Categorie: religie/video
Geloof in actie deel 2
preview en aankoop boek “De Openbaring “:
http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget
.
.
.
.
Gegroet mijn broeders en mijn zusters. Wees gegroet en ontvang mijn zegening. Lang geleden, zeer lang geleden zijn er Hemelse Woorden aan de mensheid aangereikt. Hemelse Woorden die de mensheid zouden helpen om vrede en liefde in hun leven te brengen. Om als één mensheid te kunnen samenleven ondanks de verschillen die er bestonden en nog bestaan.
Tien Gulden Waarheden, gulden regels als het ware, zijn de mensheid vanuit hogere trilling aangereikt. Niet om de mensheid aan banden te leggen, niet om vrijheden in te perken of om straffen te kunnen uitdelen, maar wel om het leven in een samenleving te vereenvoudigen. Om het leven in een groep te bevorderen. Deze gulden regels werden rechtstreeks vanuit hogere sferen aangereikt aan de toenmalige incarnatie van mijn ziel, genaamd Mozes.
In die tijd van verzoeking en in die tijd van chaos was het nodig om bepaalde leefregels aangeboden te krijgen om misverstanden te voorkomen. In de loop der tijden is er misbruik en inbreuk gepleegd op deze hemelse aanreiking. Aan machtsmisbruik heeft men zich schuldig gemaakt.
Zovele aanreikingen met de voeten getreden. Vanuit menselijk machtsgevoel heeft men deze gulden aanwijzingen misbruikt om de mensheid angstig te maken en van haar vrijheid te beroven. Onbewust en opzettelijk zijn verkeerde interpretaties de wereld ingestuurd en nu, zo veel tijd later, zijn vele van deze hemelse aanreikingen uit het bewustzijn van de mensen verdwenen.
Vergeten, als het ware of niet meer aanvaard omwille van de vele misbruiken en het verdriet dat ermee gepaard is gegaan. Jaren, eeuwen, tijdperken zijn vergaan en toch blijven deze gulden aanwijzingen hemels in het bestaan van de mensheid. Deze Tienvoudige Hulpmiddelen zijn vervangen door duizenden en duizenden wetten, waarvan men de oorsprong en de gevolgen niet meer kent.
De hoofden en de handen die deze duizenden wetten hebben bedacht en geschreven kennen zelf hun wetten niet meer, noch de gevolgen. Al deze duizenden en duizenden wetten en wetboeken kunnen allen vervangen worden door Tien Hemelse Aanreikingen in een samenleving, in een mensenleven, op wereldniveau en in een familie.
Wanneer deze gulden leefwijzen begrepen en gerespecteerd worden is al het andere overbodig. Bij de eerste aanreiking van deze Hemelse Woorden was het bewustzijn van de mensheid nog niet rijp om de ware betekenis en de impact van deze gulden regels te begrijpen. In plaats van ze als zegening en aanwijzing te zien, noemde mensen ze De Tien Geboden.
Maar zij die Gods wil waarlijk kennen, weten dat God niets gebied, maar dat alle kinderen van de wereld in vrijheid leven. Een vrijheid die in de hoogste trilling gerespecteerd wordt. Maar op vraag van het mondiale zielenbelang zijn er gulden aanreikingen en aanwijzingen gegeven om de mensheid terzijde te staan om een vrede volle samenleving te kunnen opbouwen.
Nu, in deze tijd aan het begin van Aquarius is het bewustzijn van de mensheid klaar om de waarheid door deze Hemelse Woorden heen te zien! Om te aanvaarden en om te begrijpen, om de ware impact hiervan op wereldniveau te kunnen inschatten. Wanneer deze gulden aanwijzingen door de mensheid begrepen en aanvaard worden, wanneer men ernaar tracht te leven, zijn andere wetten, regels die men zelf niet meer kent, overbodig.
.
.
Wanneer men hiernaar leeft, zal de toekomst van de wereld van morgen er totaal anders uitzien. De wereld is op dit moment enorm gematerialiseerd, het liefhebben van de materie viert hoogtij. De waardigheid en het succes van een mens wordt dikwijls gemeten naar deze materiële rijkdom. Dit brengt vele negatieve verschuivingen met zich mee. De druk op de evoluerende ziel is enorm verhoogd en wordt soms zelfs te groot.
Het ego van de mens is op jacht. Als een jager beweegt hij zich door het leven op jacht naar materiële prooi. Vele jaren en vele lessen later, wanneer de prooi gevangen is, of ook niet, komt men tot het besef dat deze prooi niet de voldoening schenkt die men dacht hierin te vinden. Het leven leeft haar leven. Het leven houdt zich in evenwicht ongeacht de keuze van het ego.
Maar door materialisatie op wereldlijk niveau kunnen zich verschuivingen in dit evenwicht voordoen en hoogmoed zowel als laagmoed vieren hoogtij. Een nieuwe bacterie is als het ware geboren, een bacterie die in de oude tijden is ontstaan, maar die nu in deze wereld hoogtij viert. De bacterie wordt onder de menselijke noemer vertaald als afgunst, jaloezie, het begeren wat een ander heeft.
Mijn broeders, mijn zusters, als u zich toch één moment boven de menselijke trilling kon verheffen om te zien wat dit alles teweegbrengt in uw wereld op mondiaal niveau of in uw persoonlijk leven, zou u begrijpen waarom de hoogste trilling zoveel eeuwen geleden deze aanwijzing aan de mensheid heeft aangereikt.
Wanneer u in uw straat rond kijkt ziet het menselijke ego dat het gras aan de andere kant van de straat groener is. Men blijft zich blind staren op het groenere gras van de ander. Maar doordat men zich in de laagte blind staart, ziet men in de ziel niet welk een schoonheid zich in eigen tuin ontvouwt. Door het altijd kijken in de tuin van de ander, ziet men de bloemen voor de eigen deur niet staan.
De krachtige boom die haar vruchten schenkt, loopt men voorbij omdat men de illusie heeft dat de boom aan de andere kant van de straat groter is of meer vruchten zou dragen. Open toch uw ogen en zie de zegeningen en de schoonheid die in uw eigen leven worden aangereikt. Staart u zich niet blind op het succes of de rijkdom van een ander, want u heeft geen besef van de zielenweg van een ander.
U heeft dikwijls nauwelijks besef van uw eigen zielenweg. Maar weet dat alles wat het leven biedt een reden heeft. Dat iedere ziel en ieder menselijk ego zelf hiervoor verantwoordelijkheid draagt. Wanneer uzelf de nodige inspanningen doet in uw eigen leven, zult u zien dat het universum zich alles aan u openbaart en u alles aanreikt wat u nodig heeft. Alles wat meer is, is overbodig en alles wat overbodig is, rust als een last op uw schouders.
Het leven neemt en het leven geeft. Maar het leven kan alleen schenken, wanneer uw handen geopend zijn om te aanvaarden; vanuit liefde en niet vanuit hebzucht. Mijn geliefde broeders, mijn geliefde zusters. Besef goed, dat de hebzucht van het ego veel onevenwichtigheid veroorzaakt in het leven van de mensheid als geheel en als individu.
Deze hebzucht, deze afgunst heeft verschuivingen veroorzaakt, waardoor natuurlijke rijkdommen en gematerialiseerde rijkdommen niet in alle rechtvaardigheid verdeeld zijn. Hoed uzelf voor deze hebzucht; hoed uzelf voor deze afgunst. Want dat wat u in uw leven uitstraalt, zal naar u terugkeren. Neem uw eigen verantwoordelijkheid. Het universum is een onuitputtelijke rijkdom waaruit één ieder mag nemen wat hij nodig heeft.
Wees u bewust van de trilling die u uitstraalt naar een ander toe wanneer uw leven vervult is van het begeren van andermans zaken of zijn. Wees u bewust van de negatieve trilling die u hierbij uitstraalt, wees u bewust, dat u zo de trilling van de mensheid in een negatieve spiraal helpt komen. Voor hen, die overladen worden met deze negatieve trilling van afgunst en hebzucht, blijf in stilte, blijf in liefde.
Reageer niet op deze trilling en ga er zeker niet in mee. Verhef uzelf en reik de ander de hand om hem of haar te helpen. Om hem of haar te helpen inzien waarom het Universum zo deelt.
Mijn broeders, mijn zusters. Al wat is mag in dienstbaarheid zijn om het leven te verrijken en het leven te vergemakkelijken, maar besef goed dat uw weg van zielengeluk zich niet in het materiële bevindt. Het materiële is een afspiegeling van wat in de geest bestaat, maar het is een gefilterde afspiegeling en wanneer u de ware rijkdom in uw leven wenst te verwelkomen, begeer dan niet de materiële rijkdom van uw naaste buur.
Maar verlang, verlang werkelijk naar de onuitputtelijke bron van het Universum. Daar waar de ware rijkdom, evenwaardig en evenredig verdeeld wordt, daar waar het ware geluk te vinden is.
Mijn broeders, mijn zusters. Blijf verder zonder oordeel. Ga in stilte en kijk in uw eigen hart, wat in u aanwezig is. Laat los, wat losgelaten mag worden en weet dat wanneer u al de banden, oude patronen heeft losgemaakt, het Universum in uw levensbehoefte voorziet. Weet, dat één ieder vanuit de liefde in hun hart, met open handen de gelukzaligheid van het Universum mag ontvangen in het leven.
Kijk in uzelf waarom u vindt dat het gras aan de overkant van de straat groener is dan bij u. Vind de antwoorden op deze vragen in uzelf en besef goed dat de oplossing, de waarheid in uw handen rust.
Mijn broeder, mijn zusters. Begeer niet wat een ander toebehoort in geest of in materie. Maak geen balans voor de ander waar hij staat in het leven als mens of als ziel. Zoek en vind uw eigen zielenweg. Zoek en vind uw eigen zielengeluk en u zult een antwoord hebben op al uw vragen en onuitputtelijk zal de bron van het Universum u verrijken. Vanuit de hoogste trilling reik ik u deze gulden aanwijzing aan. Tezamen met mijn groet en mijn zegening.
Daar ik BEN uw aller Broeder El Morya
.
.
.
.
De mens is een zondaar, die, om behouden te worden van Gods oordeel over de zonde en het eeuwige leven te beërven, bekering nodig heeft. De twaalf leerlingen die de Heer Jezus uitzond predikten ‘dat men zich moest be-keren’ (Marc. 6:12).
Mr 6:12 .En zij vertrokken en predikten dat men zich moest bekeren.
In het oude- en nieuwe testament wordt deze eis gesteld om weer met God in gemeenschap te komen en ontrukt te worden aan het dreigende oordeel. De grondslag hiervoor is gelegd door het werk van Christus aan het kruis volbracht.
.
Wie zich bekeert, bekeert zich van iets: van de geestelijke en zedelijke duisternis, van de macht van Satan.
Hnd 26:18 opdat zij zich bekeren van de duisternis tot het licht, en van de macht van satan tot God, opdat zij vergeving van zonden en een erfdeel onder de geheiligden ontvangen door geloof in Mij.
De bekeerling is zich niet altijd bewust van de macht van de satan of van de duisternis waarin hij zich bevond. Hij breekt met een slecht leven of met een slechte praktijk en wil met Jezus een nieuw begin maken. In de ogen van de Heiland is er meer aan de hand: wie zich bekeert, keert zich af van de duisternis en van de macht van satan.
.
De waarachtige bekering is een bekering tot God. De door de zonde verstoorde verhouding tot een heilige en rechtvaardige God wordt door de bekering hersteld. Wie zich bekeert treedt tot God in een nieuwe betrekking. Het is alsof een verloren zoon thuis komt bij zijn vader, die in liefde naar zijn kind uitzag. Bekering is een relationele verandering die leidt tot een persoonlijk kennen en omgaan met God.
De Godsgezant Paulus betuigde de bekering tot God:
Hnd 20:21 terwijl ik zowel aan Joden als Grieken de bekering tot God en het geloof in onze Heer Jezus betuigde.
.
Ook de Heer Jezus, die aan Paulus verscheen, spreekt van bekering tot God:
Hnd 26:18 opdat zij zich bekeren van de duisternis tot het licht, en van de macht van satan tot God, opdat zij vergeving van zonden en een erfdeel onder de geheiligden ontvangen door geloof in Mij.
.
Bekering tot God gaat gepaard met het aanroepen van God, het berouw hebben over zonden, het erkennen/belijden van zonden en het geloven in de Heer Jezus Christus (Hand 2:21). Wie zich bekeert, neemt zich voor verkeerde dingen voortaan na te laten en wendt zich tot God met erkenning van persoonlijke zonden.
Deze ommekeer dient een hartezaak te zijn, niet slechts uitwendig: niet alleen een uitwendige gedragsveran-dering of een woordelijke belijdenis:
Hnd 3:19 Hebt dan berouw en bekeert u, opdat uw zonden worden uitgewist, opdat de tijden van verkwikking komen van het aangezicht van de Heer
Hnd 26:20 maar ik heb eerst hun die in Damaskus en in Jeruzalem waren en in het hele land van Judea en aan de volken verkondigd, dat zij berouw moesten hebben en zich tot God bekeren en werken doen, de bekering waardig.
