Tagarchief: jeruzalem

Contradicties in de bijbel : deel 5

Standaard

categorie : religie 

 

 

 

 

jezus_bijbel

 

.

1 Koningen 4:26 vs. 2 Kronieken 9:25

 

1 Koningen 4:26 (Statenvertaling)
26 Salomo had ook veertig duizend paardenstallen tot zijn wagenen, en twaalf duizend ruiteren.

2 Kronieken 9:25 (Statenvertaling)
25 Ook had Salomo vier duizend paardenstallen, en wagenen, en twaalf duizend ruiteren; en hij legde ze in de wagensteden, en bij den koning te Jeruzalem.

(In sommige vertalingen, waaronder de Nieuwe Bijbel Vertaling 2004 en de Groot Nieuws Bijbel, is 1 Koningen 4:26 geclassificeerd als 5:6.)

Dit is opnieuw de Statenvertaling, want in de NBG ’51 vertaling staat er ‘veertigduizend kribben.’ In de NBG dus geen tegenstrijdigheid. Maar in de grondtekst staat in beide verzen precies hetzelfde woord in precies dezelfde context, dus denk ik niet dat hierin de oplossing ligt.

Waarschijnlijk is de contradictie ontstaan door een kopieerfout in Koningen. 4000 paardenstallen is een realistisch aantal voor een land van die grootte en past beter bij het aantal ruiters.

Het is slechts een klein verschil in spelling, dus deze oplossing is niet onredelijk.

 

 

 

1 Koningen 5:16 vs. 2 Kronieken 2:2

 

1 Koningen 5:16
16 behalve Salomo’s hoofdopzichters over de arbeid, drieduizend driehonderd, die aangesteld waren over het volk dat de arbeid verrichtte.

2 Kronieken 2:2
2 En Salomo wees een getal aan van zeventigduizend man lastdragers, tachtigduizend steenhouwers in het gebergte en drieduizend en zeshonderd opzichters over hen.

Er zijn verschillende oplossingen geopperd, maar ik zou toch gaan voor een kopieerfout in 1 Koningen, waar oorspronkelijk ook 3.600 stond. Dit wordt ondersteund door de LXX, waar in beide verzen 3.600 genoemd wordt.

 

 

 

1 Koningen 7:26 vs. 2 Kronieken 4:5

 

1 Koningen 7:26
26 Haar dikte was een handbreed en haar rand was in de vorm van een bekerrand, een leliekelk. Zij had een inhoud van tweeduizend bath.

2 Kronieken 4:5
5 Haar dikte was een handbreed en haar rand had de vorm van een bekerrand, van een leliekelk. Zij had een inhoud van drieduizend bath.

Koningen en Kronieken zijn niet op hetzelfde moment geschreven en maten kunnen veranderen, dat is over de eeuwen regelmatig gebeurd en zou in dit geval ook gebeurd kunnen zijn. Maar er zijn andere mogelijkheden.

‘Die hard’ aanhangers van de ‘KJB’ (zij noemen het de King James Bible, maar over het algemeen is deze vertaling bekend als King James Version, dus KJV) zijn van mening dat de King James de enige goede vertaling is. Ze doen uitspraken als:

One of the proofs of the true Holy Bible, which in English is the King James Bible of 1611, is that it contains no proveable errors.
Will Kinney

Ze lossen de contradictie als volgt op:

1 Koningen 7:26
26 And it was an hand breadth thick, and the brim thereof was wrought like the brim of a cup, with flowers of lilies: it contained two thousand baths.

2 Kronieken 4:5 (King James Bible)
5 And the thickness of it was an handbreadth, and the brim of it like the work of the brim of a cup, with flowers of lilies; and it received and held three thousand baths.

2 Kronieken 4:5 bevat een extra werkwoord, namelijk ‘received.’ In de grondtekst staat dat extra werkwoord er inderdaad (‘chazaq’), hier rood gedrukt:

Letterlijk staat er: ‘chazaq bath drie duizend bevat.’

De KJV aanhangers zeggen, op grond van dit extra werkwoord, dat de ‘zee’ (zoals het genoemd werd) in Kronieken tot haar maximale capaciteit gevuld werd, terwijl 1 Koningen aangeeft hoeveel water de ‘zee’ normaal bevatte.

 

 

full11893219

 

.

 

1 Koningen 8:15,16 vs. 2 Kronieken 6:4-6

 

1 Koningen 8:15,16
15 En hij zeide: Geprezen zij de HERE, de God van Israël, die met zijn hand volbracht heeft, hetgeen Hij met zijn mond aldus tot mijn vader David gesproken had: 16 van de dag af, dat Ik mijn volk Israël uit Egypte leidde, heb Ik geen stad uit alle stammen van Israël verkoren om er een huis te bouwen, opdat mijn naam daar zijn zou, maar Ik heb David verkoren om over mijn volk Israël te heersen.

2 Kronieken 6:4-6
4 En hij zeide: Geprezen zij de HERE, de God van Israël, die met zijn handen volbracht heeft, hetgeen Hij met zijn mond aldus tot mijn vader David gesproken had: 5 van de dag aan, dat Ik mijn volk uit het land Egypte leidde, heb Ik geen stád uit alle stammen van Israël verkoren, om er een huis te bouwen, opdat mijn naam daar zijn zou, en geen mán verkoren, om vorst te zijn over mijn volk Israël; 6 maar nu heb Ik Jeruzalem verkoren, opdat mijn naam daar zijn zou, en heb Ik David verkoren, opdat hij over mijn volk Israël zou heersen.

Dit zijn twee citaten van God, die iets verschillen. Maar dit is niet tegenstrijdig, Kronieken is een aanvulling op Koningen. Dat betekent niet dat Koningen fout is, maar dat betekent simpelweg dat de schrijver van Koningen een kleiner gedeelte van Gods uitspraak geselecteerd heeft dan de auteur van Kronieken. Zie ook Matteüs 27:37 vs. Markus 15:26 vs. Lukas 23:38 vs. Johannes 19:19.

Merk wederom op dat veel Bijbelse citaties in feite parafrases zijn en dus niet exact weergeven wat er gezegd is. Waar het om gaat is dat de inhoud correct wordt weergegeven.

 

 

 

1 Koningen 16:8 vs. 2 Kronieken 16:1

 

1 Koningen 16:8
8 In het zesentwintigste jaar van Asa, de koning van Juda, werd Ela, de zoon van Basa, koning over Israël te Tirsa; twee jaar.

2 Kronieken 16:1
1 In het zesendertigste jaar der regering van Asa trok Basa, de koning van Israël, op tegen Juda en versterkte Rama, om alle verkeer van en naar Asa, de koning van Juda, te verhinderen.

De contradictie is hier dat Basa in het 26ste jaar van Asa stierf, maar in het 36ste jaar van Asa nog de stad Rama liet fortificeren. En dat is onmogelijk, want toen was hij al 10 jaar dood.

Deze tegenstrijdigheid wordt over het algemeen opgelost door te veronderstellen dat 2 Kronieken 16:1 eigenlijk spreekt over het zesendertigste jaar sinds het bestaan van het Zuidelijke Koninkrijk. Het Hebreeuwse woord voor ‘regering’ is ‘malkuwth,’ wat ook ‘koninkrijk’ kan betekenen.

In dat geval zou het om het 16de jaar van Asa gaan, dus tien jaar voor Basa’s dood.

 

 

 

1 Koningen 22:23 vs. Hebreeën 6:18

 

1 Koningen 22:23
23 Nu dan, zie, de HERE heeft een leugengeest gegeven in de mond van al deze profeten van u, en de HERE heeft onheil over u besloten.

Hebreeën 6:18
18 opdat door twee onveranderlijke dingen, waarbij het onmogelijk is, dat God liegen zou, wij, die (tot Hem de) toevlucht genomen hebben, een krachtige aansporing zouden hebben om de hoop te grijpen, die voor ons ligt.

Ik raad iedereen aan de context van 1 Koningen 22 te lezen.

In Deuteronomium 28:20 staat dat de straf voor Israëls goddeloosheid verwarring zou zijn. Zo is de verwarring die God sticht aan het hof van koning Achab Gods oordeel voor zijn goddeloosheid.

Als je het verhaal in 1 Koningen 22 leest, zie je dat Achab eigenlijk helemaal niet geïnteresseerd is in de waarheid (net als in de tijd van Jeremia). Hij verzamelde valse profeten om zich heen, omdat die hem vertelden wat hij wilde horen. De Bijbel zegt over zulke mensen:

Ezechiël 14:4
4 Daarom spreek met hen, en zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Een  ieder man uit het huis Israels, die de drekgoden in zijn hart opzet, en  den aanstoot zijner ongerechtigheid recht voor zijn aangezicht stelt,  en komt tot den profeet, Ik, de HEERE zal hem, als hij komt, antwoorden  naar de menigte zijner drekgoden;

Principe: de straf voor graag in de leugen verkeren, is in de leugen blijven. De straf komt overeen met de misdaad.

Maar merk op dat zowel in Jeremia’s tijd, als in dit geval van koning Achab, God de Israëlieten niet over liet aan de leugens die de valse profeten hen vertelden. Ze kregen alsnog de waarheid te horen, in Achab’s geval via de dienst van de profeet Micha.

