Categorie archief: Religie

Kroontje van de Goddelijke Barmhartigheid

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

faustina-kroontlje__7b214ac9

 

 

 

Het Kroontje van de Goddelijke Barmhartigheid

 

In 1933 gaf God aan Zuster Faustina een opmerkelijk visioen van Zijn barmhartigheid.

De zuster vertelt ons:

‘Ik zag een groot licht, met God de Vader in het midden daarvan. Tussen dit licht en de aarde zag Ik Jezus aan het kruis genageld, zodanig dat God, bij het willen aanschouwen van de aarde, doorheen de wonden van Onze Heer moest kijken en ik begreep dat God ter wille van Jezus de aarde zegende.’

Of in een ander visioen, op 13 september 1935, schrijft zij:

‘Ik zag een engel, de uitvoerder van Gods toorn… op het punt staan de aarde te treffen… Ik begon vanwege de wereld vurig tot God te smeken met woorden die ik innerlijk hoorde. Terwijl ik op deze manier bad, zag ik de hulpeloosheid van de engel en hij kon de rechtvaardige straf niet uitvoeren…’

De volgende dag leerde een innerlijke stem haar het Kroontje van de Goddelijke Barmhartigheid op de kralen van een gewone rozenkrans.

Jezus zegde later aan Zuster Faustina:

‘Bid het Kroontje dat Ik je geleerd heb onophoudelijk. Iedereen die dit bidt, zal grote barmhartigheid ontvangen in het uur van de dood. Priesters zullen het zondaars als laatste hoop aanbevelen. Zelfs de meest verharde zondaar zal, als hij dit Kroontje slechts één keer bidt, de genade van Mijn oneindige barmhartigheid ontvangen. Ik wil onvoorstelbare genaden schenken aan diegenen die op Mijn barmhartigheid vertrouwen.’ ‘Wanneer zij dit Kroontje bidden in aanwezigheid van de stervende, zal Ik – niet als de Rechtvaardige Rechter maar wel als de Barmhartige Redder – tussen Mijn Vader en de stervende persoon staan.’

 

 

zuster Faustina

zuster Faustina

 

 

 

 

Het Kroontje van de Goddelijke Barmhartigheid

 

Het kruisteken :


In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest Amen.

Onze Vader…

Wees gegroet …

Geloofsbelijdenis :


Ik geloof in God, de almachtige Vader,
Schepper van hemel en aarde;
en in Jezus Christus, zijn enige Zoon, onze Heer;
die ontvangen is van de heilige Geest,
en geboren uit de maagd Maria;
die geleden heeft onder Pontius Pilatus,
gekruisigd is, gestorven en begraven;
die neergedaald is ter helle,
de derde dag verrezen uit de doden;
die opgevaren is ten hemel,
en zit aan de rechterhand van God, zijn almachtige Vader;
vandaar zal Hij komen oordelen de levenden en de doden.
Ik geloof in de heilige Geest;
de heilige katholieke Kerk;
de gemeenschap van de heiligen;
de vergiffenis der zonden;
de verrijzenis van het lichaam;
het eeuwig leven. Amen.

 

 

 

 

Op de grote kralen van de rozenkrans :


Eeuwige Vader, ik offer U op het Lichaam en het Bloed, de Ziel en de Godheid van uw Welbeminde Zoon, Onze Heer Jezus Christus, tot vergeving van onze zonden en die van heel de wereld.

 

 

Op de kleine kralen :


Door het smartelijk lijden van uw Zoon,
heb medelijden met ons en met heel de wereld.

 

 

 

Op het einde driemaal :


Heilige God, Almachtige God, Eeuwige God,
heb medelijden met ons en met heel de wereld.

 

 

 

Sluit af met het kruisteken

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

De helderziendheid van Pater Pio

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Helderziendheid is een speciale gave, in hoofdzaak toegeschreven aan heiligen, die toelaat duistere feiten of gebeurtenissen te voorzien. Deze gave maakt het ook mogelijk te zien en te horen van op afstand, in tijd en ruimte, zonder tussenkomst van zintuigen of geestelijke vermogens. Bij Pater Pio was die gave zo ontwikkeld dat hij letterlijk de ziel van mensen kon lezen. Er zijn verschillende getuigenissen die interventies van Pater Pio, namelijk in zijn biechtstoel, bevestigen.

 

 

padre_pio

 

 

 

Een dame uit Bologne vertelde: op een dag bracht mijn moeder een bezoekje aan pater Pio met vrienden. Wanneer ze aankwam in San Giovanni Rotonda, ontmoette ze in de sacristie van het klooster de aanbeden priester die haar zei: “Wat doe jij hier? Ga onmiddellijk naar huis: je man is ziek.” Bij die woorden was mijn moeder stomverbaasd: immers, toen ze haar huis verlaten had was de toestand van haar man stabiel. Ze verliet San Giovanni Rotondo met de eerste trein.

Wanneer ze helemaal ongerust thuis kwam vernam ze het nieuws omtrent haar man. Men vertelde haar dat er geen verandering was maar dat hij gedurende de nacht zware ademhalingsmoeilijkheden had gekend, net alsof iets de keel blokkeerde.  Mijn moeder wou zeker zijn en telefoneerde onmiddellijk de dokter. Rond elf uur ’s avonds werd mijn vader binnengebracht in het ziekenhuis om daar met spoed geopereerd te worden

De chirurg die de interventie leidde, haalde uit de keel van mijn vader een grote hoeveelheid etter. Pater Pio had het voorgevoel gehad dat een gevaar mijn man bedreigde en zijn gebeden en zijn raad hadden een zeer positieve invloed op zijn gezondheidstoestand.

 

 

Een van de spirituele zonen van Pater Pio leefde in Rome. Op een dag bevond hij zich onder vrienden en verzuimde door een schaamtegevoel, het Heilig Sacrament te eren door zijn hoed af te nemen. Dit deed hij nochtans telkens hij een kerk passeerde. Hij hoorde een stemmetje in zijn oor, dat van Pater Pio, die hem toefluisterde: “Laf!” Enkele dagen later ging hij naar San Giovanni Rotondo en Pater Pio zei tegen hem: “Opgepast, deze keer heb ik je maar een waarschuwing gegeven maar in de toekomst zal ik je een stevig pak slaag geven.”

 

 

Bij zonsondergang, in de tuin van het klooster was Pater Pio aangenaam aan het keuvelen met enkele gelovigen en met zijn spirituele zonen wanneer hij opmerkte dat hij geen zakdoek meer had. Hij vertrouwde zijn sleutel toe aan één van de aanwezigen en vroeg hem naar zijn kamer te gaan en daar een zakdoek te halen. De man begaf zich dus naar de kamer van Pater Pio waar hij een zakdoek nam.

Hij zag ook de handschoenen liggen en kon niet weerstaan aan de drang om een relikwie te ontvreemden. Hij nam een van de handschoenen en stak ze in zijn zak. Hij keerde terug naar de tuin en gaf de zakdoek aan Pater Pio die hem zei: “En nu ga je terug naar mijn kamer en leg je de handschoen terug die je weggenomen hebt.

 

 

Elke avond voor het slapen gaan knielde een dame voor de beeltenis van Pater Pio om hem zijn zegen te vragen. Haar man, alhoewel hij katholiek was en geloofde in Pater Pio veroordeelde dat overdreven gedrag en lachte iedere keer met haar. Op een dag zei hij tegen Pater Pio: “Weet u dat mijn echtgenote elke avond knielt voor uw foto en u om uw zegen vraagt? ” En Pater Pio zei:” Ja, ik weet het, en jij , jij lacht er elke avond mee. ”

 

 

Op een dag ging een gebrekkig katholiek die desondanks veel waardering genoot in kerkelijke middens, te biecht bij Pater Pio. De man verwaarloosde zijn vrouw en had een minnares. Trachtend zijn gedrag te verantwoorden beweerde hij in een geestelijke crisis te zitten. Hij had niet gerekend op de gave van Pater Pio die met luide stem zei tegen de man die voor hem geknield zat: ” Wat, een geestelijke crisis! Je bedriegt je echtgenote en God is kwaad op jou. Ga weg!”

 

 

Een man vertelde eens: ik had beslist te stoppen met roken en dat offer op te dragen aan Pater Pio. De eerste avond, pakje sigaretten in de hand, bekeek ik de beeltenis van Pater Pio en zei tegen hem:” Pater, het is nu reeds een dag” De tweede avond deed ik hetzelfde:” Pater Pio, het is nu al twee dagen” En zo ging dat voort gedurende drie maanden. Op een dag ging ik Pater Pio opzoeken en ik zei hem:” Pater het is nu al 81 dagen geleden dat ik gestopt ben met roken, 81 pakjes…” Pater Pio antwoordde:” Ik weet het net zo goed als jij , omdat je me ze alle avonden hebt doen tellen. ”

 

 

Een begeleider van een autobus met toeristen op excursie in Gargano zag Pater Pio in de sacristie binnen komen, precies op het ogenblik dat hij wou vertrekken. De man was vergezeld van een tiental personen die wilden biechten. Pater Pio vroeg aan de begeleider “En gij, mijn zoon, wil u zich ook laten zegenen?” Verrast, schoof de begeleider naar voor en knielde neer om de zegen te ontvangen, maar alvorens de zegen te geven, vroeg de pater nog: “En wat hebt u gedaan?”

De man antwoordde: “Niets, vader, een paar uur geleden heb ik gebiecht op de berg San Angelo en nadien heb ik samen met mijn toeristen de H. Communie ontvangen”. Pater Pio vervolgde: “En daarna?” De man antwoordde: “Ik heb piëteitsvolle voorwerpen gekocht”. Pater Pio hernam: “Het zijn niet de devotiestukken die u geërgerd hebben, maar deze zoete dingen”.

Verbaasd herinnerde de begeleider zich dat hij, na de eucharistieviering, gevloekt had omdat de krokante zoetigheden die hij gekocht had minder geschikt waren dan die bedoeld door de toeristen. Te neer geslagen trachtte hij iets te zeggen, maar pater Pio vervolgde: “Het is niet alles. Op de weg nabij San Giovanni Rotondo hebt u de voerder van een voertuig beledigd omdat hij niet rechts hield”. De begeleider, die aanvankelijk gezegd had dat hij niets gedaan had, zegde verward zijn schuldbelijdenis op.

 

 

Een Anglo-Italiaanse dame uit Engeland begaf zich onmiddellijk in de biechtstoel van pater Pio. Maar pater Pio luisterde niet naar haar belijdenis, hij sloot het raampje. Waarom wilde pater Pio de belijdenis van deze dame niet aanhoren? Deze dame kwam gedurende twee weken praktisch alle dagen, waarna pater Pio uiteindelijk haar biecht afnam. Deze dame vroeg waarom zij zo lang moest wachten. Pater Pio antwoordde: “En jij, hoe lang heb jij de Heer laten wachten?”

Gij moet u afvragen hoe Jezus en ik zelf u zouden kunnen ontvangen na al uw heiligschennende communies. Immers gedurende jaren heb jij in staat van doodzonde gecommuniceerd aan de zijde van uw moeder en uw man”.  De dame, ondersteboven en vol spijt, ontving al wenend de absolutie. Enkele dagen later vertrok zij vredevol terug naar Engeland.

 

 

Een man vertelt. Op een avond at ik enkele vijgen meer dan naar gewoonte. Scrupuleus als ik was omwille van die gulzigheid besloot ik ’s anderendaags te biechten bij pater Pio. Op weg naar het klooster deed ik mijn gewetensonderzoek. Ongelukkig herinnerde ik mij niet meer die zonde van gulzigheid. Maar alvorens aan pater Pio de absolutie te vragen zei ik: “ik geloof dat ik een zonde vergeten heb, maar voor ’t ogenblik herinner ik ze mij niet”. Pater Pio zei al lachend: “Eh wel, zijn het de twee vijgen!?”

 

 

God ziet alles en Hij zal onze daden beoordelen. Het volgende verhaal toont duidelijk aan dat God onze intiemste gedachten kent. In 1920 meldde een man zich aan in het klooster van de Kapucijnen. Zonder spijt in zijn hart dacht hij er aan zijn vrouw te vermoorden om met een andere te kunnen trouwen. Het lag dus uitsluitend in zijn bedoeling om zijn bezoek als alibi te gebruiken.

Daar hij wist dat zijn vrouw een monnik kende in een nabijgelegen dorp van de Gargano, waar hij, noch zij gekend waren, kon hij er gemakkelijk zijn misdaad voorbereiden. Enige tijd later kon hij er zijn vrouw van overtuigen om die reis te doen. Na rijp beraad stelde hij zijn vrouw voor een bezoek te brengen aan die pater waarover iedereen sprak. De vrouw reserveerde een plaats voor een retraite en de man begaf zich alleen naar het klooster om een biechtgelegenheid te reserveren.

Terwijl zijn vrouw op de biechtafspraak zou zijn, zou hij zich in het dorp laten zien met de bedoeling te zorgen voor een alibi. Hij bezocht een bistro en benaderde er enkele habitués. Hij zou hen dan een pint betalen, met hen een klapje doen en daarna vertrekken om zijn vrouw te vermoorden nadat zij het bezoek bij de pater had afgelegd. In volle natuur, in de avondschemering, zou niemand iets merken, ook geen lijk vinden. Daarna zou hij zijn kameraden in het bistro opnieuw opzoeken en vertrekken zoals hij gekomen was.

Een perfect plan, met uitzondering van een klein detail: terwijl hij zijn misdaad voorbereidde, las iemand zijn gedachten. In het klooster zag hij pater Pio die reeds de schuld van enkele dorpsbewoners geraden had. Onder een onweerstaanbare dwang wierp de man zich op de knieën in de biechtstoel. Hij had nog maar pas een kruisteken gemaakt of hij hoorde roepen: “ga weg! ga weg, onmiddellijk ga weg zeg ik. Weet u dan niet dat het verboden is u te drenken in het bloed van een moord? Ga weg! Ga weg!”.

Daarna nam de pater de man bij de arm en joeg hem uit de kerk. Bewust van zijn ongure intenties, vluchtte de man naar buiten, viel neer op een steenblok, zijn gezicht in de modder en werd zich bewust van zijn ontelbare zonden. In een oogwenk kwam zijn leven voor de geest en in een ommezwaai zag hij zijn boosaardigheid in. Met pijn in het hart keerde hij terug naar de kerk en vroeg pater Pio om te biechten, met een oprecht hart deze keer.

Pater Pio sprak vol tederheid, alsof hij hem altijd gekend had. Om niet te vergeten beleed hij al zijn zonden, één na één, misdrijf na misdrijf, met alle details. De man kon zijn gruwelijke misdaad toegeven, misdaad die hij alleen kende. Uitgeput maar verlost wierp hij zich voor de pater neer en vroeg nederig vergiffenis. Het is niet alles.

Toen de penitent zich klaar maakte om te vertrekken, zei pater Pio tot hem: “hebt ge nooit verlangd naar een zoon?”. De man dacht: “maar nee toch, weet pater Pio dat ook al?!” En pater Pio voegde er aan toe: “stop met God te mishagen en ge zult een zoon krijgen”. Een jaar later, dag op dag, kwam de man pater Pio terug opzoeken, overtuigd en vader van een zoon, geboren uit zijn vrouw die hij wilde doden.

 

 

De pater Gardiaan van het klooster van San Giovanni Rotondo vertelde: ”Eens kwam hier een zakenman toe uit Pisa met de vraag aan pater Pio om de genezing van zijn dochter. Maar pater Pio bekeek hem en zei: “gij zijt zieker dan uw dochter, gij schijnt bijna dood te zijn.” De man antwoordde daarop: “Bijlange niet, ik voel me prima.” Pater Pio ging verder: “Sukkelaar, hoe kunt ge zeggen dat je je goed voelt met al die zware fouten op je geweten? Minstens 32!” Onmiddellijk daarop beleed de man zijn fouten. En na zijn biecht vertelde hij aan iedereen dat pater Pio hem al zijn zonden die hij had bedreven op voorhand reeds kende.

 

 

Een priester vertelde een voorval dat een confrater had meegemaakt toen hij van tamelijk ver naar pater Pio was gekomen om te biechten. Hij had van trein moeten overstappen en had uren moeten wachten in Bologna. Toen hij gedaan  had met biechten, vroeg pater Pio hem:”Mijn zoon, hebt u me niets vergeten te vertellen?” Toen hij negatief antwoordde, dacht hij goed na en vond niets. Dan zei pater Pio hem met veel begrip: Mijn zoon, gij zijt in Bologna om 5 uur ’s morgens aangekomen.

De kerken waren toe. In plaats van te wachten ben je naar het hotel geweest om wat te rusten voor de H. Mis. Ge hebt u op bed gelegd en hebt zo diep geslapen dat je pas om 15 uur wakker bent geworden, zodanig dat je de Eucharistie niet kon celebreren. Ik weet dat je het niet uit kwade wil hebt gedaan …. Maar het getuigt van wat tekort aan waakzaamheid tegenover ons Heer.

 

 

Toen er nogal wat volk afkwam om pater Pio te zien waren er twee gewapende bewakers belast met de veiligheid van de pater. Toen dan eens na de eucharistieviering pater Pio zich terugtrok naar de sacristie om zijn gewaden uit te doen zei hij tot één van de bewakers vriendelijk: ”wanneer ge hier gedaan hebt, en ik mijn dankzegging heb beëindigd, kom dan eens naar mijn kamer, ik moet u iets zeggen.”

De bewaker was erg gelukkig, en wachtte tot pater Pio zijn dankzegging had gedaan. Hij ging hem opzoeken naar zijn kamer. Pater Pio zei hem: “Ge moet eens naar je ouders gaan, want binnen de acht dagen ga je sterven.” De man antwoordde “Ik voel me opperbest, pater.” Pater Pio zei daarop:”wees niet ongerust, over 8 dagen ga je je nog beter voelen. Dit leven is toch maar een pelgrimstocht. Ga verlof vragen en regel je zaken met je familie; morgen zou het al te laat kunnen zijn.

Nogal onthutst vroeg de bewaker hem: “Mag ik vertellen wat u mij gezegd hebt?” Pater Pio zei: “Niet direct, maar wel als je thuis bent.” De jonge man ging het dorp in en vroeg aan zijn overste om naar huis te mogen gaan. De verantwoordelijke weigerde aanvankelijk, omdat hij het een onvoldoende motief vond, maar toen pater Pio tussenbeide kwam mocht hij eindelijk vertrekken. Eenmaal thuis vertelde de man wat pater Pio hem gezegd had en dat hij nu gekomen was om zijn familie te groeten voor zijn dood. En op het einde van 8 dagen is hij overleden.

 

 

De religieuzen van het klooster van Venafro, die pater Pio gedurende een tijd hadden opgevangen waren getuigen van de visioenen maar ook nog van andere onverklaarbare verschijnselen. Onder andere, zelf zwaar ziek kon pater Pio de gedachten, van andere mensen lezen. Op een keer kwam eerwaarde Heer Augustin hem opzoeken. Pater Pio vroeg hem: “Bid vanmorgen eens speciaal voor mij”.

Toen hij van de kerk wegging was hij van plan tijdens de eucharistie speciaal voor hem te bidden. Maar hij vergat het. Wanneer hij pater Pio terug ontmoette vroeg deze:”Hebt ge voor mij gebeden?” Abbé Augustin gaf zijn vergetelheid toe en pater Pio zei daarop:”’t Is goed, Ons Heer heeft uw intenties aanvaard toen je van de kerk wegging.”

 

 

Op een keer toen pater Pio in het heiligdom aan het bidden was kwamen zijn confraters hem vragen om van iemand een particuliere biecht te horen. Pater Pio keek op en zei op strenge toon: “Denkt ge dat, nadat Ons Heer 25 jaar heeft gewacht, hij geen 5 minuten geduld moet hebben? En iedereen begreep dat pater Pio de waarheid had gesproken!

 

 

Pater Carmelo Durante, die de overste was van pater Pio in het klooster van San Giovanni Rotondo gaf dit getuigenis naar aanleiding van de gave van profetie van pater Pio. “Gedurende de Tweede Wereldoorlog hoorden we bijna dagelijks spreken over de oorlog, over schitterende militaire overwinningen die de Duitsers op het front behaalden. Op zekere morgen, toen de gemeenschap in de kleine zaal samen zat, hoorde ze het recente nieuws dat de Duitsers zich naar Moscou begaven.

Ik stond aan de grond genageld met de gedachte dat dit het einde van de oorlog zou kunnen betekenen en ook de uiteindelijke overwinning van de Duitsers. Ik kwam in de gang de eerwaarde pater Pio tegen, en ik vertelde hem erg gelukkig en vol enthousiasme: “De oorlog is gedaan.”  “Wie heeft u dit verteld?”, vroeg pater Pio. En ik toonde hem de krant. Pater Pio zei daarop: “Heeft Duitsland gezegevierd? Denk eraan: Duitsland zal deze keer verliezen. Het zal niet zijn zoals de andere oorlog, vergeet dat niet.”

Maar ik repliceerde:” De Duitsers trekken al op naar Moscou.” Pater Pio zei:”Vergeet niet wat ik u gezegd heb, …” en toen ik nog insisteerde: ”Maar als Duitsland de oorlog verliest, verliest Italië ook!” En toen zei hij me nog op een besliste toon:”Kijk goed uit je twee ogen of ze wel samen de oorlog beëindigen.” Op dat moment leken die woorden nogal mysterieus, want er bestond een verbond tussen Duitsland en Italië. Maar het jaar daarna, na de wapenstilstand met de geallieerden op 8 september 1943 en na de daaropvolgende oorlogsverklaring van Italië aan Duitsland begreep ik het wel allemaal!

 

 

Een vrouw vertelde: “Ook ik wilde deelnemen aan een georganiseerde reis naar San Giovanni Rotondo om pater Pio te leren kennen en en hem te ontmoeten. Dat was in 1961. In de bus was er een man die opeens luid riep: “Mijn vrouw wilde dat ik met haar meeging naar deze ‘bedrieger’”. Dit was natuurlijk een verwijzing naar de dierbare pater. Deze beschuldiging ging dwars door mijn hart.

Toen we in San Giovanni Rotondo aankwamen gingen we onmiddellijk naar de kerk om er de heilige mis bij te wonen. Na de mis begaf pater Pio zich onder de pelgrims. Toen hij dichtbij ons kwam bleef hij staan vlak vóór de man die zich in de bus negatief over hem had uitgelaten en zei: “Kom hier, kom bij die bedrieger!” De man werd bleek, knielde neer en kon enkel stamelend zeggen: “Vergeef me pater! Vergeef me!” Pater Pio legde een hand op zijn hoofd en zegenend vervolgde hij: “Sta op, ik vergeef je.” De man was meteen bekeerd en allen waren vol bewondering en ontroering.”

 

 

Een vrouw vertelde: “In 1945 bracht mijn moeder me naar San Giovanni Rotondo om pater Pio te leren kennen en om bij hem te biechten. Er was veel volk. In afwachting van mijn beurt dacht ik na over alles wat ik aan de pater moest zeggen maar toen ik dan bij hem was klapte ik volledig dicht. De dierbare pater bemerkte meteen mijn bedeesdheid en zei met een glimlach: “Wil je dat ik het in jouw plaats zeg?” Ik knikte instemmend en meteen stond ik stomverbaasd.

Dat kon niet waar zijn! Pater Pio zegde woord voor woord alles wat ik hem had willen zeggen. Ik werd rustig en kalm en ik dankte in gedachten de geëerde pater dat hij mij een van zijn uitzonderlijke bovennatuurlijke gaven had laten ervaren. Ik vertrouwde hem de gezondheid toe van mijn ziel en mijn lichaam. Hij antwoordde: “Ik zal altijd je geestelijke vader zijn!” Ik nam afscheid van hem met een immense vreugde in mijn hart. Terwijl ik in de trein op terugweg naar huis was, nam ik een intense geur waar die ik nooit zal vergeten!”

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

 

Katholieke priesters

Standaard

categorie : religie

 

 

 

pedofiele-priesters

 

 

 

 Enkele feiten over de Katholieke Kerk

 

Er zijn op dit moment wereldwijd meer dan 400.000 Katholieke priesters. 65% van deze priesters zijn “diocesane” priesters (met specifieke toegewezen parochies in bepaalde geografische regio’s) en 35% zijn reguliere priesters (die niet noodzakelijkerwijs aan een specifieke kerkgemeenschap zijn verbonden). Men schat dat er in de hele wereld meer dan 1 miljard Rooms-katholieken zijn.

Dat is meer dan 17% van de wereldbevolking. Hoewel er geen census wordt gehouden over de hele breedte van de kerk en er verscheidene criteria bestaan om lidmaatschap vast te stellen, maken de Rooms-katholieken nu ongeveer 50% uit van alle christenen in de wereld.

 

 

De schandalen

 

Katholieke priesters zijn het onderwerp van een van de grootste schandalen in de geschiedenis van de Rooms-katholieke Kerk. Het lijkt alsof we pas gisteren voor het eerst hoorden over de beschuldigingen van seksueel misbruik binnen het Katholieke priesterschap in Boston (Verenigde Staten).

Sinds die tijd zijn er alleen al in de Verenigde Staten meer dan 300 rechtszaken aangespannen. Dit schandaal heeft de Katholieke Kerk een flinke opdonder gegeven en heeft vragen opgeroepen over de belangrijkste dogma’s van het priesterschap, zoals het celibaat en de aanstelling van vrouwen.

De beschuldigingen zijn vooral verontrustend vanwege de volgende drie redenen.

  • Ten eerste vertrouwden de ouders hun tieners en kinderen aan deze mannen toe binnen het parochiale onderwijssysteem en in de kerkdiensten. Dat vertrouwen is zwaar beschadigd.
  • Ten tweede was de leiding van de Katholieke Kerk al jarenlang op de hoogte van het misbruik, maar werd pas actie ondernemen nadat het grote publiek zijn verontwaardiging toonde.
  • Ten derde sprak Jezus Christus specifiek over het misbruik van kleine kinderen:

 

 

Matteüs 18:6

 

“Wie een van de geringen die in mij geloven van de goede weg afbrengt, die kan maar beter met een molensteen om zijn nek in zee geworpen worden en in de diepte verdrinken”

 

Dit onzedelijke misbruik lijkt meer in homoseksualiteit geworteld te zijn dan in pedofilie. De misbruikte slachtoffers waren allemaal jongens in hun tienerjaren (in plaats van jongere kinderen van beide geslachten, die meestal het doelwit van pedofielen zijn). Dit “kerkgeheim” werd decennia lang verborgen gehouden, de dialoog was beperkt tot gefluisterde gesprekken en rechtszaken werden stilletjes geschikt.

 

 

 

 Een moeilijk onderwerp

 

Er zijn veel geweldige Katholieke priesters die hun leven aan God en hun kerkgemeenschap hebben toegewijd. Dit artikel is niet bedoeld om priesters zwart te maken, maar veeleer een herinnering aan het feit dat niemand van ons vrijgesteld is van onze zondige aard, zelfs niet de “geestelijkheid”. Dit is niet slechts een “Katholiek probleem”. Sterker nog, veel mensen geloven dat het schandaal zich tot buiten het Katholieke priesterschap zal uitbreiden.

Er is immers geen reden om aan te nemen dat het aantal gevallen van kindermisbruik in de Katholieke Kerk groter is dan in de Protestantse gemeenten. Alleen in Californië waren er alleen in 2001 al zes zaken waarin Protestantse voorgangers veroordeeld werden voor seksuele misdrijven met minderjarigen.

Er waren op dat moment in de Verenigde Staten ongeveer 46.000 Katholieke priesters, maar meer dan 324.000 Protestantse gemeenten. Wiskundig gezien kan het aantal gevallen binnen de Protestantse kerkgenootschappen dus ver uitstijgen boven het Katholieke schandaal.

Wat betekent dit alles nu? Waarom besteden wij aandacht aan deze vreselijke tragedie? Het heeft niets te maken met Katholicisme, Protestantisme of de waarheid van het christendom in het algemeen. Het is een beschamende herinnering aan het feit dat wij allemaal in een gevallen wereld leven, een wereld die de neiging heeft om te zondigen en te bedriegen; een wereld die geen behoefte heeft aan een georganiseerde religie, maar wel aan een hechte persoonlijke relatie met Jezus Christus Zelf.

