Categorie archief: Kamerplanten en bloemen

Roze vetkruid : Sedum spurium

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de tuilen stervormige roze (soms witte of rode) bloemen en
– de vlezige bladeren

 

 

 

 


Bloem 

 

Roze vetkruid is een overblijvende, zoden vormende vetplant op droge, vaak stenige plaatsen. Oorspronkelijk komt ze uit de Kaukasus. In de Lage Landen is ze vanuit tuinen verwilderd en heeft ze zich plaatselijk kunnen handhaven. Ze wordt 10 tot 20 cm hoog. Ze bloeit in juli en augustus met roze (soms rode of witte) bloemen die aan het einde van de bloeistengel in een platte, dichtbloemige tuil gegroepeerd staan.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– vetplantenfamilie (Crassulaceae)
– overblijvend
– plaatselijk ingeburgerd
– 10 tot 20 cm

Bloem
– roze, soms wit of rood
– juli en augustus
– tuil
– stervormig
– tot 2,5 cm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 vlezige kelkbladen
– 10 meeldraden
– 5 stijlen

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– omgekeerd eirond
– top stomp
– rand gekarteld tot gezaagd
– voet wigvormig
– vlezig

Stengel
– rechtop
– kort behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

.

 

 

 

 

 

 

 

Ronde ooievaarsbek : Geranium rotundifolium

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

.

 

Goed te herkennen aan
– de kleine roze bloemetjes met 5 kroonbladen met ronde of iets uitgerande met ondiepe inkeping top en
– de in omtrek ronde bladeren en
– de beharing van de plant; alle delen, behalve de kroonbladen zijn behaard, ook met klierharen

 

 

 

.

 

Algemeen

 

Ronde ooievaarsbek is een eenjarig plantje. Ze groeit op open, droge, kalkrijke, vaak stenige plaatsen. Ze is zeer zeldzaam en voornamelijk te vinden in stedelijke gebieden. Behalve de kroonbladen is de hele plant zacht afstaand behaard met haren en klierharen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeiperiode is vanaf april tot en met september. De kleine bloemetjes hebben 5 niet gespleten kroonbladen met een ronde of iets uitgerande top. Ze zijn roze, aan de basis wit en hebben drie donkere lijnen.

 

 

 

 

 

Blad

 

De onderste bladeren zijn lang gesteeld en 5- tot 7-lobbig. De bovenste zijn korter gesteeld, 3- tot 5-lobbig en hebben in de insnijding een rode vlek.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

glanzige ooievaarsbek : zeer zeldzaam in stedelijke gebieden en langs de binnenduinrand > glanzend blad

 

gewone reigersbek : 2 van de 5 kroonbladen zijn iets kleiner met vlek > geveerd blad

duinreigersbek : 2 van de 5 kroonbladen zijn iets kleiner zonder vlek > geveerd blad

kleverige reigersbek : 5 gelijke kroonbladen zonder vlek, kleverige plant > geveerd blad

 

robertskruid : donkergeel tot oranje stuifmeel > ingesneden en in omtrek niet rond blad

klein robertskruid : geel stuifmeel, stadsplant en daar zeldzaam > ingesneden en in omtrek niet rond blad

 

slipbladige ooievaarsbek : afstaand behaard, bovenste deel met klierharen > ingesneden en in omtrek rond blad met smalle slippen

fijne ooievaarsbek : aangedrukt behaard zonder klierharen > ingesneden en in omtrek rond blad met smalle slippen

 

zachte ooievaarsbek : helder roze stempels, stengels behaard met lange en korte haren > ingesneden en in omtrek rond blad met lobben

kleine ooievaarsbek : gele stempels, stengels behaard met alleen korte haren > ingesneden en in omtrek rond blad met lobben

ronde ooievaarsbek : kroonbladen zonder top-insnijding > ingesneden en in omtrek rond blad met lobben

 

 

glanzige ooievaarsbek

 

 

 

gewone reigersbek

 

 

 

duinreigersbek

 

 

 

kleverige reigersbek

 

 

 

robertskruid

 

 

 

klein robertskruid

 

 

 

slipbladige ooievaarsbek

 

 

 

kleine ooievaarsbek

 

 

 

Algemeen

 

– ooievaarsbekfamilie (Geraniacea)
– eenjarig
– zeer zeldzaam
– 10 tot 40 cm

Bloem
– roze
– vanaf april t/m september
– gesteeld , met 2 bij elkaar
– stervormig
– tot 1 cm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 1 stijl met 5 stempels

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– handvormig gelobd
– 5- tot 7-delig
– in omtrek rond
– top stomp
– handnervig
– behaard, ook met klierharen

Stengel
– liggend of opstijgend
– behaard, ook met klierharen
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

.

 

 

 

 

 

 

 

Onkruid soorten in ons land – letter G

Standaard

Categorie: Kamerplanten en bloemen

 

Onkruid soorten

 

Hieronder vindt u alle soorten onkruid die ons land kent. Een enorm groot overzicht maar netjes op alfabetische volgorde en met omschrijving. Veel succes met het herkennen en bestrijden van deze vaak hardnekkige planten.

 

 

De Ganzerikken (Rosaceae)

 

Het geslacht Ganzerik omvat een aantal charmante soorten en behoort tot de Rozenfamilie, net als de aardbei, waar de planten wat blad en bloem betreft veel van weg hebben. Het zijn wijdverbreide overblijvende planten, die meestal in vijven verdeelde bladeren hebben; de bloemen hebben meestal vijf bloemblaadjes.

