Categorie: mode en kledij
Christian Dior-2020-resort







.
.
In de Nieuwe Bijbel Vertaling heeft men het vaak over ‘de vogels aan de hemel’. (Psalm 8:9)
In het Bijbelboek Genesis kunnen we lezen dat God op de vijfde dag de vogels maakt:
De Thora maakt een onderscheid tussen reine en onreine vogels. Alle vogelsoorten die rein zijn, mogen de Israëlieten eten. De volgende vogels mogen niet gegeten worden:
de vale gier;
de lammergier;
de zwarte gier;
de rode wouw;
de verschillende soorten buizerds;
alle soorten kraaien en raven;
de struisvogel;
de velduil;
de bosuil;
alle soorten valken
de steenuil;
de ransuil;
de katuil;
de dwergooruil;
de visarend;
de visuil;
de ooievaar;
de verschillende soorten reigers;
de hop; en
de vleermuis. (Deuteronomium 14:12-18; vgl. Leviticus 11:13-19)

Volgens drs. Ben Hobrink in ‘Moderne wetenschap in de bijbel’, zijn de beschermde vogels vooral belangrijk voor het biologische evenwicht in de natuur. God gaf niet zomaar een willekeurig lijstje met vogels op. Hobrink legt uit dat de beschermde vogels grofweg zijn in te delen in zes groepen of clusters:
Deze beschermde vogels zijn dus belangrijk voor het biologische evenwicht. Vogels die rein zijn volgens de voorschriften in de Thora, zijn niet belangrijk voor het in stand houden van dit evenwicht; zij eten vis, insecten, waterplanten, kevers, zaden, enz. Het zijn geen opruimers.
Jezus wees naar de vogels in de lucht om te laten zien dat God voor deze schepselen zorg draagt:
Kijk naar de vogels in de lucht: ze zaaien niet en oogsten niet en vullen geen voorraadschuren, het is jullie hemelse Vader die ze voedt. Zijn jullie niet meer waard dan zij? (Matteüs 6:26)
Maar de boodschap reikt verder dan dat. Als onze Vader die in de hemel woont voor de vogels zorgt, dan zal Hij toch zeker Zijn kinderen geven wat ze nodig hebben?
Dat de mens van het dier en vogels kan leren, komt ook in het Oude Testament voor:
Vraag het vee hiernaar, het zal je onderrichten, vraag de vogels in de lucht, ze zullen het verkondigen. (Job 12:7)
Pasteltekening van John Astria
Zelfs vogels die een rusteloos bestaan leiden hebben een veilige nest, een thuis, terwijl de Zoon des Mensen geen tehuis heeft:
Jezus zei tegen hem: ‘De vossen hebben holen en de vogels hebben nesten, maar de Mensenzoon kan zijn hoofd nergens te ruste leggen.’ (Lucas 9:58)
De man aan wie Jezus dit zei, had tegen Jezus gezegd: “Ik zal u volgen waarheen u ook gaat.” Hij realiseerde zich niet dat al wie Jezus wil navolgen, moet delen in zijn rusteloos bestaan.
De vogel wordt belaagd door vogelvangers: “… zoals een vogel in het net vliegt en niet merkt dat het hem zijn leven kost.” (Spreuken 7:23)
Of, zoals Prediker het uitdrukt:
“Nooit weet de mens wanneer zijn tijd gekomen is: zoals de vissen verraderlijk worden gevangen door de fuik en de vogels door de val, zo wordt de mens verrast door de verraderlijke tijd, wanneer die als een klapnet op hem valt.” (9:12)
De mens die in het nauw wordt gebracht of vluchtende en opgejaagd is, wordt in de Bijbel diverse keren vergeleken met een vogel:
Psalm 11:1
Psalm 124:7
Spreuken 6:5
Spreuken 27:8
Jesaja 16:2
In het Bijbelboek Leviticus kunnen we lezen dat het bloed van vogels een rol speelt in het reinigingsritueel.
De HEER zei tegen Mozes: ‘Dit zijn de voorschriften die van toepassing zijn wanneer iemand die door huidvraat getroffen is, weer rein kan worden verklaard. Zo iemand moet naar de priester worden gebracht, en de priester moet buiten het kamp onderzoeken of hij van zijn huidvraat genezen is. Als dat zo is, moet de priester opdracht geven om voor degene aan wie de reiniging moet worden voltrokken twee levende, reine vogels te halen, en cederhout, karmozijn en majoraan.
De ene vogel laat hij slachten boven een met bronwater gevulde aarden schaal. De andere, levende vogel moet hij, net als het cederhout, het karmozijn en de majoraan, in het bloed van de boven het bronwater geslachte vogel dopen, en met dat bloed moet hij degene die na zijn huidvraat moet worden gereinigd zevenmaal besprenkelen.
Daarna verklaart hij hem rein. De levende vogel moet hij vrijlaten in het open veld. Degene aan wie de reiniging wordt voltrokken, moet zijn kleren wassen, al zijn haar afscheren en zich met water wassen. Dan is hij weer rein. Daarna mag hij in het kamp terugkeren, maar hij moet zeven dagen buiten zijn tent blijven. Op de zevende dag moet hij opnieuw al zijn haar afscheren, zijn hoofdhaar, zijn baard en zijn wenkbrauwen. Al zijn haar moet hij afscheren en zijn kleren en zijn lichaam moet hij met water wassen; dan is hij weer rein…’ (14:1-9)
In Marcus 1:40-45 lezen we dat Jezus in Galilea een man van huidvraat (lepra) geneest. Jezus stuurde hem naar de priester om te laten zien dat hij genezen was en het reinigingsoffer dat Mozes heeft voorgeschreven te brengen, als getuigenis voor de mensen. Jezus had de man gereinigd en de priester moest hem rein verklaren. Dit stuk laat zien dat Jezus zich aan de wet van God hield. Hij houdt zich aan de voorschriften zoals beschreven staan in Leviticus. Het zegt dat het hier gaat om een echte genezing, want priesters moeten vaststellen en bevestigen. Dit is dan tevens een getuigenis van Jezus’ liefde en goddelijke macht.
Er schuilt een diep symbolische betekenis in het Bijbelgedeelte. De vogel die geslacht wordt en de besprenkeling die daarop zevenmaal volgt:
zeven is het getal van de compleetheid en totaliteit en wijst op de offerdood van Jezus, het bloed van Jezus reinigt ons van alle zonde. (1 Johannes 1:7) Jezus’ offerdood reinigt ons totale wezen.
