Tagarchief: zondeval

De Bijbelse Oudheidkunde

Standaard

categorie : religie

 

 

.

De Bijbelse Oudheidkunde is de wetenschap die een beschrijving geeft van het leven op het terrein van de bijzondere Godsopenbaring (zoals overgeleverd in de Bijbel) , met zijn verschillende toestanden, instellingen, zeden en gewoonten.

 

 

oude Bijbelse geschriften, de dode zee-rollen

oude Bijbelse geschriften, de dode zee-rollen

 

.

 

Inleiding

.

Nut

 

Voor een goed begrip van de Bijbel, in het bijzonder van de Bijbelse Geschiedenis, is het nodig om enigszins bekend te zijn met de Bijbelse Oudheidkunde.

.

 

Stof

 

De naam Israëlitische Oudheidkunde moet als te beperkt worden verworpen. Pas na de uitleiding uit Egypte treden de nakomelingen van Abraham, Izaäk en Jakob in de geschiedenis op als het volk Israël. Bij de Sinaï heeft God hen geformeerd tot een volk, en aangenomen tot Zijn volk, dat tot op Christus’ komst drager van Zijn bijzondere openbaring zijn zou. Aangezien echter de bijzondere openbaring niet eerst toen, maar al direct na de zondeval begonnen is, moet de Oudheidkunde ook van hen, die van Adam af met deze openbaring werden bedeeld, het leven en de leefvormen beschrijven, althans voor zover dit mogelijk is.

.

 

Gegevens

 

Wat de tijden vóór Mozes aangaat, staan ons niet veel gegevens ter beschikking. Aan het tijdperk van Adam tot Abraham worden in de Schrift slechts enkele bladzijden gewijd. Wel valt er meer te beschrijven over het tijdperk van Abraham tot Mozes, maar kan er zeker geen volledige beschrijving van de Oudheidkunde in dit tijdvak gege-ven worden. En het weinige, dat meegedeeld word, geeft wel enig inzicht in het godsdienstig leven, maar biedt heel weinig gegevens over het burgerlijk-maatschappelijk leven.

.

 

Indeling

 

Wat de indeling van de voorhanden stof betreft, verdient het de voorkeur, om eerst het godsdienstig leven, en vervolgens het persoonlijk en huiselijk, het maatschappelijk en staatkundig leven te beschrijven. Als bezwaar wordt hiertegen ingebracht, dat het natuurlijke eerst is, daarna het geestelijke, en dat de bijzondere openbaring altijd begint met in het natuurlijk leven in te gaan. Dit bezwaar is niet helemaal ongegrond. Het kan niet worden ontkend, dat de goddelijke instellingen en gebruiken het natuurlijk leven veronderstellen en zich daarbij aansluiten.

Anderzijds mag echter niet worden voorbijgezien, dat juist op het terrein van de bijzondere openbaring heel het leven door de dienst van God wordt beheerst en gedragen. Het is, om een voorbeeld te noemen, de roeping van en de belofte aan Abraham, die de levensgang van de aartsvaders bepaalt. Met name bij Israël is het burgerlijk-maatschappelijk leven niet los te denken van het godsdienstige leven. Heel de nationale ontwikkeling van Israël hangt ten nauwste samen met zijn verkiezing en bestemming tot volk van God.

.

 

oude gebouwen uit de tijd van koning David

oude gebouwen uit de tijd van koning David

 

.

 

Het godsdienstig leven vóór Mozes

.

Terstond na de geschiedenis van de zondeval (Gen. 3 : 1) lezen we van het offer, door Kaïn en Abel gebracht (Gen. 4 : 1). In het algemeen heeft het offer ten doel, de gemeenschap met God te zoeken, door Hem een stoffelijke ga-ve aan te bieden. Vóór de val wijdde de mens zichzelf met al het zijne de Heere toe. Maar door de zonde werd de gemeenschap met God verbroken. Toen heeft God Zelf de gevallen mens opgezocht, hem de belofte geschonken van het vrouwenzaad, (Gen. 3 : 15).

Kaïn en Abel zijn de eersten, van wie wij lezen, dat zij hebben geofferd, kennelijk met het doel, Gods gemeen-schap te zoeken, een blijk van Zijn gunst te ontvangen, door Hem met welgevallen te worden aangezien. Een andere onderscheiding dan die tussen bloedige en onbloedige offers, (Gen. 4 : 3 en 4) werd blijkbaar nog niet gemaakt.

Uit het feit, dat er vóór Abraham alleen van brandoffers sprake is, niet van zonde- en schuldoffers, mag niet wor-den afgeleid, dat de behoefte aan verzoening niet werd gekend. Pas bij Noach lezen we van een altaar, (Gen. 8 : 20) waaruit echter niet volgt, dat er vóór de zondvloed niet op een altaar zou zijn geofferd. In de dagen van Seth, na de geboorte van Enos (Gen. 4 : 26) “begon men de Naam van de Heere aan te roepen”, d.w.z. er werd een begin gemaakt met de openbare godsdienstoefening. Op geregelde tijden kwam men samen tot gemeenschap-pelijke verering en offerande.

.

 

Altaren

 

Van de aartsvaders Abraham, Izaäk en Jakob, weten wij, dat zij op de plaats waar de Heere hun verscheen, of waar zij zich voor enige tijd dachten te vestigen, altaren bouwden, om God hun offers te brengen en daar in het gebed tot Hem te naderen, (Gen. 12 : 7 – 13 : 4 – 21 : 33 – 26 : 25). Deze altaren waren hoogten, gebouwd van ongehou-wen stenen of van graszoden, en stonden in de open lucht of onder de schaduw van een boom. Het offer werd gebracht door de huisvader. Een speciaal ingesteld priesterschap kent de patriarchale tijd niet.

 

.

Besnijdenis

 

Aan Abraham werd reeds als een blijvende instelling de besnijdenis bevolen. Op zijn 99 ste jaar sprak de Heere tot hem: Dit is Mijn verbond, dat gijlieden houden zult tussen Mij en tussen u, en tussen uw zaad na u: dat al wat mannelijk is, u besneden worde” (Gen. 17 : 10). Deze besnijdenis, die op de achtste dag moest plaatshebben, was dus een teken en een zegel van het verbond, dat tot inhoud had: “u te zijn tot een God en uw zaad na u” (Rom. 4 : 11). De wegsnijding van de voorhuid, dat in de regel door de huisvader met een stenen en later met een stalen mes gedaan werd, was een zegel van de wegneming van “de voorhuid des harten” en van “de besnijdenis des harten”, dat is van het zondige hart, de vleselijke natuur, waaruit de zonden voortkomen.

