Tagarchief: hel

Belijdenis van een duivel voor de Heilige Maria

Standaard

categorie : religie 

.

.

BELIJDENIS VAN EEN DUIVEL

.
OP BEVEL VAN DE HEILIGE MAAGD MARIA

.

door Maria geïnspireerd aan Myriam van Nazareth
op donderdag 15 maart 2007
.
.
door John Astria

Maria en Christus

Pasteltekening van John Astria

.

.

Inleidende opmerking

.

Voornamelijk in de loop van 2006-2007 vergunde de Meesteres van alle zielen Haar Myriam bij herhaling visioenen in dewelke Zij Haar “relatie” tot duivels tot uiting bracht. Zij deed dit binnen het kader van Haar onderrichtingen over de unieke macht die aan de Koningin des Hemels is verleend, opdat de zielen uit deze informatie hoop en bemoediging mogen putten in hun dagelijkse strijd tegen de duisternis.  De Meesteres van alle zielen bestempelde het grootste gedeelte van deze visioenen als “privaat”. De volgende openbaring gaf Zij echter vrij voor publicatie.

Deze openbaring is uniek in die zin, dat zij deel uitmaakt van een lang visioen via hetwelk de Meesteres van alle zielen Myriam in maart 2007 toonde hoe Zij 32 duivels beval om zich aan Haar voeten op de knieën te werpen, Zij vervolgens één van deze duivels uitkoos, en deze dwong tot een heel ongewone belijdenis. Na deze ervaring werd Myriam zwaar door de satan aangevallen. Bij diverse gelegenheden bevestigde Maria Zelf later de waarheid van datgene, wat in dit visioen was getoond en gezegd.

.

.

Maria Domina Animarum

Pasteltekening van John Astria

.

.

Maria tot Myriam: “Ik wil dat je opschrijft wat Ik je nu zal laten horen uit de mond van één van deze vijanden van de zielen, want op Mijn bevel zal hij spreken in naam van alle duivelen. Je zult deze getuigenis aan de zielen mededelen, want zij zal worden tot een unieke openbaring van een mijlpaal in de geschiedenis van het Heil in de laatste voorbereidingen op de definitieve overwinning van de Vrouw op de satan en de grondvesting van Gods Rijk op aarde”.

Ik zie Maria met Haar rechter wijsvinger één van 32 vóór Haar geknielde duivelen aanwijzen. Zij raakt met de tenen van Haar linkervoet de grond links vóór Zich aan, en Zij zegt tot hem:

MARIA: “Werp je hier, aan Mijn voeten, ter aarde neer.

Ik zie hoe deze gestalte zich in een flits op de door Maria’s tenen aangewezen plaats op de knieën neerwerpt.

MARIA: Al je gedachten zijn Mij bekend. Ik wil dat je je innerlijke ervaring van je contacten met Mij en van de relatie van alle duivelen tot Mij hardop mededeelt, tot verheerlijking van Mijn macht, als een belijdenis voor al je gezellen, en ten aanhoren van de engelen en van een mensenziel, tot getuigenis van de onmacht van alle duistere krachten tegenover Maria, de Meesteres van alle zielen. De geringste onoprechtheid, onwaarheid of doordachte weglating in je belijdenis zal je blootstellen aan een verschrikkelijke, eeuwigdurende straf te Mijner bevrediging. Spreek!”

De duivelse gestalte ligt geknield vóór Maria’s voeten en begint hardop te spreken, met een enigszins hortende stem die onrust en angst verraadt. Ik schrijf mee zoals ik het hoor, en geef in dit verslag de dingen weer die Maria mij bij het uittijpen opdraagt.

.

.

BELIJDENIS VAN EEN DUIVEL OP MARIA’S BEVEL

.

De duivel

.

“Hij hierboven heeft ons voorspeld dat de Vrouw ons zou overwinnen. Eeuwenlang hebben wij eraan getwijfeld of die tijd ooit zou komen, omdat onze meester (de satan) ons leerde hoe wij meer en meer macht konden krijgen over de mensenzielen. In deze tijd beheersen wij hen zoals nooit tevoren. Wij kennen al hun zwakheden, en wij ondermijnen hun vertrouwen en geloof zodanig dat ze ervan overtuigd raken dat Hij hierboven niet bestaat.

Wij zijn erin geslaagd om de meeste mensenzielen te laten geloven dat er geen God en geen duivel bestaat, en dat de aarde dus alleen door de mens beheerst wordt. Nu geloven ze dat ze zelf God zijn, en ze doen alles wat wij hen influisteren. Zo heersen wij over alles. Wij hebben ons zo machtig gevoeld.Bijna allemaal liggen ze aan onze voeten, zonder te beseffen wie of wat hen zozeer beheerst.”

Hij aarzelt lang, en gaat dan verder:

“Sedert korte tijd worden wij gekweld door opvorderingen van Haar, de Vrouw. In het uur waarin ik door Haar geroepen werd, onderging ik een kwelling die duizend maal vreselijker was dan het vuur van de hel.

de stem wordt steeds meer gespannen, de klanken beginnen te lijken op krampachtig hijgen.

Verschrikkelijk! Zij beval mij om mij vanaf een afstand van vele meters voor Haar op mijn knieën te werpen. Niets, ik kon niets. Op een teken van Haar vinger kon ik niets anders meer dan op mijn knieën naar Haar voeten toe kruipen zoals een insect.

Wat een vernedering! Die macht, die verschrikkelijke macht ! En die machteloosheid in mij! Niets anders kunnen dan gehoorzamen aan een zo diep vernederend bevel van de Vrouw Die voelbaar genoot van de macht die Zij over mij heeft. Nooit eerder heeft Zij Zich op deze wijze geopenbaard als de Meesteres over alles. Wij zouden alles doen om hieraan te ontsnappen, maar Zij wil het. Haar verschrikkelijke macht! Zelfs met duizenden voelen wij ons niets tegenover Haar, en sidderen wij van angst bij de geringste beweging die Zij maakt. Hoe vreselijk.

Wij die zo genoten van de macht die wij schijnbaar over alles hadden, worden door deze Vrouw gedwongen om ons aan Haar voeten op de knieën te werpen en in Haar nabijheid voortdurend geknield te blijven liggen. Ze heeft ons tot het uiterste vernederd.

Wij kunnen niet anders dan al Haar bevelen onmiddellijk gehoorzamen, want Haar Wil is wet. Nooit heb ik kunnen geloven dat de macht van de Vrouw over ons zo totaal, zo absoluut en zo verschrikkelijk is, tot ik zelf heb ervaren welke uitwerking het heeft om voor Haar geknield te liggen ”.

Hij spreekt nu als in zware innerlijke strijd:

Mochten de zielen in de deugd willen leven en zich totaal aan Haar weggeven, zouden wij beneden nog dezelfde dag allemaal onder Haar voeten zuchten, want dat is wat Zij wil: Zij wil ons allemaal tot Haar slaven maken, maar tot ons geluk zijn de zielen zo gemakkelijk te verleiden. Wat zouden wij doen zonder de ontelbare miljarden zonden die dagelijks op aarde bedreven worden? 

De straffen die de Vrouw ons oplegt, zijn voor ons diepe, vernietigende vernederingen. Zij legt ons deze op omdat wij eeuwenlang hebben geweigerd, Hem van hierboven en Haarzelf te dienen en te gehoorzamen. moet ik bekennen dat de dag nadert waarop Zij het genot zal smaken om onze meester zelf onder Haar voet te leggen.

Het is een Wet van hierboven dat alles en iedereen aan de voeten van de Vrouw is gelegd. De hel verkeert in onrust, want Zij beveelt ons om onze ervaringen met Haar mee te delen aan alle verdoemden. Elke verdoemde beeft van angst voor het uur waarin hij aan Haar voeten zou worden geroepen. Alles waarvoor wij eeuwenlang gewerkt hebben, stort in elkaar naarmate Zij grotere aantallen van ons tot Haar slaven maakt”.

Hij spreekt verder in verschrikkelijke strijd:

“Voor ons is het een kwelling wanneer wij de blinde onderwerping van de engelen tegenover de Vrouw moeten aanzien. De aanschouwing van MENSENZIELEN geknield aan Haar voeten, is voor ons echter een onuitsprekelijke marteling, want elke vrijwillige onderwerping van een mensenziel jegens de Vrouw vergroot de uitwerkingen van Haar grenzeloze macht. Het aanhoren van een mensenziel die Haar in diepe zelfvernedering begroet als “Meesteres”, maakt ons waanzinnig. Daarom zou de erkenning van Haar als “Meesteres van alle zielen” door vele mensen, voor ons het absolute einde zijn.

Als ooit het uur komt waarin de mensenzielen begrijpen en erkennen dat de Vrouw hun Meesteres is, zal Haar macht de hel in twee splijten en zullen wij allemaal voor Haar voeten liggen tot in de eeuwigheid. Ik beken en belijd: de Vrouw is de absolute Meesteres over alles wat leeft. Zij heeft alle macht, ook over ons, duivelen. In het uur waarin de mensenzielen dit erkennen en ernaar leven, zal de hele Schepping op haar fundamenten schudden en beven, en is ons rijk voorbij ”.

.

Tot zover een niet bij naam genoemde duivel op Maria’s bevel.

.

De duivelse gestalte zwijgt. Maria, die de hele tijd in een onbeschrijflijke uitstraling van waardigheid en macht op de gestalte aan Haar voeten heeft neergekeken, spreekt nu:

MARIA: “Je zult nu naar de hel terugkeren. Ik wil je deze belijdenis met precies dezelfde woorden horen herhalen tegenover je meester, de satan, ten aanhoren van alle verdoemden. Daarna zal Ik over je verdere lot beslissen. Ga!”

Ik zie en hoor hoe de helse gestalte als waanzinnig vόόr Maria’s voeten begint te kronkelen en te smeken om erbarmen. Terwijl Zij op hem neerkijkt, herhaalt Zij slechts Haar laatste woord: Ga!”. Ik zie hem verdwijnen zoals een donkere schaduw die geleidelijk helemaal onzichtbaar wordt.

.

.

Maria vertrappelt de Mammon, de geldgod

Pasteltekening van John Astria

.

.

Korte toelichting: De Meesteres van alle zielen heeft Myriam van Nazareth in diverse visioenen in de loop van de jaren 2006-2007 getoond hoe Zij naar believen duivels voor eeuwig onwerkzaam kan maken, doch in dit verband rekening moet houden met de Wet van Gods Gerechtigheid, wat concreet betekent: Dit is een buitengewone genade, die moet worden “verdiend”. Zij heeft mij aanschouwelijk getoond:

  1.  hoe Zij deze duivels bestrafte door eerst te beschikken dat deze een stoffelijke gedaante zouden aannemen en zich vervolgens aan Haar voeten ter aarde zouden neerwerpen, in die positie dagenlang Haar macht over hen zouden prijzen, en zich op uiteenlopende wijzen voor Haar zouden vernederen;
  2. hoe Zij deze bestraften na een zekere tijd opnieuw wegzond, waarbij Zij dezen beval, gedurende een tijdsspanne volgens Haar welbehagen (niet zelden jarenlang, soms zelfs eeuwigdurend in de hel tot Haar eer in geknielde positie te blijven en hoorbaar met de lofprijzing aan “de Meesteres van alle zielen” door te gaan.

Maria verzekerde mij dat de bestrafte duivels onder geen beding in staat zijn om hun lofprijzing aan de Meesteres van alle zielen te onderbreken, want dat Haar volmaakte macht over hen dit verhindert. Maria verklaarde dat Zij duivels slechts van het merkteken van een dergelijke eeuwige straf kan voorzien in de mate waarin de Wet van de Goddelijke Gerechtigheid dit mogelijk maakt, en dat dit afhangt van de diep beleefde toewijding vanwege de zielen aan Haar, van hun boetedoening, hun offers en de mate waarin zij Haar erkennen als Meesteres van alle zielen.

.

Opmerking

.

Maria geeft mij de toelating, melding te maken van het feit dat tijdens het intikken van deze buitengewone openbaring, de computer waarop deze Openbaringen verzameld worden, onvoorstelbaar eigenaardige stoornissen vertoont (onder andere het oncontroleerbaar in allerlei richtingen verspringen van de cursor, alsof deze plots kriskras over het scherm heen begint te flitsen…). Het is opmerkelijk hoezeer deze computer tot mikpunt van vreemde verschijnselen is geworden sedert het verwerken van de openbaringen over Maria’s contacten met duivelen.

.

Slotopmerking

.

De Meesteres van alle zielen heeft het bovenstaande visioen verleend als een bijzonder indrukwekkende bevestiging voor het feit dat de tijd nadert, in dewelke het beeld van de Hemelse Koningin wier voet op de helse slang drukt, een waarneembare werkelijkheid zal zijn.

Dit beeld is echter reeds nu een realiteit, niet slechts in Gods ogen doch in het algemeen, in die gebeurtenissen waarin de Meesteres van alle zielen werken van duivelen onwerkzaam maakt in de mate waarin de toewijding en overgave van zielen aan Haar het mogelijk maakt dat Haar macht zichtbaar wordt.

Maria’s macht is onbeperkt, doch zij wordt in uiteenlopende mate geremd in haar uitwerkingen door de Wet der Goddelijke Gerechtigheid. Maria’s macht kan slechts merkbaar tot uitdrukking worden gebracht in de mate waarin de mensheid zich heiligt.

De visioenen over de bestraffing van duivelen door Maria, die de Meesteres mij gedurende enige tijd op intensieve basis verleende, spreken boekdelen. Deze visioenen mogen echter (nog) niet worden gepubliceerd, omdat – aldus Maria Zelf – de staat der genade van de mensheid dit op dit punt niet toestaat. Ik, die deze beelden heb mogen aanschouwen, betuig de Hemelse Waarheid ervan, en betuig derhalve de grenzeloze macht van de Meesteres van alle zielen over elke bron van duisternis en over elk plan van duisternis.

Het gaat bij deze visioenen in geen geval om één of andere fantasie, doch om het onverdiend genadegeschenk door hetwelk ik, onwaardige ziel, een voorafbeelding heb gekregen van datgene wat nu reeds voltooide werkelijkheid is en op zekere dag waarneembare werkelijkheid zal worden: de definitieve Triomf van de Vrouw over de duisternis.

Zij heeft reeds in Haar Onbevlekte Ontvangenis de duisternis volkomen overwonnen, doch zal deze overwinning nogmaals herhalen in vertegenwoordiging van alle zielen, in het uur waarin de satan zichtbaar onder Haar voeten zal liggen, totaal vernederd en overwonnen. Het gaat hier om niets minder dan een Belofte van God die door de Meesteres van alle zielen nu reeds voor Haar dienares zichtbaar heeft gemaakt ten behoeve van dier vorming in de meest strikte dienst aan de Koningin des Hemels in Haar allerhoogste eigenschap.

Ook ikzelf heb tijd nodig gehad om „klaar te komen“ met de gedachte dat mij meermaals de onbeschrijflijke vervoering werd vergund, mijn Hemelse Meesteres te mogen zien in een machtsontplooiing die men zich nauwelijks kan voorstellen, tijdens dewelke duivels, belichamingen van alle ellende van deze wereld, op Haar bevel aan Haar voeten moesten liggen.

Pas later begreep ik dat Zij mij dit genadegeschenk bereidde opdat ik in staat zou zijn om op basis van eigen ervaring en een beleving die in het allerdiepste van mijn hart was gebrand, onvermoeibaar de boodschap van volkomen hoop aan de zielen over te brengen.

Maria laat mij er bij alle zielen op aandringen dat zij blind in de Meesteres van alle zielen zouden geloven, opdat Zij in staat moge worden gesteld om de hel daadwerkelijk te doen beven. Er staat niets minder op het spel dan het Geluk en de Vrede van alle mensen, evenals de grondvesting van Gods Rijk op aarde.

.

.

eeuwig in het paradijs of eeuwig in de hel

Pasteltekening van John Astria

.

.

Twaalf krachtige aanroepingen tot Maria in de strijd tegen de duisternis

.

1  . “Maria, machtige Meesteres van alle zielen, ik lever alle duisternis over aan Uw macht”.

2  . Op 12 december 2006 sprak Maria: “Telkens een ziel tijdens een bekoring zegt:

‘Maria, machtige Meesteres van mijn ziel, ik lever de duivel
die mij hiertoe tracht te bekoren, aan Uw voeten uit’

wordt de vernedering voor de satan volkomen, want dan dwing Ik hem voor Mij op de knieën“.

 3  . “Mijn Meesteres, ik verheerlijk Uw macht, opdat Gods Rijk op aarde kome.

Maria zegt over deze aanroeping (Openbaring van de Meesteres van alle zielen, 18 mei 2007):

“Deze aanroeping heeft een onoverzienbaar grote macht op Gods Hart, want de grondvesting van het Rijk Gods op aarde is onlosmakelijk verbonden met de erkenning van Mijn grenzeloze macht, die symbool staat voor de totale overwinning van de mensenziel over alle duisternis”

  • Met betrekking tot de volgende aanroeping vraagt Maria, dat deze dagelijks op het middaguur geknield zou worden uitgesproken:

4   . “Geprezen en verheerlijkt zij Maria, de machtige Meesteres van alle zielen, in Haar overwinning over de duisternis”

5   . “Mijn machtige Meesteres, wil in de kern van mijn wezen binnentreden, opdat ik met U in mij de poorten der hel kan bestormen, want voor U vlucht alle duisternis”.

6   . “Maria, machtige Hemelse Koningin, ik behoor helemaal U toe, bescherm mij tegen alle kwaad”.

7   . “Maria, mijn machtige Hemelse Moeder en Meesteres, wil mij met U bekleden, want U bent de ondoordringbare Schutsmuur van Goddelijk Licht”.

8   . “Maria, hoog verheven Hemelse Koningin en Meesteres van alle zielen, ontplooi toch Uw onbegrensde macht over alle duisternis die mij en mijn gezin bedreigt”.

9   . “Maria, onze hoog verheven Meesteres, Uitverkorene van onze God, ontplooi Uw onbegrensde macht over alle duisternis”.

10   . “Onbevlekte Allerheiligste Maagd Maria, Moeder van het Licht der Wereld en Schrik der duivelen, toon nu Uw onoverwinnelijke macht over alle kwaad. Verjaag alle duisternis in de Hemelse gloed van Uw verheerlijkt Wezen. Baar het lichtend Kruis van Jezus Christus en Zijn verblindende Liefde in al Uw kinderen”.

11   . “O Maria, onze onbevlekt ontvangen Medeverlosseres die de kop van de duivel zult verpletteren, ik offer al mijn lijden op aan het verlossend Kruis van Jezus en leg het in Uw Smartvol Hart, opdat het moge worden tot heilig Licht dat de satan verblindt”.

12   . “O Maria, afstraling van het Goddelijk Licht, beheers het hart van ieder mens, opdat geen ziel meer ten prooi zou vallen aan de eeuwige duisternis”.

.

.

Uitleg over de eindtijden door John Astria

.

.

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

John Astria

John Astria

God bestaat echt.

Standaard

categorie : religie

.

.

God en geloof

God en geloof

pasteltekening van John Astria

.

.

Wat zijn de bewijzen dat God bestaat?

.

Vele mensen zeggen dat God niet bewezen kan worden. Dat is je reinste onzin natuurlijk, want elke realiteit kan bewezen worden. Als er geen sluitende bewijzen voor het bestaan van God kunnen worden aangetoond, dan bestaat God niet. Dat is zo klaar als een klontje.

.

God is geen vage illusie maar een realiteit die honderden miljoenen mensen over de hele wereld elke dag met raad en daad bijstaat, die overal op aarde wonderen doet en zijn aanwezigheid op overweldigende wijze laat merken aan ontelbare gelovigen. Het christelijk geloof is de laatste tijd dan ook in een fenomenale opmars, overal ter wereld. Het drama is echter dat het journaal ervoor kiest om nooit iets van God te laten zien, terwijl ze wel voortdurend de ellende en de invloed van het kwaad in de mensen tentoonspreiden. Toch is God wereldwijd bijzonder actief en zijn ingrijpen bij miljoenen mensen is verbazingwekkend en geweldig hoopgevend.

.

Er zijn twee soorten bewijzen voor het bestaan van God:

natuurlijke en bovennatuurlijke.

.

Veel mensen beweren dat het bovennatuurlijke niet bestaat, maar dat is het gevolg van onwetendheid of onwilligheid. Er zijn heel wat bovennatuurlijke realiteiten in onze wereld, die gelden als bewijs voor het bestaan van God. Er zijn bijvoorbeeld :

  • de vele duizenden medisch gedocumenteerde wonderen van genezing die wereldwijd gebeuren,
  • de duizenden voorvallen van mensen (zelfs duizenden moslims) die in een visioen een levensveranderende ontmoeting hebben met Jezus Christus,
  • er zijn de ontelbare wonderlijke ervaringen met engelen waar indrukwekkende documentaires van gemaakt zijn,
  • de krachtige gaven van de Heilige Geest zoals tongentaal en profetie die levens van miljoenen mensen op krachtige wijze veranderen, enzovoort.

.

God is de meest krachtige realiteit op aarde, miljoenen mensen

ervaren hem dan ook op een wonderbare en levensveranderende wijze.

.

Daarnaast zijn er de natuurlijke feiten om ons heen die laten zien dat er een Schepper bestaat, die verant- woordelijk is voor het ontstaan van de aarde. Als je bijvoorbeeld kijkt naar de duizelingwekkende complexiteit en het extreme technische vernuft van de natuur, dan ontkomt een eerlijk denkend mens niet aan de conclusie dat al die wonderen door een geweldig machtig en duizelingwekkend wijs God geschapen moeten zijn. Dat is dan ook de conclusie die steeds meer wetenschappers trekken, als ze met een open geest naar de verbijsterende mate van technisch vernuft kijken, die ze in de natuur waarnemen.

.

Ben je bereid om eerlijk te zijn?

.

Het belangrijkste bij het kijken naar onderstaande feiten is of je bereid bent echt eerlijk te zijn. Er zijn heel wat mensen die pertinent geen enkel bewijs voor het bestaan van God willen erkennen. Zelfs als je hen de meest steekhoudende argumenten laat zien, sluiten ze hun ogen. Als je een grote nieuwe ontdekking wilt kunnen doen heb je moed, eerlijkheid en nederigheid nodig.

.

Angst om iets nieuws te leren, trots om iets te erkennen of

gewoon oneerlijkheid helpen nooit iemand.

.

#1 Bewijs dat God bestaat:

.

De natuur wijst op een meesterlijke Kunstenaar en Ontwerper

.

In deze tijd is het makkelijk om mensen wijs te maken dat God niet bestaat, omdat de meeste geen besef meer hebben van de onvoorstelbare wonderen van de natuur. We leven in betonnen huizen en zetten zelden een stap in de wijdse, prachtige natuur. Dat maakt ons blind voor de majesteit die de natuur laat zien.

Net zoals we in de schilderijen van Rubens de hand van een meester, zo zien we in de miljoenen wonderen van de natuur de hand en het brein van een fenomenaal grote Kunstenaar en Uitvinder.

.

Kijk eens naar onderstaande natuurfoto’s, en denk even eerlijk na

over de enorme mate van technisch vernuft die in deze creaties aanwezig is

.

.

pauw

.

.

eend

.

.

bestaat god bewijzen natuur-bloem

.

.

bestaan god bewijs natuur

.

.

vlinder

.

.

gans

.

.

.

Kan dat allemaal door blind, dom toeval ontstaan zijn?

.

Als je beseft hoeveel duizenden jaren onderzoek, ontwikkeling en opeenstapeling van menselijke kennis er nodig waren, om alleen nog maar dode machines te maken, hoeveel meer intellect en macht is er dan wel niet nodig om levende wezens te maken, die zichzelf voeden, zichzelf reproduceren, enzovoort?

Een gsm of computer ontstaan niet zonder intellect. Toch zijn ze dood, kunnen zichzelf niet voeden of herstellen, ze ademen niet en reproduceren zichzelf niet. Hoeveel meer inzicht is er wel niet nodig om bijvoorbeeld een vogel te laten ontstaan, die zichzelf wel voedt, die communiceert met anderen, wiens kleine wonden vanzelf genezen, die gevoelig is voor temperatuur, die voeding kan verteren en uitschelden, die groeit en zich reproduceert en zo ontzettend veel meer kan.

.

Is het niet meer dan logisch om te erkennen dat de vele wonderbare

levende creaties in de natuur ontstaan zijn, dankzij het

duizelingwekkende brein van een Schepper?

.

.

#2 Bewijs dat God bestaat:

.

De evolutietheorie is niet bewezen

.

Overal om je heen hoor dat het leven is ontstaan door evolutie. Maar wist je dat er tienduizenden wetenschappers zijn die de evolutietheorie afdoen als onbewezen en zelfs onwetenschappelijk? Wist je dat er nog nooit een onweerlegbaar bewijs voor evolutie geleverd is? Wist je dat deze theorie gebaseerd is op onbewezen veronderstellingen en hypothesen?

Wist je dat meer en meer eerlijke wetenschappers erkennen dat er heel wat mis is met deze theorie? Het feit dat de evolutietheorie absoluut niet bewezen is, is een bevestiging van het feit dat vernuftige techniek, zoals wat we in de natuur zien, nooit door blind en dom toeval ontstaan kan zijn.

.

Doelmatige systematiek en complexe techniek ontstaan nooit

ofte nimmer zonder intelligentie.

.

#3 Bewijs dat God bestaat:

.

Duizenden moslims zien visioenen over Jezus Christus

.

Moslims hebben geen kennis van het evangelie of van Jezus. Ze worden vaak sterk geïndoctrineerd tegen het christelijk geloof. Ondanks de intense vijandigheid jegens Jezus Christus waar miljoenen moslims in opgroeien, zijn er duizenden die getuigen hoe ze ineens een bijzondere droom of visioen krijgen waarin ze Jezus Christus ontmoeten. Hij vertelt hen dat Hij de Zoon van God is, die hen kan verlossen en door wie ze een relatie met God kunnen krijgen. Er is een documentaire gemaakt, getiteld MORE THAN DREAMS, waarin vijf moslims hun getuigenis geven, hoe ze Jezus Christus ontmoetten in een droom.

.

 #4 Bewijs dat God bestaat:

.

Wonderen van genezing

.

De anti-christelijke media doet hun best om het wereldwijde fenomeen van gebedsgenezingdood te zwijgen, maar het is wel degelijk een wereldomvattende realiteit. Overal op aarde worden duizenden ongeneeslijk zieken wonderbaar genezen door de aanraking van Jezus Christus. Er zijn honderden christelijke bedieningen die tijdens hun bijeenkomsten bidden voor de zieken, en die veel mensen zien genezen.

.

Er is zelfs een website waarop honderden christelijke artsen,

wetenschappers dus, genezingswonderen onderzoeken

en medisch bevestigen.

.

Dat is geen inbeelding maar levensveranderende realiteit die gebeurt over de hele aarde, bij vele duizenden mensen. Dit is typisch een realiteit waarvoor veel mensen best en hardnekkig hun ogen sluiten. Maar intussen gebeurt het wel gewoon, in elke natie op aarde, en duizenden mensen getuigen ervan, waaronder vele artsen.

.

#5 Bewijs dat God bestaat:

.

Ervaringen met engelen

.

Mensen over de hele aarde en uit alle culturen ervaren engelen.

.

Dankzij de ontwikkeling van media, is het tegenwoordig mogelijk om de vele dramatische getuigenissen van mensen overal op aarde vast te leggen. Deze verhalen worden ernstig en kritisch onderzocht en vele blijken accuraat en betrouwbaar te zijn. Het bestaan van engelen kan niet langer ontkend worden. Het is eveneens een sterk bewijs dat God bestaat.

.

#6 Bewijs dat God bestaat:

.

Opwekkingen uit de dood

.

Steeds vaker worden doden opgewekt door gebed van christenen.

.

Jezus Christus wekte mensen op uit de dood en gaf zijn volgelingen de opdracht dat ook te doen. Gebeurt dat nog in deze tijd? Absoluut. Steeds vaker worden berichten bekend van mensen die baden voor een zieke, die weer tot leven kwam.

.

#7 Bewijs dat God bestaat:

.

Visioenen van hemel en hel

.

Dankzij de toenemende beschikbaarheid van media, worden deze verhalen meer en meer bekend. Op onderstaande pagina zie je diverse getuigenissen van mensen die in de hemel geweest zijn en die vertellen wat ze daar gezien hebben. In de Bijbel zie je ook dat mensen ervaringen met de hemel hadden en op aarde vertelden wat daar gebeurde. De hemel is echt en het is een zoveelste bewijs dat God bestaat.

.

#8 Bewijs dat God bestaat:

.

De gaven van de Geest

.

Miljoenen mensen ervaren God, door de gaven van de heilige Geest.

.

De Bijbel zegt dat Jezus Christus ons wil dopen in vuur en in de Heilige Geest. De Heilige Geest geeft ons onder andere de zogeheten ‘gaven van de Geest’. Deze gaven zijn bovennatuurlijke werkingen van God in ons, die ons helpen om God te ervaren en zijn verlossing, liefde en kracht aan elkaar door te geven. Voorbeelden van de gaven van de Geest zijn: tongentaal, profetie, wonderen, enz.

.

Website bewijst dat God bestaat

.

Bestaat God? Jazeker! Ontdek het op onze internationale website GODISREAL.today Deze website bewijst op zeer overtuigende wijze het bestaan van God. Het is wel een engelstalige site, hoewel de taal zeer eenvoudig is. Dus zelfs met een beetje basiskennis van het Engels zul je al genieten van deze website. Daar vind je veel meer bewijzen voor het bestaan van God dan hier. De hele site is eraan toegewijd.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

John Astria

Scientist who dug into hell / Wetenschapper groef zich naar de hel

Standaard

category / categorie : viodeo

 

 

 

 

Scientist who dug into hell

.

Wetenschapper groef zich naar de hel

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

De duivel en Pater Pio

Standaard

categorie : religie

 

 

 

saint_padre_pio_postcard_004-p239242458678405622baanr_400

 

 

 

De Duivel

 

De duivel bestaat. Zijn actieve rol behoort niet tot het verleden en kan ook niet herleid worden tot het domein van de menselijke verbeelding. In werkelijkheid gaat de duivel vandaag onverminderd voort met het verleiden tot zonde. Om vele redenen moet de houding van de volgeling van Christus tegenover Satan er een zijn van waakzaamheid en van strijd en niet van onverschilligheid.

De huidige tijdsgeest heeft de figuur van de duivel verbannen naar de mythologie en de folklore. Baudelaire bevestigde juist dat het meesterwerk van Satan in deze moderne tijd er precies in bestaat te maken dat men niet meer in zijn bestaan gelooft. Bijgevolg is het niet gemakkelijk zich voor te stellen dat Satan toch blijk heeft gegeven van zijn bestaan toen hij gedwongen werd felle gevechten met pater Pio aan te gaan. Zulke ‘veldslagen’, die vermeld werden in de briefwisseling van de vereerde confrater met zijn geestelijke oversten, waren werkelijk echte gevechten op leven en dood.

 

 

 

Een van de eerste contacten die pater Pio had met de vorst van het kwaad gaat terug tot 1906 toen hij naar het klooster van Sant’Elia in Pianisi was teruggekeerd. Tijdens een zomernacht kon hij de slaap niet vatten door de drukkende hitte. Hij hoorde in de aangrenzende kamer voetstappen van iemand die heen en weer liep. “Die arme Anastasio kan ook niet slapen zoals ik”, dacht pater Pio. “Ik wil hem in ieder geval voorstellen dat we met elkaar wat zouden praten.”

Hij ging naar het venster en riep zijn metgezel maar zijn stem stokte in zijn keel. Op de vensterbank van van de aangrenzende kamer stond een rijzige afgrijselijke hond. Pater Pio vertelde: “Met ontzetting zag ik een grote hond langs de deur binnenkomen. Uit zijn muil kwam veel rook. Ik viel op mijn rug op het bed en hoorde hem zeggen: “Hij is het, hij is het!” Terwijl ik in die houding lag zag ik het beest een sprong maken naar de vensterbank vanwaar het zich naar het tegenoverliggende dak lanceerde om daarna te verdwijnen.

 

 

De listen van Satan om misbruik te maken van de doodkalme pater manifesteerden zich op allerlei manieren. Pater Agostino bevestigde ons dat Satan verscheen onder de meest uiteenlopende gedaanten: “onder de gedaante van naakte jonge meisjes die wellustig dansten, onder de gedaante van een gekruisigde, onder de gedaante van een jeugdige vriend van de broeders, onder de gedaante van de geestelijke vader of van pater provinciaal, van paus Pius X en van zijn engelbewaarder, van Sint-Franciscus, van de heilige Maria maar ook manifesteerde Satan zich in zijn afschuwelijke gelaatstrekken, met een leger van geesten uit de hel.

Soms was er geen enkele verschijning maar werd de arme pater geslagen tot bloedens toe, gekweld door oorverdovend lawaai, ondergespuwd, enz. Hij slaagde erin zich van deze aanvallen te bevrijden door de naam van Jezus te aanroepen.

 

 

De gevechten tussen pater Pio en Satan verbitterden vooral wanneer de pater de bezetenen van de duivel bevrijdde. Meer dan eens – zo vertelde Pater Tarcisio van Cervinara – schreeuwde de Boze alvorens het lichaam van een bezetene te verlaten: “Pater Pio, jij bezorgt ons meer last dan Sint-Michaël”. En ook: “Pater Pio, ontneem ons de zielen niet en wij zullen jou niet lastig vallen”.

 

 

 

 

Laat ons even kijken hoe pater Pio de aanvallen van Satan beschrijft in de brieven die hij naar zijn geestelijke oversten verstuurde.

 

 

 

 

Brief aan pater Agostino van 18 januari 1912:

“… Blauwbaard wil zich niet gewonnen geven. Hij heeft bijna alle mogelijke gedaanten aangenomen. Sedert verschillende dagen komt hij mij bezoeken met nog meer satellieten, gewapend met stokken en ijzeren werktuigen en wat het ergste is, onder hun eigen gedaanten. Wie weet hoeveel keer hij mij uit mijn bed geworpen heeft en mij door de kamer gesleept! Maar wacht! Jezus, moedertje Maria, het engeltje, Sint-Jozef en Sint-Franciscus zijn bijna altijd bij mij.”

 

 

Brief aan pater Agostino van 5 november 1912: 

“Dierbare vader, ook deze tweede brief van u, heeft –God zij dank – hetzelfde lot ondergaan als de vorige. Ik ben ervan overtuigd dat pater Evangelista u al op de hoogte heeft gebracht van de nieuwe fase van de oorlog die die vuile afvalligen tegen mij zijn begonnen. Omdat zij, vader, de volharding waarmee ik u hun hinderlagen rapporteer niet kunnen breken, hebben ze zich vastgeklampt aan dat andere extreem: ze zouden me in hun netten proberen te strikken door mij te beroven van de raadgevingen, die u mij geeft in uw brieven, mijn enige steun. Ter ere van God en om ze in verlegenheid te brengen zal ik dat verdragen.

Ik zeg u dan nog niet op welke manier die ellendelingen mij gaan treffen. Soms heb ik het gevoel dat ik ga sterven. Zaterdag leek het alsof ze me wilden afmaken. Ik was ten einde raad. Ik wendde me tot mijn engelbewaarder en nadat hij een tijdje op zich had laten wachten zweefde hij uiteindelijk rond mij. Met zijn engelachtige stem zong hij hymnen voor de goddelijke Majesteit. Er speelde zich dan een van die gewone scènes af: ik berispte hem streng omdat hij zolang op zich had laten wachten terwijl ik niet had opgehouden hem ter hulp te roepen.

Om hem te straffen wilde ik niet in zijn gezicht kijken. Ik wilde me verwijderen. Ik wilde hem mijden maar de arme raakte bijna huilend toch tot bij mij en vatte me bij de kraag. Ik richtte mijn blik omhoog, staarde hem in het gelaat en zag dat hij heel veel verdriet had.

 

 

Brief van 18 november 1912 aan de Eerwaarde Heer Augustin:

De vijand wil mij niet loslaten, hij belaagt mij voortdurend, hij doet alles om mij te vergiftigen  met zijn helse valstrikken. Het spijt mij enorm dat ik u deze feiten moet vertellen.Wel te verstaan, dat de duivel mij ervan wil weerhouden u van deze feiten op de hoogte te brengen, terwijl hij me voorstelt u slechts van zijn goede bezoeken te vertellen, deze die u kunnen behagen of verheffen.

De aartsbisschop, op de hoogte gebracht van deze aanvallen van onzuivere geesten, welke in uw brieven plaatsvinden, gaf mij de raad tegenover hem, uw laatste brief te openen. Welnu, terwijl wij hem openden, vonden wij de inhoud bedekt met inktvlekken. Was dat misschien op een andere manier de wraak van Blauwbaard ? Alhoewel, ik zou het niet kunnen begrijpen dat u een brief in zo een smerige staat  zou verzonden hebben, nochtans moet ik u bekennen dat ik moeite had deze brief te ontcijferen.

In het begin schenen de letters  onleesbaar, maar na dat ik op de brief een kruisbeeld had geplaatst en hem onder een sterk licht had gehouden, kwamen wij ertoe de inhoud van de brief te ontcijferen“.

 

 

Brief van 13 februari 1913 aan de E.H. Augustijn:

“ Het  is nu al 22 dagen dat “ze” me hardnekkig vervolgen. Mijn lichaam draagt de sporen van ontelbare slagen die “ze” mij hebben toegebracht. Meermaals, zijn “ze” zover gegaan, dat zij mijn hemd van mijn lichaam rukten om mij te slaan.

