Tagarchief: bijbel

Reine en onreine dieren

Standaard

categorie : religie

.

.

.

.

Reine en onreine dieren

.

De eerste keer dat we lezen over reine en onreine dieren in de Bijbel, is in de geschiedenis van de zondvloed. Noach kreeg de opdracht om zeven paar te nemen van alle rein vee en slechts twee van het onreine vee.

  • Ge 7:2 Van alle rein vee zult gij tot u nemen zeven en zeven, het mannetje en zijn wijfje; maar van het vee, dat niet rein is, twee, het mannetje en zijn wijfje.

We weten niet hoe Noah rein en onrein vee onderscheidde, maar het toont aan dat al in de vroege dagen een onderscheid gemaakt werd tussen het reine en het onreine. Reine dieren waren ongetwijfeld geschikt om te offeren. Toen Noach uit de ark was gekomen, bracht hij brandoffers van al het reine vee en al het rein gevogelte.

  • Ge 8:20 En Noach bouwde een altaar voor de Heere; en hij nam van al het reine vee en van alle reine vogels, en bracht brandoffers op dat altaar.

De dieren dienden vóór de zondvloed kennelijk nog niet tot voedsel, want pas na de zondvloed wordt gesproken over het eten van dierlijk voedsel.

  • Ge 9:3 Alles wat zich beweegt, waarin leven is, zal u tot voedsel dienen; Ik heb het u allemaal gegeven, evenals het groene gewas.

Met Israël was het anders. Welke dieren mochten en moesten worden geofferd wordt duidelijk aangegeven. En wat voor dieren rein waren en konden worden gegeten en wat voor dieren onrein waren en niet gegeten konden worden, maakte God in bijzonderheden bekend.

  • Le 11:46 Dit is de wet met betrekking tot de dieren, de vogels en alle levende wezens die in het water krioelen, en alle wezens die zich op aarde voortbewegen, Le 11:47 om onderscheid te maken tussen het onreine en het reine, en tussen de dieren die men eten en de dieren die men niet eten mag.

God maakte duidelijk welk vlees onrein was in Zijn ogen. We weten uit andere geschriften, dat de onrein genoemde dieren niet werkelijk op zichzelf onrein zijn, want God schiep geen dieren die onrein waren. Toch wees hij dieren met bepaalde kenmerken als onrein en afschuwelijk voor de Israëliet aan.

.

Om de heiligheid

.

Het doel van deze wetgeving aangaande reine en onreine dieren was heiligheid, in overeenstemming met de heilige God.

  • Le 11:44 want Ik ben de Heere, uw God. U moet u heiligen en heilig zijn, want Ik ben heilig. U mag uzelf niet verontreinigen met al de kruipende dieren die zich over de aarde voortbewegen. Le 11:45 Want Ik ben de Heere, Die u uit het land Egypte heeft laten vertrekken, opdat Ik u tot een God ben. U moet heilig zijn, want Ik ben heilig.
  • De 14:2 Want u bent een heilig volk voor de Heere, uw God. De Heere heeft u uit alle volken die op de aardbodem zijn, uitgekozen om voor Hem een volk te zijn dat Zijn persoonlijk eigendom is.  De 14:3 U mag niets eten wat een gruwel is.  De 14:4 Dit zijn de dieren die u eten mag: het rund, het schaap, de geit.

.

.

.

Landdieren

.

De Israëliet mocht alleen reine landdieren tot voedsel nemen. Reine landdieren zijn die welke zowel herkauwen als gespleten hoeven hebben (Lev. 11:2-3). Dit zijn bijvoorbeeld, volgens Deut. 14:4-6, het rund, het schaap, de geit, het hert, de gazelle, de reebok, de steenbok, de spiesbok, de antilope en de gems.

.

.

.

.

Schapen waren voor de Israëliet reine dieren. Ze mochten gegeten en geofferd worden.

Tot de onreine dieren behoren vleeseters, zoals katachtigen, en ook, volgens Lev. 11: 4-8 :

  • de kameel (herkauwt, geen gespleten hoeven)
  • de klipdas 
  • de haas  
  • het varken (herkauwt niet, wel gespleten hoeven).
  • Al wie ze aanraakte, was onrein (Lev. 11:26). “Van hun vlees mag u niet eten en hun kadavers niet aanraken; ze zijn voor u onrein.” (Lev. 11:8; vgl. Deut. 14:3,7-8)

Alle zoolgangers onder al de dieren die op vier poten gaan, waren voor de Israëliet onrein.Bij zoolgangers raakt de hele voetzool van voor- en achterpoot de grond. Zoolgangers zijn meestal geen snelle dieren, maar ze kunnen zich wel goed afzetten en iets vastgrijpen. Voorbeelden zijn beren en mensen.

  • (Lev. 11:27). “Al wie hun kadaver aanraakt, is onrein tot de avond. En wie hun kadaver draagt, moet zijn kleren wassen en is onrein tot de avond; ze zijn voor u onrein” (Lev. 11:28).

De kruipende landdieren, die zich over de aarde voortbewegen, hetzij op de buik of op poten, waren afschuwelijk en onrein voor de Israëliet en mochten niet gegeten worden.

  • (Leviticus 11:29-31; 41-44), zoals de mol, de muis, elke soort pad, de gekko, de varaan, de hagedis, de skink  en de kameleon.
  • (Lev. 11:31)“Al wie ze aanraakt als ze dood zijn, is onrein tot de avond”
  • (Lev. 11:43-44) “U mag uzelf niet tot een afschuw maken met al die kruipende dieren die zich zo voortbewegen, en u mag zich daarmee niet verontreinigen zodat u daardoor verontreinigd wordt,  want Ik ben de Heere, uw God. U moet u heiligen en heilig zijn, want Ik ben heilig”

Deze kruipende dieren (mol, muis, pad enz.) kwamen in woningen dikwijls voor. Wanneer ze, stervende of reed gestorven, op of in iets vielen (pan, pot, kleed, zak) was dit onrein tot de avond. Het moest in water worden gelegd (Lev. 11:32). Een aarden pot, onrein geworden, moest gebroken worden. Voedsel en drank uit zo’n pot (vat, kruik) was onrein. Ook de verontreinigde oven en de bakpan moesten stukgebroken worden (Lev. 11:35). Een bron of waterput of zaaigoed (zaaibaar zaad) zou door het dode dier niet verontreinigd raken, het zou rein blijven. “Maar als er water op het zaad gegoten wordt, en er valt iets van hun kadaver op, dan is dat voor u onrein.” (Lev. 11:38)

.

.

Waterdieren

.

De Israëliet mocht alleen reinewaterdierentot voedsel nemen. Reine waterdieren zijn die welke zowel vinnen als schubben hebben (Lev. 11:9; Deut. 14:9).

Wanneer een waterdier geen vinnen of schubben had, was het voor de Israëliet onrein en afschuwelijk en mocht hij het niet eten (Lev. 11:10-12; Deut. 14:10). Onrein en afschuwelijk zijn derhalve mosselen, kreeften, enz.

  • Lev. 11: 10 maar alles wat geen vinnen of schubben heeft in de zeeën en in de beken, van alles wat in het water wemelt en van alle levende wezens die in het water leven, die zijn voor u iets afschuwelijks. Lev. 11: 11 Ja, iets afschuwelijks zijn ze voor u. Van hun vlees mag u niet eten, en hun kadavers moet u verafschuwen. Lev. 11: 12 Alles wat in het water geen vinnen en schubben heeft, is voor u iets afschuwelijks.

.

.

.

Vogels

.

De arend was voor de Israëliet een onrein dier. 

.

.

.

De Israëliet mocht alleen reine vogels en reine gevleugelde dieren eten (Deut. 14:11,20).

Als onrein en afschuwelijk gevogelte wees God aan (Lev. 11:13-19; Deut. 14:12-18; 21:12) :

  • de arend, de lammergier of de havik, de monniksgier of de zeearend, de buizerd of de gier, elke soort kiekendief, elke soort wouw, elke soort raaf, de struisvogel, de velduil, de meeuw of de koekoek, elke soort valk of de sperwer, de steenuil, de visarend of het duikertje, de ransuil, de kerkuil, de kraai, de roerdomp, de aasgier, de pelikaan, de ooievaar, elke soort reiger, de hop en de vleermuis. Dit zijn voornamelijk roofvogels en aasvogels.

.

Insecten

.

De op vier voeten kruipende, kleine gevleugelde dieren waren bijna alle onrein voor de Israëliet, hij mocht ze niet eten (Lev. 11:20, 23-25; Deut. 14:19).

  • De 14:19 Ook al het kruipend gevogelte zal ulieden onrein zijn; zij zullen niet gegeten worden. De 14:19 Ook alle gevleugelde insecten zijn voor u onrein; ze mogen niet gegeten worden. 

Van alle gevleugelde insecten die op vier poten gaan en die naast hun poten een stel springpoten hebben om daarmee over de grond te springen, mocht de Israëliet de volgende soorten wel eten:

(Lev. 11:21-22) elke soort veldsprinkhaan, elke soort sabelsprinkhaan, elke soort krekel en elke soort doornsprinkhaan .

  • (Lev. 11:24-25). Door de kruipende gevleugelde dieren zou de Israëliet zichzelf kunnen verontreinigen. “Al wie hun kadavers aanraakt, is onrein tot de avond. En al wie een deel van hun kadaver draagt, moet zijn kleren wassen en is onrein tot de avond. En al wie een deel van hun kadaver draagt, moet zijn kleren wassen en is onrein tot de avond.”

Van Johannes de Doper lezen wij dat hij sprinkhanen als voedsel nam.

  • Mt 3:4 Hij nu, Johannes, droeg een kleed van kameelhaar en een lederen gordel om zijn lendenen; en zijn voedsel bestond uit sprinkhanen en wilde honing.

 

.

.

Kadaver

.

Een wettelijk eetbaar dier werd onrein als het gestorven was. De Israëliet mocht geen enkel kadaver eten.

  • De 14:21 : U mag geen enkel kadaver eten. Aan de vreemdeling die binnen uw poorten is, mag u het geven om het te eten, of verkoop het aan een buitenlander. Want u bent een heilig volk voor de Heere, uw God. U mag een bokje niet koken in de melk van zijn moeder. 

Wie een dierlijk kadaver aanraakte, het droeg of daarvan at, was onrein tot de avond.

  • Le 11:39 En wanneer een van de dieren die u tot voedsel dienen, doodgaat, is hij die zijn kadaver aanraakt, onrein tot de avond. Le 11:40 Wie iets van zijn kadaver eet, moet zijn kleren wassen, en is onrein tot de avond, en wie zijn kadaver draagt, moet zijn kleren wassen, en is onrein tot de avond.

.

.

.

Het hemels gezicht van Petrus

.

In Hand. 10:9-16 krijgt de biddende en hongerige apostel Petrus een gezicht, waarin God hem toont dat de oude reinheidswet betreffende het eten van dieren niet meer geldt:

  • Hnd 10:11 En hij zag de hemel geopend en een voorwerp neerdalen als een groot laken, dat aan de vier hoeken op de aarde werd neergelaten; Hnd 10:12 daarin waren alle viervoetige en kruipende dieren van de aarde en vogels van de hemel. Hnd 10:13 En er klonk een stem tot hem: Sta op, Petrus, slacht en eet! Hnd 10:14 Petrus echter zei: In geen geval, Heer, want nooit heb ik iets onheiligs of onreins gegeten. Hnd 10:15 En weer klonk een stem tot hem, voor de tweede keer: Wat God gereinigd heeft, zul jij niet voor onheilig houden. Hnd 10:16 En dit gebeurde tot driemaal, en terstond werd het voorwerp opgenomen in de hemel.

Het is duidelijk uit de Schrift dat het verbod van onreine dieren te eten alleen voor Israël gold. Het gezicht aan Peter gegeven openbaart dat de beperking is afgeschaft in Christus.

  • 1Ti 4:4 Want al het door God geschapene is goed en niets is verwerpelijk als het met dankzegging wordt genomen, 1Ti 4:5 want het wordt geheiligd door Gods woord en door gebed.
  • Ge 9:3 Alles wat zich beweegt, waarin leven is, zal u tot voedsel dienen; Ik heb het u allemaal gegeven, evenals het groene gewas.

.

.

.

Zinnebeeldige betekenis

.

De kenmerken van reine en onreine dieren hebben ongetwijfeld symbolische betekenissen voor Nieuwtestamentische gelovigen. 

Het verdelen van de hoef en het herkauwen kunnen wijzen op een vaste en volhardende wandel (als de kameel of de os) en het verteren of overdenken van wat wordt ontvangen (vgl. Ps 1:1,2; Spr. 12:27).

Bijna al het kruipend gevleugeld gedierte, dat zich op de aarde voortbeweegt, was onrein. De aarde is onder de vloek vanwege de zonde, en er moet een zedelijke verhoging zijn, een uitstijgen boven het platvloerse, het aardse. De sprinkhaan kon springen en mocht daarom gegeten worden.

  • Flp 3:18 Want velen wandelen, van wie ik u dikwijls heb gezegd en nu ook wenend zeg, dat zij de vijanden van het kruis van Christus zijn; Flp 3:19 hun einde is het verderf, hun God is de buik en hun heerlijkheid is in hun schande; zij bedenken de aardse dingen. Flp 3:20 Want ons burgerschap is in de hemelen, waaruit wij ook de Heer Jezus Christus als Heiland verwachten.

De reine vissen hebben vinnen en schubben: de vinnen stellen de vis in staat zich voort te bewegen en op te stijgen in het water, zijn koers te richten en gevaar te vermijden; de schubben bieden de vis bescherming. Om besmettingen van de wereld te vermijden is een omzichtige wandel nodig, met de bescherming die God heeft gegeven.

.

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 
http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

Matthew, Mattheüs 19 (Part 2) : 13-15 Let the children come to Me / Laat de kinderen tot Mij komen

Standaard

Category, categorie: The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video

.

.

Matthew 19 (Part 2) : 13-15 – Let the children come to Me

.

Mattheüs 19 (deel2) : 13-15 – Laat de kinderen tot Mij komen

.

Paul LeBoutillier

.

.

 

 

 

 

 

 

 

Matthew,Mattheüs 19 (Part 1) : 1-12 Jesus’ teaching on divorce / Jezus’ onderwijs over echtscheiding

Standaard

Category, categorie: The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video

.

.

Matthew 19 (Part 1) :1-12 Jesus’ teaching on divorce

.

Mattheüs 19 (deel1) : jezus’ onderwijs over echtscheiding

.

Paul LeBoutillier

.

.

 

 

 

 

 

 

 

Matthew, Mattheüs 18 (Part 5) : 21-35 The unforgiving servant / De onvergeven dienaar

Standaard

Category, categorie : The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video

.

.

Matthew 18 (Part 5) : 21-35  – The unforgiving servant

.

Mattheüs 18 (deel5) : 21-35 – De onvergeven dienaar

.

Paul LeBoutillier

.

.

 

 

 

 

 

Ezechiël: 25-48 / met video

Standaard

Categorie: religie

.

.

Ezechiël 25–48

.

In de komende hoofdstukken krijgen we een diepe inkijk in de wereld van de geestelijke machten. In het boek Ezechiël wordt een grote tip van de sluier opgetild, waardoor wij een heldere glimp van de metahistorische werkelijkheid achter de geschiedenis te zien krijgen. Willen we iets meer gaan begrijpen van de majestueuze verschijning van de heerlijkheid des Heren aan het begin van het boek van Ezechiël dan moeten we goed luisteren naar de rest van de boodschap van Ezechiël.

In de hoofdstukken uit Ezechiël (25-32) die in deze les worden behandeld, richt de Heer God zich ten eerste tot de volken rondom Israël. Wegens de houding die zij hebben gehad ten opzichte van het volk Israël zegt de Heer God al deze volken het oordeel aan. Eerst komen kort de ‘kleine’ volken rond Israël aan bod: Ammon, Moab, Edom en de Filistijnen. Daarna worden er meerdere hoofdstukken gewijd aan zowel Tyrus (en Sidon) als aan Egypte.
Laten we om te beginnen ons richten op de hoofdstukken die de profetieën tegen Tyrus (en een kort stukje Sidon) behandelen. Dit begint in hoofdstuk 26, waar wordt voorzegd dat Tyrus zal vergaan. In hoofdstuk 27 is in de vorm van een klaaglied te lezen hoe groot en belangrijk Tyrus was. Tot slot treffen wij in hoofdstuk 28 een opmerkelijke dubbele laag aan die ons een bijzonder inzicht biedt over de werkelijke macht achter Tyrus.
.
.
.

.

.

Wie is de vorst van Tyrus en wat was zijn rol?

.

Samen met steden als Sidon en Biblos vormden Tyrus het gebied van de Phoeniciërs. Tussen deze steden bestond geen politieke eenheid, eigenlijk waren het verschillende afzonderlijke stadstaten die ieder hun eigen gang gingen. Tot aan 1000 vC was Sidon de belangrijkste stad, maar daarna nam Tyrus deze positie over. Koning David en met name koning Salomo hadden in die periode belangrijke betrekkingen met Hiram, de koning van Tyrus (1Sm 5:11, 1 Kn 5, 7, 9, 10).
Het gebied van de Phoenicische steden als Tyrus en Sidon is tegenwoordig bekend als het land Libanon. Een land dat tot voor kort verscheurd werd door een dramatische burgeroorlog tussen christenen en moslims. Tyrus was een economisch en politiek sterke handelsmacht die op een treurige wijze aan haar einde gekomen is. In de Bijbel vinden we echter een enkele aanwijzing dat Tyrus een slecht buurvolk was voor het volk Israël en dat zij uit was op haar ondergang (Ps 83:8, Jl 3:4-8). Naast deze fysieke dreiging ging er ook een sterke geestelijke dreiging van de Phoeniciërs uit.
Het grondgebied van de steden als Tyrus en Sidon was de bakermat voor de heidense vruchtbaarheidsgodsdienst met gruwelen als sacrale prostitutie en kinderoffers voor afgoden als Baäl en Asjera (of Astharte). Hoe groot en verderfelijk de invloed van de Phoenicische godsdienst was in het land Israël kunnen we zien aan het optreden van de beruchte koning Izebel, die een dochter was van de Phoenicische koning Etbaäl.
Als we deze aspecten van de steden Tyrus en Sidon bezien dan begrijpen wij meer van het oordeel dat de Heer God uitspreekt tegen dit volk. Maar als hoofdstuk 28 goed lezen, dan zien we dat er een dubbele laag zit in het oordeel dat de Heer God uitspreekt tegen Tyrus. In de verzen 2-10 spreekt de Heer tegen de ‘vorst van Tyrus’ en in de verzen 11-19 tegen de‘koning van Tyrus’. Op grond van de tekst zien we heel duidelijk het onderscheid dat in het eerste gedeelte een menselijke vorst aangesproken wordt, maar in het tweede gedeelte een hemelse/goddelijke vorst.
Ik heb niet kunnen achterhalen welke menselijke vorst bij name bedoeld wordt in het eerste gedeelte. Maar dat het om een menselijke vorst gaat, kunnen we concluderen uit de zinsnede ‘je achtte jezelf een god gelijk, terwijl je een mens bent en geen god’ (vs 2). Juist deze hoogmoed zal deze vorst duur komen te staan, want hierom zal hij overvallen en gedood worden door vreemdelingen en sterven als een heiden (‘een onbesnedene’, vs 10).
In het tweede gedeelte wordt echter een wezen van een totaal andere orde aangesproken. Er is duidelijk sprake van een wezen dat niet tot de mensen gerekend kan worden. Een korte opsomming: ‘je leefde in Eden’ (vs 13), ‘je was een cherub’ (vs 14, 16), ‘je was neergezet op de heilige berg van God’ of ‘heilige berg der goden’ (vs 14, 16), ‘neergeworpen op aarde’ (vs 17). Als we de tekst van Ezechiël lezen, dan wordt er duidelijk gesproken over een cherub, een engel die al leefde in de hof van Eden en die heeft vertoeft op de berg der goden, oftewel de berg waar de hemelwezens wonen. Hier wordt ons dus getoond dat achter de aardse vorst van Tyrus een geestelijke vorst schuilgaat.
Wie is deze vorst? In Lukas 10:18 zegt de Heer Jezus wanneer de tweeënzeventig enthousiast terugkeren van hun rondgang in het land en Hem vertellen over de macht die zij hadden over demonen, dat Hij ‘de satan als een bliksem uit de hemel zag vallen’. Ook in de Apocalyps die Johannes heeft gezien, wordt verhaald hoe een ster uit de hemel op de aarde valt (Op 9:1). Deze beschrijvingen komen overeen met de morgenster die uit de hemel valt (Js 14:12) en de cherub die van tussen de vlammende stenen van de berg der goden (een mogelijke metafoor
voor de hemel) wordt verbannen (Ez 28:16).
De vorst achter Tyrus, dat zoals we zagen Israël overspoelde met afgodische onreinheid en ook het bestaan van het volk bedreigde, is dus satan. Hiermee hebben we een belangrijk bewijs voor de metahistorisch werkelijkheid waarin de strijd tussen de Heer God en de satan duidelijk naar voren komt.
Nu we dat weten is het goed om de associatie tussen de vorst uit de verzen 2-10 en de koning uit de verzen 11-19 te bekijken. We weten dat de aardse vorst zich identificeerde met ‘zijn’god. Hij ziet zichzelf als mens dus in strijd met de goden en zelfs met de God van Israël, de Heer God. Dat de koning geassocieerd werd met de godheid van zijn land, is in de antieke oudheid een gebruikelijk verschijnsel en het juist dit waarover de Heer God zich uitspreekt in Ezechiël 28:2-10 tegen de koning van Tyrus, die zichzelf ook associeerde met een god.
De Heer God verbood Israël uitdrukkelijk om zich neer te buigen voor de hemellichamen. Wij kunnen daaruit concluderen dat heidense volken hemellichamen vereren als goden en dat deze hemellichamen meer zijn dan menselijke afgodische ideeën, maar werkelijke wezens. Ook uit een vergelijking tussen de twee teksten 2 Kn 17:16 en 1 Kn 22:19 kunnen we concluderen dat het ‘heer des hemels’, engelen zijn die geassocieerd worden met de hemellichamen.
Het boek Openbaring is een boek waarin de Bijbel ons een heel duidelijk beeld geeft van de geestelijke strijd die speelt achter de zichtbare historische gebeurtenissen. In Openbaring 12 zien we hoe de engel Michaël strijd voert tegen de satan en zijn engelen. Hier uit kunnen we concluderen dat satan ook beschikt over engelen.
conclusies:
1.Heidense volken vereren afgoden die geassocieerd worden met hemellichamen.
2.Engelen worden geassocieerd met hemellichamen.
3.Er zijn gevallen engelen van satan en er zijn engelen van de Heer God tussen deze twee groepen is er strijd.
4.Afgoden zijn gevallen engelen.
Als we met deze kennis opnieuw naar de verschijning van de heerlijkheid des Heren kijken dan springt direct de heerschappij van de Heer God over de hemelwezens in het oog. Hij troont op een troonwagen die is samengesteld uit hemelse wezen. Hij is niet gelijk aan deze hemelwezens, maar deze wezens dienen Hem.
Het is alsof de Heer God de gevallen hemelwezens die in het boek Ezechiël aangesproken worden als vorsten achter de aardse machten die Israël bedreigen, herinnert aan Zijn Majesteit. Al proberen zij zich steeds weer te verheffen tegen de Almachtige ze zullen falen. Zij zijn slecht schepselen en Hij is de Machtige Schepper. Zo wordt ook het volk Israël door de indrukwekkende verschijning van de heerlijkheid des Heren met hun neus op de feiten gedrukt. Zij vereren geschapen en gevallen engelen, terwijl zij de Schepper als Zijn eigen volk toebehoren, zoals de Heer God in Deuteronomium 4:20 stelt in contrast tot de andere volken.
.
.
.

 

.

.

Heilshistorie in Ezechiël

.

In hoofdstuk 33 wordt de opdracht van Ezechiël hernieuwd. Opnieuw wordt hij gewezen op de belangrijke taak die hij heeft als wachter. Ezechiël was verantwoordelijk als wachter over Israël om te waarschuwen voor het oordeel. Deed hij dat niet dan werd hij verantwoordelijk gehouden voor de dood van de mens die hij niet had gewaarschuwd. De ernst van deze boodschap mogen wij niet aan ons voorbij laten gaan. We hebben een geweldige boodschap niet alleen van oordeel, maar juist van verlossing. Deze boodschap klinkt ook heel duidelijk in het boek Ezechiël. De Heer God zegt dat Hij geen vreugde heeft aan de dood van een slecht mens, maar dat Hij wil dat de mensen zich bekeren en leven (33:11).

Als contrast tegenover de wachter worden in hoofdstuk 34 de slechte herders van Israël geplaatst. Wat heel belangrijk is in dit hoofdstuk is de belofte van de Goede Herder. Vanaf vers 7 volgt er een indrukwekkende opsomming van de dingen die de Heer God zelf gaat doen en in vers 23 zien we hoe Hij dat gaat doen. Hij zal ‘Zijn knecht David’ aanstellen als Herder. Uit Johannes 10:11 kunnen wij concluderen dat de Heer Jezus, dé Zoon van David, deze Goede Herder is.
In Ezechiël 36 zien we een tragische schildering van de verstrooiing van de joden onder de volken (16-21). Het is opmerkelijk hoe deze teksten in de verleden tijd staan geschreven en de rest van het hoofdstuk voornamelijk in de toekomende tijd. Het is dus alsof de Heer God terug kijkt, wanneer Israël hersteld is, op de periode dat ze verstrooid waren. Als wij denken aan de diaspora (de verstrooiing) dan denken wij niet aan de periode vanaf 70 (vernietiging Jeruzalem door de Romeinen) tot 1948 (heroprichting staat Israël). Dit is een lange periode waarin de donkere middeleeuwen hevige pogroms op de joden hebben voorgebracht en waarin de fel antisemitische negentiende eeuw is uitgelopen op de verschrikkelijke holocaust onder nazi-Duitsland. Met de kennis die wij nu hebben, zien wij heel duidelijk de dubbele laag in de profetie van Ezechiël.
De profetie heeft niet alleen betrekking op de situatie van de joden toen, maar ziet vooruit op de komende eeuwen tot de tijd dat Israël weer volledig hersteld zal worden. Dit wordt in Ezechiël 37 indrukwekkend uitgebeeld in het visioen van de dorre doodsbeenderen. Ik denk dat wij met het nationale herstel van Israël in 1948 al een begin van de vervulling van deze profetie hebben gezien. Bij al deze ontwikkelingen moeten wij echter goed in de gaten waar het echt om draait. Op drie plaatsen in Ezechiël 36 spreekt de Heer God uit dat het gaat om Zijn naam (vers 21, 22, 23). De Heer God zegt letterlijk dat Hij het niet doet om Israël, maar om Zijn heilige naam.
In Ezechiël 38 en 39 zien we vervolgens een loodzware strijd tegen Gog. Deze strijd wordt ook aangehaald in de Openbaring 20:8, waarin de satan ná het duizend jarige rijk zal uittrekken met o.a. Gog en Magog tegen de heiligen en de geliefde stad. Er zijn allerlei theorieën over wie Gog is. Met name Rusland is hiervoor in de laatste decennia vaak genoemd. De Bijbel zelf zegt hier natuurlijk niets over.  Vooralsnog is er geen aanleiding om bepaalde landen aan te wijzen als mogelijkheden voor Gog. Het enige waar de Bijbel met betrekking tot deze vorst iets over zegt is de afkomst. In Ezechiël 38:2 wordt gezegd: ‘Gog in het land Magog, de grootvorst van Mesek en Tubal’. Het opvallende is dat Magog, Mesek en Tubal alledrie kinderen waren van Jafeth (Gn 10:2). Hij is één van de drie stamvaders van de hedendaagse mensheid, die overigens door veel uitleggers als de stamvader van de Indo-Europese volkeren wordt beschouwd.
De laatste acht hoofdstukken van het boek Ezechiël zijn gewijd aan de nieuwe tempel. Gezien de gedetailleerde bouwkundige beschrijvingen denkt men dat de tempel van Ezechiël daadwerkelijk gebouwd gaat worden. Er zijn ook meerdere Bijbelteksten waaruit we kunnen concluderen dat er in de eindtijd weer een tempel zal zijn. Het belangrijkste is dat het een tempel zal zijn waar de heerlijkheid des Heren weer in zal kunnen wonen (Ezechiël 43).
Daarbij moeten we echter de geestelijke vervulling van de nieuwe tempel in de Heer Jezus niet voorbij gaan. Hijzelf sprak namelijk over Zijn lichaam als de tempel (Jh 2:21).Ook de beschrijving van het levende water in Ezechiël 47 zien we verklaard in de persoon van de Heer Jezus (Jh 4; 7:38).
Zo zien we dat de profetie van Ezechiël op meerdere plaatsen heen wijst naar de Heer Jezus. Dat Hij de vervulling is van Gods heilsplan is de geweldige boodschap die wij bij Ezechiël horen. In dat verband is het ook indrukwekkend om te horen hoe de Heer Jezus de plaatsen Tyrus en Sidon bezoekt en daar zijn volgelingen van Hem (Mk 3:8, 6:17) en ook Paulus treft later discipelen aan te Tyrus (Hd 21:3, 4). Het werk van de Heer Jezus beperkt zich niet tot het volk Israël. Het gaat dus niet meer om het volk waartoe mensen behoren, maar het gaat erom wat iedereen persoonlijk met de boodschap van de Heer Jezus doet.
.
.
.

 

.

.

.
.
.

 

 

 

 

 

 

Het gezag van de Bijbel.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Universeel geloof

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

  • Het gezag van de Bijbel is het goddelijke zeggenschap ervan. Gods woord heeft het voor het zeggen, meer dan het woord van mensen of geesten. Zelf dient de Heilige Schrift zich bij ons aan als de enige regel van geloof en leven, en eist van alle mensen, dat zij geloofd en gehoorzaamd wordt. Alle ander gezag moet voor het hare wijken, Hand. 17 :11, Hebr. 4 :12, Openb. 22 :18 en 19.

 

Handelingen 17 : 11  > En dezen waren edeler, dan die te Thessalonica waren, als die het woord ontvingen met alle toegenegenheid, onderzoekende dagelijks de Schriften, of deze dingen alzo waren.

Hebreeën 4 : 12  > Want het Woord Gods is levend en krachtig, en scherpsnijdender dan enig tweesnijdend zwaard, en gaat door tot de verdeling der ziel, en des geestes, en der samenvoegselen, en des mergs, en is een oordeler der gedachten en der overleggingen des harten.