 

 

Vijfvingerkruid

 

Bij het VIJFVINGERKRUID (Potentilla reptans) zijn de bladeren, zoals de naam al zegt, verdeeld in vijf blaadjes, zodat ze eruit zien als miniatuur kastanjebladeren. Net als de aardbei produceert deze plant uitlopers die snel wortels vormen op de knopen. Op die manier kan hij per seizoen meer dan 12 m2 in beslag nemen. De wortelstok is dik en zowel de bladeren als de goudgele bloemen staan afzonderlijk op lange stelen in de oksels van de schutblaadjes, die in paren langs de stengels staan. Door zijn zwartachtige penwortel, die meer dan 30 cm in de grond dringt, zijn uitbundige groei en zijn vruchten die gemiddeld 90 zaden bevatten, is Vijfvingerkruid een onkruid dat serieus genomen moet worden. Verspreid over bijna heel het noordelijk halfrond; in ons land vrij algemeen langs wegen, dijken en sloten en onder kreupelhout.

 

 

 

 

 

 

 

Zilverschoon

 

Een nog groter verspreidingsgebied heeft ZILVERSCHOON (Potentilla anserina). Het is een aardige plant om te zien met zijn mooie zijdeachtig zilveren bladeren, bestaande uit 7-12 paar blaadjes afgewisseld met kleinere daartussenin, en met zijn heldergele bloemen op rode steeltjes. Als de plant de kans krijgt zal hij uw gazon bezetten met zijn kruipende- en wortel schietende uitlopers. Bovendien is hij ook nog zelffertiel, zodat hij het zonder insecten voor de bestuiving kan stellen. Iedere bloem kan tot vijftig vruchtjes voortbrengen, die door vogels worden gegeten en verspreid. De verspreiding kan ook door water plaatsvinden. In ons land is Zilverschoon zeer algemeen in graslanden, langs wegen en dijken, op akkers, ruige plaatsen enzovoort. De bloeitijd is van mei tot en met augustus.

 

 

 

 

 

 

 

Kruipganzerik

 

Een van de sierlijkste leden van het geslacht is KRUIPGANZERIK (Potentilla anglica), met goudgele bloempjes die meestal viertallig zijn en 1-1,5 cm in doorsnee. De bladeren aan de basis van de plant zijn meestal vijftallig, de bovenste bestaan uit drie blaadjes. Rond de stengel groeien ze afzonderlijk, met zijn tweeën of in kransen. De bloeitijd is juni-augustus. In ons land vrij algemeen, vooral op beschaduwde zandgrond.

 

 

 

 

 

 

 

De Ganzevoetfamilie (Chenoopodiaceae)

 

De leden van deze familie zijn te herkennen aan de vormen van het blad. Zowel de wetenschappelijke als de Nederlandse benaming duiden daar ook op. (Het Griekse woord chen betekent gans en podion wil zeggen voetje). De verschillende soorten zijn onderling moeilijk te onderscheiden. Daarvoor is een vergrootglas noodzakelijk, maar voor de tuinier zijn de verschillen van blad en bloeiwijze wel voldoende voor de determinatie. Vele soorten uit deze groep zijn eetbaar: zowel de kroot als de suikerbiet en de spinazie en voordat de laatste werd ingevoerd stond Melganzevoet dan ook in hoog aangezien als voedselplant voor mens en dier.

 

 

Melganzenvoet

 

MELGANZEVOET (Chenopodium album) is een eenjarige plant die sterk in hoogte varieert; soms is hij maar 15 cm hoog, soms wel 1,20 meter. De stengels, die vaak roodachtig van kleur zijn, hebben groene of paarsachtige ribbels en kunnen zowel vertakt als onvertakt zijn. De afwisselend staande bladeren hebben verschillende vormen. De onderste hebben de karakteristieke ganzevoetvorm, maar zonder slippen. De bovenste zijn soms lijnvormig; ze groeien dicht tegen de stengel aan en zijn gewoonlijk meelachtig bestoven, vooral aan de onderkant en wanneer ze nog jong zijn.

Dit onkruid is heel gemakkelijk te herkennen: gewoonlijk is het een sterk vertakte plant met een pyramidevorm, bekroond door dicht opeenstaande aren met vaalgroene bloempjes. De buitenste zaadhuid heeft soms heel flauwe, vertakte ribbels op een verder bijna gladde ondergrond en soms verhoogde lijnen die een onregelmatig celachtig patroon vormen.

De bloeiperiode is van juli tot in de herfst en iedere plant produceert ongeveer 3000 zaden; dit aantal kan echter oplopen tot wel 20.000. Het is in ons land de meest algemene Ganzevoet en de plant heeft zich vanuit Europa en Midden-Azië over de gehele wereld verspreid. Heeft een voorkeur voor losse, vochtige, stikstofrijke klei- of zandgrond en onttrekt grote hoeveelheden voedingsstoffen aan de bodem.

 

 

 

 

 

 

 

 

Korrelganzenvoet

 

KORRELGANZEVOET (Chenopodium polyspermum) is een eenjarige plant met rechtopstaande of liggende stengels, die roodgekleurd zijn en meestal vierhoekig. Kan 20 tot 75 cm hoog worden. De ongeveer 5 cm lange bladeren zijn ovaal of ellipsvormig en staan afwisselend langs de stengels. Ze zijn onverdeeld of hebben aan de basis een of twee tandachtige uitsteeksels. De zeer kleine groene bloempjes staan in groepjes bijeen in slanke aren die in de bladoksels ontspringen.

De buitenste zaadhuid heeft putjes met gegolfde randen. Iedere plant brengt ongeveer 4000 zaden voort. De bloeiperiode loopt van juli tot en met september. Korrelganzevoet is gesteld op goed doorluchte, vochtige grond die zwak zuur tot alkalisch is en rijk aan stikstof. Inheems in Europa en Noord-Azië; in ons land algemeen langs wegen, in moestuinen en op bouwland.

 

 

 

 

 

 

 

 

Brave Hendrik

 

Bij BRAVE HENDRIK (Chenopodium bonus-henricus) hebben de onderste bladeren de kenmerkende driehoekige vorm, waarbij de slippen een rechte hoek maken met de bladstelen. De bladeren die hogerop staan zijn smaller en vormen een stompere hoek. De zeer kleine groene bloempjes staan dicht opeen in spits toelopende bloeiwijzen, die alleen aan de basis bladeren dragen. De bloeitijd is mei tot augustus. Alle bladeren staan afwisselend; ze zijn vrij dik en donkergroen.

