Tagarchief: duivel

Wat is bezetenheid?

Standaard

categorie : religie

.

.

774d75f6b1ee6d91a658c0926308c81f_medium

.

.Bezetenheid is de toestand van in bezit genomen zijn door een of meer boze geesten. Een boze geest (demon) kan in een mens of dier varen en hem voortaan beheersen. Een bezetene is iemand die een boze geest in zich heeft (vgl. Joh. 10:20-21). De bezettende boze geest kan worden uitgedreven. De Heer Jezus dreef boze geesten uit en verleende die macht aan de leerlingen die hij uitzond.

Bezetenheid is meer dan beïnvloeding. Niet alle invloed van een boze geest wijst op bezetenheid. Bezetenheid is demonische beïnvloeding én bezetting. Simon Petrus sprak een woord dat door satan was ingegeven, maar deze ingeving maakte de leerling van Jezus niet tot een bezetene.

Mr 8:33 Hij keerde Zich echter om en terwijl Hij naar zijn discipelen keek, bestrafte Hij Petrus en zei: Ga weg, achter Mij, satan; want je bedenkt niet de dingen van God, maar de dingen van de mensen. 

Paulus spreekt van de ongelovigen als mensen in wie de geest van satan, de overste van de macht der lucht, werkt, d.w.z. hen beïnvloedt.

Efe 2:2 waarin u vroeger hebt gewandeld overeenkomstig de tijdgeest van deze wereld, overeenkomstig de overste van de macht der lucht, van de geest die nu werkt in de zonen van de ongehoorzaamheid.

De uitwerkselen van bezetenheid zijn ernstig. Bezetenen kunnen lijden aan bijzonder ernstige lichamelijke- of geestelijke ziekten, zoals verlamming, blindheid, doofheid, verlies van spraak, epilepsie, zwaarmoedigheid, krankzinnigheid, enz.. Een bezetene kan niet alleen met een ziekte geplaagd, maar ook van redelijk denken beroofd zijn. Zijn woorden en gedachten worden dan, tenminste deels, ingegeven door een of meer demonen die in hem wonen.

In het land van de Gadarenen woonden twee bezetenen, woestelingen die zich ophielden in graven. Ze waren ongekleed en niet goed bij hun verstand (Matth 8:28v, Marc. 5:15). De Heer Jezus bevrijdde hen. Eén van de ex-bezetenen smeekte Jezus bij hem te mogen blijven (Marc. 5:18).

In de synagoge te Kapernaüm was een man met een onreine geest, die door de mond van de man tot Jezus sprak.

Mr 1:23 En terstond was er in hun synagoge een mens met een onreine geest en hij riep de woorden uit:
Mr 1:24 Wat hebben wij met U te maken, Jezus, Nazarener? Bent U gekomen om ons te verderven? Ik weet Wie U bent: de Heilige van God.
Mr 1:25 En Jezus bestrafte hem en zei: Zwijg en ga uit van hem. 

Mr 1:26 En de onreine geest liet hem stuiptrekken en ging met luider stem roepend van hem uit.

In Matth. 12:22v wordt een bezetene bij Hem gebracht die niet als gevolg van organische gebreken, maar door zijn bezetenheid (vgl. Matth. 9:32) blind en stom was. De Heer genas hem door uitdrijving van de boze geest, zodat de blinde en stomme, die op zichzelf gezonde ogen en goede spraakorganen had, weer sprak en zag.

Mt 12:22 Toen werd een bezetene bij Hem gebracht, blind en stom; en Hij genas hem, zodat de stomme sprak en zag. 

Bij Hem brachten de mensen dikwijls bezetenen opdat hij ze zou genezen (Matth. 4:24).

Mt 4:24 En het gerucht van Hem ging uit tot in heel Syrie; en zij brachten bij Hem alle lijdenden die bevangen waren door allerlei ziekten en pijnen, bezetenen, maanzieken en verlamden; en Hij genas hen. 

Maria Magdalena was door Hem bevrijd van zeven boze geesten (Luc. 8:1-2). Een Kananese vrouw smeekte Hem haar dochtertje, dat ernstig bezeten was, te bevrijden (Matth. 15:22).

De Heer Jezus dreef de geesten uit met een woord (Matth. 8:16), door de Geest van God (Matth. 12:28) en door ‘de vinger van God’ (Luc. 11:20):

Mt 8:16 Toen het nu avond was geworden, brachten zij tot Hem vele bezetenen, en Hij dreef de geesten uit met een woord en Hij genas alle lijdenden.

Lu 11:20 Als Ik echter door de vinger van God de demonen uitdrijf, dan is het koninkrijk van God tot u gekomen. 

Sommige tegenstanders van de Heer dichten Hem bezetenheid of macht van de duivel toe. Hij zou door de overste van de boze geesten de boze geesten uitdrijven. Anderen wezen deze verklaring en beschuldiging af en zeiden: “Dit zijn geen woorden van een bezetene; kan een demon soms ogen van blinden openen?” (Joh 10:21). De Heer gaat op de beschuldiging in:

Mt 12:22 Toen werd een bezetene bij Hem gebracht, blind en stom; en Hij genas hem, zodat de stomme sprak en zag.
Mt 12:23 En alle menigten waren buiten zichzelf en zeiden: Is Deze niet de Zoon van David?
Mt 12:24 Toen de farizeeen dit echter hoorden, zeiden zij: Deze drijft de demonen alleen maar uit door Beelzebul, de overste van de demonen.
Mt 12:25 Jezus echter kende hun gedachten en zei tot hen: Elk koninkrijk dat tegen zichzelf verdeeld is, wordt verwoest; en elke stad die of elk huis dat tegen zichzelf verdeeld is, zal niet standhouden.
Mt 12:26 En als de satan de satan uitdrijft, is hij tegen zichzelf verdeeld: hoe zal zijn koninkrijk dan standhouden?
Mt 12:27 En als Ik door Beelzebul de demonen uitdrijf, door wie drijven uw zonen ze uit? Daarom zullen die uw rechters zijn.
Mt 12:28 Als Ik echter door de Geest van God de demonen uitdrijf, dan is het koninkrijk van God tot u gekomen.
Mt 12:29 Of hoe kan iemand het huis van de sterke binnengaan en zijn huisraad roven, als hij niet eerst de sterke bindt? En dan zal hij zijn huis beroven.
Mt 12:30 Wie niet met Mij is, is tegen Mij, en wie niet met Mij bijeenbrengt, verstrooit.
Mt 12:31 Daarom zeg Ik u: elke zonde en lastering zal de mensen worden vergeven; maar de lastering van de Geest zal niet worden vergeven.
Mt 12:32 En wie een woord spreekt tegen de Zoon des mensen, het zal hem worden vergeven; maar wie tegen de Heilige Geest spreekt, het zal hem niet worden vergeven, niet in deze eeuw en niet in de toekomstige.

.

duivel

.

De Heer gaf zijn twaalf leerlingen macht om onreine geesten uit te drijven:

Mr 6:7  En Hij riep de twaalf bij Zich en begon hen twee aan twee uit te zenden en gaf hun macht over de onreine geesten.
Mr 6:12 En zij vertrokken en predikten dat men zich moest bekeren,

Mr 6:13 en zij dreven vele demonen uit en zalfden vele zieken met olie en genazen hen.

Mensen die niet aan boze geesten en hun inwerking op mensen geloven, zullen alle verschijnselen van bezetenheid op een andere (niet-demonologische) manier verklaren. Wie meent dat er alleen natuurelementen en natuurkrachten bestaan, zal bezetenheid alleen uit natuurlijke oorzaken trachten te verklaren, enkel uit de werking van de hersenen.

De dienst van uitdrijving noemt men exorcisme. Sommige evangelische gemeenten kennen bevrijdingspastoraat, een vorm van herderlijke zorg waarin mensen van demonische gebonden- en bezetenheid worden bevrijd. Het is daarbij belangrijk wel te onderscheiden en niet alle vreemde of excessieve verschijnselen op rekening van de duivel te schrijven, of alle geestelijke strijd als teken van bezetenheid of gebondenheid te duiden.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

John Astria

John Astria

God begrijpen

Standaard

Categorie: religie

 

 

God begrijpen

 

De Bijbel zegt in Hebreeën 10:23 dat we moeten blijven vasthouden aan wat God ons heeft beloofd! Er staat zelfs: Omdat God zich aan Zijn woord houdt, zullen wij krijgen wat wij van Hem verwachten! God heeft geen reden om dit in de Bijbel te vermelden, tenzij de duivel, die ons gelóóf wil wegnemen! In Johannes 10: 10 staat dat de duivel gekomen is om te stelen. Helaas zijn er veel mensen die Gods plan een sprookje vinden en ridiculiseren.

Waarom is het belangrijk dat wij vasthouden in wat wij hopen, in wat wij geloven en in wat wij belijden? Toen Petrus over het water liep, ging het pas mis toen hij angst kreeg. Hij begon te twijfelen! Hij hield niet vast aan het woord wat Jezus gesproken had! Jezus zei: Kóm! Dat zei Hij niet om Petrus vervolgens te laten verdrinken. Hetzelfde geldt voor de storm op het meer. Jezus had gezegd dat ze naar de overkant zouden gaan! Ze hielden zich niet vast aan deze belofte, maakte Jezus wakker en zeiden: Here, help ons, wij vergaan! En Jezus werd wakker en zei: Waarom zijt gij bevreesd, kleingelovigen?

 

 

Gelaat vh goede

Pasteltekening van John Astria

 

De Bijbel zegt in Lucas 1:37 dat geen woord wat van God komt krachteloos zal wezen! Wij hebben geen enkele reden om te twijfelen aan het woord en de beloften van God! Aan de hand van een voorbeeld over tijd en ruimte, van Albert Einstein, kunnen we de grootheid van God en ons beperkt verstand begrijpen.

Stel je voor dat ik in een ruimteschip zou gaan en zou vliegen met de snelheid van het licht. Duizenden kilometers per seconde! Stel dat ik 25 jaar lang zou vliegen en weg zou zijn. Dan zou ik 75 jaar zijn in onze aardse tijd, want ik ben nu 50 jaar. 50 plus 25 is 75!

Qua tijd in de ruimte en in combinatie met de lichtsnelheid, zou ik al duizenden duizenden en duizenden jaren onderweg zijn! Iedereen die ik ken zou al gestorven zijn, Iedere stad waar ik ooit gesproken had, zou waarschijnlijk niet meer bestaan. Alles, maar dan ook alles zou anders zijn! Dat kunnen wij met ons verstand niet bevatten.

Hetzelfde geld voor hoe God werkt, hoe hij alles onder controle kan hebben, hoe Hij onze gebeden hoort en overal tegelijk kan zijn etc. En zo kunnen we honderden, misschien wel duizenden vragen hebben. Eeuwigheid is heel bijzonder en voor ons ook niet te vatten! De hoogste berg ter wereld gerekend vanaf de voet op de zeebodem is Mount Kenau op Hawaï. Deze meet vanaf de zeebodem 10.200 meter, waarvan 4250 meter boven zeeniveau. De hoogste berg op het land is de Mount Everest met een hoogte van 8850 meter.

Stel je voor dat er één keer per jaar een vogeltje naar de top van één van deze bergen zou vliegen en met zijn snaveltje één keer heen en weer zou krassen op de berg. Stel dat dit vogeltje dit ieder jaar zou doen, totdat de berg helemaal weg gekrast zou zijn! Dan zou er nog geen één minuut voorbij zijn wat betreft de eeuwigheid.

 

 

gelaat van het kwade

Pasteltekening van John Astria

 

In 2 Petrus 3 vers 8 zegt de bijbel dat voor God één dag als 1000 jaar is en 1000 jaar als één dag! Een periode van 24 uur is dus voor God als 1000 jaar. God opereert in een hele andere tijdsdimensie dan wij. Stel je eens voor dat wij iets bidden. Het maakt niet uit wat, maar we vragen God of Hij iets voor ons wil doen. Ik ga de gemeente uit vol van geloof, want de Bijbel zegt, gelooft dat gij het hebt ontvangen en het zal geschieden. Halleluja! Maar na twee weken is het gebed nog steeds niet verhoord en gaan we twijfelen en zeggen we: Ik begrijp niet waarom mijn gebed niet verhoord is, ik had zo’n groot geloof, ach, het zal waarschijnlijk toch nooit gebeuren, God zal wel een ander plan hebben enz.

Dit zeggen we dus in een tijdsbestek van drie weken. Dat is niet onrealistisch, want een mens wordt nu eenmaal snel ongeduldig. Nu gaan we dit zelfde verhaal door God zijn ogen bekijken. Wat God hoort is namelijk het volgende: ‘Heer wilt u mij voorzien? Ik begrijp niet waarom God niet voorziet. Ach, Hij zal wel een ander plan hebben’. Dát is wat God hoort, want als voor God 1000 jaar als één dag is, dan is drie weken voor Hem als een seconde!

