categorie : mode en kledij
Christian Dior – 2012 – pre fall






















Martha Streck
























Martha Streck


.

“God die alles door Zijn Wil te voorschijn riep, heeft ieder ding geschapen, opdat Zijn Naam erdoor gekend en geëerd zou zijn. Doch niet alleen het zichtbare en het tijdelijke maakt Hij door Zijn schepping bekend, maar ook het onzichtbare en het eeuwige.”
Door de zonde heeft de kosmos, die samengesteld is uit vier elementen aarde, water, lucht en vuur, zijn oorspronkelijke harmonie verloren. Maar de rol van de kosmos, symbool te zijn van de toekomstige en nieuwe harmonie, is voor Hildegard zoveel duidelijker geworden. Daarbij komt dat de wanorde en de barensweeën van de kosmos een grotere verbondenheid te weeg brengen tussen de mikro- en de makrokosmos.
Wat wellicht het eerste opvalt bij het zien van deze miniatuur, is de ovale vorm van de kosmos. Dit is een persoonlijk stempel die Hildegard hier legt op het reeds duizendjarig motief van het wereldbeeld, ontworpen door de Griekse astronoom Ptolomaeus uit de tweede eeuw na Christus.
De gangbare voorstelling is cirkelvormig, of zoals Hildegard zelf op latere leeftijd in haar Liber Divinorum Operum aangeeft, de vorm van een rad. Waarom spreekt zij hier van eivormig? In haar uitleg geeft zij er een symbolische betekenis aan. Deze vorm wijst de gelovige op de almachtige God, die niet te vatten is in zijn majesteit en niet te doorvorsen is in zijn geheimen.
Terwijl Hildegard nog bezig is met het mysterie van het kwaad, wijst zij reeds op God als bron en doel van onze hoop op het herstel van het nieuwe leven. Denken wij aan nieuw leven, dan denken wij ook aan een ei. Daar komt bij dat Hildegard, in haar poging om het onderscheid en verband tussen de verschillende elementen in de opbouw van de kosmos aan te duiden, het een prachtig beeld vond in het afpellen van de verschillende lagen van een ei rondom de dooier die in het midden hangt. De ronde vorm van de dooier was een voor de hand liggend beeld van de aarde, welke voor die tijd het middelpunt vormde van de hele samengestelde kosmos.
Dit grootse motief van de kosmos in eivorm is door de miniaturist uitgewerkt tegen een achtergrond van geel en blauw met witte puntjes. Hierover wordt niet gesproken in de tekst, maar het is mogelijk in deze twee kleuren een beeld van God zelf te zien, waarin de kosmos hangt. Het geel komen we straks tegen in miniatuur 27 voor de deugd Veritas, in miniatuur 29 voor de deugd Castitas en tenslotte in miniatuur 30 voor de Sapientia. Van haar wordt uitdrukkelijk gezegd, dat zij in goud gekleed gaan.
Maar de kunstenaar moest, omdat het bladgoud al zoveel gebruikt is, naar een andere kleur uitzien om de goudkleur uit te beelden, zoals in deze miniatuur naast de gouden vlammen. Zo slaat het geel, alias goud, op God als Scheppende Geest en het blauw op Zijn goedheid. Dit is te zien in de miniaturen 10 en 11.
Een tweede motief is de buitenste ring die bestaat uit vergulde met rood uitgetekende vlammen en de daarop volgende cirkel van een benauwende zwarte kleur. In deze laag zien we bliksemschichten en hagelkorrels uitgebeeld. Deze tegenstelling, tussen het vurig licht en de zwarte duisternis rondom de aardbol die in het midden van de blauwe sterrenhemel hangt, is voor Hildegard het beeld van het mysterie van het kwaad, dat zich opstelt tussen God en de geschapen mens.
Het is de strijd van het licht tegen de duisternis en zijn uiteindelijke overwinning waarover het hele boek Scivias spreekt. We zien in deze miniatuur nòg een keer de tegenstelling door goud en zwart uitgebeeld en wel in de wereldbol die daar in het midden zweeft. In de visioensbeschrijving is niet aangegeven hoe die zwevende bol er uitzag, alleen wordt er van een wereldbol gesproken.
Dom Baillet spreekt hier van de vier elementen, de aarde is groen, het water blauw en wit en hij probeert het goud en het zwart uit te leggen als vuur en lucht. Men kan ook uitleggen dat hier in het goud en het zwart weer die tegenstelling te zien is van licht en duisternis, het goed en kwaad.
Ditzelfde motief komt voor in de miniaturen over het doopsel waar Christus, de nieuw gedoopte, de twee wegen zal tonen. De ene weg naar het licht is aangeduid door het goud en de ander naar de duisternis is aangeduid door het zwart, nog verduidelijkt door de rode vlammen van de hel. Het feit, dat heel de compositie door de miniaturist binnen de omlijsting is gehouden, wijst op de overtuiging van Hildegard dat al het geschapene door de menselijke geest begrepen kan worden.
We zien in de buitenste ring van vlammen drie planeten samen met de grote zonnester die het kader van de eivorm overschrijden. Zij verbeelden het mysterie van de Menswording van de Eniggeborene des Vaders (steeds door de zon aangeduid omdat Hij de bron is van alle licht) en het mysterie van de Drievuldigheid die de menselijke geest te boven gaan. Maar tegelijk heeft de kunstenaar door dit overschrijden van het kader prachtig de eivorm van de kosmos onderstreept.
In de buitenste ring van vuur zien we rechts drie rode kopjes blazen. Zij stellen de Zuidenwind voor met haar nevenwinden, die hun oorsprong vinden in deze vurige zone. Links zien we in de buitenste ring drie groene kopjes uitgebeeld die bliksemschichten en hagelkorrels spuwen. Zij stellen de Noordenwind voor met haar nevenwinden. In de blauwe hemelse zone met de sterren huist de Oostenwind, onderaan door groene kopjes aangeduid, en in de waterhoudende ring rondom de aardbol bevindt zich de Westenwind, door drie grijze kopjes weergegeven.
Het motief van de vier windstreken speelde een grote rol in de verbeeldingswereld van de middeleeuwse mens en kreeg een grote plaats toebedeeld in de symbolentaal. Deze symbolen zullen we dan ook in onze miniaturenserie dikwijls ontmoeten. Zoals reeds gezegd, is het ei voor Hildegard een kernbeeld om de viriditas, de groeikracht van de hele schepping, uit te beelden. Op dit gegeven gaat het volgende visioen dieper in.
.
.
.


.
.
.
.
.
In het verleden heeft God op vele manieren door de profeten tot onze voorouders gesproken. Maar nu, in onze tijd, heeft Hij tot ons gesproken door Zijn Zoon, aan Wie Hij alles heeft gegeven en door Wie Hij de wereld heeft gemaakt.
Toen God de schepping tot stand gesproken had, is Hij niet gestopt met spreken. Hij sprak op vele manieren tot de mens, onder het Oude Verbond veelal via Zijn profeten. De Woorden die God gesproken heeft, zijn opgetekend in de Bijbel, het neergeschreven Woord van God. God zij dank, dat we vandaag beschikken over de Woorden die God duizenden jaren geleden tegen de mens gesproken heeft.
Ondanks dat de mens in opstand is gekomen tegen Zijn Schepper, sprak God dat Hij voor een oplossing zou zorgen. Hij is Zelf mens geworden in Christus Jezus en heeft de straf die wij als mensen verdienden op Zich genomen. Niet alleen sprak Hij Woorden van verlossing, vergeving en bevrijding, maar ook Woorden van genezing.
Al die beloften, al die Woorden van redding zijn beschikbaar in de onzichtbare wereld, doordat Jezus het volmaakte offer heeft gebracht. God heeft in alles voorzien wat wij als mensen nodig hebben.
.
.
Hij heeft onze zonden gedragen, lijfelijk op het kruishout. Daardoor zijn wij bevrijd van de zonden en mogen we leven in een goede verstandhouding met God. Door zijn wonden bent u genezen.
In de onzichtbare wereld bent u genezen, uw genezing is een geestelijke waarheid. Deze geestelijke waarheid kunt u zichtbaar maken door Gods Woord over uw leven en uw lichaam uit te spreken. God heeft het gesproken bij monde van Zijn profeten. God spreekt tot ons door het volbrachte werk van Jezus.
God spreekt tot ons door het volbrachte werk van Jezus. Eén daad zegt meer dan duizend woorden. Wat Jezus op aarde deed, getuigt van Gods grote liefde en bewogenheid. Zijn beloften zijn geen loze woorden. Als u nadenkt over wat Jezus voor u persoonlijk deed aan het kruis, zal u dit aanspreken. Laat het u diep aanraken.
Maar Hij antwoordde en zei: er staat geschreven, niet alleen van brood zal de mens het echte leven hebben, maar van alle Rhema woord, dat de mond van God uitgaat. (Mattheus 4:4 )
In de Griekse taal gebruikt men voor “woord”, 2 verschillende namen. Jammer genoeg is dit niet duidelijk gemaakt in de meeste Nederlandstalige Bijbelvertalingen. Men gebruikt “Logos”, wanneer men het geschreven woord bedoelt, of het woord dat in het verleden is gesproken. En men gebruikt “Rhema”, als men doelt op het nù gesproken woord.
God spreekt nog steeds tot ons. Het geschreven Logos Woord kan een Rhema Woord, een nù gesproken woord, worden. God spreekt en openbaart Zijn Logos Woord, door de Heilige Geest. Bidt daarom, telkens u Zijn Logos Woord – de Bijbel – leest, dat God via Zijn Geest tot u spreekt.
God spreekt tot ons, doordat Jezus toen Hij op aarde was, elke zieke genas. God wil nog steeds hetzelfde doen. Alhoewel Jezus, het vlees geworden Woord van God, vandaag niet meer zichtbaar in ons midden is, is Hij nog wel geestelijk, met Zijn Woord en Zijn Geest aanwezig. Als u dat Woord gelooft en begint uit te spreken, dan wordt uw genezing vroeg of laat zichtbaar.
De Bijbel leert ons dat wij naar het beeld en gelijkenis van God geschapen zijn en zeggenschap hebben over de aarde (Genesis 1:26 ). God sprak dingen tot stand en u kunt net als Hem, dingen tot stand spreken. Uw lichaam is gemaakt van het stof der aarde, u heeft daar dus zeggenschap over. Als u het Woord, dat God heeft uitgesproken over uw lichaam, in geloof, gaat uitspreken, dan zult u uiteindelijk dingen tot stand zien komen.
Als Gods Woord zegt: “door Zijn striemen zijt gij genezen,” (1 Petrus 2:24) dan is genezing precies wat God reeds beschikbaar gemaakt heeft voor u, in de geestelijke, onzichtbare wereld. Uw genezing is al lang een waarheid, is al lang voorzien, in de onzichtbare, geestelijke wereld. Spreek het uit over uw stoffelijk lichaam en zie uw lichaam genezen.
.
.
“Hemelse Vader, dank U wel, dat u reeds lang voorzien hebt in mijn genezing. Het ligt klaar voor mij in de geestelijke wereld en nu spreek ik het tot stand in de zichtbare wereld. Genezing is voor mij. Ik heb zeggenschap over mijn lichaam en ik gebied het te genezen in Jezus Naam. “
.
.
.
.
.
.
.
.
.
Evolutie is de overtuiging dat al het leven op aarde van een enkele voorouder afstamt, een eenvoudige levende cel. Evolutionisten zijn de mensen die dit geloof aanhangen. Veel evolutionisten geloven dat het eerste leven vanzelf uit niet levende materie is ontstaan. Daarbij wordt vaak ook nog geloofd in een spontaan ontstaan van alle materie door ‘de oerknal’; een expansie van tijd en ruimte vanuit een ondeelbaar klein ruimte-tijdgebied, de “Big Bang” genoemd.
.
.

.
.
Veel mensen gaan er vanuit dat de variatie die we nu binnen de soorten zien (zoals de verschillende soorten schildpadden, honden, paarden, kippen, rozen en orchideeën) omgezet kan worden naar het verleden. Dat zou betekenen dat de verandering die we nu zien zo ver kan worden doorgetrokken, dat elk levend wezen in de geschiedenis van de aarde afstamt van het ‘eerste’ eencellige leven, dat op zich weer vanzelf ontstaan is uit levenloze materie. Hiervoor zijn honderden miljoenen jaren veronderstelt men.
Voor het ontstaan van die eerste cel heeft echter nog niemand een algemeen aanvaarde wetenschappelijke verklaring kunnen geven. De miljoenen tot miljarden jaren lijken op zich bewezen, gezien het feit dat het radioactief verval van bepaalde elementen heel veel tijd kost en het licht van sterren er heel lang over gedaan moet hebben om hier te komen.
Maar daarbij gaat men er vanuit dat deze processen in het verleden altijd even snel gegaan zijn als nu. Gaan we uit van een schepping, dan is het heel aannemelijk dat allerlei processen in het prille begin veel ‘soepeler’ verliepen dan nu. Zo kan via verschillende wetenschappelijke modellen aangetoond worden dat het licht van de sterren bijna direct op aarde belandde, zonder een verhoging van de lichtsnelheid.
Uiteindelijk kunnen alle dingen,volgens de Bijbel, die we nu op aarde zien in een geschiedenis van zes- tot achtduizend jaar ontstaan zijn. De schepping heeft volgens de Bijbel dus geen miljoenen jaren geleden plaatsgevonden, maar slechts tussen de 6000 en 8000 jaar geleden.
.
.
“Want sinds de schepping van de wereld zijn de onzichtbare dingen van God, Zijn eeuwige kracht en Zijn goddelijkheid, duidelijk zichtbaar, ze worden begrepen door de dingen die gemaakt zijn, zodat zij (mensen) geen excuus hebben.”
(Romeinen 1:20)
.
Deze tekst komt uit de brief van Paulus aan de Romeinen. Paulus zegt dat er geen excuus is voor mensen om niet in God te geloven. Hij heeft alles geschapen en alles is duidelijk zichtbaar. Maar waarom zien zo veel mensen dat niet zo? Zou het iets te maken kunnen hebben met wat men wil geloven?
God heeft in het begin de aarde en alle basissoorten van levende wezens gemaakt. We zien een grote rijkdom aan variatie, wat wijst op een zeer ingenieus ontwerp. We zien uitwisseling van genetisch materiaal, maar aan het oorspronkelijke bouwplan verandert niets. Niemand heeft ooit waargenomen hoe de huidige families ontstaan zijn uit eerdere vormen.
Natuurlijk moet ook gezegd worden dat niemand heeft gezien hoe God de dieren maakte, maar het geloof dat Hij het heeft gedaan is minder problematisch dan geloven in een spontaan ontstaan en ontwikkelen van al het leven uit dode materie.
.
.

.
.
.Dit moeten jullie eerst weten, dat er in de laatste dagen spotters zullen komen, die naar hun eigen begeerten zullen wandelen, En zeggen: “Waar is de belofte van Zijn komst? Want vanaf de dag, dat de vaderen gestorven zijn, blijven alle dingen hetzelfde van het begin van de schepping“. 2 Petrus 3:3-7
.
Volgens Petrus laat zien dat mensen de neiging hebben om het bestaan van God weg te redeneren, door angst of teleurstelling (“God laat zich toch niet zien”). Maar God wordt in de Bijbel niet als gevaarlijk beschreven. Hij is altijd bereid om te vergeven en heeft het beste met ons voor. Alleen mensen die bewust tegen Hem blijven zondigen, lopen gevaar om veroordeeld te worden. “Belijden we onze zonden, dan zal hij, die trouw en rechtvaardig is, ons onze zonden vergeven en ons reinigen van alle kwaad” (1 Johannes 1:9).
.
.
Een overtuigend bewijs kan geleverd worden door het aanvoeren van vele bewijsstukken en een persoonlijke overtuiging kan gevormd worden door intensief onderzoek. We kunnen aan de hand van de feiten uit het verleden een logische conclusie trekken over de dingen die we niet kunnen waarnemen, het bovennatuurlijke, en de dingen die we met het oog kunnen zien. Dit is anders dan in ‘de wetenschap’, waarbij een groot aantal mensen tot een overeenstemming komen.
.
.
.
.

.
.
.Gods boodschap is duidelijk en eenvoudig, maar soms lastig te accepteren voor mensen met een hoge intelligentie.
Jezus zelf zei: (Luk 10:21) “Ik dank U, Vader, Heer van hemel en aarde, dat U deze dingen verborgen hebt voor wijze en intelligente mensen en dat U ze geopenbaard hebt aan eenvoudige mensen…” Het is moeilijker voor hoog intelligente mensen omdat ze knap zijn in het verzinnen van ‘uitvluchten’.
In Mattheus 22:37 staat: “Jezus zei … u moet de Heer uw God liefhebben met uw hele hart, … ziel en … verstand.” Dat betekent dat ons verstand erbij betrokken is.
En in Handelingen 17:11 lezen we: “[De mensen in Berea] waren beter … want ze onderzochten dagelijks de geschriften om te zien of het echt waar was [wat Paulus en Silas hun vertelden]”
We moeten dus onderzoeken en tot een eerlijke conclusie komen.Desnoods probeer je te bewijzen dat de Bijbel niet betrouwbaar is. Gebruik je verstand, stel vragen en je mag best twijfels hebben. Als je met die vragen en twijfels maar wat doet en gaat onderzoeken. Paulus en Silas konden de Bereanen ook niet zomaar iets wijsmaken. Zij gingen het onderzoeken in de boeken. In deze tijd zijn er veel meer bronnen om uit te putten.
.
.
.
.
.
.
Limoniet, ook wel ijzersteen genoemd, is een verzamelterm voor ijzer- en zuurstofhoudende hydroxides, zoals goethiet, lepidocrosiet en soms ook hematiet. Limoniet wordt nooit gevormd in kristallen, maar als een grond-achtige massa. Als sinds de Oudheid een belangrijk ijzererts, tegenwoordig wordt het nog gebruikt als grondstof voor de gele tot geelbruine kleurstof oker. Het heeft een geel-bruine tot grijs-bruine kleur. Het basisbestanddeel van limoniet bestaat uit microkristalijne goethiet mineralen, maar er zijn zodanig veel variaties mogelijk, dat limoniet geen vaste chemische formule heeft.
Limoniet is afgeleid van het Griekse woord voor weide of moeras, vanwege het veelvuldig voorkomend van het mineraal in deze gebieden.
Limoniet wordt in alle gesteenten en mineralen gevonden, die het metaal ijzer bevatten. Het ontstaat uit de af-wisseling van verschillende eerder bestaande materialen, waaronder kalk- en kwartshoudende gesteenten. Limo-niet kan organisch van oorsprong zijn, wanneer het wordt gevormd uit bacteriën in meren of kunstbekkens. Het roest dat een dunne film op ijzer vormt, bestaat ook uit limoniet. De belangrijkste vorm van limoniet komt voor in laterieafzettingen. Laterieten bestaan uit achtergebleven en onoplosbare ijzer- en aluminiumoxiden, die zijn ge-vormd door verwering van gesteenten in voornamelijk tropische en subtropische gebieden. Landen als Angola, Brazilië, Canada, Cuba, Frankrijk, India, Italië en Congo zijn grote exporteurs van limoniet.
samenstelling: FeO(OH)·nH2O,
hardheid: 4 – 5,5
dichtheid: 2,7 – 4,3
|
Limoniet
|
||
| Mineraal | ||
| Chemische formule | FeO(OH)·nH2O | |
| Kleur | geelbruin tot zwart | |
| Streepkleur | geelbruin | |
| Hardheid | 4 – 4,5 | |
| Gemiddelde dichtheid | 2700 – 4300 kg/m3 | |
| Glans | aardachtig | |
| Opaciteit | ondoorschijnend | |
| Breuk | aardachtig | |
| Splijting | geen | |
| Overige eigenschappen | ||
| Vergelijkbare mineralen | goethiet, hematiet | |
| Radioactiviteit | niet radioactief | |
Vesuvianiet is een harsachtig, klein, doorzichtig kristal met spikkels en heeft een glasachtige tot doffe glans. Meestal is het groen, zwart-groen, bruin of geel van kleur, maar in zeldzame gevallen kan idocraas ook blauw, paars of kleurloos zijn. De steen werd voor het eerst ontdekt in het gebied rondom de Vesuvius in Italië. Tegen-woordig zie je ook dat vesuvianiet vaak de naam krijgt van het gebied waar het gevonden wordt zoals bijvoor-beeld californiet (van Californië) of vilyuyiet (van de Vilyuy rivier in Siberïe).
samenstelling: Ca19(Al,Mg,Fe)13Si18O68(OH,F,O10),
hardheid: 6-7
dichtheid: 3.4
Californiet wordt gevonden in Californië
Het mineraal vesuvianiet is een calcium – magnesium – aluminium – silicaat met de chemische formule Ca10Mg2Al4(Si2O7)2(SiO4)5(OH)4. Het behoort tot de sorosilicaten.
Het witte, gele, groene, blauwe of bruine vesuvianiet heeft een glasglans, een witte streepkleur en een ondui-delijke splijting volgens de kristalvlakken [110], [100] en [001]. De gemiddelde dichtheid is 3,4 en de hardheid is 6,5. Het kristalstelsel is tetragonaal en het mineraal is niet radioactief.
De naam van het mineraal vesuvianiet is afgeleid van de plaats waar het voor het eerst is beschreven, de vulkaan Vesuvius in Italië.
Vesuvianiet is een veelvoorkomend mineraal. Het komt voor in verscheidene contactmetamorfe gesteenten. De typelocatie is Monte Somma, Vesuvius, Italië.
| Vesuvianiet | ||
| Mineraal | ||
| Chemische formule | Ca10Mg2Al4(Si2O7)2(SiO4)5(OH)4 | |
| Kleur | Blauw, groen, geel of wit | |
| Streepkleur | Wit | |
| Hardheid | 6,5 | |
| Gemiddelde dichtheid | 3,4 kg/dm3 | |
| Opaciteit | Doorschijnend | |
| Splijting | [110] Onduidelijk, [100] Onduidelijk, [001] Onduidelijk | |
| Kristaloptiek | ||
| Kristalstelsel | Tetragonaal | |
.
.
.
.
blauwe monnikskap
.
.
.
akkerkers
.
.
.
adderwortel
.
.
.
akkerdistel
.

.
.
akkermelkdistel
.
.
.
akkerwinde
.
.
.
basterdwederik
.
.
.
beemdkroon
.

.
.
beenbreek
.
.
.
bont boonkruid
.
.
.
berganie
.
.
.
duizendblad
.
.
.
bezemkruiskruid
.
.
.
bijenorchis
.
.
.
reuzenbalsemien
.
.
.
rode ogentroost
.
.
.
geel walstro
.
.
.
grote pimpernel
.

.
.
echte valeriaan
.

.
.
gekroesde melkdistel
.
.
.
gele ganzenbloem
.
.
.
gewone agrimonie
.
.
.
gele kamille
.
.
.
gele maskerbloem
.
.
.
Gewone bereklauw
.
.
.
gewone melkdistel
.

.
.
Gewoon biggekruid
.
.
.
grijskruid
.
.
.
groot kaasjeskruid
.
.
.
jacobskruiskruid
.
.
.
grote centaurie
.
.
.
grote egelskop
.
.
.
grote teunisbloem
.
.
.
kale jonker
.
.
.
haagwinde
.
.
.
harig knopkruid
.
.
.
harig wilgenroosje
.
.
.
hokjespeul
.
.
.
kattendoorn
.
.
.
klein streepzaad
.

.
.
klein kaasjeskruid
.
.
.
klein springzaad
.
.
.
knoopkruid
.
.
.
knopig helmkruid
.
.
.
koekruid
.
.
.
moeraskers
.

.
.
luzerne
.
.
.
moederkruid
.
.
.
peen
.
.
.
penningkruid
.
.
.
poelruit
.
.
.
reuzenbereklauw
.
.
.
rimpelroos
.
.
.
schijfkamille
.
.
.
steenanjer
.
.
.
stijve klaverzuring
.
.
.
vlasbekje
.
.
.
vogelwikke
.
.
.
waterpunge
.
.
.
wilgenroosje
.
.
.
wit vetkruid
.
.
.
witte klaver
.
.
.
wouw
.
.
.
zandblauwtje
.
.
.
zeeraket
.
.
.
zeeaster
.
.
.
zwarte mosterd
.
.
.
zwarte toorts
.
.
.
schermhavikskruid
.
.
.
viltig kruiskruid
.
.
.
struikhei
.
.
.
tweekleurig springzaad
.
.
.
watergentiaan
.
.
.
watermunt
.
.
.
wegdistel
.
.
.
wilde bertram
.
.
.
wilde marjolein
.
.
.
witte honingklaver
.

.
.
zegekruid
.
.
.
tuinbingelkruid
.
.
.
gewone zandraket
.

.
.
.
.