Categorie archief: Religie

De leer van Boeddha : deel 8

Standaard

categorie : religie

 

 

.

De leer van de Boeddha is geen godsdienstige leer maar is in wezen een levensleer of religie. Het boeddhisme is geen godsdienst omdat de vraag of God of een hogere macht bestaat niet relevant is in het boeddhisme. Het boeddhisme is met andere woorden ‘non-theïstisch’. Het kan wel een religie worden genoemd omdat er naast een aantal praktische levensadviezen sprake is van metafysische en mystieke elementen. In dit document zijn een aantal begrippen van de leer van de Boeddha, de Boeddha Dharma, uitgelegd. 

 

.

sukhothai-wat-si-chum-01moonik

.

 

.

Rituelen

.

De monniken zijn voor hun voedsel afhankelijk van de bevolking. ’s Ochtends vroeg lopen ze zwijgend met hun bedelnap door de straten. De gelovige die het eten schenkt, dankt de monnik dat hij het eten in ontvangst heeft willen nemen, omdat op deze wijze goede daden verricht kunnen worden.

Op de dag dat een Thaise jongen wordt toegelaten tot een monniksorde krijgt hij geschenken van zijn familie. Zo’n geschenkenpakket bevat bijna altijd een monnikspij, een bedelnap, etenspannetjes, een waaier, kussens, een scheermes voor baard- en hoofdhaar, zeep en tandpasta, een boekje met boeddhistische teksten en kaarsen en wierook.

Soberheid is een belangrijk Zen-ideaal. Op veel plaatsen in de Japanse samenleving komt dit tot uiting, zoals bijv. in het bloemschikken (ikebana) en in de woninginrichting.

.

.

Een veel gebruikt voorwerp in het Vajrayana-Boeddhisme is de gebedsmolen.

.

.

cms_visual_16808gebedsmolen

 

 

De ‘bus’ van de gebedsmolen bevat strookjes rijstpapier. Meestal is dit bedrukt met honderden malen hetzelfde gebed (mantra). Wanneer de pols regelmatig wordt bewogen, gaat de ‘bus’ draaien.  Iedere omwenteling van de molen versterkt het gebed.

 

.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Waar zijn de doden?

Standaard

Categorie: religie

 

1. Het paradijs

 

Vlak voor zijn sterven vroeg een van de misdadigers die met Jezus gekruisigd werd aan hem: ‘Jezus, denk aan mij wanneer u in uw koninkrijk komt’ (Luc.23:42). De man krijgt van Jezus een duidelijk antwoord: ‘Ik beloof je, vandaag nog zul je bij Mij zijn in het paradijs’  Nog op deze dag, de dag van hun kruisiging, zal het verzoek van de misdadiger ingewilligd worden.

De uitdrukking ‘het paradijs’ doet denken aan Gen.2: 8: maar die aardse hof, die zich ergens in Mesopotamië bevond, is er niet meer. Nu leefde onder de joden de gedachte dat door de overtreding van Adam het paradijs verplaatst was naar een verborgen plek, ver buiten het bereik van mensen. Meestal dacht men dan aan de hemel, soms zelfs aan de derde hemel.

We lezen in het joodse boek 2 Baruch: ‘Ik (God) toonde haar (het hemels Jeruzalem) aan Adam, voordat hij zondigde, maar toen hij het gebod overtreden had, werd zij aan hem onttrokken, evenals het paradijs. En zie, nu blijft zij bij mij bewaard, evenals ook het paradijs.’

Ook Paulus spreekt over dit paradijs en ook hij lokaliseert het in de derde hemel. Dit blijkt uit de beschrijving van de bijzondere ervaring die hij meemaakte en waarvan hij in 2 Kor.12: 2-4 vertelt: ‘Ik weet van een mens in Christus dat die persoon weggevoerd werd tot in de derde hemel. En ik weet van die persoon dat hij weggevoerd werd naar het paradijs en onuitsprekelijke woorden gehoord heeft’.

Het paradijs als plaats van harmonie en vrede was voor de joden een aanduiding voor de tijdelijke rustplaats, waar de zielen van de rechtvaardigen na hun dood verblijven tot de opstanding der doden.

Tegen deze achtergrond kunnen we stellen dat Jezus de moordenaar die naast hem aan het kruis hing, belooft dat hij direct na zijn dood met Hem naar deze paradijselijke rustplaats mag gaan. En in deze verblijfplaats heeft Paulus door Gods genade een blik mogen werpen.

 

 

Paradijs

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

2. Het dodenrijk is geen ‘hel’

 

Als verblijfplaats van de goddelozen tussen dood en opstanding noemt het Nieuwe Testament de hades. Het is van belang op te merken dat er verschil is tussen dodenrijk (hades) en hel (gehenna). Het is erg verwarrend dat sommige oudere vertalingen beide woorden met ‘hel’ vertalen. Dit is onjuist en hierdoor ontstaat er verwarring. Hades en gehenna zijn in het Nieuwe Testament als ook in het voorchristelijk jodendom geen synoniemen.

Het Griekse hades is een synoniem van het Hebreeuwse sjeool en kan het beste vertaald worden met ‘dodenrijk’. Het is in het Nieuwe Testament (als ook op vele plaatsen in de voorchristelijke joodse literatuur)  een tijdelijk verblijf, waar de zielen van de goddelozen zich na hun lichamelijke dood bevinden in afwachting van de opstanding van de doden. We zien dit in het Nieuwe Testament het duidelijkst in de gelijkenis van Jezus over de rijke man en de arme Lazarus. ‘Toen hij [de rijke] in het dodenrijk, waar hij hevig gekweld werd, zijn ogen opsloeg, zag hij in de verte Abraham met Lazarus aan zijn zijde’ (Luc. 16:23).

De hades staat in nauw verband met de eerste dood, de dood van het lichaam, en heeft een tijdelijke functie. Bij het laatste oordeel geeft zij haar inwoners over om geoordeeld te worden. Zo lezen we in Openbaring 20: 13 ‘De dood en het dodenrijk gaven de doden die in hen waren, en zij werden geoordeeld, een ieder naar zijn werken.’

De gehenna daarentegen is de plaats die beschreven wordt als een ‘poel van vuur’ (Openb. 20: 14) en een ‘vurige oven’ (Mat. 13: 42), waartoe men veroordeeld kan worden aan het einde van de tijd (bv. in Mat.13:40-42). In het boek Openbaring beschrijft de apostel Johannes wanneer dit zal gebeuren, namelijk na de opstanding en het laatste oordeel (Openb.20: 12,15).

Aansluitend bij de moderne vertalingen moeten we concluderen dat het begrip ‘hel’ beperkt dient te worden tot deze gehenna. Uitgaande van de verschillende betekenis van beide woorden kunnen we vervolgens stellen dat de gehenna-hel momenteel nog ‘leeg’ is. Deze definitieve plaats van veroordeling krijgt pas een functie bij en na het laatste oordeel.

 

 

Satan, de tegenstander ,bestemd voor gehenna

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

3.‘Eeuwige tenten’ en ‘veel woningen’

 

Wanneer Jezus de gelijkenis van de onrechtvaardige rentmeester verteld heeft, zegt Hij vervolgens: ‘En Ik zeg u: Maakt u vrienden met behulp van de onrechtvaardige Mammon, opdat, wanneer deze u ontvalt, men u opneme in de eeuwige tenten.’ (Luc.16:9) De woorden ‘wanneer deze u ontvalt’ spreken over het moment van sterven. Sommige handschriften hebben zelfs ‘wanneer jullie sterven.’ Dan zal het er voor hen op aan komen, dat zij worden opgenomen in de eeuwige tenten.

 

 

Wat bedoelt Jezus hier met ‘eeuwige tenten’? 

 

In Johannes 14: 2 zegt Jezus: ‘In het huis van Mijn Vader zijn veel woningen; als dat niet zo was, zou Ik het u gezegd hebben. Ik ga heen om een plaats voor u gereed te maken.’

Met de aanduiding ‘het huis van Mijn Vader’ doelde Hij in dit verband op de hemel. Maar wanneer zullen de discipelen die ‘vele woningen’ mogen betrekken? Ook hier helpen geschriften uit de joodse apocalyptiek ons verder. In het Testament van Abraham, een joods geschrift uit de eerste eeuw, zegt God bij de dood van Abraham het volgende: ‘Draag dan mijn vriend Abraham naar het paradijs, waar de tenten  van mijn rechtvaardigen zijn en de woningen  van mijn heiligen, in diens schoot; waar geen moeite is, geen verdriet, geen gezucht, maar vrede en gejubel en leven zonder einde.’ (20: 10-14).

De ‘woningen’ die de heiligen direct na hun dood betrekken worden, evenals de ‘tenten’ van de rechtvaardigen gelokaliseerd in de ‘schoot van Abraham. En Jezus maakt duidelijk dat de ‘woningen’ zich bevinden in het ‘huis van de Vader’, de hemel.

 

 

Schoot van Abraham

 

Het beeld van de ‘boezem’ of ‘schoot’ (deel van het menselijk lichaam) komen we in het NT tegen in het gezegde ‘aanliggen aan iemands boezem’ of ‘in iemands schoot’, d.w.z. aan de maaltijd naast iemand aanliggen. Zo lag de discipel welke Jezus liefhad bij het Avondmaal aan Zijn boezem aan (Joh.13: 23), en lezen we in Luc.16: 22 hoe de arme door de engelen in Abrahams schoot of aan Abrahams boezem werd gedragen, d.w.z. hij mag met Abraham aanliggen aan het feestmaal van de rechtvaardigen. Het is in de eerste eeuw een vaste term geworden voor de plaats van vrede en geluk, waar de rechtvaardigen na hun dood heengaan.

 

 

Intrekken bij de Heer

 

Als Paulus over zijn dood spreekt in Filippenzen 1: 23-24 zegt hij het volgende: ‘van beide zijden word ik gedrongen; ik verlang heen te gaan en met Christus te zijn, want dit is verreweg het beste; maar nog in het vlees te blijven is nodiger om uwentwil’. Sterven is voor Paulus ‘met Christus zijn’. Deze eenheid met Hem beleeft hij nu al, maar hij verwacht dat deze band nog veel intenser zal worden na zijn dood. Daarom zegt hij: sterven en met Christus zijn is vergeleken bij blijven leven op aarde, verreweg het beste.

In 2Kor.5: 8 zegt hij: ‘Wij begeren te meer ons verblijf in het lichaam te verlaten en bij de Here onze intrek te nemen.’ Dit leven bij Christus, dat op de dood volgt, noemt Paulus een thuiskomen of ‘intrekken’ bij de Heer. De tegenwoordige tijd ‘wij hebben’ (2Kor.5:1) wijst op de zekerheid dat dit nieuwe bestaan gereed ligt op het moment dat het oude, aardse zal worden afgebroken.

 

 

Een tweefasenstructuur

 

Paulus spreekt zowel over een geborgenheid bij God direct na de dood, als over een latere opstanding van de doden (1Kor.15). De twee lijken temporeel gezien in elkaars verlengde te liggen. Men noemt dit een ‘tweetrapsverwachting.’  Een tijdelijke geborgenheid in de hemel bij Christus, die direct na het sterven ingaat zal gevolgd worden door een opstanding uit de doden aan het einde der tijden. We hoeven hier dus niet te denken aan een ontwikkeling in het denken van Paulus over dit thema, zoals vaak gezegd is.

Ook bij Jezus en de evangelist Lucas vinden we deze tweefasenstructuur. Er wordt enerzijds over de hades, het paradijs en de ‘eeuwige tenten’ gesproken, waar men direct na de dood zal verblijven, en anderzijds over een opstanding uit de doden aan het einde der tijden (Luc.20: 27-40). In de joodse apocalyptiek komen we dezelfde tweetrapsverwachting ook tegen (bv. in 4Ezra en 2Baruch; De Vries, 83-101).

 

 

 

4. Herinnering en herkenning

 

Zijn de gestorvenen tussen dood en opstanding al volmaakt? Zijn zij in die tussentijd bij volle bewustzijn en is hun aardse identiteit herkenbaar?

‘Wanneer de rijke in het dodenrijk zijn ogen opslaat, ziet hij Abraham van verre en Lazarus in zijn schoot’ (Luc. 16: 23). Zowel de rijke als Lazarus leven na hun dood voort, de een in een gezegende paradijselijke geborgenheid bij Abraham, de ander in een voorlopig verblijf bestemd voor onrechtvaardigen. Beide zijn gescheiden door een ‘grote kloof’ (vs.26). De gestorvenen blijken elkaar te herkennen (vs.23, ‘ziet hij Abraham en Lazarus’), lichamelijk te functioneren (vs.24, ‘mijn tong verkoele’) en herinneringen te hebben aan het aardse leven (vs.25 en 27). Jezus vertelt een gelijkenis, maar dat betekent niet dat wat Hij hier vertelt geen werkelijkheid is. Gelijkenissen zijn geen fabels, maar reële voorbeelden uit het dagelijks leven met een geestelijke les.

Het duidelijkst echter spreekt het boek Openbaring zich uit over de hemelse situatie van de gelovigen tussen dood en opstanding. In Openbaring 7 mag Johannes een blik werpen in de hemel en mag in een gezicht het moment zien dat een grote schare uit alle volk, stammen en natiën en talen daar staat voor de troon en voor het Lam. De hemelse tolk zegt dan tegen Johannes dat deze mensen uit de grote verdrukking komen en we lezen het volgende in vers 15-17: ‘zij zijn voor de troon van God en zij vereren Hem dag en nacht in zijn tempel; en Hij die op de troon gezeten is zal Zijn tent over hen uitspreiden. Zij zullen niet meer hongeren en niet meer dorsten, ook zal de zon niet op hen vallen, noch enige hitte, want het Lam dat in het midden van de troon is, zal hen weiden en hen voeren naar waterbronnen des levens; en God zal alle tranen van hun ogen afwissen.’

In de eerste plaats merken we op dat er gezegd wordt dat deze mensen uit de grote verdrukking komen; hun aardse identiteit is dus bekend. Verder zien we hier dat er activiteit is in de hemel (‘ze vereren Hem’). Het dienen van God gaat door. Hoewel de genoemde zegeningen sterk overeenkomen met die in het hemels Jeruzalem op de nieuwe aarde (Op.22:1-5) is de hemelse situatie toch een voorlopige. De opstanding van het lichaam en de nieuwe aarde liggen nog in het verschiet.

 

 

Openbaring hoofdstuk 6 : De ruiters van de apocalyps en de martelaren onder de troon van God

 

 

 

5. Voorlopige heerlijkheid

 

Het voorlopige van het hemelse leven tussen dood en opstanding wordt ook benadrukt in Openbaring 6: 9-11 waar we lezen dat Johannes onder het altaar in de hemel ‘zielen’ van mensen ziet. Hij zegt: ‘Ik zag onder het altaar de zielen van hen die geslacht waren om het Woord van God en om het getuigenis, dat zij hadden. En zij riepen met luider stem en zeiden: tot hoe lang, o heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt u ons bloed niet aan hen, die op de aarde wonen? En aan elk hunner werd een wit gewaad gegeven, en hun werd gezegd, dat zij nog een korte tijd moesten rusten, totdat ook het getal vol zou zijn van hun mededienstknechten’

Johannes spreekt hier over zielen die in de hemel zijn, maar het zijn wel zielen die kunnen roepen en bidden. Ze zijn dus blijkbaar bij hun volle bewustzijn. Ook hebben ze deel aan de zegeningen en de bestaanswijze van het hemelse leven, wat blijkt uit het witte kleed dat ze ontvangen. Maar nergens blijkt tegelijk duidelijker dan hier dat zij nog niet de uiteindelijke volmaaktheid genieten. De zielen vragen hoelang ze nog moeten wachten totdat Gods gerechtigheid op aarde geopenbaard zal worden. Er wordt hen gezegd dat ze nog een korte tijd moeten wachten, namelijk totdat het getal van hun broeders vol zal zijn. Hun hemelse heerlijkheid is voorlopig. Het volmaakte komt pas met de opstanding van het lichaam en de nieuwe aarde.

 

 

 

 

 

 

De Maria verschijningen in Beauraing

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Hieronder vindt u het verhaal van de bijzondere gebeurtenissen die zich afgespeeld hebben in Beauraing, in de provincie Namen in België tussen 29 november 1932 en 3 januari 1933. De plaats van gebeuren was de tuin van de school van de zusters van de Christelijke Leer van Nancy, waar de Maagd Maria verschenen is aan vijf kinderen uit het dorp.

 

 

 

 

.

Het verhaal van de verschijningen

.

Op 29 november 1932, rond 18 uur, vraagt vader Voisin aan zijn kinderen, Fernande (15 jaar) en Albert (11 jaar), om hun zus Gilberte (13 jaar) te gaan afhalen in het pensionaat van de Zusters van de Christelijke Leer van Nancy.

Onderweg vragen ze aan hun vriendinnen Andrée Degeimbre (14 jaar) en Gilberte (9 jaar) om met hen mee te gaan.

Wanneer Albert aan de deur van het pensionaat gebeld heeft en zich omdraait, ziet hij Onze-Lieve-Vrouw die boven op de brug van de spoorweg wandelt. Zijn zus en vriendinnen geloven hem eerst niet, maar wanneer zij zich omkeren zien ook zij de “mooie Dame”.

Zuster Valéria komt opendoen. De kinderen zeggen haar dat Onze-Lieve-Vrouw verschijnt. De kloosterlinge gelooft die “stommiteiten” niet en gaat Gilberte in de studiezaal halen. Wanneer deze aan de voordeur komt, ziet ook zij, zonder dat ze op de hoogte is van wat er gebeurt, Onze-Lieve-Vrouw die boven op de brug heen en weer wandelt in de lucht.

De kinderen hebben schrik en lopen vlug naar huis, maar beloven elkaar onderling de volgende avond Gilberte weer te gaan ophalen.

.

.

 

.

De 30ste verschijnt Onze-Lieve-Vrouw hen weer boven op de brug.

 

Op 1 december ook, maar ze verdwijnt dan om bij de hulststruik, rechts van het podium weer te verschijnen. Ze verdwijnt opnieuw, om dan te verschijnen onder de takken van de meidoorn bij het hekken aan de ingang van de tuin.

Daar zal Maria hen nog een 30-tal keren verschijnen tot op 3 januari 1933.

Zij is gekleed in een lang wit kleed met blauwe tinten. Haar hoofd is bedekt met een witte sluier die tot op haar schouders neervalt. Uit haar hoofd komen fijne lichtstralen die een kroon vormen. Zij verschijnt gewoonlijk de handen samengevoegd en glimlachend. Vanaf 29 december merken de kinderen tussen haar open armen haar hart, gans lichtend zoals een gouden hart.

 

Vandaar de naam “Onze-Lieve-Vrouw van Beauraing, de Maagd met een gouden hart”.

 

.

NDauCoeurdOr

 

.

Op 2 december spreekt ze voor de eerste maal, als antwoord op de vraag van de kinderen:

“Wat verwacht U van ons?” “Dat jullie altijd braaf zouden zijn”.

En ’s avonds, bij een nieuwe verschijning: “Is het waar dat jullie altijd braaf zullen zijn?”

 

Op 8 december blijven de kinderen gedurende een kwartier in extase: “Zij was nog mooier dan anders!”

.

De 17de vraagt Maria “een kapel”.

.

De 21ste noemt Zij zich, op vraag van de kinderen: “Ik ben de Onbevlekte Maagd”.

.

Op 23 december: “Waarom komt U hier?” “Opdat men hier op bedevaart kome.”

 

Vanaf 30 december geeft Maria het essentiële van haar boodschap door.

.

De 30ste : “Bidt, bidt veel.”

.

De 1ste januari: “Bidt altijd.”

.

De 3de : Maria vertrouwt een geheim toe aan Albert dat hij altijd heeft bewaard.

.

Zij belooft: “Ik zal de zondaars bekeren.”

Zij noemt zich: “Ik ben de Moeder van God, de Koningin van de Hemel.”

Zij vraagt: “Beminnen jullie mijn Zoon? Beminnen jullie Mij?

                             Wel, offer U dan op voor mij. Adieu.” (tot bij God)

 

Twee genezingen zijn als miraculeus erkend. De eredienst is toegelaten vanaf 2 februari 1943 en de officiële erkenning werd afgekondigd door Monseigneur Charue, bisschop van Namen, op 2 juli 1949.

 

 

 

Verhaal van de verschijningen te Beauraing

 

 

 

 

..

 

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

.

 

 

Boodschap 413 van ‘Boodschappen uit de kosmos’

Standaard

Categorie: Boodschappen uit de kosmos

.

.

Met slechts één vers verwoest de Bijbel het concept van reïncarnatie

Hebreeën 9: 27 zegt:

.

“En gelijk het de mensen gezet is,

.

eenmaal te sterven,

.

en daarna het oordeel”

.

.

With just one verse, the Bible destroys the concept of reincarnation

.

.Hebrews 9:27 says: 

.

“And as it is appointed for men,

.

.to die once, and after that the judgment”

.

.

.

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

 

 

 

 

Gods beloften in de Bijbel : deel 1

Standaard

categorie : religie

.

.

De beloften van God

.

Welke zijn voor mij?

.

Zijn er manieren om erachter te komen welke beloften van God voor ons vandaag gelden? Er staan honderden beloften in de Bijbel. Hoe kunnen we weten welke algemene beloften voor ons allemaal gelden, en welke specifieke beloften voor een specifiek persoon zijn?

1 Johannes 1:9 is een geweldig voorbeeld van een algemene belofte: “Maar als we het aan God vertellen als we verkeerd hebben gedaan en Hem om vergeving vragen, dan vergeeft Hij ons. Dan wast Hij ons weer schoon van elke ongehoorzaamheid, zoals Hij heeft beloofd.”

Deze belofte is een algemene belofte aan alle gelovigen. Een voorbeeld van een meer specifieke belofte staat in 1 Koningen 9:5, waar wordt geschreven aan Koning Salomo: “… dan zal Ik ervoor zorgen dat altijd één van jouw zonen koning van Israël zal zijn.”Door de context te bestuderen is het duidelijk dat de belofte gedaan wordt aan koning Salomo.

.

.

.

.

Richtlijnen om te onthouden:

    • – Bestudeer de context.
    • – Is het een voorwaardelijke belofte? Kijk of het woord ‘als’ in de context staat.
    • – God geeft ons beloften om ons te helpen ons te onderwerpen aan Zijn wil; niet om Zichzelf te buigen naar onze wil.
             – Ga er niet van uit dat je kunt weten wanneer de belofte vervuld zal worden.

 

Welke zijn er zoal?

.

Hieronder staan enkele beloften die te maken hebben met het dagelijkse leven van een christen:

Matteüs 11:28-29 – “Kom naar Mij als je moe bent. Kom naar Mij als je gebogen gaat onder het gewicht van je problemen! Ik zal je rust geven. Doe wat Ik je zeg. Leer van Mij. Want Ik ben vriendelijk en geduldig en bescheiden. Daarom zul je bij Mij innerlijke rust vinden.”

Filippenzen 4:19 – “Mijn God zal jullie in alles overvloedig geven wat jullie nodig hebben. Want Hij geeft overvloedig omdat Hij Zelf overvloedig bezit. Hij geeft ons in Jezus Christus van zijn rijkdom.”

Romeinen 10:9 – “Want als je met je mond hardop zegt dat Jezus de Heer is, en met je hart gelooft dat God Hem uit de dood heeft teruggeroepen en levend heeft gemaakt, ben je gered.”

Romeinen 6:23 – “Het kwaad brengt altijd de dood: het is je loon voor wat je hebt gedaan. Maar de liefdevolle goedheid van God geeft een geschenk: het eeuwige leven, door onze Heer Jezus Christus.”

1 Korintiërs 10:13 – “Maar als je in de verleiding komt om iets verkeerds te doen, bedenk dan dit. Geen één verleiding is zó groot, dat je er niet tegenop zou kunnen. Want God laat je nooit in de steek. Hij zal niet toestaan dat je het zó moeilijk krijgt, dat je het niet meer aankan. Want Hij zal, als er verleidingen komen, ook voor de oplossing zorgen. Daardoor zul je sterk genoeg zijn om de juiste beslissingen te nemen.”

Johannes 10:10 – “Maar een dief komt alleen maar om te stelen en te doden en te vernietigen. Ik ben gekomen om leven te geven en overvloed.”

1 Johannes 1:9 – “Maar als we het aan God vertellen als we verkeerd hebben gedaan en Hem om vergeving vragen, dan vergeeft Hij ons. Dan wast Hij ons weer schoon van elke ongehoorzaamheid, zoals Hij heeft beloofd.”

.

.

.

.

Waarom zijn ze belangrijk?

.

De beloften van God zijn een gesproken of geschreven toezegging. Als God zegt dat Hij iets zal doen, dan doet Hij het ook. Als God zegt dat Hij iets niet zal doen, dan houdt Hij zich ook daar aan. Jozua 21:45 zegt: “Alles wat de Heer aan het volk Israël had beloofd, heeft Hij ook gedaan. Er is niets wat Hij niet gedaan heeft.”

.

.

God doet twee soorten beloften

.

De onvoorwaardelijke beloften – Dit zijn beloften die gedaan worden zonder enige voorwaarde.

De voorwaardelijke beloften – Deze soort beloften houden bepaalde kwalificaties of vereisten in. Daarom is het belangrijk om de context van een belofte te begrijpen. Het is niet verstandig om er zomaar een belofte uit te pikken en die ons toe te eigenen. Misschien was dat juist een voorwaardelijke belofte en kunnen we niet aan de eisen voldoen.

.

.

.

.

1 Gods beloften voor bewaring en bescherming 

.

Ex.23:20 Zie, Ik zend een engel vóór uw aangezicht, om u te bewaren op de weg en om u te brengen naar de plaats, die Ik bereid heb.

1 Sam 25:34 Maar zo waar de Here, de God van Israël, leeft, die mij ervoor bewaard heeft u kwaad te doen

Ps.20:2 De Here antwoordde u ten dage der benauwdheid, de naam van Jakobs God make u onaantastbaar;

Ps.31:21 Gij verbergt hen in het verborgene van uw aanschijn voor de samenscholing der mensen; Gij bergt hen in een hut voor het getwist der tongen.

Ps.34: 8 De Engel des Heren legert Zich rondom wie Hem vrezen, en redt hen.

Ps.59:10 Mijn sterkte, op U wil ik acht slaan, want God is mijn burcht.

Ps.59:17 .. Gij waart mij een burcht, een toevlucht ten dage toen ik benauwd was. 18 Mijn sterkte, U wil ik psalmzingen; want God is mijn burcht.

Ps.61:4 Want Gij zijt mij een schuilplaats geweest, een sterke toren tegen de vijand.

Ps.62:3 waarlijk, Hij is mijn rots en mijn heil, mijn burcht, ik zal niet te zeer wankelen.7 waarlijk, Hij is mijn rots en mijn heil, mijn burcht, ik zal niet wankelen. 8 Op God rust mijn heil en mijn eer, mijn sterke rots, mijn schuilplaats is in God. 9 Vertrouwt op Hem te allen tijde, o volk, stort uw hart uit voor zijn aangezicht; God is ons een schuilplaats.

Ps.91: 1 1 Wie in de schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten, vernacht in de schaduw des Almachtigen. 2 Ik zeg tot de Here: Mijn toevlucht en mijn vesting, mijn God, op wie ik vertrouw. 3 Want Hij is het, die u redt van de strik des vogelvangers, van de verderfelijke pest. 4 Met zijn vlerken beschermt Hij u, en onder zijn vleugelen vindt gij een toevlucht; zijn trouw is schild en pantser. 5 Gij hebt niet te vrezen voor de verschrikking van de nacht, voor de pijl, die des daags vliegt; 6 voor de pest, die in het duister rondwaart, voor het verderf, dat op de middag vernielt. 7 Al vallen er duizend aan uw zijde, en tienduizend aan uw rechterhand, tot u zal het niet genaken; 8 slechts zult gij het met uw ogen aanschouwen, en de vergelding aan de goddelozen zien. 9 Want Gij, o Here, zijt mijn toevlucht. De Allerhoogste hebt gij tot uw schutse gesteld; 10 geen onheil zal u treffen, en geen plaag zal uw tent naderen; 11 want Hij zal aangaande u zijn engelen gebieden, dat zij u behoeden op al uw wegen; 12 op de handen zullen zij u dragen, opdat gij uw voet niet aan een steen stoot. 13 Op leeuw en adder zult gij treden, jonge leeuw en slang zult gij vertrappen. 14 Omdat hij Mij zeer bemint, zal Ik hem bevrijden; Ik zal hem beschutten,

Ps.116:6 De Here bewaart de éénvoudigen; ik was verzwakt, maar Hij heeft mij verlost.

Ps.125:1 Wie op de Here vertrouwen, zijn als de berg Sion, die niet wankelt, maar voor altijd blijft. 2 Rondom Jeruzalem zijn bergen; zo is de Here rondom zijn volk van nu aan tot in eeuwigheid.

Ps.145:20 De Here bewaart allen die Hem liefhebben,

Ps.121:7 De Here zal u bewaren voor alle kwaad, Hij zal uw ziel bewaren. 8 De Here zal uw uitgang en uw ingang bewaren van nu aan tot in eeuwigheid.

Spr.3:26 Want de Here zal uw betrouwen zijn, Hij zal uw voet bewaren, zodat hij niet gegrepen wordt.

Spr.12:21 De rechtvaardige zal generlei onheil treffen, maar de goddelozen zijn vol van rampspoed.

Spr.18:10 De naam des Heren is een sterke toren; de rechtvaardige ijlt daarheen en is onaantastbaar.

Matt.10:29 Worden niet twee mussen te koop aangeboden voor een duit? En niet één daarvan zal ter aarde vallen zonder dat uw Vader het weet. 30 En de haren van uw hoofd zijn ook alle geteld. 31 Weest dan niet bevreesd: gij gaat vele mussen te boven.

Joh.10:29 Wat mijn Vader Mij gegeven heeft, gaat alles te boven en niemand kan iets roven uit de hand mijns Vaders.

Fil.4:5 De Here is nabij. 6 Weest in geen ding bezorgd, maar laten bij alles uw wensen door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God. 7 En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten behoeden in Christus Jezus.

1 Thess.5:23 En Hij, de God des vredes, heilige u geheel en al, en geheel uw geest, ziel en lichaam moge bij de komst van onze Here Jezus Christus blijken in allen dele onberispelijk bewaard te zijn.

Openb.3:10 Omdat gij het bevel bewaard hebt om Mij te blijven verwachten, zal ook Ik u bewaren voor de ure der verzoeking, die over de gehele wereld komen zal, om te verzoeken hen, die op de aarde wonen.

Judas 1:24 Denk aan Hem nu, die u voor struikelen kan behoeden en onberispelijk doen staan voor zijn heerlijkheid in grote vreugde

.

.

.

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

War in Ukraine, end-time Bible prophecies are rapidly being fulfilled!

Standaard

Category: religion, religie

.

.

.

.

War in Ukraine, end-time Bible prophecies are rapidly being fulfilled!

God says in Ezekiel 38 to prophesy against him in the latter days because this is going to be cataclysmicThe Asian power that is already rapidly solidifying will be like nothing this Earth has ever experienced.

We need to watch Vladimir Putin closely. He is the “prince of Rosh” that God inspired Ezekiel to write about 2,500 years ago! We need to watch what is happening in Russia and how Europe responds to it. Daniel 11:44 talks about “tidings out of the east” troubling Europe. Mr. Putin’s tactics in Ukraine, Georgia, the Middle East and elsewhere are already deeply troubling to Europe. If you study Moscow’s foreign policy under Putin’s leadership, it is plain that the ultimate goal is to eventually conquer the whole world. Europe is certainly aware of this goal and is closely watching its neighbor to the east. Russia’s resurgence—which we see happening in headlines every day—shows that end-time Bible prophecies are rapidly being fulfilled!

.
.

The Ukrainian crisis continues to dominate the news almost daily. That crisis was created by Russian President Vladimir Putin.

When the Soviet Union collapsed in 1991, the Western world rejoiced because the Cold War was over. But not Putin. In 2005, he said, “The demise of the Soviet Union was the greatest geopolitical catastrophe of the 20th century.” Since he first became president, he has tried to recreate the geography of the Soviet Union. This is changing the course of history. A great superpower is rising before our eyes!

You realize just how perilous this development is when you grasp that it was prophesied.

Ezekiel 38:2 describes a vivid personality to appear on the scene in this end time: “the prince of Rosh, Meshech and Tubal” (New King James Version). In modern terms, this is the prince of Russia Vladimir Putin.

There is also another personality in these verses that we have not talked about as much. Yet this man has a stronger message with more power behind it than Vladimir Putin can even imagine!

Notice who that same passage in Ezekiel 38 addresses: “And the word of the Lord came unto me, saying, Son of man ….” This shows that God uses a man. When the prophecy was written, it was Ezekiel. But one of the fundamental keys to understanding biblical prophecy is to recognize prophetic duality. There is a latter-day fulfillment as well. This person, a type of Ezekiel, is receiving a message, and God commissions him to prophesy against the prince of Russia in this end time. God doesn’t come down and deliver this message Himself. He has a man do it.

We must remember that Ezekiel was taken prisoner when the Jewish nation was taken captive in 585 b.c. However, his book is addressed to the nations of Israel. The Jews, or biblical Judah, are only one tribe or nation of Israel.

Ezekiel could not possibly have delivered his message to the 10 tribes of Israel. They had been taken captive over 100 years before.

Ezekiel was a prisoner when he wrote his book to the nations of Israel: specifically America and Britain.  Also, Ezekiel’s book is for this end time. Only a type of Ezekiel could deliver his message today.

Who is the “chief prince of Meshech and Tubal”? (Ezekiel 38:2). Someone must know. And who is the “son of man” that God says must prophesy against this prince in the end time?

Map of Europe, Asia, Middle East, and North Africa

.

.

The Prince of Rosh

.

It is easy to prove that Ezekiel is an end-time book. Ezekiel 38 is clearly an end-time prophecy. Verse 8 specifically mentions its setting in the “latter years”; verse 16 talks about the “latter days”—such statements are made throughout Ezekiel’s book.

God’s commission begins in verse 2: “Set thy face against Gog, the land of Magog, the chief prince of Meshech and Tubal, and prophesy against him.” This is for our day, and it’s talking about Gog and Magog. Who are they? People don’t know, but they could. It’s not that difficult. This verse also mentions a definite, specific man that God tells the “son of man” to prophesy against. How can the son of man do that unless he knows who this man is? How could he speak against Gog and Magog without knowing the modern identities of these peoples? These scriptures would be nonsense if we didn’t understand who these nations are in this end time. This son of man has to know in order to deliver God’s message.

Scholars generally agree that Gog is Russia and that the land of Magog includes China. The descendants of Meshech and Tubal have been found together throughout history. In Assyrian and Greek histories, Meshech appears as Moscha, Moschi or Mushki—all names related to the Russian spelling of Moscow, as the International Standard Bible Encyclopedia shows. And east of the Ural Mountains lies the city of Tobolsk, named after the Tobol River, derived from Tubal. Tobolsk was once the seat of Russian government over Siberia, and was basically considered Russia’s Asian capital.

This verse also mentions another Russian people with the Hebrew word Rosh. The King James Version translates this into the adjective “chief,” but the correct rendering used by the Moffatt, New King James and others uses the word as a proper noun: Rosh. The verse should read “the prince of Rosh, Meshech and Tubal.” Rosh was the ancient name of Russia, once called Rus.

So who is this prince of Russia, Moscow and Tobolsk? The use of these three names shows that this man rules all the peoples of Russia, from west to east. Another indication that this is a specific individual is God’s command to “prophesy against him.”

This is critical informationGod commissions a specific individual to speak against this prince of Russia, another specific individual. To do that job, this “son of man” must know who that man is—or at least have a very strong idea of who he is—and what he is going to do. How could a son of man even do the job unless he has that information?

Can you think of a politician who could fulfill the role of the prince of Russia? One, and only one, comes to mind: Vladimir Putin.

.

God’s Power

.

The book of Joel describes an army called God’s army (Joel 2:11, 25). The context shows that this is the same army headed by the “prince of Rosh.” That means that even though God commands His servant to prophesy against him, God is actually using this “prince of Rosh” for His own purpose.

The Ezekiel 38 commission continues: “And say, Thus saith the Lord God [not man], Behold, I am against thee, O Gog [Russia], the chief prince of Meshech and Tubal, And I will turn thee back, and put hooks into thy jaws” (verses 3-4).

These verses reveal something extraordinary. This prince of Russia is clearly a man with a lot of power—but the son of man has far more powerWhyHe has no power of his own; he is merely a puny manBut he has the power of Almighty God behind him!

God is not awed by nations with great physical power. He says all nations are as a drop in a bucket (Isaiah 40:15). Their supposed greatness doesn’t faze Him.

Russia used military force to invade the former Soviet nation of Georgia in August 2008. This was the first military strike of a rising Asian superpower and there will be more. … Will the Georgia strike actually spark European unification? Will a crisis occur over Ukraine? That area is the breadbasket of Russia, and surely it is willing to wage war over that, as well.”

This article is written because of the Bible’s prophecies, and because you could see the rising power of the prince of Russia. Now, we are seeing a crisis in Ukraine.

This prince considers Ukraine and Georgia part of his union of nations. So there were bound to be problems with countries in that area, and there will continue to be—you can count on that. The movement from Gog and Magog is building—and where it is leading will be at the heart of World War 3!

The same Bible that accurately prophesied a powerful prince of Russia prophesied that an Asian superpower will do battle in a final world war—primarily against a German-led Europe. War is coming between Russia and China and a German-led Europe—war on a scale that is hard to imagine! Millions and even billions of people will be killed. Nuclear bombs and other weapons of mass destruction are going to impact every nation on Earth!

But the Bible also prophesies that at the end of all of these wars, the world is going to see the greatest event ever in the universe: the Second Coming of Jesus Christ! As Christ Himself said, if He didn’t return, there would literally be no flesh saved alive (Matthew 24:22; Moffatt). But before humanity annihilates itself, He will return and stop all this madness!

Vladimir Putin is a sign, literally a SIGN that Jesus Christ is about to return! This is one of the most inspiring messages in the Bible. What we are seeing in Russia ultimately leads to the transition from man ruling man to God ruling man! And it is almost here! It is just a few short years away.

.

.

The End of War

.

Ezekiel 38:23 says, “Thus will I magnify myself, and sanctify myself; and I will be known in the eyes of many nations, and they shall know that I am the Lord.” This is clearly a prophecy yet to be fulfilled. People in general don’t know that God is the Lord today. This is a great transition about to occur.

It continues in the next verse: “And you, son of man, prophesy against Gog, and say, ‘Thus says the Lord God: “Behold, I am against you, O Gog, the prince of Rosh, Meshech [Moscow] and Tubal [Tobolsk]” (Ezekiel 39:1; nkjv). God tells the son of man, Prophesy against Russia and the prince of Russia. Publicize the truth about what is going to happen in that region and the impact it will have on the rest of the world.

In verses 6-8 God says, “And they shall know that I am the Lord. So will I make my holy name known in the midst of my people Israel; … Behold, it is come, and it is done, saith the Lord God; this is the day whereof I have spoken.” God is going to intervene! Man has proven he cannot rule over man. This is the day God talks about throughout the Bible: the day He rules man and brings peace, joy, abundance and happiness to all mankind!

Sadly, most people will have to endure a nuclear holocaust before they will finally begin to understand and submit to God!

.

atoombom op Nagasaki

Once Christ returns, He will destroy the military power of Russia and China and other nations once and for all. He will show the world what power really is! “And they that dwell in the cities of Israel shall go forth, and shall set on fire and burn the weapons, both the shields and the bucklers” (verse 9). This is what will happen to all those military armaments at the start of the Millennium (described in Revelation 20:4, 6). It is going to take a lot of force to put down these gigantic armies that would otherwise end up killing every last human being!

God has this all planned out, and He has the son of man delivering a message about it. When that man is speaking as He commands, God puts His power behind every word of it!

“And it shall come to pass in that day [another reference to the end time], that I will give unto Gog a place there of graves in Israel, the valley of the passengers on the east of the sea: and it shall stop the noses of the passengers: and there shall they bury Gog and all his multitude: and they shall call it The valley of Hamon-gog. And seven months shall the house of Israel be burying of them, that they may cleanse the land” (Ezekiel 39:11-12). It will take seven months just to bury the soldiers of this massive army! What an amazing prophecy! And notice what it ultimately leads to.

.

‘They Shall Know That I Am the Lord’

.

After that period, “the house of Israel shall know that I am the Lord” (Ezekiel 39:22). Today, Israel—whose modern descendants include Britain, America and the State of Israel—doesn’t know God. But at that time, they will know that God is the Eternal.

Ultimately, these scriptures are very inspiring. Read all of chapter 39, and notice the happy ending! “Then shall they know that I am the Lord their God, which caused them to be led into captivity among the heathen: but I have gathered them unto their own land, and have left none of them any more there. Neither will I hide my face any more from them” (verses 28-29). Right now, God hides His face from the nations of Israel. Why? Because they rebel and don’t want God to be part of their lives. But that is about to change dramatically.

Ezekiel concludes this part in Ezekiel 40:4: “And the man said unto me, Son of man, behold with thine eyes, and hear with thine ears, and set thine heart upon all that I shall shew thee for to the intent that I might shew them unto thee art thou brought hither: declare all that thou seest to the house of Israel.” God says, Declare it all! God sends this son of man to declare His message and all these wonderful prophecies that are about to come to pass.

You can see a related command in Ezekiel 33:7: “So thou, O son of man, I have set thee a watchman unto the house of Israel; therefore thou shalt hear the word at my mouth, and warn them from me.” God delivers this message through a “son of man,” and tells that man, This word is not from a man, it comes from My mouth! Son of man, you go to all these nations and tell them you have a message from the very mouth of God! If a message comes from God’s mouth, you can be sure that God is going to back it and support it 100 percent!

In verse 11, God makes it clear that He is talking about the death of nations. “Why will you die?” He asks Israel. This is what that son of man must prophesy today. And God will bring every bit of it to pass. Every iota of this Bible prophecy will be fulfilled.

These are some terrible prophecies—but what a glorious outcome they produce. In the end, not only will Israel know God, but even the heathen will know God! And nobody will make anybody afraid anymore.

There is a lot of trouble and destruction ahead, but the book of Ezekiel also has so much to show how this is not a gloomy, negative message. Jesus Christ is about to return!

Note: this article was written before the war started in Ukraine, the end times are coming soon!

.

De leer van Boeddha : deel 7

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De leer van de Boeddha is geen godsdienstige leer maar is in wezen een levensleer of religie. Het boeddhisme is geen godsdienst omdat de vraag of God of een hogere macht bestaat niet relevant is in het boeddhisme. Het boeddhisme is met andere woorden ‘non-theïstisch’. Het kan wel een religie worden genoemd omdat er naast een aantal praktische levensadviezen sprake is van metafysische en mystieke elementen. In dit document zijn een aantal begrippen van de leer van de Boeddha, de Boeddha Dharma, uitgelegd. Van de Vier Edele Waarheden is zowel een verkorte versie als een verdieping gegeven.

 

.

verlichting-boeddha

.

.

De leer van de zelfloosheid

.

De concepten (begrippen) die wij mensen hanteren zijn namen die de werkelijkheid representeren en niet de werkelijkheid zelf. Zo is het begrip ‘stoel’ een verzamelnaam voor allerlei soorten stoelen. Maar ook het begrip ‘keukenstoel’ is een verzamelnaam. Voor boeddhisten is het begrip ‘stoel’ niet meer dan een woord, een naam, een predikaat zonder dat er een realiteit is die ermee overeenkomt. Deze stoel waar ik hier en nu op zit is uniek en niet in woorden te vatten. Wat wij onder een ‘stoel’ verstaan, is welbeschouwd een samenstel van verschillende onderdelen: houten poten, een zitgedeelte, een rugleuning e.d.

.

Volgens de ‘leer van de zelfloosheid’ gaat deze vergelijking ook op met de mens. Een persoon is opgebouwd uit vijf afzonderlijke delen of khandha’s:

.

vorm: het menselijk lichaam,
gevoel: lichamelijke of mentale gevoelens, die plezierig, onplezierig of neutraal kunnen zijn en veroorzaakt worden door contact van de zintuigen met andere objecten,
de waarnemingen van de zes zintuigen (vijf externe en het interne, dat manas wordt genoemd),
impulsen, zoals hebzucht, haat, neigingen, wilsuitingen,
het bewustzijn, als resultaat van waarnemingen van de zintuigen.

 

Het geheel van deze vijf onderdelen is wat we de menselijke persoon noemen. Wat we gewoonlijk een ‘persoon’ noemen, is echter volgens de leer van het voorwaardelijk ontstaan niet meer dan een proces van continu ontstaan en verdwijnen, zonder dat er een onvergankelijk en substantieel zelf of ziel achter zit.

Met andere woorden:

de constante factor in deze menselijke persoon bestaat niet, ons ego is niet meer dan een illusie.

Er bestaan slechts dharma’s die elkaar opvolgen. Er zijn fysieke en mentale processen of gebeurtenissen, er zijn daden en ervaringen, maar er is geen onvergankelijke dader van de daden of een subject dat de vruchten van die daden ervaart. De mens die verlicht is ziet hoe de vijf onderdelen van de menselijke persoon in hem functioneren maar hij wordt er niet meer door bepaald. Hij is onthecht aan de strevingen in hem en is meester van zichzelf. De kern van zijn bestaan wordt niet meer gevormd door zijn passies maar door zijn ware zelf die het Achtvoudige Pad bewandelt.

.

.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Boodschap 416 van ‘ Boodschappen uit de kosmos’

Standaard

Categorie: Boodschappen uit de kosmos

 

 

 

De Heilige Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Het getal 333 is het getal van de Heilige Drievuldigheid;

God de vader, God de Zoon en God de Heilige Geest.

 

 

  1. Christus predikte van zijn 30ste levensjaar 3 jaar tot hij stierf; hij werd gekruisigd toen hij 33 jaar was.

 

      2.  Hij verbleef 3 dagen in zijn graf en verrees.

 

1+2 is de hereniging van 333 na de verrijzenis voor eeuwig!

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

 

De Bijbel over de hel

Standaard

Categorie: religie

 

 

 

De Bijbel over de hel

 

Het idee van een hel is dermate gruwelijk en ondenkbaar, dat veel christenen er moeite mee hebben. In een hemel geloven vind iedereen makkelijk, maar een hel? Toch spreekt de Bijbel er veelvuldig en zeer duidelijk over. Het laat de grote ernst zien van het kwaad in ons hart en de brandende noodzaak om je te bekeren met een diep, waarachtig berouw.

 

 

Bijbelteksten over de hel en leven na de dood

 

Lukas 12: 5

‘Ik zal u tonen, wie gij vrezen moet. Vreest Hem, die, nadat Hij gedood heeft, macht heeft om in de hel te werpen. Voorwaar, Ik zeg u, vreest Hem!’

 

Matteus 25: 41, 46

‘Dan zal Hij ook tot hen, die aan zijn linkerhand zijn, zeggen: Gaat weg van Mij, gij vervloekten, naar het eeuwige vuur, dat voor de duivel en zijn engelen bereid is. Dezen zullen gaan in de eeuwige straf, maar de rechtvaardigen in het eeuwige leven.’

 

2 Thessalonicenzen 1: 9

‘Zij zullen als straf het eeuwig verderf ondergaan, weg van het aangezicht van de Heer en van de heerlijkheid van Zijn macht.’

 

 

Openbaring 21: 8

‘Maar de lafhartigen, de ongelovigen, de verfoeilijken, de moordenaars, de hoereerders, de tovenaars, de afgodendienaars en alle leugenaars – hun deel is in de poel, die brandt van vuur en zwavel: dit is de tweede dood.’

 

 

Matteus 7: 13,14

‘Ga binnen door de nauwe poort, want wijd is de poort en breed is de weg die naar het verderf leidt, en velen zijn er die daardoor naar binnen gaan; maar de poort is nauw en de weg is smal die naar het leven leidt, en weinigen zijn er die hem vinden.’

 

Hebreeën 10: 26, 27

‘Want als wij willens en wetens zondigen, nadat wij de kennis van de waarheid ontvangen hebben, blijft er geen offer voor de zonden meer over, maar slechts een verschrikkelijke verwachting van oordeel en verzengend vuur, dat de weerspannigen zal verslinden.’

 

 

De redding door het evangelie

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Vragen over de hel

 

Hoe kan een God van liefde mensen naar de hel sturen?

 

Ik wil tegenover deze veelgehoorde vraag een andere vraag zetten: Als Jezus Christus zich als een lam heeft laten afslachten om ons te verlossen, waarom vertikken zoveel mensen het dan om zijn doorboorde hand – die hen wil redden – vast te grijpen?

Waarom slaan zovelen liever Gods uitgestrekte hand van zich weg, dan zich door Hem te laten verlossen? Waarom willen zoveel mensen liever verloren gaan, dan zich van het kwaad in hun hart af te keren en zich te laten reinigen door het offer van Jezus Christus? Die vraag is veel belangrijker. Dat is waar het om gaat. God wil mensen redden!

 

 

Wie Christus erkent wordt gered uit de klauwen van Satan

 

Pasteltekening van John Astria

 

Waarom willen velen niet gered worden?

 

Omdat ze het kwaad liever hebben dan het goede, al beweren ze van zichzelf de goedheid zelve te zijn

 

 

Gaan mensen die nooit over Jezus gehoord hebben, ook naar de hel?

 

De Bijbel zegt dat Jezus Christus is afgedaald in het dodenrijk en daar zijn verlossing heeft verkondigd aan de geesten van de gevangen zielen. Elk mens, levend of dood, heeft dus de kans verlost te worden.

 

 

1 Petrus 3:18

‘Hij is naar de geesten gegaan die gevangen zaten, om dit alles te verkondigen.’

 

 

1 Petrus 4:6

‘Want daartoe is ook aan doden het evangelie gebracht, opdat zij wèl, naar de mens, wat het vlees aangaat, zouden geoordeeld worden, doch, naar God, wat de geest betreft, zouden leven.’

 

 

Romeinen 14:9

‘Want hiertoe is Christus gestorven en levend geworden, opdat Hij èn over doden èn over levenden heerschappij voeren zou.’