Categorie: engelen
Deel 1 – Interessante feiten over engelen

preview en aankoop boek “De Openbaring “:
http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget



Dit gedeelte leert ons dat we als gelovigen moeten worstelen tegen de boze geesten in de hemelse gewesten. Wat zo vreemd is, is dat vele gelovigen niet eens weten waartegen ze moeten vechten laat staan hoe ze moeten vechten. Niemand trekt ten strijde zonder de strijd te kennen.
Satan was, de vader der leugen, de misleider, de mensenmoordenaar vanaf den beginne. Er kwam hoogmoed in het hart van satan. Hoogmoed en trots liggen aan de basis van de strijd in de hemelse gewesten. Satan wilde niet langer God aanbidden en Hem alle lof eer en glorie geven, hij wilde als God zijn. Hij wilde zich verheffen boven God. Vervolgens werd satan uit de hemel geworpen en is er een strijd aan de gang tussen de satan en God.
Lees Openbaringen 12:4. Vele uitleggers geloven dat deze tekst erop wijst dat satan een derde deel van de engelenschare met zich meesleepte in de val. Een deel van deze gevallen engelen is met satan actief in de hemelse gewesten en de wereld. Een ander gedeelte wordt door God bewaard tegen ‘de dag des oordeels’.
Openbaringen 12:1-17 beschrijft op een indrukwekkende manier de strijd tussen God en de satan. De vrouw: Israël. Het kind: Christus. De draak: satan.
Al vanaf het allereerste begin van de geschiedenis zien we dat de satan probeert om het reddingsplan dat God met de wereld heeft te dwarsbomen. (Gen. 6: zonen Gods hebben gemeenschap met de vrouwen). De strijd wordt ten top gevoerd wanneer Jezus geboren wordt.
In de onzichtbare wereld is er een strijd aan de gang tussen God en de satan.
Er is niet alleen een strijd tussen God en satan. Er is ook een strijd tussen engelen en demonen. Laten we hier e-ven bij stil staan.
Het woord engel betekent ‘bode’, ‘boodschapper’. God is de Here der Heerscharen (1 Sam. 17:45). Hij regeert en heeft heerschappij over de engelen.
Engelen zijn geestelijke wezens en zijn als geestelijk wezen niet gebonden aan de fysische wetten die gelden voor de menselijke natuur:
( Hand. 12:6-8 )engelen kunnen gesloten gevangenissen binnenkomen
( Hand. 5:19) ze kunnen gevangenisdeuren openzetten
( Rich.13: 19-20) ze kunnen nederdalen onder vorm van een vuurvlam
Engelen zijn in staat om grote afstanden op korte tijd af te leggen.
Engelen zijn wijzer dan mensen.
(2 Sam. 14:20) “Om uw zaak een ander aanzien te geven, heeft uw dienaar Job dit gedaan. Maar mijn heer is zo wijs als een engel Gods: hij weet alles wat op aarde geschiedt” .
Engelen hebben veel kracht.
(Ps. 103:20) “Looft de Heer, gij zijn engelen, gij krachtige helden die zijn volk volvoert, luisterend naar de klank van zijn woord.”
Er is een hiërarchie tussen de engelen.
( Judas 9) Michaël wordt een aartsengel genoemd.
( Kol. 1:16, Dan; 10:12-21, l Thes. 4:16, l Pet. 3:22) De Bijbel spreekt over aartsengelen, over engelen, over tronen, over machten en heerschappijen.
Engelen zijn onsterfelijk
( Luc. 20:35-36), ze hebben geen stoffelijke lichamen en kennen geen tekenen van veroudering en dood.
Engelen zijn geslachtsloos en onhuwbaar
( Luc. 20:35-36 en Mat. 22:30)
Engelen kunnen zichtbaar worden en menselijk voedsel eten
(Luc. 2:9, Gen; 32:1-2 Gen. 18:5)
Er zijn oneindig, ontelbaar veel engelen.
(Op.5: 11) “en hun getal was tienduizenden tienduizendtallen en duizenden duizendtallen…”.
(Heb. 12:22) “…tot de stad van de levende god, het hemelse Jeruzalem, en tot tienduizendtallen engelen…”.
(Mat. 26:53) Jezus zei “of meent gij dat Ik Mijn Vader niet kan aanroepen en Hij zal Mij terstond meer dan 12 legioenen engelen terzijde stellen”( 3.000 tot 6.000 elk).
(2 Kon.6:17) de knecht van Elisa zag, nadat God hem de ogen opende als antwoord op gebed van Elisa, dat de berg vol vurige paarden en wagens was rondom Elisa.
1.de opdracht van de engelen is in eerste instantie het loven, prijzen en dienen van God.
(Openbaring 5:11-12; 8:3-4).
Op aarde :
2. hier vervullen ze opdrachten voor God.
Hagar de bron tonen, verschijnen voor Jozua met een getrokken zwaard, de ketenen van Petrus losmaken, de deuren van gevangenissen openen en het voeden, versterken en verdedigen van Gods kinderen.
3. Ze voeren de oordelen en doelstellingen van God uit.
(Num. 22:22) ” Maar de toorn Gods ontbrandde toen hij ging , en de Engel des Heren stelde zich op de weg als zijn tegenstander…”
(Hand. 12:23) “en terstond sloeg hem een engel des Heren, omdat hij (Herodes) God de eer niet gaf…” zo werd Herodes door een engel gedood.
4. Ze moeten uit het Koninkrijk verzamelen al wat tot zonde verleidt en hen die ongerechtigheid bedrijven en zij zullen in het vuur geworpen worden
( Mat. 13:41-42).
5. Engelen zijn dienende geesten.
(Heb.1:14) “Ze zijn uitgezonden ter wille van hen die het heil zullen beërven”.
6. Ze begeleiden gelovigen.
(Hand: 8:26) Een engel leidde Phillipus tot bij de Ethiopiër. Ze beschermen, helpen en versterken de gelovigen.
(Mat.4:1 1) Bij de verzoeking van Jezus in de woestijn.
(Luc.22:43) Op Gethsemane “en Hem verscheen een engel uit de hemel om Hem kracht te geven”.
7. Ze zullen onze Heer begeleiden bij Zijn wederkomst
(Mat. 25:31, 2 Thes;1:7-8).
8. De engelen zijn betrokken bij het geven van Gods wetten.
(Heb. 2:2) “want indien het woord, dat door bemiddeling van engelen is gesproken, van kracht is gebleken, en elke overtreding en gehoorzaamheid rechtmatige vergelding heeft ontvangen…
(Hand; 7:53 )“gij, die de wet ontvangen hebt op beschikking van de engelen, doch haar niet hebt onderhouden.”
9. Als gelovigen mogen we de engelen niet loven en eer bewijzen.
(Openbaringen 22:8-9).
Aartsengelen:
Cherubijnen: Bewakers van Gods heiligheid.
Serafs: Jes. 6:2-7, Gods heiligheid aankondigen.
Gewone engelen: beschermengelen, spirituele begeleiders, dienaren van God.
Engelen zijn net als Adam en Eva volmaakt geschapen. Engelen als geestelijke wezens en Adam en Eva als men-selijke, vleselijke wezens. Niettegenstaande zijn we toch superieur aan de engelen omdat:
Niettegenstaande we in zonde gevallen zijn, zijn we heilig voor God door het bloed van Christus. Ja, Christus heeft ons de positie boven de engelen gegeven.
Engelen worden door Christus omschreven als heilig (Marc.8:38), engelen zijn heilig van bij hun schepping. Ook engelen worden door God op de proef gesteld. Wanneer ze niet volharden in hun dienstbaarheid aan God wor-den ze verworpen, degenen die wel aan Gods wil beantwoorden, worden bevestigd in hun heiligheid.
(Ps. 89:7 ) “God is zeer ontzagwekkend in de raad der heiligen, geducht boven allen die met hem zijn”.
(2 Pet. 2:4) spreekt over de gevallen engelen, als de engelen die gezondigd hebben. Het is onduidelijk wanneer de val van de engelen juist plaats vond, vanuit de Bijbel worden verschillende hypothesen gemaakt:
De toekomstige plek van de gevallen engelen :
(Mat. 25: 41) “Gaat weg van Mij, gij vervloekten, naar het eeuwige vuur dat voor de duivel en zijn engelen bereid is”. Ten gevolge van hun val wachten ze op het oordeel.
Rangorde
Overheden en machten
Opperbevelhebbers en bevelhebbers
Wereldbeheersers
Macht
Ziekte toebrengen.
Math. 9:32-33, Doofstomme die bezeten is.
Math. 12:22, Blind, stom.
Luc. 13:11, Geest van zwakheid: verkromde vrouw.
Hand.: Waarzeggende geest. Meisje die voorspellingen doet.
Invloed in deze wereld door occultisme, hekserij, muziek, enz.
Gelovigen en de gemeente doen wankelen en aanvallen door leugens
Misbruik maken van de zwakten van de mens
Ongelovigen doen uitschijnen dat ze goed bezig zijn
Laten uitschijnen dat zij niet bestaan. Daardoor bevestigen ze dat God ook niet bestaat
Gods plannen dwarsbomen en Hem bespotten
Heel praktisch voorbeeld van de strijd in de hemelse gewesten. Daniël 10 beschrijft de strijd in die gebieden, waar een engel van God en de engelenvorst Michaël het moeten opnemen tegen de demonische vorst die over het koninkrijk der Perzen heerst. Deze strijd duurde 21 dagen. Later zouden ze moeten strijden tegen de vorst van Griekenland, een andere demonische machthebber. We zien ook hier heel duidelijk een strijd om Gods heilsplan met de wereld te verijdelen.
We hebben gezien dat er een duidelijke strijd gaande is tussen de satan en God. De satan haat God. Dat is het uitgangspunt van alle strijd. Hij wil Gods aanbidding en Gods glorie vernietigen. Dat is ook de reden waarom sa-tan de gemeente aanvalt, waarom hij de gelovigen aanvalt. De strijd is een strijd om de glorie van God. Ook wij worden opgeroepen als gelovigen om te strijden, om te strijden voor de glorie van God, (2 Tim. 2:3-4).
Er is een grote strijd aan de gang, een onzichtbare strijd in de hemelse gewesten. Een strijd tussen satan en God, een strijd tussen engelen en demonen, een strijd tussen licht en duisternis, een strijd om de gelovigen, een strijd om de gemeente. Het is een strijd om de glorie van God. God zet Zijn engelen in om Zijn glorie te bewerken. God wil ook ons gebruiken om Zijn glorie te weerspiegelen.
Hoe kunnen we standhouden in deze strijd?
Onderwerpt u dus aan God, maar biedt weerstand aan de duivel, en hij zal van u vlieden. Nader tot God, en Hij zal tot u naderen.
.
.
.
Het boek van de goddelijke werken
met visioenen van
Hildegard van Bingen
.
.
“Der gläubige Mensch richtet sein Trachten immer auf Gott, dem er in Ehrfurcht begegnet. Denn wie der Mensch mit den leiblichen Augen allenthalben die Geschöpfe sieht, so schaut er im Glauben überall den Herrn.”
.
Liber divinorum operum (Boek van goddelijke werken) is een werk uit de tweede helft van de 12e eeuw van de Duitse Benedictijner Abdis en mystica Hildegard von Bingen. Het is haar laatste visionaire werk en het werd geschreven tussen 1163 en 1174. Het bevat tien visioenen waarin de liefde van God tot uitdrukking komt in de mensen en in de relatie van de mensen tot God.
.
.
.
.
.
