Tagarchief: akkers

Inkarnaatklaver : Trifolium incarnatum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

266px-trifolium_incarnatum2

 

 

Goed te herkennen aan
de opvallende dieprode, ronde tot langwerpige klaverhoofdjes

 

 

287

 

 

 

Algemeen

 

Inkarnaatklaver is een eenjarige, behaarde plant, die oorspronkelijk uit Zuid-Europa komt. In Nederland komt ze van nature niet voor. Ze wordt gekweekt als voederplant en verwilderd soms, maar houdt zelden stand. Je kunt haar vinden in bermen, langs spoorwegen en akkers en op braakliggende terreinen. Ze wordt 15 tot 60 cm hoog.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf mei tot en met juli met opvallende dieprode bloemhoofdjes, die eerst bolvormig zijn, maar tijdens de bloeiperiode langwerpig uitgroeien en 3 tot 7 cm lang worden. Soms zijn de bloemhoofdjes roze of geelachtig wit. Ze staan op behaarde, meestal onvertakte, stevige, rechtopstaande stelen.

 

 

 

 

 

Blad

 

De gesteelde bladeren bestaan uit 3 omgekeerd eironde, behaarde deelblaadjes. Vooral de onderste bladeren hebben lange stelen.

 

 

 

 

Algemeen

 

vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– eenjarig
– adventief of verwilderd
– 15 tot 60 cm

Bloem
– dieprood, soms roze of geelachtig wit
– vanaf mei t/m juli
– gesteeld hoofdje
– 3 tot 7 cm
– vlinderbloem
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– handvormig samengesteld
– top spits
– rand gaaf
– voet wigvormig
– veernervig
– zacht behaard

Stengel
– rechtop
– behaard

zie wilde bloemen

 

botanische-tekening-extragr-inkarnaatklaver

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

John Astria

Herik Sinapis : arvensis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

sinapis-arvensis-herik-05

 

 

Goed te herkennen aan
– de gele trossen 4-tallige bloemen en
– de bovenste, donkergroene bladeren met onregelmatig getande rand

 

 

april290410_4921

 

 

 

Algemeen

 

Herik is een eenjarige, zeer algemeen voorkomende plant van 30 tot 80 hoog. Ze groeit op open, vochtige, zeer voedselrijke, omgewerkte grond in akkers en bermen, op dijken en braakliggende terreinen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Herik bloeit vanaf mei tot en met september met gele bloemen, die in trossen aan het einde van de stengel en zijstengels staan. De bloemen hebben 4 kroonbladen en 4 kelkbladen. Als de bloem in volle bloei staat, staan de 4 kelkbladen recht af.

 

 

 

 

 

 

Blad

 

De onderste bladeren zijn liervormig met grote eindlob, soms ongedeeld. De bovenste zijn langwerpig met een onregelmatig getande rand en niet stengelomvattend, zoals de bovenste bladeren van raapzaad en koolzaad. Ook de kleur is anders; alle bladeren van herik zijn donkergroen, de bovenste van raapzaad en koolzaad zijn blauwgroen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

De hele plant is te eten. Jonge bladeren en scheuten, geplukt voor de bloei, hebben een fris scherpe smaak en kunnen toegevoegd worden aan salades. Oudere bladeren kunnen gegeten worden als groente, na ze eerst ongeveer een half uur te koken en ook de bloemknoppen zijn, na een paar minuten koken, te eten. Van de zaden kan mosterd gemaakt worden. Dat wordt zelden gedaan, omdat de mosterd niet echt smakelijk is.

 

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

Herik kan jarenlang verdwijnen, maar bijvoorbeeld na ploegen weer opduiken. De oliehoudende zaden behouden hun kiemkracht zeer lang en kunnen na vele jaren weer ontkiemen en uitgroeien tot nieuwe planten.

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen
– 30 tot 80 cm

Bloem
– geel
– vanaf mei t/m september
– tros
– stervormig
– 1,5 tot 2 cm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– langwerpig of liervormig
– top spits
– rand getand
– voet wigvormig
– veernervig
– ruw behaard

Stengel
– rechtop
– ruw behaard
– rolrond of meerkantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

John Astria

Grote klaproos : Papaver rhoeas

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

img_1695-m-grote-klaproos

 

 

Goed te herkennen aan
– de grote, scharlakenrode, tere kroonbladen, die elkaar overlappen
– en de afstaand behaarde stengels
– en de omgekeerd eironde kale vruchtdozen met (6-)8-13 stempelstralen

 

 

papaver_rhoeas

 

 

 

Algemeen

 

De grote of gewone klaproos (Papaver rhoeas) is een plant uit de papaverfamilie. Het is een eenjarige plant, die 20 tot 60 cm hoog wordt. Ze komt overal algemeen voor. Ze groeit op open plaatsen met omgewerkte, vochtige tot vrij droge, voedselrijke grond in akkers, bermen, op bouwterreinen en langs spoorwegen. Ze wordt ook uitgezaaid langs wegen.

Vroeger werd gedacht dat de plant groeide op de plaats waar iemand vermoord was en dat het bloed door de plant werd opgenomen en bewaard in de bloembladen. Daarom dacht men dat dit de oorzaak was van de vele klaprozen op het slagveld. In werkelijkheid is de oorzaak dat de zaden pas kiemen als ze aan licht worden blootgesteld. Doordat het slagveld omgewoeld werd, kwamen de zaden aan het licht en kiemden.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeitijd is van eind mei tot en met juli. De knoppen worden omsloten door twee kelkbladen, die afvallen zodra de knop zich opent. De bloemen staan op lange stelen, worden 7 tot 10 cm breed en zijn scharlakenrood. De vliesdunne kroonbladen overlappen elkaar en vallen vaak al na één dag af.

Bloemstelen, bladeren en knoppen zijn borstelig behaard. De kale doosvrucht is omgekeerd eirond met (6-)8-13 zwart-paarse stempelstralen, die elkaar in het midden van de schijfvormige stempel overlappen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

De zaden worden door de wind uit de vruchtdozen geschud. Jarenlang kunnen ze in de grond blijven liggen zonder hun kiemkracht te verliezen. Zodra ze aan licht worden blootgesteld gaan ze kiemen. Vandaar dat klaprozen soms massaal voorkomen op omgewerkte grond.

Klaprozen danken hun naam aan een oud kinderspelletje. Je kunt een kroonblad tot een bolletje vouwen. Het zo ontstane zakje kun je op de rug van je hand of tegen je voorhoofd kapot slaan. Het knapt dan met een klap uit elkaar.

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

papaverfamilie (Papaveraceae)
– eenjarig
– algemeen tot minder algemeen
– 20 tot 60 cm

Bloem
– scharlakenrood
– vanaf mei t/m juli
– gesteeld alleenstaand
– 7 tot 10 cm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– meer dan 20 meeldraden
– (6-)8-13 stempelstralen

Blad
– verspreid
– veerdelig met duidelijke eindlob
– top spits
– rand gezaagd
– veernervig
– borstelig afstaand behaard

Stengel
– rechtop
– borstelig behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

John Astria

Bonte wikke

Standaard

categorie :  Kamerplanten en bloemen

 

 

 

SONY DSC

 

 

Goed te herkennen aan
– de trossen helder roze tot paarse vlinderbloemen,
– al dan niet met lichter gekleurde zwaarden en
– de behaarde stengels en bladeren
(het duidelijkste onderscheid met vogelwikke)

 

 

viciavil

 

 

 

Algemeen

 

Bonte wikke is een eenjarige plant, die voorkomt in heel Europa op bouwland, langs wegen en op spoordijken. Vaak komt de plant in groepjes voor. De plant klimt met ranken via andere planten omhoog. Elders is ze zeldzaam. Ze groeit op open, vochtige, vaak omgewerkte grond in bermen, aan spoorwegen, in akkers en op verlaten (bouw)terreinen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Bonte wikke bloeit vanaf mei tot en met augustus. De vlinderbloemen zijn bont van kleur, variërend van paars via helder roze naar blauwpaars, al dan niet met lichter gekleurde zwaarden, meestal lichtblauw of lila. De bloemen staan in gesteelde rijkbloemige trossen (meer dan 6 bloemen). De trossen staan in de bladoksels.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren eindigen in een vertakte rank, waarmee de plant zich vasthecht en zo omhoog klimt tot wel 1,5 meter.
Bladeren en stengels zijn behaard en die beharing kan sterk variëren; van afstaand tot aangedrukt, kort of lang en van weinig tot veel.

 

 

 

 

 


Algemeen

 

vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– eenjarig
– vrij zeldzaam
– 30 tot 150 cm

Bloem
– helder roze
– vanaf mei t/m augustus
– tros
– vlinderbloem
– 1 tot 2 cm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld
– even veervormig
– top rankend
– deelblaadjes :
– smal eirond tot langwerpig
– zeer kort gesteeld
– top spits met spitsje
– rand gaaf
– voet afgerond
– veernervig
– behaard

Stengel
– liggend of klimmend
– behaard
– stomp vierkantig

zie wilde bloemen

 

 

botanische-tekening-extragr-bonte-wikke

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

John Astria

Bleke klaproos

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

_dsc4610bleke_klaproosweb

 

 

 

Goed te herkennen aan

– de welbekende klaproosbloem, vaak bleker van kleur dan die van de grote klaproos en
– de aanliggend behaarde stengel en
– de kegelvormige doosvrucht met 5-9 stempelstralen

 

 

27

 

 

 

Algemeen

 

Bleke klaproos is een jarige tere plant van open, omgewerkte, vochtige tot droge, matig voedselrijke grond in akkers en bermen, op braakliggende- en bouwterreinen, en langs spoorwegen. Ze wordt 20 tot 60 cm hoog en is algemeen voorkomend.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Bleke klaproos bloeit vanaf mei tot en met augustus met oranje tot scharlakenrode bloemen, vaak bleker van kleur dan de grote klaproos. De kroonbladen zijn vliesdun en soms aan de voet zwart gevlekt.

 

 

 

 

 

Blad en vrucht

 

Het blad van bleke klaproos heeft in tegenstelling tot het blad van de grote klaproos geen duidelijke eindlob.
De doosvruchten hebben 5-9 stempelstralen. Vooral na de bloei is de bleke klaproos goed te onderscheiden van de grote klaproos. De doosvrucht van de bleke klaproos is lang kegelvormig met versmalde voet, terwijl die van de grote klaproos eirond is.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

papaverfamilie (Papaveraceae)
– eenjarig
– algemeen
– 20 tot 60 cm

Bloem
– oranje tot scharlakenrood
– vanaf mei t/m augustus
– gesteeld alleenstaand
– 3 tot 7 cm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– meer dan 20 meeldraden
– 5-9 stempelstralen

Blad
– verspreid
– veerdelig zonder duidelijke eindlob
– top spits
– rand gaaf of iets gekarteld
– veernervig
– behaard

Stengel
– rechtop
– aanliggend behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

botanische-tekening-gr-bleke-klaproos

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

John Astria

Avondkoekoeksbloem : Silene latifolia subsp. alba

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

avondkoekoek-100513-255

 

 

Goed te herkennen aan
– de 5-tallige zwak geurende witte bloemen,
– die pas aan het einde van de middag opengaan en
– de iets opgeblazen kelk

 

 

avondkoekoeksbloem

 

 

 

Algemeen

 

Avondkoekoeksbloem is een overblijvende of tweejarige algemeen voorkomende plant, die bloeit vanaf mei tot de herfst.Ze wordt 45 tot 100 cm hoog en groeit op open, vochtige tot droge, voedselrijke plaatsen met omgewerkte, voedselrijke grond, langs akkers, bermen, bosranden en op braakliggende terreinen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloemen hebben 5 diep gespleten kroonbladen. Overdag zien de bloemen er verwelkt uit, maar aan het einde van de middag strekken de kroonbladen zich en gaan de bloemen open. Ze zijn zwak, zoet geurend en worden bezocht door nachtvlinders.

Avondkoekoeksbloem is tweehuizig. Dat wil zeggen dat een plant uitsluitend mannelijke bloemen of uitsluitend vrouwelijke bloemen heeft. De kelk van vrouwelijke bloemen heeft 20 nerven en is opgeblazen. De kelk van mannelijke bloemen is slanker en heeft 10 nerven.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

anjerfamilie (Caryophyllaceae)
– overblijvend of tweejarig
– algemeen voorkomend
– in het noorden vrij zeldzaam
– 45 tot 100 cm

Bloem
– wit
– geurend
– vanaf mei tot de herfst
– gevorkt bijscherm
– stervormig
– 2 tot 3 cm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 5 stijlen

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– langwerpig
– top spits
– rand gaaf
– voet gevleugeld
– veernervig
– onderste gesteeld, bovenste zittend
– behaard
– in of onder het midden het breedst

Stengel
– rechtop
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

algerie-g

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

Akkerviooltje : Viola arvensis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

viola-arvensis-04-akkerviooltje3-f4

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de lang gesteelde, kleine, roomwitte “viooltjes” bloemen, waarvan
– de zijdelingse kroonbladen schuin naar boven gericht staan en
– de toppen van de kelkbladen vaak buiten de kroon steken

 

 

 

266px-akkerviooltje

 

 

 

Algemeen

 

Akkerviooltje is een eenjarige plantje, dat groeit op open, vochtige tot droge, matig voedselrijke zandgrond in akkers en bermen. Ze is zeer algemeen voorkomend op de zandgronden in de Lage Landen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf mei tot en met oktober. De bloemen zijn meestal roomwit, soms wit of bleekgeel.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bovenste 2 kroonbladen kunnen geheel of gedeeltelijk paars zijn. Het onderste kroonblad heeft aan de basis een gele vlek. De kroonbladen zijn meestal korter dan de kelkbladen; de toppen van de kelkbladen steken voorbij de kroonbladen.

Het onderste kroonblad en de 2 zijdelingse hebben donkere lijntjes (honingmerk). De enigzins paarse spoor aan het onderste kroonblad is ongeveer even lang als de kelkaanhangsels en bevat nectar. De bladeren zijn weinig behaard, de onderste vrijwel rond, de bovenste langwerpig. De rand is gewimperd.

 

 

 

 


Toepassingen

 

In de volksgeneeskunde wordt akkerviooltje gebruikt bij de behandeling van huidaandoeningen, hoest en keelontstekingen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

viooltjesfamilie (Violaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen tot vrij zeldzaam
– 5 tot 40 cm

Bloem
– wit, roomwit of bleekgeel
– vanaf mei t/m oktober
– gesteeld alleenstaand
– gespoord
– 8 tot 12 (15) mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– vrijwel rond tot langwerpig
– top stomp
– rand gekarteld
– voet gevleugeld
– veernervig
– gewimperd
– weinig behaard

Stengel
– rechtop
– niet of alleen onderaan vertakt
– kaal of weinig behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

 

Akkervergeet-me-nietje : Myosotis arvensis

Standaard

categorie :  Kamerplanten en bloemen

 

 

 

myoar-adultw-42_1344772939

 

 

Goed te herkennen aan
– trosjes kleine lichtblauwe, iets klokvormig verdiepte bloemetjes en
– de met afstaande haren bedekte kelkbladen en
– de vruchtstelen, die ongeveer 2x zo lang zijn als de vruchtkelk

 

 

myosotis_victoria_dsc00894

 

 

 

Algemeen

 

Akkervergeet-me-nietje is een zeer algemeen voorkomende, vrij dicht behaarde, eenjarige plant van 10 tot 60 cm hoog. Ze groeit op open, droge tot matig vochtige, voedselrijke grond in akkers, bermen, op dijken, aan bosranden en in de duinen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Akkervergeet-me-nietje bloeit vanaf mei tot in de herfst met kleine lichtblauwe bloemetjes, die in de knop roze zijn. In het begin van de bloei staan de bloemetjes in een opgerolde schichtvormige bloeiwijze aan het einde van de stengels en zijstengels.

In de loop van de bloeitijd ontrolt de schicht zich en verlengt de bloeistengel, zodat er uiteindelijk een langgerekte bloeiwijze ontstaat met aan de top bloeiende bloemen en lager aan de stengel vruchten, die verborgen zitten in de kelk.

De vruchtstelen zijn ongeveer 2 tot 3x zo lang als de vruchtkelk en staan in het midden van de bloeiwijze in een hoek van 45 tot 60 graden met de stengel.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zijn ongesteeld en zacht behaard. Vooral op zonnige plaatsen kunnen de bladeren wat gewelfd zijn en zijn de randen omgerold.

 

 

 

 

 

Toepassing

 

De medicinale werking van akkervergeet-mij-nietje tegen tuberculose is wetenschappelijk bewezen. Tuberculose komt gelukkig bijna niet meer voor.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

ruwbladigenfamilie (Boraginaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen
– 10 tot 60 cm

Bloem
– lichtblauw
– vanaf mei tot in de herfst
– schicht
– stervormig
– 2 tot 4(5) mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid en rozet
– enkelvoudig
– lancetvormig of langwerpig
– top spits of stomp
– rand gaaf
– 1-nervig
– behaard

Stengel
– rechtop
– behaard
– rolrond tot kantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

Vogelmuur : Stellaria media

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

.

 

 

Goed te herkennen aan 
– ronde stengel met haarlijst
– kroonbladen net zo lang of iets korter dan de kelkbladen
– meestal 3 meeldraden en altijd 3 stijlen

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Vogelmuur is zeer algemeen voorkomend, eenjarig plantje van 10 tot 40 cm hoog, dat onder gunstige omstan-digheden het hele jaar door kan bloeien. Ze groeit op open, droge tot vochtige, voedselrijke, omgewerkte grond, vooral in akkers, tuinen en wegbermen.

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

Vogelmuur bloeit met kleine witte bloemetjes, die 5 diep gespleten kroonbladen hebben, waardoor het lijkt of er 10 kroonbladen zijn. Verder hebben ze (1-)3(-8) meeldraden en 3 stijlen. De kroonbladen zijn even lang of iets korter dan de kelkbladen.

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De stengels zijn groen of rood, slap, liggend en behaard met één rij haren, die in de lengte over de stengel loopt. De kruisgewijs tegenoverstaande bladeren zijn eirond met een spits topje. De onderste zijn gesteeld, de bovenste ongesteeld.

 

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

In de volksgeneeskunde wordt vogelmuur gebruikt tegen reuma, artritis, pijnlijke ledematen en longaandoe-ningen. Verse bladeren worden op wonden en huiduitslag gelegd. Ook kan de plant als groente worden gegeten, de smaak is zacht nootachtig. Vogels eten de bladeren en zaden.

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– anjerfamilie (Caryophyllaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen voorkomend
– 10 tot 40 cm hoog

Bloem
– wit
– hele jaar
– scherm
– 8 tot 10 mm
– stervormig
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 behaarde kelkbladen
– (1-)3(-8) meeldraden
– 3 stijlen

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– eirond
– top spits
– rand gaaf
– voet afgerond
– veernervig
– onderste gesteeld
– bovenste zittend

Stengel
– liggend
– rood of groen
– behaard met 1 rij haren
– rolrond

zie wildebloemen

 

.

 

.