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

Geen wonderen zonder geloof.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

5afad67d9b9eb91942ae77aada15debd

 

 

 

Marcus 6:5-6 

 

En hij kon er geen enkel wonder doen, alleen maar een paar zieken genezen door hun de handen op te leggen. En hij was verbaasd over hun ongeloof. Jezus stuurt zijn leerlingen eropuit Jezus trok langs de dorpen in de omtrek en onderwees er de mensen.

Toen Jezus in Nazareth het Woord van God predikte, namen velen mensen aanstoot aan Hem. Hij was in dat dorp opgegroeid, als kind. Hij was daar naar school geweest. Zijn moeder en broers en zusters woonden daar nog. (Marcus 6:1-4)

Jezus predikte hetzelfde Woord als in andere dorpen en de mensen die daar Zijn Woord hoorden en aannamen, genazen van hun ziekten. Wonderen gebeurden er. Maar in het dorp waar Hij was groot gebracht, ergerde men zich aan Hem. Vandaar de bekende spreuk: “Een profeet is niet geliefd in eigen land.”

Jezus verbaasde Zich over hun ongeloof. De les die we hier uit kunnen trekken is, dat wanneer we aanstoot nemen aan het Evangelie, aan de boodschap van genezing door geloof, we geen wonder van genezing moeten verwachten. Ook als we ons ergeren aan de persoon die de boodschap brengt, sluiten we de deur voor een wonder. Dus laat dit niet toe. Vraag vergeving aan God als u dit ervaart in uw leven.

Jezus verbaasde Zich over hun ongeloof, terwijl Hij op andere plaatsen mensen tegenkomt waarvan Hij verbaasd is over hun groot geloof (Matteüs 8:10).  Laat Jezus Zich verbazen over uw groot geloof !

Zelfs Jezus, de Zoon van God, was niet in staat om wonderen te doen, vanwege het ongeloof van mensen. Er staat niet dat Jezus hen niet wilde genezen, neen, er staat dat Hij hen niet kon genezen. Iets stond hun genezing in de weg en dat was hun ongeloof. Dit vertelt ons iets over het belang van geloof. Daarom is het zo belangrijk om mensen te vinden die geloven in genezing en daar mee op te trekken, als u uw genezing wil bekomen en behouden!

 

 

 

Wat was de remedie tegen ongeloof ?

 

Jezus stuurde Zijn discipelen uit om het Woord van genezing te prediken. Horen en genezen gaan hand in hand. Geloof komt door het horen. Ongeloof is ook gekomen door het horen van het verkeerde, waar u in bent gaan geloven.

Als u geloof voor genezing wil ontwikkelen, moet u het Woord van God over genezing horen en horen …

Spreek het Woord hardop, zelfs als u het nog niet gelooft, want geloof komt door het horen.

 

 

 

Gebed

 

“Heer U genas iedereen die in geloof tot U kwam. Heer ik kom tot U in geloof. U kunt en wil mij genezen. Genezing komt door het Woord van genezing keer op keer te horen. Ik genees door mijn denken te vernieuwen door de kennis van Uw Woord en Uw wil. “

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

Zeer belangrijke gebeden

Standaard

categorie : religie

 

 

 

levenskracht

Genade

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De twaalf artikelen van het geloof

 

Ik geloof in God de almachtige Vader, schepper van hemel en aarde.

En in Jezus Christus, zijn enig geboren zoon, onze Heer.

Die ontvangen is van de heilige Geest, en geboren uit de Maagd Maria

Die geleden heeft onder Pontius Pilatus, gekruisigd is, gestorven en begraven.

Die nedergedaald is ter helle; de derde dag verrezen uit de doden.

Die opgeklommen is ten hemel, en zit aan de rechterhand van God, zijn almachtige Vader.

Van daar zal Hij komen oordelen de levenden en de doden.

Ik geloof in de Heilige Geest.

De heilige katholieke kerk, de gemeenschap van de heiligen.

De vergiffenis van de zonden

De verrijzenis van het vlees.

Het eeuwig leven. Amen.

 

 

 

Het Onze Vader

 

Onze Vader, die in de hemelen zijt,

Geheiligd zij Uw naam;

Uw rijk kome;

Uw wil geschiede op aarde als in de hemel.

Geef ons heden ons dagelijks brood;

En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven aan onze schuldenaren.

En leid ons niet in bekoring

Maar verlos ons van het kwade. Amen

 

 

 

Het weesgegroet

 

Weesgegroet Maria,

vol van genade,

de Heer is met U,

gezegend zijt gij  boven alle vrouwen 

en gezegend is de vrucht van uw lichaam Jezus. 

Heilige Maria,

Moeder Gods,

bid voor ons,

arme zondaars,

nu en in het uur van onze dood. Amen.

 

 

 

Weesgegroet  Koningin

 

Wees gegroet, Koningin, Moeder van barmhartigheid, ons leven, onze zoetheid, onze hoop, wees gegroet.

Tot U roepen wij, bannelingen, kinderen van Eva.

Tot U verzuchten wij, klagend en wenend in dit tranendal.

Welaan dan, onze Middelares, sla uw barmhartige ogen op ons.

En toon ons, na deze ballingschap, Jezus , de gezegende vrucht van uw lichaam.

O, genadige, o meedogende, o zoete Maagd Maria.

 

 

 

Akte van Berouw

 

Mijn Heer en mijn God, het is mij leed dat ik tegen uw opperste Majesteit misdaan heb.

Ik verfoei al mijn zonden, niet alleen omdat ik uw straffen heb verdiend, maar vooral omdat ze U mishagen, die oneindig volmaakt en alle liefde waardig zijt.

Ik maak het vast voornemen mijn leven te beteren en de gelegenheden tot zonde te vluchten.

In dit berouw wil ik leven en sterven.

 

 

 

Het glorie zij de Vader

 

Glorie zij de Vader, en de Zoon, en de heilige Geest.

gelijk het was in het begin, nu en altijd, en in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

 

 

 

Gebed tot de engelbewaarder

 

Engel van God

die mijn beschermer zijt

Omdat de hemel mij aan u heeft toevertrouwd

Verlicht mij

Leid mij

en bescherm mij vandaag. Amen

 

 

 

Eeuwige rust

 

Heer, geef hen de eeuwige rust en dat het eeuwig licht hen verlichte.

 

 

De onweerstaanbare noveen aan het Heilig Hart van Jezus

 

O mijn Jezus die gezegd hebt: “Voorwaar ik zeg u: vraagt en ge zult verkrijgen, zoekt en ge zult vinden, klopt en er zal opengedaan worden!” Zie, ik klop, ik zoek en ik vraag U de genade

Onze Vader, Weesgegroet, Glorie zij de Vader

H.Hart Van Jezus, ik hoop en ik vertrouw op U

 

O mijn Jezus die gezegd hebt: “Voorwaar ik zeg u: Alles wat ge zult vragen aan mijn Vader in Mijn Naam, zal Hij u geven!”  Zie, aan Uw Vader vraag ik in uw naam de genade

Onze Vader, Weesgegroet, Glorie zij de Vader.

H.Hart Van Jezus, ik hoop en ik vertrouw op U

 

O mijn Jezus die gezegd hebt: “Voorwaar ik zeg u: Hemel en aarde zullen voorbijgaan, maar mijn woorden zullen niet voorbijgaan.!”

Zie steunend op de onfeilbaarheid van Uw Heilige woorden, smeek ik om de genade…

Onze vader, Weesgegroet, Glorie zij de Vader

H.Hart van Jezus, ik hoop en ik vertrouw op U

 

 

 

Gebed

 

Allerheiligste Hart van Jezus, voor wie één enkele zaak onmogelijk is, namelijk geen medelijden te hebben met ons die in nood zijn, heb toch medelijden met ons, arme zondaars, en verleen ons de genade die wij U afsmeken door de voorspraak van het Onbevlekt Hart van Maria, Uwe en onze tedere moeder.

 

Heilige Jozef, voedstervader van Jezus, bid voor ons.

Wees gegroet, Koningin

Wees gegroet, Koningin, Moeder van barmhartigheid,

ons leven, onze zoetheid, onze hoop, wees gegroet.

Tot U roepen wij, bannelingen, kinderen van Eva.

Tot U verzuchten wij, klagend en wenend in dit tranendal.

Welaan dan, onze Middelares, sla uw barmhartige ogen op ons.

En toon ons, na deze ballingschap, Jezus , de gezegende vrucht van uw lichaam.

O, genadige, o meedogende, o zoete Maagd Maria.

 

 

 

De negen eerste vrijdagen van de maand

 

De twaalf beloften gedaan door onze Heer Jezus Christus aan de H. Margareta Maria aan de vereerders van het Heilig Hart van Jezus.

 

 

Ik zal vrede brengen in hun huisgezinnen.
Ik zal hen troosten in alle noden.
Ik zal hun veilige toevlucht zijn gedurende het leven en in het bijzonder in het uur van de dood.
Ik zal hen overvloedig zegen schenken bij alles wat zij ondernemen.
De zondaars zullen in mijn Hart de bron en de onmetelijke oceaan van de barmhartigheid vinden.
De lauwe zielen zullen vurig worden.
De ijverige zielen zullen spoedig tot grote volmaaktheid komen.
Ik zal de plaats zegenen waar de beeltenis van mijn Hart tot verering zal worden uitgesteld.
Aan de priesters zal ik de gave verlenen om de harten van de meest verstokte zondaars te  treffen.
De naam van diegenen die deze devotie zullen verbreiden, zal in mijn Hart geschreven staan en daar nooit uitgewist worden.
De almachtige liefde van mijn Hart zal aan allen, die op de eerste vrijdag van negen achtereenvolgende maanden ter heilige communie gaan, de genade van eindvolharding geven. Zij zullen niet in mijn ongenade sterven. Evenmin zullen zij zonder heilige Sacramenten sterven.

 

 

 


De grote belofte van het  Onbevlekte Hart van Maria: De vijf eerste zaterdagen

 

Tijdens de derde verschijning, 13 juli 1917, heeft de Heilige maagd Maria aangekondigd dat Zij komt vragen ” de H.Communie eerherstel  op elke  eerste zaterdag.”

Het is ook dat de H.Maagd Maria verscheen aan zuster Lucia, op 10 december 1925, in het klooster van de zusters van Pontevedra (Spanje) met het kind Jezus aan haar zijde, zeggende: “Zie, mijn dochter, mijn hart is doorboord met doornen door de godslasteringen van ondankbare mensen. Tracht gij ten minste,  mij te troosten en zeg dat iedereen die gedurende vijf maanden, de eerste zaterdag van de maand te biechten gaat, de H.Communie ontvangt, zijn rozenkrans bidt en mij voor een kwartier gezelschap houdt al mediterend over de 15 mysteries van de rozenkrans als eerherstel, zeg hen dat ik hen zal bijstaan in het uur van de dood met alle nodige genaden tot heil van hun ziel.

 

 

Gebed tot de Heilige Jozef

 

Tot U, heilige Jozef, nemen wij onze toevlucht in onze nood, en – na de hulp van uw allerheiligste Bruid te hebben ingeroepen – smeken wij met vertrouwen ook uw bescherming af. Wij bidden U ootmoedig: zie goedgunstig neer op het erfdeel, dat Jezus Christus door zijn bloed heeft verworven, en help ons in onze noden door uw machtige bijstand. Dat vragen wij U omwille van de liefde, die U heeft verbonden met de onbevlekte Maagd en Moeder van God, en omwille van de vaderlijke tederheid, waarmee gij het Kind Jezus hebt omhelsd.

Zorgzame bewaarder van het heilige Huisgezin, bescherm de uitverkoren kinderen van Jezus Christus. Liefderijke Vader, verwijder van ons alle besmetting van dwaling en zedenbederf.

Machtige Beschermer, sta ons vanuit de hemel genadig bij in de strijd tegen de machten van de duisternis. En, zoals Gij weleer het kind Jezus uit het grootste levensgevaar hebt gered zo verdedig nu ook de heilige kerk van God tegen vijandelijke aanslagen en alle tegenwerking.

Neem ieder van ons in uw blijvende bescherming, opdat wij, naar uw voorbeeld en gesteund dor uw hulp, heilig leven, zalig sterven en eeuwig geluk in de hemel verkrijgen. Amen.

 

 

 

Gebeden voor de ziele van het vagevuur

 

Gedenk, H.Maagd Maria, dat men nooit gehoord heeft, dat iemand die tot U zijn toevlucht nam, verlaten werd.

Aangemoedigd door dit vertrouwen, O Moeder, maagd der maagden, kom ik tot U, en zuchtend onder het gewicht van mijn zonden, kniel ik voor U neer.

O, Moeder van het Woord, verwerp  mijn nederige gebeden niet; maar luister  goedgunstig naar mijn gebeden.

Toevlucht der zondaars, bid voor ons. Weesgegroet Maria…

Troosteres der bedrukten, bid voor ons. Weesgegroet Maria…

Hulp der Christenen, bid voor ons.  Weesgegroet Maria…

 

 

 

Volle aflaat voor de overledenen

 

Vanaf de middag van 1 november en gans de dag van 2 november kan men een volle aflaat bekomen voor de overledenen. Eveneens vanaf de middag van 1 augustus en de ganse dag van 2 augustus is het mogelijk om een volle aflaat te bekomen voor de overledenen.

Voorwaarden om deze volle aflaat te bekomen.

Het sacrament van de biecht ontvangen om in de genade van God te komen.

Deelname aan de H. Eucharistieviering met H.Communie.

Bezoek aan de kerk van Portiuncula, of een kerk daaraan gelijkwaardig. waardoor  men zijn geloof (Credo) kan bidden en bevestigen.

Het bidden van het “Onze Vader” om te bevestigen dat men een Kind van God is.

Een gebed voor de intenties van de Paus om te bevestigen dat men behoort tot de Kerk waarvan de Paus het fundament en het zichtbaar hoofd van eenheid is.

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

 

 

De bilocatie van Pater Pio

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Bilocatie

 

Bilocatie is in feite het gelijktijdig aanwezig zijn op twee verschillende plaatsen. De christelijke traditie is rijk aan bilocatieverhalen. Vele heiligen ontvingen die gave, onder wie ook pater Pio. Hier volgen enkele getuigenissen.

 

 

saint_padre_pio_postcard_004-p239242458678405622baanr_400

 

 

 

 

Mevrouw Maria was een geesteskind van pater Pio. Op een avond sluimert Maria’s broer in, terwijl hij aan het bidden is. Plots voelt hij een klap op zijn rechterwang. Volgens het geluid dat de klap maakte, had hij de indruk dat de hand die hem geslagen had, gehandschoend was. Hij dacht onmiddellijk aan pater Pio. ’s Anderendaags vroeg hij aan pater Pio of hij hem geslagen had. Die antwoordde: “Slaap je terwijl je bidt?”. Het was dus pater Pio, die de aandacht van de man wou trekken onder een vorm van bilocatie.

 

 

Een gepensioneerde legerofficier kwam op een dag de sacristie binnen. Hij ziet pater Pio en zegt: “U bent het werkelijk, alle twijfel is uitgesloten”. Hij kwam dichter, knielde voor pater Pio en weende, terwijl hij zei: “Dank U pater omdat U mijn leven heeft gered”. Daarna vertelde de man aan de aanwezigen: “Ik was infanteriekapitein. Op een dag zag ik midden op het slagveld in volle strijd een monnik met een bleek gezicht en expressieve ogen, die me zei: ‘Mijnheer de kapitein, ga weg van hier!’.

Ik ging op hem af en alvorens ik bij hem was, ontplofte een granaat vlak op de plek waar ik tevoren stond en liet een gapende afgrond achter. Ik keerde me naar de monnik, maar hij was verdwenen”. Pater Pio had hem in bilocatie het leven gered.

 

 

Priester Alberto, die pater Pio in 1917 leerde kennen, vertelde: “Ik zag pater Pio onbeweeglijk aan het venster zitten, terwijl hij naar de bergen keek. Ik kwam nader om hem de hand te kussen, maar hij deed alsof hij me niet zag en zijn hand leek me verstijfd. Dan hoorde ik hem duidelijk de absolutieformule uitspreken. Even later leek hij te ontwaken uit een slaap, zag me en zei: “Bent u hier? Ik had u niet gezien”.

Enkele dagen later kwam een telegram uit Torino aan voor onze overste. Daarin werd hij bedankt om pater Pio naar het sterfbed te zenden. Toen begrepen we dat de zieke gestorven was op hetzelfde moment dat pater Pio de absolutiewoorden te San Giovanni Rotondo had uitgesproken. Onze overste had hem natuurlijk niet naar de stervende gestuurd, maar pater Pio was er in bilocatie.

 

 

In 1946 kwam er een Amerikaanse familie uit Philadelphia naar San Giovanni Rotondo om pater Pio te bedanken. Hun zoon was immers tijdens de Tweede Wereldoorlog piloot van bommenwerpers en hij was gespaard gebleven boven de Stille Oceaan dank zij pater Pio. Toen hij zich klaarmaakte om na een bombardement terug te keren naar het eilandje waar hij was gevestigd, werd hij geraakt door Japanse jachtvliegtuigen.

De piloot vertelde: “Het vliegtuig stortte neer en ontplofte nog voor dat mijn bemanning de tijd had om met hun parachute te springen. Ik kon wel springen, ook al herinner ik me niet hoe. Ik probeerde mijn parachute te openen zonder succes. Ik zou dodelijk zijn neergestort, als ik geen gebaarde monnik had gezien, die me zachtjes neer plaatste bij de ingang van mijn commandopost.

U kunt zich de verwondering indenken toen ik mijn relaas deed, maar precies het feit dat ik gezond en gered was bracht iedereen tot geloof. Enkele dagen later was ik met verlof en keerde naar huis terug. Toen toonde mijn moeder mij een foto van pater Pio, aan wie ze mijn bescherming had toevertrouwd. Ik herkende onmiddellijk de monnik die mij het leven had gered”.

 

 

De echtgenote van een industrieel uit Liguria verbleef bij haar dochter te Bologna. Ze had een tumor in de arm. Na een gesprek met haar dochter besloot ze zich te laten opereren. De chirurg vroeg om nog enkele dagen te wachten, de tijd nodig om een afspraak voor de chirurgische ingreep vast te leggen. In die tussentijd stuurde haar schoonzoon een telegram naar pater Pio met het verzoek om ten voordele van zijn schoonmoeder tussen te komen.

Het uur waarop pater Pio het telegram werd overhandigd, zag de dame die alleen in de woonkamer van haar dochter was, een kapucijnermonnik binnenkomen, die zei: “ik ben pater Pio van Pietrelcina”. Hij vroeg haar wat de chirurg had gezegd en spoorde haar toen aan om zich tot de heilige Maagd te wenden. Dan maakt hij een kruisteken over de arm, groette en verdween.

De dame riep de dienstmeid, haar dochter en schoonzoon en vroeg waarom ze het bezoek van pater Pio niet hadden aangekondigd. Ze antwoordden dat ze hem niet hadden gezien en niemand hadden binnengelaten. ’s Anderendaags, toen de chirurg bij de dame kwam om de operatie voor te bereiden, was de tumor verdwenen.

 

 

Pater Pio ging in bilocatie bij de bisschop die hem tot priester had gewijd op 10/08/1910 in de kathedraal van Benevento. Op het einde van zijn leven werd de bisschop door pater Pio op zijn dood voorbereid.

 

 

De zalige Dom Orion gaf een getuigenis over het vermogen van P.P. om zich op twee plaatsen tegelijkertijd te bevinden: “Gedurende de plechtige zaligverklaring van de kleine Teresia van Lisieux zag ik P.P. glimlachend naar mij toekomen. Ik baande mij een weg tussen het volk om hem tegemoet te gaan. Wanneer ik hem echter genaderd was,  bleek hij verdwenen”.

 

 

In 1951 ging P.P.voor in een mis in de kapel van een zusterklooster in Tjechoslovakije. Na de viering begaven de Zusters zich naar de sacristie om hem te bedanken en hem uit te nodigen op een kop koffie. Welnu, in de sacristie was niemand te zien. Aldus kwamen de Zusters tot de ontdekking dat P.P. zich onder hen had begeven bij wijze van bilocatie.

 

 

In 1956 diende P.P. in bilocatie de mis voor de primaat van Hongarije in een gevangenis in Budapest. Iemand was op de hoogte van de zaak en vroeg hem:”U hebt de mis gediend en u hebt met hem gesproken, maar achteraf zijt u ook nog bij hem op bezoek geweest in de gevangenis”. P.P. gaf als antwoord: “Natuurlijk heb ik hem gezien, als ik met hem gesproken heb”.

 

 

Eerwaarde Moeder Speranza, stichteres van de orde van de dienaressen van de barmhartige Liefde, vertelde dat ze P.P. een jaar lang dagelijks in Rome had gezien. Welnu, P.P. begaf zich slechts bij uitzondering naar Rome, zoals die keer in 1917 toen hij een religieuze begeleidde die verlangde in te treden in een klooster. Het bleek hier om het verschijnsel van bilocatie te zijn.

 

 

De Italiaanse generaal Cadorna viel na de nederlaag te Caporetto in een zware depressie en besliste aan zelfdoding te doen. Op een avond gaf hij het bevel niemand binnen te laten en trok zich terug in zijn verblijfplaats. Eenmaal alleen in zijn kamer, nam hij zijn pistool en hield hem met de loop tegen zijn slaap. Daarop hoorde hij een stem: “Wel, generaal, wil je nu werkelijk zulke stommiteit uithalen?”

Die stem en die aanwezigheid van de monnik grepen de generaal erg aan; hij stond aan de grond genageld. Daarop vroeg hij de wachters hoe de monnik in zijn kamer was kunnen binnendringen. Zij echter verklaarden niemand te hebben gezien. Later las de generaal in de krant dat een monnik die in Gargona verbleef, wonderen verrichtte.

Incognito begaf hij zich naar San Giovanni Rotondo waar hij de monnik herkende die hij gezien had: het was P.P. in hoogsteigen persoon. Nog was hij niet aan het einde van zijn verrassing. Toen P.P. langs hem voorbijkwam, fluisterde hij hem toe: “Is het niet waar, generaal, dat u die avond aan de dood ontsnapt bent?”

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

Genezingen van Pater Pio

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Genezingen

 

 

padre_pio

 

 

 

 

In 1919 was er een 62-jarige man uit Foggia die steunde op twee stokken om te lopen. Door van een koets te vallen had hij zijn benen gebroken en de dokters slaagden er niet in hem te genezen. Pater Pio hoorde zijn biecht en zei hem daarna: “Sta op en vertrek! Die stokken moet je wegwerpen”. De man gehoorzaamde terwijl allen met verbazing toekeken.

 

 

 

 

 

Een opzienbarende gebeurtenis die alles in rep en roer zette overkwam een veertienjarige in 1919. Op vierjarige leeftijd getroffen door tyfus, was hij slachtoffer gebleven van een vorm van Engelse ziekte (rachitis) die zijn lichaam misvormde en twee opzichtige bochels veroorzaakte. Op een dag hoorde pater Pio hem de biecht en raakte hem daarna aan met zijn gestigmatiseerde handen. De jongen stond op van de bidstoel, kaarsrecht, zoals nooit tevoren.

 

 

 

 

 

Een jonge boerin van 29 jaar, genaamd Grazia en die blind geboren was, bezocht al een tijdje regelmatig de kleine kerk van het klooster. Op een dag vroeg Pater Pio haar of ze niet graag zou zien. “Natuurlijk zou ik dat willen,” zei ze, ” indien dat me niet tot de zonde zou brengen.” Hij antwoordde haar: “Dan zal je genezen.”

En hij stuurde haar naar Bari (Italië) om de vrouw van een briljant oogarts te ontmoeten. Na Grazia onderzocht te hebben, zei de oogarts aan zijn vrouw: “Ik kan niets doen voor dit meisje. Als Pater Pio een mirakel wil vragen, kan hij haar genezen. Maar ik moet haar naar huis sturen zonder een operatie.” De vrouw van de dokter stelde voor: “Aangezien Pater Pio haar gestuurd heeft, kan je niet één oog opereren?”

De dokter liet zich overtuigen en opereerde eerst één oog, daarna het anderen en Grazia was genezen. Terug in San Giovanni Rotondo, liep Grazia naar het klooster en wierp zich aan de voeten van Pater Pio. Deze zweeg een ogenblik, starend in de verte, terwijl hij het meisje geknield liet zitten; daarna zei hij haar recht te staan. Maar het meisje vroeg hem onophoudelijk: “Zegen mij, vader, zegen mij.”

Zelfs nadat Pater Pio een kruisteken over haar gemaakt had, wachtte Grazia onbeweeglijk. Toen ze blind was, zegende Pater Pio haar door haar de handen op te leggen. Omdat ze bleef herhalen: “Zegen mij, vader, zegen mij.” zei hij tot haar: “Wat wil je als zegening, meisje? Een emmer water over je hoofd?”

 

 

 

 

 

Een vrouw vertelde: “In 1947 was ik 38 jaar en op de radiografie hadden ze een tumor in mijn ingewanden vastgesteld. Een chirurgische ingreep was noodzakelijk. Alvorens naar het ziekenhuis te gaan, ging ik te biechten bij Pater Pio. Mijn man, mijn dochter en haar vriendin gingen mee naar San Giovanni Rotondo. Ik wou mijn probleem aan Pater Pio toevertrouwen, maar op een gegeven moment verliet hij de biechtstoel en ging weg.

Teleurgesteld omdat ik niet had kunnen biechten bij hem, begon ik te wenen. Mijn man vertelde aan een andere monnik de reden van onze pelgrimstocht. De monnik beloofde er met Pater Pio over te praten. Kort daarna, in de gang van het klooster, riep men mij. Pater Pio, omringd door velen, luisterde aandachtig naar mij. Hij vroeg naar de reden van mijn bezoek en stelde me gerust, zeggend dat ik in goede handen was en dat hij voor mij zou bidden, wat me verwonderde want Pater Pio kende me niet noch de chirurg.

Ik onderging de ingreep met hoop en sereniteit. De chirurg was de eerste die van een mirakel sprak. Met de radiografie in de handen, nam hij de appendix uit want er was geen spoor meer van de tumor. De chirurg, die niet gelovig was, bekeerde zich en liet in alle kamers van het ziekenhuis kruisbeelden plaatsen. Na een korte herstelperiode ging ik terug naar San Giovanni Rotondo om Pater Pio te zien.

Hij was op weg naar de sacristie maar toen hij me zag, draaide hij zich om en zei glimlachend: “Zoals je ziet, ben je teruggekeerd…” Ik kuste zijn hand en door de emotie hield ik zijn hand tussen de mijne.

 

 

 

 

Een man vertelde: “ik had al enkele dagen een zeer pijnlijke zwelling aan mijn linkerknie. De dokter had me gezegd dat het vrij gecompliceerd was en had me een reeks injecties voorgeschreven. Vooraleer aan deze behandeling te beginnen, kwam ik op het idee Pater Pio te consulteren. Na gebiecht te hebben, vertelde ik hem over mijn knie en vroeg hem voor mij te bidden.

Tegen het einde van de namiddag, toen ik bijna ging vertrekken, verdween de pijn plots. Ik bestudeerde mijn knie. Hij was niet meer gezwollen en zag er net hetzelfde uit als mijn rechterknie. Ik keerde terug al lopend om Pater Pio te bedanken. “Je moet mij niet bedanken, maar God.” zei Pater Pio. En met een glimlach voegde hij erbij: “Zeg aan je dokter dat hij zijn injecties aan zichzelf toedient.”

 

 

 

 

Een vrouw vertelde: “In 1952, na een normale zwangerschap, waren er bij de geboorte wat complicaties zodat men de forceps moest gebruiken om mijn zoon ter wereld te brengen. Men diende me in allerijl een bloedtransfusie toe die van een verkeerde bloedgroep bleek te zijn: men gaf me bloed van de groep A terwijl ik bloedgroep O heb. Deze vergissing bracht serieuze complicaties met zich mee: hoge koorts, stuipen, een longembolie, flebitis aan de onderste ledematen en bloedvergiftiging.

Een priester kwam me de laatste sacramenten toedienen. Ik ontving de H. Communie die ik met een beetje water moest nemen. Mijn ouders vergezelden de priester tot aan de uitgang en ik bleef alleen achter in mijn kamer. Pater Pio verscheen aan mij en zei: “Ik ben Pater Pio. Je zal niet sterven. Bid het Onze Vader en kom me later eens opzoeken.” Zieltogend deed ik de moeite me rechtop te zetten. Toen mijn ouders terugkeerden, vertelde ik hen over mijn visioen en ik vroeg hen samen met mij het Onze Vader te bidden.

Vanaf dat moment begon ik me beter te voelen. De dokters onderzochten me en oordeelden, rekening houdend met de ernst van mijn toestand, dat er een mirakel gebeurd was. Enkele maanden later ging ik naar San Giovanni Rotondo om Pater Pio te bedanken die me zijn hand gaf om te kussen. Terwijl ik hem bedankte, nam ik een doordringende viooltjesgeur waar.

Pater Pio zei: “Je hebt een mirakel verkregen, maar je moet mij niet bedanken, maar het H. Hart van Jezus die jou aan mij heeft toevertrouwd omdat je Hem trouw bent en je je devoties van de eerste vrijdag van de maand gedaan hebt.”

 

 

 

 

 

Een dame vertelde : “Wegens buikpijn moest ik in 1953 onderzoeken ondergaan. De resultaten toonden aan dat een dringende chirurgische ingreep noodzakelijk was. Een vriendin, die ik van mijn ziekte op de hoogte had gesteld, raadde me aan om naar Pater Pio te schrijven om zijn advies en gebed te vragen. Pater Pio raadde me aan om naar het ziekenhuis te gaan, en voegde eraan toe dat hij voor mij zou bidden.

Vooraleer ze de ingreep uitvoerden, voerden de artsen nog andere tests uit en stelden, tot hun grootste verbazing, vast dat ik niets meer mankeerde. Dit gebeurde veertig jaar geleden en niet alleen bedank ik Pater Pio nogmaals hiervoor, ik raad ook iedereen aan deze heilige, van wie de bemiddeling geen enkele twijfel lijdt, te aanroepen.”

 

 

 

 

 

Een vrouw vertelde:  “In 1954 werkte mijn vader, toen 47 jaar, als spoorwegbeambte. Hij werd door een vreemde ziekte getroffen die hem het gebruik van zijn onderste ledematen deed verliezen. De zorgen die hij ontving brachten geen enkele verbetering en, na twee jaar, vreesde mijn vader om zijn job te verliezen. Aangezien de situatie steeds verslechterde, raadde een van mijn ooms aan om naar San Giovanni Rotondo te gaan, naar een kapucijn, die, naar zijn mening, van de Heer uitzonderlijke krachten had ontvangen.

Met veel moeite, trok mijn vader, vergezeld van en geholpen door mijn oom, naar het kleine centrum in Gargano. Aan de kerk gekomen zag hij Pater Pio. Deze merkte op dat mijn vader zich met moeite door de menigte bewoog en zei hardop: “Laat deze spoorwegbeambte voorbijgaan!” Nochtans kende Pater Pio mijn vader niet, en evenmin wist hij dat hij een spoorwegbeambte was.

Gedurende ongeveer een uur onderhield Pater Pio zich broederlijk met mijn vader. Hij legde de hand op zijn schouder, troostte hem met een glimlach en gaf hem enkele bemoedigende woorden. Toen hij wou vertrekken, merkte mijn vader niet onmiddellijk dat hij was genezen, maar mijn oom, totaal verrast, volgde hem, terwijl hij zijn beide stokken droeg!”

 

 

 

 

 

In Puglia, in Italië, stond een heel materialistisch ingestelde man bekend voor zijn heftigheid waarmee hij de godsdienst bestreed. Zijn echtgenote was religieus, maar hij had haar formeel verboden om naar de kerk te gaan, of zelfs hun zonen over God te spreken. In 1950 werd deze man ziek. De diagnose was verpletterend: “ongeneeslijk gezwel aan de hersenen en aan het rechteroor”. De zieke vertelt: “Ik werd naar het ziekenhuis van Bari gebracht. Ik had schrik om te lijden en om te sterven.

Ik was zo bang dat mijn ziel begon te verlangen zich tot God te wenden, iets wat ik niet meer had gedaan sinds mijn kinderjaren. Van Bari werd ik naar Milaan gebracht om er een chirurgische ingreep te ondergaan die mij misschien het leven ging redden. Mijn arts deelde me mee dat het om een heel gewaagde ingreep ging, waarvan het onmogelijk was om de afloop te voorzien. Terwijl ik in Milaan was, droomde ik op een nacht van Pater Pio.

Hij legde me de handen op en zei me: “Binnen afzienbare tijd zul je genezen.” ’s Ochtends voelde ik me beter. De artsen waren verbaasd om me in een betere toestand te zien, maar oordeelden toch dat een tussenkomst absoluut noodzakelijk was. Even  voor de ingreep sloeg ik in paniek en ik vluchtte het ziekenhuis uit. Ik ging naar mijn ouders in Milaan, waar mijn vrouw zich eveneens bevond. Na enkele dagen kwam de pijn terug en die werd zo hevig dat ik naar het ziekenhuis moest terugkeren.

De artsen, die verontwaardigd waren over mijn vlucht, wilden me niet behandelen, maar volgden tenslotte hun professionalisme. Niettemin, alvorens de ingreep te beginnen, voerden ze nog enkele tests op me uit. Tot hun grote verbazing stelden zij geen enkel spoor meer vast van het gezwel. Ik was eveneens verrast, hoewel minder verbaasd dan de artsen, want terwijl ik de onderzoeken onderging, had ik een hevige geur van violettes, het teken van de aanwezigheid van Pater Pio, waargenomen.

Alvorens het ziekenhuis te verlaten, vroeg ik de rekening van de honoraria. Men antwoordde me: “U moet ons niets betalen, aangezien wij niets gedaan hebben om u te genezen.” Na mijn ontslag uit het ziekenhuis, besloot ik naar San Giovanni Rotondo te gaan, samen met mijn echtgenote, om Pater Pio te bedanken. Ik was er zeker van dat hij het was die me had genezen. Maar toen ik de kerk van het klooster van Notre-Dame-de-Grâces binnenging, verloor ik door een helse pijn het bewustzijn.

Twee mannen droegen me naar de biechtstoel van Padre Pio. Toen ik weer bij bewustzijn was, zei ik hem, nauwelijks ziende en nog altijd heel zwak: “Ik heb vijf zonen en ik ben zeer ziek; red mij, Pater, red mijn leven.” Hij antwoordde me: “Ik ben God niet – ik ben evenmin Jezus Christus; ik ben een priester zoals de anderen, niet meer en niet minder. Ik verricht geen wonderen.” Maar ik smeekte en huilde: “Alstublieft, Pater, red mij…” Pater Pio hield een moment stilte, hief vervolgens de ogen ten hemel en ik zag dat hij bad.

Opnieuw nam ik een hevige geur van violettes waar. Vervolgens zei Pater Pio me: “Keer naar huis terug en bid. Ik zal voor jou bidden. Je zult genezen.” Ik keerde naar huis terug en mijn ziekte verdween.”

 

 

 

 

 

Een man vertelde: “Verschillende jaren geleden, in 1950, werd mijn schoonmoeder in het ziekenhuis opgenomen met de bedoeling een kwaadaardig gezwel chirurgisch te verwijderen in de linker zijde. Enkele maanden later, moest zij een andere ingreep ondergaan, deze keer aan de rechterzijde. Aangezien het gezwel zich begon uit te zaaien, gaven de artsen van het ziekenhuis van Milaan de zieke nog slechts drie of vier maanden te leven. In Milaan sprak iemand ons over Padre Pio en over de wonderen die aan zijn bemiddeling worden toegekend.

Ik vertrok onmiddellijk naar San Giovanni Rotondo. Wanneer het mijn beurt om te biechten was, vroeg ik Padre Pio om de gunst van de genezing voor mijn schoonmoeder. Padre Pio zuchtte tweemaal en zei “Laten we allemaal bidden en zij zal genezen”. Zo gebeurde het ook. Na de tussenkomst herstelde mijn schoonmoeder  en ze ging Padre Pio bedanken die haar glimlachend zei: “Ga in vrede, meisje! Ga in vrede!”

In plaats van drie of vier maanden die de artsen haar hadden gegeven, leefde mijn schoonmoeder nog negentien jaar, Padre Pio voor eeuwig dankbaar.”

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

† 1253 Clara van Assisi

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Clara (ook Chiara, Clare of Klara) van Assisi, Italië; abdis; † 1253

 

 

SaintClare

 

.

 

 

Feest 11 (& 12) augustus

 

Volgens de jongste onderzoekingen werd zij geboren in 1195 en was afkomstig uit een adellijke familie te Assisi. Ze was een jaar of achttien op het moment dat Franciscus daar met zijn aanstekelijke beweging begon. Naar diens voorbeeld brak ze met thuis, wist aan de greep van haar familie te ontsnappen, huwde net als Franciscus met Vrouwe Armoede en liet zich door hem het kloosterhabijt aantrekken.

Spoedig voegden zich andere vrouwen bij haar, onder wie haar zus Agnes die zij op spectakulaire wijze had helpen ontsnappen uit het ouderlijk huis. Veertig jaar lang stond zij aan het hoofd van het kloostertje van San Damiano, even buiten Assisi. Intussen groeide er tussen Franciscus en haar een hechte en diepe geestelijke vriendschap. Als hij niet zeker was van een bepaalde beslissing of niet wist hoe te handelen, liet hij zuster Clara om raad vragen, ook in zaken van gebed, boete, geestelijke leiding en apostolaat.

Franciscus stierf al in 1226 op 42-jarige leeftijd, luid beweend door zuster Clara en haar medezusters. Zij ging voort in de geest van Broeder Franciscus. Zo wist zij rond 1240 door het innige gebed dat ze deed geknield voor een monstrans met de Heilige Hostie erin, een dreigende inval van de Saracenen in Assisi te verhinderen. Vanaf dat moment wordt zij beschouwd als de redster van Assisi en van San Damiano.

Latere legendes weten zelfs te vertellen, dat zij bij die gelegenheid met de monstrans in de hand, onverschrokken de Saracenen tegemoet gegaan zou zijn, waarop dezen onverwijld de vlucht zouden hebben genomen. Zij stierf op 59-jarige leeftijd.

 

.

 

Legende

 

Dit alles vinden wij als volgt terug in een middeleeuws legendeboek Passional, uitgegeven te Augsburg in 1471-1472.

In de stad Assisi woonde een rijke edelman met een zalige, vrome vrouw; zij heette Torculana. Zij werd zwanger van het heilige kind Clara. Toen de tijd van baren nabij was, stapte zij een kerk binnen en ging voor een kruisbeeld staan en bad in grote ernst tot God dat Hij haar zou helpen bij de komende geboorte. Toen klonk er een stem: “Vrouwe, u zult een heilzaam licht baren dat de wereld verlichten zal.”

Daar was die vrouw heel blij over. En toen het kind eenmaal geboren was, wilde zij dat het Clara zou heten, want zij leefde in de hoop dat het de wereld zou verlichten, zoals de stem in de kerk haar beloofd had. Toen het kind de volwassen leeftijd had bereikt, leidde het een deugdzaam leven; ze nam een minimum aan voedsel tot zich.

De kleren die zij droeg, waren aan de buitenkant heel elegant en sierlijk, maar op het lijf droeg zij een ruw haren hemd. Haar hart was zuiver en haar lichaam kuis. Ze leidde kortom een goed leven. Toen kwam de tijd dat haar vrienden voor haar een geschikte huwelijkspartner gingen uitzoeken, maar zij deed er niet aan mee.

Sint Clara hoorde van de heilige levenswandel van Sint Franciscus. Ze verlangde ernaar hem eens te zien. Op zijn beurt hoorde Sint Franciscus van haar heilige levenswandel. Ook hij verlangde ernaar haar eens te zien en met haar te kunnen spreken. Hij zocht haar dus op.

Zij was daar blij mee. Sint Franciscus sprak heel vriendelijk met haar. Hij maakte haar duidelijk dat zij de wereld de rug moest toekeren en God tot echtgenoot moest kiezen. Zij hield ijverig vast aan dit woord. Ze zocht hem regelmatig op om nog meer van hem te leren. Aldus begon ze ernaar te verlangen alleen God te dienen; voor de wereld had ze geen oog.

Zo was Clara eens bij Franciscus in het bos bij de Onze-Lieve-Vrouwekerk, die Portiuncula heet. Ze spraken met elkaar over het zielenheil. Bij die gelegenheid zagen de mensen dat vurige stralen uit de hemel op hen neerdaalden. Het was toen vlak voor Palmzondag. Hij zei tot haar: “Op Palmzondag moet je in je mooiste kleren naar de kerk gaan, maar diezelfde avond moet je je vaders huis verlaten en je aan God toewijden.”

Clara deed wat hij zei: zij ging in haar mooiste kleren naar de kerk. Terwijl iedereen naar voren liep om een palmtakje in ontvangst te nemen, bleef zij heel devoot op haar plaats zitten. Dat zag de bisschop. Hij kwam het altaar af en gaf haar het palmtakje persoonlijk in de hand.

Diezelfde avond ontglipte zij uit het huis van haar vader. Zij liet al haar vrienden achter en kwam bij het Onze-Lieve-Vrouwekerkje van Portiuncula. Daar werd zij opgewacht door de broeders, die haar vol vreugde ontvingen.

Ze schoren haar de haren af. Vervolgens geleidde hij haar naar de Pauluskerk en beval haar daar voorlopig te blijven. Maar toen dit alles tot haar vrienden begon door te dringen, werden zij heel kwaad. Ze zochten haar daar op en zeiden: “Je moet de schande die je op je geladen hebt, onmiddellijk opheffen, want zoiets past niet bij een familie van adel!”

Daarop zei Sint Clara: “Niemand kan mij afbrengen van de dienst aan de almachtige God.” Ze liet hun zelfs haar afgeschoren haren zien. Kortom, ze voegde zich niet naar de woorden van haar vrienden. Hoopvol richtte zij haar hart op God en bad dat de woede bij haar vrienden zou wegebben.

Toen verhuisde zij op aanraden van Franciscus naar het kerkje van San Damiano. Daar bracht zij een groep tezamen en zette een orde op van veel vrouwen. Van toen af prees ieder haar zalig; haar roep drong overal door, zodat hertoginnen en gravinnen door haar heiligheid werden bewogen en intraden in haar orde.

Sint Clara was een nederige vrouw. Zij was vol lof over Franciscus en gehoorzaamde hem altijd. Zij droeg hem in haar hart, maar niet op de wereldse manier. Ze stond klaar voor al haar zusters, ze droeg eenvoudige kleren, ze waste haar zusters de voeten en bediende ze aan tafel. Ook vroeg ze aan de paus, Innocentius, of hij haar orde officieel wilde goedkeuren. Die was daar heel blij mee. Hij schreef haar eigenhandig de gevraagde brief.

Eens op een vastenavond had Sint Clara heel graag haar medezusters iets lekkers voorgezet. Zij riep dus de kelderzuster en vroeg of ze nog iets hadden. Maar zij zei: “Ik heb niets.” Toen dekte Sint Clara toch de tafel en knielde erbij neer; vervolgens vroeg zij God in haar gebed of Hij iemand de gedachte in wilde geven een brood en twee vissen naar het kloostertje te brengen.

Op datzelfde moment verscheen er inderdaad een vrouw; haar aangezicht straalde als de zon. Ze ging goed gekleed en ze droeg een mandje op haar hoofd. Dat mandje overhandigde zij aan de portierster met de woorden: “Geef dit maar aan Sint Clara.” De zuster vroeg haar toen: “Wie heeft u hierheen gestuurd?” Waarop die vrouw antwoordde: “Clara weet wel wie dit naar jullie gestuurd heeft.”

Toen verdween de mooie vrouw. De portierster bracht nu het mandje naar Sint Clara, en vertelde haar wat de mooie vrouw erbij gezegd had. Toen Sint Clara het mandje openmaakte, vond zij er twee gebraden vissen in en wat brood. Ze was heel blij en dankte God om zijn goede gaven. Vervolgens deelde zij het onder haar zusters uit; ze hadden meer dan genoeg.

De lieve maagd Sint Clara at alleen maar water en brood, terwijl ze op maandag, woensdag en vrijdag nooit schoenen droeg. Ze sliep ook niet in een bed met zachte veren, maar gewoon op de grond. In plaats van een hoofdkussen had ze een stuk hout.

Dat deed ze zo gedurende de lange vasten. Na Sint Maarten vastte ze elke dag door alleen water en brood te eten, terwijl ze drie dagen in het geheel niets at. Ze tuchtigde haar lichaam dermate dat ze er doodziek van werd.  Daarop schreef de bisschop van Assisi haar voor, tezamen met Franciscus, dat ze geen enkele dag meer geheel in vasten door mocht brengen.

De heilige maagd besteedde veel tijd aan de lof van God; ze bad heel vurig en langdurig, waarbij ze vaak huilde. Toen ze eens ’s nachts zo aan het bidden was, verscheen haar de duivel in de gedaante van een zwart kindje met de woorden: “Je moet niet zoveel huilen, anders word je nog blind.” Waarop zij antwoordde: “Wie God wil zien, is niet blind.” Toen verdween de boze geest.

In die tijd had je een graaf, die Vitalis heette en heel flink was in het vechten. Hij had het op de stad Assisi gemunt. Hij had gezworen dat hij haar zou veroveren, en nu trok hij tegen haar op. De burgers waren doodsbenauwd. Toen Sint Clara ervan hoorde, sprak zij tot al haar dochters: “Wij hebben veel aan de stad te danken; we moeten dus vurig tot God bidden dat Hij haar spaart.”

Ze strooide as op haar hoofd; dat deden de anderen ook. “Nu bidden we allemaal vurig tot God, dat Hij de stad spaart voor haar vijanden.” Zij baden vurig. En God verhoorde hun gebed. Hij kwam te hulp, zodat de vijanden meteen al de dag erop ertussenuit gingen.

Sint Clara had een zus die rijk was en van wie ze veel hield. Zij bad nu vurig voor die zus bij Onze Lieve Heer dat Hij haar zou weten te bewegen tot een geestelijk leven. Dat deed Onze Lieve Heer. Op de zestiende dag koos zij voor het klooster. Die zus, Agnes, werd door de Heilige Geest geroepen en ze meldde zich bij haar zus met de woorden: “Mijn allerliefst zusje, ik wil van nu af Onze Lieve Heer dienen.” Daar verheugde Sint Clara zich over. Zo kwam Agnes bij haar in het klooster.

Toen dat doordrong tot haar vrienden, kwamen er twaalf van hen naar het klooster. Ze spraken haar heel vriendelijk aan: “Waarom ben je hier naar toe gegaan? Kom vlug weer met ons mee, terug naar huis!” Daarop zei Agnes: “Ik wil niet meer weg bij mijn lief zusje. Daarop werd één van de ridders zo kwaad dat hij handtastelijk werd en haar een vuistslag toediende.

Desnoods zou hij haar het klooster uitslepen, waarop hij haar aan haar haren vastpakte. Doodsbenauwd smeekte zei: “Toe lief zusje, help mij!” Sint Clara riep nu vurig de hulp in van Onze Heer. Nu bleek Sint Agnes ineens zo zwaar te zijn geworden, dat een hele mensenmenigte haar nog niet over het kleinste beekje zou hebben kunnen dragen.

Toen ze dat bemerkten, begonnen ze de spot met haar te drijven: “Ze heeft natuurlijk lood gegeten; daarom is ze zo zwaar.” Een neef hief al de vuist om haar desnoods een doodklap te verkopen. Toen vloeide er een ontzettende pijn in zijn arm. En dat bleef zo. Daarop smeekte Sint Clara dat ze zouden verdwijnen en haar zusje Agnes rustig bij haar zouden laten.

Die lag intussen voor lijk op de grond. Grommend gingen haar vrienden inderdaad weg. Toen stond ze vrolijk op. En Sint Franciscus gaf ook haar zijn zegen om in de orde te treden. Eens was Sint Clara ziek. Ze liet zich rechtop zetten met een steuntje in de rug. Ze vouwde een doek uit, waaruit men vijftig corporales moest maken ter ere Gods.

In de kerstnacht gingen alle vrouwen naar de metten, maar Sint Clare was er te ziek voor en bleef alleen achter. Toen bracht zij zich voor ogen hoe het kleine kind, onze Heer Jezus Christus, geboren werd. Ze had ook dolgraag de metten bijgewoond om God lof te brengen. Op datzelfde moment klonk het gezang dat de broeders van Franciscus ten gehore brachten, haar in de oren.

En ook het orgel hoorde ze, terwijl de kerk toch ver weg was. De volgende ochtend vertelde zij het haar dochters. En ze weende veel tranen, toen ze dat vertelde. Sint Clara had veertig jaar in het klooster doorgebracht, toen God besloot haar uit de wereld weg te nemen. Een maagd uit het Sint-Paulusklooster ontving er een visioen over: het was haar alsof zij zich in het klooster van Sint Clara bevond en ze zag hoe al haar dochters om haar huilden.

Toen verscheen er een bijzonder mooie vrouw aan het hoofdeinde van Sint Clara’s ziekbed met de woorden: “Je hoeft niet te huilen om Sint Clara, want zij zal niet sterven, totdat God zelf komt met zijn leerlingen.” Daarop verscheen de paus die haar het Lichaam van Christus uitreikte. Nu vroeg Sint Clara aan hem of hij zich persoonlijk het lot van de zusters zou willen aantrekken. Dat beloofde hij, en hij heeft zijn belofte ook gehouden. Zo lag zij daar doodziek achterover. Haar dochters zeiden haar dat ze iets moest eten.

Daarop antwoordde zij: “Als er wat kersen waren, zou ik het proberen.” Maar het was kerstmis. Dus die hadden ze niet. De broeder had een kersenboom, en hij zag er een tak aan vol met rijpe kersen. Die brak hij af en bracht hem haar. Zij at ervan, en liet er ook van brengen aan andere zieken. Hoewel zij alles bijeen zeventig dagen zo ziek gelegen had zonder te eten, wist zij toch haar zusters te bemoedigen en haar broeders te bevestigen in de dienst aan God en ze gaf ze allen haar zegen.

Spoedig daarna verschenen er vele maagden in witte gewaden aan haar bed met gouden kruisjes op. Onder hen bevond zich Onze Lieve Vrouw; ze droeg een kroon; er ging een zachte lichtglans van haar uit, met het gevolg dat het kloostertje midden in de nacht hel verlicht was. Toen boog Onze Lieve Vrouwe zich tot Clara voorover. Op dat moment gaf zij de geest; deze werd opgevoerd naar de eeuwige vreugde.

Haar dochters waren zeer verdrietig, ja alle mensen in de stad die ervan hoorden. Er kwamen veel mensen toelopen. Zes dagen daarna kwam de paus met zijn kardinalen; ze bezongen Sint Clara met grote devotie, en droegen haar naar de Sint-Joriskerk. Dan hadden de burgers van de stad haar dichter bij zich. Daar werd ze met grote plechtigheid begraven.

Later hoorde paus Alexander de Vierde van alle wondertekenen die Sint Clara bewerkstelligde. Hij kwam dus met het kollege van kardinalen, bisschoppen en priesters en verhief haar plechtig tot de eer der altaren. Dat gebeurde twee jaar na haar dood. Er werd vastgelegd dat men haar elk jaar zou vieren op de derde dag na Sint Laurentius.

 

.

 

Verering & Cultuur

 

Haar lichaam is nog steeds te zien in een glazen schrijn in haar basiliek te Assisi. Zij is medepatrones van Assisi (Italië) en van Santa-Clara op Cuba; in Nederland is er een St-Claraziekenhuis in Rotterdam; in Gorkum zijn een tehuis en een school naar haar genoemd. In Californië zijn er een plaats, een gebergte (‘sierra’) en een rivier naar haar genoemd; Bahia kent een stadje Santa Clara; Ecuador een eiland Isla Santa Clara en Utah een rivier.

 

 

08-11-1253-clara_6

 

 

Zij wordt afgebeeld als claris (met bruin- of zwartwollen habijt, dat om het middel enigszins is opgebonden), met de staf van de abdis, met een kruis, een lelie (symbool van maagdelijkheid), regelboek, en zeer vaak met een monstrans en soms met een brandende lamp (verwijzing naar haar naam en naar Jezus’ verhaal van de wijze maagden).

Zij is patrones van de wasvrouwen, naaisters en borduursters, en van de vergulders. Zij wordt ook aangeroepen tegen oogkwalen en koorts (zelf had zij daar 27 jaar last van). In 1958 werd zij door Paus Pius XII uitgeroepen tot patrones van de televisie: in het jaar voor haar dood was zij al zo verzwakt dat zij zelfs met kerstmis haar cel niet kon verlaten om in Assisi, drie kilometer verderop, de nachtmis bij te wonen.

Het verhaal vertelt dat zij vanaf het ziekbed in haar cel voor haar ogen de kerstplechtigheden in de kerk van Assisi zag gebeuren. Mede op grond van deze legende wordt haar voorspraak ingeroepen tegen oogkwalen; daar wordt ook de betekenis van haar naam (‘klaar’, ‘helder’) mee in verband gebracht. Zij helpt ook koortslijders; dat komt omdat het water uit haar bron, de ‘Fontaine de Sainte Claire’ in het Franse plaatsje Guéret geneeskrachtige werking bleek te hebben vooral voor koortspatiënten.

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

                                                          

mijne kop a4 JOHN ASTRIA

 

 

Zit Satan in de hel?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

5339082038a10416626799l.jpg-1

 

 

Veel christenen denken dat Satan in de hel is, maar het is niet het geval, en het is zelfs gevaarlijk zo te denken. De realiteit is dat hij erg actief aanwezig is, onder ons, om mensen én zelfs christenen kwaad te berokkenen, en we doen er goed aan ons daarvan bewust te zijn.

 

 

 Satan is niet in de hel maar onder ons actief

 

Satan zal pas bij zijn vierde (en laatste) val in de hel (gehenna, poel van vuur) terechtkomen. Hier
een overzicht van zijn toestand en zijn capaciteiten.

 

 

 

1ste Val

 

Satan zondigde vóór de zondeval (Genesis 3). Vermits hij Adam en Eva wilde aftrekken van God, was hij reeds in een zondige toestand gekomen. De Bijbel noemt Satan de eerste zondaar (1 Johannes 3:8). Deze val van Satan was eerder een “morele” dan een “geografische” val. Eigenlijk is er maar één val van Satan, zijn oorspronkelijke morele daad van opstand tegen God.

Daarna is hij nog drie keer gevallen, maar dat moet gezien worden als het gevolg van zijn aanvankelijke opstand. De volgende keren val valt hij nog louter ‘geografisch’. Zijn tweede val gaat van hemel naar aarde, zijn derde van aarde naar abyssos en zijn vierde van abyssos naar de hel (poel van vuur), stapsgewijs in neergaande lijn dus.

Hij viel moreel van God af maar hij bleef toegang krijgen tot Gods troon en de engelen (Job 1:6; 2:1). Hij werd toen niet neergeslagen en verwijderd uit de hemel, maar bleef operatief in de “hemelse gewesten” (Efeziërs 2:2; 6:12).

Hij kan daar nog steeds de broeders aanklagen (Openbaring 12:10). Alhoewel Satan in de hemel geen gezag meer heeft, heeft hij dat wel m.b.t. de aarde (Mattheüs 4:8-9; Efeziërs 2:2; 6:12; 1 Johannes 5:19). Op te merken valt echter dat Satans macht door God wel gelimiteerd is, zoals we kunnen lezen in Job 1:12 en 2:6. Hij is niet gelijk aan God (1 Johannes 4:4).

Wat Satan niét verloor weten we nu ongeveer, maar wat hij bij zijn eerste val wèl verloor is zijn schoonheid, luister, wijsheid, en zijn positie van cherub. Hij en zijn afvallige engelen verloren ook niet de capaciteit om op aarde in een lichaam te verschijnen om de mens te misleiden. Pater Pio, één van de grote heiligen, kreeg bezoek van de duivel in een mensengedaante. Ook getrouwe engelen kunnen dat.

Over Satans eerste val wordt geschreven in Ezechiël 28:11-19 en Jesaja 14:3-23. De eerste val van Satan vond dus plaats in de tijd van het aardse paradijs, in Eden, vóór de zondeval (Ezechiël 28:13). Hij werd ter aarde geworpen, een oosterse uitdrukking voor ‘hij viel op zijn bek’ (Ezechiël 28:17).

Later zal hij echter geheel letterlijk uit de hemel verwijderd worden (Openbaring 12:9). Zijn ondergang is sinds zijn eerste zonde eigenlijk al onomkeerbaar: het zaad (Jezus Christus) van de vrouw (Israël) zal hem uiteindelijk de kop vermorzelen (Genesis 3:15). Hij zal uiteindelijk in de “poel van vuur” belanden (Openbaring 20:10; Ezechiël 28:18, 19).

Na zijn val kon Satan zich blijkbaar niet meer materieel-lichamelijk op aarde vertonen. Dit is niet hetzelfde als ‘materialiseren’. Dat laatste veronderstelt een overgang van niet-materie (in casu geest) naar materie, terwijl engelen een (hoger) hemels lichaam bezitten dat ook materieel op de (lagere) aarde kan verschijnen.

Echter, om krachtig te kunnen zijn moet hij op aarde over een lichaam beschikken, en daarom bezet hij (en zijn demonen) graag het lichaam van andere levende wezens. Dit deed hij in Eden door in een slang te varen (Genesis 3), om zich zo aan Eva te vertonen en haar te misleiden. Later voer hij in Judas (Johannes 13:27) en nog later zal hij in de Antichrist varen.

Sommigen spreken nogal eens van ‘incarneren’ wanneer het om de duivel (of de demonen) gaat. Dit is een onjuiste uitdrukking. Incarnatie komt van het kerklatijn incarnatio (van caro, gen. carnis = vlees). In de christelijke terminologie is dit de aanduiding voor de menswording van Gods Zoon. Letterlijk betekent deze term ‘vleeswording’. Van de duivel (of de demonen) kan men niet zeggen dat zij ‘vlees worden’, dat kunnen zij niet. Zij hebben geen vleselijk lichaam ( Lk 24:39), zij bezetten andermans lichaam of vlees.

In Jesaja 14:12 wordt Satan “morgenster” genoemd. In Job 38:4, 7 lezen we dat bij de schepping “de morgensterren tezamen juichten”. Satan was vóór zijn val bij de schepping aanwezig. Maar hij pleegde opstand tegen Gods troon (Jesaja 14:13-14), waarbij hij ten val kwam. Later zal hij voor duizend jaren gebonden worden in de “afgrond” (Jesaja 14:15; Openbaring 20:1-3), en uiteindelijk zal hij in de poel van vuur geworpen worden (Openbaring 20:10).

Als gevolg van zijn opstand kwam Satan ten val. In Jesaja 14:12 wordt gezegd: “Hoe zijt gij uit de hemel gevallen, gij morgenster”. Hij wordt vergeleken met een ster die uit de hemel is “gevallen”. Hij werd afvallig. Ook in de betekenis van: ‘hij viel op zijn bek’. Een vallende ster is in Openbaring iemand die uit zijn hoge positie afvalt of die uit zijn machtspositie omvergeworpen wordt.

 

 

hoofdstuk 13 ; de komst van de antichrist en de valse profeet

hoofdstuk 13 ; de komst van de antichrist en de valse profeet

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

2de Val

 

Satans 2de val is toekomstig en betekent zijn verbanning naar de aarde. Hij verdwijnt daardoor geheel
en al uit alle hemelen (Openbaring 12:7-9). In Openbaring 12:9 wordt Satan volstrekt uit de hemel verwijderd, hij wordt neergeworpen na een felle strijd, en hem wordt dan èlke toegang tot àlle hemelen ontzegd. Dat zal zijn in de helft van de 70ste jaarweek of het begin van de eigenlijke Grote Verdrukking.

De Heer Jezus heeft dit in Lukas 10:18 in een visioen gezien en aangekondigd: “Ik zag de Satan als een bliksem uit de hemel vallen”, zijn tweede val. Satan zal na zijn uitwerping uit de hemelse gewesten, onmiddellijk in de Antichrist varen. Zijn demonen zullen evenzo in de lichamen varen van de handlangers van de Antichrist en die van het herstelde Romeinse rijk.

Hoe verschrikkelijk zullen deze duivelse machthebbers dan op aarde tekeer gaan! Het is van belang om telkens op te merken hoeveel bewijzen er zijn dat de Gemeente vóór de Grote Verdrukking in de hemel zal zijn opgenomen. Zo ook hier. Als de duivel op de aarde geworpen is, kan de Gemeente niet meer beneden zijn, want dan zou het niet meer waar zijn dat wij een strijd hebben tegen de machten in de hemelse gewesten (Efeziërs 6:12).

 

 

 

3de Val

 

De derde val van Satan is zijn verbanning naar de “afgrond” (Gr. abyssos). Hij wordt daar voor duizend
jaren gebonden en opgesloten (Openbaring 20:1-3).

 

 

 

4de Val

 

De vierde val van Satan is zijn verwijdering naar de “poel van vuur” (Gr. limnen tou furos), om er voor
eeuwig te verblijven (Openbaring 20:10). Uit dit schema van de viervoudige val van Satan besluiten wij dat hij nog lang niet in de hel is, maar actief op aarde, als nasleep van zijn eerste val.

 

 

hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

De Tartarus en Abyssos

 

Daarnaast is het wel zo dat er opstandige engelen (demonen) in voorhechtenis zitten, in wat de Schrift
de “Tartarus” (Gr. tartaroo) en “Afgrond” (Gr. abyssos) noemt. Deze zijn daar gevangen en kunnen
ons in deze tijd geen kwaad aandoen.

 

 

1. Tartarus

 

Tartarus is een ander woord voor afgrond – Grieks abyssos.

Het gaat om de BEWAARPLAATS VAN DE ONGEHOORZAME ENGELEN UIT DE TIJD VAN DE VLOED. We moeten hier ruwweg denken aan zoiets als de bewaarplaats van de onrechtvaardige menselijke doden (vgl. ‘de rijke’ uit Lukas 16:19-31) waar die bepaalde afvallige engelen (afzonderlijk) bewaard worden tot aan hun oordeel. Zie 2 Petrus 2:4.

 

 

 

2. Abyssos

 

Abyssos betekent afgrond, diepte, bodemloze put. Het is een BEWAARPLAATS VOOR DEMONEN.
We kunnen hier denken aan wat onder tartarus werd gezegd. Hierna de Schriftplaatsen waar dit woord voorkomt: Lukas 8:31; Romeinen 10:7; Openbaring 9:11; 11:7; 17:8; 20:1,3. Deze demonen zijn voor ons inactief en we hoeven ze dan ook niet te vrezen. Dit is echter niet het geval met Satan en zijn vrije demonen! Hieronder een schema van alle hemelse schepselen. In het rood omcirkeld hun toestand van activiteit, dan wel gebondenheid, met betrekking tot onze tijd:

 

enegelen en demonen

.

.

De missie van Satan

 

Nadat God de mens gemaakt had en Hij alles als heel goed beschouwde (Genesis 1:31), zien we de Satan (zie zijn eerste val hierboven) ruïneren wat God had gemaakt met betrekking tot de eerste twee levende mensen (Genesis 3). Nadat de duivel aanzette tot de val van Adam en Eva zien we verder in de Bijbel het duivelse missiewerk, te beginnen in het boek Job. Dit verhaal brengt ons achter de schermen, naar een kijk vanuit Gods perspectief.

Job 1:6-12: “Het gebeurde op een dag, dat de zonen van God kwamen om hun opwachting te maken
bij de Heere, dat ook de satan in hun midden kwam. 7 Toen zei de Heere tegen de satan:
Waar komt u vandaan? En de satan antwoordde de Heere en zei: Van het rondtrekken over de
aarde en van het rondwandelen erover. 8 De Heere zei tegen de satan: Hebt u ook acht geslagen
op Mijn dienaar Job? Want er is niemand op de aarde zoals hij, een vroom en oprecht man, hij is
godvrezend en keert zich af van het kwaad. 9 Toen antwoordde de satan de Heere en zei: Is het
zonder reden dat Job God vreest? 10 Hebt Ú niet voor hem en voor zijn huis en alles wat hij heeft,
een beschutting gemaakt? Het werk van zijn handen hebt U gezegend en zijn vee breidt zich steeds
verder uit in het land. 11 Maar steek toch Uw hand uit en tref alles wat hij heeft. Voorwaar, hij zal
U in Uw aangezicht vaarwel zeggen. 12 De Heere zei tegen de satan: Zie, alles wat hij heeft, is in
uw hand; alleen naar hemzelf mag u uw hand niet uitsteken. En de satan ging weg van het aangezicht
van de Heere”.

We zien hier dat Satan nog steeds in de hemel kan komen. God vraagt de duivel of hij had gezien dat Job het goede deed in de ogen van de Heer. De duivel merkte op dat God Job en zijn familie te goed beschermde en hem alles gaf en vroeg nu Job op de proef te stellen om te zien of hij nog trouw zou blijven als hem alles werd afgenomen.

De Heer accepteert de uitdaging en verwijdert zijn bescherming rond Job tot op zekere hoogte zodat Satan toegang heeft tot Jobs levensomstandigheden. We weten allen wat er toen gebeurde. Wat wij hieruit leren is dat de rechtvaardigen beschermd worden door God tenzij Hij toelaat dat zij op de proef gesteld worden.

In zo’n tijd van beproeving verwacht God van ons een antwoord volgens de aansporing die we vinden in Spreuken 27:11: “Zijt wijs, mijn zoon, en verblijd mijn hart; opdat ik mijn smader [= Satan] wat te antwoorden heb” (Spreuken 27:11).

Alhoewel dit vers eerst en vooral op de Heer Jezus slaat, moeten christenen die in Zijn voetsporen stappen in zulke beproevingen, ten aanzien van de hemel, getrouw blijven en geduldig vertrouwen op de Heer. Bij de onrechtvaardigen heeft de duivel gemakkelijker toegang dan bij rechtvaardigen. De tijd passeert en opnieuw komt de duivel voor de Heer om rapport uit te brengen en zijn bedoelingen te ventileren:

Job 2:1-9: “Opnieuw was er een dag, toen de zonen van God kwamen om hun opwachting te maken
bij de Heere, dat ook de satan in hun midden kwam om zijn opwachting te maken bij de
Heere. 2 Toen zei de Heere tegen de satan: Waar komt u vandaan? En de satan antwoordde de
Heere en zei: Van het rondtrekken over de aarde en van het rondwandelen erover. 3 De Heere
zei tegen de satan: Hebt u ook acht geslagen op Mijn dienaar Job? Want er is niemand op de aarde
zoals hij, een vroom en oprecht man, hij is godvrezend en keert zich af van het kwaad. Hij houdt
nog steeds vast aan zijn vroomheid, hoewel u Mij tegen hem opgezet hebt om hem zonder reden te
verslinden. 4 Toen antwoordde de satan de Heere en zei: Huid voor huid! Alles wat iemand
heeft, zal hij geven voor zijn leven. 5 Steek Uw hand maar eens uit en tref zijn beenderen en zijn
vlees. Voorwaar, hij zal U in Uw aangezicht vaarwel zeggen. 6 En de Heere zei tegen de satan:
Zie, hij is in uw hand, maar spaar zijn leven. 7 Toen ging de satan weg van het aangezicht van de
Heere en hij trof Job met vreselijke zweren, van zijn voetzool af tot aan zijn schedel. 8 En Job
nam een potscherf om zich daarmee te krabben, terwijl hij midden in de as zat. 9 Toen zei zijn
vrouw tegen hem: Houd je nog steeds vast aan je vroomheid? Zeg God vaarwel en sterf.

De Heer stelt andermaal dezelfde vraag over Zijn dienaar Job. De duivel kon Job in zijn vorige aanval niet bewegen en wil nu meer toegang. Nu wil Satan de gezondheid van Job. Job wordt op de proef gesteld, erg gelijkend op Adam en Eva in de Hof van Eden. Jobs vrouw bezweek eerst in een emotioneel betoog wegens zijn kwellende pijn. Maar Job is getrouw aan God en heeft zijn principes, hij diende de Heer niet voor wat hij had gekregen maar voor wie de Heer is.

We weten hoe dit verhaal afloopt en op het eind wordt Job gezegend, dubbel zoveel als tevoren. Wat we hier leren is hoe de duivel achter de scène bezig is met het beïnvloeden van omstandigheden en hoe hij de rechtvaardigen aanvalt. Het woord duivel (Gr. diabolos) betekent lasteraar, en het woord Satan betekent tegenstander, aanklager. Hij daagt telkens weer op om zij die in Gods dienst staan uit te dagen en aan te klagen.

Zacharia 3:1-2: “Daarna liet Hij mij de hogepriester Jozua zien, die voor het aangezicht van de Engel
van de Heere stond, terwijl de satan aan zijn rechterhand stond om hem aan te klagen. 2 De Heere zei echter tegen de satan: De Heere zal u bestraffen, satan! De Heere, Die Jeruzalem verkiest, zal u bestraffen. Is deze Jozua niet een stuk brandhout dat aan het vuur ontrukt is?

We kunnen zien dat de duivel in Gods aanwezigheid kan verschijnen. Het is enkel de Heer die hem kan berispen vermits God hem tot het machtigste schepsel van het universum maakte. Daarom zegt

Zacharia 3:2 “De Heere zal u bestraffen, satan!”, en zie vooral Judas 9: “Michaël, de aartsengel, echter durfde, toen hij met de duivel redetwistte en een woordenwisseling had over het lichaam van Mozes, geen oordeel van lastering tegen hem uit te brengen, maar zei: Moge de Heere u bestraffen!”

We vinden de duivel actief doorheen de geschiedenis. 1 Kronieken 21:1: “Toen stond de satan op tegen Israël, en hij zette David ertoe aan om Israël te tellen”.

De duivel beïnvloedt leiders, zowel goede als slechte, door hen bv. aan te zetten tot trots. Toen Jezus aan Israël Zijn Messiasschap aankondigde, en geleid werd naar de wildernis om beproefd te worden in het vlees, werd Hij drie maal geconfronteerd met de duivel. Dit is de derde keer:

Mattheüs 4:8-11: “Opnieuw nam de duivel Hem mee, nu naar een zeer hoge berg, en hij liet Hem al de koninkrijken van de wereld zien, met hun heerlijkheid, 9 en zei tegen Hem: Dit alles zal ik U geven, als U knielt en mij aanbidt. 10 Toen zei Jezus tegen hem: Ga weg, satan, want er staat geschreven: De Heere, uw God, zult u aanbidden en Hem alleen dienen. 11 Toen liet de duivel Hem gaan; en zie, engelen kwamen en dienden Hem.

Satan claimt de wereld voor zich en hij zou deze aan Jezus geven in zijn verleidingspoging. Het is na deze laatste gefaalde verleiding, en Jezus Zijn onwankelbaarheid bewijst, dat hij geen vat kreeg op Jezus’ leven. Ons wordt gezegd hetzelfde te doen wat Jezus deed opdat de Satan zou wegvluchten.

Jakobus 4:7: “Onderwerp u dan aan God. Bied weerstand aan de duivel en hij zal van u wegvluchten”.

Later in Jezus’ onderricht aan Zijn disipelen legt Hij hen uit: “Ik zag de satan als een bliksem uit de hemel vallen” (Lukas 10:18). Dit slaat op Openbaring 12:7-10. In een visioen zag Jezus de engel uit de hemel vallen, in het midden van de Verdrukking (70ste jaarweek) op aarde, zijn tweede val, die we hiervoor al behandeld hebben. Dan pas zal hij helemaal uit de hemel verdwijnen, maar o wee de aarde in de Grote Verdrukking!

Pas na het eind van die verdrukking en aan het begin van het duizendjarige vrederijk zal hij gebonden worden – zijn derde val – en dan voor duizend jaren opgesloten worden in de Abyssos of Afgrond. De duivel heeft dus nog steeds toegang tot de hemel, waar hij daar komt bij de Heer, en de heiligen aanklaagt, tot de bestemde tijd.

Wegens Jezus’ gehoorzaamheid als mens aan de Vader lezen we in Handelingen: “Deze Jezus heeft God door Zijn rechterhand verhoogd tot een Vorst en Zaligmaker, om Israël bekering te geven en vergeving van zonden” (Handelingen 5:31).

Ook Satan wordt een “vorst” of “overste” genoemd: “In welke gij eertijds gewandeld hebt, naar de eeuw dezer wereld, naar de overste van de macht der lucht, van de geest, die nu werkt in de kinderen der ongehoorzaamheid” (Efeziërs 2:2).

Satan is nu de vorst of god van de lucht, de heerser van deze wereld. Hij is beslist niet in de hel, zijn plaats is hier binnen de aardse atmosfeer van de aarde, met al zijn activiteiten.

 

 

hoofdstuk 9 uit de Openbaring; de vijfde en zesde bazuin

hoofdstuk 9 uit de Openbaring; de vijfde en zesde bazuin

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

Satans huidige activiteit jegens ongelovigen, en hen die geloven:

 

Jegens ongelovigen:

 

“Van hen, de ongelovigen, geldt dat de god van deze eeuw hun gedachten heeft verblind, opdat de verlichting met het Evangelie van de heerlijkheid van Christus, Die het beeld van God is, hen niet zou bestralen” (2 Korinthiërs 4:3-4).

Enkel het Evangelie kan mensen bevrijden van de blindheid met betrekking tot de invloed van de duivel en het systeem waarmee hij hen persoonlijk controleert.

“In welke gij eertijds gewandeld hebt, naar de eeuw dezer wereld, naar de overste van de macht der lucht, van de geest, die nu werkt in de kinderen der ongehoorzaamheid” (Efeziërs 2:2).

De koers van deze wereld is zondig, en op hen die de wereld en haar zonden liefhebben (“de kinderen der ongehoorzaamheid”) heeft de duivel grote invloed. Jezus beschrijft een tijdperk van zaaien door God maar ook door de duivel:

“Hij antwoordde en zei tegen hen: Hij die het goede zaad zaait, is de Zoon des mensen. 38 De akker is de wereld, het goede zaad zijn de kinderen van het Koninkrijk en het onkruid zijn de kinderen van de boze. 39 De vijand die het gezaaid heeft, is de duivel; de oogst is de voleinding van de wereld en de maaiers zijn engelen. (Mattheüs 13:37-39)

Elke ziel op onze aarde is verwikkeld in een geestelijke strijd en zal ofwel aan de kant van de duivel, ofwel aan de kant van God staan. Satan controleert het wereldsysteem, want dat valt onder zijn jurisdictie, zoveel als God het toelaat. Jahweh wordt de God van hemel en aarde, Schepper van deze wereld en het universum genoemd. God zal Zijn controle niet verliezen maar Hij staat tot op zekere hoogte Satans werking toe om de wereld te beïnvloeden.

 

 

Jegens de gelovigen:

 

“Wees nuchter en waakzaam; want uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, op zoek naar wie hij zou kunnen verslinden. 9 Bied weerstand aan hem, vast in het geloof, in de wetenschap dat hetzelfde lijden ook aan al uw broeders in de wereld opgelegd wordt” (1 Petrus 5:8-9). “En geen wonder, want de satan zelf doet zich voor als een engel van het licht. 15 Het is dus niets bijzonders als ook zijn dienaars zich voordoen als dienaars van gerechtigheid. Hun einde zal zijn naar hun werken” (2 Korinthiërs 11:14-15).

Satan gebruikt vermomming, bedrog, misleiding om zijn zaak van rebellie en zonde te bevorderen.

“En opdat ik mij door het allesovertreffende karakter van de openbaringen niet zou verheffen, is mij een doorn in het vlees gegeven, een engel van de satan, om mij met vuisten te slaan, opdat ik mij niet zou verheffen” (2 Korinthiërs 12:7).

Satan valt ook rechtstreeks aan. Dit is de reden waarom ons een geestelijke wapenuitrusting is gegeven, niet om agressors te zijn maar opdat de Heer onze strijd zou leiden:

“Bekleed u met de hele wapenrusting van God, opdat u stand kunt houden tegen de listige verleidingen van de duivel. 12 Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten. 13 Neem daarom de hele wapenrusting van God aan, opdat u weerstand kunt bieden op de dag van het kwaad, en na alles gedaan te hebben, stand kunt houden” (Efeziërs 6:11-13).

Wij voeren strijd tegen hun invloeden in onze wereld waarbij zij de mensen wegtrekken van de waarheid door hun bedrog en verblinding (met betrekking tot het Evangelie: 2 Korinthiërs 4:3-4), en wij kunnen die omkeren en hen vrijmaken door de waarheid te verkondigen. Er komt een tijd (de verdrukking van de 70ste jaarweek) dat er een oorlog zal komen in de hemel, die uitgevochten wordt door de heilige engelen tegen de gevallen engelen, en dan zullen Satan en zijn demonen uit de hemel gestoten worden en op aarde nog een korte tijd verblijven:

“Toen brak er oorlog uit in de hemel: Michaël en zijn engelen voerden oorlog tegen de draak, ook de draak en zijn engelen voerden oorlog. 8 Maar zij waren niet sterk genoeg, en hun plaats werd in de hemel niet meer gevonden. 9 En de grote draak werd neergeworpen, namelijk de oude slang, die duivel en satan genoemd wordt, die de hele wereld misleidt. Hij werd neergeworpen op de aarde en zijn engelen werden met hem neergeworpen. 10 En ik hoorde een luide stem in de hemel zeggen: Nu is gekomen de zaligheid, de kracht en het koninkrijk van onze God en de macht van Zijn Christus, want de aanklager van onze broeders, die hen dag en nacht aanklaagde voor onze God, is neergeworpen.”(Openbaring 12:7-10).

Zeker, dit is wat er bedoeld wordt met “de god van deze wereld” (2 Korinthiërs 4:4), die de naties misleidt door zijn bestuur. Hij zal in de verdrukking een namaak-Christus, de Antichrist, induceren om nog grotere controle te verwerven. Pas in die tijd zal hij geen toegang meer hebben tot de hemel en tot God en zal hij begrensd zijn tot de aarde. Dit zal hem er echter niet van weerhouden God uit te dagen met behulp van hen die in zijn macht zijn:

“En het opende zijn mond om God te lasteren, om Zijn Naam te lasteren en Zijn tent en hen die in
de hemel wonen” (Openbaring 13:6).

 

 

hoofdstuk 12 ; de vrouw en de draak, strijd in de hemel

de vrouw en de draak ; strijd in de hemel Openbaring 12

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

Het einde van Satans invloed

 

Wanneer Jezus fysisch naar de aarde is teruggekomen verwijdert Hij eerst de wetteloze, de mens der zonde uit de mensheid. In 2 Thessalonicenzen lezen we over die wederkomst van Christus:

“En dan zal de wetteloze geopenbaard worden. De Heere zal hem verteren door de Geest van Zijn
mond en hem tenietdoen door de verschijning bij Zijn komst” (2 Thessalonicenzen 2:8).

De Heer “verteert” deze wetteloze als eerste, met Zijn woord, en werpt het “beest” en de “valse profeet” (dat is de Antichrist) in de hel, de poel van vuur (Openbaring 19:20). Maar toch blijft de mens, los van de invloed van duivel en demonen op het wereldsysteem, nog steeds verantwoordelijk voor zijn zonde. Na de wetteloze komt ook de slang aan de beurt, nadat Jezus is wedergekomen:

“En ik zag een engel neerdalen uit de hemel met de sleutel van de afgrond en een grote ketting in zijn hand. 2 En hij greep de draak, de oude slang, dat is de duivel en de satan, en bond hem voor duizend jaar, 3 en wierp hem in de afgrond [= Abyssos], en sloot hem daarin op en verzegelde die boven hem, opdat hij de volken niet meer zou misleiden, totdat de duizend jaar tot een einde gekomen zouden zijn. En daarna moet hij een korte tijd worden losgelaten” (Openbaring 20:1-3).

De duivel zal verwijderd zijn uit het duizendjarige vrederijk, wanneer Christus regeert (Jesaja 9:6-7) vanaf Davids troon over de naties. Maar allen die in die duizend jaar geleefd hebben (Jesaja 65) zullen nadien op de proef gesteld worden door de Satan die losgelaten zal worden om te doen wat voor hem natuurlijk is: bedriegen en oorlog stoken.

“En wanneer die duizend jaar tot een einde gekomen zijn, zal de satan uit zijn gevangenis worden losgelaten. 8 En hij zal uitgaan om de volken te misleiden die zich in de vier hoeken van de aarde bevinden, Gog en Magog, om hen te verzamelen voor de oorlog. En hun aantal is als het zand van de zee. 9 En zij kwamen op over de breedte van de aarde, en omsingelden de legerplaats van de heiligen en de geliefde stad. Maar er daalde vuur van God neer uit de hemel en dat verslond hen. 10 En de duivel, die hen misleidde, werd in de poel van vuur en zwavel geworpen, waar ook het beest en de valse profeet reeds zijn. En zij zullen dag en nacht gepijnigd worden in alle eeuwigheid” (Openbaring 20:7-10).

De duivel zal in de Abyssos duizend jaar verblijven terwijl Jezus regeert op aarde. Daarna zal zal hij bevrijd worden om een laatste maal te misleiden, en daarna wordt hij gegrepen en in de hel geworpen, voor eeuwig. Een gepast einde voor degene die zowel engelen als mensen deed afwijken van God.

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

De eindtijd in vogelvlucht

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

DE EINDTIJD IN VOGELVLUCHT

 

 

De eindstrijd tussen goed en kwaad

De eindstrijd tussen goed en kwaad

 

 

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Eindtijd houdt in dat er een eind gaat komen aan de menselijke heerschappij, die onder invloed is van de boze. Sinds de kruisiging van Christus leven we in de genadetijd. In deze bedeling, die al ongeveer tweeduizend jaar duurt, worden Messias belijdende Joden en niet Joden tot het Lichaam van de Here Jezus gevoegd (Gal. 3:28). We noemen dit ook wel de gemeente van Christus.

 

De laatste fase van de eindtijd is na de opname van de gemeente. Die periode wordt ook wel genoemd: de laatste Jaarweek, Jakobs benauwdheid, of de Grote Verdrukking. Het heeft een duur van zeven jaar. In die korte tijd zal de antichrist aan de macht komen (Dan. 9:27). Waarna de Here Jezus zichtbaar met de wolken terugkomt en Zijn voeten op de Olijfberg in Jeruzalem zal zetten (Zach. 14:4; Openb. 1:7).

 

Als de Here Jezus wederkomt, dan zal Hij Zijn Koninkrijk hier op aarde vestigen en als Koning der Joden over de gehele aarde regeren (Zach. 14:9). Dit zal Hij vanuit Jeruzalem doen. Het centrum der aarde. In die bedeling, die wel duizend jaar zal duren, zal de duivel in de afgrond opgesloten zijn. In hoofdstuk 20 van het Boek Openbaring wordt het getal duizend wel zes keer genoemd! We moeten dit getal daarom letterlijk nemen. Die bedeling wordt ook wel het Duizendjarig Vrederijk genoemd (Jes. 2:2-5).

 

Na die duizend jaar zal de duivel voor een korte tijd worden losgelaten en zal hij de wereld voor de allerlaatste keer in opstand brengen tegen God. Als dit allemaal heeft moeten gebeuren, komt er een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Ook zal dan het nieuwe Jeruzalem, Gods huis, uit de hemel neerdalen (Openb. 21). Dan zal er nooit meer aan vroeger worden gedacht!

 

 

“Zie, Ik maak alle dingen nieuw. En Hij zeide: Schrijf, want deze woorden zijn getrouw en waarachtig” (Openb. 21:5).

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA