Categorie: Boodschappen uit de kosmos
.
.

Bloemengezicht van God/Flower face of God
Pasteltekening van John Astria
.
.
IN GODS WINKEL LIGGEN ALLE CADEAUS
.
OP DE ONDERSTE PLANK
.
.
IN GOD’S STORE ALL GIFTS ARE ON THE LOWER SHELF
.
.
.
.
Eén daarvan is zonde. Jezus zei in Johannes 5:14, nadat Hij de man bij het bad Betesda had genezen: ‘Zie, gij zijt gezond geworden; zondig niet meer, opdat u niet iets ergers overkome.’ Hij maakte het hier dus heel duidelijk dat deze ziekte en het terugkeren van deze ziekte of zelfs iets nog ergers dan de verlamming die deze man had, hem kon overkomen als hij zondigde. Jezus verbond hier dus ziekte aan zonde. Dat is niet de enige reden dat mensen ziek worden, maar het is één reden.
Als iemand bijvoorbeeld alcoholist is en hij drinkt zich een leverziekte, dan heeft Hij zichzelf dat aangedaan. Ik bedoel dat satan zijn handelingen gebruikte om zich toegang tot hem te verschaffen. Hij heeft een leverziekte, niet omdat God hem dat heeft aangedaan, of doordat de duivel dat rechtstreeks deed, maar het is gewoon zonde. Hij oogst de vruchten van zijn zonde; druggebruikers lopen hersenbeschadigingen op, en ziekten die door gedeelde naalden worden overgebracht. Seksueel actieve personen krijgen seksueel overdraagbare ziekten. Dat komt niet doordat satan hen oordeelt of aanvalt. Zij doen het zichzelf aan. Zij zetten de deur open door zonde.

De tweede hoofdreden dat mensen ziek worden, komt doordat wij in een oorlog zijn met de duivel. Sommige mensen zijn zich dat niet bewust, maar niet alles wat er gebeurt is maar fysiek. Er woedt een geestelijke oorlog. Er zijn goddelijke engelen die Gods wil uitvoeren en er zijn demonische geesten die satans wil uitvoeren. Er is een veldslag gaande. Je kunt op een bepaalde manier wel stellen dat het op zonde is gebaseerd, omdat satan door zonde op deze aarde is losgelaten, maar dat is niet per se jouw individuele zonde.
Dit is waar Jezus het over had in het 9e hoofdstuk van Johannes toen er een man aan de poort van de tempel zat. Hij was blind vanaf zijn moeders schoot. En de discipelen vroegen: ‘Wie heeft gezondigd, deze man of zijn ouders dat hij blind geboren is.’ En Jezus zei: ‘Geen van beide.’ Je weet heus wel dat Hij niet zegt dat deze man of zijn ouders niet gezondigd hadden. Want de Schrift zegt in Romeinen 3:23: ‘Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods.’
Er was dus wel degelijk zonde in hun leven, maar hier zegt Hij dat het niet hun zonde was die de oorzaak was dat deze jongen blind werd geboren. Dat gebeurde gewoon. Er is een geestelijke oorlog gaande en satan gaat rond, zoekende wie hij kan verslinden. Zonde is dus één reden dat mensen ziek worden. En een andere reden is dat het niet een zonde is, maar dat je gewoon leeft in een gevallen wereld, dat er geestelijke veldslagen zijn en satan je soms gewoon met dingen aanvalt.

De derde hoofdoorzaak dat mensen ziek worden, is de gewoon natuurlijke dingen. Dat is iets waar veel christenen geen rekening mee houden. Zij erkennen wel dat zonde een toegang is van satan in ons leven, en dat dit hem in staat stelt dingen aan te richten. Ze erkennen ook dat we in een geestelijke oorlog zijn en dat satan ons aanvalt. Maar soms vergeestelijken christenen alles zozeer dat ze niet beseffen dat er ook dingen zijn die gewoon natuurlijk gebeuren.
Bijvoorbeeld, als jij gewoon niet oplet en van de trap afloopt en struikelt en valt, kun je een been breken. Je kunt je sleutelbeen breken, je kunt je nek breken. Allerlei dingen kunnen je overkomen en het is niet de duivel, het is niet zonde, het is gewoon een natuurproces, je hebt jezelf bezeerd. Je kunt ook bepaalde ziekten oplopen, een infectie, een zwelling en allerlei dingen. Als mensen van een klip in een waterplas zijn gedoken en een rotsblok hebben geraakt en hun rug hebben gebroken en nu verlamd zijn, is het helemaal niet noodzakelijk de duivel was die hen dat aandeed.
De duivel heeft hen misschien verleid om iets te doen wat niet verstandig was. Of ze hebben iets tegen beter weten in gedaan, maar het is een natuurlijk verschijnsel. Als je bij een auto-ongeluk betrokken raakt en je arm wordt eraf gerukt, dan kun je niet zeggen dat het per se de duivel is. Het is gewoon iets natuurlijks. Vanaf de zondeval zijn er allerlei dingen, bacteriën, virussen, schimmels, dingen die nu verdorven zijn, maar die van oorsprong niet verdorven waren. En die vallen het menselijke lichaam aan. En sommige dingen zijn gewoon natuurlijk. Mensen zijn niet volmaakt en maken fouten.

Dit zijn dus drie hoofdgebieden. Je kunt een ingang voor ziekte geven door zonde. En je kunt door satan aangevallen worden wat niet jouw schuld is. Vaak is het feit dat satan je aanvalt en je dingen aandoet het bewijs dat je met iets goeds bezig bent. Satan probeert mensen die gevoelig voor God zijn te belemmeren, evenals mensen die hem bestrijden. Je weet pas dat je in het beloofde land loopt als je de reuzen tegenkomt.
Als er reuzen zijn, als je tegen problemen aanloopt, is dat vaak een indicatie dat je de dingen goed doet in plaats van verkeerd. En ten derde gebeuren er soms dingen die natuurlijk zijn. Als je van het dak valt, kun je jezelf bezeren, je kunt iets breken of beschadigen. Maar dat is niet noodzakelijk demonisch, dat is geen zonde, dat is gewoon iets natuurlijks dat plaatsvindt.
Maar er is altijd iets wat wij eraan kunnen doen. Omdat wij zijn verlost van ziekte en gebrek, kunnen wij onze autoriteit nemen en ons geloof gebruiken en een genezing bewerken of het nu een demonische aanval is, of iets wat gewoon natuurlijk is gebeurd. En zelfs als het onze eigen zonde is die het heeft veroorzaakt, kunnen wij ons daarvan bekeren, ons ervan afkeren en de vergeving van God in ons leven vrijzetten. Ongeacht hoe deze ziekten en gebreken zijn veroorzaakt, er is altijd iets dat wij er aan kunnen doen.

Jezus ging dus verder, nadat Hij in vers 17 zijn discipelen had bestraft. Vers 18: ‘En Jezus bestrafte hem en de boze geest ging van hem uit, en de knaap was genezen van dat ogenblik af. 19 Toen kwamen de discipelen bij Jezus en zeiden, toen zij met Hem alleen waren: Waarom hebben wij hem niet kunnen uitdrijven?’
Dit is de vraag waar wij ons nu mee bezig houden. Als het Gods wil was om hem te genezen en Jezus genas deze jongen, waarom konden de discipelen deze jongen dan niet genezen? Als wij geloven dat het Gods wil is dat iedereen geneest, hoe komt het dat wij niet altijd iedereen zien genezen? Wat zijn de oorzaken waarom iemand niet geneest?
Je moet begrijpen dat deze discipelen die deze vraag stelden, ‘waarom konden wij hem niet uitdrijven’, geloofden dat het Gods wil was, én geloofden dat zij de macht van God in hun leven hadden ontvangen om deze demonen uit te drijven. Zij hadden al macht en autoriteit ontvangen om demonen uit te drijven. In het tiende hoofdstuk van Matteüs, en ook in Lukas 9 en andere plaatsen, staat dat Jezus hen macht gaf over alle onreine geesten, over alle ziekte en gebreken. En zij gingen er op uit en ze kwamen terug en verheugden zich dat de demonen zich aan hen onderwierpen in de naam van Jezus.
Ze hadden toen geen enkele vraag. Dit betekent dat nu de discipelen die deze vraag stelden, ‘waarom konden wij hem niet uitdrijven?’ dit niet deden omdat ze niet geloofden. Zij geloofden wel degelijk en ze hadden die macht al uitgeoefend. En ze hadden ook resultaten geboekt. Maar dát was juist de reden waarom ze in de war waren. Als deze discipelen hadden gezegd: ‘Nou, wij geloven niet dat je een maanzieke jongen, iemand met toevallen, kunt genezen,’ dan hadden zij deze vraag nooit gesteld. Het feit alleen al dat zij deze vraag stelden, toont aan dat zij wel degelijk geloofden, maar toch niet de resultaten verkregen die zij verlangden.



.
.
.
.
Karma is een gevolg van voorgaande handelingen van onszelf. Daardoor schept ieder levend wezen zijn eigen omstandigheden. Karma is een gevolg van voorafgaand handelen en geen beloning of straf. Het is als het ware een neutraal mechanisme dat natuur noodzakelijk werkt zoals het werkt. Het heeft dan ook geen zin om van ‘schuld’ te spreken maar eerder van onwetendheid. Mensen brengen zichzelf leed toe door eigen onwetendheid.
Doordat we gedreven worden door onze begeerten en we ons hechten aan datgene wat we door het volgen van die begeerten willen realiseren, zetten we een kettingreactie in werking, een vicieuze cirkel, die ons in de ban houdt. Deze kettingreactie brengt ons niet het geluk dat we er van verwachten, maar we zijn geneigd toch steeds door te gaan.
Deugdzame daden kunnen tot betere omstandigheden leiden. Alleen het werkelijke inzicht in de dharma’s zal kan leiding tot verlichting en bevrijding van de gebondenheid aan de keten van geboorten en wedergeboorten. Meditatie is de weg waarlangs we tot inzicht kunnen komen.
“Zolang Nirvana niet is bereikt, blijft de noodzaak aanwezig voor nieuwe geboorte. Dan gaan ’s mensen eigenschappen over van leven tot leven. Een persoon is opgebouwd uit vijf afzonderlijke delen of khandha’s.
