Categorie archief: Kamerplanten en bloemen

Onkruid soorten in ons land – letter K – deel 4

Standaard

Categorie: kamerplanten en bloemen

 

 

Onkruid soorten

 

Hieronder vindt u alle soorten onkruid die ons land kent. Een enorm groot overzicht maar netjes op alfabetische volgorde en met omschrijving. Veel succes met het herkennen en bestrijden van deze vaak hardnekkige planten

 

 

Kruiskruiden (Copmositae)

 

Klein kruiskruid

 

KLEIN KRUISKRUID (Senecio vulgaris) werd in vroeger tijd geprezen om zijn geneeskrachtige eigenschappen. De bladeren werden in water of wijn gekookt als middel tegen ‘pijn in de maag die uit de gal voortvloeit’, zoals de beroemde arts-kruidkundige John Gerard schreef. Vanwege deze en andere heilzame eigenschappen namen de Pilgrimfathers de plant mee toen ze in het begin van de zeventiende eeuw naar Amerika vertrokken. Vijftig jaar later was Klein kruiskruid daar al een onkruid geworden.

Deze soort komt thans over de gehele wereld in de gematigde luchtstreken voor en is een van de meest algemene onkruiden in de tuin. En geen wonder! Het gemiddelde aantal nakomelingen van een enkele plant kan ongeveer 1000 zijn. Wanneer u bedenkt dat het hele jaar door bloemen gevormd worden en dat vijf weken voldoende zijn voor levenscyclus van zaailing tot zaad, dan zouden dus aan het eind van de derde generatie in de herfst in principe een miljoen nieuwe planten uit één exemplaar kunnen zijn voortgekomen.

Ieder zaad is voorzien van een parachute, zodat de wind kan zorgen voor transport over grote afstanden. Bij nat weer worden de zaden kleverig, waardoor ze gemakkelijk blijven hangen aan alles wat ze aanraakt. Op die manier kunnen dus ook mens en dier ze vervoeren naar nieuwe groeigebieden. Vogels zijn verzot op de zaden, waardoor ze de zaak enigszins in toom houden. Anderzijds wordt hierdoor toch ook weer de verspreiding bevorderd, want uit de uitwerpselen kunnen weer zaailingen opslaan.

Klein kruiskruid heeft een nogal slordig uiterlijk als gevolg van de afwisselend, diep ingesneden en getande bladeren en de onregelmatig vertakte stengels, die slap en tamelijk sappig zijn. De hoogte varieert van 7 tot 50 cm, hoewel het maximum niet vaak bereikt wordt. De bloeiwijzen zijn uitsluitend opgebouwd uit (gele ) buisbloempjes, die uitsteken boven een kelkachtig omwindsel dat bestaat uit blaadjes die voor ongeveer de helft groen en voor de rest zwart zijn.

De bladeren zijn zacht behaard en de wortels zijn vezelig, waardoor de plant door wieden gemakkelijk verwijderd kan worden. Dat verwijderen moet zonder pardon gebeuren, vooral aan het eind van het jaar en zeker wanneer u in een akkerbouwgebied woont. Klein kruiskruid verschaft namelijk ’s winters een schuilplaats aan de bladluis Myzus persicae, die op zijn beurt de overbrenger is van een gevreesd bietenvirus. Voor de tuinier is er echter één lichtpuntje in de aanwezigheid van Klein kruiskruid: dat wijst op voldoende stikstof en andere voedingsstoffen in de grond.

 

 

 

 

 

 

 

 

Kleverig kruiskruid

 

KLEVERIG KRUISKRUID (Senecio viscosus) draagt zijn naam met ere, vanwege de sterk klierachtig-kleverig behaarde stengels, die 15 tot 45 cm hoog kunnen worden. Het is gewoonlijk een forsere plant dan de voorgaande. Hoewel de bladeren dezelfde vorm hebben zijn de randen niet getand en zijn ze donkergroen in plaats van lichtgroen. Ook zijn de bloemhoofdjes meer open, met uitgespreide, korte straalbloemen, die geel zijn en met ongeveer dertien stuks het platte kussentje van buisbloemen omgeven. De hoofdjes zijn langgesteeld, de knoppen bijna rond. Deze eenjarige plant bloeit van juni tot in de herfst. Komt voor in vrijwel geheel Europa en is verwilderd in Noord-Amerika. In ons land vrij algemeen op zandgrond, op ruige plaatsen, langs heggen en langs spoorwegen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Jacobskruiskruid