Ook ingeborene en gekochte slaven, alsook inwonende vreemdelingen, waren aan het bevel van de besnijdenis onderworpen (Gen. 17 : 12 en 13). Lang vóór Abraham werd al bij de Egyptenaren en andere volken uit de oud-heid de besnijdenis toegepast als een soort van gezondheidsmaatregel, en dan niet voor elke man uit het volk, maar alleen voor de priesters, terwijl van een besnijdenis van kinderen nooit sprake was. De moslims voltrekken ze, ook nu nog, pas op hun 13e jaar (Gen. 17 : 25).

Zoals God niet pas tijdens Noach de regenboog in het aanzijn riep, maar die voortaan stelde tot een teken van Zijn verbond, zo sloot Hij, toen Hij aan Abraham de besnijdenis gaf, Zich aan bij een reeds onder andere volken bestaand gebruik, maar bepaalde daarvoor wel een geheel nieuwe manier van bediening, en gaf daaraan ook een geheel nieuwe, geestelijke betekenis.

.

 

Eed zweren

 

Bij de aartsvaders lezen we voor het eerst van het eed zweren. Toen God aan Abraham de belofte van het verbond gaf, zwoer Hij bij Zichzelf, dat Hij bij niemand die meerder was, had te zweren (Gen. 22 : 16 tot 26) en (Hebr. 6 : 13). Abraham liet zijn knecht zweren bij de Heere, de God des hemels en der aarde (Gen. 24 : 2 en 3). Jakob zwoer bij de vreze van zijn vader Izaäk: (Gen. 31 : 53)  “dat is, bij God, Die zijn vader Izaäk met grote eerbied en godvruchtigheid diende”. Bij het zweren werd de hand opgeheven tot de hemel (Gen. 14 : 22) of gelegd onder de heup van hem, die de eed vroeg (Gen. 24 : 2 tot 9 – 47 : 29)  (Gen. 21 : 23 – 24 : 31 – 25 : 33 – 26 : 31 – 47 : 31 – 50 : 25).

.

 

Zegening

 

Ook de patriarchale zegening was een godsdienstige handeling. Hierbij traden de aartsvaders op als profeten, wat onder meer hieruit blijkt, dat zij de zegening niet gaven aan de kinderen, voor wie zij een zekere voorliefde had-den (Gen. 27 : 27 en 39 en 49 – 48 : 14). Abraham heeft Izaäk niet gezegend; dat Izaäk de erfgenaam van de be-lofte zou zijn, was boven alle twijfel verheven. De zegening van Izaäk moest echter het onderscheid tussen Jakob en Ezau, de zegening van Jakob het onderscheid tussen Juda en zijn andere zonen openbaren en in de historie vaststellen.

.

 

Afgoderij

 

Hoewel de aartsvaders zich zelf vrij hielden van alle afgoderij, sloop deze nochtans hun tenten binnen. Rachel stal de terafim van haar vader (Gen. 31 : 19) en Jakob moest, vóór hij zijn gelofte te Bethel kon vervullen, de vreemde goden en de (waarschijnlijk als amuletten gedragen) oorsierselen van zijn huisgenoten wegdoen (Gen. 35 : 2).

 

 

Aanbidding van de Mammon, de geldgod

 

Pasteltekening van John astria

.

 

Egyptische invloed

 

Van het godsdienstig leven van de kinderen Israëls tijdens hun verblijf in Egypte wordt in de Schrift weinig mee-gedeeld. De godvruchtigen hebben stellig geleefd bij de beloften, aan de vaderen gedaan, en de hoop vastge-houden op het toekomstig bezit van Kanaän (Ex. 4 : 29 tot 31). Dat de sabbat in ere werd gehouden, kan als zeker worden aangenomen; uit het feit, dat er op de sabbat geen manna viel, blijkt dat hij door Israël vóór de wetge-ving al werd gevierd (Ex. 16 : 23 tot 30). In Egypte werden de afgoden door velen gediend (Lev.17 : 7) (Ez. 20 : 7 tot 9). In de latere geschiedenis komt telkens uit, hoezeer de zeden en gewoonten van de Egyptenaren invloed op de Israëlieten hebben uitgeoefend. Zeer waarschijnlijk heeft de herinnering aan de stierdienst in Egypte geleid tot het maken van het gouden kalf bij de Sinaï  (Ex : 32).

 

 

Byzantijnse kerk met mogelijk het graf van Zacharia

Byzantijnse kerk met mogelijk het graf van Zacharia

 

.

 

Het godsdienstig leven bij het volk Israël

.

Uit kracht van het verbond met Abraham waren de kinderen Israëls ten allen tijde een afgezonderd geslacht. Daarom noemt de Heere hen, in opdracht aan Mozes, “Mijn volk”(Ex. 3 : 7 en 10). Voor het eerst bij de Sinaï echter worden ze daadwerkelijk geformeerd tot een volk, en gaat de belofte in vervulling: “Ik zal ulieden tot Mijn volk aannemen en Ik zal u tot een God zijn”(Ex. 6 : 6). Uit kracht van de genadige betrekking, waarin God Zich tot Israël stelt, in onderscheiding van andere volken, geeft Hij het volk Zijn wetten en inzettingen, die alle rusten op de Wet, nl. de Wet van de tien geboden (Ex 20 en Deut 5).

God, Die heilig is, had Israël verkoren om een heilig volk te zijn en zich Hem geheel en al toe te wijden. Israël was dat, wanneer het in- en uitwendig, in geloof en levenswandel, zich gedroeg overeenkomstig de wetten, welke God bij de Sinaï gaf. Deze heiligheid, waartoe Israël geroepen was, sloot niet alleen de zedelijke heiligheid in, die in de wet van de tien geboden, maar ook de ceremoniële heiligheid, die in de schaduwachtige wetten wordt ge-vraagd. Deze laatste, die in Christus en Zijn gemeente hun vervulling verkrijgen, bevatten wat door God was bepaald omtrent:

  • plaatsen van de offerdienst (tabernakel, tempel),
  • voor de dienst van God uitverkoren personen (levieten, priesters),
  • bepaalde godsdienstige handelingen (offeren, reinigen, besnijden, geloften doen, bidden en zegenen, verbannen, wijden eerstgeborenen, eerstelingen en tienden, zalven, gewijde zang en muziek) en
  • bijzondere tijden (dagelijks offers, sabbat, maandsabbat, sabbatsjaar, jubeljaar, feesttijden, verzoendag).

 

.

Israël, het volk van God

Israël, het volk van God

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

John Astria

John Astria

Adam en Eva: een levensgroot probleem voor theïstische evolutionisten

Standaard

categorie : religie

 

 

Adam en Eva: een levensgroot probleem voor theïstisch evolutionisten

 

Voor wie de eerste hoofdstukken van de Bijbel leest, is het zonneklaar dat God eerst Adam schiep en daarna Eva (uit een rib van Adam), en dat de hele mensheid van dit eerste mensenkoppel afstamt. Bovendien valt er te berekenen dat de schepping van dit eerste mensenpaar ongeveer 6000 en beslist niet meer dan 10.000 jaar geleden heeft plaatsgevonden.

 

 

adamevafriendzone

 

 

 

Theïstisch evolutionistische opinie 1: Adam en Eva hebben nooit bestaan

 

De theïstisch evolutionisten die dit denken kunnen net zo goed de eerste paar hoofdstukken uit hun Bijbel knippen. Ook kunnen ze de verscheidene verwijzingen naar Adam in het Nieuwe Testament doorkrassen (Matteüs 19:4, Marcus 10:6, 1 Korintiërs 15:21-22 en 45, 1 Timoteüs 2:13-14, Romeinen 5:12, 1 Korintiërs 11:8-9, Handelingen 17:26, Lucas 3:38 en Judas 14). En als Adam niet bestaan heeft, dan zijn zoon Abel ook niet. Dus kan er nog meer gestreept worden (Hebreeën 11:4 en 12:24, Matteüs 23:35 en Lucas 11:51). In Lucas 3 staat een geslachtsregister van Jezus tot Adam. Als Adam niet echt bestaan heeft :

vanaf welk punt in het register beginnen dan de ‘echte’ mensen?

heeft de zondeval niet plaatsgevonden. De zondeval is het fundament onder het Evangelie (zie Romeinen 5:12 en 1 Korintiërs 15:22).

 

Theïstisch evolutionistische opinie 2: Adam en Eva stamden af van dierlijke voorouders

 

De Bijbel zegt dat God Adam vormde uit het stof der aarde (Gen. 2:7) en Eva uit een rib van Adam (Gen. 2:22). Dat is natuurlijk heel wat anders dan ‘God vormde de mens uit dierlijke voorouders.’

 

 

279084_962_1236262319100-Evolutie_van_de_mens

 

 

 

Waren Adam en Eva de eerste mensen?

 

Als de evolutietheorie klopt, is er geen duidelijke scheidslijn te trekken tussen menselijk en nog-niet-menselijk. Theïstisch evolutionisten die erkennen dat Adam en Eva bestaan hebben, veronderstellen dat zij niet direct geschapen zijn door God, maar gewoon zijn geboren uit menselijke ouders. Het enige bijzondere aan Adam en Eva zou dan zijn dat zij ‘uitverkoren’ waren om in de Hof van Eden leven. Als het evolutiemodel juist is, moeten er reeds duizenden jaren lang mensen hebben geleefd vóór Adam en Eva, en waren zij ook in hun tijd slechts twee van de velen.

De evolutionistische notie dat Adam niet de eerste mens zou zijn, is onverenigbaar met de hele hoofdgedachte van Genesis 2:18-25. Die hoofdgedachte luidt: Het was niet goed dat de mens alleen was, dus gingen God en Adam op zoek naar een geschikte partner. Toen er onder de dieren geen goede tegenpartij te vinden was, maakte God een vrouw uit een rib van Adam.

Toen Adam zijn vrouw zag, riep hij (vers 23): ‘Dit is nu eindelijk been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees; deze zal „mannin” heten, omdat zij uit de man genomen is.’ Dit is allemaal nogal onzinnig als mannen en vrouwen al duizenden jaren over de aarde liepen. Ook het Nieuwe Testament zegt onomwonden dat Adam de eerste mens was in 1 Korinthe 15:45 :” de eerste mens, Adam, werd een levende ziel”

 

 

Stammen alle mensen van Adam en Eva af?

 

Het Bijbelse antwoord op deze vraag is JA. Naast de bovenstaande Bijbelgedeelten waaruit blijkt dat Adam en Eva de eerste mensen waren, wordt ook elders in de Bijbel nog eens bevestigd dat alle mensen van Adam en Eva afstammen.

Gensesis 3 : “En de mens noemde zijn vrouw Eva, omdat zij de moeder van alle levenden is geworden”

Paulus in Athene : Hij heeft uit één enkele het gehele menselijke geslacht gemaakt Handelingen 17:26 : Dit is een duidelijke verwijzing naar Adam, uit wie de hele mensheid is voortgekomen.

Al met al is dit dus een grondige weerlegging van de notie dat er ooit mensen bestaan hebben die niet van Adam en Eva afstammen. De Bijbel en de evolutietheorie zijn onverenigbaar.

 

 

Geestloze mensachtigen?

 

Volgens theïstisch evolutionisten waren de mensen vóór Adam en Eva, die er exact zo uitzagen en net zo slim waren als mensen, toch geen echte mensen omdat ze geen geest hadden. God zou dus twee geestloze hominiden hebben uitverkoren en hen hebben uitgerust met een geest, maar alle andere mensen waren in feite slechts een soort intelligente dieren, zonder enig spiritueel besef.

Deze geestloze mensachtigen konden vuur maken, vervaardigden werktuigen, maakten wandschilderingen in grotten en begroeven zelfs hun doden. Vooral dat laatste wijst natuurlijk sterk op de aanwezigheid van spiritueel besef. Geen enkele diersoort doet dat. Kortom, er is beslist geen reden te geloven dat deze hominiden buiten de Bijbelse definitie van ‘mens’ zouden vallen. Verder is het natuurlijk de vraag wat er met al die geestloze mensen is gebeurd. Hebben ze zich gemixt met de ‘echte’ mensen? Of zijn ze uitgestorven?

Ps : hominiden zijn mensachtigen onder de familie van de primaten (mensen, gorilla’s, chimpansees, orang-oetans )

 

 

Wanneer hebben Adam en Eva geleefd?

 

Op basis van de geslachtsregisters in Genesis 5 en 11 valt uit te rekenen dat Adam en Eva ongeveer 6000 jaar geleden hebben geleefd. Theïstisch evolutionisten accepteren de dateringtechnieken die zijn gebruikt om te bepalen dat Aboriginals tienduizenden jaren geleden al in Australië woonden. Dit levert een groot dilemma op:

Als ze de geslachtsregisters in Genesis 5 en 11 accepteren, creëren ze het probleem dat Aboriginals geen afstammelingen van Adam en Eva zijn! Hetzelfde geldt voor de Indianen en honderden andere volken. Als ze ervoor kiezen te beweren dat Adam en Eva veel langer geleden hebben geleefd, meer dan 50.000 jaar geleden, is dat rechtstreeks in strijd met de geslachtsregisters.

Theïstisch evolutionisten komen op dit punt dus hoe dan ook in conflict met de Bijbel.

 

 

Is Eva geschapen uit een rib van Adam?

 

Veel theïstisch evolutionisten geloven ook niet meer in de schepping van Eva uit Adam, maar dat ze een ‘uitverkorene’ was. Dit is natuurlijk zwaar on-Bijbels.

1 Timoteüs 2:13 : Want eerst is Adam geformeerd, en daarna Eva

1 Korinthe 11:8 : Want de man is niet uit de vrouw, maar de vrouw uit de man. Handelingen 17:26 : God heeft uit één enkele het gehele menselijke geslacht gemaakt.

 

 

Hoe oud werd Adam?

 

Volgens Genesis 5:5 werd Adam 930 jaar oud. Ook zijn nakomelingen in de volgende 10 á 15 generaties werden vele honderden jaren oud (zie Genesis 5 en 11). Adam is een directe schepping van God en was dus genetisch en fysiologisch op en top gezond. Wij, daarentegen, hebben duizenden jaren van degeneratie achter de rug. Ook kun je verwachten dat de wereldwijde zondvloed grote veranderingen teweeg heeft gebracht in het leefmilieu op aarde waardoor de levensverwachting afnam.

Binnen het evolutiemodel geldt dat niet. Er is binnen dit model geen enkele reden om te denken dat mensen vroeger ouder werden. Adam en Eva waren gewoon afstammelingen van andere mensen. Dus zullen veel theïstisch evolutionisten ook de geslachtsregisters in Genesis 5 en 11 ‘herinterpreteren’, om van die hoge leeftijden af te komen. Dit geeft te denken over vanaf welk punt theïstisch evolutionisten de Bijbel serieus gaan nemen. Volgens het geslachtsregister in Genesis 11 namen de behaalde leeftijden van de patriarchen na de zondvloed geleidelijk af.

 

 

evolutie

 

 

Theïstisch evolutionistische opinie 3: we weten het niet

 

Als je geen stelling neemt over hoe oud Adam werd, kun je daarmee zowel de kritiek van medechristenen ontlopen (die je met Genesis 5:5 om de oren slaan), als die van ongelovige evolutionisten (die zulke hoge leeftijden belachelijk vinden, hetgeen binnen het evolutiemodel terecht is). Maar dat je de kritiek van andere mensen ontloopt, wil niet zeggen dat het probleem daarmee verdwijnt. Logischerwijs zijn er maar twee mogelijkheden: Genesis 5:5 klopt of het klopt niet. In onze cultuur wordt bescheidenheid zeer gewaardeerd. Toegeven dat je het niet weet lijkt heel nederig.

Dit gaat soms zelfs zo ver dat het innemen van een stelling, dus zeggen dat je het wel weet, gezien wordt als arrogant! De Bijbel is duidelijk genoeg over Adam en Eva. Al de bovenstaande problemen worden alleen maar gecreëerd door het accepteren van een on-Bijbelse theorie, die overigens bedacht is om ons ontstaan te verklaren zonder daarbij God te hoeven betrekken.

 

 

Conclusie

 

Theïstisch evolutionisme loopt tegen grote problemen aan als het gaat om Adam en Eva. En dit is nog maar het topje van de ijsberg. Theïstisch evolutionisme heeft ook serieuze dilemma’s als het gaat om de scheppingsweek (Genesis 1 en Exodus 20:11), de zondeval (Genesis 3), de zondvloed(Genesis 7 en 8) en de spraakverwarring(Genesis 11).

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

De spraakverwarring in Genesis

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De spraakverwarring: nog meer moeilijkheden voor compromistheorieën

 

 

3790_o_the_tower_of_babel

 

 

Stel je voor… je bent een christen en gelooft in de Bijbel. Maar anderzijds ben je er toch ook van overtuigd dat het wetenschappelijke materiaal wijst op een miljoenen jaren oud aarde. Wat doe je? Mogelijkerwijs denk je dat de Bijbel niet altijd even letterlijk gelezen moet worden en wel in lijn gebracht kan worden met de hedendaagse ‘wetenschappelijk inzichten’. Maar hoe ga je dan om met de spraakverwarring?

 

 

In Genesis 11 lezen we:

 

1 De gehele aarde nu was één van taal en één van spraak. 2 Toen zij oostwaarts trokken, vonden zij een vlakte in het land Sinear, waar zij zich vestigden. 3 En zij zeiden tot elkander: Welaan, laten wij tichelen maken en die goed bakken. En de tichel diende hun tot steen en het asfalt diende hun tot leem. 4 Ook zeiden zij: Welaan, laten wij ons een stad bouwen met een toren, waarvan de top tot de hemel reikt, en laten wij ons een naam maken, opdat wij niet over de gehele aarde verstrooid worden. 5 Toen daalde de HERE neder om de stad en de toren, die de mensenkinderen bouwden, te bezien, 6 en de HERE zeide: Zie, het is één volk en zij allen hebben één taal. Dit is het begin van hun streven; nu zal niets van wat zij denken te doen voor hen onuitvoerbaar zijn. 7 Welaan, laat Ons nederdalen en daar hun taal verwarren, zodat zij elkanders taal niet verstaan. 8 Zo verstrooide de HERE hen vandaar over de gehele aarde, en zij staakten de bouw van de stad. 9 Daarom noemt men haar Babel, omdat de HERE daar de taal der gehele aarde verward heeft en de HERE hen vandaar over de gehele aarde verstrooid heeft.

 

Dit verhaal kun je moeilijk opvatten als slechts een allegorie. Het wordt namelijk verteld als historisch narratief (een opeenvolging van gebeurtenissen). Er is geen tekstuele reden om het allegorisch of symbolisch op te vatten, dus moeten we dat met deze passage net zo min doen als bijvoorbeeld met het verhaal van Esther, of het verhaal dat Abraham zijn zoon Isaak moest offeren. Bovendien past dit verhaal van de spraakverwarring in de bredere context van de hoofdstukken ervoor en erna.

En daar nog bovenop wordt het verhaal omsloten door geslachtsregisters (Genesis 10 en 11:10-32). Dat is geschiedschrijving van de puurste vorm. En verder hebben sommige volken (zoals de Tohono O’odham Indianen) nog herinneringen aan de spraakverwarring, wat sterk wijst op een historische gebeurtenis. Dus het moet waargebeurd zijn. Maar wat is dan het probleem? Het probleem wordt duidelijk als we ons afvragen wanneer de spraakverwarring heeft plaatsgevonden.

 

 

 

 

 

Wanneer was de spraakverwarring?

 

We weten dat het enige tijd na de zondvloed is gebeurd en we kunnen berekenen wanneer de zondvloed ongeveer was. Aan de hand van onder meer de geslachtsregisters in Genesis 11 kunnen we dit narekenen. Het ligt er een beetje aan welke manuscripten je gebruikt, want bijvoorbeeld de Septuagint geeft iets andere getallen dan de Masoretische tekst waar onze moderne vertalingen op zijn gebaseerd. Maar hoe dan ook komt er uit dat de zondvloed (en dus de spraakverwarring) niet veel meer dan 6000 jaar geleden geweest kan zijn.

Conclusie: minder dan 6000 jaar geleden was “de gehele aarde één van taal en één van spraak” en waren alle mensen op één plek geconcentreerd.

Maar wacht eens even… Dit stelt ons voor een probleem, nietwaar? Want volgens seculiere wetenschappers waren mensen al veel langer geleden over een groot deel van de wereld verspreid! En dat baseren ze op verschillende dateringsmethoden, zoals de koolstofdateringsmethode en de thermoluminescentiedateringsmethode, waarmee ze archeologische vondsten dateren. Het lijkt erop dat je moet kiezen: of die dateringen kloppen niet, of de Bijbel klopt niet.

Als je voor het eerste kiest: gefeliciteerd! Je hebt ervoor gekozen meer vertrouwen te stellen in het Woord van God dan in de woorden van mensen (ook al noemen die zich wetenschappers). En gelukkig zijn er hele goede antwoorden op vragen als: hoe zit het dan met de koolstofdateringsmethode?

Als je er daarentegen voor kiest om die dateringsmethoden te vertrouwen… dan zul je de geslachtsregisters in Genesis 11 moeten oprekken. Hoe ver moet je die eigenlijk oprekken? Een paar eeuwen? Nou nee. Volgens de gangbare wetenschappelijke theorieën zaten indianen 10.000 jaar geleden al in Amerika. Een paar duizend jaar dus? Nou… nee. Aboriginals zouden namelijk 40.000 jaar geleden al in Australië hebben gezeten.

Je moet de geslachtsregisters dus minimaal een goede 35.000 jaar oprekken. (En dan houden we nog niet eens rekening met allerlei vondsten van stenen werktuigen die honderdduizenden tot miljoenen jaren oud zouden zijn.) Het probleem is dat die geslachtsregisters niet zo ver opgerekt kunnen worden, zoals in een toekomstig artikeltje uitgelegd zal worden. Maar daarnaast zijn er ook nog andere redenen waarom het niet waarschijnlijk is dat de spraakverwarring meer dan 40.000 jaar geleden plaatsvond.

 

 

 

Moeilijkheid #1: mondelinge overlevering en de uitvinding van het schrift

 

Als de spraakverwarring echt zo lang geleden was, dan moet het wel heel lang geduurd hebben voordat men het schrift uitvond. Los van de vraag waarom deze uitvinding zo lang op zich heeft laten wachten (want mensen zouden 40.000 jaar geleden niet minder intelligent geweest zijn dan tegenwoordig) betekent dit dat de verhalen over Adam, Eva, Kaïn, Abel, Noach en de toren van Babel tienduizenden jaren lang mondeling overgeleverd zouden moeten zijn, totdat men iets meer dan 5000 jaar geleden eindelijk eens een keertje het schrift uitvond. Maar hoe kunnen deze verhalen zo’n enorm lange tijd zo accuraat zijn overgeleverd? Vooral het zondvloedverhaal is daar veel te gedetailleerd voor.

In het geval van de Bijbel zouden christenen die in miljoenen jaren geloven nog kunnen zeggen dat het niets uitmaakt hoeveel tijd er tussen de gebeurtenissen en het op schrift stellen heeft gezeten: God heeft de Bijbel immers geïnspireerd? Dat klopt. Maar voor de vele andere volken die nog steeds legenden over de zondvloed en de spraakverwarring hebben gaat die vlieger niet op. Zie het artikel Zondvloedlegenden. Hoe kunnen de herinneringen aan deze verhalen zo enorm lang bewaard zijn gebleven?

Binnen het scheppingsmodel (dat uitgaat van een recente schepping, zondvloed en spraakverwarring, slechts enkele duizenden jaren geleden) zit alles veel logischer in elkaar. Het schrift kan al voor de zondvloed zijn uitgevonden en Mozes kan Genesis geschreven hebben op basis van mondelinge overleveringen en schriftelijke bronnen.

 

 

 

 

 

Moeilijkheid #2: agricultuur

 

Een ander serieus probleem is de oorsprong van agricultuur. Volgens de seculiere theorieën (gebaseerd op de eerder genoemde dateringsmethoden) hebben mensen honderdduizenden jaren lang als jagers-verzamelaars geleefd, totdat ze enkele duizenden jaren geleden ontdekten dat het veel efficiënter is om planten te verbouwen en dieren te houden.