Daarom moeten we vasthouden aan ons geloof! Twijfel niet, want Matteüs 19:26 zegt dat wat bij de mensen onmogelijk is, is mogelijk bij God! Voor God is niets onmogelijk!

 

 

geloof

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Citaten over boosheid in de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Keuze tussen goed en kwaad en de gevolgen

 

Pasteltekening van John Astria

.

 

De liefde kent geen afgunst, geen ijdel vertoon en geen zelfgenoegzaamheid. Ze is niet grof en niet zelfzuchtig, ze laat zich niet boos maken en rekent het kwaad niet aan.

.

Als u boos wordt, zondig dan niet: laat de zon niet ondergaan over uw boosheid, geef de duivel geen kans.

.

 

Haat brengt ruzie voort,
liefde dekt alle fouten toe.
.

 

Geliefde broeders en zusters, onthoud dit goed: ieder mens moet zich haasten om te luisteren, maar traag zijn om te spreken, traag ook in het kwaad worden.

.

 

Wees niet haatdragend. Als je iemand iets te verwijten hebt, roep hem dan ter verantwoording en laad niet omwille van een ander schuld op je door je te wreken of wrok te blijven koesteren. Heb je naaste lief als jezelf. Ik ben Heer.

.

 

Een vriendelijk antwoord doet woede bedaren,
krenkende woorden wakkeren toorn aan.
.
.

 

Wie geduldig is geeft blijk van groot inzicht,
wie onbesuisd is stapelt dwaasheid op dwaasheid.
.
.
.

Hij zei: ‘Wat uit de mens komt, dat maakt hem onrein. Want van binnenuit, uit het hart van de mensen, komen slechte gedachten, ontucht, diefstal, moord, overspel, hebzucht, kwaadaardigheid, bedrog, losbandigheid, afgunst, laster, hoogmoed, dwaasheid; al deze slechte dingen komen van binnenuit, en die maken de mens onrein.’

.

 

Betweters maken ruzie,
wie goede raad ter harte neemt, is wijs.
.

 

Het strekt een mens tot eer om ruzie te vermijden,
een dwaas stort zich in een woordenstrijd.
.

 

.

Kom terug, ontrouw Israël – spreekt de Heer –,
dan zal ik mijn woede laten varen,
want ik ben vol genade,
niet eeuwig duurt mijn toorn
– spreekt de Heer.
.

 

Een dwaas toont onmiddellijk zijn woede,
wie verstandig is, zwijgt als hij beledigd wordt.
.
.
.
.
.
.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

Boodschap 260 van ” Boodschappen uit de kosmos “

Standaard

categorie : Boodschappen uit de kosmos

.

.

5 voor 12

 

 

Pasteltekening van John Astria

.

.

VELE KERKEN VERKONDIGEN VALSE WAARHEDEN

.

EN STAAN ONDER DE INVLOED VAN DE DUIVEL.

.

ZIJ PREDIKEN DE REDDING VAN ELKE ZIEL DOOR DE

.

BARMHARTIGHEID VAN GOD.

.

DIT IS EEN DEMONISCHE LEUGEN

.

.

MANY CHURCHES PROCLAIM FALSE TRUTHS

.

AND ARE UNDER THE INFLUENCE OF THE DEVIL.

.

THEY PREACH THE SALVATION OF EVERY SOUL BY THE MERCY OF GOD.

.

THIS IS A DEMONIC LIE

.

.

.

.

Bill Wiese – 23 minutes in hell

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

De hel bestaat

 

De getuigenis van Bill Wiese die er 23 minuten in doorgebracht heeft. God openbaarde de hel aan Bill Wiese opdat hij ons deze verschrikkelijke plek zou bekend maken! In Johannes 11 : 24-26 staat : ” wie in mij gelooft, zal in eeuwigheid niet sterven”. Wie dat gebod verwerpt zondigt tegen de Heilige Geest en is reddeloos verloren. Wie Christus als reddingsboei weigert voor de vergiffenis van zijn zonden zal op de oordeelsdag naar een vreselijke plek gezonden worden voor eeuwig. Maak nooit de fout uw eigen waarheid te maken geïnspireerd door de duivel. Er is en zal maar één waarheid zijn en dat is deze komende van God.

 

 

 

1218128-84455cead62eb36a35cdaa1c9e811740

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Boodschap 256 van ” Boodschappen uit de kosmos “

Standaard

categorie : Boodschappen uit de kosmos 

.

.

 

Aartsengel Michaël verslaat Satan

 

Pasteltekening van John Astria

.

.

GOD KENT DE AFLOOP VAN ALLE DINGEN,

.

DE DUIVEL KENT ALLEEN ZIJN EIGEN AFLOOP

.

.

GOD KNOWS THE OUTCOME OF ALL THINGS,

.

THE DEVIL ONLY KNOWS HIS OWN OUTCOME

.

.

.

.

Het woord “hart” in de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

Het woord “hart” is een van de meest gebruikte woorden in de Bijbel.

Het komt zowaar 876 keer voor.

 

 

De Heilige Geest

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

1. De boom en de vruchten

 

 Jezus Christus zegt in:

 

Mattheus 12:33-35
“Want aan de vrucht wordt de boom gekend…. Want uit de overvloed van het hart spreekt de mond. De goede mens brengt goede dingen voort uit de goede schat van het hart, en de slechte mens brengt slechte dingen voort uit de slechte schat.

 

Mattheus 7:16-18
“Men plukt toch geen druif van doornstruiken of vijgen van distels? Zo brengt iedere goede boom goede vruch-ten voort en een slechte boom brengt slechte vruchten voort. Een goede boom kan geen slechte vruchten voortbrengen en een slechte boom kan geen goede vruchten voortbrengen.

 

Een vrucht is altijd het product van een boom die het voortbrengt. Geen enkel fruit wordt geproduceerd zonder boom, en het kan ook niet verschillen van de boom die het voortbrengt. De Heer gebruikt hier dit beeld om ons te vertellen dat het gene wat een mens voortbrengt het overeenkomstig resultaat is van de schat die hij in zijn hart heeft. Een goed hart brengt goede vruchten voort en een slecht hart, slechte vruchten.

 

Spreuken 4:23
“Bescherm je hart boven alles wat te behoeden is, want daaruit zijn de uitingen van het leven.

 

Uit het hart komen de uitingen van het leven d.w.z de resultaten, de vruchten die we voortbrengen in ons le-ven. Dus, het hart en wat daarin gaat, bepaalt de vruchten die eruit komen.

