Categorie: religie/video
Heb geen angst, want God zegt, Vrees niet, want Ik ben met u!

preview en aankoop boek “De Openbaring “:
http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget



.
.
.
.
.
.
Exodus 3:22
… zo zult gij de Egyptenaren beroven.
Exodus 20:15
15 Gij zult niet stelen.
Ten eerste, God kan natuurlijk zijn eigen geboden overrulen, zoals Hij ook deed in het Nieuwe Testament (zoals hier en hier).
Ten tweede, het Bijbelgedeelte van Exodus 3:22 is compleet uit de context gerukt. Laat ik eerst de directe context van dat vers citeren:
Exodus 3:21, 22
21 En Ik zal bewerken, dat de Egyptenaren dit volk gunstig gezind zijn, zodat gij, wanneer gij wegtrekt, niet ledig wegtrekt: 22 iedere vrouw moet dan van haar buurvrouw en van haar huisgenote zilveren en gouden voorwerpen vragen en klederen, die gij uw zoons en dochters te dragen geeft; zo zult gij de Egyptenaren beroven.
Maar nog is de context niet compleet. Daarvoor moeten we teruggaan naar de tijd van Abram. Dit is wat God in een droom tegen Abram zei:
Genesis 15:12-14
12 Toen de zon op het punt stond onder te gaan, viel een diepe slaap op Abram. En zie, hem overviel een angstwekkende, dikke duisternis. 13 En Hij zeide tot Abram: Weet voorzeker, dat uw nakomelingen vreemdelingen zullen zijn in een land, dat het hunne niet is, en dat zij hen dienen zullen, en dat die hen zullen verdrukken, vierhonderd jaar. 14 Doch ook het volk, dat zij zullen dienen, zal Ik richten, en daarna zullen zij met grote have uittrekken.
De bezittingen die de Hebreeën meenamen uit Egypte, vormden in feite hun salaris, omdat ze meerdere generaties als slaven voor de Egyptenaren gewerkt hadden. En dit was allemaal al voorspeld.
.
.
Exodus 15:3
3 De HERE is een krijgsheld;
HERE is zijn naam.
Romeinen 15:33
33 De God nu des vredes zij met u allen! Amen.
Dit is geen contradictie. God is compleet. God is een ‘God des vredes’ omdat vrede is wat Hij uiteindelijk wil. Maar Hij is ook een Krijgsman in de zin van Nehemia 4:20:
Nehemia 4:20
20 Onze God zal voor ons strijden..
.
.
.
.
Exodus 20:5
5 Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen; want Ik, de HERE, uw God, ben een naijverig God, die de ongerechtigheid der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde en aan het vierde geslacht van hen die Mij haten,
Ezechiël 18:20
20 De ziel die zondigt, die zal sterven. Een zoon zal niet mede de ongerechtigheid van de vader dragen, en een vader zal niet mede de ongerechtigheid van de zoon dragen. De gerechtigheid van de rechtvaardige zal alleen rusten op hemzelf en de goddeloosheid van de goddeloze zal alleen rusten op hemzelf.
De context van Ezechiël 18 gaat duidelijk over een zoon die zijn vader niet navolgt in het kwade, maar het goede doet. In Exodus 20:5 staat niet dat degenen die hun leven beteren (t.o.v. hun ouders) gestraft zullen worden.
.
.
Exodus 20:13
13 Gij zult niet doodslaan.
1 Samuël 15:3
3 Ga nu heen, versla Amalek, slaat al wat hij bezit met de ban en spaar hem niet. Dood man en vrouw, kind en zuigeling, rund en schaap, kameel en ezel.
Dat God zijn eigen geboden kan overrulen is in dit geval zelfs irrelevant, omdat er een andere reden is waarom dit beslist geen contradictie is.
Het is belangrijk het verschil in te zien tussen enerzijds het individu en anderzijds de staat of de overheid. Het gebod ‘Gij zult niet doden’ wil zeggen dat een individu niet op eigen gezag een ander individu mag vermoorden, maar het wil niet zeggen dat de staat niet het recht heeft iemand het leven te benemen, hetzij in een oorlog, hetzij als veroordeling van een wetsovertreder.
.
.
Exodus 31:17
17 Tussen Mij en de Israëlieten is deze een teken voor altoos, want in zes dagen heeft de HERE de hemel en de aarde gemaakt, en op de zevende dag heeft Hij gerust en adem geschept.
Jesaja 40:28
28 Weet gij het niet, hebt gij het niet gehoord? Een eeuwig God is de HERE, Schepper van de einden der aarde. Hij wordt noch moede noch mat, zijn verstand is niet te doorgronden.
Er is niet de geringste sprake van een tegenstrijdigheid. Omdat God geen fysieke beperkingen heeft, kent Hij in die zin geen vermoeidheid. Dus kan Gods rust in Exodus 31:17 (en Genesis 2:2, Exodus 20:11, Psalmen 95:11 en Hebreeën 4:3) niets te maken hebben met vermoeidheid.
En dat heeft het ook niet. Het Hebreeuwse woord voor ‘gerust’ is ‘shabath’ (daar komt ook het woord ‘sabbat’ vandaan). Wanneer dit woord gebruikt wordt, hoeft het niet te betekenen dat iemand moe is, maar simpelweg dat iemand ophoudt met hetgeen hij mee bezig was.
In deze vorm (voltooide tijd) komt het woord ‘shabath’ 71 keer voor, in de Statenvertaling wordt het als volgt vertaald:
Ophouden 47, rusten 16, afschaffen 2, wegdoen 2, afblijven 1, nalaten 1, staken 1, vernielen 1.
‘Shabath’ betekent in de context van Exodus 31:17 dus ‘ophouden’ of ‘stoppen’ (waar God mee bezig was).
.
.
.
.
.
Leviticus 6:7
7 En de priester zal over hem verzoening doen voor het aangezicht des HEREN, en hem zal vergeving geschonken worden, ten aanzien van elke zaak waardoor hij schuld op zich laadt.
Hebreeën 10:4
4 want het is onmogelijk, dat het bloed van stieren of bokken zonden zou wegnemen.
Remko Jorritsma commentarieert:
“De Levitische offers waren een schaduwbeeld van Christus’ offer aan het kruis. In feite neemt de oudtestamentische mens een krediet (voorschot) op de werkelijke vergeving in Christus. M.a.w. de vergeving van zonden wat in het schaduwbeeld door het offerdier in feite niet geschonken kon worden, werd met terugwerkende kracht geratificeerd op het moment dat Christus stierf.”
.
.
Numeri 1:23
23 de getelden van de stam Simeon waren negenenvijftigduizend driehonderd.
Numeri 26:14
14 Dit waren de geslachten der Simeonieten, tweeëntwintigduizend tweehonderd.
Dit zijn twee verschillende hoeveelheden op twee verschillende tijdstippen. Tussen de eerste en de tweede telling van Israël hebben er nogal wat uitdunningen plaatsgevonden. Kennelijk waren de Simeonieten zwaar getroffen. Bijvoorbeeld de volgende gebeurtenissen hebben tussen beide tellingen plaatsgehad:
Kortom, er is geen enkele reden waarom Numeri 26:14 in tegenspraak zou zijn met Numeri 1:23.
.
.
.
.
.
Numeri 23:19
19 God is geen man, dat Hij liegen zou; of een mensenkind, dat Hij berouw zou hebben.
Zou Hij zeggen en niet doen, of spreken en niet volbrengen?
Jona 3:10
10 Toen God zag wat zij deden, hoe zij zich bekeerden van hun boze weg, berouwde het God over het kwaad dat Hij gedreigd had hun te zullen aandoen, en Hij deed het niet.
‘Berouwde’ in Jona (en ook in bijvoorbeeld Genesis 6:6, 7) is uiteraard anders bedoeld dan berouw van zonden (specifiek: berouw om een leugen), zoals in Numeri 23:19. Dat blijkt ook uit het bevel van de koning:
Jona 3:7-10
7 En men riep uit en zeide in Nineve op bevel van de koning en van zijn groten: Mens en dier, runderen en schapen mogen niets nuttigen, niet grazen en geen water drinken. 8 Zij moeten gehuld zijn in rouwgewaden, mens en dier, en met kracht tot God roepen en zich bekeren, een ieder van zijn boze weg, en van het onrecht dat aan hun handen kleeft. 9 Wie weet, God mocht Zich omkeren en berouw krijgen en zijn brandende toorn laten varen, zodat wij niet te gronde gaan. 10 Toen God zag wat zij deden, hoe zij zich bekeerden van hun boze weg, berouwde het God over het kwaad dat Hij gedreigd had hun te zullen aandoen, en Hij deed het niet.
‘Berouw’ in het onderstreepte gedeelte is in de grondtekst hetzelfde woord. Natuurlijk zagen de inwoners van Nineve in dat zíj degenen waren die berouw van zonden moesten hebben, niet God. Ze wilden, door zich nederig te bekeren, God ertoe brengen de straf, die zij anders zouden krijgen, niet te geven. Zij hadden op dat moment echt niet de arrogantie van God te eisen dat Hij berouw van zonden zou hebben. Dus moet ‘berouw’ in Jona 3:9 en 3:10 een andere betekenis hebben dan het gebruikelijke ‘berouw van zonde.’
‘Berouwde’ impliceert dus een koerswijziging ten opzichte van het scenario dat de inwoners van Nineve zich niet bekeerd zouden hebben.
.
.
Numeri 25:9
9 Het getal van hen die aan de plaag gestorven waren, bedroeg vierentwintigduizend.
1 Korintiërs 10:8
8 En laten wij geen hoererij plegen, zoals sommigen van hen deden, en er vielen op één dag drieëntwintigduizend.
In Numeri ontbreekt de limitering ‘op één dag.’ De anderen kunnen daarna omgekomen zijn.
.
.
.
.
.
.
.
.
Doe de/een voor jou vertrouwde ontspanningsoefening totdat je volledig ontspannen bent. Totdat je je kalm en vredig voelt. Je lichaam en geest zijn nu ontspannen. Je bent daardoor ontvankelijk om je van de informatie bewust te worden, tegelijkertijd te verwerken en om tenslotte het geschenk van genade in ontvangst te nemen. Onze broeders en zusters aan de andere kant van de sluiers hebben ons verlangen en onze bereidheid om genade te ontvangen gehoord en zijn aanwezig om ons die te schenken.
Bij ons is op dit moment onze vaste begeleider Aartsengel Michaël aanwezig en staat te popelen om zijn boodschap door te geven. Naast hem zie ik Meester St. Germain die tijdens alle bijenkomsten die over de karmische patronen gaan aanwezig is om met zijn violette vlam het desbetreffende patroon iedere keer te zuiveren bij degenen die toestemming hebben verleent.
Dus bij deze vraag ik jullie om nu wel of geen toestemming te verlenen aan meester St. Germain om je te bevrijden van het karmische patroon van vooroordelen dat we vandaag gaan behandelen. Als je het nu één keer doet hoef je het daarna niet meer te herhalen. Ik zie ook moeder Maria en lady Faith, het vrouwelijke aspect van Aartsengel Michaël en zoals altijd is ook Meester Sananda aanwezig.
Ieder van hen heeft een schare engelen meegenomen om ons vandaag te beschermen en onze energie op peil te houden zodat wij de kracht en de moed zullen hebben om alle aspecten van dat karmische patroon te onderkennen, te accepteren en het vervolgens voorgoed los te laten.
Lieve vrienden, children of love, ik ben Michael. Zoals ik al eerder aangekondigd heb, zullen we het vandaag over het karmische patroon van voor-oordelen hebben. Het koesteren van oordelen is inherent aan het dualistische bewustzijn, aan de afgescheidenheid van de bron. Oordelen en vooroordelen hebben een belangrijke functie gehad, namelijk de dualiteit te dienen. Op deze wijze konden jullie begrijpen wat goed en wat slecht is, wat moet en wat niet mag doorzien en wat wel of niet gevaarlijk is onderscheiden.
Oordelen en vooroordelen hebben jullie nodig gehad om tussen goed en kwaad te kunnen kiezen. Deze functie was noodzakelijk anders zou jullie bewustzijn niet hebben kunnen groeien. Het huidige bewustzijn is eigenlijk aan de dualiteit te danken. Aan het kunnen onderscheiden van wat wenselijk of pijnlijk is. Op alles wat jullie bewustzijn binnenkomt, hebben jullie etiketten geplakt.
Alle handelingen, ideeën, eigenschappen, verschijnselen en alles wat in het dualistische bewustzijn bestaat, is voorzien van een etiket met de waardering goed of slecht, mooi of lelijk, groot of klein, van moet en van mag, van gevaarlijk, aangenaam of pijnlijk.
Niets in het dualistisch bewustzijn is vrij van een oordeel. Alles wordt beoordeeld op het moment dat het de hersenen bereikt. Oordelen liggen aan de basis van het ontstaan van vooroordelen. Vooroordelen zijn afkomstig uit angst. Angst om fouten te maken, angst voor je leven, je eigenwaarde, je bestaansrecht, angst voor armoede, pijn, afwijzing, straf of mislukking.
Vooroordelen beperken jullie vrijheid, lieve vrienden. Vooroordelen staan de onvoorwaardelijke liefde in de weg. Onvoorwaardelijkheid staat tegenover vooroordelen. Door vooroordelen ben je geneigd om voorwaardelijk van iemand te houden, om alles te doen onder voorwaarden, ik doe dit als jij dat voor me doet. Dat is niet verkeerd, lieve vrienden. Begrijp me goed, wij oordelen niet, laat staan dat we jullie veroordelen. Maar de tijd van de vooroordelen, de tijd van voorwaardelijkheid loopt ten einde.
De tijd van onvoorwaardelijkheid is aangebroken. Laten we een van de vaak voorkomende vooroordelen aansnijden zodat jullie beter kunnen begrijpen wat de gevolgen van een aantal vooroordelen kunnen zijn. Een van de oudste vooroordelen, reeds ontstaan bij het begin van jullie komst in de dualiteit is het vooroordeel dat mensen die anders zijn dan jezelf, gevaar betekenen.
Dat is een basis oordeel dat nog steeds jullie culturen, op enkelen na, blijft beïnvloeden. Nazisme, nationalisme en racisme – met alle gevolgen van dien -blijven jullie planeet verontreinigen. Maar ook ruimer bekeken, alle ideeën omtrent het anders zijn leiden tot afgescheidenheid, vooroordelen, haat en geweld. We zien hoe jullie nog steeds mensen die er anders uitzien of een andere levensstijl hebben, vermijden, vervolgen, vernederen of zelfs met geweld uitroeien.
Dat vooroordeel (het onbekende is bedreigend) staat eenheid en liefde in de weg. Vanuit dat vooroordeel zijn talrijke oorlogen ontketend en is zoveel lijden voortgekomen dat leven na leven telkens groter en sterker werd. De angst voor het onbekende heeft ook veroorzaakt dat andersdenkenden, mensen met een andere culturele achtergrond als bedreiging werden gezien.
De mildste reactie op die broeders en zusters was hen uitsluiten, buiten de gemeenschap. Maar er zijn periodes in jullie geschiedenis dat mensen die anders waren, gestenigd, verbrand of op een andere manier gemarteld werden. Denk aan onze zusters die heks, kruidenvrouwtje of genezeres waren.
Denk aan de bloedige vervolgingen gedurende de Middeleeuwen. Denk ook aan de heilige oorlogen van de Westerlingen die in Naam van God alle niet Christenen de dood injoegen mits zij zich tot het Christendom bekeerden. Dat vooroordeel kende verschillende uitingsvormen: De personen die anders waren vermijden, straffen, doden, uit de gemeenschap verwijderen of bekeren.
Bekeren in de zin dat de persoon net zo moest worden als de rest. En zie, dan komt arrogantie weer kijken. Ik ben beter, ik weet meer dan de ander. Zoals jullie inmiddels begrijpen zijn alle karmische patronen met elkaar verweven. Het een versterkt het ander.
We zien dat een groot deel van de mensheid nu verdraagzaam is en open staat voor verscheidenheid en voor multiculturele samenlevingen. Toch vernemen we ook dat diep in jullie zelf, in ieder van jullie, het karmische patroon van vooroordelen nog steeds leeft. Ook in de multiculturele samenlevingen is er nog steeds discriminatie, weliswaar in een milde vorm.
Vrouwen worden nog steeds licht gediscrimineerd in de meest vooruitstrevende samenlevingen. De vooroordelen over vrouwen zitten diep in het onderbewuste verscholen en komen regelmatig aan de oppervlakte bij spontane acties. Neem bijvoorbeeld het vooroordeel dat “Vrouwen ondergeschikt zijn aan mannen in het maatschappelijk verkeer”. Het is een feit dat over het algemeen vrouwen meer vrouwelijke eigenschappen hebben dan mannen en andersom. Bepaalde beroepen zijn geschikter voor mannen en andere meer voor vrouwen. Dat is een feit.
Maar het koppelen van waardeoordelen aan de mannelijke en de vrouwelijke eigenschappen komt rechtstreeks voort uit oude vooroordelen, die ooit ontstaan zijn om de evolutie van het soort te waarborgen. Deze oude veronderstellingen, deze oude overtuigingen zorgen nu dat vrouwen in de westerse samenlevingen zich gediscrimineerd voelen in het economisch en maatschappelijk leven.
We voelen de pijn van miljoenen vrouwen omdat ze moeizaam aan leidinggevende posities kunnen komen, omdat ze veel meer moeten presteren om dezelfde erkenning en beloning te krijgen als mannen. Op mentaal niveau is een groot deel van de westerse samenleving het erover eens dat er geen waardeoordeel valt te geven over het mannelijke en het vrouwelijke omdat ze niet met elkaar te vergelijken zijn.
Ze zijn verschillend en complementair aan elkaar. Op emotioneel niveau speelt de oude pijn uit vorige levens nog steeds een rol en belemmert de evolutie naar de Eenheid. Een ander gebied waar nog steeds vooroordelen leven die voor pijn, verdriet en afgescheidenheid zorgen is het gebied omtrent seksualiteit. Seksualiteit heeft in de loop van jullie geschiedenis een ontwikkeling ondergaan, van middel om het soort in stand te houden tot de integratie op het hoogste niveau van jullie wezen.
Seksualiteit is niet alleen een fysieke, maar ook een spirituele emotie. Een manier om onvoorwaardelijke liefde tot expressie te brengen. We zien dat er nog steeds vele taboes op seksualiteit rusten. Veel oordelen en vooroordelen. Het meest pijnlijke zien we op kleine schaal in sommige culturen waar vrouwen besneden moeten worden omdat ze geen seksueel genot mogen ervaren. Dat vooroordeel is geworteld in het voorafgaande vooroordeel omtrent de rol van mannen en vrouwen en de mate van waardering daarvoor.
Een ander vooroordeel dat op grote schaal aanwezig is, is discriminatie van homoseksualiteit. Verstandelijk begrijpen jullie wel dat het oordelen en discrimineren van homoseksualiteit onzinnig is en dat het getuigt van gebrek aan liefde. Jullie hebben zelfs het huwelijk tussen dezelfde sekse gelegaliseerd. Toch leeft in ieder van jullie, ja in ieder van jullie, nog steeds – in een subtiele vorm weliswaar – het vooroordeel dat homoseksualiteit iets verkeerds is, iets onnatuurlijks en daarom boezemt het jullie angst in. Kijk eerlijk naar je zelf lieve vrienden, we willen jullie daarmee niet kwetsen.
We houden onvoorwaardelijk van jullie. We willen jullie absoluut niet beoordelen of veroordelen. Wij vragen alleen: Aanvaardt de sporen van dat oude karmische patroon. Het is ooit ontstaan om jullie soort te beschermen. En als je dat aanvaardt, ben je pas in staat om er afstand ervan te nemen. Begrijp dat je dat vooroordeel niet meer nodig hebt. Jullie zijn in staat om zonder vooroordelen jullie koers in het leven uit te zetten.
Jullie zijn in staat om met onvoorwaardelijkheid en verscheidenheid om te gaan. Dat verzekeren wij jullie. Daarom bieden we jullie de gelegenheid NU om jezelf te bevrijden van dit karmische patroon dat de onvoorwaardelijke liefde en Eenheid in de weg staat.
Laten we nog meer aspecten van oordelen en vooroordelen belichten zodat jullie bewustzijn geprikkeld wordt om je eigen persoonlijke vormen van vooroordelen te ontdekken.Vooroordelen hebben altijd een functie gehad, met name om als kompas te fungeren bij het creëren van je leven, ook al waren jullie je niet eens bewust dat je zelf je eigen leven creëerde. De vooroordelen waren de bakens waarbinnen jullie konden handelen. Die werden klakkeloos aangenomen.
Zelfs de religies die allemaal aan jullie geschonken zijn door onze broeders en zusters, die op aarde te incarneerden om jullie de waarheid te laten zien, zijn door vooroordelen bezoedeld. Religieuze leiders hebben uit onwetendheid en uit de behoefte aan macht velerlei vooroordelen en mythen gecreëerd omtrent de essentie.
Ze hebben de heilige boodschappen zodanig geïnterpreteerd en vervormd dat ze aan de bestaande vooroordelen konden voldoen. Laten we het Christendom eens onder de loep nemen en een aantal leugens en onwaarheden bekijken: God zetelt op zijn troon en beloont of straft, de vromen komen in het paradijs, de zondaren in de hel, homoseksualiteit is een zonde, geboortebeperking is een zonde, ieder mens is in de kern een zondaar, door gebeden en biechten worden je zonden vergeven, op zondag mag niet worden gewerkt, en nog veel meer.
Ooit hadden deze leugens een functie. Met name om bepaalde grenzen aan het gedrag van mensen te stellen om geweld en chaos zouden beperken. Tot op heden hebben nog steeds vele van jullie deze functie niet begrepen en neemt men nog steeds klakkeloos alle regels van de Kerken aan zonder naar het eigen hart te luisteren. Lieve broeders en zusters, de tijden dat jullie grenzen nodig hadden om geweld en chaos te beperken zijn Nu voorbij.
De meerderheid van jullie, onze menselijke broeders en zusters, is reeds in staat om zelf grenzen te stellen en om de eigen waarheid over God, Liefde en het Leven te scheppen. Een andere leugen, die nog steeds diep in jullie beleving gegrift is, is de overtuiging, de veronderstelling, het vooroordeel, dat de dood het einde van alles betekent. Dat is een misvatting, lieverds. Dat is geboren uit onwetendheid, het gevolg van de afgescheidenheid waardoor jullie het contact met jullie ziel kwijt zijn geraakt.
Het is onmogelijk om het leven te beëindigen. Het leven is oneindig, het is eeuwig. Alleen de vorm verandert voortdurend. Wat vinden jullie van de misvatting dat het lot, of het toeval, bepaalt wat er in je leven gebeurt? Wat vinden jullie van de misvatting dat karma een kwestie van schuld is, die afbetaald moet worden? Dat zijn allemaal leugens en vooroordelen die gezorgd hebben dat jullie steeds verder van jullie kern afdreven en je onmachtig zijn gaan voelen.
Ze hebben de mythe in jullie collectief onbewuste geschapen dat jullie slachtoffers van het lot zijn of dat jullie overgeleverd zijn aan een strenge machtige God die vanaf zijn troon oordeelt. Ze staan daarom jullie creativiteit, het goddelijk geschenk om te mogen scheppen, in de weg. Ze bedekken jullie vermogen om onvoorwaardelijk lief te hebben, om vreugde en overvloed te ervaren, met een dikke ondoorzichtige sluier. Hoe kun je vreugdevol en spontaan zijn als je altijd angstig, onmachtig en inferieur voelt?
Hoe kun je krachtig, liefdevol en tevreden leven als je er van overtuigd bent dat niemand te vertrouwen is, dat je waardeloos, slecht en altijd op je hoede moet zijn? Zien jullie nu in lieve vrienden, hoe deze leugens en vooroordelen jullie visie op jezelf beïnvloeden? Hoe denk je over jezelf, broeder en zuster? Wat zijn je eigen oordelen over jezelf? Ben je de moeite waard om vreugde, liefde en overvloed te ervaren?
Ben je goed genoeg? Hou je eigenlijk wel onvoorwaardelijk van jezelf? Aan welke eisen moet je voldoen om de moeite waard te zijn? Om succes te hebben? Hoe moet je bewijzen dat je goed en waardevol bent? Moet je beter dan je vrienden zijn? Beter dan je ouders? Beter dan je baas? Wat moet je doen om aanzien te krijgen of om bewonderd en gerespecteerd te worden?
Lieve vrienden, waardeoordelen en vooroordelen over jezelf en de ander staan jullie vrijheid, jullie vrije expressie in de weg. Deze zijn niet je eigen waarheid. Het is de collectieve waarheid van de mensheid gevormd door de zeven karmische patronen gedurende jullie evolutie op aarde. Jullie hebben deze verhalen, deze leugens, deze waardeoordelen geërfd bij de geboorte en ze zijn versterkt door de opvoeding en het leven zelf.
Ze zitten nog steeds in jullie onbewuste, ook bij jullie broeders en zusters die in de vierde dimensie verkeren. Ze vervormen en belemmeren jullie groei, jullie kracht. Ze beïnvloeden nog steeds jullie leven en creëren nog steeds karma. We vragen jullie om NU diep in jezelf te kijken en je eigen waardeoordelen, overtuigingen en vooroordelen over jezelf en anderen op te sporen, deze te accepteren te begrijpen, jezelf te vergeven en ze los te laten.
Meester St. Germain staat klaar om met zijn violette vlam het karmische patroon van vooroordelen te transformeren. Dit leven, dit huidige leven, lieve vrienden, is voor jullie allemaal het laatste leven in de derde dimensie en dus om de kans om bevrijd te worden van het karma die de karmische patronen hebben opgebouwd van het begin van hun ontstaan tot nu.
Jullie bevrijden jezelf van het karma dat jullie gecreëerd hebben leven na leven aan de hand van vooroordelen en de schade die jullie daarmee aangericht hebben. Maak gebruik van deze gelegenheid en bevrijdt jezelf van de ketens van de dualiteit. Weet dat de volgende stap, de stap naar de Eenheid is. De stap naar de onvoorwaardelijke liefde. Dat is je toekomst. De toekomst hoeft niet ver weg te liggen, vrienden. De toekomst kan er NU voor jou zijn.
Gebruik deze kans, lieve vrienden. Iedere keer dat je vanaf morgen jezelf er op betrapt dat je aan de hand van een vooroordeel handelt, wees er dan van verzekerd dat je dat onmiddellijk zult ontdekken, je ervan bewust zal worden en dat onmiddellijk zult veranderen. Dat is de weg die jullie gaan volgen totdat het karmische patroon of beter gezegd de gewoonte om te handelen vanuit oordelen en vooroordelen, is afgebouwd en tenslotte verdwenen.
Vandaag hebben jullie de kans om bevrijd te worden van het karma als gevolg van dit opgebouwde karmische patroon. Helaas het is onmogelijk om een karmische patroon direct door dispensatie los te laten. Het karma van dat karmische patroon zal kwijt worden gescholden, maar de gewoonte om vanuit dat karmische patroon te denken, voelen en handelen is een proces dat geleidelijk aan zal plaatsvinden, door bewustwording, keer op keer, dat je vanuit oordelen denkt, voelt of handelt.
Lieve vrienden, children of love, we houden onvoorwaardelijk van jullie en we voelen de behoefte om ons nu met jullie te verbinden. Laten we het volgende doen: Stel je ongeveer 60 centimeter boven je kruin een stralende gouden bol voor. Deze bol symboliseert jullie hogere Zelf. Hij zit nog steeds boven jullie hoofd. De komende tijd – dagen, maanden of jaren – zal jullie hogere Zelf in jullie lichaam indalen. Voorlopig moeten jullie genoegen nemen met het feit dat je je op elk moment met je hogere Zelf kan verbinden.
Ga met je aandacht naar je hogere Zelf en vraag of hij bereid is bezit te nemen van je mind, je denken en voelen. Vraag of hij bereid is om voortaan je leven te besturen. We verzekeren jullie dat het antwoord altijd JA zal zijn. Je hogere Zelf is jouw essentie, het is onmogelijk dat het niet verlangt om zich met je huidige persoonlijkheid te verenigen. Leven na leven heeft jullie hogere Zelf je bijgestaan en jullie hebben het opgemerkt als je intuïtie of als je beschermengel in moeilijke tijden. Bij sommigen van jullie neemt het hogere Zelf regelmatig bezit van de mind en verlicht je pad, maar het is onmogelijk om permanent te blijven.
Ga nu met je aandacht naar je kruin en laat symbolisch een energielijn naar je hogere zelf lopen. Dat staat op energetisch niveau symbool voor een verzoek om verbinding. Je hogere Zelf reageert direct door een energielijn terug te zenden naar je hart en vervolgens van daar uit naar je kruin. Op energetisch nivo zijn jullie nu met je hogere Zelf verbonden. Vanuit deze verbinding zijn jullie vrij om met ons, met elkaar en met alles wat is te verbinden.
Als je wil kun je lijnen sturen naar de mensen die nu om je heen zijn, naar de mensen van wie je houdt, naar mensen over de hele wereld, naar ons, naar het engelenrijk of naar de Meesters, naar de bomen, de zon, de maan, de dieren, naar de zee en de dieren die daar in leven. Vanuit je hogere Zelf kun je permanent verbonden zijn met alles wat is.
Jullie zijn gezegend mijn vrienden, children of love.
We houden onvoorwaardelijk van jullie,
Ik ben
Michael.
.
.
.
.
.
Gedisciplineerd bidden vergt een hoop werk. De moeilijkheid van gedisciplineerd bidden is dat het moeilijk is voor ons te concentreren op iets dat niet voelbaar is (zoals aardappelen) noch abstract (zoals getallen). Iets wat concreet immaterieel is, kan alleen met behulp van een pijnlijke inspanning in het zicht worden gehouden.
.
.
Het gebed is een moeilijke discipline die we moeten blijven oefenen tot het een tweede natuur is geworden. Het doel is om mensen te worden die voortdurend bidden, “zonder ophouden” staat in 1 Tessalonicenzen 5:17. We moeten leren om te bidden. Om dat te doen, moeten we bepaalde oorzaken overwinnen van de geestelijke traagheid waarmee we in gevecht zijn.
.
.
Wanneer we gedisciplineerd bidden voor het eerst overwegen, zullen we eerst over geloof moeten nadenken. Velen zijn niet in staat om te bidden, omdat ze niet geloven dat het enig verschil zou uitmaken. Dit is een ernstige geloofscrisis. We zullen moeten zien dat Gods goedheid en trouw niet kunnen worden geëvalueerd op basis van een enkel onbeantwoord gebed, hoe gemakkelijk het ook is om tot een dergelijke conclusie te komen. Paradoxaal genoeg vraagt God juist in crisistijden, wanneer Hij het meest afstandelijk lijkt, dat we Hem geloven en op Hem vertrouwen.
.
.
Een tweede sleutel tot gedisciplineerd bidden is het overwinnen van hoogmoedswaanzin en de daarbij behorende houding van zelfredzaamheid. Jezus zei resoluut:
“Ik ben de wijnstok. Jullie zijn de ranken. Los van Mij kunt gij niets” (Johannes 15:5).
We zouden het prettiger vinden als hij had gezegd: “Los van Mij kunt gij sommige dingen, maar verbonden met mij kun je meer dingen.” Het is vernederend om elke dag om dagelijks brood te moeten vragen. Het is verne- derend om elke dag om wijsheid, leiding, genade, barmhartigheid en vrede te bidden. Is er geen manier om voor een hele week “vooruit te bidden” en daar dan verder op te teren?
Ik vind het vernederend om elke dag te erkennen: “Vader, ik ben een zondaar en heb behoefte aan Uw genade. Ik ben een geschapen wezen en U bent de Schepper. Ik ben vandaag volkomen afhankelijk van Uw genade voor elke ademtocht die ik neem, elke hartslag en alles wat ik nodig heb.”
Moet en dan elke dag weer opnieuw bidden? Het eerlijke antwoord is “ja”! Hoewel rituele gebeden kunnen worden aangeboden in een soort Farizeïsche zelfvoorziening, begint een echte gebedsdiscipline elke dag weer met een gekruisigde trots.
.
.
De derde oefening in onze gebedsdiscipline is dat wij onze schuld en schaamte moeten overwinnen. God houdt van ons met een perfecte en onveranderlijke liefde. Hij verlangt dat wij naar Hem toekomen met onze vragen en dat wij Zijn grote en kostbare beloften beproeven en bevestigen. Hij kent ons door en door en hij geeft ons alles in Christus, zodat we Hem altijd kunnen benaderen, ongeacht onze omstandigheden.
Uit Hebreeën 4:9-15 blijkt dat er een God is, die ons uitnodigt om onze pogingen om alles op eigen houtje op te knappen opzij te zetten. Hij nodigt ons uit om in Hem te rusten. Hij doorzoekt ons met Zijn woord (niet altijd plezierig zoals we allemaal wel weten) om onze geestelijke toestand te openbaren.
Hij herinnert ons eraan dat wij ongeacht onze geestelijke gesteldheid een meelevende Hogepriester hebben, die eeuwig aan voorbede doet voor de mensen die Hij heeft verlost. Hij nodigt ons uit om tot Hem te komen, in een omgeving van genade en barmhartigheid. Zijn uitnodiging om zonder schroom naar Hem toe te komen bevestigt dat niets ons van het gebed weerhoudt, behalve ons eigen gebrek aan inzicht in ons geestelijke nieuwe geboorterecht.
.
.
Uiteindelijk bestaat er geen uitgestippelde route die ons leert gedisciplineerd te bidden. Maar we moeten het wel leren. Anders lopen we in crisistijden het risico dat we onvoldoende gebedskracht hebben en denken dat God ver weg is. Natuurlijk kunnen we niet uitsluiten dat God een crisis kan gebruiken om ons te leren bidden, als we dat nog niet eerder hebben geleerd.
God staat moeilijke tijden in onze levens toe, zodat we leren bidden en later een nog grotere crisis aankunnen. Het juiste moment om de stand van het fornuis te controleren en met de brandblusser te oefenen, is vóórdat de pan overkookt en de keuken begint af te branden. Het juiste moment om gedisciplineerd te leren bidden, is vóórdat een grote geestelijke strijd uitbreekt.
.
.
.
.
.
.
.
De Bijbel is een oud boek. Het is de neerslag van een lange ontwikkeling, niet het werk van één auteur die rustig en na rijp beraad de vrucht van zijn onderzoek op papier zet. De Bijbel is het product van vele mensen, gedurende ver uit elkaar liggende tijden en culturen, en van verschillende geaardheid, en ontstaan in zeer verschillende situaties. Dat verklaart waarom men in de Bijbel zulke uiteenlopende zaken aantreft zoals:

De Bijbel goed lezen is rekening houden met de bedoeling waarmee hij geschreven is. Om dat te kunnen moet men de omstandigheden kennen waarin de teksten ontstaan zijn. Dat is niet eenvoudig. Gelukkig hebben generaties geleerden niet tevergeefs gewerkt. Uit hun literaire ontledingen van de Bijbelteksten en uit de archeologische ontdekkingen in de Bijbelse landen hebben we heel wat informatie gekregen over de Bijbelse tijden en de manier waarop de mens toen leefde.
Deze ‘historisch-kritische methode van Bijbellezen’ plaatst de teksten terug in zijn ontstaansomgeving, en probeert met wetenschappelijke middelen te achterhalen op welke concrete vragen de Bijbeltekst een antwoord wil geven. Pas wanneer dat duidelijk is, kan men aan de hand van de Bijbeltekst een antwoord proberen te formuleren op de vragen die men zich nu, in onze tijd, stelt.
Waarbij men niet uit het oog mag verliezen dat de Bijbel geen naslagwerk is voor wetenswaardigheden over natuur, techniek en geschiedenis, maar een boek waarin vele generaties van gelovige mensen hun geloofsvisie op mens en wereld en hun vertrouwvolle overgave aan God hebben tot uitdrukking gebracht. En op dat niveau is de afstand tussen de Bijbelse mens en de mens van onze tijd wellicht niet zo groot.
Naast de ontstaansgeschiedenis van de Bijbeltekst dient men ook aandacht te hebben voor de werkingsgeschiedenis ervan. Daarmee bedoelt men dat de Bijbeltekst gedurende eeuwen de joodse en de christelijke gemeenschap heeft beïnvloed en georiënteerd. De Bijbel heeft ingewerkt op het geloof en het morele leven. Ook daarin zijn nogal wat verschillen te noteren: de ene periode was gevoeliger dan de andere voor bepaalde Bijbelse thema’s.
Toch tekent zich doorheen de eeuwenlange geschiedenis een duidelijke grondlijn af in het hanteren van de Bijbel als het gezaghebbend, inspirerend boek van de gelovige. In de Bijbel zelf komt dit tot uiting in de herhaalde formules ‘woord van God’ of ‘zo spreekt de Heer’. Het is in de liturgische gemeenschapsviering dat de Bijbel zijn oorspronkelijke betekenis terugvindt.
Eeuwen lange Bijbelstudie heeft niet bewerkt dat alle problemen opgelost zijn en dat de geleerden het over alles eens zijn. Ook op dit terrein is de verleiding groot om ‘iets nieuws’ te vinden in de oude teksten. Maar ondanks de talrijke zijpaadjes wordt de grote hoofdweg steeds klaarder. Ernstig Bijbellezen blijkt dan iets anders te zijn dan lukraak teksten bijeen te rapen vanuit eigen smaak of overtuiging.
Sommigen willen de Bijbel lezen als een vergaarbak van goddelijke waarheden waarvan elk woord letterlijk en historisch waar is. Zulke houding noemt men fundamentalisme. Ze gaat ervan uit dat de Bijbel als goddelijk boek geen enkele kritische vraagstelling toelaat, want dat zou een uiting zijn van ongeloof. Die fundamentalistische houding die vooral leeft in sommige marginale groepen en sekten, is ten dele ontstaan uit reactie tegen rationalistische uitwassen van een bepaalde Bijbelstudie waarin men inderdaad geen oog had voor de Bijbel als geloofsboek. Om zich te kunnen handhaven is deze fundamentalistische Bijbellezing verplicht allerhande spitsvondigheden aan te wenden om de waarheid van de Bijbel te redden.
Vermelden we tenslotte nog dat men de Bijbel – zoals elk boek – kan lezen vanuit een speciale invalshoek. De lens wordt dan ingesteld op een bepaald punt dat heel scherp naar voren treedt, maar de context waarin het thuishoort en waaraan het zijn betekenis ontleent, vervaagt en verdwijnt. Die scherpstelling gaat gepaard met eenzijdigheid en overbelichting. De speciale invalshoeken die in onze tijd nogal wat aangewend worden zijn:


.
.
.
Een voorbede is een gebed voor anderen, ook wel een “bemiddelend gebed” of “voorspraak” genoemd. Wanneer iemand een voorbede uitvoert, neemt hij de plaats van een ander in of bepleit hij de zaak van een ander. Een bepaalde studiebijbel definieerde de voorbede als “een heilig, gelovig, volhardend gebed waarin iemand ten voorstaan van God opkomt voor een ander of voor anderen, die Gods tussenkomst dringend nodig hebben.”
.
.
.
.
.
.
.
.
.
De machthebbers in die ‘vreemde wereld’ zijn momenteel intensief en koortsachtig tegen Israël aan de gang. Voordat we dieper ingaan op deze belangrijke materie kijken we eerst naar het voorbeeld van Job. Dat kan ons veel duidelijk maken. Tijdens zijn leven was Job zich niet bewust van wat er met betrekking tot zijn persoon en de rampen die hem overkwamen in die onzichtbare werkelijkheid, in een ‘hemels gewest’, plaatsvond. Job wist niet dat alles goed zou aflopen.
Hij had er geen idee van dat de Heer, Satan en engelen zeer geïnteresseerd meeluisterden toen Job met zijn vrienden en met God in gesprek was. Nog minder kon hij vermoeden dat er een soort ‘weddenschap’ tussen God en Satan meespeelde in zijn lijden en zware strijd. Misschien is hem na zijn overlijden geopenbaard dat zijn lijden en zijn houding model staan voor het lijden van Israël en ook voor veel persoonlijk lijden dat ons overkomt. Job is geen incidenteel voorbeeld.
Paulus legt ons uit dat er geestelijke machten zijn, en dat ze niet alleen maar toekijken. Wij moeten zelfs “worstelen … tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van deze duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten” – Efeziërs 6: 12.
Waarschijnlijk is Paulus zelf in zo’n ‘hemels gewest’, het paradijs, geweest. Hij heeft daar ‘onuitsprekelijke woorden’ gehoord – 2 Korntiërs 12 :2-4.
Ook heeft Paulus heel wat tegenstand en narigheid van die ‘machten’ ondervonden. Zo’n boze geest, een engel van satan, sloeg hem regelmatig – 2 Korintiërs 12 : 2-7. Satan belette hem herhaaldelijk om naar de Griekse stad Thessalonica te gaan om daar de gemeente van de Here Jezus te onderwijzen en te versterken.
Hij werd door boze geesten tegengewerkt. Op Cyprus door een tovenaar Elymas en in een stad in Macedonië, Filippi, door een waarzeggende geest. Paulus was geen onbekende in dat duistere rijk, want “zijn (van satan) gedachten zijn ons niet onbekend” – 2 Korintiers 12 :2-11.
Wat er gebeurt in het vanuit die ‘hemelse gewesten’ ligt ver buiten het gezichtsveld van veel gelovigen. Begrijpelijk, want het is ook een gevaarlijk terrein.
Er waren zeven zonen van een Joodse hogepriester, die zich onbeschermd met een van die ‘boze geesten uit de hemelse gewesten’ bemoeiden en een stevig pak slaag opliepen – Handelingen 19 : 13-20 Toch hebben we ermee te maken en zal de Gemeente van de Here Jezus in de nabije toekomst steeds meer met die machten te maken krijgen.
In onze tijd wordt het wereldgebeuren zeer intensief door die ‘wereldbeheersers’ en door ‘boze geesten in de hemelse gewesten’ beïnvloed. Vooral die ‘wereldbeheersers’ hebben het momenteel speciaal op Israël gemunt.
De Here Jezus bestreed die machten uit de hemelse gewesten met gezag en kracht. Vaak lezen we dat Hij onreine geesten uitwierp. Hij “genas allen die door de duivel overweldigd waren” Handel.10:38. We hebben dus een Medestander, een Vriend, die al die machten de Baas is. Deze Vriend heeft ons ook een beschermende wapenrusting (Efeziërs 6: 13-17) en drie machtige wapens in de confrontaties met die vijanden gegeven.
Het eerste wapen
Het eerste wapen is het Woord van God. Dat wordt het ‘zwaard van de Geest’ genoemd. Dus de Bijbel is het aanvalswapen dat de Heilige Geest gebruikt.
Het tweede wapen
Het tweede wapen is een eerbiedig, maar vastberaden gebruik van de Naam van Jezus van Nazareth, de Zoon van God. In die Naam is bescherming, ontzagwekkend gezag en oneindige kracht. De apostelen handelden met groot gezag in de Naam van Jezus. Machten uit die ‘onzienlijke wereld’ onderwierpen zich in Jezus’ Naam aan hen. Gebonden mensen werden bevrijd. De Here Jezus gebruikte het wapen van het Woord in de strijd tegen de Tegenstander, Satan.
Het derde wapen
Het derde wapen is volhardend gebed.
.
.
In het Bijbelboek ‘Openbaring’ krijgt Johannes verschillende keren te zien wat zich in de hemel afspeelt. Ook Mozes, David, Jesaja, Ezechiël, Daniël en Zacharia hebben een glimp van de hemelse werkelijkheid opgevangen en aan ons doorgegeven in de Bijbel.
Allen waren zeer diep onder de indruk van de hemelse heerlijkheid en van de majesteit van God en van Jezus de Messias. Opvallend is dat veel aardse voorwerpen, gebouwen en ceremonies model blijken te zijn van een realiteit in de hemel. Er was een ‘hof van Eden’, een paradijs op aarde en er is een ‘Hof van God’, een Eden, in de hemel (Ezechiël 28:13).
Er is een aards Jeruzalem en een hemels Jeruzalem (Hebreeën 12:22 en Openbaring 21). De tabernakel was gemaakt naar een model dat Mozes op de berg Sinaï van God had gekregen (Exodus 25:8-40 en Hebreeën 8:5). De Tempel werd door Salomo gebouwd volgens het model dat hij van zijn vader David had ontvangen. David had het model van God gekregen en was “onderricht over de hele uitvoering van het ontwerp” – 1Kronieken 28 : 11,12,19).
Er is een ark in de hemel en er was er een op aarde -Openbaring 11 :19. Er wordt gesproken over een ‘berg Sion in de hemel’ en er is een berg Sion op aarde – Hebreeên 12 : 22. Er is strijd in de hemelse gewesten en parallel daaraan strijd op aarde. Om de oorlog van de ‘wereldbeheersers van deze duisternis’ tegen Israël beter te begrijpen, nu iets over het ‘model’ van Israël in de hemel. Het woord ‘model’ staat tussen aanhalingstekens omdat het hier om een teken in de hemel gaat. Belangrijk is bij het volgende voortdurend twee dingen voor ogen te houden: Het gaat om tekenen en om gebeurtenissen die in de hemel plaatsvinden.
In Openbaring 12 worden twee ‘tekenen’ beschreven. Het eerste wordt ‘een groot teken’ genoemd en het tweede ‘een ander teken’. Het ‘grote teken’ is een hoogzwangere vrouw, die oogverblindend straalt als de zon. De maan is onder haar voeten en 12 sterren zijn op haar hoofd. Deze vrouw stelt Israël voor.
Het ‘andere teken’ is een draak. Dus Satan, Lucifer, de ‘overste van deze wereld’, de slang, wiens tegenbeeld op aarde de antichrist, de ‘zoon van het verderf’ is.
.
De vrouw is zwanger van “een mannelijk wezen, dat alle heidenen zal hoeden met een ijzeren staf”. Dit is een duidelijke verwijzing naar Psalm 2, waarin het optreden van de messiaanse Koning wordt voorzegd. Die koning is de Zoon, waarvan Psalm 2:12 zegt:“Kust de Zoon, opdat Hij niet toorne”. Eén van de belangrijkste taken van Israël is het voortbrengen van de Messias.
De hele contekst van dit hemelteken uit Openbaring 12 duidt op Israël. De ark van het verbond in de hemel wordt weer zichtbaar – Openbaring 11:19.. Dus God pakt zijn verbonden met Israël weer op. Opvallend is dat de vrouw ‘straalt als de zon’. Het gaat in dit hemelteken om de ‘geboorte-in-de-hemel’ van de Koning-Messias, de Bevrijder.
Hij wordt hier ‘de draak’ genoemd. Een gruwelijk, angstaanjagend wezen. In Ezechiël 28 krijgen we een ander beeld van die ‘draak’. Hij wordt getekend als een machtige en schitterende engel, die een vooraanstaande positie als ‘beschuttende cherub’ op de ‘berg der goden’ vervulde. Deze engel kwam in opstand tegen God. Hij wilde zich zelfs ‘aan de Allerhoogste gelijk stellen’ -Jesaja 14:14.
Hij staat voor de vrouw en wil het Kind verslinden. Hier wordt de oorsprong en het begin van alle antisemitisme en antizionisme onthuld. Opstand tegen de Almachtige en verzet tegen zijn plan om de wereld te verlossen. Een verlossing waarbij ‘de vrouw’, Israël, ingeschakeld wordt. In de hemel wordt de Zoon naar het hoogste ‘hemelse gewest’, naar de troon van God gebracht. Op aarde vervolgt de draak de vrouw. Deze vervolgingen van het Joodse volk duren nu al zo’n 3.500 jaar sinds de ‘geboorte’ van Israël, tijdens de uittocht uit Egypte.
In de eindtijd, als de draak uit de hemel gejaagd is, zal ‘de vrouw’, Israël, gedurende 1260 dagen (3,5 jaar) in de woestijn door God worden beschermd. Het teken van de draak onthult ook de oorsprong van al die ‘boze geesten in de hemelse gewesten’, die de mensheid op aarde trachten te overheersen en te vernietigen. De draak sleepte een derde van de engelen mee in zijn val.
Binnenkort zullen al die boze machten uit dat hemelse gewest gejaagd worden. In de tijd van Job waren ze er nog, want Satan verscheen voor Gods troon. In de tijd van de profeet Zacharia (omstreeks 500 v.Chr.) waren ze er ook nog, want we lezen dat Zacharia in een visioen zag dat de hogepriester Jozua voor de Engel van de HERE stond, “terwijl de satan aan zijn rechterzijde stond” – Zacharia 3:1-2.
In de tijd van Paulus zaten ze er nog, immers hij spreekt over “de boze geesten in de hemelse gewesten”, waartegen we moeten worstelen. Pas na een grote oorlog in de hemel tussen de draak en zijn engelen en de aartsengel Michaël en zijn engelen worden ze eruit gegooid en op de aarde geworpen – Openbaring 12:7-9.
Als Satan, de slang, op aarde is gegooid komt er een enorme vervolging van Israël en van mensen die “het getuigenis van Jezus hebben”. Gelovige Joden en christenen worden dan zwaar vervolgd.
De eerste tekenen van deze situatie zijn al zichtbaar. Satan begint dan zijn laatste poging om de aarde onder controle te krijgen. Immers in Openbaring 13:1 lezen we dat, direct nadat de draak op aarde is gegooid ‘het beest’ uit de zee verschijnt. Het rijk van de antichrist en zijn profeet breekt dan aan.
pasteltekening van John Astria
Op aarde is de strijd van de draak tegen de vrouw, tegen Israël, al 3.500 jaar aan de gang. In alle oorlogen tegen Israël en bij alle pogingen om het Joodse volk tot afgoderij te verleiden of uit te roeien zijn geestelijke machten, volgelingen van de draak, betrokken. Bij de uittocht uit Egypte streed God niet alleen tegen de Farao, maar Hij “oefende gerichten tegen alle goden van Egypte” – Exodus 12:12. Achter het verzet van Farao tegen de uittocht stonden dus geestelijke machten.
Dat was ook het geval bij Babel. Niet alleen op wereldlijk, menselijk vlak worden Babel en Assyrië gestraft om wat ze Israël hebben aangedaan. Ook hun ‘goden’, die ook wel ‘engelvorsten’ worden genoemd, worden te schande gemaakt (Jesaja 46:1 en Jeremia 50 :2).
De profeet Daniël kreeg ook te maken met dergelijke ‘wereldbeheersers’. Dat waren de engelvorsten van het toenmalige wereldrijk Perzië en Griekenland. De aartsengel Michael, die trouw is aan God, is de engelvorst die voor Israël strijdt (Daniël 10:21 en Daniël 12:1). Hij voerde oorlog tegen die ‘vorsten van Perzië en van Griekenland’.
De ‘wereldbeheersers’ zijn machten die de wereld willen beheersen. Ook sterke, geestelijke machten die over een land willen heersen. Ook boze geesten die mensen willen overheersen. Over die engelvorsten heeft de Eeuwige aan Mozes het volgende geopenbaard:
Die afgoden en hun beelden mag Israël beslist niet aanbidden want“die heeft de Here, uw God toebedeeld aan alle volken onder de hele hemel – terwijl de HERE u heeft genomen… om voor Hem te zijn tot een eigen volk” – Deuteronomium 4:16-20.
De goden van de volken, de ‘engelvorsten’, zijn afgoden die door veel volken ‘verbeeld’ worden door beelden Alleen de God van Israël is de ware, de Allerhoogste, de Schepper van hemel en aarde. “Want alle goden van de volken zijn afgoden, maar de HERE heeft de hemel gemaakt” -Psalm 96 :5
De Here Jezus noemt de leider van die engelvorsten ‘de overste van deze wereld’ (Johannes 12 :31). Deze machten proberen Israël te vernietigen en zetten de wereld op tegen Gods volk. Aan het kruis heeft de Here Jezus al die machten overwonnen. Jezus is Overwinnaar!
Maar nu is er nog strijd . Binnenkort worden die machten uit de hemel geworpen en zal de strijd nog zwaarder worden totdat Jezus komt! Maar nu en ook tijdens de verdrukking als satan op aarde geworpen is, geldt: “Zij hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad tot in de dood” – Openbaring 12:11.
Satans invloed op de islam
Sommigen in de islam worden onder invloed van boze geesten geïnspireerd om de wereld te veroveren en de islam aan iedereen op te dringen. Uitspraken van hun leiders liegen er niet om. Hun ‘engelvorst’ is de wrede maangod. Tot grote ergernis van die afgod heeft de vrouw uit Openbaring 12 ‘de maan onder haar voeten’. Israël is voor de islam het grote obstakel dat hun plannen in de weg staat.
Jeruzalem, de stad van de Grote Koning van Israël, is hun eerste doel. Vandaar dat al die machten zich steeds meer op Jeruzalem richten. Er zijn al verschillende confrontaties geweest tussen de afgod van de islam en de God van Israël. Denk aan de oorlogen die de islamitische buurlanden tegen Israël hebben gevoerd en hebben verloren.
De macht achter het Vaticaan
Ook het Vaticaan, de RK kerk eis de wereldmacht op. Eeuwen lang ‘regeerde’de RK kerk over Europa. Verdragen met de Palestijnse Autoriteit en met Israël, aankopen van grond, druk op de EU om Jeruzalem te internationaliseren zijn zichtbare activiteiten van het Vaticaan om Jeruzalem in handen te krijgen. De strijd om de wereldmacht is al eeuwen aan de gang.
De EU
De EU, het herstelde Romeinse Rijk, is hard op weg om het eindtijd rijk van de antichrist te worden. Dus ook hier spelen duidelijke anti-Israël krachten in de vorm van steun aan het Palestijnse moslim terrorisme en druk om Jeruzalem te internationaliseren. De oude Griekse en Germaanse goden worden weer van stal gehaald in landen van de EU. Tijdens WO II was er een vreselijke aanval, de Holocaust, geleid door die duistere, Germaanse goden op het Joodse volk.
De VN
Ook de VN streeft naar de wereldmacht. Binnen de VN heerst een bijna virulente anti-Israël houding. Hier wordt de wereldreligie van de profeet van de antichrist voorbereid. De Nieuwe Wereldorde staat al enige tijd op stapel. De macht achter de VN is ‘de overste van deze wereld’, is satan zelf. Aan het einde van de zeven jaren van de antichrist zal ‘de Koning van de koningen en de Here van de heren’ die antichrist laten grijpen en hem laten gooien in ‘de poel van vuur’.
De VS
Ook de VS streeft naar een zekere macht over de wereld om de Amerikaanse belangen veilig te stellen. Deze engelvorst heet Mammon, de afgod van geld en macht. In de VS zien we in de geestelijke strijd iets belangrijks gebeuren. Er in de VS een sterke, Bijbel getrouwe kerk. Miljoenen gelovigen en hun leiders die achter Israël staan en voor het land bidden. Dat heeft de VS decennia op de been gehouden. Die engelvorst heeft daar sterke tegenstand.
De Gemeente van de Here Jezus heeft de opdracht om voor ‘koningen en hooggeplaatsten’ te bidden om in een rustig en eerlijk land zonder onderdrukking of corruptie te leven. Gebed voor de overheid ook ter wille van een diepe wens van de Heer Zelf: “…God, onze Heiland die wil dat alle mensen behouden worden” – 1Timoteüs 2 :3-4. De Gemeente is dus de belangrijkste tegenkracht tegen de vernietigende invloed van die de afvallige engelvorsten uitoefenen.
Gog
Gog, de grootvorst van Magog. Een ‘moderne’ engelvorst is de macht die achter Rusland staat. Hij heet Gog. De oorlog van Gog en zijn medestanders tegen Israël wordt beschreven in Ezechiël 38-39. Iran (Perzië) zal één van zijn bondgenoten zijn. We zien nu al die as Rusland, Perzië en een aantal Arabische landen. Ook Gog heeft al eens een smadelijke nederlaag geleden in een confrontatie met de Allerhoogste van Israël. Dat gebeurde in 1989.
Voor die tijd, toen Rusland nog communistisch was, konden de Russische Joden niet uit Rusland weg en naar Israël. Toen sprak God zijn machtswoord tegen Gog, de engelvorst van Rusland: “Ik zeg tot het Noorden: GEEF!” – Jesaja 43 :6. De Berlijnse Muur viel, het communistische wereldrijk stortte in en nu zijn er al 1,2 miljoen Russische Joden terug. Nog meer zullen er binnenkort volgen.
We leven in een heel spannende tijd. Satan weet dat hij weinig tijd heeft. De ‘wereldbeheersers van deze duisternis’ werpen zich op Israël en op alles wat Bijbel getrouw wil zijn. Aan de andere kant zien we machtige werken van de God van Israël. Hij komt tot zijn doel met Israël en het Evangelie gaat met grote kracht en grote snelheid over de wereld.
Individuele gelovigen worden ook niet met rust gelaten door die machten. In het midden van die strijd staat de Gemeente van de Here Jezus. Door Hem en in zijn Naam hebben wij toegang tot de Troon van de Allerhoogste. Gebed is het machtigste wapen dat Hij ons heeft gegeven. Wij bidden voor Israël, steunen de verkondiging van het Evangelie en staan voor elkaar op de bres.
Tegelijk gebruiken we het tweede wapen dat ons is gegeven: Het Woord van God. Wij proclameren Gods woorden over Israël en staan zo als wachters op de muren van Jeruzalem. Wij brengen Gods Woord van verlossing aan een verloren wereld. En wij proclameren Gods Woord als satan ons aanvalt. Zo overwinnen wij door “het bloed van het Lam en door het woord van hun (ons) getuigenis” – Openbaring 12:110.
| De zeven lichamelijke werken van barmhartigheid: | De zeven geestelijke werken van barmhartigheid: |
|---|---|
Nood lenigen
Het leed dat een ander treft, wordt door een barmhartig persoon ervaren als iets dat hemzelf treft. Uit Naastenliefde wil hij de nood zo snel mogelijk lenigen en onrechtvaardige structuren aanpakken. In dit laatste opzicht is barmhartigheid nauw verwant aan Rechtvaardigheid.
Liefde schenken
In het kerkelijk diakonie-werk zetten gelovigen zich van oudsher in om mensen in nood te helpen. Zij worden gedreven door een gevoel van mededogen of medelijden met degenen die in nood verkeren, en door de liefde tot God.
Opdracht van Jezus
Jezus zelf roept de gelovigen op om barmhartig te zijn jegens de naaste in nood. Als een naaste om hulp vraagt, is het Jezus zelf, die in nood is; wie de naaste hulp geeft, geeft daarom Jezus hulp. Zelf drukt Jezus dat zo uit: “Ik verzeker jullie, alles wat je voor één van de minste broeders van Mij hebt gedaan, heb je voor Mij gedaan.” (Matteus 25, 40).
Om welke hulp het gaat?
Jezus is heel concreet: “Want Ik had honger en jullie hebben Me te eten gegeven, Ik had dorst en jullie hebben Me te drinken gegeven, Ik was vreemdeling en jullie hebben Me opgenomen. Ik was naakt en jullie hebben Me gekleed, Ik was ziek en jullie hebben naar Me omgezien, Ik zat in de gevangenis en jullie kwamen naar Me toe.” (Matteus 25, 35-36).
Barmhartigheid
Barmhartigheid kan omschreven worden als de dragende grondhouding van de mens die een warm hart heeft jegens hen die in de miserie zitten. Dat komt tot uitdrukking in het latijnse woord ‘misericordia’. Thomas van Aquino typeert de deugd van barmhartigheid treffend als:
“de compassie in ons hart met het lijden van anderen, waardoor wij gedreven worden te helpen, als het ons mogelijk is”.
Rechtvaardigheid
Onder rechtvaardigheid kan verstaan worden: de houding uit kracht waarvan een mens ernaar streeft eenieder tot zijn/haar recht te laten komen. In onze westerse traditie wordt rechtvaardigheid – samen met bezonnenheid, matigheid en moed – gerekend tot de vier ‘kardinale’ deugden, dat wil zeggen: ze behoort tot de kern, het hart (‘cardo’) van het menszijn.
De wereld biedt weerstand, en de mens ook
We moeten dus weerstand bieden tegen de wereld en tegen de mens – en in de eerste plaats tegen de onrechtvaardigheid die ieder van ons in zich draagt, die wij zelf zijn. Daarom zal de strijd tegen onrecht- vaardigheid geen einde kennen. In ieder geval is dat Rijk voor ons een Verboden Rijk of, liever gezegd, we hebben het al betreden, maar alleen voor zover we ons inspannen om het te bereiken: gelukkig zij die naar rechtvaardigheid hongeren en wier honger nooit gestild zal zijn!”.
Kortom: in altijd gebrekkige vormen probeert de rechtvaardige eraan bij te dragen de wereld en samenleving leefbaar te maken en te houden voor ieder mens
Dit is de traditionele benaming voor diensten die men de naaste in nood verleent uit liefde tot God. Men onderscheidt lichamelijke werken en geestelijke werken.
de hongerigen eten geven,
aan hen die dorst lijden te drinken geven,
naakten kleden,
vreemdelingen gastvrijheid verlenen,
zieken bezoeken,
gevangenen verlossen,
het begraven van doden
Het begraven van de doden wordt in Mattheus 25:35-37 niet genoemd, maar wel in het boek Tobit, waar de zorg voor de overledenen speciale aandacht krijgt (Tob. 14:9,11-13).
zondaars vermanen,
onwetenden leren,
raad geven in moeilijkheden,
bedroefden troosten,
onrecht ondergaan,
beledigingen vergeven,
voor elkander bidden.
De houding van barmhartigheid, van naaste willen worden, vraagt een levenslange oefening. Het is meer dan je handen uit de mouwen steken– en ondertussen doenerig op afstand blijven. Het raakt je in heel je wezen, zoals het je ook in heel je wezen kan vervullen.
Jezus leerde om te luisteren met je hart. Dat lijkt een vaag advies, een beetje soft zelfs. Maar dat is het zeker niet. Het vraagt moed om zo in het leven te staan, om zo geraakt te durven worden. En je hebt het nooit helemaal in de vingers. Voor je het weet ben je een ander voorbijgehold.
Al vanaf het eerste begin oefenen christenen zich om met hun hart te luisteren.Door de eeuwen heen ontwikkelden mensen binnen de religie daar methodes voor.
Je kunt alleen zien als je ogen het goed doen. Om zuiver te zien moet je regelmatig tot rust komen en stilstaan bij wie je bent en wat je doet. Daarom dient er in ons leven steevast aandacht voor gebed, meditatie en zelfreflectie te zijn. Ook dienen we goed op de hoogte zijn van hoe de samenleving in elkaar steekt en waar en waardoor mensen in de knel komen.
Het vereist moed en kwetsbaarheid om een ander echt te zien en te horen. Dat raakt je, je wordt bewogen. Voor ons is het belangrijk om niet alleen met beide benen in de samenleving te staan, maar vooral ook een gemeenschap te vormen. Dan komen we tot rust en voelen we ons thuis. Dan stellen we onszelf en elkaar ook lastige vragen, vaak over ons concrete werk.
Wat doet de ontmoeting met anderen met jezelf? Hoe kan je affectieve liefde effectief worden? Als deze stap wordt overgeslagen, blijft meestal alleen een driftig soort dienstbaarheid over. Dan ben je met de beste bedoelingen vooral je eigen onrust en schuldgevoelens aan het bestrijden. En dat is zonde van de energie, die dan nooit aankomt bij degene die gezien, gehoord of bemind wil worden.
Als je goed kijkt en geraakt bent, kom je haast vanzelf in beweging. Wij dienen te proberen broeders en zusters te zijn: van elkaar en van alle mensen die onze wegen kruisen, vooral de kwetsbaarsten onder hen. We oefenen die houding in door samen te leven, te werken en stil te zijn.Velen zorgen, vanuit die spiritualiteit van barmhartigheid, op veelplekken in de wereld voor kinderen, gevangenen, zieken, hongerenden en ouderen. Vanuit die spiritualiteit kunnen we een thuis zijn voor elkaar: broeders en zusters die een leven lang aan dit ideaal willen werken.
De Bijbel is er duidelijk over dat onze gebeden belemmerd kunnen worden. Iedereen heeft wel eens het gevoel gehad dat zijn gebeden niet aankomen bij God.
De Bijbel noemt verscheidene dingen die onze gebeden kunnen belemmeren. Enkele hiervan zijn:
Onbeleden zonde
Dit is waarschijnlijk de grootste belemmering in ons gebedsleven.
Psalm 66:18:“Als ik diep in mijn hart zonden zou koesteren, dan had de Heer mij nooit verhoord.”
Het goede nieuws is dat God ons zal vergeven als wij onze zonden belijden. Dan kunnen wij die zonde achter ons laten en met een schone lei opnieuw beginnen.
1 Johannes 1:9 :“Belijden we onze zonden, dan zal hij, die trouw en rechtvaardig is, ons onze zonden vergeven en ons reinigen van alle kwaad.”
Onvergevingsgezindheid
Matteüs 6:14-15 :“Want als jullie anderen hun misstappen vergeven, zal jullie hemelse Vader ook jullie vergeven. Maar als je anderen niet vergeeft, zal jullie Vader jullie je misstappen evenmin vergeven.”
Wanneer iemand weigert een ander te vergeven schaadt hij zichzelf, omdat dat uiteindelijk zal uitmonden in bitterheid. Een mens kan niet met een bitter hart bidden en dan een zegen verwachten. Een geest die niet wil vergeven legt grote druk op menselijke relaties, vooral de huwelijksrelatie.
1 Petrus 3:7 :“U, mannen, moet verstandig omgaan met uw vrouw, die brozer is dan u. Behandel haar met respect, want zij deelt samen met u in de genade van het nieuwe leven. Dan staat niets uw gebeden in de weg.”
1 Marcus 11:25 : Jezus zei: “Wanneer je staat te bidden en je hebt een ander iets te verwijten, vergeef hem dan, opdat ook jullie Vader in de hemel jullie je misstappen vergeeft.”
Als jij je vastklampt aan gevoelens van wrevel en onvergevingsgezindheid (zelfs tegenover God), dan zal dat een grote hindernis in je gebedsleven zijn.
Onjuiste motieven
Wanneer de motivatie voor onze gebeden niet juist is, hebben onze gebeden geen kracht.
Jakobus 4:3 :“En als u bidt ontvangt u niets, omdat u verkeerd bidt: u wilt alleen uw eigen hartstochten bevredigen.”
Matteüs 6:10 :“Uw koninkrijk kome, uw wil geschiede, op aarde zoals in de hemel.”
Als we weten dat onze gebeden overstemmen met Gods wil, dan kunnen we geloven en erop vertrouwen dat Hij ons zal geven wat wij van Hem vragen.
Afgoden in onze levens
Exodus 20:3-6 :“Vereer naast mij geen andere goden. Maak geen godenbeelden, geen enkele afbeelding van iets dat in de hemel hier boven is of van iets beneden op de aarde of in het water onder de aarde. Kniel voor zulke beelden niet neer, vereer ze niet, want ik, de Heer, uw God, duld geen andere goden naast mij. Voor de schuld van de ouders laat ik de kinderen boeten, en ook het derde geslacht en het vierde, wanneer ze mij haten; maar als ze mij liefhebben en doen wat ik gebied, bewijs ik hun mijn liefde tot in het duizendste geslacht.”
God wil niet eens aangesproken worden door mensen die zich met afgoderij bezighouden. Maar als we de afgoden uit onze levens verwijderen, dan zijn we klaar voor een persoonlijke geestelijke opwekking. De enige manier om te ontdekken of een bepaald iets in jouw leven een afgod is geworden, is het stellen van de volgende vraag: “Zou ik bereid zijn om het op te geven, als God dat van mij zou vragen?” Kijk eens heel eerlijk naar je carrière, je eigendom, je gezin. Als er dingen zijn die jij niet aan God zou willen afstaan, dan blokkeren zij jouw toegang tot Hem.
pasteltekening van John Astria
Twijfels en ongeloof
Zonder geloof hebben gebeden geen kracht. Zelfs Jezus kon geen wonderen verrichten in Nazareth omdat de mensen geen geloof hadden (Marcus 6:1-6).
Jakobus 1:6 :“Vraag vol vertrouwen, zonder enige twijfel. Wie twijfelt is als een golf in zee, die door de wind heen en weer wordt bewogen.”
Hebreeën 11:6 :“Zonder geloof is het echter onmogelijk God te behagen. Want wie tot God komt, moet geloven dat Hij is, en dat Hij beloont wie Hem zoeken.”
Matteüs 21:22 : “Alles waarom jullie in je gebeden vragen zullen jullie krijgen, als je maar gelooft” .
De verwaarlozing van Gods Woord
Spreuken 28:9 : “Van hem die zijn oor afkeert van het luisteren naar de wet, is zelfs zijn gebed een gruwel” .
Hebreeën 4:16 :“Laten wij daarom vrijmoedig naderen tot de troon van Gods genade, om barmhartigheid en genade te vinden en zo hulp te krijgen op de juiste tijd.”
Ongehoorzaamheid
Als wij willen groeien in onze relatie met God en effectief willen bidden, dan moeten we leren hoe we gehoorzaam kunnen zijn. Een zondevrij leven is niet genoeg. Geloof is niet genoeg. Gehoorzaamheid zou een natuurlijk gevolg moeten zijn van een geloof in God. De mens die in God gelooft, vertrouwt Hem; de mens die God vertrouwt, is Hem gehoorzaam.
1 Samuël 15:22 :“Gehoorzaamheid is beter dan offers.”
Een voortdurende ongehoorzaamheid is de oogst van een wil die zich niet aan God heeft overgegeven. Een overgave aan God heeft enorme voordelen. Een van deze voordelen is dat God belooft jouw gebeden te verhoren en je verzoeken in te willigen. Een ander voordeel is dat je de kracht van Christus ontvangt via de Heilige Geest. Zijn kracht zal dan door jou heen stromen, je kracht geven en goede vruchten voortbrengen.
Satanische weerstand
Wij zijn voortdurend in gevecht met de machten van het duister (Efeziërs 6:10-12). Onze vijand, Satan, haat biddende mensen. Een gebed is meer dan vragen en ontvangen: het is een geestelijke strijd.
We moeten :
Alle belemmeringen van gebeden kunnen verholpen worden door bekentenis en berouw. God wil niet dat je gebeden belemmerd worden. Hij verlangt naar een intiem samenzijn met Zijn kinderen en naar open communicatielijnen.
1 Johannes 1:9 :“Als wij onze zonden belijden: Hij is getrouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.”
Gebed: Vader, wij vragen U nederig om ons te helpen en alle belemmeringen weg te nemen die een effectief en krachtig gebed tot U in de weg staan. Vergeef ons alstublieft wanneer wij tekort schieten en deze hindernissen in onze levens toelaten. Wij bidden graag. Versterk ons geloof, zodat wij kunnen geloven dat U ons wilt zegenen. Ik bid dit in Jezus’ naam. Amen.
Thérèse Martin werd op 2 januari 1873 geboren in de Normandische plaats Alençon. Op zeer jonge leeftijd verlangde ze al naar het kloosterleven. Theresia was als kind een dwingeland; hysterisch, zeggen zelfs sommige schrijvers. Als ze haar zin niet kreeg kon ze woedend en stampvoetend reageren. Des te indrukwekkender dat ze bij haar overlijden op 24-jarige leeftijd was uitgegroeid tot een groot heilige.
Toen ze vier was, had ze haar moeder verloren; dat deed haar veel verdriet. Dat herhaalde zich toen haar op één na oudste zus, die de plaats van moeder had ingenomen, intrad bij de karmelietessen. Thérèse wilde dat ook, maar was pas veertien en ze moest minstens zestien zijn. Met haar vader ging ze de bisschop vragen om reeds nu te mogen intreden. Zij had haar haar opgestoken en zich ouder opgemaakt. De bisschop zei nee. Maar het lukte haar toch om reeds op 15-jarige leeftijd in te treden.
Ze was vastbesloten een heilige te worden. Op haar 21e werd ze al gekozen tot novicenmeesteres, een verantwoordelijke functie, want zij moest de nieuwelingen in het kloosterleven inwijden. Ze was haar tijd ver vooruit. Ze wilde Hebreeuws leren, want dat was immers de taal die Jezus zelf gesproken had. Op die manier zou ze Hem nog beter leren kennen en nog meer kunnen beminnen. Maar ze was ook modern door het feit dat ze herhaaldelijk werd overvallen door inktzwarte geloofstwijfels.
Ze leefde in haar gebed intens mee met de missionarissen in verre landen. In het twaalfde hoofdstuk van Paulus’ eerste Korintiërsbrief las ze dat ieder lid van de kerk een eigen taak heeft, net zoals ieder lichaamsdeel. Het oog kan niet tegen het oor zeggen: “Ik heb je niet nodig.” Alles heeft zijn plaats en samen vormen ze het ene lichaam.
“Maar”, schrijft Thérèse, “ik wil juist wel alles tegelijk zijn.” Het antwoord op haar moeilijkheid vond ze in het vervolg van Paulus’ brief. Hij schrijft dat alles bijeengehouden wordt door de liefde. “Want zonder de liefde zou geen apostel nog het evangelie verkondigen, geen martelaar zou nog zijn leven geven enz.” Dat wilde ze zijn: de liefde die vanuit het hart alle ledematen doorstroomt.
Op 29 april 1923 werd Theresia zalig verklaard. Haar heiligverklaring volgde op 17 mei 1925. In 1997 werd Theresia, als derde vrouw in de geschiedenis, door paus Johannes Paulus ll tot kerkleraar uitgeroepen. Haar leven is in verschillende boeken beschreven. Een bekende uitspraak van haar is: “Ik wil het rozen [= zegeningen] laten regenen op aarde”. Daarom wordt ze afgebeeld als karmelietes die een crucifix en rozen tegen de borst houdt. Ze werd de patrones van missionarissen en het missiewerk. Ze is ook patrones van Frankrijk en Rusland.
Ze wordt ‘de kleine Theresia’ genoemd om haar te onderscheiden van de ‘grote’ Theresia van Avila.
Op haar ziekbed was ze soms ten prooi aan de zwartste geloofstwijfels. Zo was ze. Elk gevoel drong diep haar ziel binnen; doorleefde ze; ook de negatieve.
“Als je eens wist welke afschuwelijke gedachten in mij rondspoken. Het zijn die materialistische redeneringen die zeggen: ‘Wacht maar af, als de wetenschappen nog wat verder zijn, zal overal een natuurlijke uitleg voor te vinden zijn; voor alles bestaat een gewone verklaring. Nu weten we nog niet alles, maar ooit zullen we dat allemaal ontdekken… enz.”
Dergelijke gedachten omschrijft ze zelf als een zwart gat. Ze is zelfs bang dat ze in haar geloofstwijfel God beledigt en heiligschennis pleegt. Niets blijft haar over dan het besef heel klein te zijn en volkomen aangewezen op Gods liefde die ze soms geruime tijd niet voelt; er blijft haar niets anders over dan er zwart in te geloven.