Als je gelooft dat de spraakverwarring meer dan 40.000 jaar geleden plaatsvond, dan is het de vraag waarom het zo lang geduurd heeft voordat agricultuur ontwikkeld werd. Dit is extra problematisch omdat Noach en zijn onmiddellijke nakomelingen kennelijk heel goed op de hoogte waren van verscheidene landbouwtechnieken. Volgens Genesis 6:21 was Noach in staat om een grote voedselvoorraad aan te leggen.

Hij en zijn zonen moeten in elk geval iets hebben geweten over het houden en verzorgen van dieren (in de ark, maar zie ook Genesis 4:20). En bovenal zegt Genesis 9:20-21 dat Noach na de zondvloed een landbouwer werd en een wijngaard aanlegde. En ook de bouw van de stad Babel wijst erop dat men landbouw bedreef (want waar grote groepen mensen bij elkaar zijn, is het waarschijnlijk dat landbouw nodig is om voldoende voedsel op te brengen).

Naast de vraag waarom het zo lang duurde voordat agricultuur ontwikkeld werd, is het de vraag hoe het komt dat deze ontwikkeling een paar duizend jaar geleden plotseling op verschillende plaatsen ter wereld schijnbaar onafhankelijk van elkaar plaatsvond. Vanaf zo’n 10.000 tot 7000 jaar geleden (volgens de eerder genoemde dateringsmethoden) zou agricultuur zijn ontwikkeld in Mesopotamië, Nieuw-Guinea, Sahel (daar ligt tegenwoordig de Sahara), China en Amerika.

Opnieuw vallen alle puzzelstukjes veel makkelijker op hun plaats als je aanneemt dat de spraakverwarring helemaal niet zo lang geleden was, maar gewoon een paar duizend jaar geleden, zoals de Bijbel zegt. Vanuit Babel verspreidden de volken zich over de aarde, en sommige van die volken begonnen gelijk met het toepassen van de landbouwtechnieken die ze nog kenden op de plaatsen waar ze zich vestigden.

 

 

 

Moeilijkheid #3: metaalbewerking

 

Nog zo’n soort probleem is de ontdekking van metallurgie. Volgens de seculiere theorieën is metaalbewerking pas een paar duizend jaar geleden ontdekt, en is deze ontdekking vooraf gegaan aan een tienduizenden jaren durend ‘stenen tijdperk’. Maar dit is rechtstreeks in strijd met wat de Bijbel ons vertelt. Genesis 4:22 zegt dat de bewerking van zowel koper (of brons, volgens de NBV) als ijzer al uitgevonden was voor de zondvloed.

 

 

 

 

 

Moeilijkheid #4: urbanisatie

 

Als je denkt dat de spraakverwarring >40.000 jaar geleden plaatsvond is het een mysterie waarom stedenbouw pas zo recent op gang gekomen is. Volgens de gangbare seculiere theorieën zijn mensen pas in de laatste 10.000 jaar begonnen met het bouwen van stadjes, en de wat grotere steden kwamen pas zo’n 6000 jaar geleden op de kaart te staan.

Dit is vooral een mysterie omdat de mensen die bij de Babelaffaire betrokken waren logischerwijs goed bekend waren met het principe van stedenbouw. (Genesis 11:3: “Ze zeiden tegen elkaar: ‘Laten we van klei blokken vormen en die goed bakken in het vuur.’ De kleiblokken gebruikten ze als stenen, en aardpek als specie.”)

Net als voor agricultuur geldt dat stedenbouw in de recentere geschiedenis verbazingwekkend genoeg op verschillende plaatsen ter wereld ogenschijnlijk ‘onafhankelijk’ van elkaar losbarstte. Na tienduizenden jaren van wonen in grotten, tenten en kleine vestigingetjes, worden er in de periode van 6000 tot 4000 jaar geleden plotseling steden gebouwd in Mesopotamië, Egypte, India, China en Peru.

Dit past natuurlijk opnieuw veel beter in het Bijbelgetrouwe model van een recente spraakverwarring, waarna de volken in verschillende richtingen trokken en sommige daarvan binnen korte tijd nieuwe beschavingen opbouwden. Het past ook goed dat de oudste beschavingen zich in Mesopotamië bevonden, in het gebied waar Babel ook gelegen heeft.

Wat het nog interessanter maakt, is dat verschillende antieke culturen op verschillende plaatsen ter wereld een overeenkomstig architectonisch idee hadden, namelijk de zogenaamde trappiramide:

  • In Egypte waren trappiramides de oudste vormen van piramides.
  • In Mesopotamië bouwden de Sumeriërs en hun opvolgers vanaf het vierde millennium voor Christus (volgens seculiere dateringen) de zogenaamde ziggurats, die een zelfde soort vorm hebben.
  • Op het Italiaanse eiland Sardinië staan de restanten van een oude trappiramide die eveneens uit het vierde millennium voor Christus zou stammen.
  • In Midden Amerika bouwden de Maya’s, Azteken en Tolteken trappiramides.
  • In Zuid Amerika werden trappiramides gebouwd door de Inca’s, de Moche en de Chavin.
  • In het antieke China werden er ook piramides gebouwd, al is het niet duidelijk hoe ver de bouw van piramides in China teruggaat.

Deze architectonische overeenkomsten passen natuurlijk uitstekend bij een recente datering van de spraakverwarring. Het lijkt erop dat de Toren van Babel een soort ziggurat was, en dat verschillende wegtrekkende volken dit idee meegenomen hebben en het in hun nieuwe woongebieden opnieuw hebben toegepast.

 

 

 

Het hele verhaal dan maar herinterpreteren?

 

Het verhaal over de spraakverwarring kan niet symbolisch gelezen worden. Ook hebben we gezien dat die gebeurtenis niet redelijkerwijs meer dan 40.000 jaar geleden plaatsgevonden kan hebben. Het lijkt erop dat er nog maar één optie overblijft voor christenen die Genesis per se in lijn willen brengen met gangbare theorieën binnen de wetenschap. Het verhaal zelf moet gewoon drastisch geherinterpreteerd worden: als er staat “De gehele aarde nu was één van taal en één van spraak” dan betekent dat in feite dat alleen de mensen in een beperkt gebiedje op de wereld één van taal en spraak waren.

En dat er intussen overal op de wereld al andere mensen leefden die allerlei talen spraken. Maar dat komt gewoon neer op een regelrechte ontkenning van de hele hoofdgedachte van het verhaal: de mensen wilde zich niet over de aarde verspreiden, maar God verstrooide ze over de hele wereld.

 

 

 

Conclusie

 

Als we compromissen proberen te sluiten tussen de Bijbel en de populaire theorieën binnen de wetenschap, worden daarbij meer problemen gecreëerd dan opgelost. Het is een misvatting dat de tegenspraak tussen de Bijbel en de dominante ideeën binnen de wetenschap opgelost kunnen worden door simpelweg Genesis 1 als een symbolisch verhaal te lezen. Daar blijft het namelijk niet bij. Om binnen Genesis ruimte te maken voor de gangbare ideeën over miljoenen jaren, moeten ook de schepping van Adam en Eva(Genesis 2), de zondeval (Genesis 3), de geslachtsregisters (Genesis 5 en 11), de zondvloed (Genesis 6-9) en de de spraakverwarring (Genesis 11) totaal geherinterpreteerd worden. Genesis staat het simpelweg niet toe.

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Waarom geneest Jezus niet iedereen?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Johannes 5: 1 – 18

 

 

De genezing van een man bij de vijver van Betesda

 

1 Daarna ging Jezus naar Jeruzalem voor één van de Joodse feesten. 2 In Jeruzalem is bij de Schaapspoort een vijver om te baden. Die plek wordt in het Hebreeuws ‘Betesda’ (= ‘huis van medelijden’) genoemd. Er zijn vijf zuilengangen omheen gebouwd. 3 In die gangen lagen allerlei zieke, blinde, kreupele en verlamde mensen. Ze lagen daar te wachten tot het water zou gaan bewegen. 4 Want af en toe daalde er een engel in de vijver neer. Dan bewoog het water. Wie daarna het eerst in het water kwam, werd genezen. Het maakte niet uit wat voor ziekte hij had.

5 Er was daar een man die al 38 jaar lang ziek was. 6 Jezus zag hem liggen. Hij wist dat hij daar al heel lang was. Hij vroeg hem: “Wil je gezond worden?” 7 De zieke man antwoordde Hem: “Heer, ik heb niemand om me in de vijver te gooien als het water beweegt. En als ik probeer om bij de vijver te komen, is iemand anders er altijd eerder dan ik.” 8 Jezus zei tegen hem: “Sta op, pak je matras op en loop.” 9 Onmiddellijk werd de man gezond. Hij pakte zijn matras op en liep.

Nu was het die dag de heilige rustdag. 10 Daarom zeiden de Joden tegen de man die net genezen was: “Het is vandaag de heilige rustdag. Dus je mag je matras niet dragen.” 11 Maar hij zei tegen hen: “Maar de Man die mij heeft genezen, zei tegen me: ‘Pak je matras op en loop.’ ” 12 Toen vroegen ze: “Wie heeft dat dan tegen je gezegd?” 13 Maar de man wist niet wie Hij was. Want Jezus was weer weggegaan, omdat er daar heel veel mensen waren.

14 Maar later zocht Jezus hem op in de tempel. Hij zei tegen hem: “Kijk, je bent nu gezond geworden. Wees vanaf nu niet meer ongehoorzaam aan God, want anders kan je nog iets veel ergers overkomen.” 15 De man ging weg en zei tegen de Joden dat het Jezus was geweest die hem genezen had. 16 Toen wilden de Joden Jezus gevangen nemen en doden. Dat wilden ze omdat Hij deze dingen op de heilige rustdag had gedaan. 17 Maar Hij antwoordde hun: “Mijn Vader werkt altijd, en Ik dus ook.” 18 Toen hadden de Joden nog méér reden om Hem te willen doden. Want Hij hield Zich dus niet aan de heilige rustdag, en beweerde óók nog dat God zijn eigen Vader was. Daarmee zei Hij eigenlijk dat Hij gelijk was aan God.

 

 

 

 

 

Waarom geneest Jezus niet iedereen?

 

De laatste tijd is er in diverse kerken een stroming ontstaan die zich in navolging van de evangelische- en pinkstergemeenten ook richt op wonderen. Wonderen van genezing, van spreken in tongen en nog veel meer. Vroeger werd er vaak gezegd: die wonderen horen in de jonge kerk thuis. Wonderen waren bestemd voor lang geleden, de beginjaren. Dat klonk logisch en we slikten dat allemaal als zoete koek.

Maar is dat zo logisch? Kijk eens naar wat Paulus zegt in 1 Korintiërs 12: daar heeft hij het over de gaven van de Geest die royaal aan de kerk worden uitgedeeld. In dat hoofdstuk wordt nergens gezegd dat die gaven alleen maar voor de begintijd van de kerk bedoeld zijn. Er wordt alleen maar gezegd dat niet iedereen dezelfde gaven krijgt en dat niet iedereen alle gaven ontvangt, maar dat er juist een mooie eenheid ontstaat als iedereen een eigen gave krijgt. Paulus gebruikt daarvoor het beeld van het ene lichaam dat vele verschillende ledematen heeft. En alleen zo kan functioneren.

Je kunt toch niet zeggen dat de Heer Jezus nu minder macht heeft dan vroeger? Wonderen kunnen gebeuren. Ook in onze eigen tijd. En ze gebeuren inderdaad en niet eens ver weg. Maar waar gaat het Jezus nu om, als hij zieken geneest? Uiteindelijk zal iedereen sterven, of je nu wonderlijk genezen bent of dat je tot je dood gehandicapt blijft.

Ja en dat is nu precies waarover het in onze tekst gaat. Er is feest in Jeruzalem en Jezus is ter plaatse. Het is sabbat en dan moet je goed uitkijken wat je doet, of liever wat je niet doet. Want er zijn farizeeën die een heleboel sabbatswetten gemaakt hebben om de sabbat naar hun idee te heiligen. Je mocht geen eten kopen of klaarmaken, je mocht geen huisraad bij je hebben op je sabbatswandeling en zo was er nog veel meer, een loodzware last voor het volk van God. Een last die God nooit opgelegd had, maar die zogenaamd ‘vrome’ voorgangers hadden verzonnen om God welgevallig te zijn.