Dezelfde stad verschijnt met de lichte berg aan de oosthoek ervan. In de berg is nu een poort uitgehouwen. Van daar naar het zuiden toe trekt een stoet mensen, kinderen, jongelingen en grijsaards. Hun stemmen klinken door tot in het westen. Zij stellen al degenen voor die sinds Adam in de Heilige Geest geschouwd hebben en verkondigden dat God Zijn Woord in de wereld zou zenden.
Daar waar de oost- en de zuidmuur elkaar raken, staan twee wonderlijke gestalten. Die beelden de mensheid uit, voor en na de zondvloed. De ene verschijnt met kop en borst als van een luipaard. Haar gewaad is hard als steen. Zij heeft armen als van een mens en handen als berenklauwen. Zij kijkt naar het noorden. Deze gestalte verzinnebeeldt de wildheid van de mensennatuur vóór Noach. De mensen waren toen nog niet onderworpen aan een geordende leefwijze.
De andere gestalte verschijnt met gezicht en handen als van een mens, de handen gevouwen. Maar zij heeft voeten als haviksklauwen en haar gewaad is als van hout. Overdwars draagt zij een zwaard. Zij kijkt naar het westen. Deze gestalte verzinnebeeldt de mensheid onder de Wet en de profeten. Toen werden veel mensen bekeerd tot geestelijk inzicht en onderwerping van het vlees (in de besnijdenis).
In de streek van het zuiden zag Hildegard in een wolk een menigte mensen. Velen van hen droegen muziekinstrumenten. Zij zijn de zaligen, die de Godszoon hebben gevolgd. Ze hebben uit liefde tot hem de marteldood doorstaan en volhardden in nederigheid en kuisheid. Zij zullen de koren van de engelen aanvullen met eeuwige lofprijzing van God. Zij hebben weet van de verborgenheid Gods, die aan de mensen geopenbaard is in het levende Woord. Door het reinigende water van de doop hebben zij in de Heilige Geest deel gekregen aan het heil en hebben daarin stand gehouden.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
Het boek van de goddelijke werken
met visioenen van
Hildegard van Bingen
.
.
.
“Der gläubige Mensch richtet sein Trachten immer auf Gott, dem er in Ehrfurcht begegnet. Denn wie der Mensch mit den leiblichen Augen allenthalben die Geschöpfe sieht, so schaut er im Glauben überall den Herrn.”
Liber divinorum operum (Boek van goddelijke werken) is een werk uit de tweede helft van de 12e eeuw van de Duitse Benedictijner Abdis en mystica Hildegard von Bingen. Het is haar laatste visionaire werk en het werd geschreven tussen 1163 en 1174. Het bevat tien visioenen waarin de liefde van God tot uitdrukking komt in de mensen en in de relatie van de mensen tot God.
.
.
.
.
Binnen dit heelal is de engelen een ruime plaats toegekend. Het zesde visioen dat een duidelijk andere vorm heeft dan de voorgaande, is bijna in zijn geheel aan hen gewijd. Hildegard ziet deze keer:
“… een grote, vierkante stad, omgeven door een muur, met zowel luister als duisternis, een stad ook voorzien van heuvels en gestalten. Naast de stad rees een grote, hoge berg op van wit en hard gesteente die op een vulkaan leek. Op de top straalde een spiegel waarvan de helderheid en zuiverheid zelfs die van de zon leek te overtreffen. In de spiegel verscheen een duif met gespreide vleugels, gereed om weg te vliegen.
De spiegel, de plek van de geheime wonderwerken, zond een licht uit dat zowel naar boven als in de breedte straalde en waarin talrijke mysteriën en meerdere vormen en gestalten zichtbaar waren. In deze schittering, in de richting van het zuiden, verscheen een wolk waarvan de bovenzijde wit en de onderzijde zwart was. Boven deze wolk schitterde een engelenschare. Sommige engelen straalden als vuur, anderen waren een en al helderheid, weer anderen fonkelden als sterren.”
Deze stad treedt nu in alle visioenen op. Zij heeft binnen haar vier muren verscheidene gebouwen: kerken, paleizen, zuilen en gewone huizen, die van beeld tot beeld anders staan opgesteld. Zoals gezegd is het zesde visioen voornamelijk aan de rol van de engelen gewijd.
“De engelenschare naast God is in de hemel een geheim dat geheel van het goddelijke licht wordt doordrongen. Een geheim dat verborgen blijft voor het schepsel dat de mens is, tenzij er lichtende tekens zijn waardoor hij er kennis van kan nemen. Deze schare heeft een bestaansreden die meer verband houdt met God dan met de mens. Ze verschijnt de mensen slechts zelden. Toch openbaren bepaalde engelen die in dienst staan van de mensen zich met Gods wil in de vorm van tekens: God heeft hun allerlei taken toevertrouwd en hen in dienst van de schepselen gesteld.”
Onder deze engelen bevinden zich Satan, “die slechts uit zichzelf wilde bestaan”, en de engelen die hij in zijn val heeft meegesleurd.
Maar er is vooral :
“de grote schare van engelen, sommigen als vuur, anderen een en al helderheid, weer anderen als sterren. De engelen van vuur verbergen in zich de grootste energie, niets kan hen tot wankelen brengen. God heeft inderdaad gewild dat zij zonder ophouden zijn aangezicht aanschouwden.
De engelen die een en al helderheid zijn, worden in beweging gebracht door hun dienst aan de menselijke werken, die ook Gods werken zijn; deze vrome werken worden aan de engelen voor Gods aangezicht aangeboden. De engelen kijken onophoudelijk naar hen, zij bieden God hun zoete geur aan door te kiezen wat nuttig is en weg te werpen wat ondienstig is.
De op sterren gelijkende engelen lijden samen met de menselijke natuur, zij bieden deze God aan als een boek, zij zijn de gezellen van de mens, zij spreken hem volgens Gods wil woorden van redelijkheid toe, door de goede werken kunnen zij God prijzen, van de boze werken keren zij zich af.”
In een ander visioen, het zevende, komt Hildegard terug op
“de twee orden, de engelen en de mensen”,
waarbij zij aangeeft dat
“God een ware vreugde put uit de lofprijzingen der engelen, net als uit de heilige werken der mensen. Zeker, de engel staat permanent voor Gods aangezicht, terwijl de mens wisselvallig is; mensenwerk is dan ook vaak gebrekkig, terwijl de lofprijzingen der engelen dat nooit zijn”.
.
.
“En weer zag ik: een geweldige stad. Zij was vierhoekig aangelegd en deels van een bijzondere lichtglans, deels van duisternissen als door een muur omgeven. Ook was zij opgesierd met een aantal bergen en figuren. Midden in het oostelijke gebied zag ik een geweldig hoog opstijgende berg van harde heldere steen, in de vorm van een vuurspuwende berg. Van de top ervan straalde licht als een spiegel van zulk een heerlijkheid en zuiverheid, dat deze de glans van de zon leek te overstralen.
In die spiegel verhief zich een duif met uitgespreide vleugels, als wilde zij omhoog vliegen. Deze spiegel verborg tal van geheimenissen in zich. Hij zond een glans van grote breedte en hoogte uit, waarin tal van mysteriën en vele gestalten van zeer verschillende figuren verschenen.
In dezelfde glans, naar het zuiden toe, verscheen een wolk, van boven stralend wit en van onderen zwart. Boven haar glansde een grote schare engelen op, van wie sommige als vuur gloeiden, andere helder straalden en nog andere als sterren schitterden. Zij werden door een windadem bewogen als brandende lichten. Ook waren zij vol stemmen, die klonken als het ruisen van de zee.
En elke windadem liet zijn stem met toornige kracht schallen en maakte daardoor een vuur los tegen de zwarte kant van de wolk. Hierdoor ontbrandde die wolk zonder vlam naar de zwartheid toe. Maar weldra blies de wind de zwartheid weg en liet haar als dichte rook verwaaien en vergaan. Aldus joeg hij het zwarte deel van de wolk van het zuiden over de berg heen, naar het noorden toe in een onmetelijke afgrond. De zwartheid kon zich nu niet meer verheffen; zij liet nog wel een nevellaag over de aarde heen trekken.
En ik hoorde bazuinen uit de hemel schallen en klinken: “Wat is dat toch, wat bij alle sterkte van eigen kracht ten val kwam?” En nu straalde het witte deel van de wolk nog heerlijker dan voordien. Maar de wind, die met zijn drievoudige stem de zwartheid van deze wolk verjaagd had, kon nu niemand meer weerstaan.”
De stem uit de hemel legde Hildegard uit, wat dit geheimzinnige schouwspel betekent. De rechthoekige stad duidt op het vaste werk van Gods Raadsbesluit. Licht en duisternis van de muren verwijzen naar de gelovigen en de ongelovigen. De harde lichte berg verwijst naar de kracht van Gods gerechtigheid. De duif verzinnebeeldt de goddelijke scheppingsordening.
In de spiegel zien de engelen die God dienen, hoe de afvallige Lucifer en zijn volgelingen uit de hemel gestoten zijn en dat de uitverkoren mensen de opengevallen plaats zullen innemen, wanneer de geschiedenis voltooid zal zijn. ‘In jubel daarover, dat zij het getal der gevallenen op die wijze hersteld wisten, vergaten zij de val zelf als was die er nooit geweest.’
De uitlegging bij dit visioenbeeld gaat in het bijzonder over de ordening van de engelen en hun verhouding ten opzichte van God en de mensen. Het volgende visioenbeeld gaat over de mensengeschiedenis.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
Neem deze tekst goed door en visualiseer het tafereel ; vraag dan om een gunst
.
Ga op een zachte ondergrond liggen en ontspan je, let op je ademhaling en zet alle zorgen van de dag opzij. Neem daar je tijd voor.
.
Pasteltekening van John Astria
.
Ziehier de betekenis van de hele symboliek zoals de Meesteres van alle zielen deze openbaart:
.
.
.




.
.
.
.
.
.

.
.
De laatste miniatuur, de vijfendertigste, moet men wel de minst geslaagde van heel de serie noemen, maar dat lag ook wel enigszins aan de opgave. Immers in het laatste visioen van Scivias laat Hildegard alle hemelbewoners op hun beurt een lied zingen. Eerst zingen ze ter ere van Maria, dan ter ere van de engelen, vervolgens voor de profeten en de apostelen, martelaren en belijders en tenslotte het lied van de maagden.
.
.
.
.


.
.
.
.
.
.
1 – toeval
2 – kerk en wetenschap
3 – energiegericht denken
4 – de strijd om energie
5 – ontvankelijk worden voor de universele energie
6 – karakterstructuren
7 – transformatie
8 – intuïtie
9 – de toekomst
10 – het reïncarnatieproces
11 – alles is energie
Alle inzichten moet je begrijpen, maar ook voelen en ervaren. Het is geen theoretisch aanneembaar stuk, het moet echt gevoelsmatig binnenkomen. De verdere inzichten kan je pas ten volle begrijpen als je de voorgaande inzichten begrijpt, voelt en ervaart.
.
.
Als we kijken naar deze geschiedenis, dan moeten we terug naar de middeleeuwse kerk. Deze kerk was de samenvoeging van spiritualiteit, macht, wetenschap en de rechtelijke macht. Dit gaf de mens duidelijkheid. Er werd verteld dat er een opperwezen was die voor iedereen zorgde en dat was genoeg wetenschap voor de burger.
Maar de combinatie spiritualiteit en wetenschap werd hoe langer hoe meer een onhoudbare combinatie. De Kerk had namelijk statements over de aarde als middelpunt van het heelal die wetenschappelijk onhoudbaar waren.
Aan het begin van de renaissance ontstond er een langzame splitsing tussen kerk en wetenschap met dien verstande dat deze wetenschap geen onderzoek zou doen naar de relatie tussen mens en God, engelen, wonderen, paranormale verschijnselen en andere aspecten die als domein van de godsdienst en dus de kerk golden.
De vroege wetenschap ging zich zodoende toeleggen op de materiële wereld. De ontdekkingen kwamen snel en werden toegelegd op natuurkunde, scheikunde, wiskunde en andere abstracte deelgebieden. Nieuwe technologieën werden gevonden en energiebronnen ontdekt. De industriële revolutie kwam op gang en de mens werd in kaart gebracht en kon beter gemaakt worden door medicijnen.
De kerk moest geleidelijk inboeten en de oude afspraak tussen kerk en wetenschap begon scheuren te vertonen. Vooral de medische wetenschap had hier een sterke invloed op. De mens raakte zijn zekerheid in zijn herkomst en zijn ware aard kwijt en kreeg daar een wetenschappelijke zekerheid voor terug. De spiritualiteit van de kerk is teruggebracht tot een eenmalig zondagse bijeenkomst wat binnen de christelijke kringen meer een moeten dan een willen is.
.
.
Deze wetenschappelijke zekerheid werd geleidelijk obsessief. Het weten werd, en is nu nog steeds, belangrijker dan het voelen. Alles moet bewijsbaar en meetbaar en herhaalbaar zijn. Dezelfde wetenschap, die eerst voor een nieuwe zekerheid zorgde, was midden de 20e eeuw tevens de bron van een grote onzekerheid.
De natuurkunde (Einstein) kwam terug op eerdere uitspraken dat het universum materialistisch is. Er waren bewijzen en ideeën van ingewikkelde energievelden en -patronen, tijd en ruimte waren niet meer lineair, en eenzelfde elementair deeltje kon op 2 plaatsen tegelijk zijn.
Tegelijkertijd werden atoomwapens uitgevonden en begon de wapenwedloop. Ook kwamen de eerste berichten dat de industriële revolutie ook zijn nadelen had op mens en milieu. De zekerheid die de mens eerst bij de kerk had en later bij de wetenschap bleek een schijnwerkelijkheid.
.
.
Deze schijnwerkelijkheid resulteerde dat de mens opnieuw op zoek ging naar een nieuwe werkelijkheid. De ervaring leerde dat deze niet gevonden kon worden in de dogmatische kerk en ook niet in de wetenschap. En zo ontstond er in de jaren ’60 en ’70 van de 20e eeuw een variatie van stromingen welke ‘new-age’ en ‘alternatief’ genoemd werd.
Het accent dat bij het 1e inzicht genoemd werd “kritische massa” is ook hier van belang. Pas als een bepaalde groepsgrootte met spiritualiteit bezig is zal het kunnen evalueren. Het 2e inzicht legt dus de nadruk op de terugkeer naar het spirituele. Dat kunnen we nu ook plaatsen omdat de toevalligheden uit het 1e inzicht geen toevalligheden meer zijn maar intuïties die lessen herbergen.
Nu we ons open stellen voor deze intuïtie en ook kennis hebben dat we ons niet kunnen vertrouwen op datgene wat anderen beweren (kerk, dogma’s en wetenschap) moeten we wel in onszelf gaan zoeken naar de antwoorden.
Dit klinkt logisch, maar is moeilijk. We zijn enorm gebonden aan fundamentele overtuigingen, verwachtingspatronen, structuren, rationele argumentatie, weten in plaats van voelen, regels en orde. Vanuit dat besef leven en handelen we voornamelijk en dit blokkeert de intuïtie. Het loslaten van deze blokkades is het werkterrein van het 2e inzicht.
.
.
• wat ik graag wil veranderen is…
• ik zou graag meer…
• ik blijf maar denken aan…
• over een jaar zou ik graag…
• ik zou het heerlijk vinden als ik…
• waarom zie ik het dan niet ?
.
.
.
.
.
.
.
.
.