Openbaring : 18-19Want ik betuig aan een iegelijk, die de woorden der profetie dezes boeks hoort: Indien iemand tot deze dingen toedoet, God zal hem toedoen de plagen, die in dit boek geschreven zijn.
En indien iemand afdoet van de woorden des boeks dezer profetie, God zal zijn deel afdoen uit het boek des levens, en uit de heilige stad, en uit hetgeen in dit boek geschreven is.
  • Het absoluut goddelijk gezag van de Heilige Schrift vloeit voort uit haar goddelijke ingeving.

 

  • De gehele Heilige Schrift heeft dit gezag. Schrift en Woord van God zijn voor ons benamingen, die hetzelfde betekenen. Heel de Bijbel is het eigen Woord van God.

 

  • De erkenning van het gezag van de Schrift hangt samen met de opvatting van de ingeving der Schrift. Ofschoon alle Schrift door God is ingegeven en derhalve gezaghebbend is, zijn er theologen die menen dat slechts een deel van de Schrift is ingegeven of dat alleen de uitgedrukte gedachte, niet de bewoording, is ingegeven. De oude theologische richting der Ethischen leerde niet: De Bijbel is Gods Woord, maar: Gods Woord is in de Bijbel. Het verschil is duidelijk. Is Gods Woord in de Bijbel, dan bevat deze niet alleen veel dat niet Gods Woord is, maar dan moet ook de mens uitmaken, wat wel en wat niet als Gods Woord moet worden erkend. En dan komt de mens, in plaats van onder het gezag van het Woord, boven het Woord te staan.

 

 

De Heilige Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John astria

 

 

 

  • In de theologische kring der Modernen (vrijzinnigen) wordt het gezag van de Schrift geheel terzijde gesteld. Wel acht men haar van grote religieuze betekenis, maar dan vooral het Nieuwe Testament. Van bijzondere waarde wordt beschouwd wat Jezus Zelf heeft gezegd, vooral in de Bergrede (Matth. 5-7). Maar we weten van Jezus niets dan uit de geschriften van evangelisten en apostelen. Zijn die nu onbetrouwbaar, wat waarborg is er dan, dat men met voldoende zekerheid kan weten wat Jezus gesproken heeft?

Mattheüs 5 : 7  > Zalig zijn de barmhartigen; want hun zal barmhartigheid geschieden.

 

  • De Schrift ontleend haar gezag aan haar goddelijke ingeving: aan de goddelijkheid van haar oorsprong en inhoud, en niet aan de Kerk. Indien de Schrift haar gezag ontleende aan de Kerk, zou de Kerk boven het Woord Gods staan. Maar het is juist omgekeerd. De Schrift staat boven de Kerk, die steunt op het fundament van apostelen en profeten. De Heilige Schrift heeft door zichzelf gezag, en moet om zichzelf aangenomen en geloofd worden.

 

  • Ten opzichte van het goddelijk gezag van de Schrift moet onderscheid worden gemaakt tussen norma-tief gezagen historisch gezag. Niet alle woorden en feiten in de Schrift hebben normatief gezag, d.w.z. gelden als regel voor geloof en leven. Er komen in de Schrift woorden voor van goddeloze mensen, zelfs van de duivel. Ook worden er van Gods kinderen zondige daden meegedeeld. Dat God deze woorden en daden in de Schrift heeft doen opnemen, is niet opdat wij die zouden navolgen, maar om ons te waar- schuwen. Zij hebben echter historisch gezag, want onder leiding van de Heilige Geest is de mededeling van deze woorden en daden geschiedkundig juist en betrouwbaar; in verband met de woorden en daden van God, zijn ze ook tot lering beschreven.

 

  • Hoe komen wij nu tot de erkenning van het goddelijk gezag van de Schrift? Niet door wetenschappelijk onderzoek. Dit kan ons nooit de echtheid en de geloofwaardigheid van de Schrift bewijzen, want wat heden wordt voorgedragen aan wetenschappelijk bewijs, wordt straks door andere onderzoekers als onhoudbaar verworpen. Bovendien, indien het gezag van de Schrift op wetenschappelijk onderzoek rusten moest, dan zag het er treurig uit voor de ongeleerde mensen, die de resultaten van de wetenschap niet beoordelen kunnen. Dezen zouden zich dan geheel naar het oordeel van de geleerden hebben te schikken.

 

 

De mens in geloof

Pasteltekening van John Astria

 

 

  • God de Heere heeft in Zijn ontferming echter gezorgd, dat er een weg is, waardoor eenvoudigen en geleerden, tot de erkenning komen van het gezag van de Schrift. Maar die weg is een geheel enige. Wij leren nl. het gezag van de Schrift aanvaarden, alleen en uitsluitend door het getuigenis van de Heilige Geest en wel: 

 

a) in de Schrift zelf,

b) in de Kerk der eeuwen,

c) in ons hart.

 

 

1. Allereerst is er het getuigenis van de Heilige Geest in de Schrift zelf. De Heilige Geest getuigt in de Schrift, dat Hij de auteur van de Schrift is.

 

2. Ten tweede is er een getuigenis van de Heilige Geest in de Kerk van alle eeuwen. De christelijke Kerk is onder het gezag van de Heilige Schrift geboren en opgegroeid. Over welke dogma er ook verschil mocht zijn, over het gronddogma, het gezag van de Schrift, is nimmer gestreden. Dit gezag stond tot de achttiende eeuw toe in alle kerken en onder alle christenen vast.

 

3. Tenslotte is er een getuigenis van de Heilige Geest in ons hart. Dit is het voornaamste, want het wordt door de wedergeboorte ons geschonken. De Heilige Geest werkt zo in ons hart, dat we amen leren zeggen op Zijn werk in Zijn Woord. Door onszelf te ontdekken als zondaren, en in de Heere Jezus de Zaligmaker te doen zien, Joh. 17:3, brengt Hij ons tot de erkentenis dat de Heilige Schrift Gods Woord is.

Johannes 17 :3  > En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enigen waarachtige God, en Jezus Christus, Die Gij gezonden hebt.

 

 

  • De verwerping van het gezag van de Schrift is niet, zoals het ongeloof voorgeeft, een kwestie van onbevooroordeeld wetenschappelijk onderzoek. Uit het hart, niet uit het hoofd, komt alle verwerping voort van het Woord Gods. Omdat de mens van nature een vijand is van God, is hij het ook van Gods Woord.

 

 

Christus

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Matthew, Mattheüs 18 (Part 4) :18-20 – Binding and loosing / Binden en losmaken

Standaard

Category, categorie : The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video

.

.

Matthew 18 (Part 4) : 18-20 – Binding and loosing

.

Mattheüs 18 (deel4) : 18-20 – Binden en losmaken

.

Paul LeBoutillier

.

.

 

 

 

 

 

 

Eeuwig leven in 10 minuten

Standaard

categorie : religie    

.

Eeuwig leven in  10 minuten.

 

Heb je ooit gedroomd om eens te kunnen vliegen? Niet enkel uit een vliegtuig maar uit eigen kracht. Gedroomd om te zweven door de lucht net zoals een zwemmer glijdt door het water. God belooft ons dat de dag zal komen waar deze droom van vliegen voor jou werkelijkheid wordt.

 

 

Keuze tussen eeuwig leven of de vuurpoel

Pasteltekening van John Astria

 

 

Volgens de bijbel komt de zoon van God, Jezus Christus, spoedig terug naar de aarde om gerechtigheid te doen geschieden. Iedereen zal Hem op de laatste dag in de wolken zien met grote kracht en glorie om de wereld van de ondergang te redden ( Mat 24: 31). Vanaf dat moment zullen de kinderen van God hun lichamen onmiddellijk transformeren.

Zij krijgen superlichamen die naar Christus kunnen vliegen om Hem in de wolken te ontmoeten (1Thessa 4: 16-17). De dood bestaat plots niet meer. De mens komt onder andere Goddelijke natuurwetten te staan. Alles zal perfect worden zoals het ooit was bedoeld in het begin van de schepping.

Wij, die Jezus Christus kennen en beminnen, zullen zijn zoals Hem na zijn verrijzenis ( Fil 3: 31 en 1 Joh 3: 2 ). Christus was in staat om te komen en plots te verdwijnen. Hij kon door muren wandelen, gesloten deuren openen en zich voort bewegen met de snelheid van gedachten ( Luc 24: 30,31,51 en Joh 20:26 ). Wij zullen dat ook kunnen.

Desondanks wij onsterfelijke superlichamen zullen krijgen, blijven er gelijkenissen met onze hedendaagse vergankelijke lichamen. De bovennatuurlijke lichamen zullen blijven eten en drinken. De mens zal net zoals nu huwen, plezier maken, de liefde bedrijven en genieten van het leven. De ervaringen zullen gewoon veel intenser zijn.

Na de wederkomst van Christus daalt het nieuwe Jeruzalem vanuit de hemel naar de aarde neer. Iedereen zal zien dat God in Jeruzalem bij de mensen komt wonen ( Openb 21: 1-3 ). De Bijbel geeft een gedetailleerde beschrijving van de neerdalende stad. Ze is kubusvormig met een lengte, breedte en hoogte van 12000 stadie wat overeenkomt met 2304 km. Wie in Jeruzalem woont krijgt een woning door Christus zelf toebereid.

De volledige aarde zal gezuiverd en hersteld worden zoals ze was ten tijde van het begin met Eeuwig leven( Openb 21: 1). De vloek die op de mens kwam door de zonde zal God volledig verwijderen. De vroegere dingen zijn voorbij. Zij worden niet opgeroepen en komen nooit meer terug in de harten van de mens. Er zal geen geklaag en geschrei meer zijn. Wie niet in Jeruzalem woont zal een huis bouwen en het zelf bewonen.

Men zal zijn eigen vruchten eten. Er zal nooit meer gezwoegd worden. De mensen en de dieren leven in harmonie met elkaar. De wolf en het lam weiden samen en de leeuw eet stro als de stier. Er zal nooit geen kwaad meer geschieden op de heilige berg van God.

Wil jij deel uitmaken van de nieuwe geweldloze wereld waar alles berust op liefde en rechtvaardigheid onder leiding van Jezus Christus, bid dan dit simpele gebed. Jezus Christus zal dan onmiddellijk in je hart komen.

 

“ Heer Jezus Christus, vergeef me al mijn zonden. Ik geloof dat u de zoon van God bent en dat u voor mij op het kruis stierf. Ik open nu de deur van mijn hart en vraag u om erin te komen wonen waardoor ik eeuwig leven bekom. Help me van u te houden en anderen over u en uw liefde te vertellen. In Christus naam bid ik . Amen”.

 

God zegene u met zijn liefde in de eeuwigheid. Amen

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

                                                      

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Matthew, Mattheüs 18 (Part 3) : 15-20 If your brother sins against you / Als je broer tegen je zondigt

Standaard

Category, categorie : The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video

.

.

Matthew 18 (Part 3) : 15-20 – If your brother sins against you

.

Mattheüs 18 (deel3) : 15-20 – Als je broer tegen je zondigt

.

Paul LeBoutillier

.

.

 

 

 

 

 

 

De Heilige Geest tot op Golgotha

Standaard

categorie : religie

 

Johannes 11: 24-26

 

24 Martha zeide tot Hem: Ik weet, dat hij opstaan zal in de opstanding ten laatsten dage. 25 Jezus zeide tot haar: Ik ben de Opstanding en het Leven; die in Mij gelooft zal leven, al ware hij ook gestorven; 26 En een iegelijk, die leeft, en in Mij gelooft, zal niet sterven in der eeuwigheid. Gelooft gij dat?

 

Genade en kennis door de Heilige Geest

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Vergeving door geloof

 

Dit is de belangrijkste zin uit het Nieuwe Testament. Christus zegt in dit citaat dat geloven in Hem voldoende is om eeuwig leven te bekomen. Wie erkent dat Christus op de wereld kwam als zoenoffer voor onze zonden is gered. Jezus werd gezonden als de enige zoon van God en bleef hem trouw ondanks al de vernederingen en pijnigingen tot in de dood, Zo werd hij de eerste zondeloze mens.

Satan,de duivel,werd zo definitief verslagen. Het kwade weet dat zijn dagen spoedig geteld zullen zijn. Zijn beloning is de eeuwige vuurpoel samen met de gevallen engelen en ongelovigen. Wie dus Jezus Christus vraagt om in zijn hart te komen wonen en vergiffenis vraagt om zijn zonden krijgt die vergeving altijd. Maar kan elke zonde vergeven worden? Het antwoord is neen.

 

 

Zondigen tegen de Heilige Geest

 

Een onvergeeflijke zonde wordt beschreven in Marcus 3 en Matteüs 12. Deze passages gaan over het werk van Jezus. Alom was bekend, dat Hij herhaaldelijk in het openbaar satan en zijn demonen versloeg. Velen hebben zich afgevraagd, wat dit nou eigenlijk voor zonde was. Als u deze verzen leest (ze staan hieronder vermeld), houd dan in gedachte, dat de bedoeling van Jezus Christus’ bediening was om de duisternis rechtstreeks met het licht te confronteren in een openlijke strijd tussen goed en kwaad. De enige in het hele universum, die machtiger is dan de Boze, is God. Hij is de enige met genoeg macht om Satan zelf te binden en hem te dwingen te verdwijnen.

 

 

 

 

 

Marc. 3:22-30 

 

“En de schriftgeleerden die van Jeruzalem gekomen waren, zeiden: ‘Hij heeft Beëlzebul,’ en door de overste der boze geesten drijft Hij de geesten uit.’ …’Voorwaar, Ik [Jezus] zeg u, dat alle zonden aan de kinderen der mensen zullen worden vergeven, ook de godslasteringen, welke zij gesproken mogen hebben; maar wie gelasterd heeft tegen de Heilige Geest, heeft geen vergeving in eeuwigheid, maar staat schuldig aan eeuwige zonde. Immers zij zeiden: ‘Hij ( Christus ) heeft een onreine geest.”

 

 

In Matt. 12:31-32 zei Jezus tot de Farizeëen:

 

“Daarom zeg Ik u: alle zonde en lastering zal de mensen vergeven worden, maar de lastering van de Geest zal niet vergeven worden. Spreekt iemand een woord tegen de Zoon des mensen, het zal hem vergeven worden; maar spreekt iemand tegen de Heilige Geest, het zal hem niet vergeven worden, noch in deze eeuw noch in de toekomende”.

 

 

De Heilige Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Wat is de context van deze uitspraak en wat is nu precies

de zonde die beschreven wordt?

 

“De onvergeeflijke zonde om tegen de Heilige Geest in te gaan is onherroepelijk de voortdurende verwerping van Christus  ( Joh. 3:18; 3:36 ). Dus, het vernederen van de Heilige Geest is hetzelfde als Christus verwerpen met zo’n beslistheid, dat geen toekomstig berouw mogelijk is. ‘Mijn Geest zal niet altoos in de mens blijven,’ zei God in Genesis 6:3.

In de context van deze speciale passage ( Matt. 12:22-32 ) zien we dat Jezus een groot scheppingswonder had gedaan, waar zowel genezing als het uitwerpen van demonen aan te pas kwam. De Farizeëen verwierpen echter dit duidelijk teken van de Heilige Geest. Zij betichtten Hem er zelfs van zijn krachten van de duivel te krijgen. Daarmee toonden ze een houding van permanente weerstand tegen de Geest en tegen de goddelijke natuur van Jezus Christus en zijn evangelie van redding.

“Jezus beschouwt dus lastering tegen de Geest dat men zijn identiteit permanent ontkent (Matt. 12:18) en Hij beschouwt dat als één van de ergste van alle zonden”.

 

 

 

Kan een christen een “onvergeeflijke zonde” begaan?

 

Het antwoord is neen, maar waarom. In Christus zijn al onze zonden vergeven. Daarom kan geen enkele christen de onvergeeflijke zonde bedrijven. Alleen een niet-wederomgeboren persoon die weigert om tot Christus te komen zal in zijn zonden sterven. Als u eenmaal Jezus hebt aanvaard, dan is dat deel van het werk van de Heilige Geest klaar. U kunt dus niet zijn werk lasteren. Natuurlijk blijft Hij constant aan u werken.

Zelfs als u eigenwijs bent en Hem weerstaat als christen, als u een onproductief leven lijdt dat vleselijk is en ongeestelijk, dan nog zijn die zonden te vergeven omdat u de Heilige Geest niet lastert. Denk eens aan wat Paulus zei:  “Er is dus geen veroordeling voor hen die in Christus Jezus zijn” ( Rom. 8:1 ).

Een ware christen kan niet een zonde bedrijven waarvoor geen vergeving is. We worden beschermd door de kracht van God. (1 Petr. 1:5). Hoewel we wel de Heilige Geest kunnen bedroeven, verzegelt Hij ons toch tegen de dag des oordeels ( Ef: 4:30 ).

 

Bevrijding van de zonden

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De goede en de slechte moordenaar op Golgotha.

 

De vier evangelisten vertellen allen hoe Jezus werd gekruisigd tussen twee misdadigers. Maar Lukas is de enige die het volgende toevoegt ( 23:39-43 ):

Ook één van de misdadigers die daar hingen hoonden Hem: ‘Zijt Gij niet de Messias? Red dan uzelf en ons.’ Maar de andere strafte hem af en zei: ‘Heb jij zelfs geen vrees voor God nu je hetzelfde lot ondergaat? En wij terecht, want wij krijgen wat we door onze daden verdiend hebben. Maar Hij heeft niets verkeerds gedaan.’ Daarop zei hij tot Jezus: ‘Denk aan mij, wanneer U in uw koninkrijk gekomen bent.’ En Jezus sprak tot hem: ‘Voorwaar Ik zeg u, vandaag nog zult u met mij zijn in het paradijs.’

Hieruit blijkt dat er niets in de lijst van menselijke overtredingen is, dat buiten bereik ligt van de Goddelijke vergeving. ‘Al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen worden als sneeuw.’ is de oude belofte die God aan ons mensen geeft. ‘Al waren ze rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol’ ( Jesaja 1:18 ).

Dit moet echter niet als een aanmoediging uitgelegd worden om te zondigen, maar veeleer als een terechtwijzing om zich toch te bekeren. Als de zondaar werkelijk spijt heeft en vergiffenis vraagt aan Jezus Christus, dan zal hij niet alleen vergeving ontvangen maar ook behoed worden voor terugval in de zonde. Dit leert ons het evangelie en onnoemelijk veel mensen kunnen ervan getuigen.

Er zijn in de hele wereld overal gevallen van grote zondaren, die hun boze wegen verlieten en vandaag de dag een nieuw leven hebben door de kracht van God. We hebben de verzekering van onze Redder. ‘Wie tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.’ ( Joh. 6:37 ). Er is geen veroordeling voor vergeven zonde. Jezus betaalde alles.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA