Category, categorie: The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video
.
.
Psalm 137 • Remembering our past captivity
.
Psalmen 137 . Herinnering aan onze vroegere gevangenschap
.
Paul LeBoutillier
.




.
.


In tegenstelling tot onszelf opereert God niet op een lineaire tijdbalk. Hij is alziend en almachtig. Hij weet wat er was, wat er is, en wat nog zal komen. En dat allemaal op hetzelfde moment! Het is voor het menselijke verstand moeilijk te bevatten. En toch heeft de Heer, om ons te helpen, ons profetie gegeven om ons te bemoedigen en ons een glimp te geven van Zijn plannen, Zijn oordelen en Zijn zegens.
In Openbaring 1:3 zegt Hij: “Gelukkig is wie dit voorleest, en gelukkig zijn zij die deze profetie horen en zich hou-den aan wat hier gezegd wordt. Want de tijd is nabij.”
Maar profetische verzen zijn door de hele Bijbel heen te vinden. Gods eerste profetische verkondiging vinden we in Genesis 3:15, wanneer Hij Satan aanspreekt over zijn verleiding van Eva. Sommige profetieën voorspellen de opkomst en ondergang van koninkrijken.
Een groot aantal van de profetieën in het Oude Testament wordt Messiaanse profetie genoemd; deze profetieën hebben betrekking op de komende Messias. Deze Schriftteksten zijn een overtuigende bevestiging van de nauw-keurigheid van de Bijbelse profetieën. Hier volg slechts een greep uit de honderden profetieën:
De vier Evangeliën in het Nieuwe Testament staan vol vervullingen van deze Messiaanse Profetieën door Jezus Christus. Zij voorspelden niet alleen (met 100% nauwkeurigheid) Zijn eerste komst om voor onze zonden te beta-len, maar verhalen ook over Zijn tweede komst (de “wederkomst“) om als Koning der Koningen te heersen (Openbaring 19:11-16).
Veel mensen denken dat profetieën mysterieus en onwerkelijk zijn. Om te begrijpen wat profetie precies inhoudt en voor ons vandaag de dag betekent, moeten we ons bewust zijn van het werkelijke bereik van de profetieën en de bedoeling van God. Profetie verbindt het verleden, het heden en de toekomst van de mensheid en geeft ons zo een balans van Gods complete en eeuwige doel.
WAT DENK JIJ?
Wij hebben allemaal gezondigd en verdienen allemaal Gods oordeel. God, de Vader, stuurde Zijn eniggeboren Zoon om dat oordeel op Zich te nemen voor iedereen die in Hem gelooft. Jezus, de Schepper en eeuwige Zoon van God, die Zelf een zondeloos leven leidde, hield zo veel van ons dat Hij voor onze zonden stierf om zo de straf op Zich te nemen die wij verdienen. Volgens de Bijbel werd Hij begraven en stond Hij op uit de dood. Als jij dit werkelijk gelooft, er in je hart op vertrouwt en alleen Jezus als je Redder aanvaardt door te zeggen: “Jezus is de Heer”, dan zul je van het oordeel gered worden en de eeuwigheid met God in de hemel doorbrengen.
Bidden is iets vragen aan God. Je moet dan natuurlijk wel geloven dat er een God en dat Hij bestaat. En je moet ook geloven, dat God naar je wil luisteren en al evenzeer geloven, dat Hij ook kan doen, wat je vraagt.
Bidden kun je leren. De discipelen, die in hun joodse opvoeding toch echt wel hadden leren bidden, zagen in de omgang van de Here Jezus met Zijn Hemelse Vader iets wat ze niet kenden. Dat bracht hen tot de vraag: “Here, leer ons bidden”. En Jezus leerde hun een gebed.
Ook wij mogen bidden leren. God wil gebeden zijn. Dus laten we werk maken van het gebed. In ons persoonlijk leven en in ons gemeenteleven mag gebed een centrale plaats innemen. Om met elkaar te ontdekken wat bidden nu eigenlijk is en hoe we dit vorm kunnen geven is deze studie van de Bijbel een geweldig middel.
Veel mensen zeggen dat bidden onzin is. Bidden is ook onzin als je niet gelooft dat God bestaat. Bidden is ook onzin als je wel gelooft dat er een wezen bestaat dat God genoemd wordt, maar niet wilt aannemen dat Hij zich nog met ons bemoeit.
