Categorie: mode en kledij
.
Christian Dior-2007-couture

















































.

















































.

.
Hij werd toegelaten op de École Navale (maritieme academie) in Brest en werd officier van de Franse marine, die hem de mogelijkheid gaf met onderwater-experimenten bezig te zijn. In 1936 testte hij een onderwaterbril, mogelijk de voorouder van de moderne duikmaskers.
Cousteau trouwde in 1937 met Simone Melchior. In de Tweede Wereldoorlog was hij spion en ontwikkelde tijdens de oorlog samen met Emile Gagnan de “Aqua-lung” (gereed in 1943), de basis van de huidige duikapparatuur. Na de oorlog ontwikkelde hij technieken voor het opruimen van zeemijnen in Franse havens en verkende hij scheepswrakken.
In 1950 kocht hij zijn beroemde schip, de Calypso, waarmee hij menig film en boek over de onderwaterwereld maakte. Eén van zijn films won de belangrijkste prijs op het filmfestival van Cannes in 1956. Deze werken droegen veel bij aan de populariteit van de onderwaterbiologie.
.
Cousteau ontwikkelde in 1963 samen met Jean de Wouters een onderwatercamera genaamd “Calypso-Phot”, later gelicentieerd aan Nikon en werd zo de “Nikonos”. Samen met Jean Mollard ontwikkelde hij de “SP-350”, een tweepersoons duikboot die een diepte van 350 meter onder het wateroppervlak bereikte. In 1965 werd het experiment herhaald en bereikten twee voertuigen een diepte van 500 meter.
.
Cousteau werd benoemd tot directeur van het oceanografisch museum van Monaco, vormde een onderzoeksgroep (the Underseas Research Group) in Toulon, was de leider van de werkgroep voor saturatieduiken (langdurig verblijf op de zeebodem, de eerste bemande onderwaterkolonies) en is één van de weinige buitenlanders die toegelaten werd tot de Amerikaanse Academy of Sciences.
Cousteau ontwikkelde zich in deze tijd tot milieuactivist. Bekend is o.a. zijn steun aan een massaal protest in 1960 in Frankrijk tegen storting van radioactief afval in zee. Een grote groep volwassenen en kinderen wisten toen de trein met afval tegen te houden, en terug te laten keren.
.
.
.
.
Pasteltekening van John Astria
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
Pasteltekening van John Astria
[12] Als wij verkondigen dat Christus uit de doden is opgestaan, hoe is het dan mogelijk dat sommigen onder u beweren dat er geen opstanding van de doden bestaat?
[13] Als er geen opstanding van de doden bestaat, is ook Christus niet opgestaan.
[14] En als Christus niet is opgestaan, dan is onze prediking zonder inhoud en uw geloof leeg.
[15] Dan blijken wij zelfs van God een vals getuigenis te hebben afgelegd; want dan hebben wij tegen God in getuigd dat Hij Christus heeft opgewekt, wat Hij niet heeft gedaan, indien, zoals zij beweren, de doden niet verrijzen.
[16] Want als de doden niet verrijzen, is ook Christus niet verrezen,
[17] en als Christus niet is verrezen, is uw geloof waardeloos en ligt u nog in zonde.
[18] Dan zijn ook die mensen verloren die in Christus ontslapen zijn.
[19] Indien wij enkel voor dit leven onze hoop op Christus hebben gevestigd, zijn wij het meest van alle mensen te beklagen.
[20] Maar zo is het niet! Christus is opgestaan uit de doden, als eersteling van hen die ontslapen zijn.
[21] Want omdat de dood er is door een mens, is de opstanding van de doden er ook door een mens.
[22] Zoals allen sterven in Adam, zullen ook allen in Christus herleven.
[23] Maar ieder in zijn eigen rangorde: als eersteling Christus, vervolgens, bij zijn komst, zij die Christus toebehoren.
[24] Daarna komt het einde, wanneer Hij het koningschap aan God de Vader zal overdragen, na alle heerschappij en macht en kracht te hebben onttroond.
[25] Want Hij moet het koningschap uitoefenen, tot Hij zijn voet heeft gezet op al zijn vijanden.
[26] En de laatste vijand die uitgeschakeld wordt, is de dood.
Pasteltekening van John Astria
Wij lezen in de Bijbel vaak over schapen en herders. De bekendste van alle psalmen (Psalm 23) gebruikt hen als beeld van de zorg die God (en zijn Zoon) voor zijn volk heeft:
“De Heer is mijn herder, het ontbreekt mij aan niets.”
1 Een lied van David.
.
De Heer zorgt voor mij zoals een herder voor zijn schapen zorgt.
Ik kom niets tekort.
2 Hij laat mij rusten in groene velden.
Hij laat mij drinken uit rustige stroompjes.
3 Hij geeft me kracht.
Hij helpt me om te leven zoals Hij het wil,
omdat Hij dat heeft beloofd.
4 Zelfs als ik door een diep, donker dal ga,
een dal van moeilijkheden,
ben ik nergens bang voor, want U bent bij mij.
Met uw stok en uw herdersstaf
beschermt U mij en stuurt U mij bij.
Het troost mij dat U dat doet.
5 Mijn vijanden zien hoe goed U voor mij bent:
U zet een feestmaaltijd voor mij neer.
U zalft mijn hoofd met zalf-olie.
U schenkt mijn beker zó vol dat hij overloopt.
6 Uw goedheid en liefde zijn mijn leven lang bij mij.
Ik mag mijn hele leven dicht bij U zijn.
Pasteltekening van John Astria
Maar de taak van de traditionele herder in het Midden-Oosten verschilt enorm van die van een West-Europese herder. Om een begrip te vormen van de betekenis van wat hierover in de Bijbel wordt verteld, is het nuttig eens te kijken naar die oude gewoonten, die de Arabieren in het moderne Israël nog steeds vasthouden. Omdat Psalm 23 van de hand van David komt, weerspiegelt het de herderspraktijken in de heuvels van Judea, ten zuiden van Jeruzalem. Het terrein is er ruig en schraal, met diepe ravijnen die naar de Dode Zee afdalen. Vers 2 zegt:
“Hij laat mij rusten in groene weiden en voert mij naar vredig water (‘rustige wateren’, NBG ’51).”
Hier ontbreekt het niet aan groene weiden, en de boer kan de schapen er gewoon op loslaten. In de heuvels van Judea moest de herder het groen echt zoeken. Hij moest er ook op letten dat de schapen daar bleven, en niet af-dwaalden naar verlaten streken, waar geen gras groeide. Beken in dat gebied vloeien snel met cascades en water-vallen. Maar de herder heeft daar niets aan, want schapen houden niet van harde geluiden en het wilde water weerhoudt ze te drinken. Dus zijn de herder en zijn schapen aangewezen op poelen, of de zacht vloeiende delen van een beek.
Desnoods creëert hij zulke drinkplaatsen, door de stroom met stenen af te dammen. Of, hij haalt water uit een put en giet het in een drinkbak, zoals wij in Exodus 2:16 lezen. Wij zien dus hoe God in zijn wijsheid schapen op een zodanige manier geschapen heeft, dat zij een passend beeld voor ons mensen zijn. Net als zij, hebben wij een Herder nodig, die ons naar rustige plekken kan brengen, en te verfrissen door het water des levens.
Piemontiet is een lid van de epidootgroep. De mineralengroep epidoot bestaat uit een aantal sorosilicaten, waarvan de belangrijkste het mineraal epidoot is. Het mineraal epidoot is een calcium–ijzer–aluminium–silicaat met de chemische formule Ca2(Fe3+,Al)Al2(SiO4)(Si2O7)O(OH).