.
.
1. “Onderscheiding“, ook weergegeven als werking, formatie, onderbewustzijn, scheppingsdrang, levenswil of levensaandrift.
.
2. “Bewustzijn“.
.
3. “Aandoening” of gevoel, verwekt door de indrukken der zinnen.
.
4. “Voorstelling“, waartoe de indrukken worden verwerkt.
.
5. ’t “Lichamelijke“, het objectieve, want ook de gehele buitenwereld, het waargenomene, wordt tot de elementen gerekend, die het bewuste wezen vormen. Bij de dood blijven deze beginselen over en worden ergens anders in een nieuw individu tot uitdrukking gebracht. Het is of er een licht ergens is uitgeblust en op een andere plaats weder wordt ontstoken”.
.
“Volkomen is iemand, die bevrijding heeft bereikt, bij wie de khandha’s zijn uitgeblust, het Karma vernietigd.” (Woorden van Boeddha, pag. 25, 26, 27).
Het boeddhisme stelt dat we zelf verantwoordelijk zijn voor onze eigen daden, ons geluk en onze ellende. Wij scheppen onze eigen hemel en onze eigen hel. Het leven omvat zowel het goede als het slechte. Naar welke van de twee de balans doorslaat hangt van onszelf af.
We oogsten wat we zaaien. Nu zijn we het resultaat van wat we eens waren en in de toekomst zullen we het resultaat zijn van wat we nu zijn. De uitweg is niet de weg van de verlossing van buitenaf, maar is de weg van toenemend bewustzijn en inzicht, welke door middel van meditatie verkregen wordt.
De Yucca is een huisplant die het liefst niet al te veel verzorging behoeft. Hierdoor is het een ideale plant voor mensen met weinig tijd of die wel eens vergeten om planten water te geven. De plant gedijt het beste in de huiskamer op een plek waar het niet te warm is, maar wel veel zonlicht komt.
De plant kan prima in een pot gehouden worden, met de juiste potgrond. Dit kan op verschillende manieren gerealiseerd worden. Er kan gekozen om als bodem hydrokorrels te gebruiken daarop wat potgrond en de kluit vast te zetten met potgrond. Ook kan er gekozen worden om de plant (voorlopig) met binnenpot en al in een mooie pot te zetten en deze later over te planten of de plant direct in potgrond te zetten.
Er wordt geadviseerd om de plant van april tot augustus normaal te bemesten en hem elk voorjaar te verpotten. Hierbij geldt dat dit beter te weinig, dan te veel kan gebeuren. De plant kun je het beste een keer in de twee weken water geven, zonder dat deze “natte voeten” krijgt.
Ook hierbij geldt beter te weinig, dan te veel. Het wordt wel geadviseerd om een keer in de drie maanden de bladeren nat te spuiten met een plantenspuit. Soms willen de bladeren nog wel eens bruin worden, deze kunnen gerust verwijderd worden zonder dat de plant hieronder lijdt.
De plant groeit niet veel in de lengte. Wel wordt het bladerdek groter en voller. Ook kunnen er uit de stam nieuwe scheuten ontstaan. Dit gebeurd meestal pas na een tijdje als de Yucca goed verzorgd wordt. Deze scheuten zijn ook uitermate geschikt om gestekt te worden.
De Yucca is een redelijk sterke plant, helaas is hij wel gevoelig voor dop-, schilt-, en wolluizen. Deze kun je voornamelijk vinden op de bladoksel en op de jonge bladeren. Dit kun je het beste behandelen met een zachte doek. Hiermee kun je de luizen wegvegen of platdrukken.
Daarna kun je met een kwast gedoopt in een sterke alcoholische drank of (blad)spiritus de aangedane plekken en de overige luizen insmeren. Deze behandeling kun je het beste nog meerdere malen herhalen, om er zeker van te zijn dat de luizen niet meer terug komen. Behandeling met insekticiden wordt afgeraden, omdat hiermee de hele plant wordt vergiftigd.
Elke Yucca soort heeft een brede, grove houten stam waaruit lange, speervormige bladeren groeien. Deze plant kan 40 centimeter tot ongeveer 2 meter hoog worden. De breedte van de stam en van het bladeren dek kan variëren. Er zijn vier soorten die gebruikt worden als kamerplant.
Dat zijn de twee bonte rassen Quadricolor en Tricolor. Die zoals de naam al doet vermoeden uit vier en drie kleuren bestaan. Hiernaast zijn ook twee groene rassen; de Yucca Aloifolia en de Yucca Elephantipes. De Y. Aloifolia heeft lange, speervormige bladeren met een scherpe punt. De Y. Elephantipes heeft een breder en slapper blad.
Wanneer je van je oude Yucca een paar “nieuwe” wilt maken is stekken een mooie manier. Dit kan op verschillende manieren. De eerste is als je een yucca hebt met één palm top. Deze kun je netjes de stam doormidden zagen, op hoogte die je zelf mooi vindt. De wond hoeft niet perse geseald te worden.
De palmtop kan in vochtige aarde worden gezet en kan na verloop van tijd weer wortel schieten. Aan de stam komen er op een gegeven moment allemaal mooie scheuten aan de zijkant.
De tweede manier is om een aantal zij scheuten los te snijden en deze in vochtige grond te steken. Onthoud hierbij dat de oorsprong van de yucca een woestijngebied is en dus niet van natte voeten houdt.
Goed te herkennen aan
– de grote gele bloemen en
– haar groeiplaats : aan de waterkant
Algemeen
Gele lis is een zeer algemeen voorkomende overblijvende oeverplant, die groeit in stilstaand of langzaam stromend, zoet, ondiep water in moerassen, broekbossen en langs waterkanten. Ze kan tot 1,20 meter hoog worden. De plant heeft een forse ondergronds vertakkende wortelstok, waardoor ze grote bestanden kan vormen.
Vermeerdering vindt plaats via de wortelstok of via zaden.
Bloem
De bloeiperiode is vanaf mei tot en met juli. De grote gele bloemen zijn opvallend van bouw. Ze hebben 6 bloemdekbladen. De 3 grote buitenste bladen zijn eirond, hebben een honingmerk en hangen naar beneden.
Ze dienen als landingsplaats voor bezoekende insecten. De 3 binnenste bloemdekbladen vallen nauwelijks op. Ze zijn veel kleiner en staan omhoog, maar komen niet boven de stijlen uit. De 3 stijlen hebben zich kroonbladachtig ontwikkeld, staan (schuin) omhoog en hebben een top met 2 lobben.
Blad en vrucht
De bladeren zijn zwaardvormig, iets blauwgroen van kleur en ruiken niet onaangenaam bij doorbreken. De schijfvormige zaden zijn bruin en komen in de herfst vrij. Ze blijven goed drijven en kunnen daarom ver verspreid worden door het water.
Toepassingen
Gele lis is in staat om afvalwater schoon te filteren. Ook handig voor de tuinvijver. De wortel werd vroeger in combinatie met ijzerzouten gebruikt om stoffen zwart te kleuren. Alle delen van de plant zijn giftig.
Algemeen
– lissenfamilie (Iridaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen
– 40 tot 120 cm
Bloem
– geel
– mei en juni
– alleenstaand
– 5 tot 12 cm
– 6 bloemdekbladen, vergroeid
– 3 meeldraden
– 3 stijlen
Blad
– in twee rijen
– enkelvoudig
– zwaardvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet (half) stengelomvattend
– parallelnervig
– iets blauwgroen
Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rolrond
zie wilde bloemen


.
.
.


Het verhaal uit het Nieuwe Testament, de vermenigvuldiging van de broden staat ook bekend onder andere titels, het mirakel van de vijf broden en twee vissen, de wonderbare broodvermenigvuldiging, de wonderbare spijzi- ging of de spijziging van de menigte; het is een van de Wonderen van Jezus.
De vier evangelisten vertellen het.
Evangelie volgens Matteüs 14:14-21 en nog eens 15:32-38
Evangelie volgens Marcus 6:34-44 en nog eens 8:1-9
Evangelie volgens Lucas 9:12-17
Evangelie volgens Johannes 6:5-14.
Volgens sommigen is de tweede versie bij Matteüs en bij Marcus een tweede mirakel, wegens het verschil in plaats en getallen, volgens andere is het een herhaling.

Tegen de avond kwamen zijn discipelen bij hem en zeiden: “Het is al lang tijd om te eten en hier is niets te krijgen. Er woont hier niemand. U moet de mensen maar wegsturen. Dan kunnen zij naar de dorpen gaan en daar eten kopen.” Jezus antwoordde: “Dat hoeft niet. Geven jullie hun maar te eten.” “Hoe dan?” vroegen zij. “Het enige wat wij hebben, zijn vijf broden en twee vissen.” Jezus brak de broden in stukken en gaf deze aan zijn discipelen. Ze gaven ze weer aan de mensen. Iedereen kon zoveel eten als hij wilde. Er bleef zelfs nog over: Twaalf manden vol. En er waren maar liefst 5000 mannen; dus vrouwen en kinderen niet meegerekend.
In het licht van Jesaja 55, 1-3, kan men er van uitgaan dat de tekst over de wonderbare broodvermenigvuldiging allereerst het verhaal is van mensen die Jezus achterna gaan om zich te voeden met zijn woord. Zo wordt deze tekst het beeld van het stillen van de geestelijke honger van de mensen. De honger naar wat hun leven zinvol kan maken.
Twaalf manden overschot
Die overschot is niet in verhouding tot de vijf broden en de twee vissen uit het begin van de tekst. Het zegt beeldend dat wie van dat ‘brood’ eet, leven in overvloed heeft. Welke gebeurtenis er ook aan de basis heeft gelegen van de broodvermenigvuldiging die wel 7 keer voorkomt in het Nieuwe Testament, feit is dat de eerste christenen er al heel vlug een beeld in hebben gezien van de betekenis van Jezus in hun leven. In de loop van de jaren hebben ze dit gebeuren verder gekneed en gevormd, zodat deze tekst in de catechese kon gebruikt. De hoeveelheden brood, de hoeveelheid vis, de hoeveelheid overschot, werden aangepast aan wat men ermee wilde zeggen.
twee vissen
kan verwijzen naar de twee delen van de bijbel (Oude en Nieuwe Testament): twee is het getal dat staat voor getuigenis
vijf broden
kan verwijzen naar de vijf boeken van Mozes (Pentateuch), waarin het programma van God (de wetten) te vinden zijn: 5 staat symbool voor de behoeften en de verantwoordelijkheden van de mens.
twaalf manden overschot
kan verwijzen naar de twaalf apostelen en zo naar de hele Kerk: 12 staat ook symbool voor perfect bestuur in een perfect Koninkrijk

Dat Jezus het volk overvloedig voedt met brood en vis, maar vooral met zijn bevrijdend woord, betekent dat de tijd van de Messias is aangebroken. Met het verhaal van de broodvermenigvuldiging wilden de evangelisten duidelijk maken dat Jezus, net zoals God, zijn volk niet in de steek laat. (vgl met het verhaal over het manna in het Oude Testament)
Dat Jezus veel mensen te eten geeft komt op zes verschillende plaatsen voor in het Nieuwe Testament. Dat er zoveel versies zijn, toont aan hoe belangrijk de eerste christenen het vonden om dit door te vertellen. Wie deze zes teksten zorgvuldig leest, vindt er vele verwijzingen naar het laatste avondmaal van Jezus en de eucharistie (‘Breken van het brood’).
Het gebeuren speelt zich af in de avond, het moment waarop de eerste christenen bijeenkwamen om eucharistie te vieren. Het moment ook waarop het laatste avondmaal gesitueerd wordt. De handelingen bij dit gebeuren, komen ook terug in het laatste avondmaal en in de eucharistie.
Merk bij het lezen op dat de evangelisten Matteüs en Lucas in hun tekst niets meer schrijven over de vissen waarover Marcus en Johannes het hebben. Hierdoor trekken ze heel sterk de aandacht op het brood dat een grote symboolwaarde heeft. Later hebben de eerste christenen die Grieks spraken, die vissen terug opgenomen in de beeldspraak. Elke letter van het Griekse woord voor vis (IXTUS) was de beginletter van vijf woorden die de betekenis van Jezus weergeven: Jezus, Christus, Zoon van God, Redder.
Reeds zeer vroeg werd de broodvermenigvuldiging verteld en geïnterpreteerd tegen de achtergrond van het vieren van de eucharistie. De ‘broodvermenigvuldiging’ is een wonderverhaal, een verhaal waarvan de betekenis belangrijker is dan het feit dat mogelijk aan de basis van deze tekst ligt. Omwille van die betekenis moet men niet alleen aandacht besteden aan de manier waarop men dit verhaal brengt, maar ook aan de mogelijkheid die de toehoorders (kinderen, jongeren, volwassenen) hebben om doorheen de feiten ook de betekenis ervan te zien.



Het wenende oog van Maria
Pasteltekening van John Astria
Toen raakte Hij hun ogen aan, zeggende: U geschiede naar uw geloof.
.
.
En hun ogen zijn geopend geworden. En Jezus heeft hun zeer gestrengelijk verboden, zeggende: Ziet, dat niemand het wete.
.
.
Want het hart dezes volks is dik geworden, en zij hebben met de oren zwaarlijk gehoord, en hun ogen hebben zij toegedaan; opdat zij niet te eniger tijd met de ogen zouden zien, en met de oren horen, en met het hart verstaan, en zich bekeren, en Ik hen geneze.
.
.
Doch uw ogen zijn zalig, omdat zij zien, en uw oren, omdat zij horen.
.
.
En hun ogen opheffende, zagen zij niemand, dan Jezus alleen.
.
.
En indien uw oog u ergert, trekt het uit, en werpt het van u. Het is u beter, maar een oog hebbende, tot het leven in te gaan, dan twee ogen hebbende, in het helse vuur geworpen te worden.
.
.
Zij zeiden tot Hem: Heere! dat onze ogen geopend worden.
.
.
En Jezus, innerlijk bewogen zijnde met barmhartigheid, raakte hun ogen aan; en terstond werden hun ogen ziende, en zij volgden Hem.
.
.
Jezus zeide tot hen: Hebt gij nooit gelezen in de Schriften: De steen, dien de bouwlieden verworpen hebben, deze is geworden tot een hoofd des hoeks; van den Heere is dit geschied, en het is wonderlijk in onze ogen?
.
.
En komende bij hen, vond Hij hen wederom slapende; want hun ogen waren bezwaard.
.
.
Ogen hebbende, ziet gij niet? En oren hebbende, hoort gij niet?
.
.
En de hand des blinden genomen hebbende, leidde Hij hem uit buiten het vlek, en spoog in zijn ogen, en leidde de handen op hem, en vraagde hem, of hij iets zag.
.
.
Daarna leidde Hij de handen wederom op zijn ogen, en deed hem opzien. En hij werd hersteld, en zag hen allen ver en klaar.
.
.
En indien uw oog u ergert, werpt het uit; het is u beter maar een oog hebbende in het Koninkrijk Gods in te gaan, dan twee ogen hebbende, in het helse vuur geworpen te worden;
.
.
Van den Heere is dit geschied, en het is wonderlijk in onze ogen?
.
.
En wedergekeerd zijnde, vond Hij hen wederom slapende, want hun ogen waren bezwaard; en zij wisten niet, wat zij Hem antwoorden zouden.
.
.
Want mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien,
.
.
En als Hij het boek toegedaan en de dienaar wedergegeven had, zat Hij neder; en de ogen van allen in de synagoge waren op Hem geslagen.
.
.
En Hij, Zijn ogen opslaande over Zijn discipelen, zeide: Zalig zijt gij, armen, want uwer is het Koninkrijk Gods.
.
.
En Zich kerende naar de discipelen, zeide Hij tot hen alleen: Zalig zijn de ogen, die zien, hetgeen gij ziet.
.
.
En de rijke stierf ook, en werd begraven. En als hij in de hel zijn ogen ophief, zijnde in de pijn, zag hij Abraham van verre, en Lazarus in zijn schoot.
.
.
En de tollenaar, van verre staande, wilde ook zelfs de ogen niet opheffen naar den hemel, maar sloeg op zijn borst, zeggende: O God! wees mij zondaar genadig!

.
.
.
Zeggende: Och, of gij ook bekendet, ook nog in dezen uw dag, hetgeen tot uw vrede dient! Maar nu is het verborgen voor uw ogen.
.
.
En een zekere dienstmaagd, ziende hem bij het vuur zitten, en haar ogen op hem houdende, zeide: Ook deze was met Hem.
.
.
En hun ogen werden gehouden, dat zij Hem niet kenden.
.
.
En hun ogen werden geopend, en zij kenden Hem; en Hij kwam weg uit hun gezicht.
.
.
En Hij nam het, en at het voor hun ogen.
.
.
Zegt gijlieden niet: Het zijn nog vier maanden, en dan komt de oogst? Ziet, Ik zeg u: Heft uw ogen op en aanschouwt de landen; want zij zijn alrede wit om te oogsten.
.
.
Jezus dan, de ogen opheffende, en ziende, dat een grote schare tot Hem kwam, zeide tot Filippus: Van waar zullen wij broden kopen, opdat deze eten mogen?
.
.
Dit gezegd hebbende, spoog Hij op de aarde, en maakte slijk uit dat speeksel, en streek dat slijk op de ogen des blinde;
.
.
Zij dan zeiden tot hem: Hoe zijn u de ogen geopend?
.
.
Hij antwoordde en zeide: De Mens, genaamd Jezus, maakte slijk, en bestreek mijn ogen, en zeide tot mij: Ga heen naar het badwater Siloam, en was u. En ik ging heen, en wies mij, en ik werd ziende.
.
.
En het was sabbat, als Jezus het slijk maakte, en zijn ogen opende.
.
.
De Farizeeën dan vraagden hem ook wederom, hoe hij ziende geworden was. En hij zeide tot hen: Hij legde slijk op mijn ogen, en ik wies mij, en ik zie.
.
.
Zij zeiden wederom tot den blinde: Gij, wat zegt gij van Hem; dewijl Hij uw ogen geopend heeft? En hij zeide: Hij is een Profeet.
.
.
Maar hoe hij nu ziet, weten wij niet; of wie zijn ogen geopend heeft, weten wij niet; hij heeft zijn ouderdom, vraagt hem zelven; hij zal van zich zelven spreken.
.
.
En zij zeiden wederom tot hem: Wat heeft Hij u gedaan? Hoe heeft Hij uw ogen geopend?
.
.
De mens antwoordde, en zeide tot hen: Hierin is immers wat wonders, dat gij niet weet, van waar Hij is, en nochtans heeft Hij mijn ogen geopend.
.
.
Van alle eeuw is het niet gehoord, dat iemand eens blindgeborenen ogen geopend heeft.
.
.
Anderen zeiden: Dit zijn geen woorden eens bezetenen; kan ook de duivel der blinden ogen openen?
.
.
En sommigen uit hen zeiden: Kon Hij, Die de ogen des blinden geopend heeft, niet maken, dat ook deze niet gestorven ware?
.
.
Zij namen dan den steen weg, waar de gestorvene lag. En Jezus hief de ogen opwaarts, en zeide: Vader, Ik dank U, dat Gij Mij gehoord hebt.
.
.
Hij heeft hun ogen verblind, en hun hart verhard; opdat zij met de ogen niet zien, en met het hart niet verstaan, en zij bekeerd worden, en Ik hen geneze.
.
.
Dit heeft Jezus gesproken, en Hij hief Zijn ogen op naar den hemel, en zeide: Vader, de ure is gekomen, verheerlijk Uw Zoon, opdat ook Uw Zoon U verheerlijke.
.
.
En als Hij dit gezegd had, werd Hij opgenomen, daar zij het zagen, en een wolk nam Hem weg van hun ogen.
.
.
En alzo zij hun ogen naar den hemel hielden, terwijl Hij heenvoer, ziet, twee mannen stonden bij hen in witte kleding;

.
.
.
En hij hield de ogen op hen, verwachtende, dat hij iets van hen zou ontvangen.
.
.
En allen, die in den raad zaten, de ogen op hem houdende, zagen zijn aangezicht als het aangezicht van een engel.
.
.
Maar hij, vol zijnde des Heiligen Geestes, en de ogen houdende naar den hemel, zag de heerlijkheid Gods, en Jezus, staande ter rechter hand Gods.
.
.
En Saulus stond op van de aarde; en als hij zijn ogen opendeed, zag hij niemand. En zij, hem bij de hand leidende, brachten hem te Damaskus.
.
.
En terstond vielen af van zijn ogen gelijk als schellen, en hij werd terstond wederom ziende; en stond op, en werd gedoopt.
.
.
Maar Petrus, hebbende hen allen uitgedreven, knielde neder en bad: en zich kerende tot het lichaam, zeide hij: Tabitha, sta op! En zij deed haar ogen open, en Petrus gezien hebbende, zat zij over einde.
.
.
En hij, de ogen op hem houdende, en zeer bevreesd geworden zijnde, zeide: Wat is het Heere? En hij zeide tot hem: Uw gebeden en uw aalmoezen zijn tot gedachtenis opgekomen voor God.
.
.
Op welk laken als ik de ogen hield, zo merkte ik, en zag de viervoetige dieren der aarde, en de wilde, en de kruipende dieren, en de vogelen des hemels.
.
.
Doch Saulus (die ook Paulus genaamd is), vervuld met den Heiligen Geest, en de ogen op hem houdende, zeide:
.
.
Deze hoorde Paulus spreken; welke de ogen op hem houdende, en ziende, dat hij geloof had om gezond te worden,
.
.
Dezelve openende, en voor ogen stellende, dat de Christus moest lijden en opstaan uit de doden, en dat deze Jezus is de Christus, Dien ik, zeide hij, ulieden verkondige.
.
.
En Paulus, de ogen op den raad houdende, zeide: Mannen broeders! ik heb met alle goed geweten voor God gewandeld tot op dezen dag.
.
.
Om hun ogen te openen, en hen te bekeren van de duisternis tot het licht, en van de macht des satans tot God; opdat zij vergeving der zonden ontvangen, en een erfdeel onder de geheiligden, door het geloof in Mij.
.
.
Want het hart dezes volks is dik geworden, en met de oren hebben zij zwaarlijk gehoord, en hun ogen hebben zij toegedaan; opdat zij niet te eniger tijd met de ogen zouden zien, en met de oren horen, en met het hart verstaan, en zij zich bekeren, en Ik hen geneze.
.
.
Er is geen vreze Gods voor hun ogen.
.
.
God heeft hun gegeven een geest des diepen slaaps; ogen om niet te zien, en oren om niet te horen tot op den huidigen dag.
.
.
Dat hun ogen verduisterd worden, om niet te zien; en verkrom hun rug allen tijd.
.
.
Ziet gij aan wat voor ogen is? Indien iemand bij zichzelven betrouwt, dat hij van Christus is, die denke dit wederom uit zichzelven, dat gelijkerwijs hij van Christus is, alzo ook wij van Christus zijn.
.
.
O gij uitzinnige Galaten, wie heeft u betoverd, dat gij der waarheid niet zoudt gehoorzaam zijn; denwelken Jezus Christus voor de ogent e voren geschilderd is geweest, onder u gekruist zijnde?
.
.
Welke was dan uw gelukachting? Want ik geef u getuigenis, dat gij, zo het mogelijk ware, uw ogen zoudt uitgegraven, en mij gegeven hebben.
.
.
Namelijk verlichte ogen uws verstands, opdat gij moogt weten, welke zij de hoop van Zijn roeping, en welke de rijkdom zij der heerlijkheid van Zijn erfenis in de heiligen;
.
.
En er is geen schepsel onzichtbaar voor Hem; maar alle dingen zijn naakt en geopend voor de ogen Desgenen, met Welken wij te doen hebben.
.
.
Want de ogen des Heeren zijn over de rechtvaardigen, en Zijn oren tot hun gebed; maar het aangezicht des Heeren is tegen degenen, die kwaad doen.
.
.
Hebbende de ogen vol overspel, en die niet ophouden van zondigen; verlokkende de onvaste zielen, hebbende het hart geoefend in gierigheid, kinderen der vervloeking;
.
.
Hetgeen van den beginne was, hetgeen wij gehoord hebben, hetgeen wij gezien hebben met onze ogen, hetgeen wij aanschouwd hebben, en onze handen getast hebben, van het Woord des levens;
.
.
Maar die zijn broeder haat, is in de duisternis, en wandelt in de duisternis, en weet niet, waar hij henengaat; want de duisternis heeft zijn ogen verblind.
.
.
Want al wat in de wereld is, namelijk de begeerlijkheid des vleses, en de begeerlijkheid der ogen, en de grootsheid des levens, is niet uit den Vader, maar is uit de wereld.
.
.
En Zijn hoofd en haar was wit, gelijk als witte wol, gelijk sneeuw; en Zijn ogen gelijk een vlam vuurs;
.
.
En schrijf aan den engel der Gemeente te Thyatire: Dit zegt de Zoon van God, Die Zijn ogen heeft als een vlam vuurs, en Zijn voeten zijn blinkend koper gelijk:
.
.
Ik raad u dat gij van Mij koopt goud, beproefd komende uit het vuur, opdat gij rijk moogt worden; en witte klederen, opdat gij moogt bekleed worden, en de schande uwer naaktheid niet geopenbaard worde; en zalf uw ogen met ogenzalf, opdat gij zien moogt.
.
.
En voor den troon was een glazen zee, kristal gelijk. En in het midden des troons, en rondom den troon, vier dieren, zijnde vol ogen van voren en van achteren.
.
.
En de vier dieren hadden elkeen voor zichzelven zes vleugelen rondom, en waren van binnen vol ogen; en hebben geen rust dag en nacht, zeggende: Heilig, heilig, heilig is de Heere God, de Almachtige, Die was, en Die is, en Die komen zal.
.
.
En ik zag, en ziet, in het midden van den troon, en van de vier dieren, en in het midden van de ouderlingen, een Lam, staande als geslacht, hebbende zeven hoornen, en zeven ogen; dewelke zijn de zeven geesten Gods, die uitgezonden zijn in alle landen.
.
.
Want het Lam, Dat in het midden des troons is, zal hen weiden, en zal hun een Leidsman zijn tot levende fonteinen der wateren; en God zal alle tranen van hun ogen afwissen.
.
.
En Zijn ogen waren als een vlam vuurs, en op Zijn hoofd waren vele koninklijke hoeden; en Hij had een naam geschreven, die niemand wist, dan Hij Zelf.
.
.
En God zal alle tranen van hun ogen afwissen; en de dood zal niet meer zijn; noch rouw, noch gekrijs, noch moeite zal meer zijn; want de eerste dingen zijn weggegaan.


Goed te herkennen aan
– aan de kleine 5-tallige, lang gesteelde, gele bloemetjes met tussen de kroonbladen uitstekende spitse kelkbladen en
– aan de hoofdjes met vruchtjes, die een haakvormige, roodachtige snavel hebben
Algemeen
Geel nagelkruid of gewoon nagelkruid is een in de Benelux vrij algemeen voorkomende, 30-60 cm hoge kruidachtige plant uit de rozenfamilie(Rosaceae). De soort urbanum is afgeleid van het Latijnse woord voor stad, omdat de soort vroeger vooral in de buurt van steden en dorpen voorkwam.
Ze groeit op half beschaduwde plaatsen met vochtige tot droge grond in loofbossen en onder struikgewas, aan slootkanten, op noordhellingen in de duinen en op braakliggende terreinen.
Bloem
Geel nagelkruid bloeit vanaf mei tot en met juli (september) met kleine gele, 5-tallige, lang gesteelde bloemetjes. De ei-ronde kroonbladen zijn ongeveer even lang als de smalle kelkbladen, die tussen de kroonbladen te zien zijn. Na de bloei worden de kelkbladen terug geslagen.
Per bloemetje worden ongeveer 80 vruchtjes gevormd. De vruchtjes hebben een lange snavel met een weerhaakje, waardoor ze makkelijk in de vacht van dieren of aan de kleding van mensen blijven hangen en zo verspreid worden.
Blad en stengel
De stengels en bladeren zijn behaard. Het stengelblad is samengesteld en bestaat uit drie spitse ruitvormige deelblaadjes en grote, bladachtige steunblaadjes. De wortelbladeren zijn oneven geveerd, bestaan uit 2 tot 4 paar, getande deelblaadjes, die zeer ongelijk van grootte zijn, met kleine tussenblaadjes en een niervormig afgerond, ondiep gelobd topblad.
Toepassingen
Geel nagelkruid wordt al eeuwen als geneeskruid gebruikt en kent vele toepassingen. De wortel bevat een zwak giftige, vluchtige olie, die naar kruidnagels ruikt (vandaar de naam nagelkruid) en die een pijnstillende en antiseptisch werking heeft. In de volksgeneeskunde wordt de olie gebruikt als middel om te gorgelen bij mond- en keelontsteking. In de homeopathie wordt de plant gebruikt bij hevige transpiratie.
Gedroogde wortels en verse, voor de bloei geplukte bladeren van de plant werden vroeger als aftreksel gebruikt tegen maag- en darmstoornissen, diarree, en tegen ontsteking. In de Middeleeuwen werd nagelkruid gebruikt om kruidenwijn uit te brouwen en ook werd het toegevoegd aan bier om te voorkomen dat het zuur zou worden.
Tegenwoordig wordt van de gedroogde plant nog wel thee gemaakt. De bladeren kunnen, mits voor de bloei geplukt, worden gebruikt in salades en soepen.
Algemeen
– rozenfamilie (Rosaceae)
– overblijvend
– algemeen tot vrij zeldzaam
– 30 tot 60 cm
Bloem
– geel
– vanaf mei t/m juli (september)
– lang gesteeld alleenstaand
– 8 tot 15 mm
– stervormig
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 bijkelkblaadjes
– meer dan 20 meeldraden
– meer dan 20 stijlen
Blad
– verspreid
– samengesteld
– wortelbladeren :
– oneven veervormig
– niervormig topblad
– top afgerond
– stengelbladeren :
– 3 ruitvormige deelblaadjes
– grote steunblaadjes
– top spits
– rand getand
– voet wigvormig
– veernervig
– zacht behaard
Stengel
– rechtop
– behaard
zie wilde bloemen