 

JACOBSKRUISKRUID (Senecio jacobaea) wijkt van de voorgaande twee soorten af doordat niet alleen de plant als geheel maar ook de bloemhoofdjes veel groter zijn. De bloemhoofdjes staan op lange stelen in een schermvormige pluim, die 30 tot 90 cm hoog wordt. De bladeren onder aan de plant vormen een rozet en zijn getand; de vorm is ovaal, met kleine slippen aan de voet. De onderste stengelbladeren zijn gesteeld en geveerd, ze staan afwisselend langs de stengel. De bovenste bladeren zijn veel meer getand. Als geheel ziet de plant er slordig uit; hij kan een plaag worden op verwaarloosd grasland en is giftig voor het vee. Door de stevige wortels kan de plant ook in het gazon veel last veroorzaken. Jacobskruiskruid is een tweejarige of overblijvende plant die bloeit van juli tot en met oktober. Komt voor in geheel Europa; in ons land algemeen in grasland (vooral op de zandgrond), langs wegen en dijken en ook veel in de duinen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Smalle aster : Aster lanceolatus

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

.

 

.

 

Goed te herkennen aan
– de op madeliefjes lijkende, witte of zacht lila bloemhoofdjes
– in een pluim-vormige bloeiwijze
– aan struik-vormige, grote bestanden vormende plant

 

.

 

.

 

 

Algemeen

 

Smalle aster is een uit Noord-Amerika afkomstige aster, die als sierplant in Europa is ingevoerd. Tegenwoordig zie je haar meer in het wild dan in siertuinen en daarom wordt ze als ingeburgerd beschouwd. Ze is plaatselijk al-gemeen voor komend in de Lage landen. Door ondergrondse uitlopers kan smalle aster zich in korte tijd sterk uitbreiden en groeit daardoor vaak in grote bestanden. Ze wordt 50 tot 120 cm hoog en groeit op natte tot vochtige, voedselrijke grond aan rivier- en kanaaloevers, en langs spoorwegen.

.

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf augustus tot en met oktober. De hoofdjes staan in een pluim-vormige bloeiwijze. Ze hebben witte of licht lila gekleurde straalbloemen en in het hart gele buisbloemen. Van oudere bloemhoofdjes worden de buisbloemen rozerood.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren zijn langwerpig, verwijderd scherp gezaagd en hebben een aflopende, soms iets geoorde voet. Ze zijn niet half stengelomvattend, zoals de bladeren van gladde aster en Nieuw-Nederlandse aster. De rand van de bovenste bladeren is nagenoeg gaaf. De blaadjes in de bloeiwijze zijn lijnvormig en aanzienlijk kleiner.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Naast smalle aster wordt er in flora’s en op internet ook gesproken over kleine aster (Aster tradescantii). Beide planten lijken zo sterk op elkaar dat volgens Heukels ze niet duidelijk in 2 groepen te splitsen zijn. Volgens de Flora van Weeda is kleine aster in alles wat kleiner (en dan hebben we het over millimeters) en heeft ze geen geoorde bladeren.

Twee andere asters, gladde aster (Aster laevis) en Nieuw-Nederlandse aster (Aster novi-belgii) zijn ook afkomstig uit Noord-Amerika en worden als sierplant in tuinen gekweekt. De eerste verwildert zelden, de tweede vaker.

En tot slot zijn er nog de speciaal voor de tuin gekweekte herfstasters (Aster x versicolor). Ze lijken het meest op gladde aster, maar missen de blauwgroene kleur. Ook de herfstasters verwilderen vaak vanuit tuinafval.

De verwilderde asters vormen onderling kruisingen. Omdat ze veel op elkaar lijken en door de vorming van kruisingen blijft het lastig om asters juist te determineren.

.

 

kleine aster

.