Deut. 30:2 En gij zult u bekeren tot den Heere God, en Zijner stem gehoorzaam zijn, naar alles, wat ik u heden gebiede, gij en uw kinderen, met uw ganse hart en met uw ganse ziel.
.
Soms wordt in de Bijbel over bekering gesproken als over een inwendige verandering; soms echter ook over een uiterlijk zichtbare verandering en ook wordt van een inwendige én uitwendige ommekeer melding gemaakt. De verandering bij een bekering is zowel uitwendig als inwendig: een andere weg inslaan alsook andere gedachten of gezindheid aannemen:
Jes 55:7 De goddeloze verlate zijn weg, en de ongerechtige man zijn gedachten; en hij bekere zich tot den Heere zal Hij Zich Zijner ontfermen, en tot onzen God, want Hij vergeeft menigvuldiglijk.
.
.
De bekering is een antwoord op Gods werk aan het hart en geweten van een mens. Door middel van woorden (van christenen, uit de Bijbel), ontmoetingen, gebeurtenissen of omstandigheden spreekt God de mens aan. Evangelisten en andere christenen brengen de boodschap van de verlossing door Christus, gepaard met de oproep tot bekering en geloof.
.
Bekeren is iets dat wijzelf moeten doen. God werkt, doch de mens moet ook iets doen, hij moet zich bekeren. Wij kunnen ons er niet aan onttrekken met te zeggen: ‘God bekeert mij (nog) niet’. We moeten niet op God wachten voor onze bekering. Integendeel, God wacht op ons tot wij ons bekeren. God geeft tijd en na onze bekering vergeeft hij. De menselijke en goddelijke werkzaamheden komen in de volgende verzen naar voren:
Opb 2:21 En Ik heb haar tijd gegeven, opdat zij zich van haar hoererij zou bekeren, maar zij heeft zich niet bekeerd.
Jer 36:3 Misschien zullen die van het huis van Juda luisteren naar al het onheil dat Ik hun denk aan te doen, zodat zij zich bekeren, ieder van zijn slechte weg en Ik hun ongerechtigheid en hun zonden zal vergeven.
Mt 13:15 … zij zich zouden bekeren en Ik hen zou genezen.
.
Het gevolg van Godswege voor de bekeerling is de ondervinding van Gods ontferming, de vergeving en uitwissing van zonden, de gave van van Heilige Geest en een eeuwig hemels erfdeel.
Jes 55:7 De goddeloze verlate zijn weg, en de ongerechtige man zijn gedachten; en hij bekere zich tot de HEER, zo zal Hij Zich over hem ontfermen, en tot onze God, want Hij vergeeft menigvuldig.
Hnd 3:19 Hebt dan berouw en bekeert u, opdat uw zonden worden uitgewist, opdat de tijden van verkwikking komen van het aangezicht van de Heer
Hnd 2:38 En Petrus zei tot hen: Bekeert u, en laat ieder van u gedoopt worden in de naam van Jezus Christus tot vergeving van uw zonden, en u zult de gave van de Heilige Geest ontvangen.
God wil iedere berouwvolle bekeerling vergeving van zonden schenken, zodat de gemeenschap met Hem weer wordt hersteld en de mens opnieuw, door de Heilige Geest, in staat is Hem van harte te dienen.
.
.
Op de bekering hoort de doop te volgen.
Hnd 2:38 En Petrus zei tot hen: Bekeert u, en laat ieder van u gedoopt worden in de naam van Jezus Christus tot vergeving van uw zonden, en u zult de gave van de Heilige Geest ontvangen.
.
.
Bekering leidt tot een verandering in denken, willen, voelen en gedrag. De nieuwe levenswijze vloeit deels op ‘natuurlijke’ wijze voort uit de nieuwe natuur die de gelovige door de wedergeboorte ontvangt en uit het ver-nieuwende werk van God. Zo moet de bekeerling gevolg geven aan zijn bekering en zich gedragen de bekering waardig. Bekering moet door gehoorzaamheid aan God leiden tot een andere levensstijl.
Hnd 26:20 maar ik heb eerst hun die in Damaskus en in Jeruzalem waren en in het hele land van Judea en aan de volken verkondigd, dat zij berouw moesten hebben en zich tot God bekeren en werken doen, de bekering waardig.
Mt 3:8 Brengt dan vrucht voort, de bekering waardig;
Tit 2:11 -14 Want de genade van God, heilbrengend voor alle mensen, is verschenen
en onderwijst ons, dat wij met verzaking van de goddeloosheid en de wereldse begeerten ingetogen, rechtvaardig en godvruchtig zouden leven in deze tegenwoordige eeuw,
in de verwachting van de gelukkige hoop en verschijning van de heerlijkheid van onze grote God en Heiland, Jezus Christus, die Zichzelf voor ons gegeven heeft, opdat Hij ons van alle wetteloosheid verloste en Zichzelf een eigen volk reinigde, ijverig in goede werken.1Th 1:8-10 Want van u uit heeft het woord van de Heer weerklonken, niet alleen in Macedonië en in Achaje, maar in elke plaats is uw geloof jegens God uitgegaan, zodat wij daarvan niets hoeven te zeggen; want zelf vertellen zij van ons welke ingang wij bij u hadden, en hoe u zich van de afgoden tot God hebt bekeerd om de levende en waarachtige God te dienen en zijn Zoon uit de hemelen te verwachten, die Hij uit de doden heeft opgewekt, Jezus, die ons redt van de komende toorn.
Miljoenen hebben, door Gods Geest en door Zijn woord bewerkt, de wondere uitwerking van deze verandering ervaren en gaan als gelukkige mensen door het leven, zij het niet zonder struikeling of strijd. Met de jongste zoon uit de gelijkenis van Luk. 15 delen zij in de vreugde “verzoend te zijn met God” en een plaats te hebben in het huis des Vaders.
.
Voor God is de bekering van een mens een grote, vreugdevolle verandering, zoals de Heer Jezus duidelijk maakt in de gelijkenis van de verloren zoon:
Lu 15:24 want deze zoon van mij was dood en is weer levend geworden, hij was verloren en is gevonden. En zij begonnen vrolijk te zijn.
.
De bekering tot God, met het geloof in Jezus Christus, is nodig voor de joden en voor de andere volken, dus voor alle mensen en is nog noodzakelijk voor ieder mens, of hij religieus is of niet. Immers, er is niemand die wegens zijn zonde van nature voor God kan bestaan. Zoals Gods gezant Paulus zegt:
Hnd 20:21 terwijl ik zowel aan Joden als Grieken de bekering tot God en het geloof in onze Heer Jezus betuigde.
Hnd 26:20 maar ik heb eerst hun die in Damascus en in Jeruzalem waren en in het hele land van Judea en aan de volken verkondigd, dat zij berouw moesten hebben en zich tot God bekeren en werken doen, de bekering waardig.
.
Bekering dient samen te gaan met geloof in Jezus Christus. Bekering + geloof = behoudenis. Deze behoudenis omvat werkelijk veel heil en zegen. In onderstaande tabel worden bekering en geloof naast elkaar geplaatst en nader verduidelijkt:
.
| Bekering | + geloof | = behoudenis |
| Erkennen tegenover God dat het niet goed zit met je, dat je gezondigd hebt.
Je afkeren en bereid zijn je af te keren van wat slecht is en je keren tot God. Willen breken met verkeerde gewoonten. Bekering betekent dat je een ander, een nieuw leven wilt gaan leiden met God. Bekering is afslaan van een weg zonder God, invoegen op een weg met God. |
Je vertrouwen vestigen op Jezus. Je waagt het met Hem.
God op zijn Woord nemen. Geloven dat God ook jou wil redden van je zonden en daarvoor Zijn Zoon heeft gegeven. Een aanbod, een geschenk aannemen uit de handen van God. Jezelf aan God overgeven. Rusten in een werk dat volbracht is. “Dank u wel” zeggen tegen God” voor het werk dat Jezus aan het kruis heeft volbracht. |
Niet verloren gaan.
Niet in het oordeel van God komen. Vergeving van zonden. Uitwissing van zonden. Kind van God geworden. Een nieuwe schepping. Een eeuwig erfdeel in de hemel. Gemeenschap en omgang met God. |
De oproep tot bekering klinkt in het Nieuwe Testament al vóór het verlossingswerk dat Jezus Christus aan het kruis volbracht. Het was een onderdeel van de verkondiging van het evangelie van het Koninkrijk van God. Het goede nieuws (‘evangelie’) dat het Koninkrijk van God nabij was gekomen werd verkondigd door Johannes de Doper en daarna door Jezus Christus.
De bekering moest niet zonder gevolg zijn, maar tot een blijvende verandering ten goede leiden: vrucht dragen, goede woorden en daden voortbrengen. Johannes de Doper zei:
Mt 3:8 Brengt dan vrucht voort, de bekering waardig;
De oproep tot bekering ging gepaard met de oproep om te geloven in het goede nieuws (evangelie) van het Koninkrijk:
Mr 1:14-15 Maar nadat Johannes was overgeleverd, kwam Jezus naar Galilea en predikte het evangelie van het koninkrijk van God en zei: De tijd is vervuld en het koninkrijk van God is nabij gekomen; bekeert u en gelooft in het evangelie.
De Koning werd echter verworpen en gekruisigd. Doch God maakte hiervan een verlossingswerk. Aan het kruis droeg Jezus onze zonden en onderging de straf over onze zonden. Wie zich bekeert tot God en in Zijn Zoon Jezus gelooft, wordt overgebracht in het koninkrijk van de Zoon.
Col 1:12-14 terwijl u de Vader dankt, die u bekwaam heeft gemaakt om deel te hebben aan het erfdeel van de heiligen in het licht; die ons gered heeft uit de macht van de duisternis en overgebracht in het koninkrijk van de Zoon van zijn liefde, in Wie wij de verlossing hebben, de vergeving van de zonden.
Door de bekering komt men op een ander terrein, het terrein van het Koninkrijk van God.
.





Goed te herkennen aan
– de witte, 5-tallige, kleine bloemetjes
– met een geel hart
– op vochtige tot vrij natte plaatsen (o.a. duinvalleien)
Algemeen
Geelhartje is een laag, blauwgroen plantje, dat groeit op open plaatsen met vochtige tot vrij natte, al of niet kalkhoudende grond in duinen, op kalkgraslanden, in heide op leem, schraallanden, op afgravingen, zandplaten en soms in trilveen. Ze is plaatselijk algemeen voorkomend in de Lage Landen. Ze staat op de rode lijst als kwetsbaar.
![]()
Bloem
Geelhartje bloeit vanaf juni tot en met augustus. De bloemen staan op draadvormige, ronde stelen en vormen samen een ijle bloeiwijze. Geopende bloemen staan rechtop, knoppen hangen over. Ze hebben 5 witte kroonbladen, die aan de basis geel gekleurd zijn, waardoor geelhartje (zoals de naam al zegt) een geel hartje heeft. Dat wordt nog versterkt door de gele meeldraden en stijlen.

Blad en stengel
Elk plantje heeft meestal maar 1 stengel, die bovenin gevorkt vertakt is. De bladeren voelen ruw aan, hebben 1 nerf en staan tegenover elkaar. De onderste zijn eirond met stompe punt, de bovenste langwerpig met (toege)spitste punt.

Toepassingen
Geelhartje maakt stoffen aan die haar giftig maken; ze beschermt zich hiermee tegen vraat door planteneters. Maar hoewel giftig, vroeger werd ze gebruikt als laxeermiddel. In de homeopathie wordt ze nog steeds toegepast bij bronchitis, aambeien en diarree.

Vergelijkbare soorten
Geelhartje is door haar gele hart direct van de andere kleine witte bloemetjes te onderscheiden.

.
Algemeen
– vlasfamilie (Linaceae)
– een- of tweejarig, soms overblijvend
– plaatselijk algemeen tot zeer zeldzaam, rode lijst
– 5 tot 20 cm
Bloem
– wit met geel hart
– vanaf juni t/m augustus
– alleenstaand
– stervormig
– 4 tot 6 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden, soms 4
– 5 stijlen, soms 4
Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– eirond tot langwerpig
– top stomp, spits of toegespitst
– rand gaaf
– voet aflopend
– 1-nervig
Stengel
– rechtop
zie wilde bloemen




.
.
.
.


.
.
.
Het boek van de goddelijke werken
met visioenen van
Hildegard van Bingen
.
.
“Der gläubige Mensch richtet sein Trachten immer auf Gott, dem er in Ehrfurcht begegnet. Denn wie der Mensch mit den leiblichen Augen allenthalben die Geschöpfe sieht, so schaut er im Glauben überall den Herrn.”
.
Liber divinorum operum (Boek van goddelijke werken) is een werk uit de tweede helft van de 12e eeuw van de Duitse Benedictijner Abdis en mystica Hildegard von Bingen. Het is haar laatste visionaire werk en het werd geschreven tussen 1163 en 1174. Het bevat tien visioenen waarin de liefde van God tot uitdrukking komt in de mensen en in de relatie van de mensen tot God.
.
.
.
Het vijfde visioen sluit aan bij de Apocalyps, die daarin nadrukkelijk wordt geciteerd. De beschrijving van het voornaamste beeld in dit visioen verschilt nogal van die in de andere.
“Ik zag de aardse kring onderverdeeld in vijf zones: de eerste in het oosten, de tweede in het westen, de derde en vierde in het zuiden en het noorden, de vijfde in het midden.”
Elk van deze zones ziet eruit als een gespannen boog.
Een van de zones, de oostelijke, straalt helderheid uit, terwijl de westelijke zone gedeeltelijk in duisternis is gehuld. De zuidelijke zone is onderverdeeld in drie sectoren.
“In twee daarvan vinden kastijdingen plaats, in de middelste is dat niet het geval, maar daar zijn afschuwelijke monsters te zien die hem iets schrikwekkends geven. In oostelijke richting zag ik op zekere hoogte boven de boog van de aarde een rode bol, omgeven door een hemelsblauwe kring. Uit de linker- en rechterkant van deze bol kwamen twee vleugels te voorschijn die zich opwaarts hieven, om zich vervolgens te buigen en tegenover elkaar te bevinden; ze verlengden zich tot halverwege de omtrek van de aarde die ze omringden. Vanuit de bol liep tot halverwege de vleugels een weg waarboven een schitterende ster straalde.”
Uit de uitleg die volgt maken we op dat het om de in vijf zones onderverdeelde aardbol gaat. Het geheel vormt overigens een mensengestalte.
“De aarde stelt de mens voor. De mens wordt, door de vijf zinnen die hem in staat stellen in al zijn behoeften te voorzien, tot zijn zieleheil geleid.”
Vervolgens baseert Hildegard zich op citaten uit de Apocalyps, om de verschillende tijdperken ter sprake te brengen. Er was een tijdperk van Adam, van de zondvloed en van het wachten op de komst van Christus.
Ten slotte verschijnt in de figuur van het zwarte paard de tijd die volgde op het lijden en sterven van Christus.
Daarna volgt het groenachtige paard:
“dat duidt op de tijd waarin alles wat beantwoordt aan de wet en de volheid van Gods gerechtigheid, in een soort uitzonderlijke bleekheid niet zal tellen. In die tijd zullen er overal op aarde degengevechten plaatsvinden, de vruchten der aarde zullen verdwijnen, de mensen zullen een plotselinge dood sterven, de dieren zullen hen dodelijke beten toebrengen. De oude slang verheugt zich in alle kastijdingen die de ziel en het lichaam van de mens zullen treffen; de slang zelf heeft de hemelse glorie verloren en zou willen dat ook de mens die niet bereikt. De slang verheugt zich en roept uit: “Schande aan hem die de mens geschapen heeft; de man geeft zijn eigen gedaante op, hij wijst de natuurlijke liefde, de liefde voor de vrouw, af.”
De duivelse verleiding zal dan ook misdadigers en verleiders, haat en de misdaad van de duivel, schurken en dieven voortbrengen. Maar in de ‘gelijkgeslachtelijkheid’ zal de zonde het onzuiverst en de wortel van alle ondeugden zijn. Als deze zonden bij alle volkeren in aantal zullen zijn toegenomen, zal de instelling van Gods wet verdeeld raken en zal de Kerk als een weduwe worden getroffen. De prinsen, edelen en rijken zullen door hun onderdanen worden verdreven, zij zullen van stad tot stad vluchten, de adel zal worden opgeheven en de rijken zullen arm worden. Zeker, de oude slang en de andere nietswaardige geesten hebben de schoonheid van hun uiterlijke verschijningsvorm verloren, maar de verheffing van hun verstand hebben zij niet opgegeven.”
Hildegard besluit deze opsomming overigens door nogmaals aan de Apocalyps te herinneren.
“Toen de tijd van de rode dageraad aanbrak, dat wil zeggen: de tijd van de volle gerechtigheid dank zij mijn Zoon, zei de oude slang, verbijsterd en versteld, dat ze volkomen door een vrouw, de Maagd, was misleid. Haar razernij richtte zich dan ook op haar. Maar de vrouw bevrijdde zich met behulp van de aarde, want mijn Zoon ontving van haar de kleren van de mens, mijn Zoon, die met de grootste smaad en het ergste lijden werd overladen om de slang tot zwijgen te brengen.”
Gerechtigheid en barmhartigheid zijn als het ware de mannelijke en de vrouwelijke kant van God. In de mens, die geschapen is naar Gods beeld en gelijkenis, zijn die beide hoedanigheden ingeprent in de man en de vrouw, die samen de mens zijn. In Liber Divinorum Operum is de verhouding tussen man en vrouw uiteengezet in het kader van het scheppingsverhaal.
Als Gods laatste ‘werkstuk’ op de ‘zesde dag’ is de mens gemaakt als eenheid van man en vrouw, om samen het mensengeslacht voort te brengen. Nuchter constateerde de ‘stem’: ‘Wanneer de man alleen zou zijn, of de vrouw alleen zou blijven, zou er geen mens (meer) kunnen ontstaan.’
In de twee-eenheid van het mensenpaar zal de man de gerechtigheid vertegenwoordigen, de vrouw de barmhartigheid. Beiden zijn zij geschapen met intelligentie begiftigd, de engelen gelijk. Samen zijn zij meer dan de engelen, omdat aan hen het beheer van de aarde is toevertrouwd. Deze gelijkenis van de mens met de Schepper is niet beperkt tot de verbondenheid van man en vrouw in huwelijk en voortplanting, maar omvat de totale samenwerking van man en vrouw, ook nadat zij hun paradijselijke staat verloren hebben door beiden Gods gebod te overtreden.
“De aarde stelt de mens voor. De mens wordt, door de vijf zinnen die hem in staat stellen in al zijn behoeften te voorzien, tot zijn zieleheil geleid.” Door de ervaringen die de mens opdoet, vindt geestelijke groei plaats.
Rood/blauwe bol: de menselijke geest op aarde.
Vleugels: de geestelijke vermogens (gerechtigheid, barmhartigheid).
Weg naar het oosten: geestelijke ontwikkelingsweg.
Ster: de ontwikkelde toestand.
Aarde: leerschool voor geestelijke ontwikkeling door beproevingen. Op aarde is licht en duisternis tegelijkertijd aanwezig.
Twintig jaar later: een gesloten stad
In de visioenbeelden van Scivias staat de heilsgeschiedenis van God met de mensen in het teken van verwachting en belofte. Weliswaar heeft Hildegard toen al gezien, dat er een definitieve scheiding zal komen tussen degenen die het geloof van de katholieke, christelijke Kerk trouw bewaren en degenen die de Mensenzoon in ongeloof verwerpen. Maar het Heilsgebouw is nog onvoltooid en open naar het zuiden, de toekomst. Binnen de muren gaan mensen af en aan, zij komen binnen door de spiegelkennis naar de toren van de Kerk toe. Zij blijven daar of vertrekken weer. De Mensenzoon waakt over het heil. Hij vermaant de mensen, maar veroordeelt alleen de verstokten.
In Hildegards laatste grote werk, Liber Divinorum Operum, is in drie visioenbeelden de betekenis van de heilsgeschiedenis beschreven. Hildegard schreef het boek na 1163, toen de pauselijke Stoel van Rome bezet was door handlangers van de op wereldmacht beluste Frederik I, die door Hildegard ‘de roomse Keizer’ genoemd werd. Zij zag alles wat zij in Scivias en later reeds beschreven had opnieuw, maar nu in het licht van het mysterie van de Incarnatie. Zij zag het wakend met de innerlijke ogen van de geest. Zij zag de scheiding der geesten scherper dan ooit tevoren. Zij zag de Stad van God bedreigd.
Hildegard zag een gesloten stad. Eén poort was er in het oosten, één ingang uitgehouwen in een harde rots. Binnen de stad zijn de muren licht waar het heil is. Buiten de stadsmuren is het duister. De bouwsels van de heilswerken, in Scivias vrij op de muren geplaatst, staan nu binnen de muren van de stad. Het is een gesloten stad, die verdedigd moet worden.
.
.
.
.
.
.
.
.
.