Category/categorie: video/religie
The Truth About HEAVEN & HELL
De waarheid betreffende de hemel en de hel

preview en aankoop boek “De Openbaring “:
http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget




De Heilige Geest
Pasteltekening van John Astria
De Heilige Geest is geen vage afschaduwing van Jezus, evenmin een tastbare kracht. Hij is een onderdeel van de Enige, naast God de Vader en God de Zoon. Het is aan een niet-gelovige praktisch onmogelijk uit te leggen wat Hij bewerkstelligd en hoe Hij werkt door volgelingen van Jezus heen. Wanneer je zelf Gods Geest ervaart weet je hoe Zijn Geest werkt, Hij geeft je op een onvatbare manier rust, zekerheid, onderricht, vrijmoedigheid en blijdschap. Maar hoe dat nu uit te leggen? Hoe iets uit te leggen wat niet van deze wereld is? Iets wat niet bedoeld is om tastbaar te zijn voor deze wereld?
Jezus legde het als volgt aan Zijn discipelen:
“Dan zal ik de Vader vragen jullie een andere
pleitbezorger te geven, die altijd bij je zal zijn:
de Geest van de waarheid. De wereld kan hem
niet ontvangen, want ze ziet hem niet en kent
hem niet. Jullie kennen hem wel, want hij woont
in jullie en zal in jullie blijven. Ik laat jullie niet als
wezen achter, ik kom bij jullie terug.”
Johannes 14:16-18
De Geest leert je het onderscheid te maken tussen wat goed en wat fout is. Hij geeft je inzicht in je eigen zonden en Hij doet je beseffen dat er zonder Jezus geen weg naar de hemel is. Dat er buiten Jezus geen enkele rechtvaardiging is dat wij met onze zonden maar in de buurt kunnen komen van God de Vader. En de Heilige Geest is het die jou vrijmoedig maakt om openlijk, en in blijdschap en zonder schaamte, over Jezus te kunnen getuigen.
Jezus kwam dichterbij en zei tegen hen:
“Ik heb
alle macht in hemel en op aarde gekregen.Ga
er daarom op uit om alle volken tot mijn discipelen
te maken. Doop hen in de naam van de Vader en
van de Zoon en van de Heilige Geest. Leer hen
altijd te doen wat Ik u heb gezegd. En vergeet dit
niet: Ik ben altijd bij u, tot het einde van de tijd.”
Mattheüs 28:18-20
God is Vader, Zoon en Heilige Geest. En toch is Hij 1, Hij is echat (het hebreeuwse woord voor één). Ter verduidelijking: je kunt het misschien enigzinds vergelijken met de zon. Hij is werkelijk daar, te zien voor iedereen: groot en rond, met andere menselijke woorden: de bron van het leven op aarde. Daarnaast geeft deze bron licht en warmte af. In dit vergelijk kun je het zien als de bron / zon = God de Vader, het licht = Jezus de Zoon en de warmte = de Heilige Geest. Wanneer iemand wedergeboren wordt door het geloven in Jezus als de Messias, zal God door Zijn Geest, de Heilige Geest, in hem of haar komen wonen.

