Advertenties

Categorie archief: Religie

Leviticus 14: 1 – 7

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

 

 

Leviticus 14: twee vogels-wet op de melaatsheid, huidvraat

 

 In de reinigingswet voor de melaatse zoals beschreven in het Bijbelboek Leviticus, zien we een type of verwijzing naar de dood en de opstanding van Christus. De twee vogels verwijzen naar de dood en de opstanding van de Heer Jezus Christus, gelijk er staat geschreven in Romeinen 4:25: “Hij heeft Jezus voor onze zonden laten sterven en Hem uit de dood laten terugkomen om ons rechtvaardig te verklaren.”

 

 

 

Leviticus 14: twee vogels - wet op de melaatsheid, huidvraat

 

 

Zoals beschreven in de Tenach, het Oude Testament, is de wet op de melaatsheid een verwijzing naar de dood en de opstanding van Christus

.

.

 

Leviticus 14:1-7

 

De Here gaf Mozes de volgende voorschriften voor iemand die van zijn melaatsheid genezen is verklaard: “De priester zal het kamp verlaten om hem te onderzoeken. Als hij ziet dat de melaatsheid is verdwenen, zal hij vragen om twee levende vogels die mogen worden gegeten, cederhout, scharlaken en hysop om die te gebruiken bij de reinigingsceremonie van de genezene.

De priester zal dan opdracht geven één van de vogels te slachten boven een raderwerken pot waarin zich fris bronwater bevindt. De andere vogel zal, samen met het cederhout, scharlaken en hysop in het bloed van de gedode vogel worden gedoopt. Vervolgens zal de priester zevenmaal bloed sprenkelen over de man die is genezen. Daarna zal hij hem rein verklaren. De levende vogel zal hij in het open veld laten vliegen.

 

In deze wet schuilt een metaforische verwijzing naar de opstanding en verheerlijking van Christus. Juist dit specifieke element,in het zoenoffer van Christus, is minder duidelijk aanwezig in de offerdienst van het Oude Testament, die zoals we weten vooruitwijst naar het ultieme offer dat Christus bracht aan het kruis. Dat maakt deze verwijzing zo bijzonder. Door het zoenoffer van Christus worden de zonden verzoend en worden mensen verzoend met God.

 

 

Het ritueel

 

Voor het reinigingsritueel zijn twee levende vogels nodig. Water heeft een helende, genezende en reinigende kracht. Cederhout staat voor duurzaamheid. Hysop die in scheuren van een muur groeit (1 Koningen 4 :33), is een soort huislook waarvan men een kwast kan maken en kan sprenkelen (Exodus 12:12). Met scharlaken wordt de hysop gebundeld, en herinnert aan het bloed (Numeri 19:6).

De ene vogel wordt geslacht boven een pot met levend water, waar vervolgens het bloed invalt. Hiermee verkrijgt men reinigingswater, waarin de andere vogel gedoopt wordt die daarna de onreinheid weg zal dragen. De vogel laat men in het open veld wegvliegen als symbool van de ontkoming aan de dood.

 

 

 

Melaatsheid staat voor zonde

 

Melaatsheid is in de Bijbel een type voor zonde, zoals tot uitdrukking komt in het reinigingsritueel door de priester en doordat er een schuldoffer gebracht moet worden (Leviticus 14:12,21). Zonde is het kwaad dat in de mens aanwezig is en zich uit door middel van boze daden. Het afschuwelijke van melaatsheid of huidvraat, beeldde aan Gods volk de door Hem gehate, verfoeilijke zonde uit. De melaatse wordt door het bloed van het offerdier als het ware gereinigd, net zoals de zondaar wordt gereinigd door het bloed van Christus (1 Johannes 1:7).

 

 

 

Helend bloed aan het kruis

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De twee vogels

 

Net zoals de twee bokken op Grote Verzoendag tezamen wijzen op twee aspecten van het ene offer van Christus, zo wijzen de twee vogels in de wet op de melaatsheid ook op het ene offer van Christus, maar op een geheel andere wijze. De twee vogels verwijzen naar de dood en de opstanding van de Heer Jezus Christus, gelijk er staat geschreven in Romeinen 4:25: “Hij heeft Jezus voor onze zonden laten sterven en Hem uit de dood laten terugkomen om ons rechtvaardig te verklaren.”

De vogel die geslacht wordt verwijst naar de plaatsvervangende dood van Christus die voor onze zonden stierf. De tweede vogel die is bedekt met het bloed van de eerste vogel, mag vervolgens in het open veld wegvliegen. Dit verwijst naar de Heer die is opgestaan uit de doden.

 De zondige mens is gereinigd door het bloed van Christus, die plaatsvervangend voor ons aan het kruis stierf en opstond uit de dood. Als Jezus niet zou zijn gestorven, dan zou zijn werk niet volbracht zijn en als Hij niet zou zijn opgestaan uit de doden, dan zou het geloof geen betekenis hebben en zouden onze zonden niet vergeven zijn (1 Korintiërs 15:17).

Het volkomen offer van Christus

 

In Leviticus 14 vers 7 kunnen we lezen dat de priester zevenmaal bloed sprenkelt over de man die is genezen. Zeven is het getal van de volheid. Het wijst daarmee vooruit op het volkomen offer dat Christus bracht. Het bloed van Christus reinigt ons en heeft de weg tot God de Vader die door de zonde was versperd, weer vrijgemaakt.

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Advertenties

Het Angelus

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

Het angelus (voluit Angelus Domini; Nederlands de Engel des Heren) is een katholiek gebed dat van oudsher driemaal daags gebeden wordt: om zes uur ’s morgens, twaalf uur ’s middags en zes uur ’s avonds. Waar voorheen de gelovigen hun werkzaamheden stopten om te bidden is dit gebruik grotendeels in onbruik geraakt.

 

 

 

Christus, de Engel des Heren

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Het gebed wordt aangekondigd door het luiden van een kleine klok, het angelusklokje. Hierbij worden drie slagen op de klok gegeven waarna een aanroep met Weesgegroet Maria wordt gebeden. Nog tweemaal volgen drie slagen op de klok met een nieuwe aanroep en Weesgegroet. Ten slotte wordt de klok gedurende twee minuten geluid en wordt een afsluitend gebed gebeden.

De benaming ‘angelus’ is afgeleid van de Latijnse beginwoorden ‘Angelus Domini nuntiavit Mariae’ (‘De Engel des Heren heeft aan Maria geboodschapt’). In zijn huidige vorm bestaat het angelus sinds 1571. In de Paastijd wordt het angelus vervangen door het regina coeli.

Sinds paus Johannes XXIII bestaat het gebruik dat de paus iedere zondag, om 12 uur ’s middags, voorgaat in het angelusgebed. Dat doet hij vanuit het raam van zijn appartement in het Apostolisch Paleis. ’s Zomers doet hij dat vanuit het raam van zijn studeerkamer in Castel Gandolfo. Na het angelus spreekt de paus een kort stichtelijk woord en begroet de pelgrims.

 

 

 

Angelusklok luidt

 

 

 

         Latijnse tekst

 

    • Angelus Domini nuntiavit Mariae

 

    • Et concepit de spiritu sancto
    • .Ave Maria, Gratia plena,

 

    • Dominus tecum.

 

    • Benedicta tu in mulieribus

 

    et benedictus Fructus ventris tui, Iesus.
    • Sancta Maria, Mater Dei,

 

    • Ora pro nobis peccatoribus

 

    • Nunc et in hora mortis nostrae. Amen.Ecce, Ancilla Domini.

 

    • Fiat mihi secundum verbum Tuum.Ave Maria…Et Verbum caro factum est

 

    • Et habitavit in nobis.Ave Maria…Ora pro nobis, Sancta Dei Genetrix,ut digni efficiamur promissionibus Christi.Oremus. Gratiam Tuam, quaesumus, Domine, mentibus nostris infunde,ut, qui angelo nuntiante, Christi, Filii Tui, incarnationem cognovimus,per

 

passionem eius et

 

crucem ad resurrectionis

 

    gloriam perducamur.Per eundem Christum, Dominum nostrum.Amen.

 

 

 

              Nederlandse tekst

 

    De Engel des Heren heeft aan Maria geboodschapt,En ze heeft ontvangen van de Heilige Geest.

Wees gegroet, Maria…

    Zie de Dienstmaagd des Heren,Mij geschiede naar Uw woord.

Wees gegroet, Maria…

    En het Woord is vlees geworden;En Het heeft onder ons gewoond.

Wees gegroet, Maria…

    Bid voor ons, Heilige Moeder van God,Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.
    Laat ons bidden.Heer, wij hebben door de boodschap van de Engel de menswording van Christus uw Zoon leren kennen;Wij bidden U, stort Uw genade in onze harten,Opdat wij door Zijn lijden en kruis gebracht worden tot de heerlijkheid van de verrijzenis.Door Christus, onze Heer.
    • Amen.

 

 

 

 

 

Engel des Heren

 

 

 

 

 

Bode van God

 

De Engel des Heren in het Oude Testament is de eeuwige Christus zelf. We kunnen ook vertalen: bode van de Here.

We lezen van Mozes in Ex. 3: 2 : Daar verscheen hem de Engel des Heren als een vuurvlam midden uit een brandende braamstruik.

 

 

 

Braamstruik verteert niet

 

Opvallend is dat de bremstruik niet verteerd wordt. Het vuur manifesteert de Heilige die al wat zondig is verteert. De bremstruik is Gods heilig volk.

Gods presentie betekent oordeel.

Gods vlammen slaan door zijn eigen volk. Er moet heel wat worden weggebrand.

Toch is de braam groen gebleven. God is een verterend vuur, maar toch genadig.

De God van Abraham Izaäk en Jakob openbaart zich hier als Jahweh: ik ben die Ik ben. De beste vertaling is de Getrouwe. Het brandend braambos is Christus symbool.

Voor Vaders eigen zoon werd Vaders minnevuur tot hellebrand.

Het is in Exodus 3 geen beeld van de ruimte van de kerk, een stralingsveld, waarvan je niet kunt zeggen waar de grens is. Integendeel het vuur heeft hier een doorlichtende functie.

 

 

 

God als een meervoud

 

Het vuur heeft in Exodus een openbaringskarakter. God openbaart zich als Elohim. Dit Hebreeuwse woord is een meervoud waarin je de Levensstroom hoort klotsen.

De Engel des Heren zegt vervolgens :  ‘Kom niet dichterbij, doe uw schoenen van uw voeten, want de plaats waarop ge staat is heilige grond’.

Toen verborg Mozes zijn gelaat want hij vreesde God te aanschouwen.

Het vuur van de brandende braamstruik veronderstelt niet ruimte, gezelligheid maar eerbied en distantie-besef.

Het Bijbelse beeld van ruimte in de kerk is niet het kampvuur, maar het in Christus zijn. Dat is ook de bodem waarin we geworteld zijn.

 

 

 

 

.

.

.

Ook in Zacharia

 

Ook in het boek Zacharia kom je de Engel des Heren tegen.

Zacharia 3: 1 > ‘Vervolgens deed Hij mij de hogepriester Jozua zien, staande vóór de Engel van Jahweh, terwijl de satan aan zijn rechterhand stond om hem aan te klagen. Jozua nu had vuile kleren aan terwijl hij voor de Engel stond’.

Hier is duidelijk dat deze Engel geen gewone engel is. Welke engel zal kunnen zeggen ‘Hierbij reinig ik je van alle ongerechtigheid’ ? Dit is Christus in eigen Persoon.

Die vuile kleren van Jozua kon Hij niet achteloos aan de kant gooien, Hij moest ze zelf aantrekken wat Hij gedaan heeft op Golgotha.

En toen satan Jezus erom aanklaagde, was er niemand die het voor Hem opnam. Ondertussen liep Jozua allang in feestgewaad.

 

 

 

Feestkleed cadeau

 

Op zijn beurt ontvangt Jozua dan een feestelijk gewaad. Hier zie je ook de gedachte van de eeuwige ruil, waarover Augustinus schreef: Christus zegt: geef mij van wat van u is, Ik geef u wat van Mij is.

 

De kerk is ontstaan uit Joodse schokeffecten bij de opstanding van Jezus. De ongelovige Thomas was er helemaal onderste boven van. Als hij Jezus de verrezene ontmoet , kan hij alleen maar uitbrengen “Mijn Here en mijn God.”

Uit de vroegste brieven van Paulus die dateren rond het jaar 50, blijkt dat allerlei vormen van verering van Jezus al zijn ingeburgerd en dat zijn naam wordt uitgesproken bij de doop. De vroeg-christelijke hymnen die we in de teksten ontdekten, prijzen Jezus als God.

Vanaf het vroegste begin van de christenheid wordt Jezus al als God aanbeden. Jezus is ook niet geschapen als de engelen, luidt de kerkelijke belijdenis, maar gegenereerd, voortkomen uit de Vader. God is niet denkbaar zonder Jezus Christus. God heeft nooit geleefd zonder Hem.

Als we in Christus God zelf niet ontmoeten, kennen we God niet werkelijk. Zonder Christus denken we dat God in wezen zo is als wij, dat het Hem om macht gaat. Buiten Christus kunnen we God niet kennen. We kunnen zeggen “Als Christus niet helemaal God is, is Hij helemaal niet God.

 

 

 

 

Christus is helemaal God of Hij is het helemaal niet.

 

Als Christus niet helemaal God is, worden we niet door God verlost.

 

de ware- en de valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Reine en onreine dieren

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

 

 

Reine en onreine dieren

 

De eerste keer dat we lezen over reine en onreine dieren in de Bijbel, is in de geschiedenis van de zondvloed. Noach kreeg de opdracht om zeven paar te nemen van alle rein vee en slechts twee van het onreine vee.

  • Ge 7:2 Van alle rein vee zult gij tot u nemen zeven en zeven, het mannetje en zijn wijfje; maar van het vee, dat niet rein is, twee, het mannetje en zijn wijfje.

We weten niet hoe Noah rein en onrein vee onderscheidde, maar het toont aan dat al in de vroege dagen een onderscheid gemaakt werd tussen het reine en het onreine. Reine dieren waren ongetwijfeld geschikt om te offeren. Toen Noach uit de ark was gekomen, bracht hij brandoffers van al het reine vee en al het rein gevogelte.

  • Ge 8:20 En Noach bouwde een altaar voor de Heere; en hij nam van al het reine vee en van alle reine vogels, en bracht brandoffers op dat altaar.

De dieren dienden vóór de zondvloed kennelijk nog niet tot voedsel, want pas na de zondvloed wordt gesproken over het eten van dierlijk voedsel.

  • Ge 9:3 Alles wat zich beweegt, waarin leven is, zal u tot voedsel dienen; Ik heb het u allemaal gegeven, evenals het groene gewas.

 

Met Israël was het anders. Welke dieren mochten en moesten worden geofferd wordt duidelijk aangegeven. En wat voor dieren rein waren en konden worden gegeten en wat voor dieren onrein waren en niet gegeten konden worden, maakte God in bijzonderheden bekend.

  • Le 11:46 Dit is de wet met betrekking tot de dieren, de vogels en alle levende wezens die in het water krioelen, en alle wezens die zich op aarde voortbewegen, Le 11:47 om onderscheid te maken tussen het onreine en het reine, en tussen de dieren die men eten en de dieren die men niet eten mag.

God maakte duidelijk welk vlees onrein was in Zijn ogen. We weten uit andere geschriften, dat de onrein genoemde dieren niet werkelijk op zichzelf onrein zijn, want God schiep geen dieren die onrein waren. Toch wees hij dieren met bepaalde kenmerken als onrein en afschuwelijk voor de Israëliet aan.

 

 

Om de heiligheid

 

Het doel van deze wetgeving aangaande reine en onreine dieren was heiligheid, in overeenstemming met de heilige God.

  • Le 11:44 want Ik ben de Heere, uw God. U moet u heiligen en heilig zijn, want Ik ben heilig. U mag uzelf niet verontreinigen met al de kruipende dieren die zich over de aarde voortbewegen. Le 11:45 Want Ik ben de Heere, Die u uit het land Egypte heeft laten vertrekken, opdat Ik u tot een God ben. U moet heilig zijn, want Ik ben heilig.
  • De 14:2 Want u bent een heilig volk voor de Heere, uw God. De Heere heeft u uit alle volken die op de aardbodem zijn, uitgekozen om voor Hem een volk te zijn dat Zijn persoonlijk eigendom is.  De 14:3 U mag niets eten wat een gruwel is.  De 14:4 Dit zijn de dieren die u eten mag: het rund, het schaap, de geit.

 

 

 

.

.

.

.

Landdieren

 

De Israëliet mocht alleen reine landdieren tot voedsel nemen. Reine landdieren zijn die welke zowel herkauwen als gespleten hoeven hebben (Lev. 11:2-3). Dit zijn bijvoorbeeld, volgens Deut. 14:4-6, het rund, het schaap, de geit, het hert, de gazelle, de reebok, de steenbok, de spiesbok, de antilope en de gems.

 

 

 

Schapen waren voor de Israëliet reine dieren. Ze mochten gegeten en geofferd worden.

 

 

Tot de onreine dieren behoren vleeseters, zoals katachtigen, en ook, volgens Lev. 11: 4-8 :

  • de kameel (herkauwt, geen gespleten hoeven)
  • de klipdas 
  • de haas  
  • het varken (herkauwt niet, wel gespleten hoeven).

 

  • Al wie ze aanraakte, was onrein (Lev. 11:26). “Van hun vlees mag u niet eten en hun kadavers niet aanraken; ze zijn voor u onrein.” (Lev. 11:8; vgl. Deut. 14:3,7-8)

 

Alle zoolgangers onder al de dieren die op vier poten gaan, waren voor de Israëliet onrein.Bij zoolgangers raakt de hele voetzool van voor- en achterpoot de grond. Zoolgangers zijn meestal geen snelle dieren, maar ze kunnen zich wel goed afzetten en iets vastgrijpen. Voorbeelden zijn beren en mensen.

  • (Lev. 11:27). “Al wie hun kadaver aanraakt, is onrein tot de avond. En wie hun kadaver draagt, moet zijn kleren wassen en is onrein tot de avond; ze zijn voor u onrein” (Lev. 11:28).

 

De kruipende landdieren, die zich over de aarde voortbewegen, hetzij op de buik of op poten, waren afschuwelijk en onrein voor de Israëliet en mochten niet gegeten worden.

  • (Leviticus 11:29-31; 41-44), zoals de mol, de muis, elke soort pad, de gekko, de varaan, de hagedis, de skink  en de kameleon.
  • (Lev. 11:31)“Al wie ze aanraakt als ze dood zijn, is onrein tot de avond”
  • (Lev. 11:43-44) “U mag uzelf niet tot een afschuw maken met al die kruipende dieren die zich zo voortbewegen, en u mag zich daarmee niet verontreinigen zodat u daardoor verontreinigd wordt,  want Ik ben de Heere, uw God. U moet u heiligen en heilig zijn, want Ik ben heilig”

Deze kruipende dieren (mol, muis, pad enz.) kwamen in woningen dikwijls voor. Wanneer ze, stervende of reed gestorven, op of in iets vielen (pan, pot, kleed, zak) was dit onrein tot de avond. Het moest in water worden gelegd (Lev. 11:32). Een aarden pot, onrein geworden, moest gebroken worden. Voedsel en drank uit zo’n pot (vat, kruik) was onrein. Ook de verontreinigde oven en de bakpan moesten stukgebroken worden (Lev. 11:35). Een bron of waterput of zaaigoed (zaaibaar zaad) zou door het dode dier niet verontreinigd raken, het zou rein blijven. “Maar als er water op het zaad gegoten wordt, en er valt iets van hun kadaver op, dan is dat voor u onrein.” (Lev. 11:38)

 

 

 

Waterdieren

 

De Israëliet mocht alleen reinewaterdierentot voedsel nemen. Reine waterdieren zijn die welke zowel vinnen als schubben hebben (Lev. 11:9; Deut. 14:9).

Wanneer een waterdier geen vinnen of schubben had, was het voor de Israëliet onrein en afschuwelijk en mocht hij het niet eten (Lev. 11:10-12; Deut. 14:10). Onrein en afschuwelijk zijn derhalve mosselen, kreeften, enz.

  • Lev. 11: 10 maar alles wat geen vinnen of schubben heeft in de zeeën en in de beken, van alles wat in het water wemelt en van alle levende wezens die in het water leven, die zijn voor u iets afschuwelijks. Lev. 11: 11 Ja, iets afschuwelijks zijn ze voor u. Van hun vlees mag u niet eten, en hun kadavers moet u verafschuwen. Lev. 11: 12 Alles wat in het water geen vinnen en schubben heeft, is voor u iets afschuwelijks.

 

 

 

.

.

.

.

Vogels

 

De arend was voor de Israëliet een onrein dier. 

 

 

 

 

 

De Israëliet mocht alleen reine vogels en reine gevleugelde dieren eten (Deut. 14:11,20).

Als onrein en afschuwelijk gevogelte wees God aan (Lev. 11:13-19; Deut. 14:12-18; 21:12) :

  • de arend, de lammergier of de havik, de monniksgier of de zeearend, de buizerd of de gier, elke soort kiekendief, elke soort wouw, elke soort raaf, de struisvogel, de velduil, de meeuw of de koekoek, elke soort valk of de sperwer, de steenuil, de visarend of het duikertje, de ransuil, de kerkuil, de kraai, de roerdomp, de aasgier, de pelikaan, de ooievaar, elke soort reiger, de hop en de vleermuis. Dit zijn voornamelijk roofvogels en aasvogels.

 

 

 

Insecten

 

De op vier voeten kruipende, kleine gevleugelde dieren waren bijna alle onrein voor de Israëliet, hij mocht ze niet eten (Lev. 11:20, 23-25; Deut. 14:19).

  • De 14:19 Ook al het kruipend gevogelte zal ulieden onrein zijn; zij zullen niet gegeten worden. De 14:19 Ook alle gevleugelde insecten zijn voor u onrein; ze mogen niet gegeten worden. 

Van alle gevleugelde insecten die op vier poten gaan en die naast hun poten een stel springpoten hebben om daarmee over de grond te springen, mocht de Israëliet de volgende soorten wel eten:

(Lev. 11:21-22) elke soort veldsprinkhaan, elke soort sabelsprinkhaan, elke soort krekel en elke soort doornsprinkhaan .

  • (Lev. 11:24-25). Door de kruipende gevleugelde dieren zou de Israëliet zichzelf kunnen verontreinigen. “Al wie hun kadavers aanraakt, is onrein tot de avond. En al wie een deel van hun kadaver draagt, moet zijn kleren wassen en is onrein tot de avond. En al wie een deel van hun kadaver draagt, moet zijn kleren wassen en is onrein tot de avond.”

Van Johannes de Doper lezen wij dat hij sprinkhanen als voedsel nam.

  • Mt 3:4 Hij nu, Johannes, droeg een kleed van kameelhaar en een lederen gordel om zijn lendenen; en zijn voedsel bestond uit sprinkhanen en wilde honing.

 

 

 

.

.

.

.

Kadaver

 

Een wettelijk eetbaar dier werd onrein als het gestorven was. De Israëliet mocht geen enkel kadaver eten.

  • De 14:21 : U mag geen enkel kadaver eten. Aan de vreemdeling die binnen uw poorten is, mag u het geven om het te eten, of verkoop het aan een buitenlander. Want u bent een heilig volk voor de Heere, uw God. U mag een bokje niet koken in de melk van zijn moeder. 

Wie een dierlijk kadaver aanraakte, het droeg of daarvan at, was onrein tot de avond.

  • Le 11:39 En wanneer een van de dieren die u tot voedsel dienen, doodgaat, is hij die zijn kadaver aanraakt, onrein tot de avond. Le 11:40 Wie iets van zijn kadaver eet, moet zijn kleren wassen, en is onrein tot de avond, en wie zijn kadaver draagt, moet zijn kleren wassen, en is onrein tot de avond.

 

 

 

.

.

.

.

Het hemels gezicht van Petrus

 

In Hand. 10:9-16 krijgt de biddende en hongerige apostel Petrus een gezicht, waarin God hem toont dat de oude reinheidswet betreffende het eten van dieren niet meer geldt:

  • Hnd 10:11 En hij zag de hemel geopend en een voorwerp neerdalen als een groot laken, dat aan de vier hoeken op de aarde werd neergelaten; Hnd 10:12 daarin waren alle viervoetige en kruipende dieren van de aarde en vogels van de hemel. Hnd 10:13 En er klonk een stem tot hem: Sta op, Petrus, slacht en eet! Hnd 10:14 Petrus echter zei: In geen geval, Heer, want nooit heb ik iets onheiligs of onreins gegeten. Hnd 10:15 En weer klonk een stem tot hem, voor de tweede keer: Wat God gereinigd heeft, zul jij niet voor onheilig houden. Hnd 10:16 En dit gebeurde tot driemaal, en terstond werd het voorwerp opgenomen in de hemel.

Het is duidelijk uit de Schrift dat het verbod van onreine dieren te eten alleen voor Israël gold. Het gezicht aan Peter gegeven openbaart dat de beperking is afgeschaft in Christus.

  • 1Ti 4:4 Want al het door God geschapene is goed en niets is verwerpelijk als het met dankzegging wordt genomen, 1Ti 4:5 want het wordt geheiligd door Gods woord en door gebed.
  • Ge 9:3 Alles wat zich beweegt, waarin leven is, zal u tot voedsel dienen; Ik heb het u allemaal gegeven, evenals het groene gewas.

 

 

 

.

.

.

.

Zinnebeeldige betekenis

 

De kenmerken van reine en onreine dieren hebben ongetwijfeld symbolische betekenissen voor Nieuwtestamentische gelovigen. 

Het verdelen van de hoef en het herkauwen kunnen wijzen op een vaste en volhardende wandel (als de kameel of de os) en het verteren of overdenken van wat wordt ontvangen (vgl. Ps 1:1,2; Spr. 12:27).

Bijna al het kruipend gevleugeld gedierte, dat zich op de aarde voortbeweegt, was onrein. De aarde is onder de vloek vanwege de zonde, en er moet een zedelijke verhoging zijn, een uitstijgen boven het platvloerse, het aardse. De sprinkhaan kon springen en mocht daarom gegeten worden.

  • Flp 3:18 Want velen wandelen, van wie ik u dikwijls heb gezegd en nu ook wenend zeg, dat zij de vijanden van het kruis van Christus zijn; Flp 3:19 hun einde is het verderf, hun God is de buik en hun heerlijkheid is in hun schande; zij bedenken de aardse dingen. Flp 3:20 Want ons burgerschap is in de hemelen, waaruit wij ook de Heer Jezus Christus als Heiland verwachten.

De reine vissen hebben vinnen en schubben: de vinnen stellen de vis in staat zich voort te bewegen en op te stijgen in het water, zijn koers te richten en gevaar te vermijden; de schubben bieden de vis bescherming. Om besmettingen van de wereld te vermijden is een omzichtige wandel nodig, met de bescherming die God heeft gegeven.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 
http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Pretribulationisme

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Het pretribulationisme is de leer dat de Heer Jezus zijn gemeente van de aarde wegneemt aan het begin of vóór de verdrukking ofwel de laatste jaarweek van Daniël. Zij die deze leer houden worden pretribulationisten genoemd.

 

 

Christus’ oordeel

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Het woord pretribulationisme komt van ‘pre’ (= voor) en het Latijnse woord ‘tribulatio’ (= verdrukking). Het pretribulationisme hangt samen met het prechiliasme, dat is de leer dat de Heer Jezus terugkomt vóór het toekomstig, duizendjarig vrederijk. Prechiliasten hebben altijd geloofd dat er vlak vóór Christus’ wederkomst een tijd van verdrukking en benauwdheid zal wezen.

 

 

 

Argumenten

 

Voor de stelling dat de gemeente vóór de grote verdrukking wordt verwijderd van de aarde zijn onder meer de volgende argumenten aangevoerd:

 

 

Niet bestemd tot toorn

 

De Grote Verdrukking is de tijd dat de toorn van God over de aarde wordt uitgegoten. De aarde zal worden getroffen door rampen en plagen. De Grote Verdrukking is zwaarder en omvangrijker dan vroegere verdrukkingen. Hoewel de Gemeente verdrukking en vervolging heeft ondervonden en in veel landen nog ondervindt, zal zij niet worden blootgesteld aan de Grote Verdrukking. Want God heeft de Gemeente niet bestemd tot toorn, maar tot het verkrijgen van de behoudenis.

De Grote Verdrukking is een tijd van goddelijke toorn, waarvoor de Gemeente, bestaande uit mensen die met God verzoend zijn, niet bestemd is (1Th1:10; 5:9; Op6:16v.: 11:18).

1Th 1:9 want zelf vertellen zij van ons welke ingang wij bij u hadden, en hoe u zich van de afgoden tot God hebt bekeerd om de levende en waarachtige God te dienen 1Th 1:10 en zijn Zoon uit de hemelen te verwachten, die Hij uit de doden heeft opgewekt, Jezus, die ons redt van de komende toorn

1Th 5:9 want God heeft ons niet bestemd tot toorn, maar tot het verkrijgen van de behoudenis door onze Heer Jezus Christus.

Ro 5:9 Veel meer dan zullen wij, nu wij gerechtvaardigd zijn door zijn bloed, door Hem behouden worden van de toorn.

Ro 5:10 Want als wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend zijn door de dood van zijn Zoon, veel meer zullen wij, nu wij verzoend zijn, behouden worden door zijn leven. 

In de gemeenten zijn sterken en zwakken, rijken en armen, meesters en slaven. De wereldlingen zullen zich verbergen in de holen en de rotsen voor het aangezicht van God en voor de toorn van het Lam. Daar kunnen de gelovigen van de gemeente van Christus niet bij zijn, want de toorn van God en van het Lam zal hen niet treffen.

Opb 6:15 En de koningen van de aarde en de groten en de oversten over duizend en de rijken en de sterken en elke slaaf en vrije verborgen zich in de holen en in de rotsen van de bergen; Opb 6:16 en zij zeiden tot de bergen en tot de rotsen: Valt op ons en verbergt ons voor het aangezicht van Hem die op de troon zit, en voor de toorn van het Lam; Opb 6:17 want de grote dag van hun toorn is gekomen en wie kan bestaan

 

 

 

Openbaring hoofdstuk 7 ; het breken van zegel 6

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Opb 11:15 En de zevende engel bazuinde, en er kwamen luide stemmen in de hemel die zeiden: Het koninkrijk van de wereld van onze Heer en van zijn Christus is gekomen, en Hij zal regeren tot in alle eeuwigheid. Opb 11:16 En de vierentwintig oudsten die voor God zitten op hun tronen, vielen op hun gezichten en aanbaden God Opb 11:17 en zeiden: Wij danken U, Heer, God de Almachtige, die is en die was, dat U uw grote kracht hebt aangenomen en uw koningschap hebt aanvaard. Opb 11:18 En de naties zijn toornig geworden, en uw toorn is gekomen en de tijd van de doden om geoordeeld te worden en om het loon te geven aan uw slaven de profeten, en aan de heiligen en aan hen die uw naam vrezen, de kleinen en de groten, en om te verderven hen die de aarde verderven

 

 

Openbaring hoofdstuk 8 ; zegel 7 en de eerste vier bazuinen

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

Herstel van Israël na de bedeling van de gemeente

 

Wij leven nu in de tijd van de gemeente, waarin geen onderscheid is tussen Jood en heiden. Het volk Israël, dat zijn Messias niet kent, miskent of afwijst, is terzijde gesteld. Israël heeft echter niet afgedaan. Gods heilsbeloften aan het volk zijn definitief. Zo zal God Israël als volk terug winnen als Christus Zijn gemeente tot Zich genomen heeft. Duidelijk handelt God weer met Israël ten tijde van de oordelen over het aardrijk. Zo zondert Hij uit dit volk 144.000 dienstknechten af, beschermt hij een vrouw (symbool van het gelovig overblijfsel van Israël) en laat Hij in Jeruzalem twee getuigen optreden. Dat gebeurt allemaal als de bedeling van de gemeente voorbij is en de gemeente verwijderd is van de aarde.

 

 

 

Openbaring hoofdstuk 21 : het nieuwe Jeruzalem

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

 

 

 

 

Lazarus van Bethanië

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Lazarus (= God heeft geholpen) van Bethanië is een man genoemd in het Nieuwe Testament, die woonde in het dorp Bethanië aan de Olijfberg bij Jeruzalem. Hij was een vriend van Jezus en een broer van Martha en Maria. Lazarus stierf door een ziekte en, nadat hij al enige dagen dood was, kwam de Heer en wekte hem uit de doden op. Deze opzienbarende gebeurtenis maakte dat velen in Jezus  geloofden. Schriftplaatsen: Joh 11:1-43; 12:1-17.

 

 

 

 

boven : Fresco met de opwekking van Lazarus. De fresco in een catacombe te Rome dateert van de 1e helft van de 4e eeuw na Chr.

 

 

 

Lazarus van Bethanië is te onderscheiden van de door de Heer Jezus verhaalde geschiedenis van de rijke man en de arme Lazarus (Luc. 16:19-31). In de Middeleeuwen werden de beide Lazarussen vaak verward. De naam Lazarus betekent ‘God heeft geholpen’.

Jezus hield van Martha, Maria en Lazarus (Joh. 11:5).

Joh 11:3 De zusters dan zonden tot Hem de boodschap: Heer, zie, hij die U liefhebt is ziek. Joh 11:5 Jezus nu had Martha en haar zuster en Lazarus lief. 

 

De Heer sprak van Lazarus als ‘onze vriend’. Er is zeer weinig opgetekend van Lazarus, behalve het opvallende feit dat hij uit de doden is opgewekt door de Heer Jezus, een gebeurtenis die de heerlijkheid van God openbaarde en de Zoon van God verheerlijkte. Toen voor Jezus, enige tijd na dat wonderwerk, een maaltijd was bereid, was Lazarus een van degenen die daar in Bethanië met Hem aanlagen (Joh. 12:2).

Hij was een levende getuige van de kracht van de Zoon van God over de dood. Als zodanig liep Lazarus evenwel gevaar gedood te worden door de Joden die Jezus afwezen.

Joh 12:9 De grote menigte van de Joden dan wist dat Hij daar was; en zij kwamen, niet alleen om Jezus, maar ook opdat zij Lazarus zagen die Hij uit de doden had opgewekt. Joh 12:10 De overpriesters nu beraadslaagden om ook Lazarus te doden, Joh 12:11 omdat velen van de Joden om hem heengingen en in Jezus geloofden. 

 

Het wonderwerk wordt alleen vermeld in het Johannes-evangelie, dat de Heer Jezus in het bijzonder voorstelt als de Zoon van God. Deze is machtig de doden op te wekken en eeuwig leven te schenken.

 

 

 

levenskracht

 

Pasteltekening van John Astria

 

Lazarus als een type van Israël

 

Lazarus schijnt een type van het volk Israël te zijn. Nadat de Heer Jezus op het feest van de tempelwijding te Jeruzalem was verworpen en gevaar liep gegrepen te worden, ging Hij weg, over de rivier de Jordaan, buiten Judea. Daar werd hem van de zusters bericht dat Lazarus ziek was. “Heer, zie, die U liefhebt is ziek”. Terwijl de Heer elders is, is Israël ziek, ja, in een doodsslaap.

De Heer bleef “nog twee dagen in de plaats waar Hij was” (Joh. 11:6), in Bethanïe aan de overzijde van de Jordaan. Intussen was Lazarus gestorven. Een dag is voor de Heer als duizend jaar (2 Petr. 3:8). De Heer wacht nog tweeduizend jaar voordat Hij terugkomt en Israël opwekt. Jezus zei tot zijn leerlingen: “Onze vriend Lazarus slaapt, maar Ik ga heen om hem uit de slaap te wekken.” (Joh. 11:11).

‘Na twee dagen,’ zei de profeet Hosea, ‘zal Hij ons levend maken’.

Hos 6:2 Hij zal ons na twee dagen levend maken; op den derden dag zal Hij ons doen verrijzen, en wij zullen voor Zijn aangezicht leven.