piemontiet – ruw
Het geel- tot bruingroene, grijze of zwarte epidoot heeft een glasglans, een grijswitte streepkleur en de splijting is perfect volgens kristalvlak [001]. Het kristalstelsel is monoklien. De gemiddelde dichtheid is 3,45 en de hardheid is 7. Epidoot is niet radioactief. Piemontiet heeft een zachte roze, rode kleur.

piemontiet
Epidoot
De naam epidoot is afgeleid van het Griekse epidosis, dat “toevoeging” betekent.

|
Epidoot
|
||
| Mineraal | ||
| Chemische formule | Ca2(Fe3+,Al)Al2(SiO4)(Si2O7)O(OH) | |
| Kleur | Geelgroen, bruingroen, zwart, geel of grijs, roze, rood | |
| Streepkleur | Grijswit | |
| Hardheid | 7 | |
| Gemiddelde dichtheid | 3,45 kg/dm3 | |
| Glans | Glasglans | |
| Opaciteit | Doorzichtig, doorschijnend tot opaak | |
| Splijting | [001] Perfect | |
| Kristaloptiek | ||
| Kristalstelsel | Monoklien | |

piemontiet – ruw
Epidoot is een wereldwijd zeer veelvoorkomend mineraal, met name in metamorfe gesteenten. Het wordt gevormd in kristallijne kalksteen en in schisten. Vooral in de Knappenwand te Salzburg (Oostenrijk) worden mooie epidootkristallen gevonden. Epidoot komt algemeen voor in de zandfractie van Nederlandse kwartaire riviersedimenten.

piemontiet – donut





Fuchsiet is een groene variant muscoviet met een hoog chroom-gehalte. De steen is doorzichtig tot doorschij- nend met een glasachtige glans. Het hoort bij een groep mineralen die in één richting splijtbaar is. Meestal wordt fuchsiet gevonden in grote massa’s die zijn opgebouwd uit dunne lagen en schilfers. De kristallen vormen zeshoekige bladen of zijn prismatisch. Fuchsiet is chroomhoudend en daardoor groen van kleur. Fuchsiet komt echter niet zo vaak voor. Heel mooi zijn stukken fuchsiet waarin robijnen groeien.

.
.
Fuchsiet is genoemd naar de Duitse mineraloog J.N. von Fuchs
Brazilië, India, Oostenrijk, Tsjechië, Rusland.
chemische samenstelling: K(Al,Cr)2(OH,F)2AlSi3O10
Mineraalgroep: silicaten
Kristalstelsel: monoclien
Vorming: tertiair
Hardheid: 2,5
Kleur: groen, doorschijnend
Glans: parelmoer tot zijdeachtig
Vindplaatsen: Brazilië, India, Oostenrijk, Tsjechië, Rusland, Zwitserland, Italië
Bewerking: trommelen, polijsten



Vochtig houden
Phoenix Roebelenii palmen zijn echte groot verbruikers wat betreft water. De grond mag nooit uitdrogen. Indien de grond meer dan 2x droog staat, daalt de palm sterk in sierwaarde. Van nature groeien deze palmen dichtbij rivieren en schieten met hun wortels diep in de bodem opzoek naar water.
Geef gemiddeld 2 tot 3x per week water en tijdens warme zomer dagen zelfs elke dag. Pas echter wel op dat de palm niet met zijn wortels in het water staat. Controleer geregeld met een vinger in de grond of deze nog vochtig is. Wanneer de grond droger wordt kan je de Phoenix Roebelenii opnieuw water geven. De hoeveelheid water is afhankelijk van de maat pot. Hoe groter de pot, hoe meer water erin kan.
Het is daarom verstandig om de Phoenix Roebelenii een ruime pot te geven. Is de grond de volgende dag alweer droog, geef dan meer water per gietbeurt. Wanneer de Phoenix Roebelenii buiten staat zal de palm nog meer water verbruiken. Vooral op warme dagen is dagelijks water geven noodzakelijk.
De Phoenix Roebelenii verbruikt veel water. Door regelmatig te sproeien verliest de palm minder vocht door verdamping. Dit komt de gezondheid ten goede.

Zonnig
Plaats de Phoenix Roebelenii op een zonnige standplaats. Het blad verdraagt direct zonlicht na gewenning. Ook buiten kan de palm in de volle zon staan. De middagzon kan echter beter worden vermeden. Ouder blad kan verbranden in het directe zonlicht, maar het nieuwe blad is hier prima tegen bestand. Wanneer de Phoenix Roebelenii te donker staat, zal de palm geen nieuw blad aanmaken. Plaats deze binnenplanten 1 tot 2 meter van het raam, zodat de palm minimaal 5 uur direct zonlicht ontvangt.

Overdag: +/- 7 °C
‘S nachts: +/- 3 °C
Je kunt de Phoenix Roebelenii het beste verpotten direct na de aankoop. Omdat de Dwerg Dadelpalm veel water verbruikt is een grotere pot noodzakelijk. De kweekpot kan namelijk onvoldoende water absorberen. Gebruik een sierpot waarbij de diameter minimaal 20% breder is ten opzichte van de vorige. Hoe groter hoe beter, omdat meer grond ook meer water kan vasthouden. Daarnaast komt een grotere wortelkluit komt de gezondheid ten goede. Gebruik universele potgrond of palmgrond. Voeg alleen hydrokorrels toe indien er een drainage gat aanwezig is.

Geef deze kamerpalm eens per week vloeibare voeding voor palmen in de groei periode. Geef nooit een overdosis, ook niet na een periode dat de palm geen voeding heeft gehad. Bemesten is niet nodig in de rustperiode (winter) en niet noodzakelijk in de herfst. Lees de gebruiksaanwijzing van de kamerplantenvoeding voor de juiste dosering.
Bruine of gele bladeren (of bladpunten) komen vaak voor op de onderste bladeren van deze kamerpalm. Meestal is er niets mis met de gezondheid van de palm, maar is dit het natuurlijke proces. Bovenin vormen zich weer mooie verse groene bladeren. Indien veel bladeren, en niet alleen de onderste krans, bruin of geel worden kan dit het gevolg zijn van teveel of te weinig water.
Ook kan een plotseling overgang naar teveel direct zonlicht de oorzaak zijn. Dichtgeknepen blad is een teken van een lage luchtvochtigheid, of een tekort aan water in de grond. De V-vorm van het blad staat onder gunstige omstandigheden open. Gaat de kachel aan, dan is de kans groot dat het blad zich samen vouwt.
Je kunt de bruine bladpuntjes gewoon weg knippen met een schaar. Verwijder de onderste laag bladeren indien deze lelijk worden. Dit gaat het gemakkelijkst indien je de veren naar beneden buigt en vervolgens zo dicht mogelijk bij de stam het blad afsnijd. Je kunt ook een sterke snoeischaar gebruiken. Pas wel op voor de doorns. De stam kan niet afgezaagd worden bij een palm, hierdoor zal de palm sterven.
Het vermeerderen van palmen kan alleen door middel van zaaien. Dit kan lang duren, verhoog hierbij de temperatuur tot rond de 25 graden.

Het is zeldzaam dat de Phoenix Roebelenii in de woonkamer bloeit, maar het is wel mogelijk. Een palm bloeit alleen in een volwassen stadium. De Phoenix Roebelenii is een van de weinige palmen die dit kan bereiken vanwege zijn beperkte hoogte.
De Phoenix Roebelenii is niet giftig. Maar pas wel op voor de doorns. Deze stekels maken de plant minder geschikt wanneer er kleine kinderen bij kunnen komen.
Phoenix Roebelenii kan last krijgen van schild of dopluis. Verwijder aangetaste bladeren zo snel mogelijk om verspreiding te voorkomen. Vermijd besmetting met andere planten door de palm buiten te plaatsen.

Goed te herkennen aan
de oranje bloemhoofdjes op lang behaarde stelen
Algemeen
Oranje havikskruid is een overblijvende plant, vrij algemeen voorkomend. Ze groeit op droge tot vrij vochtige, grazige plaatsen en wordt 30 tot 60 cm hoog. Ze vormt onder- en bovengrondse uitlopers en op voedzame grond kan ze erg woekeren. Ze komt oorspronkelijk uit de berggebieden van Midden-, Oost- en Noord-Europa. Als sierplant ingevoerd is ze vanuit tuinen verwilderd en inmiddels ingeburgerd.

Bloem
In juni en juli bloeit oranje havikskruid met oranje bloemhoofdjes, die uitsluitend bestaan uit lintbloemen. Degene aan de rand zijn oranje, meer naar het hart toe zijn ze oranje/geel. De onderkant van de buitenste lintbloemen is rood.
De knoppen staan met 2 tot 10 dicht bij elkaar. Als de eerste gaat bloeien staan de knoppen van de andere eronder. Zodra er meerdere gaan bloeien verlengen de bloemstelen zich iets en vormen de bloemhoofdjes een schermvormige bloeiwijze.

Blad en stengel
Oranje havikskruid vormt rozetten van langwerpige tot lancetvormige bladeren, die aan beide kanten bezet zijn met lange witte haren. De stengel en omwindselblaadjes hebben naast lange afstaande witte haren ook korte zwarte klierharen en nog kortere witte sterharen. Aan de stengel zitten 1 of 2 stengelbladeren, die dezelfde vorm hebben als de rozetbladeren, alleen kleiner.

Algemeen
– composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– vrij algemeen, ook als tuinplant
– 30 tot 60 cm
Bloem
– oranje lintbloemen
– juni en juli
– hoofdje
– 15 tot 25 mm
Blad
– rozet of verspreid
– enkelvoudig
– langwerpig tot lancetvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet aflopend
– veernervig
Stengel
– rechtop
– behaard, ook met klieren
-rolrond
zie wilde bloemen
.
.