Maar allen die Hem wel aanvaard hebben,
heeft Hij het recht gegeven kinderen van God
te worden. Door geloof in Zijn naam worden
zij opnieuw geboren, natuurlijk niet als mens,
maar geestelijk uit God.
Johannes 1:12-13
Zoals Jezus het zelf zegt is het zelfs een bittere noodzaak om wederomgeboren te worden:
“Toch is het zoals Ik zeg. Als iemand na
zijn natuurlijke geboorte niet ook
geestelijk geboren wordt, kan hij
onmogelijk in het Koninkrijk van God
komen. Uit mensen komt menselijk
leven voort, maar uit de Geest van God
komt geestelijk leven voort.”
Johannes 3:5-6
De Heilige Geest heeft kennis over God
die wij alleen via de Heilige Geest te
weten kunnen komen: Zoals alleen de
geest van een mens weet wat in een
mens omgaat, weet ook alleen de
Geest van God wat er in God is.
1 Corinthiërs 2:11
Een belangrijke taak van de Heilige Geest is dat Hij getuigt over Jezus Christus. Hij getuigt, onderwijst en geeft inzicht over de waarheid van Jezus de Messias:
“Als Ik bij de Vader ben, zal Ik mijn
Plaatsvervanger sturen. Dat is de Heilige
Geest, de bron van alle waarheid. Hij komt
uit de Vader en zal u alles over Mij vertellen.”
Johannes 15:26
Maar als de Heilige Geest komt, zal Hij u
de weg wijzen naar de volledige waarheid.
Wat Hij u zal zeggen, heeft Hij niet uit
Zichzelf, maar Hij geeft door wat Hij hoort.
Hij zal vertellen wat er in de toekomst gaat gebeuren.
Door u te vertellen wat Hij van Mij hoort, zal Hij Mij groot maken.
Johannes 16:14
Dat staat ook in de Boeken: “Wat niemand heeft
gezien, niemand heeft gehoord en wat niemand
ooit bedacht, dat heeft God allemaal klaar voor
hen, die Hem liefhebben.”
God heeft het ons door de Geest duidelijk gemaakt.
Want voor de Geest is niets verborgen, zelfs het
diepste wezen van God niet.
Zoals alleen de geest van een mens weet wat in een
mens omgaat, weet ook alleen de Geest van God
wat er in God is.
En wij hebben niet de geest van de wereld ontvangen,
maar de Geest van God om zo te weten wat God ons
in genade gegeven heeft. Daarover spreken wij dan
ook niet met menselijke welsprekendheid, maar met
woorden die de Geest ons ingeeft.
Wij gebruiken dus de woorden van de Geest om de
gedachten van de Geest over te brengen. Maar iemand
die niet gelovig is (de natuurlijke mens) heeft geen oog
voor wat de Geest van God doet. Voor hem is dat allemaal
onzin. Hij begrijpt er niets van, omdat het alleen geestelijk
te doorzien is.
1 Corinthiërs 2:9-14

De Geest onthult Gods wil en Gods waarheid voor een christen, met als doel Gods karakter in toenemende mate door het leven van een gelovige heen te laten schijnen. En wel op zo’n manier dat duidelijk blijkt dat we dat onmogelijk zelf kunnen doen. De Heilige Geest geeft het karakter van een wedergeboren christen liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, mildheid, trouw, tederheid en zelfbeheersing.
Galaten 5:22
In plaats van proberen liefdevol en geduldig te zijn, vraagt God ons om volledig op Hem te vertrouwen teneinde Hij zelf deze kwaliteiten en eigenschappen in ons leven kan geven. Ons volledig, in vertrouwen, open te stellen voor Hem, onze Schepper die zoveel liefde voor ons heeft. Daarom wordt, o.a. in Galaten 5:25, ons christenen gezegd ons te laten leiden door, en zodoende vol te zijn van, de Geest (Efeze 5:18).
De Heilige Geest heeft ook een belangrijke taak ten opzichte van niet-gelovigen. Hij is het die de harten van de mensen overtuigt van eigen zonde. Dat wij Gods vergeving nodig hebben en dat dit alleen te vinden is door het offer van Jezus. Dat Hij voor onze plaats gestorven is, voor onze zonden en voor het oordeel dat anders ieder mens had getroffen. Dit oordeel dat nu voorbijgaat aan een ieder die zijn vertrouwen op de Messias Jezus gesteld heeft.
De Heilige Geest klopt op onze harten en vraagt ons elke keer weer, met een liefdevol geduld, om ons te bezinnen, onze zonden te belijden en ons te keren naar God onze Vader voor vergeving van onze fouten en een nieuw leven met Hem te beginnen. Een leven die eeuwigdurend en vol van Zijn liefde zal zijn.


Andere Schriftteksten in het Nieuwe Testament geven aan dat Sheol / Hades een tijdelijke plaats is, waar zielen worden vastgehouden terwijl zij wachten op de uiteindelijke wederopstanding en veroordeling. Openbaring 20:11-15 geeft een duidelijk onderscheid tussen de twee. Hel, of de vuurpoel, is de permanente en laatste plaats waar de verlorenen worden veroordeeld. Hades is een tijdelijke plaats.

Sheol / Hades is een domein met twee afdelingen (Matteüs 11:23; 16:18; Lucas 10:15; 16:23; Handelingen 2:27-31):
De verblijfplaats van hen die gered zijn werd het “Paradijs” genoemd en “Abrahams hart”. De verblijfplaatsen van hen die gered zijn en hen die verloren zijn worden afgescheiden door een “wijde kloof” (Lucas 16:26). Toen Jezus naar de Hemel opsteeg, nam Hij de bewoners van het Paradijs (gelovigen) met Zich mee (Efeziërs 4:8-10). De verloren zijde van Sheol / Hades is onveranderd gebleven. Alle ongelovige doden gaan daar naartoe in afwachting van hun laatste oordeel in de toekomst.

Jezus ging niet naar de “Hel” omdat de “Hel” een toekomstige plaats is, die pas effectief in gebruik wordt genomen na het oordeel voor de Grote Witte Troon (Openbaring 20:11-15).
Jezus zei jaren later aan het kruis tegen de dief naast Hem: “Ik verzeker je: nog vandaag zul je met mij in het paradijs zijn”. Zijn lichaam was in de graftombe; Zijn ziel ging naar het “Paradijs”-gebied van Sheol / Hades. Hij verwijderde vervolgens alle rechtschapen doden uit het Paradijs en nam hen met Zich mee naar de Hemel.
Het moment waarop Jezus van de Vader werd afgescheiden vanwege de zonden die over Hem waren uitgegoten was toen Hij aan het kruis uitriep: “Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?” Toen Hij Zijn geest opgaf, zei Hij: “Vader, in uw handen leg ik mijn geest”. Zijn lijden was in onze plaats voltooid. Zijn ziel ging naar de Paradijskant van Hades. Jezus ging niet naar de Hel. Het lijden van Jezus eindigde op het moment waarop Hij stierf. De betaling voor onze zonden was volbracht. Vervolgens wachtte Hij op de wederopstanding van Zijn lichaam en Zijn terugkeer naar de glorie van Zijn hemelvaart. Ging Jezus naar de Hel? Nee. Ging Jezus naar Sheol / Hades? Ja.
De Serafijnen zijn de engelen met de hoogste rang. Ze werden de “de brandenden” genoemd, omdat hun licht zo intens helder is dat een sterveling onmiddelijk zou verbrand worden. Deze engelen van liefde, licht en vuur vliegen rond de troon van God en zingen het trisagion, een lofzang op het driemaal heilige. Ze absorberen en reflecteren het goddelijk licht en geven het door aan het volgende koor. Hun heersende vorsten zijn onder andere Serafiël en Metatron.
De machtige cherbijnen vormen in rang rang het tweede koor der engelen. Alleen de serafijnen overtreffen hun ontzagwekkende straling. Cherubijnen reflecteren de kennis en wijsheid van God. In het Oude Testament treden ze op als bewakers van de hof van Eden na de zondeval. Op de Ark van het verbond, in het bezit van de Israëlieten op hun tocht door de woestijn, bevonden zich twee gebeeldhouwde cherubijnen. Hun aanvoerders zijn onder andere Kerubiël en Ofaniël.
De tronen zijn de ” veelogige brandende wielen” van de merkaba, de heilige triomfwagen. Deze wagen met zijn engelen cirkelt rond de troon van God in eendracht met de cherubijnen. Ze reflecteren het geloof in de kracht en glorie van God, er wordt gezegd dat ze zich in de vierde hemel bevinden. Hun heersende vorsten zijn Zafkiël en Orifiël.
De engelen van dit koor, die ook wel de ” heerschappijen” of “heren” worden genoemd, streven naar de hoogste genade en weerspiegelen het verlangen om boven de aardse waarden uit te stijgen. Ze wonen waar de geestelijke en fysieke niveaus in elkaar over gaan en controleren de taken van de engelenkoren onder hen. Hun heersers zijn Zadkiël, Zachariël en Teratel.
De engelen van het koor van de krachten zijn verantwoordelijk voor de bewegingen en cycli van de sterren en planeten van het heelal. Ze beheren alle natuurwetten en zijn daarom verantwoordelijk voor de wonderen die deze wetten breken. Ze weerspiegelen de moed van helden en de deugdzaamheid van heiligen. Hun regenten zijn onder andere Barbiël, Sabraël en Hamaliël.
De engelen van dit koor zijn verantwoordelijk voor het bewaken van de paden die naar de hemel leiden en voor het geleiden van verdwaalde zielen naar deze paden. Ze houden de wereld in balans en verdedigen haar voortdurend tegen demonen. Ze hebben de macht gekregen om zowel te straffen als te vergeven en misschien zijn zij het die ons soms wakker schudden als we van het rechte pad verdwalen. Ze weerspiegelen het verlangen om zich tegen het kwaad te verzetten en goed te doen. Kermuël en Verchiël zijn enkele van de voerders van de machten.
De engelen van het zevende koor begeleiden de heersers en leiders op aarde. Samen met de beschermengelen werken ze aan het stimuleren van de individuele verantwoordelijkheid en ze kunnen zich met het doen en laten van mensen bemoeien op de weg naar de waarheid. Cerviël is een van de heersende vorsten van dit koor.
Aartsengelen zijn de herauten van God. Ze verschijnen aan de mensen met boodschappen en decreten van het “hogere”, zoals Gabriël dat bijvoorbeeld deed bij de Maagd Maria en bij Mohammed om hem de Koran te dicteren. Dit zijn de engelen die het vaakst door de mensen worden waargenomen, want de beschermengelen blijven meestal onzichtbaar. Ze kunnen ook voor ons bemiddelen om vergiffenis te krijgen voor onze zonden. De bekendste vorsten van dit koor zijn Michaël, Rafaël, Gabriël en Uriël.
De laagste orde der engelen is het meest bij de mensheid betrokken. Ze begeleiden en beschermen ons.
Ze zorgen er bijvoorbeeld voor dat een auto niet van de weg raakt en proberen ongelukken en rampen zo veel mogelijk te voorkomen. Ze kunnen zich niet met ons bemoeien, maar hoe vaker we om hulp vragen, hoe groter de kans op een gelukkig lot. Bij dit koor horen ook de beschermengelen en Adnachiël is hun heerser.
Pasteltekening van John Astria