 

Er zijn twee situaties opgetekend waarin Jezus weende.

  • Hij weende toen Hij Maria zag wenen en de Joden die met haar waren meegekomen zag wenen (Joh. 11:31). Hij wist echter dat hij Lazarus zou opwekken.
  • De tweede keer vinden wij Jezus wenen, toen hij, na de opwekking van Lazarus, de stad Jeruzalem naderde en de stad zag (Luc. 19:41). Hij weende over haar, omdat Hij wist welk onheil haar zou overkomen.

Misschien heeft de Heer al in het geval van Lazarus aan Israël gedacht. Lazarus lag vier dagen in het graf. Dit wordt in elk geval gezegd om te onderstrepen dat Lazarus echt dood was. Heeft dit aantal een symbolische betekenis? Als deze vier dagen vierduizend jaren voorstellen, denken we aan de periode van 2000 jaar vóór tot 2000 jaar ná Christus, dus van Abraham tot aan de wederopstanding van Israël.

Het getal 4 in de Bijbel verwijst naar wereldwijde bekendmaking van gebeurtenissen.

In de buurt van Bethanië aan de Olijfberg riep de Heer Jezus: “Lazarus, kom naar buiten! De gestorvene kwam naar buiten…” (Joh. 11:43). Wanneer Jezus voor Israël terugkomt en Zijn voeten op de Olijfberg zullen staan, zullen zij zien “Hem die zij doorstoken hebben” (Opb. 1:7; Zach. 12:10). En het volk zal een geestelijke opwekking meemaken.

Ro 11:15 … wat zal hun aanneming anders zijn dan leven uit de doden?

 

Nadat Lazarus met de windsels uit de grafspelonk was gekomen, beval Jezus: “Maakt hem los en laat hem gaan.” (Luc. 11:44). De Heiland van Israël zal de banden van het volk, dat thans nog in benarde verhoudingen met de naburige volken is en zich afschermt (tegen aanslagen), doen losmaken en in vrijheid doen gaan.Velen geloofden in de Heer Jezus om het teken aan Lazarus gedaan. Ze kwamen om Jezus en Lazarus, de gestorvene en weer opgewekte, te zien. Kort daarna, bij de intocht van Jezus in Jeruzalem, wanneer het teken aan Lazarus nog een onderwerp van gesprek is (Joh. 12:17-18), zien we Grieken, die Jezus wensen te zien.

Om het toekomstige wonderwerk aan Isräel zullen velen, van heinde en ver, naar Israël komen. En van jaar tot jaar zullen de volken zich in Israël presenteren om de Heer te aanbidden en om het loofhuttenfeest te vieren.

Zac 14:16 En het zal geschieden, dat al de overgeblevenen van alle heidenen, die tegen Jeruzalem zullen gekomen zijn, die zullen van jaar tot jaar optrekken om aan te bidden den Koning, den Here der heirscharen, en om te vieren het feest der loofhutten. 

 

 

 

 

 

 

 

 

Satan dominates sports / football

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

 

 

 

GREED IN SOCCER

 

HEBZUCHT IN HET VOETBAL

 

LA CUPIDITE DANS LE FOOTBALL

 

GIER IM FUBBAL

 

 

 

 

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

WHAT REALLY MATTERS

 

WAT ER ECHT TOE DOET

 

CE QUI COMPTE VRAIMENT

 

WAS WIRKLICH ZAHLT

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wat zijn Cherubs?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Cherubs, ook genoemd cherubijnen, zijn de dragers van Gods heerlijkheid. Deze in de hemel levende wezens vertegenwoordigen Gods kracht in de schepping en in Zijn rechtvaardige regering. Op het verzoendeksel van de verbondsark stonden twee cherub beelden tegenover elkaar, neerziende op het deksel. In de toekomst roepen zij de vier oordeelspaarden op (Opb. 4).

 

 

 

Openbaring hoofdstuk 6 : het breken van de zegels

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

  • Na de zondeval en de verdrijving van het eerste mensenpaar uit de hof van Eden stelde God cherubs om de weg tot de boom des levens te bewaken. De mens, zondaar geworden, mocht niet eten van de boom van het leven.

Ge 3:24 En Hij dreef den mens uit; en stelde cherubim tegen het oosten des hofs van Eden, en een vlammig lemmer eens zwaards, dat zich omkeerde, om te bewaren den weg van den boom des levens. (SV)

 

  • Cherubs werden op Gods voorschrift afgebeeld in borduur- en beeldwerk van Gods Woning op aarde, zowel in de tabernakel als daaropvolgend in de tempel. Beide woningen met de cherub beelden zijn afbeeldingen van een hemelse werkelijkheid. Salomo bracht op de binnenwanden graveringen van cherubs aan.

1Kon 6:29 En op alle wanden van het huis rondom bracht hij graveringen van houtsnijwerk aan: cherubs, dadelpalmen en ontluikende bloemen, vanbinnen en vanbuiten.

 

 

de levensboom

 

Pasteltekening van John astria

 

 

 

De Ark van het Verbond

 

Op het verzoendeksel van de verbondsark in het Allerheiligste waren twee cherub beelden, die met hun vleugels het verzoendeksel overschaduwden. Ze waren één geheel met het verzoendeksel, alles uit één klomp goud vervaardigd. Hun aangezichten waren tegenover elkaar en zagen naar het verzoendeksel.

Ex 25:20 En de cherubim zullen hun beide vleugelen omhoog uitbreiden, bedekkende met hun vleugelen het verzoendeksel; en hun aangezichten zullen tegenover elkander zijn; de aangezichten der cherubim zullen naar het verzoendeksel zijn. (SV)

 

Zie Ex. 25:18-22; Ex 26:1, 31;. Ex 37:7-9; 1 Koningen 6:23-35; 1 Koningen 8:6-7.

  • De cherub beelden die Salomo bouwde waren van olieachtig hout 1 Kon. 6:23 en overtrokken met goud, 1 Kon. 6:28.
  • De cherub beelden die Salomo bouwde waren tien ellen, d.i. ongeveer 5 meter, hoog, 1 Kon. 6:23, 26.
  • Elke vleugel was 5 ellen, d.i. ongeveer 2,5 meter, lang, 1 Kon. 6:24.
  • De spanwijdte van de vleugels van elke cherub was 10 ellen, d.i. ongeveer 5 meter, 1 Kon. 6:24.
  • De vleugel van de ene cherub raakte die van de andere cherub en de andere vleugel van de eerste cherub raakte de wand van het binnenste heiligdom en de andere vleugel van de tweede cherub raakte de andere wand, 1 Kon. 6: 27.

 

De cherubs op het verzoendeksel zijn de cherubs van de heerlijkheid.

Heb 9:5 en daarboven de cherubs van de heerlijkheid die het verzoendeksel overschaduwden; het is niet mogelijk hierover nu in bijzonderheden te spreken.

 

Tussen de cherubim op de genadetroon (het verzoendeksel) woonde God:

1Sa 4:4 Het volk dan zond naar Silo, en men bracht van daar de ark des verbonds des HEEREN der heirscharen, die tussen de cherubim woont; en de twee zonen van Eli, Hofni en Pinehas, waren daar met de ark des verbonds van God.

 

Toen de ark verhuisd was van de tabernakel naar de tempel, woonde God nog altijd tussen de cherubs.

2Kon 19:15 En Hizkia bad voor het aangezicht des HEEREN, en zeide: O HEERE, God Israëls, Die tussen de cherubim woont! Gij zelf, Gij alleen zijt de God van alle koninkrijken der aarde, Gij hebt den hemel en de aarde gemaakt.

 

Van tussen de twee cherubs, van boven het verzoekdeksel sprak God met Mozes, de leider van het volk:

Nu 7:89 En wanneer Mozes de tent van ontmoeting binnenging om met Hem te spreken, hoorde hij een stem tot hem spreken van boven het verzoendeksel, dat op de ark van de getuigenis ligt, van tussen de twee cherubs. Zo sprak Hij tot hem. Nu 8:1 De HEERE sprak tot Mozes: Nu 8:2 Spreek tot Aäron en zeg tegen hem: Wanneer u de lampen aansteekt, moeten de zeven lampen licht verspreiden in de richting van de voorzijde van de kandelaar.

 

Johannes zag cherubs in de troon van God in de hemel. Zij verkondigen Gods heiligheid met een drievoudig heilig.

Opb 4:8 En de vier levende wezens hadden elk afzonderlijk zes vleugels, rondom en van binnen waren zij vol ogen en zij hebben geen rust, dag en nacht, en zeggen: Heilig, heilig, heilig, Heer, God de Almachtige, die was en die is en die komt.

 

Zij nemen deel aan de aanbidding van God en roepen de eerste vier oordeelspaarden op.

 

 

De Ark van het Verbond

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Troonwagen in Ezechiël

 

In de visioenen van Ezechiël komen cherubs voor in verband met de wielen van Gods troonwagen. Ze vertegenwoordigen de heerlijkheid en de gang van Gods rechtvaardige regeringswegen met Israël. Ze worden levende wezens genoemd (Ezechiël 1), met de gezichten van een man (rede), van een leeuw (sterkte), van een os (volharding) en van een adelaar (vlugheid ). Zie ook Ezechiël 10, waar zij cherubs worden genoemd. Vergelijk ook Openbaring 4:6-9, waar in sommige vertalingen de ongelukkige woordkeus dieren of beesten is gemaakt.

 

 

 

 

 

 

Toekomst

 

In de toekomst spelen de cherubs een rol in de oordelen die over de aarde zullen gaan. Zij roepen de eerste vier oordeelspaarden op (Opb. 4).

God zit in de toekomende tijd nog steeds tussen de cherubim.

Ps 99:1 De HEERE regeert, dat de volken beven; Hij zit tussen de cherubim; de aarde bewege zich. 

 

Op de deuren en binnenwanden van het toekomstige tempelhuis dat aan Ezechiël getoond is, zijn cherubs en palmbomen afgebeeld, elkaar afwisselend, een palm tussen twee cherubs. Elke cherub heeft twee aangezichten: een van een mens en een van een jonge leeuw.

Eze 41:18 Er waren cherubs en dadelpalmen gemaakt, één dadelpalm tussen twee cherubs. Een cherub had twee gezichten, Eze 41:19 namelijk een mensengezicht naar de dadelpalm aan de ene kant en de kop van een jonge leeuw naar de dadelpalm aan de andere kant, helemaal rondom in heel het huis gemaakt. Eze 41:20 De cherubs en de dadelpalmen waren vanaf de grond tot boven de ingang gemaakt, en op de muur van de tempel.

 

In het visioen van de troonwagen zag Ezechiël dat elke cherub vier aangezichten had, maar toen had hij een ruimtelijke dimensie meer dan het platte vlak van de tempelwand.

 

 

Assyrische afbeelding

 

De gevleugelde stieren die werden geplaatst bij de ingangen van de Assyrische paleizen berusten waarschijnlijk op overleveringen omtrent de cherubs. In de Akkadische taal werden ze kiroeboe genoemd. Men meende dat ze de plaatsen bewaarden tegen boze geesten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

De dag van de terugkomst van de Heer

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

De Dag van de HEER is de toekomstige periode die begint met zware Godsgerichten en de verschijning van de Zoon des mensen en die eindigt met de laatste gerichten en de vernietiging van de kosmos. Tussen het begin en het einde ligt een lange tijd van duizendjarige vrede en geluk onder de regering van Christus Jezus. In engere zin is de het de dag waarop God in Christus aan de wereld geopenbaard wordt.

 

 

 

 

Openbaring hoofdstuk 20 : de dag van de Heer

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Wat voorafgaat aan de dag

 

De dag van de Heer komt na de afval (een massaal zich afkeren van God) en de openbaring van de zondige mens, de Wetteloze.

 

2Th 2:1  Wij vragen u echter, broeders, in verband met de komst van onze Heer Jezus Christus en onze bijeenvergadering tot Hem, 2Th 2:2 dat u niet zo snel in uw denken geschokt of verschrikt wordt, noch door geest, noch door woord, noch door brief als van ons, alsof de dag van de Heer al aangebroken zou zijn. 2Th 2:3  Laat niemand u op enigerlei wijze bedriegen, want die komt niet als niet eerst de afval gekomen is en de mens van de zonde geopenbaard is, de zoon van het verderf, 2Th 2:4 die zich verzet en zich verheft tegen al wat God heet of een voorwerp van verering is, zodat hij in de tempel van God gaat zitten en zichzelf vertoont dat hij God is.

 

Aan de dag van de Heer gaat een tijd van vrede en veiligheid vooraf.

 

1Th 5:2 Want u weet zelf nauwkeurig dat de dag van de Heerkomt als een dief in de nacht. 1Th 5:3 Wanneer zij zullen zeggen: Vrede en veiligheid, dan zal een plotseling verderf over hen komen zoals de barensnood over een zwangere, en zij zullen geenszins ontkomen. 

 

Voordat deze dag komt, zal de zon veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, waardoor zij hun schijnsel niet kunnen geven. Zij maken plaats voor het ware Licht der wereld.

 

Joe 2:31 De zon zal veranderd worden in duisternis, en de maan in bloed, eer dat die grote en vreselijke dag des HEEREN komt

 

Vergelijk:

Mt 24:29 Terstond nu na de verdrukking van die dagen zal de zon verduisterd worden en de maan zal haar schijnsel niet geven, en de sterren zullen van de hemel vallen en de krachten van de hemelen zullen wankelen. Mt 24:30 En dan zal het teken van de Zoon des mensen verschijnen in de hemel; en dan zullen alle stammen van het land weeklagen en zij zullen de Zoon des mensen zien komen op de wolken van de hemel met kracht en grote heerlijkheid. 

 

 

 

de reïncarnatie van de antichrist

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Komst van de dag

 

De Dag van de Heer komt onverwachts, als een dief in de nacht (1 Thess. 5:2), als een strik (Luc. 21:34), en brengt een plotseling verderf (1 Thess. 5:3).

 

1Th 5:2 Want u weet zelf nauwkeurig dat de dag van de Heer komt als een dief in de nacht. 1Th 5:3 Wanneer zij zullen zeggen: Vrede en veiligheid, dan zal een plotseling verderf over hen komen zoals de barensnood over een zwangere, en zij zullen geenszins ontkomen. 

2Pe 3:10 Maar de dag van de Heer zal komen als een dief, waarop de hemelen met gedruis zullen voorbijgaan en de elementen brandend vergaan en de aarde en de werken daarop zullen gevonden worden.

Opb 3:3 Bedenk dan hoe u het ontvangen en gehoord hebt en bekeer u. Als u dan niet waakt, zal Ik komen als een dief, en u zult geenszins weten op wat voor uur Ik tot u zal komen. 

Opb 16:15 Zie, Ik kom als een dief. Gelukkig hij die waakt en zijn kleren bewaart, opdat hij niet naakt wandelt en men zijn schaamte niet ziet. 

Lu 21:34 Past echter op uzelf, dat uw harten niet misschien worden bezwaard door roes en dronkenschap en zorgen van het leven, en die dag u plotseling overvalt als een strik. Lu 21:35 Want hij zal komen over allen die gezeten zijn op het hele aardoppervlak. 

 

 

 

tekenen van de laatste dag

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Aanvang van de dag

 

Volgens sommigen begint deze dag met de nederwerping van de satan (Opb. 12).

 

Opb 12:7 En er kwam oorlog in de hemel: Michaël en zijn engelen voerden oorlog tegen de draak, en de draak voerde oorlog en zijn engelen; Opb 12:8 en hij was niet sterk genoeg, en hun plaats werd in de hemel niet meer gevonden. Opb 12:9 En de grote draak werd neergeworpen, de oude slang, die genoemd wordt duivel en de satan, die het hele aardrijk misleidt; hij werd neergeworpen op de aarde en zijn engelen werden met hem neergeworpen. Opb 12:10 En ik hoorde een luide stem in de hemel zeggen: Nu is de behoudenis gekomen en de kracht en het koninkrijk van onze God en het gezag van zijn Christus; want de aanklager van onze broeders, die hen dag en nacht voor onze God aanklaagde, is neergeworpen. Opb 12:11 En zijzelf hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad tot de dood toe. Opb 12:12 Daarom weest vrolijk, hemelen en die daarin woont. Wee de aarde en de zee, want de duivel is tot u neergekomen met grote grimmigheid, daar hij weet dat hij weinig tijd heeft. Opb 12:13 En toen de draak zag dat hij op de aarde neergeworpen was, vervolgde hij de vrouw die de mannelijke zoon gebaard had. 

De nederwerping vindt volgens sommigen plaats halverwege de laatste jaarweek van Daniël.

 

 

Gericht

 

De Dag van de Heer wordt in de Heilige Schrift vaak gekenmerkt door gericht voor de goddelozen en wordt aangeduid als ‘groot en vreselijk’ (Joel 2:11, 31). Ontzagwekkend en geducht is deze dag. Hij brengt verderf en verdelging van de goddelozen.

 

De Heer Jezus vergelijkt dat met de tijd van Noach en die van Lot.

 

Lu 17:27 zij aten, zij dronken, zij trouwden, zij huwelijkten uit, tot op de dag dat Noach in de ark ging en de zondvloed kwam en hen allen verdelgde. Lu 17:28 Evenzo, zoals het gebeurde in de dagen van Lot: zij aten, zij dronken, zij kochten, zij verkochten, zij plantten, zij bouwden; Lu 17:29 op de dag echter dat Lot uit Sodom ging, regende het vuur en zwavel van de hemel en verdelgde hen allen. 

1Th 5:2 Want u weet zelf nauwkeurig dat de dag van de Heer komt als een dief in de nacht. 1Th 5:3 Wanneer zij zullen zeggen: Vrede en veiligheid, dan zal een plotseling verderf over hen komen zoals de barensnood over een zwangere, en zij zullen geenszins ontkomen. 

Joe 2:1 Blaast de bazuin te Sion, en roept luide op den berg Mijner heiligheid; laat alle inwoners des lands beroerd zijn, want de dag des HEEREN komt, want hij is nabij. Joe 2:2 Een dag van duisternis en donkerheid, een dag van wolken en dikke duisterheid, … (…) Joe 2:11 En de HEERE verheft Zijn stem voor Zijn heir henen; want Zijn leger is zeer groot, want Hij is machtig, doende Zijn woord; want de dag des HEEREN is groot en zeer vreselijk, en wie zal hem verdragen? (…) Joe 2:30 En Ik zal wondertekenen geven in den hemel en op de aarde: bloed, en vuur, en rookpilaren. Joe 2:31 De zon zal veranderd worden in duisternis, en de maan in bloed, eer dat die grote en vreselijke dag des HEEREN komt. Joe 2:32 En het zal geschieden, al wie den Naam des HEEREN zal aanroepen, zal behouden worden; want op den berg Sions en te Jeruzalem zal ontkoming zijn, gelijk als de HEERE gezegd heeft; en dat, bij de overgeblevenen, die de HEERE zal roepen. Joe 3:1  Want ziet, in die dagen en te dier tijd, als Ik de gevangenis van Juda en Jeruzalem zal wenden; Joe 3:2 Dan zal Ik alle heidenen vergaderen, en zal hen afvoeren in het dal van Josafat; en Ik zal met hen aldaar richten, vanwege Mijn volk en Mijn erfdeel Israël, dat zij onder de heidenen hebben verstrooid, en Mijn land gedeeld;

Mal 4:1 Want ziet, die dag komt, brandende als een oven, dan zullen alle hoogmoedigen, en al wie goddeloosheid doet, een stoppel zijn, en de toekomstige dag zal ze in vlam zetten, zegt de HEERE der heirscharen, Die hun noch wortel, noch tak laten zal.

 

 

Openbaring hoofdstuk 13 : de komst van de antichrist en de valse profeet

 

Pasteltekening van John Astria

 

De Zoon des mensen komt in heerlijkheid, op de wolken van de hemel. Hij komt in zijn volle heerlijkheid gezien als de ‘Zon der gerechtigheid’ (Mal. 4:2). De Verlosser van Israël zal zijn voeten planten op de Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt. Deze dag van de komst van de Almachtige wordt impliciet aangeduid door de woorden ‘die komt’ in de omschrijving ‘die is en die was en die komt, de Almachtige’ (Opb. 1:4, 8; 4:8).

 

Zac 14:3 En de HEERE zal uittrekken, en Hij zal strijden tegen die heidenen, gelijk ten dage als Hij gestreden heeft, ten dage des strijds.  Zac 14:4 En Zijn voeten zullen te dien dage staan op den Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt, tegen het oosten; en de Olijfberg zal in tweeën gespleten worden naar het oosten, en naar het westen, zodat er een zeer grote vallei zal zijn; en de ene helft des bergs zal wijken naar het noorden, en de helft deszelven naar het zuiden. Zac 14:5 Dan zult gijlieden vlieden door de vallei Mijner bergen (want deze vallei der bergen zal reiken tot Azal), en gij zult vlieden, gelijk als gij vloodt voor de aardbeving in de dagen van Uzzia, den koning van Juda; dan zal de HEERE, mijn God, komen, en al de heiligen met U, o HEERE! Zac 14:6 En het zal te dien dage geschieden, dat er niet zal zijn het kostelijk licht, en de dikke duisternis. Zac 14:7 Maar het zal een enige dag zijn, die den HEERE bekend zal zijn; het zal noch dag, noch nacht zijn; en het zal geschieden, ten tijde des avonds, dat het licht zal wezen. 

Mal 4:2 Ulieden daarentegen, die Mijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onder Zijn vleugelen; en gij zult uitgaan, en toenemen, als mestkalveren.

Opb 1:8 Ik ben de alfa en de omega, zegt de Heer, God, Hij die is en die was en die komt, de Almachtige. 

 

De komst in de wereld van de Heer Jezus zal zijn als de bliksem, die plotseling de hemel verlicht en door ieder gezien wordt.

 

Mt 24:26 Als zij dan tot u zeggen: Zie, Hij is in de woestijn, gaat er niet heen. Zie, Hij is in de binnenkamers, gelooft het niet. Mt 24:27 Want zoals de bliksem uitgaat van het oosten en schijnt tot het westen, zo zal de komst van de Zoon des mensen zijn.

 

 

Einde

 

De Dag van de Heer  begint en eindigt met vuur (Mal. 4:1; 2 Pe 3:10). De Dag eindigt met de ondergang van de huidige hemelen en aarde, de vernietiging van de kosmos (2 Petr. 3:10). ‘Dit alles vergaat’ (2 Petr. 3:11). Op dit einde van de dag van de Heer volgt de dag van God (2 Petr. 3:12), die begint met de schepping van nieuwe hemelen en een nieuwe aarde (2 Petr. 3:13), een nieuwe wereld waarin gerechtigheid woont (2 Petr. 3:13).

 

2Pe 3:10 Maar de dag van de Heer zal komen als een dief, waarop de hemelen met gedruis zullen voorbijgaan en de elementen brandend vergaan en de aarde en de werken daarop zullen gevonden worden. 2Pe 3:11 Daar dit alles dus vergaat, hoe behoort u te zijn in heilige wandel en godsvrucht, 2Pe 3:12 terwijl u de komst van de dag van God verwacht en verhaast, ter wille waarvan de hemelen in vuur gezet zullen vergaan en de elementen brandend zullen wegsmelten. 2Pe 3:13 Wij echter verwachten naar zijn belofte nieuwe hemelen en een nieuwe aarde waar gerechtigheid woont. 2Pe 3:14 Daarom, geliefden, daar u deze dingen verwacht, beijvert u onbesmet en onberispelijk voor Hem te worden gevonden in vrede. 2Pe 3:15 En houdt de lankmoedigheid van onze Heer voor behoudenis, zoals ook onze geliefde broeder Paulus naar de hem gegeven wijsheid u heeft geschreven.

 

 

 

Openbaring hoofdstuk 22 : schepping van een nieuwe hemel en aarde

 

Pasteltekening van John Astria

 

Het is belangrijk om de grote en vreselijke Dag van God te onderscheiden van de Dag van Jezus Christus, die begint met de wederkomst van de Heer Jezus om zijn heiligen op te halen. De grote Dag van God kan pas na de openbaring van de zoon van het verderf komen. Op de Dag van God wordt de Heer Jezus geopenbaard en wij, de eerder opgenomen en verheerlijkte heiligen, met Hem.

 

Col 3:4 Wanneer Christus, uw leven, geopenbaard wordt, dan zult ook u met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid. 

Er zullen oordelen vóór en ná het duizendjarig vrederijk zijn, zodat we de Dag van de Heer zo ruim kunnen nemen als insluitende het millenium. Het zal de Dag van de Heer zijn in tegenstelling tot de dag van de mens. God heeft het voor het zeggen. De dag van de Heer is volgens sommigen de periode van de Grote Verdrukking (= de tweede helft, de tweede 3,5 jaar, van de laatste jaarweek van Daniël) en het daaropvolgende duizendjarige Vrederijk.

 

 

De dag van de Heer in Opb. 1:10

 

In Openb. 1 : 10 lezen wij: “Ik was in de Geest op de dag van de Heer.” Deze dag van de Heer is een andere dan de toekomstige dag van de Heer, die gekenmerkt wordt door oordeel en de openbaring van Christus.  Hier is de uitdrukking ontleend aan de naam van onze Heer Jezus Christus en door de apostel Johannes, de schrijver van het laatste Bijbelboek, gebruikt om Christus te eren.

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Het gezag van de Bijbel.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

Universeel geloof

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

  • Het gezag van de Bijbel is het goddelijke zeggenschap ervan. Gods woord heeft het voor het zeggen, meer dan het woord van mensen of geesten. Zelf dient de Heilige Schrift zich bij ons aan als de enige regel van geloof en leven, en eist van alle mensen, dat zij geloofd en gehoorzaamd wordt. Alle ander gezag moet voor het hare wijken, Hand. 17 :11, Hebr. 4 :12, Openb. 22 :18 en 19.

 

Handelingen 17 : 11  > En dezen waren edeler, dan die te Thessalonica waren, als die het woord ontvingen met alle toegenegenheid, onderzoekende dagelijks de Schriften, of deze dingen alzo waren.

Hebreeën 4 : 12  > Want het Woord Gods is levend en krachtig, en scherpsnijdender dan enig tweesnijdend zwaard, en gaat door tot de verdeling der ziel, en des geestes, en der samenvoegselen, en des mergs, en is een oordeler der gedachten en der overleggingen des harten.

Openbaring : 18-19Want ik betuig aan een iegelijk, die de woorden der profetie dezes boeks hoort: Indien iemand tot deze dingen toedoet, God zal hem toedoen de plagen, die in dit boek geschreven zijn.
En indien iemand afdoet van de woorden des boeks dezer profetie, God zal zijn deel afdoen uit het boek des levens, en uit de heilige stad, en uit hetgeen in dit boek geschreven is.
  • Het absoluut goddelijk gezag van de Heilige Schrift vloeit voort uit haar goddelijke ingeving.

 

  • De gehele Heilige Schrift heeft dit gezag. Schrift en Woord van God zijn voor ons benamingen, die hetzelfde betekenen. Heel de Bijbel is het eigen Woord van God.

 

  • De erkenning van het gezag van de Schrift hangt samen met de opvatting van de ingeving der Schrift. Ofschoon alle Schrift door God is ingegeven en derhalve gezaghebbend is, zijn er theologen die menen dat slechts een deel van de Schrift is ingegeven of dat alleen de uitgedrukte gedachte, niet de bewoording, is ingegeven. De oude theologische richting der Ethischen leerde niet: De Bijbel is Gods Woord, maar: Gods Woord is in de Bijbel. Het verschil is duidelijk. Is Gods Woord in de Bijbel, dan bevat deze niet alleen veel dat niet Gods Woord is, maar dan moet ook de mens uitmaken, wat wel en wat niet als Gods Woord moet worden erkend. En dan komt de mens, in plaats van onder het gezag van het Woord, boven het Woord te staan.

 

 

De Heilige Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John astria

 

 

 

  • In de theologische kring der Modernen (vrijzinnigen) wordt het gezag van de Schrift geheel terzijde gesteld. Wel acht men haar van grote religieuze betekenis, maar dan vooral het Nieuwe Testament. Van bijzondere waarde wordt beschouwd wat Jezus Zelf heeft gezegd, vooral in de Bergrede (Matth. 5-7). Maar we weten van Jezus niets dan uit de geschriften van evangelisten en apostelen. Zijn die nu onbetrouwbaar, wat waarborg is er dan, dat men met voldoende zekerheid kan weten wat Jezus gesproken heeft?

Mattheüs 5 : 7  > Zalig zijn de barmhartigen; want hun zal barmhartigheid geschieden.

 

  • De Schrift ontleend haar gezag aan haar goddelijke ingeving: aan de goddelijkheid van haar oorsprong en inhoud, en niet aan de Kerk. Indien de Schrift haar gezag ontleende aan de Kerk, zou de Kerk boven het Woord Gods staan. Maar het is juist omgekeerd. De Schrift staat boven de Kerk, die steunt op het fundament van apostelen en profeten. De Heilige Schrift heeft door zichzelf gezag, en moet om zichzelf aangenomen en geloofd worden.

 

  • Ten opzichte van het goddelijk gezag van de Schrift moet onderscheid worden gemaakt tussen norma-tief gezagen historisch gezag. Niet alle woorden en feiten in de Schrift hebben normatief gezag, d.w.z. gelden als regel voor geloof en leven. Er komen in de Schrift woorden voor van goddeloze mensen, zelfs van de duivel. Ook worden er van Gods kinderen zondige daden meegedeeld. Dat God deze woorden en daden in de Schrift heeft doen opnemen, is niet opdat wij die zouden navolgen, maar om ons te waar- schuwen. Zij hebben echter historisch gezag, want onder leiding van de Heilige Geest is de mededeling van deze woorden en daden geschiedkundig juist en betrouwbaar; in verband met de woorden en daden van God, zijn ze ook tot lering beschreven.

 

  • Hoe komen wij nu tot de erkenning van het goddelijk gezag van de Schrift? Niet door wetenschappelijk onderzoek. Dit kan ons nooit de echtheid en de geloofwaardigheid van de Schrift bewijzen, want wat heden wordt voorgedragen aan wetenschappelijk bewijs, wordt straks door andere onderzoekers als onhoudbaar verworpen. Bovendien, indien het gezag van de Schrift op wetenschappelijk onderzoek rusten moest, dan zag het er treurig uit voor de ongeleerde mensen, die de resultaten van de wetenschap niet beoordelen kunnen. Dezen zouden zich dan geheel naar het oordeel van de geleerden hebben te schikken.

 

 

De mens in geloof

Pasteltekening van John Astria

 

 

  • God de Heere heeft in Zijn ontferming echter gezorgd, dat er een weg is, waardoor eenvoudigen en geleerden, tot de erkenning komen van het gezag van de Schrift. Maar die weg is een geheel enige. Wij leren nl. het gezag van de Schrift aanvaarden, alleen en uitsluitend door het getuigenis van de Heilige Geest en wel: 

 

a) in de Schrift zelf,

b) in de Kerk der eeuwen,

c) in ons hart.

 

 

1. Allereerst is er het getuigenis van de Heilige Geest in de Schrift zelf. De Heilige Geest getuigt in de Schrift, dat Hij de auteur van de Schrift is.

 

2. Ten tweede is er een getuigenis van de Heilige Geest in de Kerk van alle eeuwen. De christelijke Kerk is onder het gezag van de Heilige Schrift geboren en opgegroeid. Over welke dogma er ook verschil mocht zijn, over het gronddogma, het gezag van de Schrift, is nimmer gestreden. Dit gezag stond tot de achttiende eeuw toe in alle kerken en onder alle christenen vast.

 

3. Tenslotte is er een getuigenis van de Heilige Geest in ons hart. Dit is het voornaamste, want het wordt door de wedergeboorte ons geschonken. De Heilige Geest werkt zo in ons hart, dat we amen leren zeggen op Zijn werk in Zijn Woord. Door onszelf te ontdekken als zondaren, en in de Heere Jezus de Zaligmaker te doen zien, Joh. 17:3, brengt Hij ons tot de erkentenis dat de Heilige Schrift Gods Woord is.

Johannes 17 :3  > En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enigen waarachtige God, en Jezus Christus, Die Gij gezonden hebt.

 

 

  • De verwerping van het gezag van de Schrift is niet, zoals het ongeloof voorgeeft, een kwestie van onbevooroordeeld wetenschappelijk onderzoek. Uit het hart, niet uit het hoofd, komt alle verwerping voort van het Woord Gods. Omdat de mens van nature een vijand is van God, is hij het ook van Gods Woord.

 

 

 

Christus

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Maria werpt vuur op aarde

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Hoe het begon

 

Laat ik mezelf aan u voorstellen. Ik ben mgr. John Esseff, priester uit het bisdom Scranton, Pensylvania, gewijd in het jaar 1953. In 1959 werd pater Pio mijn geestelijk leidsman. Ik ben bevoorrecht om geestelijk leider te mogen zijn van honderden zielen op alle niveaus van het geestelijk leven. Sommigen zijn beginnelingen, anderen zijn gevorderden en sommigen zijn mystici.

 

Msgr John Esseff

.
.
.
Al vele jaren ben ik geestelijk leider van een bijzondere ziel. Deze zienster noemt zichzelf Maria de Notre Dame. Vijf jaren geleden begonnen Jezus en Maria tot haar te spreken door de gave van inspraken.  Ze heeft nu meer dan 800 inspraken gehad. Ik heb de betrouwbaarheid van deze inspraken getoetst. Tot nu toe waren de inspraken een persoonlijk onderricht, bedoeld voor de kleine gebedsgroep. Op 10 december 2010 begon een nieuwe fase namelijk dat sommige inspraken aan de wereld bekend gemaakt moesten worden. De eerste inspraken waren speciaal gericht op het geheim van Fatima”
.
.
.
.
.

Vuur op aarde werpen

 

 

Van John Astria

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Maria:

 

Word mijn voortdurende smeken niet moe. Ik probeer de Kerk, die het goddelijke vuur is vergeten dat aanwezig is in Jezus Heilig Hart, wakker te maken. Ik ben een voortdurende getuige van dat vuur en ik toon u dat vuur, zodat u ook de dringendheid kunt bevatten.In het vuur is visie en begrip. Vanuit dit vuur ontvang ik alle wijsheid, die ik met de wereld deel. Nu nodig ik u uit om met mij in dit vuur te kijken. Ten eerste ziet u de dringendheid. Het vuur leeft. Het wacht niet. Het zoekt om de wereld te verteren in goddelijke liefde.

Ten tweede ziet u, dat alle oplossingen voor de problemen van de wereld bevat zijn in dit vuur. U ziet de macht om alle destructieve machten, die door de zonde zijn vrijgekomen, terug te rollen. Hoe vaak heb ik uitgelegd, dat deze kwade machten onder de oppervlakte borrelen en wachten om uit te barsten. Tenslotte ziet u de grote voordelen, die zullen komen, wanneer dit goddelijk vuur op de aarde wordt geworpen.

Waarom wordt dit vuur teruggehouden? Nu begrijpt u waarom ik voortdurend smeek. Het vuur heeft zijn tijd en was bedoeld om voort te gaan. De vernietiging, die de 20e eeuw kenmerkte, was nooit bedoeld om te gebeuren. Nu is de mensheid ver gevorderd op een pad, waarop ze nooit had moeten lopen.

Alle antwoorden liggen in het goddelijk vuur, dat wacht en wacht om te worden vrijgegeven. Daarom spreek ik elke dag. Langzaamaan beginnen velen te geloven. God heeft dit vuur in mijn Onbevlekt Hart geplaatst, zodat het snel en volledig kan worden vrijgegeven. Dit zijn de mysteries, die ik openbaar, zodat mijn kinderen hoop hebben en precies weten wat ze moeten doen. Ze moeten vasthouden aan hun devoties, zich verzamelen met anderen en zich voorbereiden op het vuur van God. Gehoorzaam mij en ik zal dat vuur uitstorten.

 

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109
.
.
.
.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

.

 

 

 

John Astria

John Astria