Brave hendrik is een rechtop groeiende, overblijvende plant die 14 tot 60 cm hoog wordt. De zaadhuid heeft een ruw, gestippeld uiterlijk. De plant is inheems in heel Europa (behalve het hoge Noorden) en werd vroeger gekweekt als voedsel en geneeskruid. In ons land een zeldzame verschijning, nog het meest in Zuid-Limburg. Houdt van stikstofrijke grond.

 

 

 

 

 

 

 

Uitstaande Melde

 

UITSTAANDE MELDE (Atriplex patula) is te herkennen aan de stengels, die vaak wit met groen of rood met groen gestreept zijn en ook aan de bladeren. De onderste bladeren hebben de echte ganzevoetvorm, dat wil zeggen ze zijn drieslippig, waarbij de middelste slip het langst is en getande randen heeft; de twee zijslippen maken een stompe hoek met de bladsteel. De bovenste bladeren zijn niet verdeeld in slippen en worden smaller en kleiner naarmate ze meer bovenaan de stengel zitten.

De twee geslachten Cenopodium en Atriplex verschillen in de bouw van de bloemen. Bij eerstgenoemde zijn de bloemen hermafrodiet, dat wil zeggen dat in één bloem zowel meeldraden als stampers voorkomen; bij Atriplex komen aparte mannelijke en vrouwelijke bloemen voor, die echter wel op dezelfde plant zitten.

Uitstaande melde is een eenjarige, forse plant, die soms rechtop groeit maar meestal op de grond ligt. De stengels zijn sterk vertakt en tot 90 cm lang. De groene bloempjes vormen kleine groepjes op lange aren die uit de bladoksels ontspringen. De bloeitijd loopt van juli tot en met september. Het verspreidingsgebied omvat Europa, Azië, Afrika en Noord-Amerika. In ons land zeer algemeen op bouwland, in moestuinen, op mestvaalten en langs wegen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Grassen (Gramineae)

 

Grassoorten komen veelvuldig voor en zijn zeer moeilijk uit te roeien. Omdat ze zo gemakkelijk zaad vormen kun je grassen op de meest onwaarschijnlijke plaatsen tegenkomen. Grassen worden door de wind bestoven en ze hebben dus geen bijen, vlinders of andere insecten nodig om dit te doen. Zodra de zaden rijp zijn worden ze gretig verorberd door kleine vogels als mussen en vinken, die daardoor ook een bijdrage leveren aan de verspreiding.

De grassen vormen een van de grootste families uit het plantenrijk met ongeveer 650 geslachten en 9000 soorten. Behalve onkruiden leveren de grassen ook een aantal van de meest belangrijke voedselgewassen voor mens en dier: tarwe, haver, gerst, rogge, gierst, mais, rijst. Behalve deze vruchtdragende gewassen zijn ook andere grassen voor vele dieren onmisbaar als voedsel. Het is nuttig om te weten welke grassoorten het lastigst zijn als onkruid en welk gebruik we ervan kunnen maken. Immers, zelfs een beruchte plant als Kweek kan een waardevolle toevoeging aan de composthoop vormen.

 

 

Straatgras

 

STRAATGRAS (Poa annua) wordt al naar gelang de plaats waar de plant groeit 10 tot 40 cm hoog. De bladeren zijn lijnvormig, dat wil zeggen lang en smal en over praktisch de hele lengte even breed, en ze eindigen in een bootvormige punt. De bloeiwijze is een min of meer driehoekige pluim waarin de bloemetjes met groepjes van 3-10 bij elkaar staan. De plant bloeit vrijwel het gehele jaar door. Kenmerkend zijn de twee evenwijdig lopende lijnen op het blad dichtbij de middennerf. In Engeland noemt men dat de tramlijn; dit kenmerk is vooral goed te zien als men het blad tegen het licht houdt. De bladeren zijn vaak gerimpeld of geplooid; in combinatie met de bootvormige bladtop kan men hieraan de plant herkennen.

Straatgras komt over vrijwel de hele wereld voor in de meer gematigde delen (in de tropen in de berggebieden). Het is een van de meest bekende grassen en groeit zowel tussen stenen, op straat (naam!), als op tuinpaden en in gazons. Door de zachte bladeren en de vaak losse groeiwijze geen ideaal gazongras.

 

 

 

 

 

 

 

Veldbeemdgras

 

VELDBEEMDGRAS (Poa pratensis) is een tamelijk stijve, rechtopgroeiende, uitlopervormende overblijvende plant die 15 tot 80 cm hoog wordt. De bladeren zijn groen of grijsachtig groen, glad of soms ruw en gewoonlijk met een abrupt toegespitste top. De pluim bestaat uit draadachtige takjes die verscheidene korte zijtakjes dragen. Aan deze laatste zitten de eivormige aartjes, die bleek grijsachtig groen zijn, gestreept met donkergroen en geel. De bloei valt in de maanden mei en juni. Poa pratensis is in ons land zeer algemeen op allerlei gronden.

 

 

 

 

 

 

 

Kropaar

 

KROPAAR (Dactylis glomerata) is een grove, uitlopervormende plant, vaak blauwachtig groen van kleur en in hoogte variërend van 30 tot 90 cm. De pluimen verschijnen van mei tot en met augustus en in september-oktober; ze zijn zeer karakteristiek, doordat de aartjes dicht opeen zitten in gedrongen groepjes. De bladeren zijn lang en plat, lopen uit in een punt en zijn aan beide zijden ruw met fijne tandjes aan de randen. In het zaailing-stadium is de top van het eerste blad gebogen en loopt uit in een stompe punt. Kropaar is een belangrijke soort in wei- en hooiland. In de tuin minder welkom, hoewel de variëteit variegata met zijn groen-met-wit gestreepte bladeren soms wel gekweekt wordt.

 

 

 

 

 

 

 

Kweek

 

KWEEK (Elytrigia repens) is een van de meest lastige onkruiden in de tuin, een echte boosdoener. Deze plant is vooral hardnekkig doordat hij zich niet alleen door zaad vermeerdert, maar ook door middel van de ondergrondse uitlopers, waarvan vrijwel elk stukje in staat is een nieuwe plant te vormen. Vroeg of laat komt iedere tuinier wel de talrijke en verreikende witte of geelachtige wortelstokken tegen. Die kronkelen zich door de grond, onder en over de wortels van planten waar we prijs op stellen, schijnbaar zonder eind.

Bovengronds is deze soort te herkennen aan de dofgroene bladeren die afwisselend langs de stijve stengels staan en aan de bloeiwijze met zijn aartjes die afwisselend gerangschikt zijn en dicht op de bloeistengel zitten. Komt voor in Europa en Noord-Amerika. Bij ons zeer algemeen in grasland, op akkers, in tuinen, op gestoorde grond, langs wegen en dijken.

 

 

 

 

 

 

 

Glad Vingergras

 

De naam GLAD VINGERGRAS (Digitaria ischaemum) duidt op een van de kenmerken waardoor men deze soort kan onderscheiden van zijn verwanten: zowel stengels als bladeren zijn onbehaard. Ook de bloeiwijzen zijn opvallend gebouwd; de takken van de pluim staan met twee of drie bij elkaar, waardoor een soort van scherm ontstaat. Vooral voorkomend in de warmere delen van Europa, Azië en Noord-Amerika. De bloeitijd is van juli tot in de herfst. Kan in het gazon een lastig onkruid zijn.

 

 

 

 

 

 

 

Gladde Witbol en Echte Witbol

 

GLADDE WITBOL (Holcus mollis) en ECHTE WITBOL (Holcus lanatus) lijken zoveel op elkaar dat we ze hier samen bespreken. De naam witbol heeft betrekking op hun wollige uiterlijk. Beide soorten zijn overblijvende planten die 30 tot 90 cm hoog worden; ze hebben dezelfde scherpe gepunte bladeren, die 4 tot 20 cm lang zijn en ovale pluimen. De verschillen zijn als volgt:

Holcus mollis is een plant met kruipende wortelstok en uitlopers; alleen de knopen zijn behaard; de pluimen zijn witachtig, bleek grijs of paarsachtig. H. mollis bloeit van mei tot september en is zeer algemeen; komt in het wild vooral voor in bemest hooiland op zand of veen.

Holcus lanatus is dicht zodevormend; de stengels zijn op en onder de knopen behaard; de pluimen zijn witachtig, bleekgroen, rozeachtig of paars. H. lanatus bloeit van juni tot augustus en komt algemeen voor in droge bossen, in droog grasland en op braakliggend land; vooral op zandgrond.

 

Gladde

 

 

 

 

 

 

 

Echte

 

 

 

 

 

 

 

Groene Naaldaar

 

GROENE NAALDAAR (Setaria viridis) is vooral in de Verenigde Staten een van de lastigste en meest voorkomende onkruidgrassen. De aartjes, die groen tot paarsachtig zijn, staan dicht opeen in een cilindervormige aar en onder ieder bloempje zitten uitstekende naalden, die de bloeiwijze het uiterlijk van een vossestaart verlenen. Het is een rechtop groeiende eenjarige plant, vrij dicht zodevormend en met een hoogte van 2,5 cm tot 1 meter. De vlakke bladeren, die gewoonlijk minder dan 15 cm lang zijn, staan afwisselend langs de stengels. De wortels zijn vezelachtig. Komt voor in vrijwel geheel Europa en is verwilderd in de koelere delen van Noord-Amerika. In ons land algemeen op zandig bouwland. De bloeitijd is van juli tot en met september.

 

 

 

 

 

 

 

Zachte Dravik

 

ZACHTE DRAVIK (Bromus mollis) is een een- of tweejarige plant die grote verschillen in hoogte vertoont (van 2 cm tot 1 meter). De aartjes lijken op die van tarwe, doordat de kafjes elkaar overdekken, maar het geheel is minder stevig. De kafjes zijn zacht behaard. De bladeren zijn grijsachtig groen, vlak en slap; ze hebben een fijne punt met korte zachte haren. De bloeitijd ligt in mei en juni. Komt voor in geheel Europa en is verwilderd in Noord- en Zuid-Amerika. In ons land algemeen langs wegen en dijken, op bemest grasland, op zandige akkers enzovoort.

 

 

 

 

 

 

 

Guichelheil (Primulacae)

 

ROOD GUICHELHEIL (Anagallis arvensis subsp. Arvensis) is een onkruid dat in een aantal landen bijnamen heeft gekregen die wijzen op het feit dat bij slecht weer de bloemen zich sluiten (schaapsherdersbarometer, armeluisbarometer). De mooie, meestal rode, bloemetjes met hun vijf gepunte bloemblaadjes staan op lege slanke steeltjes in paren in de oksels van de ovale, puntige bladeren, die eveneens in paren staan. Deze eenjarige plant ligt gewoonlijk op de grond, maar kan in een gunstige omgeving tot 50 cm hoog worden. De bloeitijd loopt van mei tot in de herfst. Komt voor over de gehele wereld, behalve in de tropen. Bij ons vrij algemeen op akkers, in moestuinen en in grazige duinen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Bloeiend in september en oktober in de Lage Landen : deel 2

Standaard

categorie :  Kamerplanten en bloemen

.

.

Bloeiend in september en oktober in de Lage Landen. Elke bloem wordt in de categorie ” Kamerplanten en bloemen ” beschreven : zie zoeken

.

.

blauwe monnikskap

.

.

.

akkerkers

.

.

.

adderwortel

.

.

.

    akkerdistel

.

.

.

akkermelkdistel

.

.

.

 akkerwinde

.

.

.

basterdwederik

.

.

.

beemdkroon

.

.

.

beenbreek

.

.

.

 bont boonkruid

.

.

.

berganie

.

.

.

duizendblad

.

.

.

bezemkruiskruid

.

.

.

 bijenorchis

.

.

.

reuzenbalsemien

.

.

.

rode ogentroost

.

.

.

geel walstro

.

.

.

 grote pimpernel

.

.

.

echte valeriaan

.

.

.

gekroesde melkdistel

.

.

.

gele ganzenbloem

.

.

.

gewone agrimonie

.

.

.

gele kamille

.

.

.

gele maskerbloem

.

.

.

Gewone bereklauw

.

.

.

 gewone melkdistel

.

.

.

Gewoon biggekruid

.

   

.

.

   grijskruid

.

.

.

groot kaasjeskruid

.

.

.

 jacobskruiskruid

.

.

.

grote centaurie

.

.

.

grote egelskop

.

.

.

grote teunisbloem

.

.

.

kale jonker

.

.

.

haagwinde

.

.

.

 harig knopkruid

.

.

.

harig wilgenroosje

.

.

.

hokjespeul

.

.

.

kattendoorn

.

.

.

 klein streepzaad

.

.

.

klein kaasjeskruid

.

.

.

klein springzaad

.

.

.

knoopkruid

.

.

.

knopig helmkruid

.

.

.

koekruid

.

.

.

moeraskers

.

.

.

luzerne

.

.

.

moederkruid

.

.

.

peen

.

.

.

penningkruid

.

.

.

poelruit

.

.

.

reuzenbereklauw

.

.

.

rimpelroos

.

.

.

  schijfkamille

.

.

.

steenanjer

.

.

.

stijve klaverzuring

.

.

.

vlasbekje

.

.

.

vogelwikke

.

.

.

waterpunge

.

.

.

wilgenroosje

.

.

.

wit vetkruid

.

.

.

witte klaver

.

.

.

wouw

.

.

.

zandblauwtje

.

.

.

zeeraket

.

.

.

zeeaster

.

.

.

zwarte mosterd

.

.

.

 zwarte toorts

.

.

.

schermhavikskruid

.

.

.

viltig kruiskruid

.

.

.

struikhei

.

.

.

 tweekleurig springzaad

.

.

.

watergentiaan

.

.

.

  watermunt

.

.

.

wegdistel

.

.

.

wilde bertram

.

.

.

wilde marjolein

.

.

.

witte honingklaver

.

.

.

zegekruid

.

.

.

tuinbingelkruid

.

.

.

gewone zandraket

.

.

.

.

.

Bloeiend in september en oktober in de Lage landen : deel 1

Standaard

categorie :  Kamerplanten en bloemen

.

.

Bloeiend in september en oktober in de Lage Landen. Elke bloem wordt in de categorie ” Kamerplanten en bloemen ” beschreven : zie zoeken

.

 

Herderstasje

.

.

.                                                                                                                                          

Boerenwormkruid     

.

.

Bleekgele droogbloem 

.   

.

.

Paardenbloem   

.

.

.

Paarse dovenetel

.

.

.

Slanke sleutelbloem

.

.

.

Winterpostelein     

.                                  

.

.

Klein kruiskruid

.

.

.

Kluwenhoornbloem

.

.

.

Madeliefje        

.

.

.

Vogelmuur

.

.

.

Gulden sleutelbloem

.

.

.

Kleine veldkers

.

.

.

Daslook

.

.

.

Canadese fijnstraal

.

.

.

Duinreigersbek

.

.

.

Duinviooltje

.                                                                              

.

.

Gehoornde klaverzuring

.

.

.

Gewone hoornbloem

.

.

.

Gewone engelwortel

.

.

.

Gewone reigersbek

.

.

.

Grote ratelaar

.

.

.

Grote kaardebol

.

.

.

Grote ereprijs

.

.

.

Hoenderbeet

.

.

.

Hondsdraf

.

.

.

Hopklaver

.                                                                                                                                                           

.

.

Hazenpootje     

.

.

Heelblaadje

.

.

.

Klein vlooienkruid

.

.

.

Koninginnekruid

.                                                                                                     

.

.

Overblijvende ossetong

.

.

.

Ronde ooievaarsbek

.                                                                 

.

.

Witte dovenetel

.

.

.

Scherpe boterbloem

.                                                                       

.

.

Tijmereprijs

.

.

.

Late Guldenroede

.

.

.

Boksdoorn

.

.

.

Engelwortel

.

.

.

liggende asperge

.

.

.

Akker vergeet me nietje

.

.

.

Akkerviooltje

.

.

.

Avondkoekoeksbloem

.                                                                                                                   

.

.

Basterdklaver

.

.

.

Beekpunge

.                                                                                                               

.

.

Bermooievaarsbek

.

.

.

Bittere veldkers

.

.

.

Blaartrekkende boterbloem

.

.

.

Blaassilene

.                                                                                                                        

.

.

Blauwe waterereprijs

.

.

.

Bonte wikke

.

.

.

Brem

.

.

.

Dagkoekoeksbloem

.

.

.

Donkere ooievaarsbek

.

.

.

Drienerfmuur

.

.

.

Echte koekoeksbloem

.

.

.

Geel nagelkruid

.                                                                                                                 

.

.

Gele morgenster

.

.

.

Gele helmbloem

.

.

.

Muskuskaasjeskruid   

.

.

.

Gevlekt longkruid

.       

.

.

Gewone brunel

.

 

.

.

Gewone duivenkervel   

.

.

.

Middelste duivenkervel 

.                                                                                                       

.

.

Gewone ossentong 

.                                                                                                                   

.

.

 Gewone rolklaver

.

.

.

Gewone vogelmelk 

.                                                       

.

.

 Gewoon speenkruid

.

.

.

Glad walstro 

.                                                                                                                

.

.

Groot streepzaad

.

.

.

Herik

.                                                                                                    

.

.

inkarnaatklaver

.

.

.

Kleine klaver 

.                                                                                                          

.

.

Kleine ooievaarsbek

.

.

.

Kleine pimpernel

.                                                                                                           

.

.

 kleine ratelaar

.

.

.

Knolsteenbreek

.                                                                                                                          

.

.

kromhals

.

.

.

oranje springzaad

.                                                                                                                  

.

.

Liggende klaver

.

.

.

Parnassia

.                                                                                                                                     

.

.

muizenoor

.

.

.

Muurbloem

.                                                                                                                       

.

.

Muurleeuwenbek

.

.

.

 Schijnaardbei

.                                                                                

.

.

Smalle weegbree

.

.

.

Pastinaak

.

.

.

Wilde wikke

.

.

.

 Robertskruid 

.

.

.

Rode klaver

.

.

.

Stinkende gouwe

.

.

.

Rood guichelheil 

.

.

.                                                                                   

Slangenkruid

.                                                                                   

.

.

Slipbladige ooievaarsbek

.

.

.

 Vingerhoedskruid 

.

.

.

Waterviolier

.

.

.

Wede

.                                                                                                            

.

.

Weegbreezonnebloem

.

.

.

Witte klaver

.                                                                                                  

.

.

Witte krodde

.

.

.

Zachte ooievaarsbek

.                                                                                                    

.

.

Zwanenbloem

.

.

.

Wilde reseda

.

.

.

.

.

De Zamioculcas

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

De Zamioculcas komt uit de familie Araeca, tot deze familie behoren ook de Anthurium, Spathiphylum en de Zantedeschia. Deze plant is sinds 1996 begonnen aan een opmars in de Nederlandse huiskamers, zijn populariteit heeft hij te danken aan zijn eenvoudige onderhoud. Deze plant vindt zijn oorsprong in Zanzibar, Kenia en Madagaskar.

.

 

zamioculcas_pr

.

 

 

 

Zamioculcas onderhoud:

.

Water geven

 

Zamioculcassen verbruiken niet veel water. Bij te veel water bestaat de kans dat de onderste bladeren geel worden. In de winter mag de grond gerust twee á vier weken droog staan. In de zomer is één week voldoende. De hoeveelheid water voor de Zamioculcas is afhankelijk van onder andere de temperatuur, grootte van de plant en de lichtinstensiteit. Zorg ervoor dat er geen water onderin de pot komt te staan. Gebruik daarom geen hydrokorrels voor op de bodem.

De grond moet namelijk instaat zijn al het vocht te kunnen absorberen. Mocht het zo zijn dat de grond na een week nog steeds erg vochtig is, dan is het raadzaam om per gierbeurt minder water te geven. Bij twijfel kun je beter te weinig dan te veel water geven. Bij het water geven van de Zamioculcas is het belangrijk om eerst de grond goed op te laten drogen alvorens nieuw water te geven.

 

 

.

Sproeien

 

De Zamioculcas sproeien is niet noodzakelijk, wel helpt dit het stof te verwijderen.

 

 

 

.

.

 

Standplaats

 

Zamioculcassen stellen geen hoge eisen aan de lichtintensiteit. Een zonnige standplaats is ook mogelijk. Maar pas in het begin op met direct zonlicht. De Zamioculcas wordt namelijk opgekweekt onder gefilterd licht. Draai de Zamioculcas regelmatig, dit bevordert een gelijkmatige groei. Geleidelijk kan de Zamioculcas dichterbij het raam komen te staan.

Wanneer de Zamioculcas te weinig licht ontvangt zal dit de groei doen remmen. Bij teveel licht groeit de Zamioculcas erg snel. Het risico hierbij is dat hij bezwijkt onder zijn eigen gewicht en hierdoor zal sterven. Wanneer de Zamioculcas te veel gaat hangen kunt u het beste de plant 1 á 2 meter verder van het raam plaatsen.

Plaats deze kamerplanten 2-3 meter voor een raam op het op westen of oosten. Bij een raam op het zuiden is een afstand van 3-4 meter van het raam aan te raden. Direct voor een raam op het noorden is ook mogelijk. In de lente en zomer kan deze kamerplant ook naar buiten. Pas echter op met de overgang naar direct zonlicht. Vermijdt de middag zon, deze is schadelijk voor de plant.

 

 

.

Minimale temperatuur

 

Overdag: +/- 12 °C
‘S nachts: +/- 5 °C

 

 

 

.

 

 

Verpotten

 

Je kunt de Zamioculcas direct na de aanschaf of in de lente verpotten. De lente heeft de voorkeur omdat eventueel beschadigde wortels dan sneller herstellen. Herhaal dit proces eens per 3 jaar. Plaats deze woonplant in een pot die minimaal 20% breder is dan de kweekpot en gebruik hiervoor normale potgrond. Gebruik geen hydrokorrels op de bodem. Het stilstaande water wat zich tussen de hydrokorrels verzameld kan minder gemakkelijk door de wortels worden bereikt en gaat rotten.

Het is wel raadzaam 10% hydrokorrels door de grond te mengen. Dit zorgt ervoor dat de grond beter draineert. Een grotere pot stimuleert de groei, verhoogd de gezondheid van de plant en creeërt een grotere waterbuffer omdat de grond meer vocht kan opnemen.

 

.

 

Voeding

 

De Zamioculcas groeit redelijk snel en heeft hierdoor ook voeding nodig. Bemest de binnenplant met vloeibare voeding in de lente en zomer. Doe dit niet in de winter, dit zal de plant schaden. Gebruik de helft van de dosering die is aangegeven op de verpakking van de vloeibare voeding.

 

 

 

 

 

 

Verkleurende bladeren

 

Geel blad is niet meer te redden en kan je het beste verwijderen. Dit komt niet altijd door een slechte verzorging, het kan ook simpelweg oud blad zijn. Bij de Zamioculcas is te veel water vaak de oorzaak.

