Category, categorie: The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video
.
.
Matthew 10 (Part 4) : 32-38 – Taking up our cross
.
Mattheüs 10 (deel4) : 32-38 – Ons kruis opnemen
.
Paul LeBoutillier
.
.


.
De Bijbel is een oud boek. Het is de neerslag van een lange ontwikkeling, niet het werk van één auteur die rustig en na rijp beraad de vrucht van zijn onderzoek op papier zet. De Bijbel is het product van vele mensen, gedurende ver uit elkaar liggende tijden en culturen, en van verschillende geaardheid, en ontstaan in zeer verschillende situaties. Dat verklaart waarom men in de Bijbel zulke uiteenlopende zaken aantreft zoals:

De Bijbel goed lezen is rekening houden met de bedoeling waarmee hij geschreven is. Om dat te kunnen moet men de omstandigheden kennen waarin de teksten ontstaan zijn. Dat is niet eenvoudig. Gelukkig hebben generaties geleerden niet tevergeefs gewerkt. Uit hun literaire ontledingen van de Bijbelteksten en uit de archeologische ontdekkingen in de Bijbelse landen hebben we heel wat informatie gekregen over de Bijbelse tijden en de manier waarop de mens toen leefde.
Deze ‘historisch-kritische methode van Bijbellezen’ plaatst de teksten terug in zijn ontstaansomgeving, en probeert met wetenschappelijke middelen te achterhalen op welke concrete vragen de Bijbeltekst een antwoord wil geven. Pas wanneer dat duidelijk is, kan men aan de hand van de Bijbeltekst een antwoord proberen te formuleren op de vragen die men zich nu, in onze tijd, stelt.
Waarbij men niet uit het oog mag verliezen dat de Bijbel geen naslagwerk is voor wetenswaardigheden over natuur, techniek en geschiedenis, maar een boek waarin vele generaties van gelovige mensen hun geloofsvisie op mens en wereld en hun vertrouwvolle overgave aan God hebben tot uitdrukking gebracht. En op dat niveau is de afstand tussen de Bijbelse mens en de mens van onze tijd wellicht niet zo groot.
Naast de ontstaansgeschiedenis van de Bijbeltekst dient men ook aandacht te hebben voor de werkingsgeschiedenis ervan. Daarmee bedoelt men dat de Bijbeltekst gedurende eeuwen de joodse en de christelijke gemeenschap heeft beïnvloed en georiënteerd. De Bijbel heeft ingewerkt op het geloof en het morele leven. Ook daarin zijn nogal wat verschillen te noteren: de ene periode was gevoeliger dan de andere voor bepaalde Bijbelse thema’s.
Toch tekent zich doorheen de eeuwenlange geschiedenis een duidelijke grondlijn af in het hanteren van de Bijbel als het gezaghebbend, inspirerend boek van de gelovige. In de Bijbel zelf komt dit tot uiting in de herhaalde formules ‘woord van God’ of ‘zo spreekt de Heer’. Het is in de liturgische gemeenschapsviering dat de Bijbel zijn oorspronkelijke betekenis terugvindt.
Eeuwen lange Bijbelstudie heeft niet bewerkt dat alle problemen opgelost zijn en dat de geleerden het over alles eens zijn. Ook op dit terrein is de verleiding groot om ‘iets nieuws’ te vinden in de oude teksten. Maar ondanks de talrijke zijpaadjes wordt de grote hoofdweg steeds klaarder. Ernstig Bijbellezen blijkt dan iets anders te zijn dan lukraak teksten bijeen te rapen vanuit eigen smaak of overtuiging.
Sommigen willen de Bijbel lezen als een vergaarbak van goddelijke waarheden waarvan elk woord letterlijk en historisch waar is. Zulke houding noemt men fundamentalisme. Ze gaat ervan uit dat de Bijbel als goddelijk boek geen enkele kritische vraagstelling toelaat, want dat zou een uiting zijn van ongeloof. Die fundamentalistische houding die vooral leeft in sommige marginale groepen en sekten, is ten dele ontstaan uit reactie tegen rationalistische uitwassen van een bepaalde Bijbelstudie waarin men inderdaad geen oog had voor de Bijbel als geloofsboek. Om zich te kunnen handhaven is deze fundamentalistische Bijbellezing verplicht allerhande spitsvondigheden aan te wenden om de waarheid van de Bijbel te redden.
Vermelden we tenslotte nog dat men de Bijbel – zoals elk boek – kan lezen vanuit een speciale invalshoek. De lens wordt dan ingesteld op een bepaald punt dat heel scherp naar voren treedt, maar de context waarin het thuishoort en waaraan het zijn betekenis ontleent, vervaagt en verdwijnt. Die scherpstelling gaat gepaard met eenzijdigheid en overbelichting. De speciale invalshoeken die in onze tijd nogal wat aangewend worden zijn:


Mosagaat is een halfedelsteen. De steen dankt zijn naam aan de groenige insluitsels die op mos lijken. Mosagaat is een variëteit van agaat. De witte ondergrond van het mosagaat bestaat uit kwarts. De dendritische insluitsels zijn chloriet of ijzer en mangaanmineralen die een grote gelijkenis hebben met mos.
Afhankelijk van de valentie van het metaal vertonen de insluitsels andere kleuren. Mosagaat bevat dus ondanks de naam geen organisch materiaal. De steen wordt gevormd uit verweerd vulkanisch gesteente. De chemische structuur van mosagaat is identiek aan die van jaspis, vuursteen en hoornkiezel, alle eveneens varianten van kwarts.
De groen/blauw/rood/geel en bruine stenen worden gepolijst/geslepen gebruikt voor sieraden of als talisman. Mosagaat is een agaatsoort met een groen/bruin/witte tekening. De steen is licht doorschijnend en heeft een matte tot zijdeglans.
Chemische samenstelling: SiO2
Kristalstelsel: Trigonaal
Kristalklasse: chalcedoon, oxiden
Splijting: geen
Kleur: meestal rood of groen
Streepkleur: wit
Glans: glasglans
Hardheid (Mohs): 6 – 7
Gemiddelde dichtheid: 2,58 – 2,62
Transparantie: doorzichtig tot doorschijnend
De belangrijkste vindplaatsen van mosagaat zijn India, China, Vs en soms in Zuid-Afrika en Brazilië. Mosagaat wordt in de Verenigde Staten onder andere gevonden in de afzettingen van de Yellowstone River en zijn zijrivieren. In deze variant, Montana mosagaat genoemd, wordt de rode kleur veroorzaakt door ijzer-oxide en het zwart door mangaan-oxide.
Goed te herkennen aan
– blauwe (zelden witte), knikkende, 6-tallige bloemen en
– de vroege bloei
Algemeen
Oosterse sterhyacint is een bolgewas, oorspronkelijk afkomstig uit Zuidoost-Europa en Klein-Azië. Ze is zeldzaam en groeit op voedselrijke grond in loofbossen, vooral op buitenplaatsen. Ze behoort tot de stinsenplanten en is ook te koop als tuinplant.
Bloem
Oosterse sterhyacint bloeit in maart en april met blauwe, stervormige, knikkende bloemen, die alleen of met 2 tot 5, bij elkaar in een eenzijdige tros aan het einde van de stengel staan. De bloemen hebben 6 bloemdekbladen (geen aparte kroon- en kelkbladen), die vanaf de basis uiteen wijken en in het midden een donkere streep heb-ben. De bloemen van grote en kleine sneeuwroem zijn ook blauw en stervormig, maar de bloemdekbladen van die bloemen zijn aan de basis een klein stukje met elkaar vergroeid. Dat is goed zichtbaar aan de achterkant van de bloem.
Blad
Oosterse sterhyacint heeft 2 tot 4 breed lijnvormige bladeren met een gekapte spitse top. Na de bloei groeien de bladeren nog verder uit.
Vergelijkbare soorten
Er zijn meerdere vroeg bloeiende bolgewassen met blauwe, stervormige bloemen, zoals grote en kleine sneeuwroem en vroege sterhyacint.
| oosterse sterhyacint : bloemdek niet vergroeid, knikkende bloemen en bloemstelen korter dan de doorsnede van de bloem
vroege sterhyacint : bloemdek niet vergroeid, rechtopstaande bloemen en bloemstelen langer dan de doorsnede vd bloem
grote sneeuwroem : bloemdek vergroeid, doorsnede van de bloemen 20-35 mm, groot wit hart
kleine sneeuwroem : bloemdek vergroeid, doorsnede van de bloemen tot 12 mm, klein bleekblauw of wit hart
|
Algemeen
– aspergefamilie (Asparagaceae)
– overblijvend
– zeldzaam tot zeer zeldzaam
– ook als tuinplant
– 10 tot 25 cm
Bloem
– blauw, zelden wit
– maart en april
– tros
– stervormig
– 6 tot 14 mm
– 6 bloemdekbladen, niet vergroeid
– 6 meeldraden
– 1 stijl
Blad
– bolstandig
– enkelvoudig
– breed lijnvormig
– top gekapt, spits
– rand gaaf
– parallelnervig
Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rolrond
zie wilde bloemen


.
.
.
.

Vorig jaar werden in Nederland 2.607 mensen ziek door een voedselinfectie, in 2011 slechts 977. Vier mensen overleden ten gevolge daarvan. Dat blijkt uit een rapport van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). De toename kwam vooral doordat er in 2012 meerdere grote uitbraken van voedselinfecties of -vergiftigingen waren. De grootste en meest opvallende uitbraak was de landelijke uitbraak van Salmonella Thompson (1149 gerapporteerde zieken), die was veroorzaakt door het eten van besmette gerookte zalm.
Het gaat om de gemelde gevallen, het werkelijke aantal ligt veel hoger. Naar schatting zijn jaarlijks 680.000 mensen in Nederland ziek door het eten van besmet voedsel. Net als in voorgaande jaren zijn de bacteriën Campylobacter en Salmonella en het norovirus de belangrijkste verwekkers van uitbraken van voedselinfecties. De impact van Salmonella- en norovirus-uitbraken is groter dan die van Campylobacter, aangezien er meestal meer mensen ziek worden van één besmettingsbron met Salmonella of het norovirus.
Daarnaast zijn de gevolgen van een Salmonella-besmetting vaak heviger: vrijwel alle gemelde ziekenhuis- opnamen die verband hielden met een voedselinfectie waren het gevolg van een Salmonella-infectie. Goede hygiëne en de juiste voorschriften volgen tijdens de productie en bereiding van voedsel zijn maatregelen die in hoge mate beschermen tegen voedselinfecties. Voorbeelden zijn risicovolle producten voldoende verhitten en kruisbesmetting voorkomen, zoals rauwe kip niet in aanraking laten komen met rauw te eten producten.
.
.
.
.
.
.




.