Samenvatting:

  • De straf voor goddeloosheid is verwarring (en Achab was zeer goddeloos).
  • Achab wilde de waarheid niet horen.
  • De straf voor graag in de leugen verkeren is in de leugen blijven.
  • Ondanks alles vertelt God alsnog de waarheid, zelfs over de manier waarop de profeten bij hun leugens kwamen.

Als God werkelijk wilde liegen, zou Hij de waarheid niet openbaar gemaakt hebben.

 

 

 

2 Koningen 8:26 vs. 2 Kronieken 22:2

 

 

2 Koningen 8:26
26 Tweeëntwintig jaar was Achazja oud, toen hij koning werd; hij regeerde een jaar te Jeruzalem; zijn moeder heette Atalja; zij was de kleindochter van Omri, de koning van Israël.

2 Kronieken 22:2
2 Achazja was tweeënveertig jaar oud, toen hij koning werd, en hij regeerde één jaar te Jeruzalem. Zijn moeder heette Atalja; zij was de kleindochter van Omri.

Opnieuw een kopieerfout, zou ik zeggen. Tweeëntwintig is het juiste getal, dit wordt ondersteund door sommige LXX en Syrische manuscripten.

 

 

 

2 Koningen 24:8 vs. 2 Kronieken 36:9

 

2 Koningen 24:8 (Statenvertaling)
8 Jojachin was achttien jaren oud, toen hij koning werd, en regeerde drie maanden te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Nehusta, een dochter van Elnathan, van Jeruzalem.

2 Kronieken 36:9 (Statenvertaling(
9 Acht jaren was Jojachin oud, als hij koning werd, en regeerde drie maanden en tien dagen te Jeruzalem, en deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN.

Eén van de mogelijke verklaringen die hiervoor gegeven wordt is dat Josia, Jojakin’s grootvader (ik gebruik de NBG namen, dus Jojakin i.p.v. Jojachin), Jojakin benoemde als opvolger, vlak voordat Josia optrok tegen de Egyptenaren, waarbij hij om het leven kwam. Toen zou Jojakin ongeveer acht jaar oud geweest moeten zijn.

Josia zag dat zijn zonen (1 Kronieken 3:15) goddeloos waren en hoopte dat Jojakin het er beter van af zou brengen. Hij zou er geen probleem mee gehad hebben een achtjarige op de troon te zetten, aangezien Josia zelf acht was toen hij koning werd (2 Koningen 22:1).

De enige manier waarop een kleinzoon troonopvolger kon zijn, terwijl zijn vader en ooms nog in leven waren, was via een adoptie waardoor hij ‘officieel’ de zoon werd van Josia. Zijn vader en ooms werden dus tevens zijn broers. Deze oplossing geniet Bijbelse ondersteuning:

Matteüs 1:11
11 Josia verwekte Jechonja en diens broeders ten tijde van de Babylonische ballingschap.

Jechonja is een andere naam voor Jojakin (zie 1 Kronieken 3:16). De broeders in dit vers zijn eigenlijk zijn ooms en vader.

2 Kronieken 36:10 (NBV 2004)
10 Bij het aanbreken van het voorjaar liet koning Nebukadnessar hem en ook de kostbaarheden uit de tempel van de HEER naar Babel brengen. Nebukadnessar stelde Jojachin’s broer Sedekia als koning van Juda en Jeruzalem aan.

Hier wordt Sedekia, een oom van Jojakin, zijn broer genoemd. Dit kan alleen als Josia hem als zoon aangenomen heeft. (Er moet toegegeven worden dat het woord voor ‘broer’ een wat bredere betekenis heeft en ook bloedverwant kan betekenen. Maar in veruit de meeste gevallen is het gewoon broer.)

Maar het volk koos Joachaz als Josia’s opvolger, die maar drie maanden regeerde. Daarna regeerde Jajokim voor elf jaar (dit moet dan een naar boven afgerond getal zijn). Toen besteeg Jojakin eindelijk de troon, op zijn achttiende.

Dus volgens deze uitleg geeft 2 Kronieken 36:9 de leeftijd waarop hij officieel koning werd, terwijl 2 Koningen 24:8 aangeeft wanneer hij werkelijk de troon besteeg.

Het alternatief voor deze enigszins speculatieve oplossing is een kopieerfout in één van de teksten. Het betreft een getal, en getallen zijn extra kwetsbaar voor kopieerfouten.

 

 

 

2 Koningen 25:8,9 vs. Jeremia 52:12,13

 

2 Koningen 25:8,9
8 Daarna, in de vijfde maand, op de zevende van de maand – dat was het negentiende jaar van koning Nebukadnessar, de koning van Babel – kwam Nebuzaradan, de bevelhebber van de lijfwacht, de dienaar van de koning van Babel, te Jeruzalem, 9 en verbrandde het huis des HEREN en het koninklijk paleis; alle huizen in Jeruzalem, althans alle huizen der aanzienlijken, verbrandde hij met vuur.

Jeremia 52:12,13
12 Daarna, in de vijfde maand, op de tiende van de maand – dat jaar was het negentiende jaar van koning Nebukadressar, de koning van Babel – kwam Nebuzaradan, de bevelhebber van de lijfwacht, die voor het aangezicht van de koning van Babel stond, te Jeruzalem, 13 en verbrandde het huis des HEREN en het koninklijk paleis; alle huizen van Jeruzalem, althans alle huizen der aanzienlijken, verbrandde hij met vuur.

De 17de-eeuwse historicus Archbishop James Ussher sprong flexibel om met deze schijnbare tegenstrijdigheid:

3416d AM, 4126 JP, 588 BC
850 On the seventh day of the fifth month (Wednesday, August 24), Nebuzaradan, captain of the guard, was ordered by Nebuchadnezzar to enter the city. {2Ki 25:8} He spent two days preparing provisions. On the tenth day that month (Saturday, August 27), he carried out his orders. He set fire to the temple and to the king’s palace. He also burned all the nobleman’s houses to the ground, with all the rest of the houses in Jerusalem. {Jer 52:13 39:8}
James Ussher, Annals of the World, The Fifth Age, p. 104

Er zijn allicht wel meer verklaringen te bedenken. Het is, zoals altijd, aan de scepticus om te bewijzen dat de twee verslagen werkelijk niet te harmoniseren zijn.

 

 

 

2 Koningen 25:19 vs. Jeremia 52:25

 

2 Koningen 25:19
19 en uit de stad nam hij één hoveling, die het bevel had over de krijgslieden, en vijf mannen uit de onmiddellijke omgeving van de koning, die in de stad aangetroffen werden, en de schrijver van de legeroverste, die het volk des lands tot de krijgsdienst opriep, en zestig mannen uit het volk des lands, die binnen de stad aangetroffen werden.

Jeremia 52:25
25 en uit de stad nam hij één hoveling, die het bevel had over de krijgslieden, en zeven mannen uit de onmiddellijke omgeving van de koning, die in de stad aangetroffen werden, en de schrijver van de legeroverste, die het volk des lands tot de krijgsdienst opriep, en zestig mannen uit het volk des lands, die binnen de stad aangetroffen werden.

Vijf mannen uit de onmiddellijke omgeving van de koning, of zeven? Een vroege kopieerfout schijnt de enige oplossing, aangezien ook de LXX deze contradictie bevat. Dit is ook één van de weinige gevallen waarin we niet kunnen bepalen welk getal correct is en welke niet, aangezien beiden even waarschijnlijk zijn.

 

 

 

2 Kronieken 36:1 vs. Jeremia 22:11

 

2 Kronieken 36:1
1 Daarop nam het volk des lands Joachaz, de zoon van Josia, en maakte hem koning in Jeruzalem, in de plaats van zijn vader.

Jeremia 22:11
11 Want zo zegt de HERE van Sallum, de zoon van Josia, de koning van Juda, die na zijn vader Josia koning is geworden, die uit deze plaats vertrokken is: Hij zal daar niet weer terugkeren,

Joachaz en Sallum waren één en dezelfde persoon. Archbishop James Ussher schrijft hierover in zijn Annals of the World:

3371c AM, 4081 JP, 633 BC
732 In this year, Josia had a son called Shallum or Jehoahaz by Hamutal, the daughter of Jeremiah of Libnah. He was made king after his father at the age of twenty-three years. The people chose him as king, passing over his older brothers. {2Ki 23:30,31} [E79] It seems the name of Shallum was changed to Jehoahaz for good luck, as the other Shallum, the son of Jabesh, only ruled one month before he was murdered by Menahem. {2Ki 15:13,14}

James Ussher, Annals of the World, The Fifth Age, p. 91

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Profetieën in het Oude Testament over Christus.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Wanneer zal de Messias Jeruzalem binnengaan en

zichzelf als koning presenteren?

 

 

 

Afbeelding (5)

 

Aartsengel Michaël : Pasteltekening gemaakt door John Astria

 

 

Voorzegging: De Messias zal 69 x 7 jaar (483 jaar) na de

herbouw van de muur van Jeruzalem komen.

 

Bron: “Zeventig weken zijn vastgesteld voor je volk en je heilige stad, voordat aan de overtredingen een einde komt en de zonden zijn afgesloten, voordat het wangedrag is vergolden en eeuwige gerechtigheid is gebracht, voordat het profetisch visioen bezegeld is en het allerheiligste gewijd. Je moet weten en begrijpen: Vanaf het ogenblik waarop het woord is uitgegaan dat Jeruzalem hersteld en weer opgebouwd zal worden tot het tijdstip waarop een gezalfde vorst verschijnt, zullen zeven weken verstrijken; en het herstel en de wederopbouw van de stad, met pleinen en wallen en al, zal tweeënzestig weken duren, en het zal een tijd van verdrukking zijn. Na de tweeënzestig weken zal een gezalfde worden vermoord, zonder dat iemand het voor hem opneemt. Het volk van een toekomstige vorst zal verderf brengen over de stad en het heiligdom. Hij zal zijn einde vinden in een overstroming. Tot aan het einde van de strijd zullen er verwoestingen zijn, zoals is vastgesteld.” (Daniël 9:24-26, ongeveer 500 jaar voor de geboorte van Jezus Christus geschreven).

Vervulling: Toen ze Jeruzalem naderden en bij Betfage op de Olijfberg kwamen, stuurde Jezus er twee leerlingen op uit. Zijn opdracht luidde: ‘Ga naar het dorp dat daar ligt. Vrijwel direct zullen jullie er een ezelin zien, die daar vastgebonden staat met haar veulen. Maak de dieren los en breng ze bij me. En als iemand jullie iets vraagt, antwoord dan: “De Heer heeft ze nodig.” Dan zal men ze meteen meegeven.’ Dit is gebeurd opdat in vervulling zou gaan wat gezegd is door de profeet: ‘Zeg tegen Sion: “Kijk, je koning is in aantocht, hij is zachtmoedig en rijdt op een ezelin en op een veulen, het jong van een lastdier.”’ De leerlingen gingen op weg en deden wat Jezus hun had opgedragen. Ze brachten de ezelin en het veulen mee, legden er mantels op en lieten Jezus daarop plaatsnemen. Vanuit de menigte spreidden velen hun mantels op de weg uit, anderen braken twijgen van de bomen en spreidden die uit op de weg. De talloze mensen die voor hem uit liepen en achter hem aan kwamen, riepen luidkeels: ‘Hosanna voor de Zoon van David! Gezegend hij die komt in de naam van de Heer. Hosanna in de hemel!’ Toen hij Jeruzalem binnenging, raakte de hele stad in rep en roer. ‘Wie is die man?’ wilde men weten. Uit de menigte werd geantwoord: ‘Dat is Jezus, de profeet uit Nazaret in Galilea.’ (Matteüs 21:1-11)

 

Uitleg: Samenvattend staat in het tekstgedeelte het volgende:

  • er komt een verordening om Jeruzalem te herbouwen;
  • Jeruzalem en de tempel zullen herbouwd worden;
  • de gezalfde zal vermoord worden;
  • Jeruzalem en de tempel zullen opnieuw worden verwoest.

 

Deze profetie uit het Bijbelboek Daniël voorspelt heel specifiek de dag waarop Jezus Christus Jeruzalem zou binnengaan. De website ‘Alles over Waarheid’ vat de vervulling van deze profetie kernachtig samen:

 

  • “De profetie stelt: 69 weken van jaren (69 x 7 = 483 jaar) zouden voorbijgaan tussen de verordening om Jeruzalem te herbouwen en de komst van de Messias. Dit is volgens de Babylonische kalender die 360 dagen telt, omdat het boek Daniël in Babylon werd geschreven tijdens het Joodse gevangenschap na de val van Jeruzalem. Dus, 483 jaren x 360 dagen = 173,880 dagen. Volgens de verslagen die door Sir Henry Creswicke Rawlinson in het Shushan (Susa) Paleis werden gevonden, en die door Nehemia 2:1 worden bevestigd, werd deze verordening op 14 maart, 445 voor Christus, uitgevaardigd door Artaxerxes Longimanus. Precies 173,880 dagen later, op 6 April, 32 na Christus, rijdt Jezus op een ezel Jeruzalem binnen (…). De wereld viert deze dag als Palmzondag. Vier dagen later werd Christus aan het kruis vermoord.”

 

Dat Jezus op een ezel Jeruzalem zou binnengaan als koning is voorzegd in Zacharia 9:9:

“Juich, Sion,
Jeruzalem, schreeuw het uit van vreugde!
Je koning is in aantocht,
bekleed met gerechtigheid en zege.
Nederig komt hij aanrijden op een ezel,
op een hengstveulen, het jong van een ezelin.”

 

 

op21 a4

 

Het nieuwe Jeruzalem : pasteltekening gemaakt door John Astria

 

 

 

De bediening van de Messias

 

Voorzegging: Hij heeft een bediening om goed nieuws brengen aan de armen, degenen op te beuren wie alle moed verloren hebben, gevangenen de vrijheid aan te zeggen en wie opgesloten zitten, los te laten.

 

Bron: De geest van God, de Heer, rust op mij, want de Heer heeft mij gezalfd. Om aan armen het goede nieuws te brengen heeft hij mij gezonden, om aan verslagen harten hoop te bieden, om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan geketenden hun bevrijding, om een genadejaar van de Heer uit te roepen en een dag van wraak voor onze God, om allen die treuren te troosten… (Jesaja 61:1-2)

Vervulling: Lucas 4: 18-19.

 

 

 

Voorzegging: Hij heeft een bediening van genezing.

 

Bron: Dan worden blinden de ogen geopend, de oren van doven worden ontsloten. Blinden zullen weer zien, doven weer horen. Verlamden zullen springen als herten, de mond van stommen zal jubelen: waterstromen zullen de woestijn splijten, beken de dorre vlakte doorsnijden. (Jesaja 35:5-6).

Vervulling: Blinden kunnen weer zien en verlamden weer lopen, mensen met huidvraat worden gereinigd en doven kunnen weer horen, doden worden opgewekt en aan armen wordt het goede nieuws bekendgemaakt. (Matteüs 11:5) Op vele plaatsen in de Evangeliën zien we Jezus mensen genezen van hun ziekten en kwalen.

 

 

Voorzegging: Hij zal in Galilea prediken.

 

Bron: Het volk dat in duisternis ronddoolt ziet een schitterend licht. Zij die in het donker wonen worden door een helder licht beschenen. (Jesaja 9:1)

 

Vervulling: Toen Jezus hoorde dat Johannes gevangengenomen was, week hij uit naar Galilea. Hij liet Nazaret achter zich en ging wonen in Kafarnaüm, aan het Meer van Galilea, in het gebied van Zebulon en Naftali. Zo ging in vervulling wat gezegd is door de profeet Jesaja: ‘Land van Zebulon en Naftali, gebied aan de weg naar zee en aan de overkant van de Jordaan, Galilea van de heidenen, luister: Het volk dat in duisternis leefde, zag een schitterend licht, en zij die woonden in de schaduw van de dood werden door het licht beschenen.’ (Matteüs 4:12-16).

 

 

 

De Messias sterft een vernederende dood

 

In Psalm 22 en Jesaja 53  lezen we dat de Messias een vernederende dood zal sterven. We zullen dit nader uitwerken aan de hand van een aantal concrete voorzeggingen over het lijden en sterven de Messias.

 

.

Voorzegging: Hij zal worden gehaat zonder reden.

 

Bron: Dit zegt de Heer, de bevrijder, de Heilige van Israël, tegen hem die smadelijk veracht wordt, die door vreemde volken wordt verafschuwd, die dienaar is van vreemde heersers: Koningen zullen dit zien en opstaan, vorsten buigen diep voorover, omwille van de Heer, die betrouwbaar is, de Heilige van Israël, die jou heeft uitgekozen. (Jesaja 49:7) Talrijker dan de haren op mijn hoofd zijn zij die mij haten zonder reden, met velen zijn mijn belagers, mijn vijanden die mij bedriegen: teruggeven moet ik wat ik niet heb geroofd. (Psalm 69:5)

Vervulling: En ze zouden niet schuldig zijn als ik niet bij hen had gedaan wat niemand anders ooit heeft gedaan. Maar ze hebben het gezien en toch mij en mijn Vader gehaat. (Johannes 15:24-25)

 

 

Voorzegging: Hij zal afgewezen worden door de Joodse leiders.

 

Bron: De steen die de bouwers afkeurden is een hoeksteen geworden. (Psalm 118:22)

Vervulling: Daarop zei Jezus tegen hen: ‘Hebt u dit nooit in de Schriften gelezen: “De steen die de bouwers afkeurden is de hoeksteen geworden. Dankzij de Heer is dit gebeurd, wonderbaarlijk is het om te zien.” (Matteüs 21:42) Lees ook: Johannes 7:48.

 

 

Voorzegging: Hij zal afgewezen worden door zijn eigen mensen.

 

Bron: Als een loot schoot hij op onder Gods ogen, als een wortel die uitloopt in dorre grond. Onopvallend was zijn uiterlijk, hij miste iedere schoonheid, zijn aanblik kon ons niet bekoren. Hij werd veracht, door mensen gemeden, hij was een man die het lijden kende en met ziekte vertrouwd was, een man die zijn gelaat voor ons verborg, veracht, door ons verguisd en geminacht. (Jesaja 53:2-3) Lees ook: Jesaja 63:3,5 en Psalm 69:9.