 

 

.

Snoeien

 

Het gele blad kun je het beste verwijderen. Dit oogt mooier en bespaard de plant energie. De gele bladeren kun je simpelweg verwijderen door deze zo dicht mogelijk bij de stengel af te knippen. Vergeet achteraf niet je handen te wassen. De Zamioculcas is namelijk matig giftig.

 

 

 

Vermeerderen

 

Als je de plant wil stekken, is het voldoende om een stengel af te snijden en deze in een pot met vochtige aarde te plaatsen. Na verloop van tijd vormt de stek een wortelstok, waaruit nieuwe stengels en bladeren gaan groeien. Het beste moment om je Zamioculcas te stekken is in de lente. Vergeet achteraf niet je handen te wassen. De Zamioculcas is namelijk matig giftig.

 

.

.

.

 

Bloemen

 

Wanneer de Zamioculcas goed wordt verzorgd bestaat de kans dat hij bloemen produceert, dit gebeurt echter niet vaak. Wanneer de Zamioculcas bloeit is het belangrijk te realiseren dat het de plant veel energie kost. Het is daarom raadzaam deze te verwijderen.

 

 

Giftig?

 

De Zamioculcas is matig giftig. Pas hiermee dus op bij dieren en kinderen.

 

 

 

 

 

Ziektes

 

Van nature is de Zamioculcas een plant die zelden last heeft van ongedierte, ziektes of plagen. Mede door de structuur van het blad van de Zamioculcas is luis er gemakkelijk af te spoelen, doe dit door middel van een lauw warme douche.

 

.

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

Slanke sleutelbloem : Primula elatior

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

1756

 

.

Goed te herkennen aan
– de lichtgele bloemen met vlakke kroonbladen,
– die donkergele vlekken hebben aan de keel en
– die in een scherm op een lange, behaarde steel staan, allemaal  dezelfde kant op wijzend

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Slanke sleutelbloem is een beschermde, overblijvende plant van 15 tot 30 cm hoog. Ze is vrij zeldzaam en ook aangeboden als tuinplant. De slanke sleutelbloem groeit op vochtige, voedselrijke, vaak kalkhoudende grond in loofbossen, aan oevers en in natte graslanden.

 

 

primula elatior-slanke sleutelbloem-01

 

 

 

 Bloem

 

Ze bloeit vanaf maart tot en met mei (soms in de herfst weer) met lichtgele, niet geurende bloemen. De 5 kroonbladen zijn vergroeid tot een buis, de plaat van het kroonblad is redelijk vlak, afstaand en heeft donkergele vlekken (honingmerk) aan de keel. De bloemen staan met 1 tot 20 in een scherm en wijzen allemaal dezelfde kant op. De 5 kelkbladen zijn ook vergroeid tot een buis en sluiten redelijk nauw aan op de kroonbuis.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

 

slanke sleutelbloem : lichtgele, niet geurende bloemen in een scherm, kelk nauw buisvormig, kroonbladen afstaand.

 

 

 

 

gulden sleutelbloem : dooiergele, geurende, knikkende bloemen in een scherm, kelk wijd klokvormig, kroonbladen klokvormig.

 

 

 

 

 

stengelloze sleutelbloem : bloemen op afzonderlijke 5-12 cm lange stelen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

sleutelbloemfamilie (Primulaceae)
– overblijvend
– vrij zeldzaam tot ontbrekend
– ook als tuinplant
– 15 tot 30 cm hoog

Bloem
– lichtgeel
– vanaf maart t/m mei, soms in de
herfst weer
– enkelvoudig scherm
– buisvormig
– 1,5 tot 2,5 cm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– rozet
– enkelvoudig
– eirond tot langwerpig
– top stomp
– rand gezaagd of gegolfd
– in gevleugelde steel versmallend
– veer- / netnervig
– behaard

Stengel
– rechtop
– zacht behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

Paarse dovenetel : Lamium purpureum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

dovenetel paars

 

.

Goed te herkennen aan
– lichtpaarse lipbloemen en
– paars verkleurde bovenste bladeren en
– kaal stuk stengel

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Paarse dovenetel is lage, eenjarige, onaangenaam ruikende, snel groeiende dovenetel, die bloeit vanaf maart tot en met oktober. Zelfs in zachte winters kan ze tot bloei komen. Ze wordt 10 tot 30 cm hoog en komt zeer alge- meen voor in de Lage Landen. Ze groeit op open, vochtige, zeer voedselrijke grond in akkers en moestuinen, aan dijken en in bermen, ook in de duinen en onder hakhout. In korte tijd kan de plant hele tapijten vormen.

 

 

pdovenetel

 

 

 

Bloem

 

De bloemen zijn lichtpaars, soms wit. De bovenlip van de bloem is helmvormig. De onderlip heeft twee kleine zijlobben en een grote diep uitgerande middelste lob met donkere tekening.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren, stengels en bloemen zijn behaard. De bovenste bladeren en het bovenste deel van de stengel kleuren donker roodpaars, wat de kleur van de paarse bloemen versterkt. De bladeren lijken op die van de brandnetel, maar prikken niet. De onderste bladeren zijn langer gesteeld dan de bovenste en ook ronder van vorm. Tussen de onderste en de bovenste bladeren zit een stuk bladloze stengel.

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten met lipbloemen van ongeveer dezelfde kleur

 

 

paarse dovenetel    paarse verkleurde bovenste bladeren en flink stuk kale stengel.

 

 

 

 

 

ingesneden dovenetel : bladeren zijn dieper ingesneden en dubbel gelobd.

 

ingesneden dovenetel

 

 

 

gevlekte dovenetel : heeft gevlekte bladeren en grotere bloemen, waarvan de onderlip donker gevlekt is.

 

 

gevlekte dovenetel

 

 

 

 

hoenderbeet : de bloemen steken hoog uit boven de kelk en de bovenste bladeren zijn rond de stengel vergroeid.

 

 

Hoenderbeet

 

 

 

moerasandoorn : heeft lancetvormige bladeren.

 

 

 

 

 

stinkende ballote : bladeren geven bij kneuzing een onaangename geur af.

 

 

stinkende ballote

 

 

 

gestreepte dovenetel : is gekweekt vanuit gevlekte dovenetel en heeft een zilverkleurige streep langs de middennerf van het blad.

 

 

gestreepte dovenetel

 

 

 

Algemeen

 

lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen voorkomend
– 10 tot 30 cm

Bloem
– lichtpaars, soms wit
– vanaf maart t/m oktober
– schijnkrans
– lipbloem
– 1 tot 2 cm
– 4 meeldraden
– 1 stijl
– stuifmeel oranje

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– eirond of ruitvormig
– top stomp
– rand gekarteld
– voet hart- of niervormig
– netnervig
– behaard

Stengel
– rechtop
– behaard
– niet of onderaan vertakt
– scherp vierkant

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

Rode ogentroost : Odontites vernus subsp. serotinus

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

.

Goed te herkennen aan
– roze lipbloemen met iets uitstekende meeldraden
– in eindelingse, eenzijdige trossen en
– vanaf de basis vertakte stengels met
– zijtakken in een hoek van 45° tot 90° en
– schutbladen niet langer dan de bloemen

 

 

.

 

 

Algemeen

 

Rode ogentroost is eenjarige, ruw behaarde plant, die bloeit vanaf juli tot en met oktober. Ze groeit op open, natte of vochtige, voedselrijke, eventueel zilte, grazige grond. Ze is plaatselijk vrij algemeen voor komend in de Lage Landen, maar ze staat op de rode lijst als sterk afgenomen.

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloemen van rode ogentroost staan min of meer naar 1 kant gericht in rijk-bloemige trossen aan het einde van de stengel en zijstengels. Ze zijn roze, rozerood, soms wit gekleurd.

 

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren, stengels en kelkbladen zijn kort ruw behaard en vaak roodpaars aangelopen.

 

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

Rode ogentroost is een halfparasiet; ze haalt een deel van haar voedsel uit de wortels van de grassen waarop ze groeit.

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Naast rode ogentroost is er ook de zeer zeldzaam voorkomende akkerogentroost.

 

 

 

  rode ogentroost
– bloeiperiode juli t/m oktober
– schutbladen korter tot even lang als de bloemen
– stengel vertakt voor het midden
– zijtakken maken een hoek van 45° tot 90° met de hoofdas
  akkerogentroost
– bloeiperiode mei t/m augustus
– schutbladen gewoonlijk langer dan de bloemen
– stengel vertakt na het midden
– zijtakken maken hoogstens een hoek van 45° met de hoofdas

 

 

akkerogentroost

 

 

 

Algemeen

 

– helmkruidfamilie (Orobanchaceae)
– eenjarig
– plaatselijk vrij algemeen tot zeer   zeldzaam
– 10 tot 50 (80) cm

Bloem
– roze, rood, soms wit
– vanaf juli t/m oktober
– eenzijdige tros
– lipbloem
– 8 tot 11 mm
– 4 kroonbladen, vetgroeid
– 4 kelkbladen, vergroeid
– 4 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– (kruisgewijs) tegenoverstaand
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits
– rand getand
– voet afgerond
– veernervig
– kort ruw behaard

Stengel
– rechtop
– aan de basis vaak verhout
– kort ruw behaard
– stomp vierkantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De paardenbloem : taraxacum officinale

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

.

 

77239-de-paardenbloem-als-groente

.

 

 

Algemeen

 

Iedereen kent de paardenbloem, een zeer algemeen voorkomende plant die bloeit vanaf maart.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Omstreeks half mei gaan de boeren maaien. Tot die tijd kunnen de weilanden geel gekleurd zijn van de paardenbloemen. Waar niet gemaaid wordt bloeit de paardenbloem door tot juli. Paardenbloemen hebben geen insecten nodig voor de bestuiving. Per bloem produceert de plant 200 vruchtjes, per plant ongeveer 15 bloemen, dus heel veel zaadjes. Daarnaast kan een klein stukje wortel weer uitgroeien tot een volwaardig plant.

 

 

 

.

 

DSCF4966 gedraaid

 

.

 

Bijzonderheden

 

Er zijn talloze soorten paardenbloemen. Alleen kenners kunnen ze uit elkaar houden. In Nederland zijn er ruim 200 soorten bekend, waaronder de moeraspaardenbloem, zandpaardenbloem en oranjegele paardenbloem.

 

 

 

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

De paardenbloem kent vele toepassingen. Zo wordt ze tegenwoordig gekweekt voor homeopatisch toepas- singen. De bladeren kunnen als sla gegeten worden. De planten worden daarvoor in sommige landen in het donker gekweekt. Ze smaken dan minder bitter. Van de wortel kan surrogaat-koffie gemaakt worden en van de bloemhoofdjes geel gekleurde wijn. Ook dieren zijn dol op paardenbloemen en niet alleen de paarden. Ook je konijn vindt de blaadjes erg lekker.

 

 

Taraxacum sp_gehele plant

 

 

 

Algemeen

 

composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– zeer algemeen voorkomend
– 5 tot 40 cm

Bloem
– gele lintbloemen
– maart tot juli, soms weer in de   herfst
– hoofdje
– 3 tot 6 cm
– buitenste omwindselblaadjes ; uitgespreid, binnenste rechtop

Blad
– rozet
– enkelvoudig
– langwerpig
– ingesneden tot driehoekig licht   achterwaarts gerichte lobben
– top spits of stomp
– rand getand
– voet gevleugeld
– veernervig

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rolrond met melksap
– hol
– bladloos

zie wilde bloemen

 

 

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

John Astria