Tagarchief: groen

Titaniet, sfeen

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Algemeen

.

Het mineraal titaniet of sfeen is een fluor-houdend calciumtitaniumsilicaat met de chemische  formule CaTiSiO5. Zeldzame aardelementen als lanthaniumceriumpraseodymiumsamarium en neodymium komen in kleine hoeveelheden in het mineraal voor. Het mineraal behoort tot de nesosilicaten.

Het grijze, groene, gele, rode of roodbruine titaniet heeft een diamantglans, een rood-witte streepkleur en de splijting van het mineraal is duidelijk volgens het kristalvlak [110] en imperfect volgens [100] en [112]. Het kristalstelsel is monoklien. Het mineraal heeft een gemiddelde dichtheid van 3,48, de hardheid is 5 tot 5,5 en het mineraal is, door de insluitsels van de zeldzame aardelementen, mild radioactief. De gamma ray waarde volgens het American Petroleum Institute is 3805,77.

.

.

.

.

Naamgeving

.

De naam van het mineraal titaniet is afgeleid van de samenstelling; het bevat het element titanium.

.

.

.

.

Voorkomen

.

Het mineraal titaniet is een algemeen voorkomend mineraal in felsische dieptegesteenten, pegmatieten, gneisen, schisten en skarns. De typelocatie is Passau, Beieren, Duitsland. Titaniet komt ook voor in de zandfractie van Nederlandse Kwartaire riviersedimenten. In de zware metaalanalyse, zoals dat in Nederland bij de Rijks Geologische Dienst gedurende de tweede helft van de twintigste eeuw plaats vond, wordt het mineraal ingedeeld bij de zogenoemde instabiele groep. Het wordt daarin tot de vulkanische mineralen gerekend. Er worden verschillende variëteiten onderscheiden waarvan er een karakteristiek voor Maaszanden is.

.

.

.

.

Titaniet
Titanite crystals on Amphibole - Ochtendung, Eifel, Germany.jpg

.

.

Mineraal
Chemische formule CaTiAlFe3+SiO5F
Kleur Grijs, groen, geel, rood of roodbruin
Streepkleur Roodwit
Hardheid 5 – 5,5
Gemiddelde dichtheid 3,48 kg/dm3
Glans Diamantglans
Splijting [110] Duidelijk, [100] Imperfect, [112] Imperfect
Kristaloptiek
Kristalstelsel Monoklien

 

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

Puntwederik : Lysimachia punctata

Standaard

categorie :  Kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de schijnkransen van gele bloemen in een lange bebladerde pluim
– en de geheel groene kelkbladeren

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Puntwederik is een overblijvende tuinplant oorspronkelijk afkomstig uit Oost- en Zuidoost-Europa. De plant is verwilderd (via tuinafval) en kan zich meestal goed handhaven. Ze groeit op vochtige, moerassige plaatsen, ook op grazige plaatsen tussen bomen en struiken en wordt 0,4 tot 1 meter hoog.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Puntwederik bloeit vanaf juni tot en met augustus met 5-tallige gele bloemen, die met 2-8 in schijnkransen in de bovenste bladoksels staan. De kroonbladeren zijn klierachtig gewimperd en aan de basis vaak oranjebruin. De kelkbladen zijn geheel groen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad

 

De eironde tot langwerpige, behaarde en gewimperde, kort gesteelde bladeren zitten met 3 of 4 in kransen aan de rechtopstaande zacht behaarde stengels. Ze zijn aan de onderkant beklierd.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

puntwederik : gele bloemen in schijnkransen in langgerekte bebladerde pluimen, kelkbladen geheel groen, kroonbladen gewimperd.

 

grote wederik : gele bloemen in pyramide-vormige pluimen aan het einde van de stengels en zijstengels, kelkbladen roodachtig gerand.

 

 

grote wederik

 

 

 

Algemeen

 

– sleutelbloemfamilie (Primulaceae)
– overblijvend
– verwilderd vanuit tuinen
– 40 tot 100 cm

Bloem
– geel
– vanaf juni t/m augustus
– pluim
– stervormig
– tot 3 cm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– kransstandig, kort gesteeld
– enkelvoudig
– eirond tot langwerpig
– top spits
– rand gaaf, gewimperd
– voet afgerond
– veernervig
– zacht behaard
– onderkant beklierd

Stengel
– rechtop
– kort zacht behaard
– stomp vierkantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gedriet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

Algemene informatie

 

Gedriet, ook wel gedritiet, is een mineraal dat tot de amfibool (hoornblende) groep hoort van de inosilicaten. Het mineraal kan wit, grijs, groen, bruin en zwart van kleur zijn, die in verschillende waaiervormige tekeningen op de steen voorkomen.

 

 

 

Etymologie

 

Gedriet is vernoemd naar het de plaats Gèdres, in de Héas Vallei in Frankrijk.

 

 

 

 

Vindplaats

 

Gedriet wordt onder andere gevonden in Frankrijk, Scandinavië, Australië en de VS.

 

 

 

.

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: Mg2(Mg3Al2)(Si6Al2)O22(OH)2

hardheid: 5,5 – 6

dichtheid: 3,25

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De chacra’s

Standaard

categorie : reiki en de aura

 

 

 

Chacra’s draaikolken van energie

 

Het woord chacra, een therm afkomstig uit India, komt uit het Sanskriet en betekent wiel of circel. Het is een draaikolk van energie die een wisselwerking heeft tussen de aura ( het energieveld rond het lichaam) en het lichaam. De religieuze en filosofische begrippen van chacra’s als energiecentra stammen uit India. In Oosterse filosofieën worden chacra’s beschouwd als niveaus van bewustzijn. Ze hebben invloed op fysieke, emotionele, mentale en spirituele aspecten van een persoon.

 

 

 

 

 

 

    De werking van het metafysisch stelsel

 

 

Wat is metafysica

 

Metafysica is de leer die op zoek gaat naar het wezen van de werkelijkheid. Ze kan met zintuigeijke waarheid, de fysica, niet bewezen worden. Eén van die metafysische stelsels is het chacrasysteem. Het gaat hierbij om een theorie, niet om een religie.

 

 

De uitgangspunten van het chacrastelsel

 

1:er zijn zeven hoofdchacra’s die vertikaal liggen op de ruggengraat. Ze komen overeen met zeven zenuwknopen in het lichaam en hebben invloed op de mentale en lichamelijke gezondheid van de mens.

2: er zijn talrijke nevenchacra’s die met elkaar verbonden zijn door energiebanen, ook nadi’s genoemd.

3: de noodzakelijke, onzichtbare energie (prana) komt via de kruin van het hoofd het lichaam binnen, gaat langs de ruggengraat naar beneden en geeft zo zijn energie af aan elke chacra. De overtollige energie wordt afgevoerd naar de aarde via de voeten.

4: de zeven hoofdchacra’s hebben invloed op fysieke eigenschappen van het lichaam en op de bewustzijnsniveaus.

5: Hoe hoger de chacra in het lichaam, hoe groter het corresponderende bewustzijnsniveau.

6: de onderste chacra’s zijn op hun ontwikkelingsniveau even belangrijk dan de bovenste.

7: de chacra’s worden in stand gehouden door twee verticale stromen die elkaar kruisen in elke hoofdchacra.

8: elke chacra correspondeert met een kleur, toon en dimensie.

9: de chacra’s staan voortdurend met elkaar in wisselwerking en kunnen slechts theoretisch van elkaar gescheiden worden.

10: de chacra’s kunnen door meditatie, acupunctuur, yoga  en spirituele ontwikkeling ruimer geopend worden met als resultaat verandering van bewustzijn.

 

 

 

 

 

   De zeven hoofdchacra’s

 

Chacra één

 

-naam: de Muladhara of het wortelchacra.

-is gelegen aan de onderkant van de ruggengraat en wordt in verband gebracht met  overleven. Het corresponderende element is aarde.

-de kleur is rood.

-het zenuwknooppunt is de plexus coccygeus.

-endocriene stelsel: de testikels en de geslachtsorganen.

-de corresponderende lichaamsdelen: de benen, botten en dikke darm.

-bij slecht functioneren: zwaarlijvigheid, aambeien en constipatie.

-klinkerklank: o als in boot.

 

 

 

 

Chacra twee

 

-naam: de Swadhistana of het heiligbeenchacra.

-is gelegen in de onderbuik en wordt in verband gebracht met emoties en seksualiteit. Het corresponderende element is water.

-de kleur is oranje.

-het zenuwknooppunt is de ganglion spinale, ook sacrale chacra genoemd.

-endocriene stelsel: de eierstokken, prostaat en testikels.

-de corresponderende lichaamsdelen: de baarmoeder, genitaliën, nieren en de blaas.

-bij slecht functioneren: impotentie, frigiditeit, problemen met blaas en baarmoeder.

-klinkerklank: oe als in doe.

 

 

 

 

 

Chacra drie

 

-naam: de Manipura of het juweelchacra.

-is gelegen in de buurt van de solar plexus en wordt in verband gebracht met wilskracht. Het corresponderende element is vuur.

-de kleur is geel.

-het zenuwknooppunt is de solar plexus, ook zonnevlecht genoemd.

-endocriene stelsel: de alvleesklier en de bijnieren.

-de corresponderende lichaamsdelen: het spierstelsel en de spijsvertering.

-bij slecht functioneren: maagzweren en diabetes.

-klinkerklank: a als in vader.

 

 

 

Chacra vier

 

-naam: de Anahata of het hartchacra.

-is gelegen in de hartstreek en word in verband gebracht met liefde. Het corresponderende element is lucht.

-de kleur is groen.

-het zenuwknooppunt is de plexus cardiacus.

-endocriene stelsel: de hymusklier.

-de corresponderende lichaamsdelen: de longen, hart , armen en de handen.

-bij slecht functioneren: astma en hoge bloeddruk.

-klinkerklank: ee als in mee.

 

 

 

 

Chacra vijf

 

-naam: de Vishudda of het keelchacra.

-is gelegen in de buurt van het strottenhoofd en staat in verband met communicatie en creativiteit. Het corresponderende element is geluid.

-de kleur is blauw.

-het zenuwknooppunt is de plexus pharingeus.

-endocriene stelsel: de hypothalamus en de schildklier.

-de corresponderende lichaamsdelen: de keel, oren en de mond.

-bij slecht functioneren: nekpijn en de griep.

-klinkerklank: ie als in zie.

 

 

 

 

Chacra zes

 

-naam: de Ajna of het voorhoofdschacra.

-is gelegen in de buurt van het voorhoofd en wordt in verband gebracht met helderziendheid en intuïtie. Het corresponderende element is licht.

-de kleur is indigo.

-het zenuwknooppunt is de plexus caroticus.

-endocriene stelsel: de pijnappelklier.

-de corresponderende lichaamsdelen: de ogen.

-bij slecht functioneren: hoofdpijn, nachtmerries en blindheid.

-klinkerklank: de mmm als in ohm.

 

 

 

 

Chacra zeven

 

-naam: de Sahasrara of het kruinchacra.

-is gelegen in de buurt van de kruin en wordt in verband gebracht met kennis en inzicht. Het corresponderende element zijn gedachten.

-de kleur is violet.

-het zenuwknooppunt is de Cerebrale cortex.

-endocriene stelsel: de hypofyse.

-de corresponderende lichaamsdelen: het centrale zenuwstelsel en de hersenschors.

-bij slecht functioneren: vervreemding, verwarring en depressie.

-klinkerklank: ngng als in zing.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

 

 

 Poelruit : Thalictrum flavum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de op lange, onvertakte stengels staande lichtgele, geurende pluimen van dicht op elkaar staande bloemen met lange meeldraden

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Poelruit is een overblijvende plant, die groeit op natte, voedselrijke grond aan waterkanten, langs rivieren, in drassige graslanden, in grienden en moerassen. Ze is algemeen voorkomend in de Lage Landen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Poelruit bloeit in juni en juli met lichtgele, geurende pluimen. Bij nader bekijken blijken de bloeiende pluimen voornamelijk te bestaan uit lange meeldraden; die geven de pluimen hun kleur. Elke bloem heeft vier, smalle, groenig witte bloemdekbladen, die vrij snel afvallen. De knoppen zijn lichtgroen. De geurende bloemen bevatten geen nectar. Bezoekende insecten verzamelen stuifmeel en zorgen voor de bestuiving.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren zijn langer dan breed, 2- tot 3-voudig oneven geveerd. De deelblaadjes zijn handvormig en aan de onderkant grijsgroen met uitstekende nerven.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Poelruit wordt in de kruidengeneeskunde gebruikt als laxeermiddel.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soort

 

Op afstand lijkt de bloeiwijze van moerasspirea op die van poelruit; de pluimen van moerasspirea zijn echter witter en zien er wolliger uit. De bladeren van moerasspirea zijn afgebroken oneven geveerd met langwerpige, onregelmatig gezaagde deelblaadjes. Het bovenste blad is meestal 3- tot 5-lobbig. De bladeren van poelruit zijn oneven 2- tot 3-voudig geveerd met handvormige deelblaadjes

 

 

moerasspirea

 

 

 

blad moerasspirea

 

 

 

Algemeen

 

ranonkelfamilie (Ranunculaceae)
– overblijvend
– algemeen tot zeer zeldzaam
– 45 tot 90 cm

Bloem
– lichtgeel, wit, groen
– juni en juli
– pluim
– stervormig
– 4 bloemdekbladen, niet vergroeid
– 10 tot 20 meeldraden
– 10 tot 20 stijlen

Blad
– verspreid
– samengesteld
– oneven veervormig
– 2- tot 3-voudig geveerd
– top spits
– rand gaaf
– voet wigvormig
– handnervig

Stengel
– rechtop
– kaal
– rond en geribd

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Schaap en herder in de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Eeuwig leven gevend water of de eeuwige dood

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Schaap en herder

 

Wij lezen in de Bijbel vaak over schapen en herders. De bekendste van alle psalmen (Psalm 23) gebruikt hen als beeld van de zorg die God (en zijn Zoon) voor zijn volk heeft:

 

“De Heer is mijn herder, het ontbreekt mij aan niets.”

 

 

Psalm 23

 

1 Een lied van David.
.
De Heer zorgt voor mij zoals een herder voor zijn schapen zorgt.
Ik kom niets tekort.
2 Hij laat mij rusten in groene velden.
Hij laat mij drinken uit rustige stroompjes.
3 Hij geeft me kracht.
Hij helpt me om te leven zoals Hij het wil,
omdat Hij dat heeft beloofd.
4 Zelfs als ik door een diep, donker dal ga,
een dal van moeilijkheden,
ben ik nergens bang voor, want U bent bij mij.
Met uw stok en uw herdersstaf
beschermt U mij en stuurt U mij bij.
Het troost mij dat U dat doet.
5 Mijn vijanden zien hoe goed U voor mij bent:
U zet een feestmaaltijd voor mij neer.
U zalft mijn hoofd met zalf-olie.
U schenkt mijn beker zó vol dat hij overloopt.
6 Uw goedheid en liefde zijn mijn leven lang bij mij.
Ik mag mijn hele leven dicht bij U zijn.

 

 

De goede herder

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Maar de taak van de traditionele herder in het Midden-Oosten verschilt enorm van die van een West-Europese herder. Om een begrip te vormen van de betekenis van wat hierover in de Bijbel wordt verteld, is het nuttig eens te kijken naar die oude gewoonten, die de Arabieren in het moderne Israël nog steeds vasthouden. Omdat Psalm 23 van de hand van David komt, weerspiegelt het de herderspraktijken in de heuvels van Judea, ten zuiden van Jeruzalem. Het terrein is er ruig en schraal, met diepe ravijnen die naar de Dode Zee afdalen. Vers 2 zegt:

 

“Hij laat mij rusten in groene weiden en voert mij naar vredig water (‘rustige wateren’, NBG ’51).”

 

Hier ontbreekt het niet aan groene weiden, en de boer kan de schapen er gewoon op loslaten. In de heuvels van Judea moest de herder het groen echt zoeken. Hij moest er ook op letten dat de schapen daar bleven, en niet af-dwaalden naar verlaten streken, waar geen gras groeide. Beken in dat gebied vloeien snel met cascades en water-vallen. Maar de herder heeft daar niets aan, want schapen houden niet van harde geluiden en het wilde water weerhoudt ze te drinken. Dus zijn de herder en zijn schapen aangewezen op poelen, of de zacht vloeiende delen van een beek.

Desnoods creëert hij zulke drinkplaatsen, door de stroom met stenen af te dammen. Of, hij haalt water uit een put en giet het in een drinkbak, zoals wij in Exodus 2:16 lezen. Wij zien dus hoe God in zijn wijsheid schapen op een zodanige manier geschapen heeft, dat zij een passend beeld voor ons mensen zijn. Net als zij, hebben wij een Herder nodig, die ons naar rustige plekken kan brengen, en te verfrissen door het water des levens.

 

 

 

 

 

 

Fuchsiet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemene informatie

 

Fuchsiet is een groene variant muscoviet met een hoog chroom-gehalte. De steen is doorzichtig tot doorschij- nend met een glasachtige glans. Het hoort bij een groep mineralen die in één richting splijtbaar is. Meestal wordt fuchsiet gevonden in grote massa’s die zijn opgebouwd uit dunne lagen en schilfers. De kristallen vormen zeshoekige bladen of zijn prismatisch. Fuchsiet is chroomhoudend en daardoor groen van kleur. Fuchsiet komt echter niet zo vaak voor. Heel mooi zijn stukken fuchsiet waarin robijnen groeien.

 

 

 

.

 

Naamgeving

.

Fuchsiet is genoemd naar de Duitse mineraloog J.N. von Fuchs

 

 

 

 

Vindplaats

 

Brazilië, India, Oostenrijk, Tsjechië, Rusland.

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

chemische samenstelling: K(Al,Cr)2(OH,F)2AlSi3O10

Mineraalgroep: silicaten
Kristalstelsel: monoclien
Vorming: tertiair
Hardheid: 2,5
Kleur: groen, doorschijnend
Glans: parelmoer tot zijdeachtig
Vindplaatsen: Brazilië, India, Oostenrijk, Tsjechië, Rusland, Zwitserland, Italië
Bewerking: trommelen, polijsten

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

Picture stone, landschapsjaspis

Standaard

    categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen     

 

 

 

Jaspis Algemeen

 

Jaspis is een Chalcedoon variëteit die bestaat uit fijnkorrelige kwarts met een veelheid aan insluitsels. De oorspronkelijk kiezelzuuroplossing dringt door klei- of zandachtig gesteente, of hij zit vol met een veelheid aan zwevende deeltjes. Als het kiezelzuur stolt tot kwarts, blijven de klei, de zandachtige, of zwevende deeltjes in het zich vormende Jaspis ingesloten. Zo krijgt de Jaspis zijn kleur en tekening.
In rode Jaspis zit o.a. ijzeroxide Fe Oof  FeO4. De gele kleur ontstaat door ijzerhydroxide verbindingen Fe, O, OH. Groen ontstaat door ijzersilicaat Fe, Si en bruintinten door een menging van elementen van de gele en de groene Jaspis. Jaspis kan eigenlijk bijna overal op de wereld ontstaan en daarom is de tekening en kleurschakering zeer gevarieerd.

 

 

 

 

 

Belangrijke vindplaatsen:

 

Australië, Egypte, Duitsland, Frankrijk, India.

 

 

 

 

 

Mineraalgroep:

 

oxiden, kwartsgroep.

 

 

 

 

Vorming: 

 

 secundair.

 

 

 

 

Kristalstelsel:

 

trigonaal

 

 

 

 

   Hardheid; 

 

6,5 -7

 

 

 

 

Kleur; 

 

geel, geel-bruin met zwarte tekeningen

 

 

 

 

Chemische formule, mineraalvormende elementen; 

 

SiO+ Fe,O,OH,Si

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Liggende ganzerik : Potentilla supina

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de lichtgele bloemetjes, waarvan de 5 kroonbladen elkaar niet raken
– en korter dan of even lang zijn als de kelkbladen en
– de oneven geveerde, van onderen groene bladeren en
– de liggende, behaarde, ronde, niet wortelende stengels

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Liggende ganzerik is een eenjarige plant die groeit op open, natte, ’s zomers droogvallende, voedselrijke grond aan rivieroevers en op omgewerkte grond.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Liggende ganzerik bloeit vanaf juni tot en met september. De bloemen staan in de bladoksels. Ze hebben 5 lichtgele, omgekeerd eironde kroonbladen die elkaar duidelijk niet raken en die hoogstens zo lang zijn als de kelkbladen. Naast 5 kelkbladen hebben de bloemen ook 5 bij-kelkbladen, die langer zijn dan de kelkbladen. De bloemstelen buigen zich na de bloeitijd naar beneden.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De zacht behaarde bladeren zijn oneven veervormig met 3 tot 7 blaadjes. Naar boven toe wordt het aantal deelblaadjes minder. De onderste bladeren zijn gesteeld, de bovenste hebben een aflopende voet. De deelblaadjes zijn eirond tot langwerpig, hebben een gezaagde of diep gekartelde rand en zijn aan de onderkant groen; dit in tegenstelling tot de bladeren van zilverschoon, die aan de onderkant zilverwit zijn. De niet wortelende stengels zijn afstaand of iets aangedrukt, zacht behaard en meestal groen, soms iets paarsig aangelopen. Ze zijn slap, liggen op de grond of hangen op omringende vegetatie.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Het geslacht Potentilla kent ongeveer 500 soorten. In de Lage Landen komen 12 soorten voor, waarvan sommigen op het eerste gezicht veel op elkaar lijken. Samen met zilverschoon onderscheidt liggende ganzerik zich van de andere Potentilla’s door de oneven veervormig samengestelde bladeren.

 

 

zilverschoon

 

 

 

Algemeen

 

rozenfamilie (Rosaceae)
– eenjarig
– vrij tot zeer zeldzaam
– 5 tot 45 cm

Bloem
– lichtgeel
– vanaf juni t/m september
– alleenstaand
– stervormig
– 5 tot 10 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 bijkelkbladen
– meer dan 20 meeldraden
– meer dan 20 stijlen

Blad
– verspreid
– samengesteld
– veervormig oneven
– top spits of stomp
– rand gezaagd of diep gekarteld
– voet wigvormig
– veernervig
– zacht behaard

Stengel
– liggend of opstijgend
– behaard

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Knopig helmkruid : Scrophularia nodosa

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– forse plant met meerdere rechtopstaande stevige stengels en
– eindelingse, langwerpige, losse pluimen met kleine bloemen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Knopig helmkruid is een zeer algemeen voorkomende, onaangenaam geurende, overblijvende plant, die groeit op vochtige, voedselrijke grond in loofbossen, kapvlakten, boszomen en bermen. Ze wordt 30 tot 120 cm hoog en is zeer algemeen voorkomend in de Lage Landen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Knopig helmkruid bloeit vanaf juni tot en met september met talrijke bloemen in losse, langwerpige, eindelingse pluimen. De bloemkroon is deels roodbruin en deels groenachtig geel, soms helemaal groenachtig geel. De 5 kroonbladen zijn met elkaar vergroeid, waardoor een iets klokvormige bloem is ontstaan. De bovenste twee kroonslippen zijn groter dan de andere drie. Onder die twee slippen zit het staminodium, een onvruchtbare meeldraad. De overige vier vruchtbare meeldraden zijn de vier créme-kleurige bolletjes.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Vroeger werd knopig helmkruid gebruikt ter behandeling van aambeien, zweren, jeuk en veel andere huid- klachten.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

knopig helmkruid : bladeren zonder zijlobben, stengel niet of smal gevleugeld (tot 1 mm), bloemkroon deels roodbruin, deels groenachtig geel, soms geheel groenachtig geel.

geoord helmkruid : onderste bladeren meestal met 1 of 2 kleine zijlobben aan de top van de bladsteel, bloemkroon donker paarsachtig bruin en alleen aan de voet groen.

gevleugeld helmkruid : bladeren zonder zijlobben, stengel breder gevleugeld (1 – 3 mm), bloemkroon rood paarsbruin en aan de voet geelachtig groen, bloeit later dan de andere twee.

 

 

geoord helmkruid

 

 

 

gevleugeld helmkruid

 

 

 

Algemeen

 

helmkruidfamilie (Scrophulariaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen tot vrij zeldzaam
– 30 tot 120 cm hoog

Bloem
– groengeel en roodbruin
– vanaf juni t/m september
– langwerpige pluim
– klokvormig
– 7 tot 9 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen
– 4 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– langwerpig of eirond
– top spits
– rand dubbel of onregelmatig gezaagd
– voet hartvormig of afgerond
– netnervig

Stengel
– rechtop
– kaal of in de bloeiwijze klierachtig   behaard
– scherp vierkant, soms heel

zie wilde bloemen