Tagarchief: graslanden

De ziekte van Lyme in België

Standaard

categorie : gezondheid en gezondheidsproducten

.

.

De ziekte van Lyme, ook wel tick-borne borreliosis of Lyme-artritis genoemd, wordt veroorzaakt door de spirocheet Borrelia burgdorferi. Men schat dat in Europa ongeveer 10% van de teken besmet zijn met Borrelia.

.

.

Dit bacterie-achtige organisme wordt overgebracht via de beten van teken behorende tot het geslacht Ixodes, die zich ook vaak voeden met het bloed van andere zoogdieren, zoals knaagdieren, egels en herten. De ziekte wordt vermoedelijk slechts overgebracht nadat de teken zich gedurende uren op het slachtoffer hebben gevoed. Er zijn geen aanwijzingen voor besmetting van persoon op persoon.

Teken worden mee rondgedragen door hun gastdieren. Bijna overal waar die dieren komen, vindt men dus ook teken. Tenminste in een plantenrijke omgeving met hoog gras, struiken en een rijke onder begroeiing.

Een teek of bloedzuiger is een minuscuul diertje, nauwelijks groter dan een speldenkop. Bij het zuigen van het bloed wordt het achterlijf steeds dikker. De beet van een teek is pijnloos, pas na enkele uren begint het te jeuken.

.

.

Teken

 

Tekenbeet

.

.

De teek is een zogenaamde geleedpotige, en behoort tot de mijten. Er bestaan twee verschillende families van teken: de harde of schildteken (Ixodidae) en de zachte of lederteken (Argasidae). In totaal komen er over de wereld meer dan 800 tekensoorten voor!

Van een tekenbeet op zich wordt de mens normaal gesproken niet ziek, maar de teek kan wel een rol spelen bij het overbrengen van diverse ziekten.De werkelijke boosdoener is niet de teek zelf, maar de bacterie, die hij via zijn speeksel en darminhoud overbrengt van de ene op de volgende gastheer.

Omdat de teek een zogenaamde driegast herenteek is, kan zij in één van de ontwikkelingsstadia een ziekteverwekker binnen krijgen door van een besmet dier bloed te zuigen en deze ziekteverwekker vervolgens in het volgende ontwikkelingsstadium overbrengen op een ander dier of mens overbrengen.

Binnen Europa kunnen via teken 4 ziekten op de mens worden overgebracht:
•de ziekte van Lyme
•Tick Borne Encephalitis (ook wel bekend als TBE)of TBD (Tick Born Disease)
•Früh Sommer Meningo Encephalitis (FSME)
•Ehrlichiose
Daarnaast kan in Zuid Europa de tekensoort Rhipicephalus sanguineus de ziekte Fièvre boutonneuse overbrengen.

.

.

Stijging

 

De ziekte van Lyme treedt vooral op tussen juni en oktober, en op basis van de gevallen vastgesteld tussen 1993 en 2000 door de referentielaboratoria (K.U.L. en U.C.L.), kan men stellen dat de ziekte overal in ons land optreedt, vooral in de Kempen (Antwerpse en Limburgse), de Oostkantons, het Zoniënwoud en de Ardennen.

Naargelang de studies treedt bij 1,1 tot 3,4% van de personen met een tekenbeet de ziekte van Lyme op.
Het aantal jaarlijks vastgestelde gevallen, bevestigd door één van de referentielaboratoria (K.U.L. of U.C.L.), is sinds 1991 gestegen. Er is in de loop der jaren een gestage stijging te zien in België, gaande van 42 gevallen in 1991 tot 300 gevallen in 1997.

Het cijfer voor 1997 komt overeen met een incidentie van 2.9 gevallen per 100000 inwoners.
In 2002 werden 975 gevallen vastgesteld.

.

.

Cyclus

 

De teek brengt het grootste deel van zijn leven door in de natuur: bossen en graslanden. Om zich te kunnen ontwikkelen en voort te planten heeft hij echter bloed nodig. De teek die bij ons voorkomt heeft voor zijn volledige ontwikkeling drie gastheren nodig.