En dan is daar nog de levende vogel die vrijlaten wordt in het open veld. Die verwijst naar de heilige Geest die in de gedaante van een duif op Jezus neerdaalde, nadat Hij zich had laten dopen. (Lucas 3:22) Na overgave aan Jezus en reiniging van zonde, komt de Heilige Geest over ons met al het goede dat daarbij hoort: “Allen die door de Geest van God worden geleid, zijn kinderen van God.” (Lees: Romeinen 8:14-17)
.
.
.
.
.
.
.

.
.
.
.
De Here gaf Mozes de volgende voorschriften voor iemand die van zijn melaatsheid genezen is verklaard: “De priester zal het kamp verlaten om hem te onderzoeken. Als hij ziet dat de melaatsheid is verdwenen, zal hij vragen om twee levende vogels die mogen worden gegeten, cederhout, scharlaken en hysop om die te gebruiken bij de reinigingsceremonie van de genezene.
De priester zal dan opdracht geven één van de vogels te slachten boven een raderwerken pot waarin zich fris bronwater bevindt. De andere vogel zal, samen met het cederhout, scharlaken en hysop in het bloed van de gedode vogel worden gedoopt. Vervolgens zal de priester zevenmaal bloed sprenkelen over de man die is genezen. Daarna zal hij hem rein verklaren. De levende vogel zal hij in het open veld laten vliegen.
In deze wet schuilt een metaforische verwijzing naar de opstanding en verheerlijking van Christus. Juist dit specifieke element,in het zoenoffer van Christus, is minder duidelijk aanwezig in de offerdienst van het Oude Testament, die zoals we weten vooruitwijst naar het ultieme offer dat Christus bracht aan het kruis. Dat maakt deze verwijzing zo bijzonder. Door het zoenoffer van Christus worden de zonden verzoend en worden mensen verzoend met God.
.
.
Voor het reinigingsritueel zijn twee levende vogels nodig. Water heeft een helende, genezende en reinigende kracht. Cederhout staat voor duurzaamheid. Hysop die in scheuren van een muur groeit (1 Koningen 4 :33), is een soort huislook waarvan men een kwast kan maken en kan sprenkelen (Exodus 12:12). Met scharlaken wordt de hysop gebundeld, en herinnert aan het bloed (Numeri 19:6).
De ene vogel wordt geslacht boven een pot met levend water, waar vervolgens het bloed invalt. Hiermee verkrijgt men reinigingswater, waarin de andere vogel gedoopt wordt die daarna de onreinheid weg zal dragen. De vogel laat men in het open veld wegvliegen als symbool van de ontkoming aan de dood.
.
.
Melaatsheid is in de Bijbel een type voor zonde, zoals tot uitdrukking komt in het reinigingsritueel door de priester en doordat er een schuldoffer gebracht moet worden (Leviticus 14:12,21). Zonde is het kwaad dat in de mens aanwezig is en zich uit door middel van boze daden. Het afschuwelijke van melaatsheid of huidvraat, beeldde aan Gods volk de door Hem gehate, verfoeilijke zonde uit. De melaatse wordt door het bloed van het offerdier als het ware gereinigd, net zoals de zondaar wordt gereinigd door het bloed van Christus (1 Johannes 1:7).
.
.
Pasteltekening van John Astria
.
.
Net zoals de twee bokken op Grote Verzoendag tezamen wijzen op twee aspecten van het ene offer van Christus, zo wijzen de twee vogels in de wet op de melaatsheid ook op het ene offer van Christus, maar op een geheel andere wijze. De twee vogels verwijzen naar de dood en de opstanding van de Heer Jezus Christus, gelijk er staat geschreven in Romeinen 4:25: “Hij heeft Jezus voor onze zonden laten sterven en Hem uit de dood laten terugkomen om ons rechtvaardig te verklaren.”
De vogel die geslacht wordt verwijst naar de plaatsvervangende dood van Christus die voor onze zonden stierf. De tweede vogel die is bedekt met het bloed van de eerste vogel, mag vervolgens in het open veld wegvliegen. Dit verwijst naar de Heer die is opgestaan uit de doden.
.
In Leviticus 14 vers 7 kunnen we lezen dat de priester zevenmaal bloed sprenkelt over de man die is genezen. Zeven is het getal van de volheid. Het wijst daarmee vooruit op het volkomen offer dat Christus bracht. Het bloed van Christus reinigt ons en heeft de weg tot God de Vader die door de zonde was versperd, weer vrijgemaakt.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
Het mineraal pyroop is een magnesium-aluminium silicaat met de chemische formule Mg3Al2(SiO4)3. Het nesosilicaat behoort tot de granaatgroep. Het rozerode, oranjerode, donkerrode maar vaak bloedrode pyroop heeft een glasglans, een witte streepkleur en het mineraal kent geen splijting. De gemiddelde dichtheid is 3,74 en de hardheid is gedefinieerd als 7,5. Het kristalstelsel is isometrisch en pyroop is niet radioactiief.
.
.
.
.
.
.
.
De naam van het mineraal pyroop is afgeleid van het Oudgriekse πυρωπός (purōpos), dat “vuurogig” betekent. Dit vanwege de rode kleur van het mineraal.
.
.
.
.
.
.
.
Pyroop, ook rhodoliet genoemd, is een granaat en komt als zodanig voor in sterk gemetamorfoseerde gesteenten, maar ook in ultramafische stollingsgesteenten. De typelocatie is gelegen in Zöblitz, Duitsland. Het wordt ook gevonden in Brazilië en Zuid-Spanje.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
Ravintsara etherische olie is een zeer weldadige olie voor de koude wintertijd. Tevens is het een zeer goede geur om je woonruimtes energetisch te reinigen en een frisse geur te geven.
| Ravintsara, Cinnamomum camphora, wordt gewonnen door stoomdestillatie van het blad
De olie heeft een heldere frisse kruidige geur met een lichte kamfernoot. De geur doet ook iets aan eucalyptus denken.
|
.
Van de Cinnamomum camphora uit Madagaskar komt de ravintsara olie, Het is een prachtige boom met glanzende bladeren.
Deze olie wordt vaak verkocht als ravensara olie, die heeft echter een andere werking.
De werking van ravintsara olie is vergelijkbaar met die van kamfer etherische olie, echter is het kamfer aandeel in de ravintsara olie lager en daardoor milder in gebruik en zeer geschikt voor de aromatherapie.
Ravintsara olie heeft een kramp verminderende en pijnstillende werking heeft en daarom heilzaam is bij de behandeling van reumatische klachten, spierpijnen en kneuzingen.
Ravinstara olie kan onder meer gebruikt worden bij; opkomende verkoudheid, hoesten, koude rillingen, griep en infecties, koorts, onzuivere huid, jeuk, jeugdpuistjes, kneuzingen, verstuikingen, ontstekingen, reumatische pijnen, spierpijn, artritis, slechte doorbloeding van de benen, schaafwonden en zenuwpijnen.
Ravintsara heeft een rustgevende en kalmerende werking vooral bij depressies.
De olie richt de aandacht weer op het wezenlijke. Hij laat de geest weer op krachten komen en sterkt het zelfvertrouwen.
Je kan 5 tot 8 druppels verdampen in een aromadiffuser (ook om ruimtes energetisch te reinigen) of in acute gevallen en bij mentale uitputting 1-2 druppels inhaleren vanaf een tissue of een paar druppeltje in een inhalator doen.
Ravintsara kan goed gemengd worden met lavendel, jeneverbes, verschillende ceder soorten, cajeput, lavandin, citroen, limoen en wierook.
Contraïndicatie: ravintsara niet gebruiken tijdens de zwangerschap en bij kinderen onder de 2 jaar.
Augiet is een mafisch mineraal met chemische formule (Ca,Na)(Mg,Fe,Al)(Al,Si)2O6. Het is een vaste oplossing van de pyroxeen-groep met diopsiet en hedenbergiet. De kristallen zijn monoklien en prismatisch. Augiet komt vooral voor in magmatische gesteenten zoals gabbro’s en basalten, en in methamorfe gesteenten bij hydrothermale bronnen.
Sommige exemplaren hebben een bijzondere schittering, waar de naam vandaan komt (Grieks: augites betekent “helderheid”), hoewel normaal gesproken de kristallen een doffe (donkergroene, bruine of zwarte) glans hebben. Augiet is een silicaatmineraal en komt veel voor in basaltgesteente. Het is een opaak tot licht doorschijnende steen die bruingroen, groen, bruin en zwart van kleur kan zijn.
Augiet komt van het Griekse woord augites, wat helderheid betekent.
Augiet wordt over de hele wereld gevonden. Grote exemplaren worden gevonden in o.a. Canada en Duitsland.
samenstelling: (Ca,Na)(Mg,Fe,Al,Ti)(Si,Al)2O6
hardheid: 5 – 6,5
dichtheid: 3,4
| Mineraal | ||
| Chemische formule | (Ca, Na)(Mg, Fe, Al)(Al, Si)2O6 | |
| Kleur | Bruingroen, groen, bruin en zwart | |
| Streepkleur | Groengrijs | |
| Hardheid | 5 – 6,5 | |
| Gemiddelde dichtheid | 3,4 kg/dm3 | |
| Opaciteit | Doorschijnend tot opaak | |
| Splijting | [110] Perfect, [010] Indistinct |
|
| Kristaloptiek | ||
| Kristalstelsel | Monoklien en prismatisch | |
.
.

Het bestralen van voedsel is een interessante techniek om voedsel te bewaren en om voedselvergiftigingen te voorkomen. Elk jaar worden in ons land een paar duizend mensen ziek door een voedselvergiftiging. Aan de basis ligt meestal een gebrekkige bewaring en/of een gebrek aan hygiëne bij de bereiding van eetwaar waardoor bepaalde bacteriën, virussen of schimmels in het voedsel terechtkomen en zich daar kunnen vermenigvuldigen.
Het pekelen of inzouten, roken, steriliseren, drogen, diepvriezen,… zijn allemaal technieken om eetwaren gedurende min of meer lange tijd te kunnen bewaren en te voorkomen dat zich allerlei kiemen kunnen ontwikkelen.
Sinds een paar jaren wordt ook gebruik gemaakt van een nieuwe techniek: voedselbestraling (of irradiatie of ionisatie). Hierbij wordt de eetwaar gedurende een bepaalde tijd blootgesteld worden aan (een beperkte dosis) radioactieve of ioniserende gamma- of bètastralen.
.
.
Doorstraling of ionisatie van voedingswaren wordt om verschillende redenen toegepast:
• Vernietiging van ziekmakende micro-organismen (bv. Salmonella) ;
• Vertraagde rijping van groenten en fruit waardoor ze langer vers blijven;
• Verlengde houdbaarheid door het verminderen van het aantal bederf veroorzakende organismen ;
• Kiemremming van bol- en knolgewassen (aardappelen, uien…). Omdat het kiemen van dergelijke gewassen de voornaamste oorzaken zijn van bederf tijdens de opslag, kan zo de bewaartermijn worden verlengd ;
• Doden van insecten en parasieten in onder meer graanproducten ;
• Vermindering van de besmetting door bacteriën van kruiden en specerijen .
• Het volledig kiemvrij maken van speciale voeding voor mensen met een verminderde immuniteit (bv. Aidspatiënten, patiënten na een transplantatie).
.
Bij het horen van het woord ‘bestraling’ denkt men natuurlijk onmiddellijk aan radio-aktiviteit, wat bij veel mensen de nodige weerstand zal oproepen. Ten onrechte evenwel. De ionizatietechniek is perfect veilig en het voedsel wordt helemaal niet radioactief besmet. Dat werd onlangs nog bevestigd door een rapport van de Wereldgezondheidsorganisatie. Ionisatie is wellicht één van de best bestudeerde bewaartechnieken.
Bovendien mag de ionisatie in ons land alleen worden toegepast door een competent en door de overheid gecontroleerd instituut, het IRE (Institut des Radio-Elements) in Fleurus. Jaarlijks worden in ons land zowat 20.000 ton levensmiddelen bestraald, waarvan ongeveer de helft bestemd is voor de export. Van de bestraalde eetwaren komt slechts een beperkt deel rechtstreeks in de winkel. Het overgrote deel dient om verwerkt te worden in andere bereidingen.
Op het etiket van bestraalde eetwaren, ook bij bewerkte producten, moet een speciaal logo worden afgedrukt. Maar dit wordt wel eens ‘vergeten’ uit vrees dat dit het wantrouwen van de consument zou opwekken.
.
.
Niet alle voedingsmiddelen zijn even geschikt voor bestraling. Vetrijke levensmiddelen kunnen na bestraling bv. ranzig worden en een onaangename geur verspreiden. In België werd daarom bij wet vastgelegd welke voedingsmiddelen mogen bestraald worden. Het gaat o.m. om aardappelen, look, sjalotten en uien, paprika’s , pepers, sommige gedroogde groenten (zoals asperges, wortelen, selder, raap, prei), kruiden, thee, garnalen, kikkerbilletjes,… en aardbeien.
Ook zijn er maximale stralingsdoses vastgelegd naargelang het type product en het soort effect dat men wil bereiken. Die maximale doses hebben niet zozeer te maken met het eventuele risico op radio-activiteit, maar wel met smaak- en aromawijzigingen die kunnen optreden. Zo is bestraling bv. normaal niet geschikt om voedingsmiddelen te steriliseren zodat ze zonder koeling kunnen worden bewaard. Dat is technisch perfect mogelijk, maar de hoge doses die daarvoor nodig zijn, zouden tot smaakafwijkingen kunnen leiden.
.
.
Ionisatie is niet alleen perfect veilig, het heeft ook een aantal voordelen in vergelijking met meer traditionele bewaartechnieken zoals bv. sterilisatie. Ten eerste hebben tal van studies aangetoond dat de voedingswaarde van bestraalde levensmiddelen minstens evenwaardig is aan producten die met andere bewaartechnieken werd behandeld. Meer zelfs, het verlies van bv. vitamines ligt lager dan bij een gewone hittebehandeling.
Bovendien behouden bestraalde levensmiddelen meestal beter hun geur, uitzicht en smaak dan traditioneel behandelde levensmiddelen. Bestraling is ook een milieuvriendelijke bewaringstechniek: er is nl. minder energie nodig in vergelijking met bv. steriliseren of diepvriezen (en bewaren van diepvriesproducten).
.
Het doorstralen van voeding mag dan een veilige en doeltreffende bewaarmethode zijn, het is geen wondermiddel. De bestraalde voedingsmiddelen moeten ten eerste van een onberispelijke kwaliteit zijn. Bestraling kan een bedorven levensmiddel immers niet omtoveren in een vers product. Voedsel van een bedenkelijke kwaliteit mag zelfs niet worden bestraald, omdat eventuele gifstoffen (toxines gevormd door bacteriën) of virussen niet worden vernietigd door de gebruikelijke stralingsdoses.
Het doorstralen kan ook erg nuttig zijn voor levensmiddelen die, ondanks de beste en meest doorgedreven hygiëne, toch een hoge besmettingsgraad blijven behouden, zoals bv. gemalen vlees en rauwe zeevruchten. Probleem is evenwel dat de vereiste stralingsdosis vaak hoger ligt dan wat is toegelaten.
Bestraalde levensmiddelen moeten bovendien, net zoals andere producten, in goede hygiënische omstandigheden (qua temperatuur, blootstelling aan licht, enz.) worden bewaard en bereid. Het is niet omdat een bepaald product is bestraald, dat het niet meer kàn bederven of immuun zou zijn tegen besmetting wanneer de hygiëne in de keuken te wensen overlaat.


Gelovigen zijn “allen die Zijn verschijning hebben liefgehad” (2 Tim.4:8). Het is niet logisch dat iemand zou beweren Jezus lief te hebben en daarbij niet zou verlangen naar Zijn terugkeer. Daarom is het eind van het boek Openbaring net zo bemoedigend. Gelovigen zijn, zowel in de tijd van Johannes als vandaag de dag, voorbestemd om voor eeuwig met Hem te leven en de verwachting van die gemeenschap met Hem zou hun grootste vreugde moeten zijn. De Gemeente zal nooit bevredigd zijn totdat ze “zonder smet of rimpel of iets dergelijks, heilig en smetteloos” voor God zal staan (Ef.5:27). Tegelijkertijd staat er een andere realiteit te wachten voor degenen die niet verlost zijn. Hun komende eeuwige toestand is net zo echt als die van de verloste mensen. Om die reden geeft Jezus nog een laatste uitnodiging tot berouw in inkeer voor Hij Zijn openbaring doorheen de apostel Johannes afsluit.

Openbaring hoofdstuk 21: een nieuwe hemel en een nieuwe aarde
Pasteltekening van John Astria
Bij het openen van het 21ste hoofdstuk zijn alle zondaren uit alle tijden, en satan en zijn demonen, veroordeeld tot de poel van vuur (20:10-15). Nadat God alle goddeloze mensen en engelen verbannen heeft en het huidige universum vernietigd is (20:11), zal God een nieuwe plaats scheppen waar de verlosten en de heilige engelen voor eeuwig kunnen wonen. De openbaring van Christus aan de apostel Johannes is een beschrijving van deze woonplaats. Dat op een dag alles nieuw zal worden gemaakt is om verschillende redenen een bemoedigende boodschap van zekerheid aan de gelovigen, zowel uit de tijd van Johannes als die van vandaag de dag.
Ten eerste zullen gelovigen geroepen worden om met Christus in een glorieuze plaats te wonen. Dit zal een gloednieuwe, nooit eerder geziene weergave zijn van Gods kracht. God schiep de aarde oorspronkelijk als een geschikte woonplaats voor de mensheid. De ingang van de zonde besmette echter de aarde en het universum waardoor God deze uiteindelijk zal vernietigen (20:11). Omdat door dit oordeel de eerste hemel en de eerste aarde heen zullen gaan, moet God een nieuwe hemel en een nieuwe aarde scheppen. Binnen in deze nieuwe schepping zal er een centrale plaats of hoofdstad zijn.
Deze zal het nieuwe Jeruzalem genoemd worden en zal heel anders zijn dan het Jeruzalem dat Johannes of wijzelf kennen. Het oude Jeruzalem, dat toen Johannes dit visioen kreeg al 25 jaar in puin lag, is ook bevlekt met zonde en maakt daardoor deel uit van de oude schepping. De nieuwe plaats zal een heilige stad zijn voor God, omdat iedereen die er zal wonen heilig zal zijn (20:6). Wanneer God deze nieuwe hemel en nieuwe aarde zal maken zal het nieuwe Jeruzalem uit het heilig universum neerdalen (21:10) en dienen als de eeuwige woonplaats voor alle verlosten. Dat zulk een plaats zal dienen als een huis voor de verlosten, blijkt uit de beschrijving die Johannes geeft over het nieuwe Jeruzalem als zijnde “een bruid die voor haar man sierlijk gemaakt is” (21:2).
Johannes zag een bruid die voor haar man sierlijk is gemaakt, omdat het tijd was voor de voltooiing van alle dingen. Tegen deze tijd zal de Gemeente bewaard zijn in een waar geloof en zij die God vrezen, zich bekeerd hebben van hun zonden en hem in dit leven trouw hebben gevolgd, zullen het voorrecht genieten om voor eeuwig met Hem te mogen leven in het komend leven. Wanneer er een einde zal zijn gekomen aan alle aardse dingen, zal de inleiding van de hemel verwelkomd worden met Gods Gemeente die voor Hem gepresenteerd wordt als een mooie bruid die gereserveerd is voor haar echtgenoot.
In deze nieuwe schepping zal de “de tent (tabernakel) van God” bij de mensen zijn “en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen zijn en hun God zijn” (21:3). Dit zal in de verlossingsgeschiedenis een nooit eerder geziene demonstratie zijn van Gods glorieuze aanwezigheid bij Zijn volk. God zal letterlijk Zijn tent opzetten onder het volk. Hij zal niet langer transcendent, op verre afstand van hun wonen. Hier zal de gelovige genieten van volmaakte gemeenschap met God. De onvolmaakte, door zonde gehinderde gemeenschap die gelovigen nu in dit leven hebben met God (1 Joh.1:3) zal dan volkomen, volledig en onbegrensd zijn in de hemel. Daar zullen ze de majesteit van Gods buitengewone bestaan zien en kennen, terwijl ze hun Schepper volmaakt zullen aanbidden.
Gelovigen zouden ook bemoedigd moeten zijn omdat dat de hemel (de nieuwe schepping) dramatisch anders zal zijn dan deze huidige wereld. Dit wordt duidelijk in de omschrijvingen van Johannes. Daar in de hemel zullen de gelovigen ervaren dat God “alle tranen van hun ogen” zal afwissen (21:4). Omdat er “geen verdoemenis” is “voor hen die in Christus Jezus zijn” (Rom.8:1) zal er niets zijn om spijt van te hebben – geen rouw, geen jammerklacht en geen moeite. Hierom zullen zij die bij God wonen niet één traan meer laten in de hemel. De dood zal er niet meer zijn; ook geen rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn” (21:4). De grootste vloek in het menselijk bestaan zal er niet meer zijn! “De dood is verslonden” beloofde Paulus (1 Kor.15:54).
Zowel satan, die de macht had over de dood (Heb.2:14) als de dood zelf, zullen in de poel van vuur geworpen worden (20:10, 14). Deze volmaakte heiligheid en afwezigheid van zonde die de hemel zullen kenmerken, vertalen zich in een wereld die vrij is van alle pijn, verdriet en gejammer. Al deze veranderingen die de nieuwe hemel en nieuwe aarde zullen kenmerken, geven aan dat “de eerste dingen zijn voorbijgegaan” (21:4). De oude menselijke ervaring die betrekking heeft op de gevallen schepping is voor eeuwig voorbij samen met alle rouw, leed, verdriet, ziekte, pijn en dood die de zondeval kenmerkte. Christus zal in die dagen wonderbaarlijk “alle dingen nieuw” maken (21:5).
De gehele geschiedenis is gegroeid naar dat goddelijk moment waarin alles nieuw wordt gemaakt. Bij haar voltooiing zal alles volbracht zijn. Daarom zei de majestueuze stem van Degene die op de troon in de hemel zit tegen Johannes: “Het is geschied” (21:6). God begon de geschiedenis en Hij zal die voleindigen en alles ervan verloopt volgens Zijn plan. Zij die zullen wonen in de nieuwe hemel en nieuwe aarde worden met twee zinnen hier in hoofdstuk 21 beschreven. Als eerste wordt een inwoner van de hemel omschreven als iemand die “dorst heeft” (21:6). Zij zullen “hongeren en dorsten naar de gerechtigheid” (Matt.5:6).
De belofte aan de oprechte zoeker is dat zijn dorst bevredigd zal worden. God zal “voor niets te drinken geven uit de bron van het water des levens” (21:6). Doorheen de Bijbel symboliseert dit water het eeuwige leven (Joh.4:34-14; 7:37-38; Op.22:17). Zij die dorsten en oprecht zoeken naar verlossing zijn degenen die het zullen ontvangen en de eeuwige hemelse gelukzaligheid zullen genieten.
Ten tweede behoort de hemel ook aan “wie overwint” (21:7). Deze overwinnaars zullen zij zijn die gedurende dit leven trouw hun reddend geloof in de Here Jezus Christus hebben versterkt. Overwinnend en volhard in het geloof zullen deze personen “alles beërven” (21:7). Zij zullen “een onvergankelijke, onbevlekte en onverwelkbare erfenis, die in de hemelen bewaard wordt” ontvangen (1 Pet.1:4).
Ze zullen in de gelukzaligheid van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde voor altijd genieten van een volmaakte ziel (Heb.12:23) en volmaakt lichaam (20:6; Rom.8:23; 1 Kor.15:34-44; 2 Kor.5:2; Fil.3:21). Maar het meest geweldige voor degene die overwinnen en dorsten naar rechtvaardigheid is Gods belofte: “Ik zal voor hem een God zijn en hij zal voor Mij een zoon zijn” (21:7). Ondanks dat de gelovige in dit leven al het voorrecht geniet om geadopteerd te zijn als Gods zoon, zal het pas bij het binnengaan van de hemel de volledige werkelijkheid van deze adoptie ervaren (Joh.1:12; Rom.8:14-17; 2 Kor.6:18; Gal.4:5; Ef.1:5).
Zij die het eeuwig geluk zal ontzegd worden, worden omschreven als “de lafhartigen, ongelovigen, verfoeilijken, moordenaars, ontuchtplegers, tovenaars, afgodendienaars en alle leugenaars” (21:8). Degenen wiens leven gekenmerkt wordt door zulke dingen geven blijk dat zij niet gered zijn en nooit de hemelse stad zullen betreden. ”Hun deel is in de poel die van vuur en zwavel brandt. Dit is de tweede dood” (21:8). In contrast met de eeuwige gelukzaligheid van de rechtvaardigen in de hemel zullen de zondaars voor eeuwig gekweld worden in de hel. De nieuwe hemel en de nieuwe aarde staan enkel gelovigen te wachten, terwijl de uiteindelijke hel al de verrezen ongelovigen te wachten staat. Daarom bepalen de tegenwoordige keuzes van mannen en vrouwen in welke plaats ze voor eeuwig zullen leven.
Eenmaal in de nieuwe hemel en aarde zullen de verlosten onmiddellijk met glorieus ontzag staan in de nieuwe stad Jeruzalem. Daarbinnen in de stad zal er “geen tempel” zijn, want “de Heere, de almachtige God, is haar tempel, en het Lam” (21:22). De goddelijke aanwezigheid zal de gehele nieuwe hemel doordringen en nergens begrensd zijn tot één plaats. Daarom zullen gelovigen nooit naar een ander huis moeten gaan om te bidden. Tot in de eeuwigheid zullen gelovigen voortdurend in de aanwezigheid van God zijn. Nooit zal er een moment zijn dat ze niet in de volmaakte heilige aanwezigheid van “de almachtige God en het Lam” leven (21:22). Het leven van de gelovigen zal louter bestaan uit aanbidding van God.
Al deze aanbidding zal in Gods glorie gebeuren. Anders dan deze aarde, die volledig afhankelijk is van de zon en de maan, zal de nieuwe hemel en nieuwe aarde niet afhankelijk zijn van zulk licht. De zon en de maan zullen niet nodig zijn om licht te voorzien, “want de heerlijkheid van God verlicht haar, en het Lam is haar lamp” (21:23). Onder zulk licht zullen alle gelovigen uit elke taal, stam en natie samengebracht worden – zowel Joden als heidenen (21:24). Al de verlosten zullen verenigd worden als Gods volk waarbij eenieder gelijkwaardig is in de eeuwige hoofdstad.
Zulk een gelijkwaardigheid onder de verlosten zal ook ervaren worden in complete veiligheid. Er zal in de eeuwigheid geen nacht meer zijn en de poorten van Jeruzalem zullen nooit meer gesloten moeten worden (21:25). Het zal een plaats van rust, veiligheid en verfrissing zijn waar Gods volk zal “rusten van hun inspanningen” (14:13). Ook zal alles in de hemel heilig zijn. Er zal in het nieuwe Jeruzalem dus niets onrein zijn en “ook niemand die zich bezighoudt met gruwelen en leugens” (21:27). De enigen die daar zullen verblijven zijn degenen wiens naam in het boek des levens geschreven staan.

Openbaring hoofdstuk 22: de Alfa en de Omega
Pasteltekening van John Astria
De hemel zal slechts een selecte groep mensen huisvesten. Enkel de verlosten zullen dit beërven en voor eeuwig met God regeren. En omdat Christus geduldig is en niet wil dat er niemand verloren gaat (2 Pet.3:9) verlangt Hij ernaar om de ongelovigen hier in de verzen 12-17 nog een laatste oproep tot berouw en inkeer te geven. De volledige canon van de Bijbel eindigt daarom op dit punt met een dringende oproep voor zondaren om tot Jezus Christus te komen en voor het te laat is de vrije gift van eeuwig leven te ontvangen. Want Christus komt spoedig (22:12) en wanneer Hij komt zal het zijn als een dief in de nacht (2Pet. 3:10). Voor de verlosten is dit een grote bemoediging. “De Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde” zal komen met beloningen in Zijn hand “om aan ieder te vergelden zoals zijn werk zal zijn” (22:12-13).
Iedere gelovige zal door trouw aan Christus eeuwige beloningen ontvangen. De beloningen waar de gelovigen van zullen mogen genieten in de hemel, bestaan uit de mogelijkheden om God te dienen. Dus hoe groter hun trouw is geweest in dit leven, hoe meer mogelijkheden ze zullen krijgen om God in de hemel te dienen (cf. Matt.25:14-30). Wat een vreugdevolle gelegenheid zal dat zijn. De verlosten zullen voor eeuwig gezegend worden en een volledige en voor altijddurende toegang hebben tot God. Wanneer ze door de poorten van het nieuwe Jeruzalem willen gaan, zullen ze dat eender wanneer kunnen doen en wanneer ze van de boom des levens willen nemen zullen ze dat dus kunnen doen wanneer ze maar willen (22:14).
Al deze personen zullen op zulk een wijze gezegend worden, omdat God hun gehoorzaam tot aan het eind heeft bevonden, gewassen en gereinigd door het bloed van Christus (1:5; 5:9; 7:14). Dat zulk een glorieuze toestand staat te wachten op de terugkeer van Christus is de reden waarom de Geest en de bruid (de Gemeente) zeggen, “Kom!” (22:17). Beiden zien ze uit naar de terugkeer van Christus om de verlosten te verzamelen. De Gemeente wordt vermoeid door de strijd tegen zonde en verlangt er, samen met de Geest, naar om Jezus Christus verheerlijkt, verhoogd en geëerd te zien worden. Zoals men kan zien is de hemel erg exclusief en huisvest ze enkel degenen die gereinigd zijn van hun zonden door geloof in Jezus Christus. Daarentegen zullen alle anderen buiten het nieuwe Jeruzalem in de poel van vuur verblijven (20:15; 21:8). Omdat “wat onrein is” niet de mogelijkheid zal hebben om in te komen zullen “alleen zij die geschreven zijn in het boek des levens van het Lam” het voorrecht gegeven worden om het nieuwe Jeruzalem toe te treden (21:27).
De personen die buitengesloten zullen worden beschrijft Christus als honden en worden verder omschreven als “de tovenaars, de ontuchtplegers, de moordenaars, de afgodendienaars en ieder die de leugen liefheeft en doet” (22:15). Iemand die een van deze zonden liefheeft en herhaaldelijk een van deze zonden doet, koppig eraan vastklampt en Christus’ uitnodiging tot verlossing afslaat, zal in de poel van vuur geworpen worden. Toch laat Christus Zijn schepping niet los. De zin: “Laat hij die het hoort, zeggen: Kom!” nodigt al degenen die de Geest en de bruid horen uit om hen te vergezellen in hun verlangen naar Christus’ terugkeer. Degene die met geloof hoort en vertrouwd is degene die gered zal worden.
Door hun gehoorzaamheid aan het Evangelie zullen zij die zich bekeren samen met de Geest en de bruid, omdat ze verlangen naar Zijn glorie – en hun eigen verlossing van zonden – in een volmaakte heilige omgeving, uitzien naar Christus’ terugkeer. Aan degenen die de oproep van Christus gehoorzamen, dorsten naar vergeving en zich bekeren van hun zonden biedt Christus “voor niets” “het water des levens” aan (22:17). Dit eeuwig leven wordt vrij aangeboden aan al degenen die horen en geloven dat Jezus de prijs voor hun zonden betaalde door Zijn opofferende dood aan het kruis (Rom.3:24).
Dat Christus spoedig zal terugkeren, is een uiterst zekere waarheid. Ondanks dat “de hemel en de aarde zullen voorbijgaan” zal Gods Woord “beslist niet voorbijgaan” (Luk.21:33). Of de mensen nu wel of niet deze komende realiteit begrijpen en geloven, toch zal ze gaan gebeuren omdat deze woorden “betrouwbaar en waarachtig” zijn (22:6). Voor degenen die Gods geboden bewaren, overwinnen en trouw blijven tot aan het eind ligt er een eeuwige onbeschrijflijke beloning te wachten in de hemel. Anderzijds zullen zij die geen aandacht geven aan Christus’ uitnodiging tot berouw en inkeer buitengesloten worden van het nieuwe Jeruzalem en daardoor dus ook voor eeuwig de aanwezigheid van God missen. Daarom zou iedere gelovige ernaar moeten streven om iedere dag godvruchtig te leven en voortdurend bemoedigd te zijn door Christus’ belofte: “zie, Ik kom spoedig” (22:12).
Als de les begint, zullen alle zondaren van alle tijden, als wel satan en zijn demonen, veroordeelt zijn naar de poel van vuur (20:10-15). Na alle goddeloze mensen en engelen verwijderd te hebben en het huidige universum vernietigd (20:11), is alles wat nog gedaan moet worden door God, het maken van een nieuwe plaats voor Zijn kinderen en de heilige engelen om voor eeuwig te wonen. Christus’ openbaring aan de apostel Johannes is een beschrijving van zulk een woonplaats. Deze plaats zal gekend worden als de nieuwe hemel en de nieuwe aarde.
Wanneer God deze nieuwe hemel en de nieuwe aarde maakt, zal een nieuw Jeruzalem in het midden van dat heilige universum neerdalen (21:10) en dienen als een woonplaats voor degene die in alle eeuwigheid verlost zijn. Niet als het oude Jeruzalem van vandaag, die besmet is door zonde als de rest van de wereld, zal die nieuwe Jeruzalem een heilige stad voor God zijn, omdat iedereen die er in leeft heilig zal zijn (20:6). Alles wat schoongewassen is of nieuw gemaakt is, zal toegestaan worden in de nieuwe schepping te blijven. Aangezien niets dat onrein is toegestaan zal worden om binnen te gaan, zal de gehele hemel volmaakt heilig zijn.
Als God de nieuwe schepping maakt en de huidige schepping tot een einde brengt, zullen alleen degene die trouw op het evangelie gereageerd hebben binnen mogen gaan. Aan het einde van Openbaring verwijst Christus naar deze individuen als degene die dorst hadden en overwonnen hebben. Degene die hun hopeloosheid en verloren toestand apart van Christus realiseren, hongeren naar de rechtvaardigheid die alleen door Hem voorzien wordt, zullen met eeuwig leven gezegend worden. God zal hen vinden met berouw over hun zonden, God vrezende en trouw Hem tijdens dit leven volgende. Omdat ze vol passie verlossing zoeken en bewijzen loyaal aan Gods Zoon te zijn, zullen ze de eeuwige zegen van de hemel ontvangen.
Het zal een zegen zijn om in de hemel te mogen zijn, omdat gelovigen steeds in de aanwezigheid van God zullen zijn. Er zal geen moment zijn dat ze niet in een volmaakt heilige relatie staan met de “de Heere, de almachtige God, en het Lam” (21:22). De “tent van God” zal “bij de mensen” zijn, “en zij zullen Zijn volk zijn” en Hij zal “hun God zijn” (21:3). God zal letterlijk Zijn tent onder Zijn mensen opzetten; Hij zal niet langer ver weg zijn. Hier zal de gelovige in staat zijn van om volmaakte gemeenschap met God te genieten.
Gelovigen zouden ook bemoedigd moeten zijn door het feit dat de hemel enorm zal verschillen met de huidige wereld. Christus zal in die dagen “alle dingen nieuw” maken (21:5). Hij zal alle tranen afwissen, omdat er niets is waarvoor we bang moeten zijn of spijt van zullen hebben. Alles zal volmaakt gemaakt worden en de wereld zal volledig vrij van zonde zijn. Omdat satan en de dood in de poel van vuur geworpen waren (20:10, 14), zal de wereld vrij van alle pijn, leed en huilen zijn.
Degene die afgewezen worden om van dit heelal van eeuwige blijdschap te genieten, worden hier beschreven als de “lafhartigen, ongelovigen, verfoeilijken, moordenaars, ontuchtplegers, tovenaars, afgodendienaars en alle leugenaars” (21:8). Hun levens die zo gekenmerkt werden met zulk een herhaaldelijke zonde, geeft bewijs dat ze niet verlost zijn en nooit de hemelse stad zullen binnengaan. Integendeel, “hun deel is in de poel die van vuur en zwavel brandt. Dit is de tweede dood” (21:8). In tegenstelling tot de eeuwige zaligheid van de gerechtigheid in de hemel, zullen de goddelozen eeuwige kwelling in de hel te verdragen hebben.
Omdat ze in Gods aanwezigheid blijven, zal alle aanbidding ook voortdurend gedaan worden in het stralende licht van Gods heerlijkheid. Niet zoals de huidige aarde, zal de nieuwe hemel en de nieuwe aarde geen nood hebben aan licht van de zon en de maan. Zulk een licht zal niet nodig zijn, omdat de heerlijkheid van God het nieuwe Jeruzalem zal verlichten en zijn lamp zal het Lam zijn (21:23). Onder dat licht zullen alle verlosten verenigd zijn als Gods kinderen, waarbij iedereen volledig gelijk is en van volledige rust en veiligheid kan genieten. Daar zullen zij de grote majesteit van Gods wonderlijk wezen zien en kennen, terwijl zij volmaakt aanbidden en hun Maker dienen.
Voor degene die ware gelovigen zijn is dit bemoedigend. “De Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde,” komt met een beloning in de hand, gereed om “aan ieder te vergelden zoals zijn werk zal zijn” (22:12-13). Iedere gelovige zal eeuwige beloningen gegeven worden, gebaseerd op hun trouw in het dienen van Christus in hun leven. Zulke individuen zullen op deze manier gezegend worden, omdat God hen gehoorzaam achtte tot het einde, schoongewassen door het bloed van Christus (1:5; 5:9; 7:14).
Dat zo een glorieuze staat wacht op de komst van Christus, is waarom de Geest als de Bruid (welke de kerk is) roepen, “Kom!” (22:17). Beide verwelkomen de gedachte van Christus’ terugkomst om degene te verzamelen die hun vertrouwen op Hem gesteld hebben. De gemeente wordt moe van de strijd tegen de zonde en verlangd, met de Geest, om Christus verhoogt, verheerlijkt en geëerd te zien.
Aan degene die gehoorzaam zijn aan Christus roeping, dorsten naar vergeving en bekeren van hun zonden, biedt Christus het “het water des levens” aan (22:17). Doorheen de hele Schrift symboliseert het water eeuwig leven (Joh.4:14-34; 7:37-38; Op.22:17). Daarom is degene die in geloof hoort en gelooft, degene die verlost zal zijn. Dit eeuwig leven wordt vrij aangeboden aan degene die hoort en gelooft, omdat Jezus de prijst betaald heeft door Zijn offerdood aan het kruis (Rom. 3:24).
Eens zal onze wereld er niet meer zijn, en de sterren die we ’s nachts zien zullen niet langer aan de hemel staan. Ook de maan niet. Vanwege de zonde zal God deze wereld vernietigen, samen met de hemelen. In plaats daarvan zal God nieuwe hemelen en een nieuwe aarde scheppen. God zal een stad scheppen die het nieuwe Jeruzalem zal heten. God is deze stad voor alle gelovigen aan het voorbereiden, om op een dag er in te leven en er van te genieten. Omdat er niet langer zonde zal zijn, zal er geen gevolgen van zonde meer zijn. Op deze nieuwe aarde zal er geen geween meer zijn, noch dood of pijn. We zullen ons niet langer zorgen hoeven maken dat mensen onze dingen willen stelen of onze familie pijn willen doen. God zal de volmaakte leider zijn van Zijn kinderen. En Gods kinderen zullen volmaakte volgelingen zijn. Maar een ieder die niet voor zijn sterven zijn vertrouwen op Christus stelde, zullen niet de nieuwe hemel en de nieuwe aarde binnengaan, noch het nieuwe Jeruzalem. In plaats daarvan zullen ze voor eeuwig in de poel van vuur gedaan worden.
Er zijn gevolgen voor zonde. Er zijn ook beloningen voor gehoorzaamheid en geloof waarvan gelovigen eens zullen genieten. Vanwege de zonde van Adam, heeft de mensheid geleefd met de gevolgen van Adams zonde. De straf voor die zonde is de dood en eeuwige scheiding van God. Degene die zich niet aan God heeft onderworpen en zijn vertrouwen op Christus gesteld heeft, zullen nooit een kans hebben om hun gedachten te veranderen. Zij zullen voor eeuwig in de hel zijn. Terwijl degene die in het werk van Christus vertrouwd hebben en hun leven aan Hem hebben onderworpen, de wonderbaarlijke zegen zullen hebben van eeuwig bij God in de hemel te zijn. Wanneer gelovigen op een dag het nieuwe Jeruzalem zullen binnengaan om eeuwig bij God te zijn, zal Gods volmaakte plan van verlossing volbracht zijn.

.
.
.
.
Hier zijn de basisprincipes van palmlezing. We beginnen met de vijf hoofdlijnen die op elke hand te vinden zijn. Elke lijn karakteriseert een ander aspect van je karakter, en je kunt hun betekenissen interpreteren door de grootte, de diepte (of de prominentie) en de kromming van de lijnen te onderzoeken. In dit artikel zullen we ons concentreren op de lengte en de prominentie van deze vijf hoofdlijnen.
.
.

.
.
.
.
Hart lijn
.
De hartlijn wijst op de zaken van het hart. Hoe dieper de lijn van de hartlijn hoe erger je verdrukking en affecties zijn. De lengte van de lijn geeft de frequentie aan van de aandoeningen. Hoe langer de lijn, hoe meer kans je hebt om door het hart te worden geregeerd. Als je een gespleten einde aan de hartlijn ziet, weet je dat je altijd twee soorten gedachten zult hebben.
De hartlijn van de palm onthult affecties.
.
.
Hoofdlijn
.
De hoofdlijn geeft je intellectuele tendensen aan: hoe diepere de lijn, hoe groter de focus en capaciteit voor gedachten. De lengte van deze lijn geeft aan met hoeveel onderwerpen je een affiniteit hebt: hoe langer de lijn, des te meer belangen je hebt. Als je een gesplitst einde hebt aan de hoofdlijn, weet je dat je geneigd bent tot een yo-yo effect in het nemen van je beslissingen.
De hoofdlijn van de palm onthult intellectuele dingen.
.
.
Levenslijn
.
Het lezen van het levenslijn is simpel: hoe langer de lijn, hoe langer het leven. Als er een pauze in de levenslijn voorkomt, kan het op dat moment van je leven een ongeluk of levensbedreigend incident aanduiden. Sommige palmisten lezen echter je levenslijn al vanaf de pols, terwijl anderen vanaf de palm beginnen. De levenslijn kan ook niets met de lengte van je leven te maken hebben, maar met hoe succesvol het zal worden geleefd.
De levenslijn van de palm geeft de lengte van je leven aan.
.
.

.
.
Lotlijn (Fate line)
.
De lijn van het lot geeft aan hoe sterk gebeurtenissen, buiten je controle, je leven zullen beïnvloeden. Hoe dieper de lijn, hoe sterker oncontroleerbare gebeurtenissen je leven zullen beïnvloeden; hoe meer pauzes in de lijn, hoe vaker oncontroleerbare gebeurtenissen zullen plaatsvinden.
.
.

.
.
Zonlijn (Apollo)
.
De zonlijn geeft geluk, rijkdom of schandaal aan. De diepte van de lijn geeft de intensiteit van de roem en het fortuin aan, terwijl de lengte zijn uithoudingsvermogen aangeeft.
.
.
Tips
.
Hoe schoner de hand is van lijnen en vouwen, hoe kalmer de geest. Als je hand hebt met veel kleinere lijnen, dan kan het aangeven dat je een persoon bent die veel denkt en zich zorgen maakt. Neem elk jaar een foto van je hand op een bepaalde datum – bijvoorbeeld op je verjaardag – en kijk hoe het door de jaren verandert. De resultaten zullen je verbazen over een periode van vijf, tien, vijftien jaar of meer.
.
.
.
.