 

 

 

2. Het Woord en de vruchten

 

Gezien hebbend dat de resultaten die we voortbrengen in ons leven afhankelijk zijn van de schatten die we in ons hart hebben, en aannemend dat we alles willen doen om goede vruchten voort te brengen, zullen we nu zien welke goede schat geschikt is voor zulke vruchten. Hiervoor gaan we naar Spreuken 4:20. Daar spreekt God als een Vader en zegt:

 

Spreuken 4:20-21
“Mijn zoon, sla acht op mijn woorden, neig je oor tot wat ik zeg. Laat ze niet wijken van je ogen, bewaar ze in het binnenste van je hart.”

 

Onze Vader roept ons op om acht te slaan op zijn woorden, ons oor te neigen tot wat Hij zegt en zijn woorden in het binnenste van ons hart te bewaren. Zoals we eerder al zagen, de schatten die we in ons hart hebben bepalen de vruchten die we voortbrengen in ons leven. Dit geldt eveneens voor het Woord van God. Dat brengt ook vruchten voort wanneer we het in ons hart bewaren. Wat voor vruchten dat zijn, lezen we in vers 21:

 

Spreuken 4:21-22
bewaar ze [God’s woorden] in het binnenste van je hart. Ze zijn immers leven voor wie ze vinden, en genezing voor heel hun vlees.

 

De woorden van God, bewaard in het hart, zijn leven en gezondheid. Zoals Jezus zei:

 

Mattheus 4:4
“De mens zal niet van brood alleen leven, maar van elk woord dat uit de mond van God komt.

 

Het is onmogelijk voor de mens te leven zonder het Woord van God. Maar om de goede vrucht van het Woord voort te brengen moet hij dit Woord in zijn hart bewaren. Zoals Jezus vertelde in zijn uitleg van de welbekende gelijkenis van de zaaier:

 

Lucas 8:11-15
“Dit is de gelijkenis: Het zaad is het Woord van God. Zij bij wie langs de weg gezaaid wordt, zijn zij die het horen; maar daarna komt de duivel en neemt het Woord uit hun hart weg, opdat zij niet geloven en zalig worden. Zij bij wie op de rots gezaaid wordt, zijn zij die het Woord met vreugde ontvangen, wanneer zij het gehoord hebben. Maar dezen, die maar voor een bepaalde tijd geloven, hebben geen wortel, en in een tijd van verzoeking worden zij afvallig. En bij wie het zaad in de dorens valt, dat zijn zij die het hebben gehoord, maar die gaandeweg door de zorgen en rijkdom en genietingen van het leven verstikt worden en geen vrucht dragen. En waar het zaad in de goede aarde valt, dat zijn zij die het Woord horen, het in een oprecht en goed hart vasthouden, en in volharding vruchten voortbrengen.

 

Het is het Woord van God, vernomen en bewaard in een goed en nobel hart, dat goede vruchten voorbrengt, het overvloedige leven, precies zoals God verlangt dat wij hebben (Johannes 10:10)

 

 

De Heilige Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

3. God kijkt naar het hart en verlangt ons hart

 

Dat de Heer geïnteresseerd is in het hart blijkt ook duidelijk uit andere delen van het Woord:

 

1 Samuel 16:7
“Het is namelijk niet wat de mens ziet, want de mens ziet aan wat voor ogen is, maar de Heer ziet het hart aan

 

De Heer is geïnteresseerd in het hart. Hij geeft niet om de uiterlijke verschijning of wij goed en vroom zijn. De Farizeeën waren zo. Uiterlijk leken zij vroom maar van binnen waren zij huichelaars! Zoals Jezus Christus zo kenmerkend tegen hen zei:

 

Lucas 16:15
“En Hij zei tegen hen: U bent het die uzelf rechtvaardigt voor de mensen, maar God kent uw hart.”

 

1 Korinthe 4:5

Er zal een dag komen wanneer de Heer wat in de duisternis verborgen is aan het licht zal brengen en de voornemens van het hart openbaar zal maken. En dan zal ieder van God lof ontvangen. In tegenstelling tot de mens die belang stelt in het uiterlijk is God geïnteresseerd in het innerlijk, het hart.

 

Spreuken 23:26
“Mijn zoon, geef mij je hart, en laten je ogen behagen scheppen in mijn wegen.”

 

Veel mensen zijn bereid om verschillende dingen te doen in de naam van de Heere. Maar wat Hij wil is dat we Hem simpelweg ons hart geven. Hij wil niet eerst de vruchten, onze werken, maar de boom die de vruchten voortbrengt. Als die boom -ons hart- aan Hem behoort, dan zullen de vruchten die voortkomen ook goed zijn, komend vanuit een hart, overgegeven aan en geleid door Hem.

 

 

 

4. “Met heel uw hart”

 

Niet alleen is God geïnteresseerd in ons hart, maar Hij verlangt het ook in zijn geheel:

 

Mattheus 22:35-37
“En een van hen, een wetgeleerde, vroeg om Hem te verzoeken: Meester, wat is het grote gebod in de wet? Jezus zei tegen hem: U zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand.

 

Deuteronomium 10:12
“Nu dan, Israël, wat vraagt de Heer, uw God, van u dan de Heer, uw God, te vrezen, in al Zijn wegen te gaan, Hem lief te hebben en de Heer, uw God, te dienen, met heel uw hart en met heel uw ziel

 

Deuteronomium 4:29
“Dan zult u daar de Heer, uw God, zoeken en u zult Hem vinden, als u Hem met heel uw hart en heel uw ziel zoekt

 

Jeremia 29:13 
“U zult Mij zoeken en vinden, wanneer u naar mij zult vragen met heel uw hart “

 

Joel 2:12-13
“Ook nu echter, spreekt de Heer, bekeer u tot Mij met heel uw hart… scheur uw hart en niet uw kleren. Bekeer u tot de Heer, uw God, want Hij is genadig en barmhartig, geduldig en rijk aan goedertierenheid.”

 

Spreuken 3:1,2,5,6
“Mijn zoon, vergeet mijn onderricht niet, en laat je hart mijn geboden in acht nemen, want lengte van dagen en jaren van leven en vrede zullen ze voor jou vermeerderen. Vertrouw op de Heer met heel je hart, en steun op je eigen inzicht niet. Ken Hem in al je wegen, dan zal Hij je paden rechtmaken.”

 

2 Kronieken 6:14

zegt: de Heer: “houdt het verbond en de goedertierenheid tegenover Zijn dienaren die met heel hun hart wandelen voor zijn aangezicht.

 

 

5. Zonde: Een zaak van het hart

 

Mattheus 5:27-28
“U hebt gehoord dat tegen het voorgeslacht gezegd is: U zult geen overspel plegen. Maar Ik zeg u dat al wie naar een vrouw kijkt om haar te begeren, in zijn hart al overspel met haar gepleegd heeft “

 

Dit schriftgedeelte heeft velen verward omdat men de zonde verbindt met uiterlijke daden. Maar God doet dit niet. Hij verbindt zonde met het hart, het innerlijk van de mens, datgene waar Hij naar kijkt. Wanneer het kwaad deel uitmaakt van ons hart is het zonde, ongeacht of en wanneer het zich zal uiten.

 

Psalm 66:18
Had ik in mijn hart onrecht op het oog gehad, de Heer zou mij niet hebben gehoord.”

 

Jesaja 59:1-2 
“Zie, de hand van de Heer is niet te kort dat ze niet zou kunnen verlossen, en Zijn oor is niet toegestopt dat het niet zou kunnen horen. Maar uw ongerechtigheden maken scheiding tussen u en uw God, uw zonden doen Zijn aangezicht voor u verborgen zijn, zodat Hij u niet hoort.

 

Zonde verbreekt onze gemeenschap met God op het moment dat zonde in ons hart bevrucht raakt. Daarom is het zo noodzakelijk ons hart te bewaken.

 

 

6 Conclusie

 

In de Schriften zijn 876 verwijzingen naar het woord “hart”. In de voorbeelden hebben we gezien hoe belangrijk het hart is en hoeveel waarde God eraan hecht. Zodoende zagen we:

i) Het hart, het innerlijke deel van ons wezen, is de boom waarvan de vruchten die we in ons leven voortbrengen afhankelijk zijn. Wanneer datgene wat we in ons hart hebben goed is dan zullen de vruchten die we voortbrengen ook goed zijn, en omgekeerd.

ii) Opdat het hart goede vruchten voortbrengt is het noodzakelijk dat het het Woord van God bevat. De woorden van God, in ons hart bewaard, zijn leven.

iii) Aangezien de vruchten die we dragen afhankelijk zijn van de schat die we in ons hart bewaren (Mattheus 7:16-18) en sinds goede vruchten alleen voortgebracht worden door diegenen die het Woord van God in hun hart bewaren (Lucas 8:15) kunnen we concluderen dat we het kwade moeten afwijzen.

iv) Het hart is datgene waar God naar kijkt en wat Hij van ons verlangt.

v) Hij wil dat wij Hem liefhebben met heel ons hart.

vi) Dat wij Hem dienen met heel ons hart.

vii) Dat wij Hem zoeken met heel ons hart.

viii) Wanneer wij afwijken van Zijn wegen, dat wij tot Hem terugkeren met heel ons hart.

ix) Dat wij Hem vertrouwen met heel ons hart.

x) Dat zonde een zaak van het hart is en als zodanig moet worden behandeld.

 

Mogen we zodoende ons hele hart aan de Vader geven, zoals Hij ons oproept. Zoals de Heer zei:

 

Johannes 15:4-8 
“Blijf in Mij, en Ik in u. Zoals de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf, als zij niet in de wijnstok blijft, zo ook u niet, als u niet in Mij blijft. Ik ben de Wijnstok, u de ranken; wie in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt u niets doen. Als iemand niet in Mij blijft, wordt hij buitengeworpen zoals de rank, en verdort, en men verzamelt ze en werpt ze in het vuur, en zij worden verbrand. Als u in Mij blijft en Mijn woorden in u blijven, vraag wat u maar wilt en het zal u ten deel vallen. Hierin wordt Mijn Vader verheerlijkt, dat u veel vrucht draagt en Mijn discipelen bent.”

 

 

 

 

 

 

 

Leugens die misleiden

Standaard

Categorie: religie

.

.

Misleidende leugens

.

1 Ze (de slang) zei tegen de vrouw: “Heeft God werkelijk gezegd dat je van geen enkele boom in de tuin mag eten?”
2 De vrouw zei tegen de slang: “Wij mogen wel eten van de vruchten van de bomen in de tuin.”
3 God heeft alleen gezegd: “Van de vruchten van de boom die midden in de tuin staat mag je niet eten; je mag haar zelfs niet aanraken; anders zul je sterven.”
4 Maar de slang zei tegen de vrouw: “Je zult helemaal niet sterven!” (Gen. 3:1-4, Willibrordvertaling)

.

.

Satan, de tegenstrever, de vader van de leugen

Pasteltekening van John Astria

.

.

De keuze van Adam en Eva om tegen Gods onderwijzing in te gaan heeft verschrikkelijke gevolgen gehad voor de hele schepping. Het was een daad van rebellie, een gewillige overtreding van Gods gebod. Het gevolg was dat alle harmonieuze relaties die er tot dan toe waren, werden verstoord. Hoe heeft het zo ver kunnen komen? Hoe is het mogelijk dat Adam en Eva, terwijl ze zo veel van de Here hadden ontvangen en zo gelukkig waren, toch in zonde zijn gevallen? Laten wij eens kijken naar hoe de slang hen hiertoe heeft verleid. Het is de moeite waard hier kennis van te nemen, omdat de duivel nog steeds dezelfde tactieken hanteert om de mens onderuit te halen. Hoe meer wij begrijpen van de listen van satan, hoe beter wij in staat zullen zijn om zijn vurige pijlen af te ketsen. Het betreft eigenlijk allemaal leugens. Hieronder twee beproefde leugens van de vader der leugen.

.

.

1. God wil je leven beperken!

.

De slang komt niet gelijk met een directe opmerking, maar hij stelt Eva een vraag. Het is wel een venijnige vraag, omdat er een leugen in verwerkt is: “Heeft God werkelijk gezegd dat je van geen enkele boom in de tuin mag eten?” De Here had helemaal niet gezegd dat zij van geen enkele boom mochten eten. Zij mochten van álle bomen in de tuin eten, behalve van die ene. God wordt hier dus negatief afgeschilderd: ‘Hij heeft jullie in die tuin geplaatst om jullie te plagen. Hij verbiedt jullie van alles. Wat saai als je dat allemaal niet mag. Wat gemeen van God dat Hij van alles voor jullie neerzet en jullie er niet aan mogen komen. Wat worden jullie beperkt, dat is toch niet leuk meer! Er is veel meer te beleven!’

Met deze leugen verslaat de vijand nog steeds zijn tienduizenden: Als je God gehoorzaamt dan mag je bepaalde dingen niet, die nou juist zo leuk zijn. God dienen betekent dat je beperkt wordt en daardoor niet gelukkig kan zijn. Hoe vaak hoor ik mensen niet zeggen: Ja, echt mijn leven aan Christus geven, dat betekent dat ik sommige dingen moet opgeven en dat kan ik (nog) niet. Alsof Christus je roept tot een saai leven. Alsof wat God geeft niet genoeg is om gelukkig te kunnen zijn. Alsof de duivel een leuker en beter leven voor ons heeft.

.

.

Keuze tussen Satan en Christus en de eeuwige gevolgen

Pasteltekening van John Astria

.

.

2. God laat je toch niet doodgaan?

.

Eva voelt zich genoodzaakt om het voor God op te nemen nadat de slang een verkeerde voorstelling van zaken heeft gegeven. Daarom corrigeert zij de slang ten aanzien van wat God heeft gezegd. Maar alleen al door het ingaan op zijn vraag treedt de eerste verduistering van haar verstand op. Door het gesprek alleen al wordt ze al een beetje vergiftigd in haar denken. Ten eerste voegt ze iets toe aan het verbod van de Here, namelijk dat ze de boom in het midden van de hof niet eens mogen aanraken. Onbewust wordt ze dus toch een beetje meegezogen in de suggestie van de slang dat God heel veel heeft verboden, want nu voegt ze ook zelf toe aan wat God heeft verboden. Ook vandaag de dag voegen mensen soms allerlei niet door God uitgesproken verboden toe aan het dienen van de Here, net als de Farizeeërs hadden gedaan in de tijd van Jezus.

Ten tweede zwakt ze het oordeelswoord van de Here af: “Als wij wel eten van de boom die in het midden staat, dan zullen wij sterven.” De Here had echter gezegd: “zul je onherroepelijk sterven” (NBV), “zul je voorzeker sterven” (NBG) (Gen. 2:17). Het Hebreeuws heeft zoiets van ‘stervende zul je sterven’. De duivel springt daar gelijk bovenop en zegt: “’Je zult helemaal niet sterven!” ‘God zal toch niet zo wreed zijn dat Hij jullie veroordeelt voor het eten van een appel of zoiets?! Eva, luister! God is goed! Hij is één en al barmhartig. Hij zal je toch niet laten doodgaan?! Je gelooft toch niet dat Hij een korte tijd van zonde straft met eeuwige ellende en dood?!’

Ook deze gedachte is springlevend onder de mensen vandaag de dag. Ik ben bang dat zelfs veel kerkmensen in deze leugen zijn gaan geloven. Er is geen besef van de ernst van de zonde omdat er geen geloof is in het oordeel over de zonde. We willen liever niet geloven dat het loon van de zonde de dood is. We spreken liever niet meer zo duidelijk over het oordeel dat komen gaat en de werkelijkheid van de hel. We benadrukken liever Gods barmhartigheid en genade. Maar wat betekent genade nog als we het oordeel weglaten?

Het blijkt dus dat het verhaal van Genesis 3 zijn relevantie niet heeft verloren. Daarom blijft het ook voor ons van levensbelang om nauwkeurig naar het Woord van God te luisteren.

.

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

Liber Vitae Meritorium

Standaard

.

.

hildegard von bingen

.

.

Liber Vitae Meritorum

.

e8581d_844c4fb1e80c432c84b5fb6861b9587d

.

Hildegard schreef het boek Liber Vitae Meritorum tussen 1158 en 1163. Het is een belangrijke schakel tussen Hildegards eerste werk, Scivias, en het Liber divinorum operum. Hildegard gaat hierin namelijk via uiteenzettingen over de heilsgeschiedenis, de zin van het leven en het streven van de mens naar eeuwig heil over naar het ontvouwen van haar kosmologische visie op wereld, mens, micro- en macrokosmos en de verhoudingen hiertussen. Geen enkel afschrift werd gedocumenteerd, wat misschien te verklaren is door de mindere bekendheid van het werk.

‘Aan het begin van mijn eenenzestigste levensjaar, dus in het jaar 1158 na de menswording van de Heer, toen de apostolische stoel bedreigd werd en keizer Frederik het Roomse Rijk bestierde, toen hoorde ik een stem uit de hemel tot mij spreken: Jij die van kindsbeen af door de Geest van de Heer niet op lichamelijke, maar op geestelijke wijze onderwezen bent in het zuivere waarnemen, verkondig nu dat wat je hoort en ziet.

Want vanaf het begin van je visioen worden je enkele beelden als het ware zo vloeibaar als melk getoond; andere worden je als een verkwikkende, licht verteerbare spijs aangeboden en weer andere worden jou als vast en volvet voedsel opgediend. Schrijf dus wederom zoals ik het wil en niet zoals je het zelf zou willen!

En ik begon te schrijven zoals een zeker man getuigen kan, die ik, zoals ik reeds in vroegere visioenen heb gezegd, in het geheim gezocht en gevonden had, en zoals ook een zeker meisje getuigen kan, dat mij zo behulpzaam was. En wederom hoorde ik de hemelse stem die tot mij sprak en mij als volgt onderwees.’  

De man van wie sprake is, is uiteraard de monnik Volmar, met wie zij steeds samen haar werken neerschreef. Het meisje is niet Richardis, want die is dan al gestorven. Kennelijk heeft Hildegard een nieuwe secretaresse. Het Liber Vitae Meritorum behandelt een groot aantal deugdenopposities, paren van deugden en ondeugden. Het Latijnse woord voor deugd is virtus. Dit woord wordt ook vertaald met ‘kracht’. Deugd en kracht zijn dus semantisch verwant. Wie deugdzaam leeft, is sterk.

De middeleeuwse deugdenleer wordt gekenmerkt door de vier zogenaamde kardinale deugden: de prudentia (de bezonnenheid), iustitia (de rechtvaardigheid), temperantia (de gematigdheid) en fortitudo (de moed). Deze deugden zijn van klassieke oorsprong en het eerst geformuleerd door Plato. (Pansters 2007, 12). In Hildegard haar tijd waren deze deugden min of meer vanzelf onderdeel van het collectieve morele bewustzijn.

Die christelijke deugdenleer wordt gedomineerd door de drie theologische deugden: fides, spes, charitas (geloof, hoop en liefde). Deze zijn expliciet geformuleerd door Paulus in zijn brief aan de Korinthiërs (1Kor:13,13). In vrijwel alle brieven van Hildegard komen een of meer van deze theologische deugden voor. Hildegard eindigde heel vaak met de fortitudo-wens: wees moedig en sterk in de strijd.

Ze veroordeelde dikwijls het gebrek aan prudentia, bijvoorbeeld het onbezonnen gedrag van de priesters, dat bovendien dikwijls ook nog gekenmerkt werd door de hebzucht, en dat is het tegenovergestelde van de temperantia. Uiteraard waren ook de theologische deugden dikwijls direct of indirect onderwerp van haar geschriften. Kortom, Hildegard voegde zich in eerste instantie in het deugdenschema van haar tijd. We herkennen dat ook in het Liber Vitae Meritorum.

.

Het Liber Vitae Meritorum

.

Hildegard tekent in haar LVM eerst een grote, heldhaftige, goddelijke gestalte die zich uitstrekt van de ultieme hoogte tot de uiterste diepte. Dat is haar favoriete voorstelling van de kosmische dominantie van de godheid, de oneindigheid van God in Zijn alomvattende bereik. God verbindt het universum en de peilloos diepe afgrond, te midden waarvan de aarde en de mens zich bevinden.

De goddelijke man wordt vervolgens door Hildegard in al zijn grootsheid minutieus beschreven. Voor zijn mond bevindt zich een helderwitte wolk waar de man in blaast en terwijl hij dat doet ontstaan er drie nieuwe wolken: een vuurwolk, een donkere onstuimige wolk en een schitterend witte wolk.

.

sacred-mysteries_2115215c

.

De vuurwolk symboliseert de eenheid van de positief op elkaar en op God gerichte levende wezens; zij voelen door hun deugdzaamheid een innige verwantschap met elkaar en met God. De donkere, woeste wolk bevat de zondige zielen die door hun ijdele, eenzijdige gerichtheid God niet meer zien. En in de helderwitte wolk bevinden zich de zon en de maan die alles verlichten. Als zodanig is deze wolk een zinnebeeld van de menswording van Christus.

Het werk is verdeeld in zes delen en in de eerste vier delen keert de gestalte zich achtereenvolgens naar het oosten en het zuiden, naar het westen en het noorden, naar het noorden en het oosten en naar het zuiden en het westen. In het vijfde deel draait de man volledig rond van windrichting naar windrichting om tenslotte in deel zes alle zones en zichzelf tegelijkertijd in beweging te zetten.

In alle delen vinden discussies plaats tussen de deugden en hun opponerende zonden. Eigenlijk is dit hele boek een literair-visionaire weergave van de strijd tussen het het Goede en het duivelse kwaad. Hildegard behandelt vijfendertig deugd-zonde opposities, waarvan hier de drie theologale deugden:

  • amor coelestis, de hemelse liefde tegenover de aardse;
  • fides, het geloof, tegenover het ongeloof;
  • spes, de hoop tegenover de vertwijfeling;

één van de vier kardinale deugden, de fortitudo, tegenover de indolentie en tot slot bespreken we de visie van Hildegard op de onkuisheid.

Hier begint het boek over de Deugden en de Zonden, uit het Levende Licht openbaar gemaakt door een eenvoudig mens. (…).

.

Aardse liefde en hemelse liefde

.

De eerste gestalte had de vorm van een mens en hij was zwart als een neger, en hij was naakt, en met zijn armen en met zijn onderbenen omklemde hij een boom onder zijn takken, waaruit de mooiste bloesems ontsproten. En met zijn handen trok hij die bloemen naar zich toe en hij zei: Ik houd alle koninkrijken ter wereld vast in hun bloemenpracht.

En waarom zou ik verdorren, nu ik vol zit met al die groenkracht? Waarom zou ik leven als een grijsaard, terwijl ik bloei zoals de jeugd? Waarom zou ik het prachtige zien van de ogen met blindheid omfloersen? Als ik zo zou doen, zou ik me moeten schamen. Zolang als ik kan genieten van de schoonheid van deze wereld, zal ik dat vrolijk doen. Een ander leven is mij onbekend en ik ontken de praatjes die ik erover hoor.

En toen hij dat zei verdorde de hiervoor genoemde boom tot aan de wortel en hijzelf verdween in de hierboven genoemde duisternis en het beeld vervaagde er totaal door. En ik hoorde uit de donkere wolk een stem die aan deze gestalte zei: Je bent ongelooflijk dom, als je denkt in een vonk van de as reeds het volle leven te bezitten; en je zoekt niet dat leven, dat in de schoonheid van de jeugd nooit verdort en dat ook in de ouderdom nimmer teloor gaat.

Jij mist ook alle licht en je bevindt je in een zwarte duisternis en je bent in het menselijk verlangen verstrikt geraakt als een worm. En je leeft als het ware maar een enkel moment, om vervolgens als hooi te verdorren en zo val je in het meer des verderfs. En daar zal je eindigen met al de omarmingen van die dingen die je in je huidige situatie nu ‘bloesems’ noemt.

 Ik echter ben de zuil van de hemelse harmonie en ik leg me toe op álle levensvreugde. Ik wijs het leven niet af, en alles wat schadelijk is, versmaad ik, zoals ik jou ook veracht. Ik ben voor alle deugden een spiegel, waarin elke gelovige zich helder bekijken kan. Jij echter bewandelt nachtelijke paden, en je handen doen de verkeerde dingen. (LVM, I, 14)

Hildegard waarschuwt in dit fragment de lezer voor een beperkte, hedonistische levensopvatting. Wie alleen uit is op kortstondig genieten, doet de verkeerde dingen en zal uiteindelijk alle groenkracht en zichzelf verliezen. Wie echter de hemelse liefde bezit, richt zich op alle deugden en zal de hemelse harmonie rotsvast, als een zuil, dus voor altijd, ervaren.

De tijdelijke zelfgenoegzaamheid moet plaatsmaken voor de blijvende hemelse liefde, die verder gaat dan de kortstondige bevrediging van zintuiglijke verlangens. De nu volgende dialoog tussen geloof en ongeloof uit deel drie van Liber Vitae Meritorum is oppositioneel geformuleerd. Vooral dat wat gezegd wordt door het ongeloof doet opmerkelijk eigentijds aan.

Ook heden ten dage woedt in filosofenland weer de strijd tussen geloof en ongeloof, toegespitst op de vraag hoe het toch mogelijk is dat weldenkende wetenschappers nog in God geloven, alsof er nooit een Verlichting is geweest.  Welnu, Hildegard heeft – al ver voor de Verlichting –  een antwoord gegeven. Eerst geven we de vertaling van het visionaire beeld en de woorden van het ongeloof en vervolgens van het antwoord van het geloof.

.

Geloof en ongeloof

.

En de vijfde gestalte had de vorm van een mens zonder hoofd en van de knieën tot de voetzolen was hij in duisternis gehuld. En op de plek van zijn hoofd was niets te zien, behalve dat die plek overal vol zat met zwarte ogen; tussen die ogen zat er één, zo leek het, op zijn voorhoofd en dat oog flikkerde soms als een fonkelend vuur. De rechterhand had hij op zijn borst gelegd, in de linkerhand hield hij een staf en hij had een zwarte mantel omgeslagen. En hij zei: Een ander leven ken ik niet dan dit hier, dat ik kan zien, en voelen en aanraken.

Wat heeft een leven dat niet zeker is, mij dan te bieden? Van dit leven kan ik zeggen: Het is er of het is er niet. En hoe ik ook zoek en uitzoek en rondkijk, en luister en wetenschap bedrijf, ik vind niets anders. Als ik dan soms iets wat de natuur mij toont, opmerk en dat te baat neem, zou mij dat dan schaden? Ik bewandel nimmer paden, en ik bedrijf geen wetenschap in gebieden die ik niet goed ken.

Want als ik wil vliegen op de vleugels van de winden, dan zal ik ter aarde neerstorten; of als ik de zon of de maan vraag wat ik moet doen, dan zullen zij mij weinig antwoorden; en mocht mij iets ter ore komen, dan weet ik niet of het mij van nut zal zijn of zal schaden. Ik weet immers niets over wat mij zoal wordt voorgespiegeld; alleen als ik het zie, dan weet ik het.

Ik hoor ook veel heil voorspellende verhalen en veel preken en veel doctrines die ik niet begrijp en daarom zal ik dat doen wat mij het meest van nut zal zijn. En wederom hoorde ik uit de donderwolk de stem die een antwoord gaf aan deze gestalte: O wat ben je toch een gemeen stuk vreten, je bent een list van de duivel die in zijn borst alles wat rechtvaardig is, verloochent.  Je geeft te kennen net zo te zijn als die borst van hem.

Want de stellingen van jouw denken nijgen naar de duivel, die aan jouw rechterkant staat; daarom zijn ook jouw ogen zo verduisterd dat je niet kunt zien de weg van jouw heil die opstijgt ten hemel. Je bent nacht en zo samengedrukt dat rechts op links valt. Je rechterkant drukt je immers te neer en hierdoor is jouw opstijging roemrijk, omdat het slechte geweten de dienstmaagd van het goede wordt genoemd.

Deze wil echter niet als de dienstmaagd dienen, zoals ook de domina de onderdanige diensten van de dienstmaagd niet zal uitvoeren: en daarom heeft zij een eerbiedwaardige naam, en wordt zij domina genoemd. Jij echter gaat voort als een veroordeelde, omdat je het vonnis van de rechters over je hebt afgeroepen, omdat je alles ontvlucht wat in je geloof licht zou kunnen worden.

Jouw ‘verstandige geredeneer’ leidt bij de mensen die jij bedriegt steeds tot zonde, omdat je niet wilt wandelen op de weg van de bonafide leermeesters. Ik echter prijs God samen met de engelen in geloof, omdat ik alles wil wat van God is. Met de cherubijn schrijf ik alle geboden op die Hij uitvaardigt en die hij bij God ziet.

En zo beslis ik ook door de profeten en door de wijzen en door de geleerden over alle dingen. Alle koninkrijken ter wereld gezamenlijk schitteren in mij door de gerechtigheid van God; want ik ben een spiegel van God, omdat ik ook in alle voorschriften van God stralend te zien ben.

Aldus spreken ongeloof en geloof. Het fragment begint met de sinistere tekening van het ongeloof in de vorm van een in het zwart gehulde manspersoon die op het eerste gezicht doet denken aan een hoofdpersoon uit een eigentijds derderangs horrorverhaal: allemaal zwarte ogen en één oog dat, op zijn voorhoofd, als het ware bliksemend oplicht. Je kunt erbij griezelen.

En dat is nu precies de bedoeling van Hildegard. De griezel is het symbool van het ongeloof. Hij lijkt veel ogen te bezitten. En dat middeleeuwse beeld kennen we ook uit het werk van Hildegard waar ogen wijzen op wijsheid. Denken we maar aan het visioen uit Scivias. In dat visioen was God volledig met ogen bezaaid. God als zetel van de Wijsheid, de Sapientia.

Maar de ogen van deze figuur zijn zwart en zij zijn als zodanig dus geen tekenen van het licht, maar van de duisternis; de figuur kan er, in zijn ongeloof, niet mee zien. Er is slechts één oog dat af en toe wat flikkerend oplicht en dat weliswaar iets kan zien. Het oog kan kennelijk niet het ware en het goede onderscheiden omdat het niet het licht van het geloof in zich heeft.

De cycloopachtige figuur is een rationalist, een ongelovige thomas, die alleen in dat gelooft dat hij met zijn zintuigen kan waarnemen. Hij moet kunnen aanraken, voelen en zien en zal nimmer aanvaarden dat het goddelijke de wereld overstijgt.

De in het zwart geklede griezel doet met zijn staf ook denken aan de duivel en aan de dood en hij wordt door het geloof uitgemaakt voor al wat mooi en lelijk is. Hij verwerpt de signalen van zijn geweten, dat immers de mens de paden naar het goede zou moeten wijzen. Hij blijft in de duisternis van het ongeloof omdat hij ervan uitgaat dat het denkvermogen van de mens alleen zaligmakend is, terwijl dat slechts één aspect is van het menselijk deel van de ziel.

Hildegard wijst erop dat geloven betekent dat de mens moet vertrouwen in de Schrift, in het Woord van God. Wie leeft en streeft volgens Zijn geboden en voorschriften zal in het licht mogen leven en verwachtingsvol mogen sterven.

Hildegard speelt in deze tekst met de antithese licht en donker. Wie het hemelse licht wil ervaren zal de duisternis van de werkelijkheid moeten trotseren en zal moeten durven loslaten. De gelovige gaat op zoek naar het licht van de Eeuwige achter de duisternis en wordt daarbij geleid door de engelen, de profeten en de priesters van de goede soort.

Wie God wil zien, aanraken en ervaren zal het dwaallicht van de menselijke rationaliteit moeten loslaten en daar is durf voor nodig. Het woord dat Hildegard gebruikt voor geloof is ‘fides’ wat samenhangt met het werkwoord ‘fidere’ dat ‘vertrouwen’ betekent. Hildegard plaatst God in de vertrouwenspositie, omdat zij gelooft dat God Zijn Woord gestand doet. Zij heeft het gedurfd door de duisternis heen te vechten en daardoor ervaart zij het Levende Licht.

.

.

voorpagina openbaring a4

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

JOHN ASTRIA