Vervulling: Hij is toch die timmerman, de zoon van Maria en de broer van Jakobus en Joses en Judas en Simon? En wonen zijn zusters niet hier bij ons?’ En ze namen aanstoot aan hem. (Marcus 6:3) Lees ook: Lucas 9:58 en Johannes 1:11; 7:3-5.

 

 

Voorzegging: Er zal een complot tegen hem gesmeed worden door zowel Joden als niet-Joden.

 

Bron: Waartoe leidt het woeden van de volken, het rumoer van de naties? Tot niets. De koningen van de aarde komen in verzet, de wereldmachten spannen samen tegen de Heer en zijn gezalfde. (Psalm 2:1-2).

Vervulling: Want inderdaad, in deze stad hebben allen samengespannen tegen Jezus, uw heilige dienaar, die door u is gezalfd: Herodes, Pontius Pilatus, alle volken en ook de stammen van Israël, 28 om datgene te doen waarvan u had bepaald en voorbestemd dat het moest gebeuren. (Handelingen 4:27-28).

 

 

Voorzegging: Hij zal worden verraden door een vriend.

 

Bron: Zelfs mijn beste vriend, op wie ik vertrouwde, die at van mijn brood, heeft zich tegen mij gekeerd. (Psalm 41:10) Zie ook: Psalm 55:13-15.

Vervulling: Onder het eten zei hij tegen hen: ‘Ik verzeker jullie: een van jullie zal mij uitleveren.’ Dit bedroefde hen zeer, en de een na de ander vroegen ze hem: ‘Ik toch niet, Heer?’ Hij antwoordde: ‘Hij die samen met mij zijn brood in de kom doopte, die zal mij uitleveren. De Mensenzoon zal heengaan zoals over hem geschreven staat, maar wee de mens door wie de Mensenzoon uitgeleverd wordt: het zou beter voor hem zijn als hij nooit geboren was.’ Toen zei Judas, die hem zou uitleveren: ‘Ik ben het toch niet, rabbi?’ Jezus antwoordde: ‘Jij zegt het.’ Nog voor hij uitgesproken was, kwam Judas eraan, een van de twaalf, in gezelschap van een grote, met zwaarden en knuppels bewapende bende, die door de hogepriesters en de oudsten van het volk was gestuurd. Met hen had zijn verrader een teken afgesproken. ‘Degene die ik kus,’ had hij gezegd, ‘die is het, die moet je gevangennemen.’ Hij liep recht op Jezus af, zei: ‘Gegroet, rabbi!’ en kuste hem. Jezus zei tegen hem: ‘Vriend, ben je daarvoor gekomen?’ Daarop kwam de bende naderbij, ze grepen Jezus vast en namen hem gevangen. (Matteüs 26:21-25 en 47-50) Zie ook Johannes 13:18-21 en Handelingen 1:16-18.

 

 

Voorzegging: Hij zal worden verkocht voor 30 zilverlingen.

 

Bron: Ik zei tegen hen: ‘Als u tevreden bent, keer me dan mijn loon uit; zo niet, laat het dan maar.’ En ze betaalden mij mijn loon uit, dertig sjekel zilver. (Zacharia 11:12).

Vervulling:: Daarop ging een van de twaalf, die met de naam Judas Iskariot, naar de hogepriesters 15 en zei: ‘Wat krijg ik van u als ik hem aan u uitlever?’ Ze betaalden hem dertig zilverstukken. (Matteüs 26:14-15).

 

 

Voorzegging: Ze vinden (de Zoon van) God slechts 30 zilverstukken waard.

 

Bron: En ze betaalden mij mijn loon uit, dertig sjekel zilver.] Toen zei de Heer tegen mij: ‘Breng het maar naar de smelter, dat vorstelijke loon dat zij me waard vinden.’ Dus smeet ik dat zilver bij de smelter in de tempel neer. (Zacharia 11:13).

Vervulling: De hogepriesters verzamelden de zilverstukken en zeiden tegen elkaar: ‘We mogen ze niet bij de tempelschat voegen, aangezien het bloedgeld is.’ Na ampel beraad kochten ze er de akker van de pottenbakker mee, die dan als begraafplaats voor vreemdelingen kon dienen. (Matteüs 27:6-7).

 

 

Voorzegging: Hij zal door zijn talmidim, zijn leerlingen worden afgevallen.

 

Bron: Zwaard, ontwaak! Verhef je tegen mijn herder, tegen de man met wie ik mij verbonden heb – spreekt de Heer van de hemelse machten. Dood de herder, zodat de schapen verdwalen. Weerloos als ze zijn zal ik ze treffen. (Zacharia 13:7).

Vervulling: Onderweg zei Jezus tegen hen: ‘Jullie zullen mij deze nacht allemaal afvallen, want er staat geschreven: “Ik zal de herder doden, en de schapen van zijn kudde zullen uiteengedreven worden.” Maar dit alles gebeurt opdat de geschriften van de profeten in vervulling gaan.’ Daarop lieten alle leerlingen hem in de steek en vluchtten weg. (Matteüs 26:31,56).

 

 

Voorzegging: Hij zal zwijgen tegen zijn aanklagers.

 

Bron: Hij werd mishandeld, maar verzette zich niet en deed zijn mond niet open. Als een schaap dat naar de slacht wordt geleid, als een ooi die stil is bij haar scheerders deed hij zijn mond niet open. (Jesaja 53:7).

Vervulling: Maar op de beschuldigingen die de hogepriesters en oudsten tegen hem inbrachten, antwoordde hij niet één keer. Daarop zei Pilatus tegen hem: ‘Hoort u niet wat deze getuigen allemaal tegen u inbrengen?’ Hij gaf op geen enkele beschuldiging enig weerwoord, wat de prefect zeer verwonderde. ( Matteüs 27:12-14).

 

 

Voorzegging: Hij zal tegen zijn hoofd worden geslagen.

 

Bron: Kerf nu, krijgszuchtige vrouw, je lichaam open; onze muren worden belegerd, en hij die Israël leiden moet wordt met een staf in het gezicht geslagen. (Micha 4:14).

Vervulling: … en ze spuwden op hem, pakten hem de rietstok weer af en sloegen hem tegen het hoofd. (Matteüs 27:30).

 

 

Voorzegging: Hij zal worden bespot.

 

Bron: Maar ik ben een worm en geen mens, door iedereen versmaad, bij het volk veracht. Allen die mij zien, bespotten mij, ze schudden meewarig het hoofd. (Psalm 22:7-8).

Vervulling: Nadat ze hem zo hadden bespot, trokken ze hem de mantel uit, deden hem zijn kleren weer aan en leidden hem weg om hem te kruisigen. (Matteüs 27:31).

 

 

Voorzegging: Hij zal worden geslagen.

 

Bron: Zoals hij velen deed huiveren – zo gruwelijk, zo onmenselijk was zijn aanblik, zijn uiterlijk had niets meer van een mens. (Jesaja 52:14).

Vervulling: Daarop liet Pilatus Barabbas vrij, maar Jezus leverde hij uit om gekruisigd te worden, nadat hij hem eerst nog had laten geselen. (Matteüs 27:26).

 

 

Voorzegging: Hij zal worden bespuugd.

 

Bron: Ik heb mijn rug blootgesteld aan mijn folteraars, wie mij de baard uittrokken, bood ik mijn wangen aan. Ik heb mijn gezicht niet verborgen toen ze mij beschimpten en bespuwden. (Jesaja 50:6).

Vervulling: … en ze spuwden op hem, pakten hem de rietstok weer af en sloegen hem tegen het hoofd. (Matteüs 27:30)

 

 

Voorzegging: Zijn handen en voeten zullen worden doorboord.

 

Bron: Honden staan om mij heen, een woeste bende sluit mij in, zij hebben mijn handen en voeten doorboord. (Psalm 22:17).

Vervulling: Daar kruisigden ze hem, met twee anderen, aan weerskanten één, en Jezus in het midden. (Johannes 19:18).

 

 

Voorzegging: Hij zal dorstig zijn tijdens zijn executie.

 

Bron: Mijn kracht is droog als een potscherf, mijn tong kleeft aan mijn gehemelte, u legt mij neer in het stof van de dood. (Psalm 22:16).

Vervulling: Toen wist Jezus dat alles was volbracht, en om de Schrift geheel in vervulling te laten gaan zei hij: ‘Ik heb dorst.’ (Johannes 19:28).

 

 

Voorzegging: Hij zal azijn aangeboden krijgen om zijn dorst mee te lessen.

 

Bron: Nee, ze mengden gif door mijn eten en lesten mijn dorst met azijn. (Psalm 69:22).

Vervulling: Ze gaven Jezus met gal vermengde wijn, maar toen hij die geproefd had, weigerde hij ervan te drinken. (Matteüs 27:34).

 

 

Voorzegging: De lucht wordt zwart.

 

Bron: Ik kan de hemel in duisternis hullen en hem bekleden met een rouwgewaad. (Jesaja 50:3) Op die dag – spreekt God, de Heer – zal ik op het middaguur de zon doen ondergaan, en het land verduisteren op klaarlichte dag. (Amos 8:9).

Vervulling: Op het middaguur viel er een duisternis over het hele land, die drie uur aanhield. (Markus 15:33).

 

 

Voorzegging: Hij zal worden geëxecuteerd zonder dat zijn beenderen gebroken worden.

 

Bron: Het maal moet worden gebruikt in het huis waarin het is klaargemaakt, je mag niets van het vlees buitenshuis brengen; de botten mag je niet breken. (Exodus 12:46). Hij waakt zelfs over zijn beenderen, niet één ervan wordt verbrijzeld. (Psalm 34:21).

Vervulling: Vervolgens kwamen ze bij Jezus, maar ze zagen dat hij al gestorven was. Daarom braken ze zijn benen niet. Maar een van de soldaten stak een lans in zijn zij en meteen vloeide er bloed en water uit. Hiervan getuigt iemand die het zelf heeft gezien, en zijn getuigenis is betrouwbaar. Hij weet dat hij de waarheid spreekt en wil dat ook u gelooft. Zo ging de Schrift in vervulling: ‘Geen van zijn beenderen zal verbrijzeld worden.’ Een andere schrifttekst zegt: ‘Zij zullen hun blik richten op hem die ze hebben doorstoken.’ (Johannes 19:33-36).

 

 

Voorzegging: Hij zal sterven voor de zonden van de mensen.

 

Bron: Om onze zonden werd hij doorboord, om onze wandaden gebroken. Voor ons welzijn werd hij getuchtigd, zijn striemen brachten ons genezing. Wij dwaalden rond als schapen, ieder zocht zijn eigen weg; maar de wandaden van ons allen liet de Heer op hem neerkomen. Hij werd mishandeld, maar verzette zich niet en deed zijn mond niet open. Als een schaap dat naar de slacht wordt geleid, als een ooi die stil is bij haar scheerders deed hij zijn mond niet open. Daarom ken ik hem een plaats toe onder velen en zal hij met machtigen delen in de buit, omdat hij zijn leven prijsgaf aan de dood en zich tot de zondaars liet rekenen. Hij droeg echter de schuld van velen en nam het voor zondaars op. (Jesaja 53:5-7,12).

Vervulling: ‘… Want ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen.’ (Marcus 10:45) Lees ook: Johannes 1:29, 3:16 en Handelingen 8:30-35.

 

 

Voorzegging: Hij zal na zijn dood bij de rijken worden begraven.

 

Bron: Hij kreeg een graf bij misdadigers, zijn laatste rustplaats was bij de rijken; toch had hij nooit enig onrecht begaan, nooit bedrieglijke taal gesproken. (Jesaja 53:9).

Vervulling: Toen de avond gevallen was, arriveerde er een rijke man die uit Arimatea afkomstig was. Hij heette Josef en was ook een leerling van Jezus geworden. Hij meldde zich bij Pilatus en vroeg hem om het lichaam van Jezus. Hierop gaf Pilatus bevel het aan hem af te staan. Josef nam het lichaam mee, wikkelde het in zuiver linnen en legde het in het nieuwe rotsgraf dat hij voor zichzelf had laten uithouwen. Toen rolde hij een grote steen voor de ingang van het graf en vertrok. Maria uit Magdala en de andere Maria bleven achter, ze waren tegenover het graf gaan zitten. (Matteüs 27:57-60).

 

 

op22 a4

 

De levensboom : Pasteltekening gemaakt door John Astria

 

 

 

 

Hij stond op uit de dood en nam plaats aan de rechterhand van God

 

Voorzegging: Hij zal opstaan uit de dood.

 

Bron: U levert mij niet over aan het dodenrijk en laat uw trouwe dienaar het graf niet zien. (Psalm 16:10) Lees ook: Jesaja 53:9-10 en Psalm 2:7.

Vervulling: Matteüs 28:1-20; Handelingen 2:23-26; 13:33-37; 1 Korinthiërs 15:4-6.

 

 

Voorzegging: Hij neemt plaats ter rechterzijde van God.

 

Bron: U wijst mij de weg naar het leven: overvloedige vreugde in uw nabijheid, voor altijd een lieflijke plek aan uw zijde. (Psalm 16:11) Lees ook: Psalm 68:19 en 110:1.

Vervulling: Toen hij dit gezegd had, werd hij voor hun ogen omhoog geheven en opgenomen in een wolk, zodat ze hem niet meer zagen. Terwijl hij zo van hen wegging en zij nog steeds naar de hemel staarden, stonden er opeens twee mannen in witte gewaden bij hen. Ze zeiden: ‘Gallileeërs, wat staan jullie naar de hemel te kijken? Jezus, die uit jullie midden in de hemel is opgenomen, zal op dezelfde wijze terugkomen als jullie hem naar de hemel hebben zien gaan.’ (Handelingen 1:9-11) Lees ook: Lucas 24:51 en Hebreeën 7:25 en 8:2.

 

 

Conclusie

 

We hebben in de vier delen van deze serie vele tientallen profetieën die in het Oude Testament staan besproken die allemaal vooruitwijzen naar de Messias. We hebben deze voorzeggingen niet uitputtend behandeld, er zijn er nog veel meer. Wat kunnen we concluderen uit de door ons behandelde profetieën? Is Jezus de beloofde Messias? Laten we horen wat Jezus hier zelf over te zeggen heeft.

  • “Hij (Jezus/Yeshua) zei tegen hen: ‘Toen ik nog bij jullie was, heb ik tegen jullie gezegd dat alles wat in de Wet van Mozes, bij de Profeten en in de Psalmen over mij geschreven staat in vervulling moest gaan.’ (Lucas 24:44)

 

En alle voorzeggingen zijn daadwerkelijk vervuld in de persoon van Yeshua (de Hebreeuwse naam voor Jezus), de Christus. Hij komt exact overeen met de profielschets van de Messias zoals deze tot uitdrukking komt in de Tenakh, het Oude Testament.

In het klassiek geworden en veelvuldig geciteerde boek, ‘Science Speaks’, presenteert wiskundige Peter W. Stoner zeer gedetailleerde berekeningen die aantonen dat het zeer onwaarschijnlijk is dat op basis van toeval iemand zou voldoen aan het profiel van de Messias. Hij berekende dat de kans van Yeshua van Nazareth op het vervullen van 48 profetieën (en er zijn er veel meer!) 1 op de biljoen, biljoen, biljoen, biljoen, biljoen, biljoen, biljoen, biljoen, biljoen, biljoen, biljoen, biljoen, biljoen is. Die kans is dus astronomisch klein. Zo kan Petrus met recht en rede in Handelingen 3:18 zeggen:

  • “Zo heeft God echter in vervulling doen gaan wat hij bij monde van alle profeten had aangekondigd: dat zijn messias zou lijden en sterven.”

 

Jezus is de beloofde Messias.

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

                                                          

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Bidden en vasten

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

Bidden en vasten

 

Een definitie

 

Bidden en vasten kan gedefinieerd worden als een vrijwillige onthouding van voedsel met het doel om je scherp te stellen op gebed en gemeenschap met God. Bidden en vasten gaan vaak hand in hand, maar dit is niet altijd het geval. Je kunt bidden zonder te vasten, en je kunt vasten zonder te bidden. Wanneer deze twee activiteiten worden gecombineerd en aan Gods glorie worden opgedragen, bereiken zij hun maximale effectiviteit. Het reserveren van een bepaalde tijd voor bidden en vasten is niet een manier om God te manipuleren, zodat Hij zal doen wat jij verlangt. In plaats daarvan is het veel meer een kwestie van jezelf scherpstellen op God en op Hem vertrouwen voor de sterkte, de voorziening en de wijsheid die je nodig hebt.

 

 

 

 

 

 Wat de Bijbel zegt

 

Het Oude Testament vereiste bidden en vasten slechts bij één gelegenheid, namelijk op de Grote Verzoendag (Jom Kipoer). Dit gebruik werd de vastendag (Jeremia 36:6) of het vasten (Handelingen 27:9) genoemd. Mozes vastte 40 dagen en 40 nachten op de berg Sinaï, toen hij de wet van God ontving (Exodus 34:28). Koning Josafat riep op tot vasten in heel Israël, toen zij op het punt stonden om door de Moabieten en Ammonieten te worden aangevallen (2 Kronieken 20:3). De bevolking van Nineve reageerde op de prediking van Jona met vasten en het dragen van rouwkleden (Jona 3:5).

Bidden en vasten werd vaak gedaan in tijden van onrust of moeilijkheden. David vastte toen hij vernam dat Saul en Jonatan waren gedood (2 Samuël 1:12). Nehemia nam een periode van bidden en vasten in acht toen hij vernam dat Jeruzalem nog steeds in puin lag (Nehemia 1:4). Darius, de koning van Perzië, vastte de hele nacht nadat hij gedwongen was om Daniël in de leeuwenkuil te gooien (Daniël 6:18).

Bidden en vasten komen ook voor in het Nieuwe Testament. Anna was altijd in de tempel, waar ze God dag en nacht diende met vasten en bidden (Lucas 2:37). Johannes de Doper leerde zijn discipelen om te vasten (Marcus 2:18). Jezus vastte 40 dagen en 40 nachten, voordat Hij door Satan werd beproefd (Matteüs 4:2). De gemeente in Antiochië vastte (Handelingen 13:2) en zond Paulus en Barnabas vervolgens op hun eerst zendingsreis (Handelingen 13:3). Paulus en Barnabas namen ook de tijd om te bidden en te vasten voor de aanstelling van de oudsten in de kerken (Handelingen 14:23).

 

 

Vereist of aanbevolen?

 

Het Woord van God gebiedt gelovigen niet specifiek om tijd te besteden aan de combinatie van bidden en vasten. Maar toch is bidden en vasten iets wat we zeker zouden moeten doen. Veel te vaak ligt de nadruk van het bidden en vasten op de onthouding van voedsel. In plaats daarvan is het Christelijk vasten bedoeld om onze ogen van de dingen van deze wereld af te wenden en onze gedachten op God te concentreren.

Vasten moet altijd beperkt worden tot een vooraf bepaalde tijdsperiode, omdat een langere vastentijd onze lichamen schade kan toebrengen. Vasten is niet een methode om onze lichamen te straffen en het moet ook niet gebruikt worden als een dieetmethode. Het is niet de bedoeling dat we onze tijd in bidden en vasten gebruiken om gewicht te verliezen, maar veeleer om een diepere gemeenschap met God te bereiken.

Door onze ogen van de dingen van deze wereld af te nemen door middel van bidden en bijbels vasten, kunnen we ons beter scherpstellen op Christus. Matteüs 6:16-18 stelt: “Wanneer jullie vasten, zet dan niet zo’n somber gezicht als de huichelaars, want zij doen dat om iedereen te laten zien dat ze aan het vasten zijn. Ik verzeker jullie: zij hebben hun loon al ontvangen. Maar als jullie vasten, was dan je gezicht en wrijf je hoofd in met olie, zodat niemand ziet dat je aan het vasten bent, alleen je Vader, die in het verborgene is. En jullie Vader, die in het verborgene ziet, zal je ervoor belonen.”

 

 

 

 

 

 Wat wordt ermee bereikt?

 

Het doorbrengen van tijd in bidden en vasten zal niet automatisch de wensen vervullen van de mensen die vasten. Vasten of geen vasten, God belooft dat Hij onze gebeden alleen zal verhoren, als wij iets vragen wat overeenkomt met Zijn wil. 1 Johannes 5:14-15 vertelt ons: “Wij kunnen ons vol vertrouwen tot God wenden, in de zekerheid dat hij naar ons luistert als we hem iets vragen dat in overeenstemming is met zijn wil. En omdat we weten dat hij naar ons luistert, wat we hem ook vragen, weten we ook dat we alles al hebben gekregen wat we hem gevraagd hebben.”

In de tijd van de profeet Jesaja klaagden de mensen dat zij moesten vasten, maar dat God niet antwoordde op de manier die zij wilden (Jesaja 58:3-4). Jesaja reageerde hierop met de boodschap dat het uiterlijke vertoon van vasten en bidden, zonder de correcte houding in het hart, vruchteloos is (Jesaja 58:5-9).

Hoe kun jij weten of je wel volgens Gods wil bidt en vast? Bidt en vast jij voor dingen die God eer en glorie brengen? Openbaart de Bijbel duidelijk dat dit Gods wil voor jou is? Als wij iets vragen dat God niet eert of iets vragen dat niet overeenkomt met Zijn wil voor onze levens, dan zal Hij ons niet geven waar we om vragen, ongeacht of we vasten. Hoe kunnen we weten wat Gods wil is? God belooft ons wijsheid te geven als we er om vragen. Jakobus 1:5 vertelt ons: “Komt een van u wijsheid tekort? Vraag God erom en hij, die aan iedereen geeft, zonder voorbehoud en zonder verwijt, zal u wijsheid geven.”

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Waar was Jozef toen Jezus stierf aan het kruis?

Standaard

Categorie : religie

.

.

Waar was Jozef toen Jezus stierf aan het kruis?

.

.

In de Bijbel lezen we dat Maria (de moeder van Christus), Maria Magdalena en Maria (de vrouw van Kleopas) aanwezig waren aan het kruis. Ook Johannes was  aanwezig, als enige van de apostelen. In ieder geval is Jozef er niet. Over het algemeen wordt aangenomen dat Jozef op dat moment al lang overleden was. We lezen immers enkel over Jozef in de Bijbel in de evangelies over de geboorte en jeugd van Jezus. Zo kunnen we lezen dat hij afstamt van Koning David. Onder zijn bescherming komt de zwangere Maria in Bethlehem terecht, waar ze in een stal bevalt van het kind Jezus.

Jozef zorgt er ook voor dat Jezus niet wordt vermoord door de soldaten van Herodes door met het gezin naar Egypte te vluchten. Hij neemt de beslissing om te vluchten na een droom te hebben ontvangen van een engel. De familie keert pas terug nadat Herodes gestorven is. Jozef wordt in de teksten een laatste keer vermeld in het verhaal over de Heilige familie die Jezus uit het oog verliest en Hem na enkele dagen terugvindt in de tempel van Jeruzalem.

Daarna is het niet alleen stil rond de jeugd van Jezus, maar verdwijnt ook Jozef uit de teksten. Op de bruiloft van Kana, het eerste verhaal in de Bijbel over Jezus als volwassene, lezen we wel dat Jezus op dit feest aanwezig is met Maria, maar Jozef wordt vanaf dan niet meer vermeld. Waarschijnlijk is Jozef dus overleden in de periode hiertussen. Daarbij was hij volgens de traditie omringd door zijn liefdevolle vrouw en Jezus. Omdat de Kerk het als een groot geluk beschouwt te kunnen sterven in hun nabije aanwezigheid, is Jozef dan ook de beschermheilige van de gelukzalige dood geworden.

Het is dan ook voor de Heilige Jozef dat sommige katholieken in het verleden zouden gebeden hebben wanneer ze een slechte paus hadden. Buiten bidden voor een snelle, gelukzalige dood konden ze immers niet anders doen om van een slechte paus af te geraken. Gelukkig is de periode van slechte pausen al lang verleden tijd en hebben we dit soort gebed voor een paus niet meer nodig. Verder is Sint-Jozef ook de beschermheilige van de vaders, het gezin, houtbewerkers, België, de Kerk,… en het lijstje kan zo nog wel even doorgaan. Ondanks zijn schijnbaar kleine rol in de Bijbel is hij dus een heel grote heilige.

Tip: De eerste homilie (preek) van paus Franciscus handelde eveneens over Sint-Jozef en is zeker de moeite om te lezen.

.

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

Waardevolle lessen uit Ezechiël

Standaard

Categorie: religie

.

.

Drie waardevolle lessen uit Ezechiël

.

Het Bijbelboek met de profetieën van Ezechiël is redelijk omvangrijk, 48 hoofdstukken. Sommige gedeelten uit Ezechiël zijn behoorlijk bekend, denk maar eens aan de profetie over het dal van de doodsbeenderen (37:1-14) en aan het beeld van de tempelbeek (47:1-12). Toch is een groot deel van het Bijbelboek nogal onbekend bij christenen. Belangrijke redenen daarvoor zijn dat oordeel een grote rol speelt bij Ezechiël en dat zijn toekomst profetieën lastig te begrijpen zijn. Toch valt er heel wat te leren van deze profeet. Hij toont ons aspecten van wie God is die soms wat ondergesneeuwd dreigen te raken.

.

.

.

.

1. De heerlijkheid van God

.

De heerlijkheid van God, omschreven als ‘stralende verschijning’, speelt door het hele Bijbelboek heen een belangrijke rol. Dat begint al bij de roeping van Ezechiël als profeet in hoofdstuk 1. In een machtig visioen ziet hij eerst de cherubs die God dienen (hij beschrijft hen in 1:5-25), hoewel hij pas in 10:20 begrijpt dat het cherubs zijn. Daarna ziet hij boven hun hoofden God in Zijn heerlijkheid, gezeten op de troon (1:26-28). De beschrijving van de cherubs is uitgebreider dan die van God, en we zouden ons af kunnen vragen waarom. Mogelijk kan Ezechiël door alle glans niet veel zien, maar vermoedelijk wil hij uit ontzag geen overbodige woorden gebruiken ten aanzien van de heilige verschijning van God. Ook op andere plaatsen in de Bijbel wordt de verschijning van God terughoudend beschreven, zie met name Exodus 33:18-23. Juist in het minimale legt de beschrijving dus de nadruk op Gods onmetelijke grootheid.

De heerlijkheid van God staat in schrille tegenstelling tot het kwaad en confronteert mensen met hun zondigheid. In het visioen van hoofdstuk 8-11 ziet Ezechiël opnieuw de heerlijkheid van God. Ezechiël wordt meegenomen naar de tempel in Jeruzalem en ziet de verschrikkelijke zonden die daar begaan worden. Dit kan en mag God niet tolereren. Hoofdstuk 9 is een beschrijving van de straf, maar hoofdstuk 10 laat iets zien dat nog verbijsterender en ingrijpender is: Gods heerlijkheid gaat vertrekken uit de tempel en Jeruzalem. Het verdwijnen van Gods heerlijkheid uit Israël toont aan dat God het volk verlaat. God zegt als het ware: “Dit is Mijn volk niet meer.” In 11:22-25 verdwijnt Gods heerlijkheid definitief uit Jeruzalem, maar gelukkig is er toch nog hoop. God gaat verder met degenen die al in ballingschap zijn, nadat Hij hen gereinigd zal hebben (11:16-21).

Tegen het einde van het boek, in hoofdstuk 43, keert Gods heerlijkheid naar de tempel terug. Dit laat zien dat er herstel komt en dat de nieuwe situatie beter zal zijn dan de oude. Schrikbarend is dat het herstel niets te maken heeft met een verbetering van de kant van mensen, het is God die het herstel voor honderd procent bewerkt. Motieven hiervoor die bij andere profeten naar voren komen zijn Gods trouw aan de belofte die Hij Abraham heeft gedaan (Micha 7:20) en zijn liefde (Hosea 11:7-9). In Ezechiël wordt een andere beweegreden van God benadrukt: de heiliging van Zijn naam. Daarom ook zien we bij Ezechiël regelmatig de uitdrukking ‘weten dat Ik de Here ben’ (zie bijvoorbeeld 36:23 en 36:38).

.

.

.

.

2. Innerlijke vernieuwing bij de mens

.

We zagen al dat de goede toekomst die God wil geven niets te maken heeft met wat voor menselijke inspanning of prestatie ook. Alleen de Geest van God geeft innerlijke vernieuwing: Ik zal zuiver water over jullie uitgieten om jullie te reinigen van alles wat onrein is, van al jullie afgoden. Ik zal jullie een nieuw hart en een nieuwe geest geven, Ik zal je versteende hart uit je lichaam halen en je er een levend hart voor in de plaats geven. Ik zal jullie mijn Geest geven en zorgen dat jullie volgens mijn wetten leven en mijn regels in acht nemen. (36:25-27)

De profetie ontwikkelt zich heel mooi tot juist een heilsprofetie voor Gods volk: God zelf zal voor de Israëlieten zorgen als een herder voor zijn schapen.

Dit principe is niet alleen belangrijk voor de volksgenoten van Ezechiël die hem hoorden profeteren, het is ook belangrijk voor ons. Paulus past het in 2 Korintiërs 3:1-6 toe op zichzelf, zijn medewerkers en de lezers van zijn brief. Als we ons bewust zijn dat elke positieve verandering in ons het werk is van de Geest van God, bewaart ons dat voor trots.

.

3. Het herderschap van God

.

Ezechiël 34 is een onheilsprofetie tegen de leiders van Israël, die met herders worden vergeleken. Ze hebben zichzelf bevoordeeld ten koste van de gewone en zwakke mensen. De profetie ontwikkelt zich heel mooi tot juist een heilsprofetie voor Gods volk: God zelf zal voor de Israëlieten zorgen als een herder voor zijn schapen. Nadat God beschreven heeft hoe Hij zijn schapen liefdevol zal verzorgen, kondigt Hij aan dat Hij zijn volk een nieuwe herder zal geven: David, zijn dienaar (34:23). Samen met Psalm 23 is deze profetie een prachtige achtergrond voor Christus, die zichzelf openbaart als de goede herder (Johannes 10).

.

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

Lazarus van Bethanië

Standaard

categorie : religie

 

 

Lazarus (= God heeft geholpen) van Bethanië is een man genoemd in het Nieuwe Testament, die woonde in het dorp Bethanië aan de Olijfberg bij Jeruzalem. Hij was een vriend van Jezus en een broer van Martha en Maria. Lazarus stierf door een ziekte en, nadat hij al enige dagen dood was, kwam de Heer en wekte hem uit de doden op. Deze opzienbarende gebeurtenis maakte dat velen in Jezus  geloofden. Schriftplaatsen: Joh 11:1-43; 12:1-17.

 

 

 

boven : Fresco met de opwekking van Lazarus. De fresco in een catacombe te Rome dateert van de 1e helft van de 4e eeuw na Chr.

 

 

Lazarus van Bethanië is te onderscheiden van de door de Heer Jezus verhaalde geschiedenis van de rijke man en de arme Lazarus (Luc. 16:19-31). In de Middeleeuwen werden de beide Lazarussen vaak verward. De naam Lazarus betekent ‘God heeft geholpen’.

Jezus hield van Martha, Maria en Lazarus (Joh. 11:5).

Joh 11:3 De zusters dan zonden tot Hem de boodschap: Heer, zie, hij die U liefhebt is ziek. Joh 11:5 Jezus nu had Martha en haar zuster en Lazarus lief. 

 

De Heer sprak van Lazarus als ‘onze vriend’. Er is zeer weinig opgetekend van Lazarus, behalve het opvallende feit dat hij uit de doden is opgewekt door de Heer Jezus, een gebeurtenis die de heerlijkheid van God openbaarde en de Zoon van God verheerlijkte. Toen voor Jezus, enige tijd na dat wonderwerk, een maaltijd was bereid, was Lazarus een van degenen die daar in Bethanië met Hem aanlagen (Joh. 12:2).

Hij was een levende getuige van de kracht van de Zoon van God over de dood. Als zodanig liep Lazarus evenwel gevaar gedood te worden door de Joden die Jezus afwezen.

Joh 12:9 De grote menigte van de Joden dan wist dat Hij daar was; en zij kwamen, niet alleen om Jezus, maar ook opdat zij Lazarus zagen die Hij uit de doden had opgewekt. Joh 12:10 De overpriesters nu beraadslaagden om ook Lazarus te doden, Joh 12:11 omdat velen van de Joden om hem heengingen en in Jezus geloofden. 

 

Het wonderwerk wordt alleen vermeld in het Johannes-evangelie, dat de Heer Jezus in het bijzonder voorstelt als de Zoon van God. Deze is machtig de doden op te wekken en eeuwig leven te schenken.

 

 

levenskracht

 

Pasteltekening van John Astria

Lazarus als een type van Israël

 

Lazarus schijnt een type van het volk Israël te zijn. Nadat de Heer Jezus op het feest van de tempelwijding te Jeruzalem was verworpen en gevaar liep gegrepen te worden, ging Hij weg, over de rivier de Jordaan, buiten Judea. Daar werd hem van de zusters bericht dat Lazarus ziek was. “Heer, zie, die U liefhebt is ziek”. Terwijl de Heer elders is, is Israël ziek, ja, in een doodsslaap.

De Heer bleef “nog twee dagen in de plaats waar Hij was” (Joh. 11:6), in Bethanïe aan de overzijde van de Jordaan. Intussen was Lazarus gestorven. Een dag is voor de Heer als duizend jaar (2 Petr. 3:8). De Heer wacht nog tweeduizend jaar voordat Hij terugkomt en Israël opwekt. Jezus zei tot zijn leerlingen: “Onze vriend Lazarus slaapt, maar Ik ga heen om hem uit de slaap te wekken.” (Joh. 11:11).

‘Na twee dagen,’ zei de profeet Hosea, ‘zal Hij ons levend maken’.

Hos 6:2 Hij zal ons na twee dagen levend maken; op den derden dag zal Hij ons doen verrijzen, en wij zullen voor Zijn aangezicht leven.

 

Er zijn twee situaties opgetekend waarin Jezus weende.

  • Hij weende toen Hij Maria zag wenen en de Joden die met haar waren meegekomen zag wenen (Joh. 11:31). Hij wist echter dat hij Lazarus zou opwekken.
  • De tweede keer vinden wij Jezus wenen, toen hij, na de opwekking van Lazarus, de stad Jeruzalem naderde en de stad zag (Luc. 19:41). Hij weende over haar, omdat Hij wist welk onheil haar zou overkomen.

Misschien heeft de Heer al in het geval van Lazarus aan Israël gedacht. Lazarus lag vier dagen in het graf. Dit wordt in elk geval gezegd om te onderstrepen dat Lazarus echt dood was. Heeft dit aantal een symbolische betekenis? Als deze vier dagen vierduizend jaren voorstellen, denken we aan de periode van 2000 jaar vóór tot 2000 jaar ná Christus, dus van Abraham tot aan de wederopstanding van Israël.

Het getal 4 in de Bijbel verwijst naar wereldwijde bekendmaking van gebeurtenissen.

In de buurt van Bethanië aan de Olijfberg riep de Heer Jezus: “Lazarus, kom naar buiten! De gestorvene kwam naar buiten…” (Joh. 11:43). Wanneer Jezus voor Israël terugkomt en Zijn voeten op de Olijfberg zullen staan, zullen zij zien “Hem die zij doorstoken hebben” (Opb. 1:7; Zach. 12:10). En het volk zal een geestelijke opwekking meemaken.

Ro 11:15 … wat zal hun aanneming anders zijn dan leven uit de doden?

 

Nadat Lazarus met de windsels uit de grafspelonk was gekomen, beval Jezus: “Maakt hem los en laat hem gaan.” (Luc. 11:44). De Heiland van Israël zal de banden van het volk, dat thans nog in benarde verhoudingen met de naburige volken is en zich afschermt (tegen aanslagen), doen losmaken en in vrijheid doen gaan.Velen geloofden in de Heer Jezus om het teken aan Lazarus gedaan. Ze kwamen om Jezus en Lazarus, de gestorvene en weer opgewekte, te zien. Kort daarna, bij de intocht van Jezus in Jeruzalem, wanneer het teken aan Lazarus nog een onderwerp van gesprek is (Joh. 12:17-18), zien we Grieken, die Jezus wensen te zien.

Om het toekomstige wonderwerk aan Isräel zullen velen, van heinde en ver, naar Israël komen. En van jaar tot jaar zullen de volken zich in Israël presenteren om de Heer te aanbidden en om het loofhuttenfeest te vieren.

Zac 14:16 En het zal geschieden, dat al de overgeblevenen van alle heidenen, die tegen Jeruzalem zullen gekomen zijn, die zullen van jaar tot jaar optrekken om aan te bidden den Koning, den Here der heirscharen, en om te vieren het feest der loofhutten. 

 

 

 

 

 

 

 

7 Bijbelfiguren, een symbool van Jezus

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Met kerst vieren we weer dat de Heere Jezus naar de aarde is gekomen om ons te verlossen. Maar in het Oude Testament komen al meerdere figuren voor die vooruitwijzen naar Jezus.

 

 

Jezus in en uit Maria

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

1. Simson

 

In Richteren : 13 lezen we over de geboorteaankondiging van Simson. De moeder van Simson was altijd onvruchtbaar geweest en had dan ook geen kinderen. Maar dan spreekt God: Want zie, u zult zwanger worden en een zoon baren. En waar kennen we die zin ook alweer van? God belooft bij de geboorteaankondiging van Simson verder dat hij een begin zal maken om Israël te verlossen, het werk dat de Heere Jezus uiteindelijk zal voltooien.

 

 

2. Jozef

 

Het bekendste symbool van Jezus in het Oude Testament is misschien wel Jozef. Veel Bijbel uitleggers zien in het leven van Jozef veel terug van de Heere Jezus: hij wordt door zijn broers afgewezen, door een ander volk als verlosser binnengehaald en later alsnog door zijn broers erkend. Dat wijst vooruit naar het leven van Jezus. Hij wordt door Zijn eigen volk uitgeleverd in dienst van de andere volken, die Hem daarna als Verlosser erkennen. Uiteindelijk zal Hij ook door Zijn eigen volk worden erkend als Messias.

 

 

3. Adam

 

Zelfs de eerste mens wees al op de komst van de Messias. In Romeinen 5:14 staat: Toch heeft de dood geregeerd van Adam tot Mozes toe, ook over hen die niet gezondigd hadden met eenzelfde overtreding als Adam, die een voorbeeld is van Hem Die komen zou.

Adam is de enige Bijbelse figuur waarover in de Bijbel zelf wordt geschreven dat hij een symbool is van Jezus. Opmerkelijk, want je zou zeggen dat de eerste zondaar nou niet direct een voorbeeld is van de Messias. Toch wordt Adam door Paulus zo genoemd. Een uitleg hiervan is dat Adam zichzelf vernederde voor zijn vrouw Eva, zoals Christus Zich vernederde voor de mens. (lees in dat verband ook Efeze : 5)

 

 

4. Melchizedek

 

In Genesis 14:18 wordt voor het eerst melding gemaakt van een zekere Melchizedek. Zijn naam betekent Koning van de Gerechtigheid. Hij was de koning van Salem (= vrede), dus was hij ook de Koning van de Vrede. Dat is een wel heel duidelijke vooruitwijzing naar Jezus. In Hebreeën : 7 wordt verder van Melchizedek gezegd dat hij, net als Jezus, geen oorsprong en einde kent.

 

 

5. Izaak

 

In Genesis lezen we dat Abraham een merkwaardige opdracht krijgt van God: hij moet zijn zoon Izaäk offeren. Dat moest gebeuren op de berg Moria (Genesis 22:2). De opdracht blijkt gelukkig alleen maar een test te zijn van Abrahams geloof, maar de offerlocatie blijft opvallend. Op de uitlopers van de berg Moria vinden we namelijk Golgotha: de plek waar God Zijn eigen Zoon heeft geofferd.

 

 

6. Het Pesachlam

 

In het Paasevangelie zijn er een aantal opmerkelijke verbanden te zien tussen het lijden van de Heere Jezus en de manier waarop Israël het Pesachfeest viert:

  • tijdens Pesach werd in Jeruzalem altijd een Paaslam geslacht om de zonden van het volk Israël weg te nemen
  • Jezus stierf op hetzelfde moment als dat het Pesachlam altijd werd geslacht: om drie uur ’s middags op de 14e dag van de maand Niesan
  • de benen van het Pesachlam mochten niet worden gebroken worden, net als bij Jezus (Johannes 19:33)
  • men stak na het slachten een spies door het Pesachlam heen, via de bek dwars naar de achterkant. Daarna brachten ze een dwarsspies aan, van de ene naar de andere voorpoot: een gekruisigd lam dus, net als Jezus.

 

 

7. Israël

 

Ook de geschiedenis van het volk Israël is een vooruitwijzing naar het leven van Jezus:

  • beiden kennen een wonderlijke geboorte. Israël komt voort uit Abraham en Sara, die lange tijd onvruchtbaar waren. Jezus komt voort uit Maria, die als maagd zwanger werd.
  • beiden zijn geroepen uit Egypte (Hosea 11:1 en Mattheüs 2:19,20)
  • beiden worden de Knecht des Heeren genoemd in Jesaja 41 t/m 53
  • beiden worden het Licht voor de wereld genoemd (Jesaja 42:6 en Johannes 8:12)

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Christus’ grootouders

Standaard

Categorie: religie

 

 

 

 

 

De grootouders van christus

 

Joachim en Anna zijn de ouders van de heilige maagd Maria en dus de opa en oma van Jezus. Anna werd op hoge leeftijd zwanger van Maria dankzij ingrijpen van God. Deze ‘onbevlekte ontvangenis’ is een belangrijke gebeurtenis in het katholieke geloof.

 

Volgens de katholieke traditie is Maria op de wereld gekomen zonder de erfzonde. Ze werd ontvangen in de schoot van haar moeder Anna. Deze onbevlekte ontvangenis zorgt ervoor dat Jezus uit de meest zuivere ziel ter wereld kwam. Dit dogma uit de katholieke kerk is in de kunst vaak verbeeld aan de hand van het verhaal van Joachim en Anna.

 

 

 

 

 

De Ontmoeting bij de Gouden Poort

 

Joachim en Anna hadden een grote kinderwens, maar waren hun hele leven kinderloos gebleven. Toen Joachim op hoge leeftijd een dag een offer wilde brengen bij de tempel, werd hij weggehoond door zijn dorpsgenoten. Joachim voelde zich gestraft door God en trok alleen de woestijn in om tot God te komen. Na 40 dagen, werd Joachim door een engel bezocht. ‘Je vrouw is in verwachting’. Hij keerde meteen terug naar de stad en ontmoette zijn vrouw Anna bij de Gouden Poort in Jeruzalem. Anna zou het leven schenken aan een dochter, die zij Maria noemen.

De Gouden Poort staat in Jeruzalem, al is de huidige poort uit de 6e eeuw. De stadspoort is tegenwoordig afgesloten nadat een Ottomaanse sultan rond 1500 besloot dat de stad zo beter te verdedigen was. De poort speelt ook in andere Bijbelverhalen een rol. Zo wordt de Gouden Poort ook vaak genoemd als de plek waar Jezus Jeruzalem binnenkwam met Palmpasen

 

 

2014 06 01 The Golden Gate, also known as: Gate of Mercy, Gate of Eternal Life, Beautiful Gate.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Evangelie van Jakobus

 

Het verhaal van Joachim en Anna staat beschreven in het evangelie van Jakobus. De auteur van dit evangelie identificeert zichzelf als Jakobus de Mindere, mogelijk de broer van Jezus. Maar waarschijnlijk werd deze tekst pas geschreven in de 2e eeuw na Christus, daarom is dit evangelie ook niet opgenomen in het Nieuwe Testament. Toch is het evangelie van Jakobus een veel gelezen tekst, omdat de geboorte van Maria niet in de Bijbel beschreven is. Sterker nog Anna en Joachim worden in de hele Bijbel niet genoemd!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Sint Anna te Drieën

 

Toch werd Anna in de 15e eeuw één van de meest populaire heiligen. Juist doordat Maria in de schoot van Anna geboren werd zonder erfzonde, werd Anna een bijzondere plek gegeven. In de Renaissance kunst is dit terug te zien de populaire afbeelding van Anna met Maria en Jezus. Dit tafereel wordt ‘de aardse drie-eenheid’ genoemd of Sint Anna te Drieën. Joachim wordt in deze schilderijen vaak vergeten. Doordat God degene was die Anna zwanger maakte, speelt hij slechts in bijrol in de hele geschiedenis.

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Luke, Lucas 21 • Prophecies concerning Jerusalem and the End Times / Profetieën betreffende Jeruzalem en de Eind Tijden

Standaard

Category, categorie:  The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video

.

.

Luke 21 • Prophecies concerning Jerusalem and the End Times

.

Lucas 21 . Profetieën betreffende Jeruzalem en de Eind Tijden

.

Paul LeBoutillier

.

.