Hij kiest hierbij zowel voor wilde dieren (bosmuizen, egels, eekhoorns, reeën,…) als huisdieren (schapen, runderen, paarden, honden, katten,…) evenals de mens.Een teek wacht in grashalmen of lage bosjes op een passerende gastheer, waaraan hij zich in het voorbijgaan vastklampt. Eenmaal op het dier kruipt de teek naar een plaats waar de huid het dunst is en bijt hij zich stevig vast. Hij verankert zich als het ware in de huid.

.

.

Een teek verwijderen

.

.

De dikste teek links is een volwassen vrouwtje, tweede van links is een volwassen mannetje,tweede van rechts is een nimf en de rechtse is een larve.

De vrouwtjes kunnen door het zuigen van bloed tot wel 1 cm lang worden. Eenmaal volgezogen met bloed maakt zij zich los van de huid en laat zich op de grond vallen. Op een beschutte plaats legt het vrouwtje zo’n 2.000 eitjes waarna zij sterft. Uit deze eitjes ontwikkelen zich (binnen een maand) 6-potige larven.

Ook deze klimmen in grashalmen en wachten op een gastdier, waarop ze drie tot 8 dagen lang bloed zuigen, tot ze verzadigd zijn. Vervolgens laten ze zich op de grond vallen en ontwikkelen ze zich in drie maanden tot 8-potige nimfen, die eveneens een bloeddonor zoeken. De ontwikkeling tot volwassen teek duurt dan nog zo’n drie tot vijf maanden.

De volledige ontwikkelingscyclus van sommige soorten teken (die op meerdere gastdieren leven) kan zelfs tot 3 jaar duren. Warmte en een hoge luchtvochtigheid scheppen een gunstig klimaat voor de ontwikkeling van teken. Ze komen ook veel voor in de lente en de herfst.

 

.

Besmetting

 

De bacterie Borrelia burgdorferi wordt zeer waarschijnlijk niet meteen overgedragen, omdat de bacterie zich in de darm van de teek bevindt en zich pas gaat vermenigvuldigen nadat er eerst een beetje bloed is gezogen. Vandaar ook dat men vaak leest dat wanneer men de teek tijdig (afhankelijk van de literatuur binnen 8 tot 36 uur) verwijderd, de kans op infectie zeer gering is.

Een volledige garantie kan niet gegeven worden blijkt uit een artikel in het Geneeskundig Tijdschrift van 1990. Daarin wordt aangegeven dat besmetting waarschijnlijk plaatsvindt door regurgitatie (opbraken) van de darminhoud, maar dat bepaalde waarnemingen wijzen op de mogelijkheid van besmetting via de speekselklieren.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Witte klaver : Trifolium repens

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

img_0623-gr-witte-klaver

 

 

Goed te herkennen aan
– het ronde bloemhoofdje met (room)witte vlinderbloemen en
– de halvemaanvormige lichte vlek op de bladeren

 

 

bloemen-witte-klaver1

 

 

 

Algemeen

 

Witte klaver is een zeer algemeen voorkomende soort, die groeit op vochtige tot natte, voedselrijke of brakke tot zilte grond in graslanden en bermen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Witte klaver bloeit vanaf mei tot in de herfst. De bloemhoofdjes staan op lange bladerloze stelen en ruiken zoet. Ze zijn (room)wit met soms een roze waas. Ze verwelken van (room)wit via roze naar bruin. De uitgebloeide bloemen gaan hangen, de onderste het eerst. Aan de basis van het door de kroonbladen gevormde buisje wordt vrij veel nectar afgescheiden. De bloemen vormen daarom voor langtongige insecten, zoals bijen, een waardevolle nectarbron.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zijn lang gesteeld, 3-tallig (zelden 4) en voorzien van een halvemaanvormige lichte vlek. Omdat witte klaver een lange liggende stengel heeft, die op elke knoop kan wortelen, is ze moeilijk uit te roeien. Snel woekerend kan ze andere planten verdringen en soms hele tapijten vormen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– overblijvend
– algemeen voorkomend
– 5 tot 25 cm

Bloem
– roomwit, soms met een roze waas
– vanaf mei tot in de herfst
– hoofdje
– vlinderbloem
– 7 tot 12 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– op lange steel, meestal 3-tallig,
zelden 4-tallig
– samengesteld
– rond tot eirond, met
halvemaanvormige lichte vlek
– top stomp of uitgerand
– rand getand
– voet wigvormig
– veernervig

Stengel
– bovengronds kruipend
– wortelend op knopen
– glad en kaal of behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

witte-klaver

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA

Smalle weegbree : Plantago lanceolata

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

266px-plantago_lanceolata_inflorescense

 

 

Goed te herkennen aan
– het rozet van lange, smalle bladeren met duidelijk zichtbare parallel lopende nerven en
– de bloeiwijzen aan het einde van de stengel met uitstekende (room)witte meeldraden

 

 

bloeiende-plant-smalle-weegbree

 

 

 

Algemeen

 

Smalle weegbree is een 5 tot 45 cm hoge, zeer algemeen voorkomende, overblijvende plant. Ze bloeit vanaf mei tot de herfst en groeit op open en grazige, vochtige, meestal omgewerkte of betreden grond langs wegen en dijken en in graslanden.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloemetjes van smalle weegbree staan in een korte, eironde tot langwerpige donkere aar op een duidelijk gegroefde stengel. Ook de vorm en grootte van de aar is afhankelijk van de kwaliteit van de grond. Korter en boller betekent minder voedselrijke omstandigheden.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren staan in een wortelstandige rozet, zijn lancetvormig (zelden breder), zacht behaard en voorzien van 3 tot 7 duidelijk zichtbare parallel lopende nerven. De bladeren versmallen zich geleidelijk in een gootvormige steel. In voedselrijke omstandigheden staan de bladeren rechtop. Zijn de omstandigheden minder gunstig dan blijft de hele plant kleiner en liggen de bladeren op de grond.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Smalle weegbree is vanouds een bekende geneeskrachtige plant. De bladeren bevatten een slijmoplossend en hoestprikkel dempend middel. Het sap van de bladeren kan tevens gebruikt worden bij jeukende insectensteken.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

weegbreefamilie (Plantaginaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen voorkomend
– 5 tot 45 cm

Bloem
– (room)wit
– vanaf mei tot de herfst
– aar
– stervormig
– 15 tot 25 mm lengte hoofdje
– 4 kroonbladen, vergroeid
– 4 kelkbladen
– 4 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– rozet
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits
– rand gaaf
– geleidelijk versmallend
– parallelnervig
– zacht behaard

Stengel
– rechtop
– zacht behaard
– gegroefd

zie wilde bloemen

 

 

smalleweegbree1

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

mijne kop a4

Rode klaver : Trifolium pratense

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

rodeklaver

 

 

Goed te herkennen aan
– de roze tot rozerode bloemhoofdjes
– met stengelbladeren direct onder het hoofdje en
– de eironde tot langwerpige bladeren met V-vormige, lichte vlek en behaarde onderkant

 

 

bloeiende-rode-klaver

 

 

 

Algemeen

 

Rode klaver is een zeer algemeen voorkomende overblijvende plant van vochtige, voedselrijke grond in graslanden en bermen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf mei tot en met oktober met paarsrode tot roze, ronde bloemhoofdjes, die geuren naar nectar. Ze worden alleen bezocht door insecten met een lange tong, zoals hommels en vlinders; insecten met een korte tong kunnen niet bij de nectar komen. Verwelkte bloemen worden bruin, maar gaan niet hangen. Dit in tegenstelling tot de uitgebloeide bloemen in het bloemhoofdje van basterdklaver, die wel gaan hangen.

 

 

 

 

 

Blad

 

Het blad is samengesteld en bestaat uit 3 (soms 4) eironde tot langwerpige deelblaadjes, elk met een duidelijke, V-vormige, lichte vlek. Verder zijn de bladeren vooral aan de onderkant behaard en is de rand gewimperd. ’s Nachts vouwen de bladeren zich samen. De onderste bladeren zijn lang gesteeld, de bovenste kort gesteeld of zittend. De stengels zijn liggend, aan het einde opstijgend en behaard.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen
– 15 tot 50 (80) cm

Bloem
– roze tot rozerood en wit
– vanaf mei t/m oktober
– hoofdje
– vlinderbloem
– 12 tot 15 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld
– deelblaadjes eirond tot langwerpig
– top stomp
– rand gaaf en gewimperd
– voet afgerond
– veernervig
– met V-vormige lichte vlek
– vooral de onderzijde behaard

Stengel
– rechtop of opstijgend
– behaard
– rolrond
– niet wortelend

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA

Gewone margriet : Leucanthemum vulgare

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

266px-leucanthemum_vulgare_filigran_flower_2200px

 

 

Goed te herkennen aan
– grote “madeliefjes-achtige” bloemen op lange stelen met
– donker gerande, groene omwindselblaadjes

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Gewone margriet is een zeer algemeen voorkomende overblijvende plant. Ze groeit op op open, vochtige tot matig droge, voedselrijke, grazige grond in graslanden, bermen en op dijken. Ze wordt ook ingezaaid.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Vanaf mei tot en met augustus zie je de opvallende bloemenhoofdjes van gewone margriet. De hoofdbloei valt in juni. De vlakke bloemenhoofdjes zijn 3 tot 6 cm breed en bestaan uit een geel hart van buisbloemen en een krans van witte straalbloemen. Ze staan op weinig of niet vertakte stengels, die 30 tot 60 cm hoog kunnen worden.

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– zeer algemeen voorkomend
– 30 tot 60 cm

Bloem
– vanaf mei t/m augustus
– gesteeld alleenstaand
– gele buisbloemen en
– witte straalbloemen
– 3 tot 6 cm
– omwindselblaadjes met zwarte of
bruine rand

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– onderste lang steelvormig versmald
– top stomp
– rand gekarteld
– voet aflopend
– netnervig

Stengel
– rechtop
– kaal of weinig behaard

zie wilde bloemen

 

 

gewone-margriet1

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

John Astria

Groot streepzaad : Crepis biennis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

0aaabb0ab69c4085abf1308f03ae2ad0

 

 

Goed te herkennen aan
– de paardenbloemachtige bloemhoofdjes, waarvan
– de onderste omwindselblaadjes uitstaan en
– de ruw behaarde, veerdelige, onderste bladeren

 

 

streepzaadgroot-110430-079

 

 

 

Algemeen

 

Groot streepzaad is een overblijvende plant van 40 tot 120 cm hoog, die groeit op vochtige, voedselrijke grond in graslanden, op dijken en in bermen. Ze is vrij algemeen voorkomend in de Lage landen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Groot streepzaad bloeit vanaf mei tot en met augustus met paardenbloemachtige bloemhoofdjes, die uitsluitend bestaan uit gele lintbloemen. De onderkant van de buitenste lintbloemen is geel, in tegenstelling tot paardenbloemstreepzaad, klein streepzaad, gekroesde- en gewone melkdistel. De omwindselblaadjes zijn behaard en hebben gelige of zwarte klierborstels. De onderste omwindselblaadjes staan van het hoofdje af.

 

 

groot streepzaad

 

 

 

 

 

 

 

paardenbloem

 

 

 

Blad en stengel

 

De stengels zijn verspreid ruw behaard, vaak rood aangelopen en in de bovenste helft vertakt, waardoor de bloemhoofdjes gerangschikt staan in een tuil. De bladeren zijn zeer variabel van vorm en eveneens ruw behaard vooral aan de onderkant. De onderste bladeren zijn veerdelig met slippen die richting de bladvoet wijzen. De bovenste zijn langwerpig, soms bochtig getand en met pijlvormige voet min of meer stengelomvattend.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– vrij algemeen tot zeer zeldzaam
– 40 tot 120 cm

Bloem
– geel
– vanaf mei t/m augustus
– hoofdjes in een tuil
– alleen lintbloemen
– 2 tot 3,5 cm
– stijlen geel

Blad
– verspreid en rozet
– enkelvoudig
– langwerpig tot veervormig
– top spits
– rand gaaf
– voet (half)stengelomvattend of
gevleugeld
– veernervig
– verspreid ruw behaard

Stengel
– rechtop
– verspreid ruw behaard
– gegroefd
– vaak rood aangelopen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

John Astria

Glad walstro : Galium mollugo

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

walstroglad-110519-217

 

 

Goed te herkennen aan
– de witte losse pluimen en
– de in kransen geplaatste smalle bladeren

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Glad walstro is een overblijvende plant, die groeit op vrij droge tot vrij natte, meer of minder voedselrijke grond in graslanden, in bermen, op dijken, in struikgewas, aan bosranden en in de zeeduinen. Ze is algemeen voorkomend.

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf mei tot en met september met opvallende witte losse pluimen en kan tot 1,2 meter hoog worden. Ze heeft een aangename geur en wordt dan ook graag door bijen bezocht. De bloemen zijn klein en de bloemdekbladen hebben een toegespitst topje.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren staan met 6 tot 8 in een krans om de stengel. De stengels zijn slap, kaal of weinig behaard, vierkantig en opstijgend of liggend.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

sterbladigenfamilie (Rubiaceae)
– overblijvend
– algemeen voorkomend
– 30 tot 120 cm

Bloem
– wit
– vanaf mei t/m september
– bijscherm
– 2 tot 5 mm
– stervormig
– 4 bloemdekbladen, niet vergroeid en
met 0,2 tot 0,3 mm lang topspitsje
– 4 meeldraden
– 2 stijlen

Blad
– kransstandig
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top toegespitst
– rand gaaf
– voet gevleugeld
– 1-nervig

Stengel
– opstijgend of liggend
– niet of weinig behaard
– vierkantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

JOHN ASTRIA

Gewone rolklaver : Lotus corniculatus

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

lotus-corniculatusg-gewone-rolklaver-05

 

 

Goed te herkennen aan
– de kleine, schermachtige trossen dooiergele vlinderbloemen,
– in de knop meestal rood en
– het samengestelde blad,
– waarvan 1 paar blaadjes aan de basis van de bladsteel zit en
– de deelblaadjes, waarvan de zij-nerven niet goed zichtbaar zijn

 

 

lotus-corniculatusg-gewone-rolklaver-01

 

 

 

Algemeen

 

Gewone rolklaver is een overblijvende plant van 5 tot 25 cm hoog, die groeit op vochtige tot droge, matige voedselrijke grond in lage graslanden ; de plant komt voor in de duinen en in laag grasland. De plant komt van nature voor in Eurazië en Noord-Afrika en is geïmporteerd in Noord-Amerika en wordt daar ook voor het winnen van veevoer gebruikt. De naam rolklaver verwijst naar de rechte, rolronde peulen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

Gewone rolklaver bloeit vanaf mei tot in de herfst met schermachtige trossen van 3-8 dooier-gele vlinderbloemen. In de knop zijn ze meestal rood. Gewone rolklaver is een belangrijke voedselplant voor het vee en schijnt een gunstige invloed te hebben op de smaak van de melk.

 

 

 

 

 

Blad

 

Kenmerkend voor de rolklavers is het blad, dat bestaat uit 5 deelblaadjes, waarvan het onderste paar direct aan de basis van de bladsteel staat, een eind verwijderd van de overige drie. Ze lijken op steunblaadjes, maar zijn het niet.

 

 

 

 

Algemeen

 

vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen tot minder algemeen
– 5 tot 25 cm

Bloem
– dooier-geel
– vanaf mei tot in de herfst
– schermachtige tros
– vlinderbloem
– vlag 10 tot 16 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– handvormig samengesteld
– top spits
– rand gaaf
– voet afgerond of wigvormig
– veernervig
– vaak behaard

Stengel
– opstijgend of liggend
– kaal of behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

JOHN ASTRIA

Esparcette : Onobrychis viciifolia

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

esparcette

.

.

Goed te herkennen aan
– de kegelvormige trossen rozerode bloemen met gestreepte vlag en
– de oneven geveerde bladeren, 6 – 14 paar

 

 

esparcette1_0

 

 

 

Algemeen

 

Esparcette komt oorspronkelijk uit het Middellandse Zeegebied en Zuid-Siberië. Ze is als veevoederplant ingevoerd in Europa.  Je vindt haar op vochtige, kalkrijke, grazige grond. De plant komt in de lage landen zowel gekweekt als verwilderd voor. In het zuiden van Europa is hij langs de weg of in droge graslanden te vinden. Esparcette is een overblijvende plant van 20 tot 70 cm hoog.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf mei tot en met juli met rozerode vlinderbloemen op zonnige plaatsen in graslanden, bermen en akkerranden. De bloemen staan in lange trossen, die tot vijftig bloemen kunnen bevatten. Een bloeiende esparcette heeft wat weg van lupine.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– overblijvend
– zeer zeldzaam, alleen in Zuid-Limburg
– 20 tot 70 cm

Bloem
– roze, rood
– vanaf mei t/m juli
– kegelvormige tros
– vlinderbloem
– 1 tot 1,5 cm
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld
– oneven veervormig, 6 tot 14 paar
– top spits of stekelpuntig
– rand gaaf
– veernervig

Stengel
– rechtop
– behaard
– geribd

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

mijne kop a4

 Echte koekoeksbloem : Silene flos-cuculi

Standaard

categorie :  Kamerplanten en bloemen

 

 

 

koekoekechte-100516-348

 

 

 

Goed te herkennen aan
de helder roze, beetje rommelige bloemen met 5 kroonbladen, die in 4 slippen verdeeld zijn

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Echte koekoeksbloem is een overblijvende plant van 30 tot 90 cm hoog. Ze is zeer algemeen voorkomend.
Je vindt echte koekoeksbloem in natte, matig voedselrijke grond in graslanden, duinvalleien en lichte loofbossen. Ook op veengrond.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Echte koekoeksbloem bloeit vanaf mei tot met juli met helder roze (soms witte) bloemen, waarvan de vijf kroonbladen verdeeld zijn in vier onregelmatige slippen met twee gevorkte witte schubben aan de basis.
Door verdeling van de kroonbladen in slippen hebben de bloemen een teer, maar beetje rommelig uiterlijk.

De bloemen vormen een schermachtige bloeiwijze aan de top van de stengels. De kroonbladen worden omgeven door een roodbruine kelkbuis met 5 toegespitste, driehoekige, korte tanden en 10 uitstekende nerven.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De vertakte stengels zijn groen van kleur en ruw behaard. Onder schrale en droge omstandigheden kunnen de stengels opvallend bruin kleuren. Ze dragen smalle lancetvormige ongesteelde bladeren. Onderaan de stengel staan een aantal gesteelde, langwerpige tot spatelvormige rozetbladeren.

 

 

 

 

 

lychnis-flos-cuculi-echte-koekoeksbloem-04

 

 

 

Algemeen

 

anjerfamilie (Caryophyllaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen tot zeer zeldzaam
– 30 tot 90 cm hoog

Bloem
– helder roze (soms wit)
– vanaf mei t/m juli
– gevorkt bijscherm
– 3 tot 4 cm
– stervormig
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 5 stijlen

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– top spits
– rand gaaf
– enigszins ruw
– stengelblad :
– lancetvormig
– niet gesteeld
– 1 nervig
– rozetblad :
– langwerpig tot spatelvormig
– gesteeld

Stengel
– rechtop en vertakt
– behaard
– kantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

John Astria