Jezus loopt bij de Schaapspoort met zijn leerlingen. Hij gaat een heel groot gebouw binnen, laten we zeggen een groot zwembad, met wel vijf zuilengangen erom heen. In die gangen ligt een groot aantal zieken, gehandicapten, blinden, kreupelen en misvormden. Eén grote hoop ellende. Maar er is een heel kleine hoop om beter te worden. Want op ongezette tijden komt er uit de hemel een engel bij dat water en dan raakte hij dat aan. En, o wonder, dan was er voor één zieke genezing, degene die het eerst in het water wist te komen. Het was dus maar niet gewoon een verzamelplaats van zieken en gehandicapten, maar het was een plaats waar van tijd tot tijd genezing was, dat was het.

Wat doet Jezus? Gaat hij in één klap in dat grote bad Bethesda iedereen gezond maken? Dat kan hij toch? Maar nee, na even zoeken gaat hij op één man af en hij stelt hem de vraag: wilt u gezond worden? Jezus weet wat hij doet. Hij kent die man die al 38 jaar lang ziek is, zijn benen niet gebruiken kan en dus nooit bij het water kan komen als de engel daar verschijnt.  Een hopeloos geval… geen wonder voor hem, altijd is er wel iemand eerder dan hij. En hij, hij heeft ook niemand om hem in het water te gooien als het weer eens beweegt.

Dan zegt Jezus tegen hem: Sta op, pak je mat op en loop. Wat een kracht heeft zijn woord. Net als bij de schepping in Genesis 1. Zijn Vader sprak – en het gebeurde. Hier is de Zoon. Hij spreekt en het gebeurt! De patiënt is beter, niet maar een beetje, maar helemaal. Daar staat hij, daar gaat hij, daar draagt hij zijn slaapmat op zijn rug. De mensen om hem heen, ook de zieken, ze staan allemaal verstomd. Maar een paar farizeeën weten alleen maar te zeggen: man, het is vandaag sabbat. Dan is het niet toegestaan om met een slaapmat over de straat te lopen.

Later komt hij in de tempel Jezus weer tegen. Dan begrijpt hij wie hem beter gemaakt heeft en kan hij dat aan de farizeeën gaan vertellen. Jezus, het is Jezus die mij gezond gemaakt heeft! Maar de farizeeën kunnen alleen maar zeggen: Jezus moet dood, want hij geneest mensen op sabbat, vreselijk, wat een minachting van Gods heilige dag.

Ja, dan ontdekken we opeens dat het niet zozeer om een wonderlijke genezing gaat, maar om de vraag wat Jezus mag doen, ook op sabbat. En dat is dan ook de spits van deze historie. Jezus zegt: Mijn Vader werkt aan één stuk door, en daarom doe ik dat ook. Dat is een veelzeggend woord. Want in Genesis staat dat God op de sabbat rust en geniet van zijn schepping. Dat was voor de zondeval. Maar nu, nu heel de wereld in zonde is gevallen, en zeker wanneer Jezus hier op aarde zijn werk doet, is er voor zijn Vader geen rust meer. En ook voor Jezus niet.

God neemt geen rust meer totdat hij heel zijn schepping heeft bevrijd van zonde en dood. Daarom geneest Jezus deze man, juist op sabbat. Tegelijk laat Jezus duidelijk zien, dat hij dus niet gekomen is om zoveel mogelijk mensen van hun aardse ziekten en ongemakken af te helpen. Hij heeft een veel grotere taak. Hij komt ten diepste om ons te verlossen van onze zonden.

Want, waar zonde is, is schuld. En voor zondige mensen is er op geen enkele manier een weg naar God de Vader. Dat is de grote narigheid voor ieder in deze wereld. Niet maar dat je allerlei ziekten en rampen kunnen treffen, maar dat je het eeuwige leven misloopt. Het leven zoals God dat in het begin heeft bedoeld.

Jezus geneest. Nou en of. Maar het is maar de vraag of je ziet met welke genezing de Heer naar ons toekomt. Blijven we stilstaan bij de tekenen die hij doet, of worden we daardoor juist nieuwsgierig naar de grote verlossing die hij geeft aan ieder die in hem gelooft.

Kijk, het is prachtig als onze Heer Jezus tekenen doet, ook in onze tijd. Er zijn kerken die dat heel erg vergeten zijn. Er zijn kerkleden die het gewoonweg ontkennen: er zijn geen wonderen van Jezus meer, zoals die er vroeger waren. Maar Jezus is machtig en hij blijft machtig. Ook in onze tijd. Als hij tekenen geeft van zijn majesteit, van zijn priesterlijke ontferming in deze wereld, dan is dat geweldig. Maar we moeten niet bij die tekenen blijven staan.

Hij geeft ze om ons door die tekens te laten zien dat hij een veel grotere verlossing op het oog heeft. Wie een wonder heeft ervaren in zijn of haar leven weet toch zeker dat hij eens zal sterven, een wondergenezing helpt daar echt niet tegen. Maar iedereen weet hoeveel macht hij heeft en iedereen in de omgeving te Bethesda was daar getuige van. Ze hebben Jezus gezien in dat wonder.

En dan is de vraag: hoeveel van die mensen in Bethesda hebben zich door dat wonder laten overtuigen van die grote verlossing die bij Jezus te vinden is? Dat geldt net zo goed voor ons. Als je van zo’n wondergenezing getuige mag zijn, zeg dan niet: waarom worden er niet meer mensen genezen, waarom mijn gehandicapte moeder niet, waarom mijn verlamde vader niet, waarom mijn blinde kind niet?

Maar prijs luidkeels en met vreugde de Heer dat hij ook in onze tijd nog zichtbare tekenen en wonderen bij enkelingen doet om ons allemaal te overtuigen van het onzichtbare wonder van het eeuwige leven dat hij geven wil aan ieder die gelooft en daarom van harte Jezus eert en hem dankbaar als zijn Verlosser aanneemt.

 

Prijs Jezus hartelijk nu en tot in eeuwigheid om zijn grote en onvoorstelbare genade

Amen.

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget