
Kristaloptiek
Kristalstelsel Orthorombisch
Brekingsindices 1,606 – 1,643
Dubbele breking + 0,008 tot + 0,016
Fluorescentie rose tot zwak bruinachtig
Luminescentie goudgeel, crèmekleurig, groen
Overige eigenschappen
Veredeling bestralen, verhitten
Bijzondere kenmerken zelden kattenoog

 

 

 

 

 

goudtopaas

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Basterdwederik : Epilobium

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

bergbasterwederik

bergbasterwederik

 

 

Goed te herkennen aan

– de roze of bijna witte bloemen met 4 hartvormige, donker geaderde kroonbladen en
– de slanke vorm van de plant met bovenin vaak talrijke schuin omhoog staande zijstengels.

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Het geslacht van de basterwederikken omvat ongeveer 200 soorten en heeft een wereldwijde verspreiding. In het algemeen komen er 9 soorten voor die erg veel op elkaar lijken en daardoor lastig van elkaar te onderscheiden zijn. De 9de soort is het harig wilgenroosje, dat door grootte en kleur van de bloem makkelijk van de andere 8 te onderscheiden is.

De bloeiperiode van basterdwederikken is vanaf juni/juli tot en met augustus/september. Moerasbasterdwederik is de kleinste met een maximale hoogte van 60 cm. De anderen kunnen tot 80-90 cm hoog worden, kantige basterdwederik zelfs tot 1 meter.

 

 

 

Soorten

 

Beklierde basterdwederik (Epilobium ciliatum)

 

beklierde

 

 

 

 

 

Bergbasterdwederik (Epilobium montaum)

 

berg

 

 

 

 

Bleke basterdwederik (Epilobium roseum)

 

bleke

 

 

 

 

Donkergroene basterdwederik (Epilobium obscurum)

 

donkergroene_basterdwederik_01

 

 

 

 

Harig wilgenroosje (Epilobium hirsutum)

 

harig-wilgenroosje

 

 

 

 

Kantige basterdwederik (Epilobium tetragonum)

 

epilobium_tetragonum_flower_kantige_basterdwederik_bloemen

 

 

 

 

Lancetbladige basterdwederik (Epilobium lanceolatum)

 

epilobium-lanceolatum-2-lancetbladige-basterdwederik-saxifraga-rutger-barendse

 

 

 

 

Moerasbasterdwederik (Epilobium palustre)

 

moeras

 

 

 

 

Viltige basterdwederik (Epilobium parviflorum)

 

viltige_basterdwederik_0

 

 

 

Algemeen

 

teunisbloemfamilie (Onagraceae)
– overblijvend
– zeer algemeen tot uiterst zeldzaam
– 10 tot 100 cm

Bloem
– roze, (bijna) wit
– juni/juli t/m augustus/september
– alleenstaand
– stervormig
– 8 tot 18 mm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 8 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– (kruisgewijs) tegenoverstaand
– enkelvoudig
– eirond tot lancetvormig
– top spits
– rand getand of gaaf
– voet wig- of hartvormig of afgerond
– veernervig

Stengel
– rechtop
– glad en kaal of behaard
– rolrond met of zonder lijsten

zie wilde bloemen

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

mijne kop a4