Het einde van de draak (666) door het kruis
Pasteltekening van John Astria
11 Uw macht en kracht zijn verdwenen; zij zijn met u begraven. De klanken van prachtige muziek in uw paleis zijn weggestorven; de wormen zijn voortaan uw matras, de maden uw deken!
12 U bent nu uit de hemel gevallen, morgenster, zoon van de dageraad! U bent op de aarde neergeveld, hoewel u vele volkeren op aarde overwon.
13 Want u zei bij uzelf: “Ik zal de hemel bestormen en hoger dan de sterren heersen. Ik zal de hoogste troon bestijgen. Ik zal zetelen op de berg van de samenkomst, ver weg in het noorden.
14 Ik zal opklimmen tot in de hoogste hemelen en gelijk zijn aan de Allerhoogste.”
15 Maar in plaats daarvan zult u in het diepst van het dodenrijk worden geworpen.
16 Allen die zich daar bevinden, zullen u aanstaren en vragen: “Kan dit degene zijn die de aarde en de koninkrijken van de wereld op hun fundamenten deed schudden?


![]()
De tweede brief van Paulus aan de Korintiërs (vaak kortweg 2 Korintiërs genoemd) is een van de boeken in het Nieuwe Testament van de Bijbel. Het boek telt 13 hoofdstukken en werd geschreven in het Grieks.
| Paulus | ||
| Auteur | Paulus en Timoteüs | |
| Tijd | 56–57, uit Makedonië | |
| Taal | Grieks | |
| Categorie | brief van Paulus | |
| Hoofdstukken | 13 | |
| Vorige boek | I Korintiërs | |
| Volgende boek | Galaten | |
1 Te roemen is mij waarlijk niet oorbaar; want ik zal komen tot gezichten en openbaringen des Heeren.
2 Ik ken een mens in Christus, voor veertien jaren (of het geschied zij in het lichaam, weet ik niet, of buiten het lichaam, weet ik niet, God weet het), dat de zodanige opgetrokken is geweest tot in den derden hemel;
3 En ik ken een zodanig mens (of het in het lichaam, of buiten het lichaam geschied zij, weet ik niet, God weet het) .
4 Dat hij opgetrokken is geweest in het paradijs, en gehoord heeft onuitsprekelijke woorden, die het een mens niet geoorloofd is te spreken.
Paulus is in de derde hemel geweest. Als er een derde hemel is moeten er logischerwijze ook een eerste en tweede hemel zijn. Of er nog meerdere hemels zijn vermeldt de Bijbel niet.