Geloven in God en geloven dat Hij naar je luistert is niet vanzelfsprekend. Het is moeilijk te begrijpen als je be-denkt dat er op hetzelfde ogenblik talloze mensen bidden en in vele talen. Eén ieder met zijn eigen problemen, moeiten en vragen.
Als je aanvaardt dat God al die gebeden kan horen, moet je geloven in een God die dat allemaal kan en die alles weet. Je moet dus geloven dat Hij almachtig en alwetend is. En als je wilt aannemen dat Hij naar je wil luisteren, moet je geloven dat Hij van je houdt en je liefheeft.
Bidden is erkennen dat je hulp nodig hebt. Je kunt het zelf niet meer. Je kunt niet meer op eigen benen staan, je eigen boontjes doppen. Je bent niet meer eigen baas. Bidden is jezelf afhankelijk erkennen. Veel mensen bidden niet meer. Wie niet gelooft dat God wil horen, wil helpen, kan helpen, kan ook niet bidden.
In de Bijbel wordt veel over het bidden gesproken en over mensen die bidden. De Bijbel spreekt over bidders die krijgen, waar zo om vroegen, die verhoord worden en over bidders die wel bidden, maar niet ontvangen waar ze om vroegen, die niet verhoord worden. Mag je daaruit concluderen, dat bidden soms wel, soms niet helpt? Lees eens mee wat er staat in Lucas 11 : 5-13. Jezus Christus zelf spreekt over het bidden. Hij doet heel merkwaardige uitspraken :
‘Bidt en u zal gegeven worden’.
Ieder die bidt, ontvangt. Wat je vraagt, dat krijg je. Dat lijkt nogal in tegenspraak met de feiten. Meestal lijkt bid-den niet veel uit te halen. Je kunt bidden om beterschap. Gebeurt het dan ook altijd? Je kunt bidden om werk. Heb je dat dan meteen de volgende dag? En als je geen verhoring kreeg op je gebed, heeft God je dan niet ge-hoord? En stel dat je wel werk kreeg, was dat dan het gevolg van je gebed?
Jacobus, waarschijnlijk een broer van Jezus en leider van de christelijke gemeente in Jeruzalem, schrijft daarover in het boek Jacobus 1 : 5-8.
5 Als u wilt weten wat God van u verwacht, vraag het Hem en Hij zal het u graag vertellen. Want Hij staat altijd klaar om ieder die Hem daarom vraagt, voldoende wijsheid te geven; Hij zal het u niet kwalijk nemen.
6 Maar als u Hem erom vraagt, moet u ook verwachten dat Hij het zal geven. Iemand die twijfelt, lijkt op een golf van de zee, die door de wind heen en weer gejaagd wordt.
7 Zo iemand moet niet denken dat de Here hem iets zal geven,
8 als hij twijfelachtig is en onzeker in zijn optreden.
In de eerste plaats is het belangrijk om niet te twijfelen aan God zelf.
‘Want wie tot God komt moet geloven dat Hij bestaat en een beloner is voor wie Hem ernstig zoeken’. (Hebr. 11 : 6).
In de tweede plaats ook niet twijfelen aan het horen van God. God wil altijd luisteren ook al vind je jezelf nog zo’n slecht mens. Bidden met de gedachte van “Baat het niet, het schaadt ook niet” is niet echt bidden. We moeten vast geloven dat God luistert, dat Hij elk gebed hoort. Er niet aan twijfelen dat Hij helpen kan en wil.
De Bijbel zegt dat we niet te gauw moedeloos moeten worden. We moeten blijven bidden en blijven zoeken. Je-zus vergelijkt (Matth. 7 : 7-12; zie ook Luc. 11 : 1-13) het bidden met zoeken en met het kloppen op een deur tot je wordt opengedaan en ontvangt. Jezus vertelt daarover een verhaal, een gelijkenis zoals dat in de Bijbel heet. (Luc. 18 : 1-8). Hij zegt dat als zelfs een onrechtvaardig, een slecht mens tenslotte toch luistert, dan zal God toch zeker horen, als we erg veel van Hem verwachten.
De Bijbel vertelt ook over gebeden die niet verhoord worden, hoewel God de gebeden wel gehoord heeft. Paulus, een gezondene door Jezus Christus om het evangelie te verkondigen (een apostel genoemd) schrijft over een ge-bed van hem dat niet werd verhoord in 2 Cor. 12 : 7-9.
Hij heeft een geweldige ervaring gehad, hij is in het hemelse paradijs geweest. Zelf weet hij niet of dat nu werke-lijk of in een soort visionaire toestand gebeurde. Hij hoorde woorden die hij niet verder vertellen mag. Iets om behoorlijk trots op te zijn. Maar om hem klein te houden krijgt hij een doorn in het vlees.
Hij zegt niet wat dat nou precies is, maar misschien was het iets als een ooglijden. Paulus bidt driemaal of God die doorn weg wil nemen. Het gebeurt niet. God zegt tegen hem: ‘Mijn genade is genoeg voor u’. Dat betekent: Mijn liefde, waarmee God de schuld van de zonde vergeeft, moet genoeg zijn.
Mozes, de leider uit het Oude Testament, heeft iets dergelijks ervaren (Deut. 3 : 23-28 en Num. 20 : 7-13). Omdat Mozes ongehoorzaam was geweest, mag hij van God het land dat de Israëlieten beloofd was niet binnengaan. Hij vindt dat heel erg. Daarom vraagt hij of hij niet toch het beloofde land mag binnentrekken. Maar God zegt: ‘spreek Mij over deze zaak niet meer’ .
Het gebed van Mozes is door God wel gehoord, maar Hij doet niet wat van Hem gevraagd wordt. Soms zegt God al van te voren dat een gebed niet verhoord zal worden. Hij verbiedt dan zelfs het bidden ( zie Jer. 14 : 7-12 en 15: 1).
Als je het gebed ziet als een middel om over God naar je eigen inzichten te kunnen beschikken, zal er zeker geen verhoring komen op je gebed. En bidden helpt ook niet als je het beschouwt als een middel dat ook wel eens te proberen zou zijn.
In de Bijbel staan veel gebeden. Als je die gebeden eens aandachtig leest, zijn er een paar dingen die telkens sterk opvallen. Dikwijls bidt men om vergiffenis en verlossing. In de Psalmen 25 bidt de dichter om verlossing, maar hij begint daar niet mee.
Blijkbaar is er iets dat de dichter nog meer beangstigt dan de haat van zijn vijanden. Zijn eigen schuld, zijn eigen zonde benauwt hem veel meer . Zonde, dat is niet doen wat God zegt en juist wel doen wat God verbiedt.
Daarom gaat zijn gebed om vergeving van de zonde voorop. Hoewel hij er vast van overtuigd is, dat God zijn ge-bed verhoren wil, vindt hij dat kennelijk toch niet zo’n vanzelfsprekende zaak.
Bidden is wikken en wegen. Ook overwegen en afwegen welke de juiste dosis is van de barmhartigheid en de rechtvaardigheid in de wereld en in ons eigen leven. Bidden is bekommerd zijn dat de naam van God zou gehei-ligd worden en dat zijn wil zou geschieden op de aarde als in de hemel.
Als wij niet bidden zal het verkeerd lopen met de schepping, met de wereld en met ons eigen leven. Sommige mensen hebben een zeer eenzijdige en oppervlakkige opvatting van bidden. Voor hen is bidden enkel vragen. Zij vragen dan meestal dingen in hun eigen belang en voordeel.
Tot in het bidden toe zijn ze nog met zichzelf bezig. Bidden is meeleven met God die de Schepper is en dus mee-leven met heel zijn schepping en mee bezorgd zijn opdat het goed zou zijn in de wereld.
Het gebed is er om ons los te maken van onszelf, om ons open te maken voor God en de wereld, voor Christus en de mensen. Mensen die niet bidden riskeren eng en enggeestig, klein en kleinzielig te worden. Bidden verruimt onze horizon en leert ons leven op de maat van God.




Astronomie of sterrenkunde is een wetenschap, die zich bezighoudt met het bestuderen van de hemellichamen. Daarbij kunnen exacte voorzeggingen van zonsverduisteringen, enz. gedaan worden.
Verschillende meningen van astrologen:
-de sterren beïnvloeden het mensenleven niet, er is slechts een parallel;
-er valt geen toekomst uit te voorspellen, alleen karakterbeschrijving;
-er is wel toekomstvoorspelling mogelijk.
De astrologie stamt uit het Midden-Oosten, uit het gebied van Babylon en heeft zich van daaruit na de tijd van Alexander de Grote naar het westen verspreid. In Egypte had ze al veel eerder vaste voet gekregen. Volgens ver-schillende egyptologen kan de plaatsing van de piramiden in verband gebracht worden met de stand van de sterren.
Tot de 18 e eeuw was er geen scheiding tussen astronomie en astrologie. Men berekende nauwkeurig zonsverduisteringen e.d. Daarnaast hield men zich bezig met voorspellingen van de toekomst. Men legde een verband tussen de planeten en de afgoden, denk maar aan de namen die men aan diverse planeten gaf.
Keizers en de gewone man gingen bij beslissingen af op ‘een gunstig gesternte’. In de Middeleeuwen kreeg de astrologie veel ingang in islamitische landen. In de 13 e,14 e eeuw was er ingang in christelijke landen met een bloeiperiode in de 15 e en 16 e eeuw. v De leer van Copernicus deed de invloed afnemen. In onze tijd neemt de invloed weer toe.
Men gelooft niet in een transcendente God die boven de schepping staat. Astrologen geloven dat God met de schepping verbonden is. Er vindt een vergoddelijking van het heelal plaats. Men huldigt het parallelliteitsbeginsel wat een parallel trekt tussen het hemelgebeuren en het leven op aarde.
Of men huldigt het synchroniteitsbeginsel dat een overeenkomst zoekt tussen de micro- en macro kosmos. De mens is een micro-afspiegeling van het universum. Vervolgens beschouwt men oog, hand, voet als een micro-afspiegeling van het hele lichaam.. Men onderscheid wereld-astrologie, geboorte-astrologie en hecht waarde aan iriscopie, handleeskunde en dergelijke.
De dierenriem of zodiak bevat 12 sterrenbeelden welke aangeven hoe de persoon is die onder dat gesternte is geboren. De indeling van de dierenriem is vast en onveranderlijk. Men acht het gesternte ook van belang voor de situatie van de mensheid als geheel.
Aanhangers van de New Age stellen dat we geleefd hebben in het tijdperk van de ‘vissen’ en dat we overgaan in het tijdperk van de ‘Waterman’. Dit heeft te maken met het zogenaamde Lentepunt wat bepaald wordt door de stand van de zon op 21 maart. Het doorlopen van een teken duurt 21411/2 jaar.
De zonnebaan heeft men ook in twaalf gedeelten verdeeld en die delen worden huizen genoemd. Dit is geen vas-te indeling. Het eerste huis heette horoscoop. Dat gedeelte zag het uur. De 12 huizen heetten: Leven, rijkdom, broeders, ouders, kinderen, gezondheid, vrouw, dood, godsdienst, koninkrijk, weldaden en gevangenis.
a) Uitgangspunt is het het teken waarin de zon stond op de dag van de geboorte, het zonneteken.
b) Tweede belangrijke zaak is het dierenriemteken dat op het punt staat boven de horizon te rijzen, op het moment en de plaats van geboorte, men noemt dat de ascendant.
c) Lokalisering van de maan en de vijf dichtstbijzijnde planeten. Elk heeft zijn karakter, maar wordt verder bepaald door het huis waarin ze zich bevinden.
d) Ook houdt men rekening met de onderlinge posities van de planeten uitgedrukt in de hoek die ze samen ten opzichte van de de aarde maken, de aspekten.
Op zichzelf is er wel verband tussen de hemellichamen en het leven op aarde, denk aan eb en vloed, invloed van zonnevlekken en dergelijke. Maar dat is heel wat anders. Dat is mathematisch en wetenschappelijk na te gaan. Het heeft niets met de theorieën van de astrologie te maken.
Er zijn diverse argumenten aan te dragen die de astrologie naar het rijk van de fabels verwijzen, zoals :
a. het is onwaarschijnlijk dat een toevallige constellatie van hemellichamen van invloed zou zijn op het reilen en zeilen van de mens individueel en van de mensheid als totaal.
b. het leven van twee personen geboren onder hetzelfde gesternte verloopt niet gelijk. In de wetenschap geldt dat een zaak pas vaststaat als je ze onder dezelfde omstandigheden moet kunnen ‘nadoen’.
c. de stand van planeet Venus acht men van invloed op het huwelijksleven en dat puur omdat mensen deze planeet de godin van de liefde hebben gewijd.
d. de stand van de planeten ten opzichte van de dierenriem verandert. Het lentepunt verplaatst zich van Ram, via Vissen naar Waterman. Er is dus in de loop van de tijden geen vastigheid.
e. er zijn in latere tijden drie planeten bij ontdekt, die vroeger dus geen rol speelden en nu ook vaak nog niet. Pure willekeur dus.
f. men gaat uit van een geocentrisch wereldbeeld waarbij de aarde als het middelpunt van het heelal werd gezien waarom alles draaide (zon , maan en sterren) terwijl we dat allang hebben losgelaten. Wetenschappelijk gezien is de aarde slechts een van de planeten.
g. men heeft het gesternte puur subjectief geprojecteerd tegen de denkbeeldige hemelkoepel terwijl de sterren waaruit zo’n beeld ‘bestaat’ totaal geen eenheid vormen.
Belangrijk voor ons als christenen is wat de Bijbel over de schepping en dus ook over de sterrenhemel zegt. Wat dat laatste betreft kunnen we stellen dat de Schrift heel wat over de sterren zegt, maar dan in heel andere zin dan de astrologie dat doet.
Astrologie houdt de vergoddelijking van het heelal in, maar volgens de Bijbel is de schepping het werk van God en dat tot zijn eer ( Zie Js.43: 7 en Op 4: 11).
a. Zon, maan en sterren als scheppingen verkondigen Gods eer: Ps. 8: 4,5 / Ps.19: 1,5/ Ps.33: 6/ Ps.148: 3 /Ps.150: 1. De sterren worden als vergelijkingsmateriaal gebruikt: Gn 15: 5 / Dt. 28: 62. Nooit wordt de sterrenhemel als een soort profetisch materiaal voorgesteld.
b. God gebruikt zon, maan en sterren maar dan als beelden (zie Gn 37: 9 / Op 12: 1). Christus wordt aangekondigd als de Morgenster (Nm 24: 17) en de Zon van de Gerechtigheid. Hij wordt aangewezen door een ster (Mt 2: 2). Engelen worden als sterren voorgesteld (Jb 38: 7 / Ri 5: 20 / Op 9: 1). Er wordt gesproken over het heir des hemels (Js 34: 4 / Js 40: 26; zie ook Op 1: 16.
c. De Bijbel spreekt over sterrenbeelden zoals men die kende en benoemd had, bijvoorbeeld: Pleiaden (Zevengesternte) en Orion (Am 5: 8); De Beer; de Orion, de Pleiaden; de kamers van het Zuiden (Jb 9: 9); De Pleiaden; Orion; tekens v.d. Dierenriem, de Beer o.a. in Jb 38: 31,32 vgl. Js 13: 10 voor de uitdrukking ‘sterrenbeelden’.
d. De Schrift sluit daarbij aan bij het bekende spraakgebruik en gebruikt slechts de benamingen, maar meer ook niet. God gebruikt de opvatting van de wijzen uit het Oosten (Mt 2: 10) om zijn Zoon te doen huldigen, (vgl. Ps. 72: 10,11). Een opvatting die mogelijk nog verband houdt met de profetie van Bileam (Nm 24: 17).
e. De Schrift waarschuwt tegen afgoderij met het heir des hemels (Dt 4: 15-19) en veroordeelt deze afgoderij : Am 5: 26 / Hd 7: 43 / 2 Kn 17: 16 / Jr 7: 16-20 / Zf 1: 5 /Ez. 8: 16.
f.De Bijbel waarschuwt voor sterrenwichelarij ( Jr 10: 2), veroordeelt die (Jb 31: 26-28 / Js 47) evenals de waarzeggerij ( Lv 19: 32,26; 20: 6; Dt 18: 10-13; Js 44: 25)
Het trekken van een horoscoop is dus baarlijke nonsens, maar het raadplegen ervan is beslist geen onschuldige zaak. Er zijn gevaren aan verbonden, zoals:
a. het gevaar van zelfvervulling van de horoscoop. Als de horoscoop inhoudt dat men zich op een bepaalde tijd niet goed zal gaan voelen dan gaat men zich dat ook inbeelden. Men gaat minder eten, wordt slapeloos en dergelijke. Het kan dus kwalijke lichamelijke en geestelijke gevolgen hebben.
b. in plaats van zijn vertrouwen op God te stellen doet men dat op de leugen van de sterrenwichelarij . Zo zet men een deur open voor satan.
c. het kan leiden tot het komen in een occulte sfeer en daardoor kan men occult belast worden en onder invloed komen van satan.
Niet de sterrenwichelarij, niet de een of andere horoscoop bepaalt onze toekomst maar God doet dat. Bedenk wat er staat in Js 46: 9, 10 : ‘ Ik immers ben God, en er is geen ander God, en niemand is Mij gelijk: Ik die van den beginne de afloop verkondig en vanouds wat nog niet geschied is’. Laten we ons aan die God toevertrouwen voor dit leven en voor de eeuwigheid.