 

.

smalle aster : geen stengelomvattende bladeren, soms wel iets geoord

 

 

smalle aster

 

 

 

 

.

gladde aster : middelste en bovenste bladeren duidelijk half stengelomvattend, blauwgroen, tuinplant, zelden verwilderd

 

 

gladde aster

 

 

 

 

Nieuw-Nederlandse aster : middelste en bovenste bladeren duidelijk half stengelomvattend, niet blauwgroen, tuinplant, vaak verwilderd

 

 

Nieuw-Nederlandse aster

 

 

 

zomerfijnstraal : straalbloemen zijn talrijker en smaller dan bij de asters, staan in meerder rijen. Ook zijn de omwindselblaadjes nauwelijks wisselend in lengte en vallen daarom ook niet dakpansgewijs over elkaar heen.

 

 

zomerfijnstraal

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– plaatselijk algemeen tot zeldzaam
– meestal verwilderd
– 50 tot 120 cm

Bloem
– wit of zeer licht gekleurd
– vanaf augustus t/m oktober
– hoofdje
– 12 tot 20 mm
– witte straalbloemen
– gele buisbloemen

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– langwerpig of lancetvormig
– top spits
– rand verwijderd gezaagd
– voet aflopend, soms geoord
– veernervig

Stengel
– rechtop
– verspreid kort behaard
– soms paarsrood aangelopen
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

.

 

 

 

Makkelijke kamerplanten

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

.

Makkelijke kamerplanten

.

 

 

 

 

Mooie groene planten op de vensterbank in een hoge decoratieve vaas? Een grote pot vol met frisse groene plantjes in de woonkamer? Wie wil dat nou niet? Maar niet iedereen heeft “groene vingers”. Of de planten worden simpelweg vergeten door een te drukke agenda. Toch zijn er verschillende kamerplanten die wel tegen een stootje kunnen en zullen lange tijd de vensterbank en woonkamer sieren. Zelfs met een klein beetje water!

 

 

Iedereen kent natuurlijk wel Hedera oftewel een klimop als makkelijke kamerplant. Cactussen doen het ook altijd erg goed bij mensen die niet zo veel kunnen worden met planten in huis. Sommigen kiezen als laatste redmiddel voor een kunstplant of helemaal geen groen meer op de vensterbank. Toch zijn er best wel leuke trendy kamerplanten die erg weinig verzorging nodig hebben. Een kleine greep uit de grote groene wereld.

.

 

Hedera klimop

 

.
.
.

Sansevieria Kirkii Friends

.

Deze plant is beter bekend als de studentplant of the year Hij heeft deze naam gekregen omdat hij de ergste omstandigheden kan overleven. Kan alleen niet goed tegen teveel water maar droogte is geen enkel probleem voor hem. De Sansevieria heeft stevige bladeren en wordt 20 tot 30 centimeter hoog.

Hij kan erg goed tegen de droge lucht van de centrale verwarming, wat hem erg goed geschikt maakt voor op de vensterbank. Tevens verdraagt hij veel licht en zon. Met af en toe een beetje water en wat voeding hebt u lang plezier aan deze plant.

 

 

Sandevieria kirkii

 

.
.
.

Sedum Burrito

.

Een ideale plant voor een vensterbank op het zuiden want deze vetplant verdraagt zeer goed de hete zomerzon. Maar als hij met zijn “voeten” in het water komt te staan dan gaat hij dood. Dus zuinig met water bij dit vetkruid! De stengels met de stevige blaadjes geven een speels effect doordat ze over de rand van het pot gaan hangen. Staat ook erg mooi in een hoge schaal op tafel.

 

 

Sedum Burrito

 

.
.
.

 

Christusdoorn

.

Een goede oude bekende is de Christusdoorn. Een bloeiende plant met witte, roze of rode bloemetjes. De Euphorbia is een kamerplant met minimale verzorging. Vraagt weinig water en af en toe wat voeding. Doet het goed bij temperaturen van 15 tot 30 graden Celsius.

Houdt niet van tocht, dan kan hij zijn bladeren laten vallen. In zomer kan hij bij goed weer zelfs buiten staan. Een leuke blikvanger op het terras! Pas op voor het melk dat de plant bevat, deze is giftig.

 

 

Christusdoorn

 

.
.
.