 

 

Brief van18 maart 1913 aan EH Benedetto:

“Deze duivels houden niet op me te slaan en mij uit mijn bed te doen vallen, ze slagen er zelfs in mijn hemd uit te trekken en mij te radbraken. Op dit ogenblik jagen ze mij geen angst meer aan. Soms, in zijn grote liefde, richt Jezus mij op en strekt mij uit in mijn bed.

 

 

Zekere dag, overschreed Satan de grens van het toelaatbare, door zich aan pater Pio voor te doen als een biechteling. Hierna volgt de getuigenis van Pater Pio: “Op een zekere morgen, wanneer ik in de biechtstoel zat, bood een heer zich aan. Hij was mager, slank, en gekleed met een zeker raffinement en hij was zeer minzaam. Hij begon met zijn zonden te biechten, zonden tegenover God, tegenover zijn evennaaste, tegenover de moraal en nog verschillende andere zonden.

Erg vreemd, maar een ding trof mij nochtans. Bij elk van zijn bekentenissen, nadat ik hem enkele terechtwijzingen had gedaan met betrekking tot zijn zonden, terechtwijzingen die ik had geformuleerd zoals het hoorde in Gods naam, naar kerkelijke traditie en naar de bevindingen van de Heiligen, nam de biechteling mijn woorden over en gebruikte hen met een buitengewone handigheid en bevoegdheid, om zich te verschonen van de zonden die hij zojuist gebiecht had.

Met een subtiele handigheid, trachtte hij telkens aan te tonen dat de immorele aktes die hij begaan had in feite natuurlijk waren, normaal en uit menselijk oogpunt begrijpelijk. Hij redeneerde op dezelfde wijze voor wat de zonden tegenover de Heer God  betrof, tegenover de H. Maagd of tegenover de Heiligen; en eveneens wat betrof de zonden met een onbeschrijfelijke morele smerigheid. Tegenover zulke bewijsvoering, naar voor gebracht om de beurt met een vriendelijkheid, handigheid en aandrang, stelde ik mij de vraag wie die man wel mocht zijn en vanwaar hij wel afkomstig was.

Ik observeerde hem met aandacht, naar enig teken van herkenning op zijn gelaat speurend, terwijl ik heel aandachtig naar hem luisterde teneinde niets van zijn argumenten te vergeten en in de mogelijkheid te zijn hen ten gepaste tijde te beredeneren. Op zeker ogenblik, ontving ik, door middel van een zeer intens innerlijk licht, de openbaring wie ik in feite voor mij had; op een autoritaire en gedecideerde toon, riep ik uit, “Leve Jezus, Leve Maria”. Nauwelijks had ik deze zoetklinkende en krachtige woorden uitgesproken, met als onmiddellijk gevolg dat de Duivel in een vuurbol verdween, een niet in te ademen stank achterlatend.

 

 

Eeerwaarde Heer Pierino, geestelijk directeur van pater Pio, bevond zich op een zekere dag nabij pater Pio, dag op dewelke Satan de pater uitdaagde, en waarvan zijn gewetensdirekteur hier getuigenis aflegt. “Op zekere morgen, nam e.h Pio de biecht af, ik kon het zien, want de gordijntjes van de biechtstoel waren niet volledig dicht geschoven. De biechtelingen wachtten hun beurt af, ze zaten op een rij aan een kant van de biechtstoel. Ik las mijn brevier en bij tussenpozen wendde ik mijn hoofd in de richting van e.h .PIO.

Een man met een imposante gestalte en een verleidelijk voorkomen kwam binnen onder de stijl van de kleine deur, rechts van het oude kleine kerkje. Hij droeg een donkere jas en een geruite broek. Zijn haren waren licht grijzend en zijn ogen levendig en duister. Ik wou verdergaan met mijn brevieren, maar een inwendige stem fluisterde mij in ,”stop en kijk”. De man ging zonder zijn beurt af te wachten enkele passen voorwaarts daarna enkele passen achteruit, hij ging voor de gordijntjes staan en terwijl de biechteling opstond om de biechtstoel te verlaten, plaatste hij zich voor de e.h. Pio, op die wijze dat hij mij het zicht op de biechtstoel ontnam.

Enkele ogenblikken later, zag ik de man verdwijnen met geopende benen, onder de planken, terwijl op de plaats waar een ogenblik geleden ik priester Pio gezien had, ik nu het gezicht van Jezus bemerkte, mooi, jong en blond, achter de rugleuning van de bank, terwijl hij toekeek hoe de man door de plankenvloer drong. Daarna zag ik e.h. Pio die uit de hoogte komend zich weerom neerzette op zijn plaats terwijl zijn persoon versmolt in deze van Jezus. Vervolgens zag ik nog enkel e.h. Pio.

Met zijn zware stem zegde hij, “Kom op kindertjes, willen jullie biechten” Niemand van de mensen die voor de biechtstoel wachtende waren, scheen iets van het voorval bemerkt te hebben, en de biechtviering verliep verder alsof er niets was gebeurd.

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

Zevende miniatuur : vierde visioen van het eerste boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

Zevende miniatuur

 

 

Scivias%20T%207_Boek%20I,4

 

 

Deze miniatuur is eigenlijk heel eenvoudig en heeft vele traditionele motieven. De Stem uit de hemel zegt er dit bij:


”Wat nu het volgende betreft, ‘dat een andere bol (geest) zich losmaakte uit de omtrekken van zijn eigen vorm en haar eigen knopen losmaakte’: dat is omdat die ziel de lichamelijke leden van haar woonplaats (het lichaam) achter zich laat en ook de verbinding tussen deze ledematen verlaat, op het ogenblik dat de ontbinding van deze woonplaats is aangebroken;

en ‘dat zij zich … ervan losmaakte en haar woonplaats … aan ontbinding overliet’: dat is omdat zij, wanneer zij zich … uit haar lichaam verwijdert, de plek van haar woonplaats laat instorten, wat haar … vrees inboezemt, omdat zij … het naderende oordeel van de opperste rechter tegemoet moet zien, omdat zij dan de waarde van haar werken zal inzien, op basis van het rechtvaardige oordeel van God, (de afbeelding onderaan op de miniatuur).

En hierom ook is het dat, ‘wanneer de ziel aldus ontbonden is, dat zowel lichtgevende als duistere geesten naderbij treden, die de bol (menselijke geest) vergezeld hadden zolang zij zich nog in die woonplaats bevond’: omdat op het moment van die ontbinding, wanneer de menselijke ziel zijn woonplaats verlaat, engelachtige geesten, zowel goede als slechte, in overeenstemming met de rechtvaardige en juiste beschikking van God, aanwezig zijn;

en ‘ze wachten op de losmaking, zodat ze haar, zodra zij volledig ontbonden is, met zich kunnen meevoeren’: zij wachten immers eveneens op het oordeel van de rechtvaardige rechter over deze ziel op het ogenblik van de scheiding van de ziel van haar lichaam, zodat ze haar, gescheiden van haar lichaam, naar de plek kunnen voeren waar zij zal worden geoordeeld door de opperste rechter volgens de verdiensten van haar eigen werken, net zoals het u, o mens, hierboven waarheidsgetrouw werd getoond.” (namelijk naar de duistere gebieden, de middelste afbeelding op de miniatuur, of naar de lichte gebieden, de bovenste afbeelding).

 

De miniatuur laat onder meer zien, hoe de vijanden waken rond het sterfbed, uit angst dat deze prooi hun nog zal ontsnappen. De aanvoerder van de duivels grijpt al naar een voet en hand van de ziel die in de vorm van een klein kind door de mond van de stervende vrouw het lichaam verlaat. Maar één der engelen die uit de hemel komt ontvangt haar zuster, de ziel, met handen die bedekt zijn door een linnen doek: een antiek gebaar van eerbied.

Tellen we de engelen die de ziel staan op te wachten dan zijn het er negen, het symbolisch getal van de koren der engelen. Bij de duivels telt men er zeven die samen erg luguber aandoen met hun witte ogen en lippen. De bovenste helft van de miniatuur toont ons de hel en de hemel; naar een van beide gaat de ziel volgens haar verdiensten.

De hel is heel traditioneel voorgesteld. Lucifer is gezeten op een draak met opengesperde muil, terwijl zijn trawanten de veroordeelde zielen in de vlammen folteren. We ontmoeten deze motieven op de voorstellingen van het laatste oordeel in de portalen van de romaanse en vroeg-gothische kathedralen.

Er zijn achtentwintig figuurtjes (4 x 7) in de hel getekend. Het bovenste gedeelte beeldt de hemel uit in twee voorstellingen. De ene beeldt het hemels paradijs uit en de andere een driehoekige stad. De zeven in gouden gewaden geklede zielen in deze stad zijn de symbolische betekenis hebben van het volmaakte getal der scheppingsdagen en van de sacramenten. Bovenaan in het midden steekt de scheppende en zegenende hand van God uit de wolken.

Ook deze miniatuur is traditioneel, maar één nieuwe bijzonderheid valt op: voor het éérst is de metaalkleur zilver duidelijk aangewend, die, zoals we in het vervolg zullen zien, wijst op het geloofslicht zolang we nog hier op aarde zijn. Het zilver zal in de volgende miniaturen steeds méér voorkomen en op de duur ook aan betekenis winnen.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

 

Zit Satan in de hel?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

5339082038a10416626799l.jpg-1

 

 

Veel christenen denken dat Satan in de hel is, maar het is niet het geval, en het is zelfs gevaarlijk zo te denken. De realiteit is dat hij erg actief aanwezig is, onder ons, om mensen én zelfs christenen kwaad te berokkenen, en we doen er goed aan ons daarvan bewust te zijn.

 

 

 Satan is niet in de hel maar onder ons actief

 

Satan zal pas bij zijn vierde (en laatste) val in de hel (gehenna, poel van vuur) terechtkomen. Hier
een overzicht van zijn toestand en zijn capaciteiten.

 

 

 

1ste Val

 

Satan zondigde vóór de zondeval (Genesis 3). Vermits hij Adam en Eva wilde aftrekken van God, was hij reeds in een zondige toestand gekomen. De Bijbel noemt Satan de eerste zondaar (1 Johannes 3:8). Deze val van Satan was eerder een “morele” dan een “geografische” val. Eigenlijk is er maar één val van Satan, zijn oorspronkelijke morele daad van opstand tegen God.

Daarna is hij nog drie keer gevallen, maar dat moet gezien worden als het gevolg van zijn aanvankelijke opstand. De volgende keren val valt hij nog louter ‘geografisch’. Zijn tweede val gaat van hemel naar aarde, zijn derde van aarde naar abyssos en zijn vierde van abyssos naar de hel (poel van vuur), stapsgewijs in neergaande lijn dus.

Hij viel moreel van God af maar hij bleef toegang krijgen tot Gods troon en de engelen (Job 1:6; 2:1). Hij werd toen niet neergeslagen en verwijderd uit de hemel, maar bleef operatief in de “hemelse gewesten” (Efeziërs 2:2; 6:12).

Hij kan daar nog steeds de broeders aanklagen (Openbaring 12:10). Alhoewel Satan in de hemel geen gezag meer heeft, heeft hij dat wel m.b.t. de aarde (Mattheüs 4:8-9; Efeziërs 2:2; 6:12; 1 Johannes 5:19). Op te merken valt echter dat Satans macht door God wel gelimiteerd is, zoals we kunnen lezen in Job 1:12 en 2:6. Hij is niet gelijk aan God (1 Johannes 4:4).

Wat Satan niét verloor weten we nu ongeveer, maar wat hij bij zijn eerste val wèl verloor is zijn schoonheid, luister, wijsheid, en zijn positie van cherub. Hij en zijn afvallige engelen verloren ook niet de capaciteit om op aarde in een lichaam te verschijnen om de mens te misleiden. Pater Pio, één van de grote heiligen, kreeg bezoek van de duivel in een mensengedaante. Ook getrouwe engelen kunnen dat.

Over Satans eerste val wordt geschreven in Ezechiël 28:11-19 en Jesaja 14:3-23. De eerste val van Satan vond dus plaats in de tijd van het aardse paradijs, in Eden, vóór de zondeval (Ezechiël 28:13). Hij werd ter aarde geworpen, een oosterse uitdrukking voor ‘hij viel op zijn bek’ (Ezechiël 28:17).

Later zal hij echter geheel letterlijk uit de hemel verwijderd worden (Openbaring 12:9). Zijn ondergang is sinds zijn eerste zonde eigenlijk al onomkeerbaar: het zaad (Jezus Christus) van de vrouw (Israël) zal hem uiteindelijk de kop vermorzelen (Genesis 3:15). Hij zal uiteindelijk in de “poel van vuur” belanden (Openbaring 20:10; Ezechiël 28:18, 19).

Na zijn val kon Satan zich blijkbaar niet meer materieel-lichamelijk op aarde vertonen. Dit is niet hetzelfde als ‘materialiseren’. Dat laatste veronderstelt een overgang van niet-materie (in casu geest) naar materie, terwijl engelen een (hoger) hemels lichaam bezitten dat ook materieel op de (lagere) aarde kan verschijnen.

Echter, om krachtig te kunnen zijn moet hij op aarde over een lichaam beschikken, en daarom bezet hij (en zijn demonen) graag het lichaam van andere levende wezens. Dit deed hij in Eden door in een slang te varen (Genesis 3), om zich zo aan Eva te vertonen en haar te misleiden. Later voer hij in Judas (Johannes 13:27) en nog later zal hij in de Antichrist varen.

Sommigen spreken nogal eens van ‘incarneren’ wanneer het om de duivel (of de demonen) gaat. Dit is een onjuiste uitdrukking. Incarnatie komt van het kerklatijn incarnatio (van caro, gen. carnis = vlees). In de christelijke terminologie is dit de aanduiding voor de menswording van Gods Zoon. Letterlijk betekent deze term ‘vleeswording’. Van de duivel (of de demonen) kan men niet zeggen dat zij ‘vlees worden’, dat kunnen zij niet. Zij hebben geen vleselijk lichaam ( Lk 24:39), zij bezetten andermans lichaam of vlees.

In Jesaja 14:12 wordt Satan “morgenster” genoemd. In Job 38:4, 7 lezen we dat bij de schepping “de morgensterren tezamen juichten”. Satan was vóór zijn val bij de schepping aanwezig. Maar hij pleegde opstand tegen Gods troon (Jesaja 14:13-14), waarbij hij ten val kwam. Later zal hij voor duizend jaren gebonden worden in de “afgrond” (Jesaja 14:15; Openbaring 20:1-3), en uiteindelijk zal hij in de poel van vuur geworpen worden (Openbaring 20:10).

Als gevolg van zijn opstand kwam Satan ten val. In Jesaja 14:12 wordt gezegd: “Hoe zijt gij uit de hemel gevallen, gij morgenster”. Hij wordt vergeleken met een ster die uit de hemel is “gevallen”. Hij werd afvallig. Ook in de betekenis van: ‘hij viel op zijn bek’. Een vallende ster is in Openbaring iemand die uit zijn hoge positie afvalt of die uit zijn machtspositie omvergeworpen wordt.

 

 

hoofdstuk 13 ; de komst van de antichrist en de valse profeet

hoofdstuk 13 ; de komst van de antichrist en de valse profeet

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

2de Val

 

Satans 2de val is toekomstig en betekent zijn verbanning naar de aarde. Hij verdwijnt daardoor geheel
en al uit alle hemelen (Openbaring 12:7-9). In Openbaring 12:9 wordt Satan volstrekt uit de hemel verwijderd, hij wordt neergeworpen na een felle strijd, en hem wordt dan èlke toegang tot àlle hemelen ontzegd. Dat zal zijn in de helft van de 70ste jaarweek of het begin van de eigenlijke Grote Verdrukking.

De Heer Jezus heeft dit in Lukas 10:18 in een visioen gezien en aangekondigd: “Ik zag de Satan als een bliksem uit de hemel vallen”, zijn tweede val. Satan zal na zijn uitwerping uit de hemelse gewesten, onmiddellijk in de Antichrist varen. Zijn demonen zullen evenzo in de lichamen varen van de handlangers van de Antichrist en die van het herstelde Romeinse rijk.

Hoe verschrikkelijk zullen deze duivelse machthebbers dan op aarde tekeer gaan! Het is van belang om telkens op te merken hoeveel bewijzen er zijn dat de Gemeente vóór de Grote Verdrukking in de hemel zal zijn opgenomen. Zo ook hier. Als de duivel op de aarde geworpen is, kan de Gemeente niet meer beneden zijn, want dan zou het niet meer waar zijn dat wij een strijd hebben tegen de machten in de hemelse gewesten (Efeziërs 6:12).

 

 

 

3de Val

 

De derde val van Satan is zijn verbanning naar de “afgrond” (Gr. abyssos). Hij wordt daar voor duizend
jaren gebonden en opgesloten (Openbaring 20:1-3).

 

 

 

4de Val

 

De vierde val van Satan is zijn verwijdering naar de “poel van vuur” (Gr. limnen tou furos), om er voor
eeuwig te verblijven (Openbaring 20:10). Uit dit schema van de viervoudige val van Satan besluiten wij dat hij nog lang niet in de hel is, maar actief op aarde, als nasleep van zijn eerste val.

 

 

hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

De Tartarus en Abyssos

 

Daarnaast is het wel zo dat er opstandige engelen (demonen) in voorhechtenis zitten, in wat de Schrift
de “Tartarus” (Gr. tartaroo) en “Afgrond” (Gr. abyssos) noemt. Deze zijn daar gevangen en kunnen
ons in deze tijd geen kwaad aandoen.

 

 

1. Tartarus

 

Tartarus is een ander woord voor afgrond – Grieks abyssos.

Het gaat om de BEWAARPLAATS VAN DE ONGEHOORZAME ENGELEN UIT DE TIJD VAN DE VLOED. We moeten hier ruwweg denken aan zoiets als de bewaarplaats van de onrechtvaardige menselijke doden (vgl. ‘de rijke’ uit Lukas 16:19-31) waar die bepaalde afvallige engelen (afzonderlijk) bewaard worden tot aan hun oordeel. Zie 2 Petrus 2:4.

 

 

 

2. Abyssos

 

Abyssos betekent afgrond, diepte, bodemloze put. Het is een BEWAARPLAATS VOOR DEMONEN.
We kunnen hier denken aan wat onder tartarus werd gezegd. Hierna de Schriftplaatsen waar dit woord voorkomt: Lukas 8:31; Romeinen 10:7; Openbaring 9:11; 11:7; 17:8; 20:1,3. Deze demonen zijn voor ons inactief en we hoeven ze dan ook niet te vrezen. Dit is echter niet het geval met Satan en zijn vrije demonen! Hieronder een schema van alle hemelse schepselen. In het rood omcirkeld hun toestand van activiteit, dan wel gebondenheid, met betrekking tot onze tijd:

 

enegelen en demonen

.

.

De missie van Satan

 

Nadat God de mens gemaakt had en Hij alles als heel goed beschouwde (Genesis 1:31), zien we de Satan (zie zijn eerste val hierboven) ruïneren wat God had gemaakt met betrekking tot de eerste twee levende mensen (Genesis 3). Nadat de duivel aanzette tot de val van Adam en Eva zien we verder in de Bijbel het duivelse missiewerk, te beginnen in het boek Job. Dit verhaal brengt ons achter de schermen, naar een kijk vanuit Gods perspectief.

Job 1:6-12: “Het gebeurde op een dag, dat de zonen van God kwamen om hun opwachting te maken
bij de Heere, dat ook de satan in hun midden kwam. 7 Toen zei de Heere tegen de satan:
Waar komt u vandaan? En de satan antwoordde de Heere en zei: Van het rondtrekken over de
aarde en van het rondwandelen erover. 8 De Heere zei tegen de satan: Hebt u ook acht geslagen
op Mijn dienaar Job? Want er is niemand op de aarde zoals hij, een vroom en oprecht man, hij is
godvrezend en keert zich af van het kwaad. 9 Toen antwoordde de satan de Heere en zei: Is het
zonder reden dat Job God vreest? 10 Hebt Ú niet voor hem en voor zijn huis en alles wat hij heeft,
een beschutting gemaakt? Het werk van zijn handen hebt U gezegend en zijn vee breidt zich steeds
verder uit in het land. 11 Maar steek toch Uw hand uit en tref alles wat hij heeft. Voorwaar, hij zal
U in Uw aangezicht vaarwel zeggen. 12 De Heere zei tegen de satan: Zie, alles wat hij heeft, is in
uw hand; alleen naar hemzelf mag u uw hand niet uitsteken. En de satan ging weg van het aangezicht
van de Heere”.

We zien hier dat Satan nog steeds in de hemel kan komen. God vraagt de duivel of hij had gezien dat Job het goede deed in de ogen van de Heer. De duivel merkte op dat God Job en zijn familie te goed beschermde en hem alles gaf en vroeg nu Job op de proef te stellen om te zien of hij nog trouw zou blijven als hem alles werd afgenomen.

De Heer accepteert de uitdaging en verwijdert zijn bescherming rond Job tot op zekere hoogte zodat Satan toegang heeft tot Jobs levensomstandigheden. We weten allen wat er toen gebeurde. Wat wij hieruit leren is dat de rechtvaardigen beschermd worden door God tenzij Hij toelaat dat zij op de proef gesteld worden.

In zo’n tijd van beproeving verwacht God van ons een antwoord volgens de aansporing die we vinden in Spreuken 27:11: “Zijt wijs, mijn zoon, en verblijd mijn hart; opdat ik mijn smader [= Satan] wat te antwoorden heb” (Spreuken 27:11).

Alhoewel dit vers eerst en vooral op de Heer Jezus slaat, moeten christenen die in Zijn voetsporen stappen in zulke beproevingen, ten aanzien van de hemel, getrouw blijven en geduldig vertrouwen op de Heer. Bij de onrechtvaardigen heeft de duivel gemakkelijker toegang dan bij rechtvaardigen. De tijd passeert en opnieuw komt de duivel voor de Heer om rapport uit te brengen en zijn bedoelingen te ventileren:

Job 2:1-9: “Opnieuw was er een dag, toen de zonen van God kwamen om hun opwachting te maken
bij de Heere, dat ook de satan in hun midden kwam om zijn opwachting te maken bij de
Heere. 2 Toen zei de Heere tegen de satan: Waar komt u vandaan? En de satan antwoordde de
Heere en zei: Van het rondtrekken over de aarde en van het rondwandelen erover. 3 De Heere
zei tegen de satan: Hebt u ook acht geslagen op Mijn dienaar Job? Want er is niemand op de aarde
zoals hij, een vroom en oprecht man, hij is godvrezend en keert zich af van het kwaad. Hij houdt
nog steeds vast aan zijn vroomheid, hoewel u Mij tegen hem opgezet hebt om hem zonder reden te
verslinden. 4 Toen antwoordde de satan de Heere en zei: Huid voor huid! Alles wat iemand
heeft, zal hij geven voor zijn leven. 5 Steek Uw hand maar eens uit en tref zijn beenderen en zijn
vlees. Voorwaar, hij zal U in Uw aangezicht vaarwel zeggen. 6 En de Heere zei tegen de satan:
Zie, hij is in uw hand, maar spaar zijn leven. 7 Toen ging de satan weg van het aangezicht van de
Heere en hij trof Job met vreselijke zweren, van zijn voetzool af tot aan zijn schedel. 8 En Job
nam een potscherf om zich daarmee te krabben, terwijl hij midden in de as zat. 9 Toen zei zijn
vrouw tegen hem: Houd je nog steeds vast aan je vroomheid? Zeg God vaarwel en sterf.

De Heer stelt andermaal dezelfde vraag over Zijn dienaar Job. De duivel kon Job in zijn vorige aanval niet bewegen en wil nu meer toegang. Nu wil Satan de gezondheid van Job. Job wordt op de proef gesteld, erg gelijkend op Adam en Eva in de Hof van Eden. Jobs vrouw bezweek eerst in een emotioneel betoog wegens zijn kwellende pijn. Maar Job is getrouw aan God en heeft zijn principes, hij diende de Heer niet voor wat hij had gekregen maar voor wie de Heer is.

We weten hoe dit verhaal afloopt en op het eind wordt Job gezegend, dubbel zoveel als tevoren. Wat we hier leren is hoe de duivel achter de scène bezig is met het beïnvloeden van omstandigheden en hoe hij de rechtvaardigen aanvalt. Het woord duivel (Gr. diabolos) betekent lasteraar, en het woord Satan betekent tegenstander, aanklager. Hij daagt telkens weer op om zij die in Gods dienst staan uit te dagen en aan te klagen.

Zacharia 3:1-2: “Daarna liet Hij mij de hogepriester Jozua zien, die voor het aangezicht van de Engel
van de Heere stond, terwijl de satan aan zijn rechterhand stond om hem aan te klagen. 2 De Heere zei echter tegen de satan: De Heere zal u bestraffen, satan! De Heere, Die Jeruzalem verkiest, zal u bestraffen. Is deze Jozua niet een stuk brandhout dat aan het vuur ontrukt is?

We kunnen zien dat de duivel in Gods aanwezigheid kan verschijnen. Het is enkel de Heer die hem kan berispen vermits God hem tot het machtigste schepsel van het universum maakte. Daarom zegt

Zacharia 3:2 “De Heere zal u bestraffen, satan!”, en zie vooral Judas 9: “Michaël, de aartsengel, echter durfde, toen hij met de duivel redetwistte en een woordenwisseling had over het lichaam van Mozes, geen oordeel van lastering tegen hem uit te brengen, maar zei: Moge de Heere u bestraffen!”

We vinden de duivel actief doorheen de geschiedenis. 1 Kronieken 21:1: “Toen stond de satan op tegen Israël, en hij zette David ertoe aan om Israël te tellen”.

De duivel beïnvloedt leiders, zowel goede als slechte, door hen bv. aan te zetten tot trots. Toen Jezus aan Israël Zijn Messiasschap aankondigde, en geleid werd naar de wildernis om beproefd te worden in het vlees, werd Hij drie maal geconfronteerd met de duivel. Dit is de derde keer:

Mattheüs 4:8-11: “Opnieuw nam de duivel Hem mee, nu naar een zeer hoge berg, en hij liet Hem al de koninkrijken van de wereld zien, met hun heerlijkheid, 9 en zei tegen Hem: Dit alles zal ik U geven, als U knielt en mij aanbidt. 10 Toen zei Jezus tegen hem: Ga weg, satan, want er staat geschreven: De Heere, uw God, zult u aanbidden en Hem alleen dienen. 11 Toen liet de duivel Hem gaan; en zie, engelen kwamen en dienden Hem.

Satan claimt de wereld voor zich en hij zou deze aan Jezus geven in zijn verleidingspoging. Het is na deze laatste gefaalde verleiding, en Jezus Zijn onwankelbaarheid bewijst, dat hij geen vat kreeg op Jezus’ leven. Ons wordt gezegd hetzelfde te doen wat Jezus deed opdat de Satan zou wegvluchten.

Jakobus 4:7: “Onderwerp u dan aan God. Bied weerstand aan de duivel en hij zal van u wegvluchten”.

Later in Jezus’ onderricht aan Zijn disipelen legt Hij hen uit: “Ik zag de satan als een bliksem uit de hemel vallen” (Lukas 10:18). Dit slaat op Openbaring 12:7-10. In een visioen zag Jezus de engel uit de hemel vallen, in het midden van de Verdrukking (70ste jaarweek) op aarde, zijn tweede val, die we hiervoor al behandeld hebben. Dan pas zal hij helemaal uit de hemel verdwijnen, maar o wee de aarde in de Grote Verdrukking!

Pas na het eind van die verdrukking en aan het begin van het duizendjarige vrederijk zal hij gebonden worden – zijn derde val – en dan voor duizend jaren opgesloten worden in de Abyssos of Afgrond. De duivel heeft dus nog steeds toegang tot de hemel, waar hij daar komt bij de Heer, en de heiligen aanklaagt, tot de bestemde tijd.

Wegens Jezus’ gehoorzaamheid als mens aan de Vader lezen we in Handelingen: “Deze Jezus heeft God door Zijn rechterhand verhoogd tot een Vorst en Zaligmaker, om Israël bekering te geven en vergeving van zonden” (Handelingen 5:31).

Ook Satan wordt een “vorst” of “overste” genoemd: “In welke gij eertijds gewandeld hebt, naar de eeuw dezer wereld, naar de overste van de macht der lucht, van de geest, die nu werkt in de kinderen der ongehoorzaamheid” (Efeziërs 2:2).

Satan is nu de vorst of god van de lucht, de heerser van deze wereld. Hij is beslist niet in de hel, zijn plaats is hier binnen de aardse atmosfeer van de aarde, met al zijn activiteiten.

 

 

hoofdstuk 9 uit de Openbaring; de vijfde en zesde bazuin

hoofdstuk 9 uit de Openbaring; de vijfde en zesde bazuin

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

Satans huidige activiteit jegens ongelovigen, en hen die geloven:

 

Jegens ongelovigen:

 

“Van hen, de ongelovigen, geldt dat de god van deze eeuw hun gedachten heeft verblind, opdat de verlichting met het Evangelie van de heerlijkheid van Christus, Die het beeld van God is, hen niet zou bestralen” (2 Korinthiërs 4:3-4).

Enkel het Evangelie kan mensen bevrijden van de blindheid met betrekking tot de invloed van de duivel en het systeem waarmee hij hen persoonlijk controleert.

“In welke gij eertijds gewandeld hebt, naar de eeuw dezer wereld, naar de overste van de macht der lucht, van de geest, die nu werkt in de kinderen der ongehoorzaamheid” (Efeziërs 2:2).

De koers van deze wereld is zondig, en op hen die de wereld en haar zonden liefhebben (“de kinderen der ongehoorzaamheid”) heeft de duivel grote invloed. Jezus beschrijft een tijdperk van zaaien door God maar ook door de duivel:

“Hij antwoordde en zei tegen hen: Hij die het goede zaad zaait, is de Zoon des mensen. 38 De akker is de wereld, het goede zaad zijn de kinderen van het Koninkrijk en het onkruid zijn de kinderen van de boze. 39 De vijand die het gezaaid heeft, is de duivel; de oogst is de voleinding van de wereld en de maaiers zijn engelen. (Mattheüs 13:37-39)

Elke ziel op onze aarde is verwikkeld in een geestelijke strijd en zal ofwel aan de kant van de duivel, ofwel aan de kant van God staan. Satan controleert het wereldsysteem, want dat valt onder zijn jurisdictie, zoveel als God het toelaat. Jahweh wordt de God van hemel en aarde, Schepper van deze wereld en het universum genoemd. God zal Zijn controle niet verliezen maar Hij staat tot op zekere hoogte Satans werking toe om de wereld te beïnvloeden.

 

 

Jegens de gelovigen:

 

“Wees nuchter en waakzaam; want uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, op zoek naar wie hij zou kunnen verslinden. 9 Bied weerstand aan hem, vast in het geloof, in de wetenschap dat hetzelfde lijden ook aan al uw broeders in de wereld opgelegd wordt” (1 Petrus 5:8-9). “En geen wonder, want de satan zelf doet zich voor als een engel van het licht. 15 Het is dus niets bijzonders als ook zijn dienaars zich voordoen als dienaars van gerechtigheid. Hun einde zal zijn naar hun werken” (2 Korinthiërs 11:14-15).

Satan gebruikt vermomming, bedrog, misleiding om zijn zaak van rebellie en zonde te bevorderen.

“En opdat ik mij door het allesovertreffende karakter van de openbaringen niet zou verheffen, is mij een doorn in het vlees gegeven, een engel van de satan, om mij met vuisten te slaan, opdat ik mij niet zou verheffen” (2 Korinthiërs 12:7).

Satan valt ook rechtstreeks aan. Dit is de reden waarom ons een geestelijke wapenuitrusting is gegeven, niet om agressors te zijn maar opdat de Heer onze strijd zou leiden:

“Bekleed u met de hele wapenrusting van God, opdat u stand kunt houden tegen de listige verleidingen van de duivel. 12 Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten. 13 Neem daarom de hele wapenrusting van God aan, opdat u weerstand kunt bieden op de dag van het kwaad, en na alles gedaan te hebben, stand kunt houden” (Efeziërs 6:11-13).

Wij voeren strijd tegen hun invloeden in onze wereld waarbij zij de mensen wegtrekken van de waarheid door hun bedrog en verblinding (met betrekking tot het Evangelie: 2 Korinthiërs 4:3-4), en wij kunnen die omkeren en hen vrijmaken door de waarheid te verkondigen. Er komt een tijd (de verdrukking van de 70ste jaarweek) dat er een oorlog zal komen in de hemel, die uitgevochten wordt door de heilige engelen tegen de gevallen engelen, en dan zullen Satan en zijn demonen uit de hemel gestoten worden en op aarde nog een korte tijd verblijven:

“Toen brak er oorlog uit in de hemel: Michaël en zijn engelen voerden oorlog tegen de draak, ook de draak en zijn engelen voerden oorlog. 8 Maar zij waren niet sterk genoeg, en hun plaats werd in de hemel niet meer gevonden. 9 En de grote draak werd neergeworpen, namelijk de oude slang, die duivel en satan genoemd wordt, die de hele wereld misleidt. Hij werd neergeworpen op de aarde en zijn engelen werden met hem neergeworpen. 10 En ik hoorde een luide stem in de hemel zeggen: Nu is gekomen de zaligheid, de kracht en het koninkrijk van onze God en de macht van Zijn Christus, want de aanklager van onze broeders, die hen dag en nacht aanklaagde voor onze God, is neergeworpen.”(Openbaring 12:7-10).

Zeker, dit is wat er bedoeld wordt met “de god van deze wereld” (2 Korinthiërs 4:4), die de naties misleidt door zijn bestuur. Hij zal in de verdrukking een namaak-Christus, de Antichrist, induceren om nog grotere controle te verwerven. Pas in die tijd zal hij geen toegang meer hebben tot de hemel en tot God en zal hij begrensd zijn tot de aarde. Dit zal hem er echter niet van weerhouden God uit te dagen met behulp van hen die in zijn macht zijn:

“En het opende zijn mond om God te lasteren, om Zijn Naam te lasteren en Zijn tent en hen die in
de hemel wonen” (Openbaring 13:6).

 

 

hoofdstuk 12 ; de vrouw en de draak, strijd in de hemel

de vrouw en de draak ; strijd in de hemel Openbaring 12

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

Het einde van Satans invloed

 

Wanneer Jezus fysisch naar de aarde is teruggekomen verwijdert Hij eerst de wetteloze, de mens der zonde uit de mensheid. In 2 Thessalonicenzen lezen we over die wederkomst van Christus:

“En dan zal de wetteloze geopenbaard worden. De Heere zal hem verteren door de Geest van Zijn
mond en hem tenietdoen door de verschijning bij Zijn komst” (2 Thessalonicenzen 2:8).

De Heer “verteert” deze wetteloze als eerste, met Zijn woord, en werpt het “beest” en de “valse profeet” (dat is de Antichrist) in de hel, de poel van vuur (Openbaring 19:20). Maar toch blijft de mens, los van de invloed van duivel en demonen op het wereldsysteem, nog steeds verantwoordelijk voor zijn zonde. Na de wetteloze komt ook de slang aan de beurt, nadat Jezus is wedergekomen:

“En ik zag een engel neerdalen uit de hemel met de sleutel van de afgrond en een grote ketting in zijn hand. 2 En hij greep de draak, de oude slang, dat is de duivel en de satan, en bond hem voor duizend jaar, 3 en wierp hem in de afgrond [= Abyssos], en sloot hem daarin op en verzegelde die boven hem, opdat hij de volken niet meer zou misleiden, totdat de duizend jaar tot een einde gekomen zouden zijn. En daarna moet hij een korte tijd worden losgelaten” (Openbaring 20:1-3).

De duivel zal verwijderd zijn uit het duizendjarige vrederijk, wanneer Christus regeert (Jesaja 9:6-7) vanaf Davids troon over de naties. Maar allen die in die duizend jaar geleefd hebben (Jesaja 65) zullen nadien op de proef gesteld worden door de Satan die losgelaten zal worden om te doen wat voor hem natuurlijk is: bedriegen en oorlog stoken.

“En wanneer die duizend jaar tot een einde gekomen zijn, zal de satan uit zijn gevangenis worden losgelaten. 8 En hij zal uitgaan om de volken te misleiden die zich in de vier hoeken van de aarde bevinden, Gog en Magog, om hen te verzamelen voor de oorlog. En hun aantal is als het zand van de zee. 9 En zij kwamen op over de breedte van de aarde, en omsingelden de legerplaats van de heiligen en de geliefde stad. Maar er daalde vuur van God neer uit de hemel en dat verslond hen. 10 En de duivel, die hen misleidde, werd in de poel van vuur en zwavel geworpen, waar ook het beest en de valse profeet reeds zijn. En zij zullen dag en nacht gepijnigd worden in alle eeuwigheid” (Openbaring 20:7-10).

De duivel zal in de Abyssos duizend jaar verblijven terwijl Jezus regeert op aarde. Daarna zal zal hij bevrijd worden om een laatste maal te misleiden, en daarna wordt hij gegrepen en in de hel geworpen, voor eeuwig. Een gepast einde voor degene die zowel engelen als mensen deed afwijken van God.

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

23 Minutes in Hell (with Dutch subtitles)/ 23 minuten in de hel (Nederlandstalige ondertiteling)

Standaard

Categorie: religie/video

 

 

 

23 Minutes in Hell (with Dutch subtitles)

 

 

23 minuten in de hel (Nederlandstalige ondertiteling)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

 

 

 

The Terrible Torments of Hell/De gruwelijke folteringen in de hel

Standaard

Category/categorie: religion/religie/video

The terrible torments of hell

De gruwelijke folteringen in de hel

Robert Breaker

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget