Categorie: religie/video
Aanbidding

preview en aankoop boek “De Openbaring “:
http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget



.
.
.
Chicorium intybus
Een van Bach’s eerste 12 genezers.
Bereid volgens de zonne-methode.
.
.
Degenen die alsmaar bezig zijn met de noden van anderen. Ze hebben de neiging om overvol van zorg te zijn voor kinderen, familieleden, vrienden, en ze vinden altijd wel iets dat rechtgezet moet worden. Ze zijn voort-durend bezig om te corrigeren wat ze fout vinden, en doen dat graag. Ze hebben de wens dat degenen om wie ze geven dicht bij hen horen te zijn.
Onszelf verliezen in de liefde en zorg voor degenen om ons heen. Als we deze goede eigenschap maar voldoende ontwikkelen, en plezier beleven aan het zalige avontuur van kennis vergaren en anderen helpen, dan komen onze persoonlijke smarten en noden snel tot een einde. Het is het grootse ultieme doel: onze eigen belangen verliezen ten dienste van menslievendheid.
.
Wilde Cichorei groeit op ongebruikte grond, met name aan de randen van gecultiveerde grond, korenvelden of in bermen van wegen (wanneer ze niet gemaaid zijn). Op wat zuurdere grond zijn de bloemen niet zo intens blauw. Ze zijn zo gevoelig als lakmoes-papier en zien er soms bleek of zelfs roze uit na regen, door de zuurtegraad.
.
Deze mensen maken zich zorgen over anderen als ze ziek zijn, kinderen, vrienden, familie. Ze maken zich zorgen dat ze te warm zijn, te koud, niet gelukkig, geen plezier hebben. Ze vragen voortdurend hoe het met ze gaat en wat ze zouden willen. Ze zijn te gretig in hun pogingen om het hen naar de zin te maken. Blijven maar vragen naar hun wensen en behoeften. Zo’n situatie brengt geen rust en vermoeit de patiënt.
Soms hebben de patiënten medelijden met zichzelf, hebben het gevoel dat ze het niet verdiend hebben om ziek te zijn; dat ze slecht behandeld worden en genegeerd, dat anderen niet voor hen zorgen. Vaak hebben ze een goede kleur wanneer ze ziek zijn; de mensen die met hun uiterlijk geen meelij wekken.
.
.
Clematis vitalba
Een van Bach’s eerste 12 genezers.
Bereid volgens de zonne-methode.
.
Degenen die dromerig zijn, slaperig, niet helemaal wakker, geen grote interesse in het leven. Rustige mensen, niet echt gelukkig in hun huidige omstandigheden, leven meer in de toekomst dan in het heden, hopend op geluk-kiger tijden, wanneer hun idealen misschien werkelijkheid worden. Sommigen doen als ze ziek zijn geen enkele moeite om beter te worden, en in sommige gevallen kunnen ze zelfs uitzien naar de dood, in de hoop op betere tijden, of op het weerzien met iemand van wie ze hielden en die hen ontvallen is.
.
De remedie brengt stabiliteit en zet de patiënt meer in een praktisch vlak; brengt ze “met beide benen op aarde” en stelt ze zo in staat om hun werk in deze wereld te vervullen.
.
.
Bosrank groeit in bossen, aan bosranden en in heggen, voornamelijk op kalk-rijke gronden.
Ter bestrijding van alle slaperige, dromerige, lusteloze toestanden. Wanneer de patiënt de interesse verliest. Doet geen moeite om beter te worden. Lijkt onverschillig voor wat er gebeurt: is nergens enthousiast voor. Horen maar half wat er tegen ze gezegd wordt. Deze mensen zijn vaak dromerig, ver weg, apathisch, leven in hun gedachten; misschien denken ze te veel aan iemand die ze verloren hebben, of dromen ze van ambities waarvoor ze geen moeite doen om ze waar te maken.
Ze lijken er tevreden mee om niet helemaal wakker te zijn, en gelukkig in hun dromen van idealen. Ze zijn meestal rustig en vriendelijk, maar ze vinden niet genoeg vreugde in het leven zelf; leven niet genoeg in het heden. Gewoon flauwvallen kan bij dit type horen, en in gevallen van bewusteloosheid is het voldoende om de lippen met de remedie te bevochtigen.
.
.
Spreuken 30:28
“De hagedissen – je kunt ze met de handen vangen, maar ze dringen door tot in het paleis van de koning”
Als laatste van de vier dieren die klein maar wijs zijn noemt Agur de hagedis. Het Hebreeuwse woord betekent ‘vergiftiger’ en daarom is het in sommige oudere vertalingen van de Bijbel vertaald met ‘spin’. Anderen beweren dat de hagedis in vroeger tijden als gevaarlijk werd beschouwd.
In ons land komen we niet zo vaak hagedissen tegen, maar in de warmere landen rond de Middellandse Zee zijn zij een bekende verschijning. In Israël komen verschillende soorten voor: de varaan, de kameleon, de gekko en de skink, en ook de gewone hagedis worden in Leviticus allemaal genoemd als onreine dieren die niet gegeten mochten worden (Leviticus 11:29-31).
.
.
Leviticus 11:29-31
29 Van alle kruipende dieren zijn de volgende dieren onrein voor jullie: wezels, muizen en alle soorten schildpadden. 30 Ook stekelvarkens, krokodillen, hagedissen, slakken en mollen. 31 Deze kruipende dieren zijn onrein voor jullie. Als je ze aanraakt als ze dood zijn, ben je tot de avond onrein.
.
Hagedissen houden van zon, omdat zij koudbloedig zijn en zich door de zon moeten laten opwarmen om kracht op te doen. Daarom ziet men ze vaak zonnebadend op een rots. En omdat hun huid taai en waterhoudend is, drogen zij niet uit. De meeste hagedissen zijn insecteneters en zij vervullen een nuttige rol in de natuur.
Een goed voorbeeld is de smaragdhagedis, die tussen de bodemvegetatie van bossen leeft en o.a. sprinkhanen en rupsen op zijn menu heeft staan. Net als andere reptielen moeten, hagedissen van tijd tot tijd vervellen om te kunnen groeien. Bovendien zijn zij in staat om, als zij in gevaar komen, hun staart af te werpen. Dus, als je er eentje wil pakken, pak hem dan niet bij zijn staart!
Wat de schrijver van Spreuken 30 opviel, was dat deze reptielen overal en op allerlei verschillende plaatsen voorkomen. Zeker de gekko’s, die verticaal kunnen klimmen, en die kennelijk zelfs in het paleis van de koning voldoende insecten konden vinden om daar van te leven
Dat kunnen klimmen, danken zij aan hun extra grote tenen, die van onderen een aantal speciale kussentjes hebben, waardoor zij aan bijna elk oppervlak vast kunnen ‘kleven’. De werking daarvan berust op een speciaal fysisch effect (zgn. van der Waals krachten) dat de mens tot nu toe nog niet heeft kunnen nabootsen.
.
.
.
.
Pasteltekening van John Astria
.
Op het eerste gezicht is het idee van de alwetendheid van God misschien een simpel concept. Maar hoe meer we de Bijbel bestuderen, hoe meer we gaan begrijpen wat een ongelooflijke waarheid dat is. Psalm 147:4-5 zegt:
“Hij bepaalt hoeveel sterren er zijn. Hij heeft ze allemaal een naam gegeven. Onze Heer is geweldig, zijn kracht is heel groot. Zijn wijsheid is grenzeloos.”
God weet niet alleen hoeveel sterren er zijn, maar kent ze ook nog allemaal bij naam. Een recente Australische studie stelde het aantal sterren dat wij kunnen zien vast op 70.000 miljoen miljoen miljoen, oftewel het getal 70 met 22 nullen. Dat betekent dat er meer sterren zijn dan er zandkorrels te vinden zijn op alle stranden en in alle woestijnen samen. In het boek Genesis lezen we de geschiedenis van Jozef, de lievelingszoon van Jakob. De broers van Jozef waren jaloers op hem en bedachten een plan om zich van hem te ontdoen. Ze overwogen hem te doden, maar uiteindelijk verkochten ze hem als slaaf aan vreemdelingen. God wist dat dit zou gebeuren en had al een plan klaar.
Door een aantal gebeurtenissen werd Jozef van slaaf, tot gevangene, tot Egyptisch heerser. Jaren later kon hij zijn gezag en positie gebruiken om voor zijn familie te zorgen toen hun thuisland door een hongersnood werd getroffen. Hoe zou Jozef zich gevoeld hebben toen hij weer met zijn broers verenigd werd? Denk je dat hij wraak wilde? Nee. Hij zei tegen hen:
“Wees daar nu niet verdrietig over. Wees niet boos op elkaar dat jullie mij hierheen hebben verkocht. Want God heeft mij voor jullie uit gestuurd om jullie te kunnen redden” (Genesis 45:5).
Jozef begreep de alwetendheid van God. Hij begreep dat de gebeurtenissen in zijn leven dienden voor de redding van zijn familie.
Pasteltekening van John Astria
.
.
Voordat wij geboren werden kende God ons al en had Hij een plan voor ons leven. Hij kent ons beter dan wij ons-zelf. In Matteüs 10:30 staat dat Hij zelfs de haren op ons hoofd heeft geteld. Wij kunnen nog zo ons best doen om dingen geheim te houden voor mensen, maar bij God kan dat niet want Hij kent al onze geheimen.
In Psalm 139:1-4 schreef David:
“Heer, U kent mij door en door. U weet alles van mij, waar ik ook ben. U weet alles wat ik denk. U bent dag en nacht bij mij, U weet alles wat ik doe. U kent elk woord van mij, nog voordat ik het heb gezegd.”
En in Spreuken 15:3 staat:
“De Heer ziet alles wat er gebeurt. Hij ziet de daden van goede en van slechte mensen.”
Hij ziet elke handeling van ons, op ieder moment. En ook al weet Hij alles over ons – het goede en het slechte – Hij houdt van ons. God begrijpt hoe we ons voelen als we het moeilijk hebben omdat Hij onze gedachten en onze gevoelens kent.
“Want de Heer weet alles wat er in je hart en in je gedachten is” (1Kronieken 28:9).
.
Pasteltekening van John Astria
.
.
De alwetendheid van God is volmaakt. God leert niet steeds bij, maar weet alles direct. Miljoenen jaren voordat Hij de aarde schiep, wist God al dat Hij zijn Zoon Jezus Christus zou sturen om ons te redden van onze zonden:
“Hij was er al voordat de wereld gemaakt werd. Maar pas nu, aan het eind van de tijd, is Hij voor ons gekomen” (1 Petrus 1:20).
God openbaarde Zijn plan aan de profeten in het Oude Testament, zoals Jesaja, die Gods woord verkondigde aan de mensen:
“Daarom zal de Heer u ongevraagd een teken geven: het meisje dat nog maagd is, zal in verwachting raken en een zoon krijgen. Ze zal hem Immanuël noemen” (Jesaja 7:14).
De geboorte, dood en opstanding van Jezus waren geen toeval. Ze waren het gevolg van een goddelijk plan dat God een eeuwigheid geleden heeft vastgelegd zodat wij een persoonlijke relatie met Hem kunnen hebben. We kunnen in die relatie stappen door te bidden tot God, onze zonden te belijden en Hem te vragen in ons leven te komen. 1 Johannes 1:9 zegt:
“Maar als we het aan God vertellen als we het verkeerd hebben gedaan en Hem om vergeving vragen, dan vergeeft Hij ons. Dan wast Hij ons weer schoon van elke ongehoorzaamheid, zoals Hij heeft beloofd. Want Hij doet altijd wat Hij heeft gezegd.”
Voor ons als gelovigen is de toekomst zeker. Niet omdat wij weten wat er gebeuren zal, maar omdat God het weet.
Pasteltekening van John Astria
.
.
.
“Denk aan wat er vroeger is gebeurd. Ik ben God en er is geen andere God. Er is niemand als Ik. Al aan het begin vertel Ik wat er aan het eind zal gebeuren. Ik spreek van tevoren over dingen die nog niet gebeurd zijn. En alles wat Ik van plan was, doe Ik” (Jesaja 46:9-10).
“Wie gaf leiding aan de Geest van de Heer? Wie heeft Hem goede raad gegeven? Met wie heeft Hij overlegd? Wie heeft Hem iets geleerd en wie heeft Hem wijsheid gegeven? Wie heeft Hem gezegd hoe het moet?” (Jesaja 40:13-14).
“U kent elk woord van mij, nog voordat ik het heb gezegd” (Psalm 139:4).
“Heer, U kent mij door en door. U weet alles van mij, waar ik ook ben. U weet alles wat ik denk. U bent dag en nacht bij mij, U weet alles wat ik doe” (Psalm 139:2-3).
“U zag me al toen U mij daar in het donker vormde, waar nog niemand anders mij zag. U zag me al toen ik nog helemaal geen vorm had. Al mijn dagen stonden al in uw boek toen ik nog niet één dag daarvan had geleefd” (Psalm 139:15-16).
“Maar wie kan God zeggen dat Hij het anders moet doen? Wie kan zeggen tegen Hem die over de engelen oordeelt, dat Hij het verkeerd doet?” (Job 21:22).
“Hij bepaalt hoeveel sterren er zijn. Hij heeft ze allemaal een naam gegeven. Onze Heer is geweldig, zijn kracht is heel groot. Zijn wijsheid is grenzeloos” (Psalm 147:4-5).
“En jij, Salomo, houd van de God van je vader. Dien Hem van harte. Want de Heer weet alles wat er in je hart en in je gedachten is. Als je van Hem houdt, zal Hij altijd naar je luisteren. Maar als je Hem verlaat, zal Hij jou ook voor altijd verlaten” (1 Kronieken 28:9).
“Begrijp jij hoe de wolken zijn opgehangen? Begrijp jij iets van de wonderlijke dingen die de volmaakt wijze God doet?” (Job 37:16).
“De Heer ziet vanuit de hemel alle mensen. Vanuit zijn huis kijkt Hij naar de bewoners van de aarde. Hij heeft hen allemaal gemaakt. Hij weet alles wat ze doen” (Psalm 33:13-15).
.
“Wat zijn Gods wijsheid en kennis toch onbegrijpelijk groot! Wat is het moeilijk om zijn plannen te begrijpen en zijn daden uit te leggen!” (Romeinen 11:33).
“Niemand kan zich voor God verbergen. Alles wat we zijn en doen, is zichtbaar voor God. En we zullen tegenover Hem verantwoordelijk zijn voor alles wat we hebben gedaan” (Hebreeën 4:13).
“Ook weet Hij precies hoeveel haren jullie op je hoofd hebben. Wees niet bang! Want jullie zijn belangrijker dan een heleboel mussen bij elkaar” (Lukas 12:7).
“Maar als ons geweten toch ongerust is, mogen we er zeker van zijn dat God belangrijker is dan ons geweten. Hij weet alles” (1 Johannes 3:20).
“Jullie weten toch dat twee mussen voor maar één muntje worden verkocht? Toch zal niet één mus doodgaan zonder dat jullie Vader het toestaat. Ook weet Hij zelfs precies hoeveel haren jullie op je hoofd hebben” (Matteüs 10:29-30).
.
.
.
.
.
Circle stones zijn gevonden in graancirkels, vandaar de naam. Het is een speciaal soort vuursteen.
.
.

.
.

.
.

.
.

.
.

.
.

.
.

.
.

.
.

.
.
.
In zijn voorkomen lijkt dolomiet op calciet, maar het lost slecht tot niet op in zoutzuur. Het is niet precies bekend hoe het mineraal wordt gevormd, een mogelijkheid is dat het gebeurt in ondiep zeewater in (sub-)tropische gebieden, maar ook andere mechanismen zijn mogelijk. Hoewel het gesteente meestal niet door sedimentatie ontstaat, wordt het toch tot de sedimentaire gesteenten gerekend. Dolomiet is kleurloos tot wit, geelachtig bruin of zalmroze. De steen is doorzichtig tot doorschijnend en heeft een glasachtige tot parelmoerglans.
.
.
.
Dolomiet is vernoemd naar haar ontdekker, de Franse mineraloog Déodat de Dolomieu
.
.
.
.
.
samenstelling: CaMg(Co3)2
hardheid: 3,5-4
dichtheid: 2,8
.
.

.
.
| Dolomiet | ||
| Mineraal | ||
| Chemische formule | CaMg(CO3)2 | |
| Kleur | Kleurloos, grijs, geelbruin, bruin | |
| Streepkleur | Wit | |
| Hardheid | 3,5 tot 4 | |
| Gemiddelde dichtheid | 2,85 kg/dm3 voor zuiver dolomiet | |
| Glans | Glas- tot parel | |
| Opaciteit | Doorschijnend | |
| Breuk | Bros, schelpvormig | |
| Splijting | Perfect, [1011] | |
| Habitus | Romboëder, prisma, tafelvormig | |
| Kristaloptiek | ||
| Kristalstelsel | Trigonaal | |
| Brekingsindices | 1,5 – 1,681 | |
| Dubbele breking | 0,1790 – 0,1810 | |
| Overige eigenschappen | ||
| Chemisch gedrag | reageert slechts met verwarmd HCl | |
.
.

.
.

.
.

.
.

.
.

fluoriet met dolomiet
.
.
.
.
Goed te herkennen aan
– het formaat van de plant en
– de grote, groene bolvormige schermen
Algemeen
Grote engelwortel is een lichtgroene, overblijvende (tot 4-jarige) plant op natte, zeer voedselrijke grond aan waterkanten en in grienden. Ze kan tot 2,5 meter hoog worden. De plant komt algemeen voor en wordt ook gekweekt in tuinen als keukenkruid.

Bloem
Grote engelwortel bloeit in juni en juli met grote, bolvormige, groenachtig witte schermen, die veel insecten aantrekken. De grote schermen kunnen tot 20 cm breed worden en net als de kleinere schermpjes bestaan ze uit 20 tot 40 stralen. Het omwindsel onder het grote scherm ontbreekt of bestaat uit maximaal 3 blaadjes. Het omwindsel onder de kleinere schermen bestaat uit talrijke blaadjes.

Blad en stengel
De stevige, ronde, gegroefde stengels zijn lichtgroen, maar vaak ook bedauwd roodbruin. De onderste bladeren zijn groot, 2- tot 3-voudig geveerd en hebben een ronde steel. De bovenste zijn minder gedeeld en zitten met een grote, opgeblazen schede aan de stengel. Alle bladeren bestaan uit eironde tot langwerpige deelblaadjes, die onregelmatig gezaagd zijn.

Toepassingen
Uit de zaden en de wortel van grote engelwortel wordt een geurende olie geperst, die wordt gebruikt in de cosmetische industrie en bij het maken van verschillende likeuren. Daarnaast worden stoffen uit de wortel medicinaal toegepast bij spijsverteringsproblemen, gebrek aan eetlust en als urineafdrijvend middel.

| Vergelijkbare soorten | |
| gewone engelwortel – scherm 3 tot 15 cm breed, 15 tot 40 stralen – bloemen zijn 2 mm, wit of roze – plant donkergroen, nauwelijks ruikend – eindblaadjes ongedeeld, voet niet aflopend – tot 1,8 meter hoog – wortelbladeren met gootvormige stengel |
grote engelwortel – scherm tot 20 cm breed, 20 tot 40 stralen – bloemen zijn 3 tot 4 mm, groenachtig wit – plant lichtgroen, bij kneuzing sterk ruikend – eindblaadjes vaak 3-delig met aflopende voet – tot 2,5 meter hoog – wortelbladeren met rolronde stengel |
Naast de twee bovengenoemde soorten zijn er nog een aantal (zeer) algemeen voorkomende planten met witte schermbloemen, zoals fluitenkruid en gewone berenklauw.
Algemeen
– schermbloemenfamilie (Apiaceae)
– overblijvend, tot 4-jarig
– algemeen tot zeldzaam
– ook als keukenkruid
– 90 tot 250 cm
Bloem
– groenachtig wit
– juni en juli
– scherm
– 3 tot 4 mm
– stervormig
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 2 stijlen
Blad
– verspreid
– samengesteld
– 2- of 3-voudig oneven veervormig
– deelblaadjes eirond tot langwerpig
– top spits
– rand onregelmatig gezaagd
– voet afgerond of (half)
stengelomvattend
– veernervig
Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rond en gegroefd
zie wilde bloemen
Goed te herkennen aan
– de bolvormige vrouwelijke of mannelijke hoofdjes
– aan een vertakte bloeistengel en
– de stekelige bollen van spitse vruchten en
– de lange, smalle (6-30 mm), rechtopstaande, gekielde bladeren en
– de groeiplaats in en aan ondiep zoet water
Algemeen
Grote egelskop is een overblijvende, woekerende oeverplant van 30 tot 100 (180) cm hoog. Ze groeit aan en in zoet, voedselrijk, niet te diep, stilstaand of langzaam stromend water. Het is een zeer algemeen voor komende plant.

Bloem
De bloeiperiode loopt vanaf juni tot en met september. De stengel van de bloeiwijze is vertakt. Dit onderscheidt grote egelskop van kleine, kleinste en drijvende egelskop. Zowel de hoofdstengel als de korte zijstengels zijn zigzag gebogen. Aan elke vertakking en aan het einde van de hoofdtak zitten een aantal bolvormige, ongesteelde bloeiwijzen. De onderste (1-4) bloeiwijzen zijn vrouwelijke hoofdjes en bestaan alleen uit vrouwelijke bloemen. De bovenste, kleinere hoofdjes bestaan uit mannelijke bloemen. Meestal zijn er veel meer mannelijke hoofdjes dan vrouwelijke.
De vrouwelijk bloemen hebben een lange, draadvormige, vuilwitte stijl en stempel (soms twee) en groen bruinachtige bloemdekblaadjes. De mannelijke bloemen bestaan uit 1-3 meeldraden, die omgeven worden door 4 vliezige bloemdekbladen. De bloemen stellen niet zoveel voor, idat is ook niet zo belangrijk omdat bestuiving door de wind plaatsvindt. Na bevruchting ontwikkelen de vrouwelijke hoofdjes gesnavelde vruchtjes, waar de plant haar naam aan dankt.
Blad
De bladeren zijn 6 tot 30 mm breed, onderaan driehoekig in doorsnede, bovenaan plat, gekield en niet of nauwelijks gedraaid. De bladeren van lisdodden en zwanenbloem zijn wel gedraaid. De bladeren van grote egelskop worden door meerkoeten gebruikt als nestmateriaal.

Vergelijkbare soorten
Een ondersoort van grote egelskop is blonde egelskop (Sparganium erectum subsp. neglectum), enkel van elkaar te onderscheiden door de vorm van de vruchtjes : rijpe vruchtjes van blonde egelskop zijn 2x zo hoog als breed. Rijpe vruchtjes van grote egelskop zijn iets hoger dan breed. Van alle egelskopsoorten (grote, kleine, kleinste en drijvende) heeft grote egelskop als enige een vertakte bloeistengel.

blonde egelskop
Algemeen
– egelskopfamilie (Asteraceae)
– overblijvende water-/oeverplant
– zeer algemeen tot vrij zeldzaam
– 30 tot 100 (180) cm
Bloem
– groen
– vanaf juni t/m september
– talrijke mannelijke hoofdjes
– 1 tot 4 vrouwelijke hoofdjes
– 1 tot 1,5 cm
Blad
– in 2 rijen
– enkelvoudig
– zwaardvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet (half) stengelomvattend
– parallelnervig
Stengel
– rechtop
– kaal
zie wilde bloemen