Epipremnum

 

Een zeer gemakkelijke kamerplant is een Epipremnum ook bekend als Scindapsus. Deze plant voelt zich thuis op zowel een lichte als een donkere plaats in de woonkamer. Heeft zeer weinig water en bijna geen bemesting nodig. Krijgt de plant toch ernstig water tekort en gaat daardoor slap hangen, gewoon even bijgieten en hij fleurt weer helemaal op. De Epipremnum is ook als hangplant verkrijgbaar en is net zo gemakkelijk in onderhoud.

 

 

 

Epipremnum

 

 

.

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Robertskruid : Geranium robertianum.

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

.

.

img_6473-geranium-robertianum

.

.

Goed te herkennen aan

.
– de drie witte strepen op de rond getopte kroonbladen en
– het donkergeel tot oranje stuifmeel en
– de onaangename geur bij wrijving

.

.

plantengroep-robertskruid

.

.

Algemeen

.

Robertskruid is een een- of tweejarige plant, die weinig licht nodig heeft en daarom te vinden is op schaduwrijke plaatsen met vochtige, voedselrijke grond en op stenige plaatsen. Ze wordt 10 tot 60 cm hoog en is algemeen voorkomend.

.

.

.

.

.

.

Bloem

.

Robertskruid bloeit van mei tot in de herfst met kleine helder roze (zelden witte) bloemen, meestal twee bij elkaar. De kroonbladen hebben een ronde top.

.

.

.

.

.

Blad en stengel

.

De stengel is dichtbehaard en bij de bladaanhechtingen enigszins verdikt. Als de plant gewreven wordt, verspreidt ze een onaangename geur. De stengel kan op droge plaatsen en in de herfst rood verkleuren. De bladeren zijn in omtrek driehoekig en kunnen verschillende kleuren hebben. De bladsteel heeft een scharnier, waarmee de bla-deren optimaal in het licht gehouden kunnen worden. De wortelbladeren zijn lang gesteeld en verdorren vrij snel.

.

.

.

.

.

vergelijkbare soorten

.

: robertskruid : top kroonbladen rond (niet ingesneden), donkergeel tot oranje stuifmeel.

klein robertskruid : heeft kleinere bloemen, geel stuifmeel, wortelbladeren verdorren niet snel, stadsplant en daar zeldzaam.

klein robertskruid

zachte ooievaarsbek : kroonbladen hebben top-insnijding, bladeren zijn rond en tot halverwege ingesneden.

zachte ooievaarsbek

slipbladige ooievaarsbek : bladeren zijn diep gedeeld in lijnvormige slippen, de kroonbladen zijn even lang als de kelkbladen en ingesneden.

slipbladige ooievaarsbek

kleine ooievaarsbek : bloemen zijn bleek blauw-paars met drie donker paarse strepe

kleine ooievaarsbek

glanzige ooievaarsbek : glanzend blad.

glanzige ooievaarsbek

.

.

.

Algemeen

ooievaarsbekfamilie (Geraniaceae)
– een- of tweejarig
– zeer algemeen tot vrij zeldzaam
– 10 tot 60 cm

Bloem
– helder roze (zelden wit)
– vanaf mei tot in de herfst
– gesteeld, met 2 bij elkaar
– stervormig
– 12 tot 15 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen, behaard
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld
– dubbel geveerd
– top toegespitst
– rand gaaf
– veernervig
– behaard

Stengel
– liggend, opstijgend of rechtop
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

.

.

.

robertskruid1

.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

JOHN ASTRIA

Zomerfijnstraal : Erigeron annuus

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

.

.

.

.

Goed te herkennen aan

.
– de op madeliefjes lijkende bloemhoofdjes
– met zeer veel en zeer smalle witte straalbloemen

.

.

.

.

Algemeen

.

Zomerfijnstraal is een eenjarige, vrij zeldzame plant die bloeit in juli en augustus.  Ze wordt 30 tot 75 cm hoog en groeit op natte tot vochtige, voedselrijke, omgewerkte grond aan rivieroevers, in bermen en op dijken.

.

.

.

.

Bloem

.

De bloemhoofdjes zijn 1,5 tot 2 cm groot, meestal wit, soms iets blauw of lila aangelopen en staan in losse scher-men bij elkaar. De knopjes hangen. Zodra de bloemhoofdjes opgaan, richten ze zich op.

.

.

.

.

Stengel

.

De stengel is rechtopstaand en weinig behaard. Alleen de bovenste helft is vertakt.

.

.

.

.

Algemeen

– composietenfamilie (Asteraceae)
– eenjarig
– vrij zeldzaam in Zuid-Limburg en
het rivierengebied
– 30 tot 75 cm hoog

Bloem
– witte straalbloemen
– gele buisbloemen
– juli en augustus
– hoofdje
– 1,5 tot 2 cm

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– verspreid behaard
– onderste bladeren :
– omgekeerd eirond
– lang gesteeld
– verwijderd gezaagd/getand
– top stomp
– middelste bladeren :
– langwerpig
– kort gesteeld
– iets getand
– top spits
– bovenste bladeren :
– lancetvormig
– zittend
– gaafrandig
– top spits

Stengel
– rechtop
– alleen bovenaan vertakt
– verspreid behaard
– rolrond met lengteribben

zie wildebloemen

.

.

.

.

.

.

Boerenwormkruid : Tanacetum vulgare

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

.

.

.

.

.

Goed te herkennen aan

.
– de talrijke gele schijfvormige bloemhoofdjes en
– de geveerde bladeren en
– de groei in grote pollen

.

.

.

.

.

Algemeen

.

Boerenwormkruid is een sterk ruikende, overblijvende plant van 60 tot 120 cm hoog. Ze vormt grote pollen door ondergrondse uitlopers. Ze is zeer algemeen voorkomend in de Lage Landen. Je vindt boerenwormkruid op vochtige tot droge, omgewerkte grond op dijken en in bermen, de uiterwaarden, langs spoorwegen en aan akkerranden.

.

.

.

.

Bloem

.

Ze bloeit vanaf juli tot en met september met gele bloemen, die schermvormige pluimen vormen aan het einde van de stengel.

.

.

.

.

.

Blad en stengel

.

De bladeren doen wat denken aan varenbladeren. In het volle zonlicht richten zij zich plat naar het zuiden. Als ze gewreven worden geven ze een kruidige geur af. De stengel is enigszins verhout en bovenaan sterk vertakt.

.

.

.

.

Toepassingen

.

Boerenwormkruid kent vele toepassingen. Zo is het een insecten werend middel en verjaagt onder andere vlie-gen, muggen, mieren en vlooien. Vroeger werd het bij mens en dier gebruikt als middel tegen wormen. Verder is ze zeer geschikt voor droogbloem boeketten, omdat de bloemen bij droging mooi hun gele kleur behouden.

.

.

.

.

Algemeen

– composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– zeer algemeen voorkomend
– vrij zeldzaam in het noordelijk   zeekleigebied
– 60 tot 120 cm

Bloem
– geel
– vanaf juli t/m september
– hoofdje
– schermvormige pluim
– alleen buisbloemen
– 7 tot 13 mm
– omwindselblaadjes vliezig gerand

Blad
– verspreid
– samengesteld
– dubbel afgebroken veerdelig
– top spits of toegespitst
– rand scherp gezaagd
– voet gevleugld
– veernervig
– bovenste niet gesteeld

Stengel
– rechtop
– enigszins verhout
– glad en kaal
– bovenaan vertakt
– meerkantig

zie wilde bloemen

.

.

.

.

.

.

Akkerhoornbloem : Cerastium arvense

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

.

.

.

.

Goed te herkennen aan

.
– de grote witte bloemen met 5 ingesneden kroonbladen
– met 5 stijlen en
– de behaarde stengels en behaarde bladeren

.

.

.

.

Algemeen

.

Akkerhoornbloem is een overblijvende plant van 5 tot 25 cm hoog, die algemeen voorkomt in de Lage Landen. Ze groeit op vrij open of grazige plaatsen met droge, al of niet kalkrijke zandgrond, zoals (rivier)duinen, bermen en braakliggende grond en niet op akkers, zoals haar naam doet vermoeden.

.

.

.

.

Bloem

.

Ze bloeit vanaf april tot en met juli met zuiver witte bloemen van 1 tot 2 cm groot. Ze hebben 5 kroonbladen, die voor 1/3 ingesneden zijn. De kroonbladen zijn 2x zo lang als de behaarde kelkbladen.

.

.

.

.

Blad en stengel

.

Akkerhoornbloem heeft twee soorten stengels, opstijgende bloeiende stengels en liggende op de knopen worte-lende stengels. Door middel van die liggende stengels kan de plant zich over een grote oppervlakte uitbreiden.

.

.

.

.

Vergelijkbare soorten 

.

akkerhoornbloem : 5 kroonbladen voor 1/3 ingesneden en 5 stijlen.

gewone hoornbloem : de bloemen van gewone hoornbloem vallen veel minder op, de kroonbladen zijn ongeveer even lang als de kelkbladen.

.

.

akkerhoornbloem

.

.

akkerhoornbloem

.

.

gewone hoornbloem

.

.

gewone hoornbloem

.

.

Akkerhoornbloem lijkt veel op viltige hoornbloem. Viltige hoornbloem is geen inheemse plant, maar een uit tuinen verwilderde cultuurplant, die in het wild lang stand kan houden.

.

.

viltige hoornbloem

.

.

Algemeen

.

– overblijvend
– algemeen voorkomend
– 5 tot 25 cm

Bloem
– wit
– vanaf april t/m juli
– bijscherm
– stervormig
– 1 tot 2 cm
– 5 ingesneden kroonbladen
– kroonbladen niet vergroeid
– 5 kelkbladen, behaard
– 10 meeldraden
– 5 stijlen

Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet vergroeid
– 1-nervig
– behaard

Stengel
– opstijgend of bovengronds kruipend
– behaard met klierharen

zie wilde bloemen

.

.

.

.

.

.

 Gewone engelwortel : Angelica sylvestris

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

.

.

.

.

Goed te herkennen aan 

.
– de witte of enigszins roze schermen bestaande 15 tot 40 bolvormige deelschermen
– de bedauwde roze tot paars-bruine, rolronde, gegroefde stengels
– en de gootvormige bladstelen van de onderste bladeren

.

.

.

.

Algemeen

.

Gewone engelwortel is een zeer algemeen voorkomende, overblijvende, donkergroene, niet sterk ruikende plant van natte, voedselrijke grond aan waterkanten, in graslanden en lichte loofbossen. Ze wordt 90 tot 180 cm hoog. Vaak staan er vele planten bij elkaar.

.

.

.

.

Bloem

.

De bloeiperiode is vanaf juli tot in de herfst, soms tot het begin van de winter. De bloeiwijze is een scherm van 3 tot 15 cm breed, bestaande uit 15 tot 40 ronde deelschermen met kleine witte of rozeachtige bloemetjes. De bloemetjes hebben 5 even grote kroonbladen. Onder het samengestelde scherm zitten 3 omwindselbladen, die snel afvallen. Onder elk deelscherm zitten talrijke omwindselblaadjes. De schermstralen zijn zacht behaard.

.

.

.

.

Blad

.

De grote bladeren zijn 2- tot 3-voudig geveerd. De deelblaadjes zijn langwerpig, scherp gezaagd. De bovenste bladeren zijn vergroeid tot een bolvormige schede rond de jonge bloeiwijze. De wortelbladeren hebben een gootvormige steel, 1 van de verschillen met grote engelwortel.

.

.

.

.

Toepassingen

.

Gewone engelwortel werd vroeger gebruikt voor het maken van een slijmoplossend middel. Ook werden de jonge stengels en bladeren gekookt in zout water en als groente gegeten.

.

.

.

.

Vergelijkbare soorten  

.

gewone engelwortel

– scherm 3 tot 15 cm breed, 15 tot 40 stralen
– bloemen zijn 2 mm, wit of roze
– plant donkergroen, nauwelijks ruikend
– eindblaadjes ongedeeld, voet niet aflopend
– tot 1,8 meter hoog
– wortelbladeren met gootvormige stengel 

.

.

 grote engelwortel

– scherm tot 20 cm breed, 20 tot 40 stralen
– bloemen zijn 3 tot 4 mm, groenachtig wit
– plant lichtgroen, bij kneuzing sterk ruikend
– eindblaadjes vaak 3-delig met aflopende voet
– tot 2,5 meter hoog
– wortelbladeren met rolronde stengel

.

.

grote engelwortel

.

.

Naast de twee bovengenoemde soorten zijn er nog een aantal (zeer) algemeen voorkomende planten met witte schermbloemen, zoals fluitenkruid en gewone berenklauw.

.

fluitenkruid

.

.

Gewone berenklauw

.

.

Algemeen

– schermbloemenfamilie (Apiaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen
– 90 tot 180 cm

Bloem
– wit of roze
– vanaf juli tot in de herfst
– meervoudig scherm
– 2 mm
– stervormig
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– stijlen

Blad
– verspreid
– samengesteld
– 2- of 3-voudig oneven veervormig
– deelblaadjes eirond tot langwerpig
– top spits
– rand gezaagd
– voet afgerond
– veernervig

Stengel
– rechtop
– kaal
– bedauwd roze tot paarsbruin
– rond en gegroefd

zie wilde bloemen

.

.

.

.

.

.

Zeepkruid : Saponaria officinalis

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

.

.

.

.

.

Goed te herkennen aan

.
– roze (soms witte), grote, 5-tallige, iets geurende bloemen in eindelingse trossen en
– de groepsgewijze groei

.

.

.

.

Algemeen

.

Zeepkruid is een overblijvende plant van 40 tot 70 cm hoog. Ze komt vrij algemeen voor in de Lage Landen. Ook wordt ze aangeboden als tuinplant, dan vaak met gevulde bloemen. Je vindt zeepkruid op open, vochtige tot droge, veelal kalkrijke, omgewerkte zandgrond in de duinen, langs de rivieren en op spoordijken. Door kruipende wortels met ondergrondse uitlopers groeit zeepkruid in groepen.

.

.

.

.

Bloem

.

Zeepkruid bloeit vanaf juli tot en met september met zachte roze (soms witte), iets zoet geurende bloemen, die in eindelingse, 5-10 bloemige trossen staan. De kroonbladen zijn niet of iets uitgerand en elk kroonblad heeft 2 witte keelschubben. De kelkbladen zijn vergroeid tot een groen, soms rood aangelopen kelkbuis. Bestuiving vindt voornamelijk plaats door nachtvlinders. De nectar ligt namelijk heel diep in de bloem, waardoor alleen insecten met een lange tong die kunnen bereiken. Hommels plegen vaak inbraak door een gat in de kelkbuis te bijten.

.

.

.

.

Toepassingen

.

Wanneer men de groene delen of de wortelstok kneust en in water kookt, ontstaat een schuimende vloeistof, die vroeger veel voor het wassen van wol of wollen kleding werd gebruikt. Voor dit doel werd de plant zelfs in de buurt van wol verwerkende bedrijven aangeplant. De plant werd medicinaal gebruikt voor het oplossen van slijm, het opwekken van braken en het reinigen van de huid.

.

.

.

.

Algemeen

– anjerfamilie (Caryophyllaceae)
– overblijvend
– vrij algemeen in het duingebied,
elders zeldzamer
– 40 tot 70 cm

Bloem
– roze, soms wit
– vanaf juli t/m september
– dichtbloemige tros
– stervormig
– 2,5 tot 4 cm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 10 meeldraden
– 2 stijlen

Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– eirond tot langwerpig
– top spits
– rand gaaf
– voet doorgegroeid
– 3- tot 5-nervig

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

.

.

.

.

.

.

Grotere kamerplanten.

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

.

Grote Kamerplanten

.

 Veel mensen vinden het moeilijk om een geschikte kamerplant te vinden. Hier zijn een aantal bekende en populaire grote kamerplanten geselecteerd en beschreven.

 

 

 

 

.

 

Grote kamerplanten zijn erg gezellig in de huiskamer. Ze brengen sfeer in huis. Hou er rekening mee dat grote kamerplanten steeds groter worden. Dus denk er goed over na voordat je een grote kamerplant in huis neem, hij neemt namelijk aardig wat ruimte in beslag.

 

 

.

Pachira aquatica

.

De Pachira aquatica staat bekend om zijn handvormige bladeren en gevlochten stam. Maar ze zijn ook te koop in de natuurlijke vorm. Maar omdat de natuurlijke vorm nogal grof en weerbastig is, zul je de meeste Pachira’s in een gevlochten vorm vinden, maar dat maakt ze ook meteen een stuk duurder. De Pachira is een makkelijke plant om te houden.

Je kan de Pachira bija overal neerzetten behalve in de zon. In de winter is ie met 1x in de maand een flinke scheut water zonder voeding en 1x per week even besproeien tevreden. In de zomer vraagt hij om flink meer water met wat voeding. Dan heeft de plant 1x in de twee weken een grote scheut met water nodig en 1x per week even sproeien.

In de zomer kan de Pachira erg hard groeien. Wordt de plant te groot,dan kan je hem op elke willekeurige plaats +/- 3 cm boven de aangroei van een blad afknippen. Door de plant aan de bovenkant te snoeien, zal hij minder hard de lucht in gaan en wat meer in de breedte, je krijgt dan dus een vollere plant. Let op de plant is licht giftig!

 

.

 

 

 

.

Yucca (palmlelie)

.

De Yucca is een van de gemakkelijkste planten om de houden. De stevige spitse maar niet stekende bladeren verdragen volle zon, maar ook op een wat donkerdere plek blijft deze plant een lange tijd goed. De plant vraagt weinig water. Ga je een aantal weken op vakantie, maak je je dan over de Yucca dan geen zorgen, die overleeft het wel. Het is een langzame groeier.

De plant kan in de zomer lekker naar buiten. Door de frisse lucht groeien ze duidelijk sneller. In de winter willen ze graag een koele standplaats. Dus een onverwarmde kamer is perfect. De temperatuur mag gerust dalen tot 5 graden. Geef weinig water. Het is de rustperiode van de plant. Ze gebruiken alleen een heel klein beetje water om de winter door te komen.

 

.

 

Yucca%20flaccida-palmlelie

 

.

Ficus (vijgenboom)

.

De Ficus bestaan in veel verschillende soorten en maten. Je hebt ze met effe en bondgekleurde bladeren, kleine, langwerpige en grote bladeren. De ficus is een makkelijke plant, zolang er niet te veel temperatuurschommelingen zijn en er regenwater op kamertemperatuur wordt gegeven.Als er teveel temperatuur schommeling is en hij krijgt te koud water, dan verliest de plant zijn bladeren.

Geef matig water en laat de aarde opdrogen tussen iedere giet beurt (niet uitdrogen) De ficus is vrijwel het hele jaar te koop in plantenwinkels of tuincentra’s. De beste standplaats is in het licht zonder te veel direct zonlicht, maar een wat donkerdere plek mag ook. De Ficus is een dankbare plant. Voelt de plant zich lekker, dan laat hij dat merken door veel jonge blaadjes te maken.

 

.

 

eetbare-tuin-ficus-carica-ice-cristal-vijgenboom

 

.

Dracaena

.

De Dracaena heeft veel variaties in uiterlijk Zo heb je planten met een bladbreedte van 10 cm en planten met een bladbreedte van 2 sm. Je hebt variaties op stam en je hebt soorten die alleen uit een toefje met bladeren bestaat. De verschillende Dracaena’s hebben ook een grote variatie aan kleur. Van rood-groen gestreepte tot groen met roomwitte gespikkelde soorten. Een ding heben ze allemaal gemeen, het is een relatief makkelijke plant om te houden. De verzorging is vrijwel hetzelfde als de Yucca, alleen vragen ze iets meer water.

 

 

Dracaena_deremensis_Compacta

 

.

Palmen

.

Een van de polulairste kamerplanten zijn palmen. Maar van alle beschreven planten heeft de palm wel de meeste verzoring nodig. De meest verkochte palm is de Chrysaldocarpus lutescens. De bladveren zijn bij jonge planten erg slap, maar als de plant wat ouder is word het blad steviger. Palmen houden niet van kou. Een van de natuurlijke plekken waar palmen groeien is Madagascar.

Het is daar altijd warm, en daarom is een palm niet op lage temperaturen ingesteld. De temperatuur mag dan ook niet lager zakken dan 15 graden. De potgrond moet zo gelijkmogelijk vochtig blijven, dus regelmatig gieten is erg belangrijk. Zorg er voor dat het water handwarm is, anders krijgt de palm een koudeschok.

De standplaats voor een palm moet wel licht zijn maar niet zonnig. Palmen kunnen erg groot worden, maar kunnen niet gesnoeid worden. Mocht de palm voor een bepaalde plek te groot worden, dan zal de palm verplaatst of weggegooid moeten worden.

 

.

 

Areca%20chrysalidocarpus%20225%20cm

 

 

.

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA