Tagarchief: Jezus

Boodschap 302 van ” Boodschappen uit de kosmos “

Standaard

categorie : Boodschappen uit de kosmos

.

.

 

Tractaat van John Astria over de eindtijden

.

.

Informatie over de eindtijden is in de Bijbel sterk aanwezig.

.

In het Nieuwe Testament houdt

.

één op de 25 verzen zich bezig met de wederkomst van Jezus

.

.

Information about the end times is abundant in the Bible.

.

In the New Testament, one in 25 verses deals with the second coming of Jesus.

.

.

Waarom de Openbaring lezen?

 

Johannes 17 : 3 > ‘’dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de  enige ware God en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus.‘’

Openbaring 1 : 3 > ‘’gelukkig is hij die deze profetische woorden van de Here voorleest; en dat geldt ook voor de mensen die ernaar luisteren en het zullen onthouden. Want de tijd dat deze dingen werkelijkheid worden, komt steeds dichterbij.‘’

Openbaring 22 : 7 > Jezus zegt: ‘’ja, ik kom gauw. Gelukkig is hij die de profetische woorden van dit boek onthoudt.‘’

 

Dit zijn enkele citaten uit de Bijbel waarin God de mens aanmaant kennis  in zich op te nemen over zichzelf en Jezus Christus. Wie God zoekt zal hem vinden, maar het is aan de mens om de eerste stap te zetten. Wanneer we God om inzichten vragen zal de Heilige Geest ons geestelijk denken verlichten. Het onbegrijpelijke wordt plots of op het gepaste moment verstaanbaar.

In het eerste en het laatste hoofdstuk van de Openbaring zegt Christus tot twee maal toe dat het lezen ervan een zegening geeft. Het woord van God, de Bijbel, is meer dan de traditionele preken en parabels die we al jaren kennen. Kennis opnemen van God is niet alleen bestemd voor theologen, maar voor iedereen. Door die opname van kennis krijgen we inzichten in het verleden en heden waardoor we met een gerust hart en vertrouwen de toekomst tegemoet kunnen gaan.

.

.

.

.

De ontmoeting met Petrus

Standaard

categorie : religie

 

 

 

pope-peter_pprubens

 

 

Een van de bekendste personen in het Nieuwe Testament is de apostel Petrus. Met hem kunnen we ons vaak zo goed vereenzelvigen, vooral in zijn menselijkheid herkennen we onszelf. We vinden hem beschreven als een emotionele en impulsieve man.

Iemand die heel direct was in zijn reacties, die eerst sprak en dan dacht. Maar ook een man die worstelde met zijn geloof, en al worstelend in zijn leven met Jezus zowel hoogtepunten als dieptepunten kende.

Zijn geboortenaam was Simon. Hij was opgegroeid in Betsaïda en ging – evenals zijn broer Andreas – wonen in Kapernaüm, een stadje aan het meer van Galilea waar ook Jezus woonde. Ze waren vissers van beroep en volgelingen van Johannes de Doper, tot het moment dat Jezus hen riep tot zijn dienst:

“Toen Hij (Jezus) langs het meer liep, zag hij twee broers, Simon, die Petrus genoemd wordt, en zijn broer Andreas. Ze wierpen hun net uit in het meer, het waren vissers. Hij zei tegen hen: ‘Kom, volg mij, ik zal van jullie vissers van mensen maken, zij lieten meteen hun netten achter en volgden hem” (Matteüs 4:18-20).

 

In het parallelle verslag in Lucas 5 zien we dat Petrus Jezus aansprak met de koninklijke titel Heer, nadat hij op aanwijzing van Jezus veel vissen had gevangen. Toen Simon Petrus dat zag viel hij op zijn knieën voor Jezus neer en zei:

‘Ga weg van mij, Heer, want ik ben een zondig mens.”.

 

Zijn vertrouwen in Jezus was zo groot dat hij tijdens een storm, toen Jezus lopend over het water op weg was naar hun boot, Jezus tegemoet wilde gaan. Petrus antwoordde:

‘Heer, als u het bent, zeg me dan dat ik over het water naar u toe moet komen.

 

Hij zei: ‘Kom!’ Petrus stapte uit de boot en liep over het water naar Jezus toe. (Matteüs 14: 28-29). Vol vertrouwen liep hij over het water naar Jezus. Maar toen hij voelde hoe sterk de wind was, werd hij bang. Hij begon te zinken en schreeuwde het uit:

‘Heer, red me!’

 

Meteen strekte Jezus zijn hand uit, hij greep hem vast en zei:

‘Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld’?” (vs.30-31).

 

Deze vraag was niet alleen voor Petrus bedoeld, maar voor alle volgelingen van de Here. Jezus bestrafte hier niet de golven, maar Petrus. Pas toen zij in de boot waren, kwam de storm tot rust. Jezus wilde duidelijk maken dat in geloof alles mogelijk is, wat of de omstandigheden ook zijn.

Eens vroeg Jezus zijn discipelen:

“Wie zeggen de mensen dat ik ben?” (Matteüs 16:13).

 

De discipelen noemden op: Johannes de Doper, Elia, een van de profeten. Jezus keek hen daarna aan en stelde de vraag waar het eigenlijk om ging:

“En wie ben ik volgens jullie?”

 

Petrus antwoordde direct:

“U bent de messias, de Zoon van de levende God”.

 

Hier toonde hij groot geloof. Op deze belijdenis kreeg hij twee grote beloften. Daarin zien we waarom Jezus aan Simon de naam Petrus – wat rots betekent – gaf.

De eerste is: “en Ik zeg je: jij bent Petrus, de rots waarop ik mijn kerk zal bouwen, en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet kunnen overweldigen” (Matteüs 16:18). 

De tweede is: “Ik zal je de sleutels van het koninkrijk van de hemel geven, en al wat je op aarde bindend verklaart zal ook in de hemel bindend zijn, en al wat je op aarde ontbindt zal ook in de hemel ontbonden zijn.”

 

In zijn rede in Lucas 11:52 vinden we het antwoord op wat Jezus bedoelde:

“Wee jullie wetgeleerden, want jullie hebben de sleutel tot de kennis weggenomen; zelf zijn jullie niet binnengegaan, en anderen die wel binnen wilden gaan hebben jullie tegengehouden”.

 

Petrus kreeg geen macht om mensen wel of niet toe te laten tot het eeuwig leven. Die macht heeft alleen Jezus van Zijn Vader gekregen. In deel twee zullen we een vervulling van deze sleutelbelofte zien. Maar toen Jezus zijn lijden aankondigde, liet Petrus merken dat hij dit niet begreep. Ook toen nam hij direct het woord, dacht het beter te weten dan zijn Heer en was heel opgewonden:

“Petrus nam hem ter zijde en begon hem fel terecht te wijzen: ‘God verhoede het, Heer! Dat zal u zeker niet gebeuren!”

 

De woorden die Jezus daarop sprak waren een schok voor Petrus: Maar Jezus keerde hem de rug toe met de woorden:

‘Ga terug, achter mij, Satan! Je zou me nog van de goede weg afbrengen. Je denkt niet aan wat God wil, maar alleen aan wat de mensen willen’ (Matteüs 16:22-23).

 

Hij wordt hier satan, een tegenstander genoemd. Niet alleen moest Jezus zelf naar het kruis gaan, maar ieder die zijn discipel wil zijn moet hetzelfde doen.

Wie achter mij aan wil komen, moet zichzelf verloochenen, zijn kruis op zich nemen en mij volgen.”

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

Matt. 24:12 ; de liefde van velen zal verkouden- Brussel 22/03/2016

Standaard

categorie : religie

 

 

Jezus zei: Matt. 24:12   

 

En omdat de ongerechtigheid vermenigvuldigd zal worden,

zo zal de liefde van velen verkouden.

 

 

ikben

 

 

Hier, in het 24e hoofdstuk van Mattheüs, houdt Jezus Zijn langste betoog over het einde van dit tijdperk en van de tekenen van Zijn komst. Tussen al de profetieën over aardbevingen, plagen, valse profeten en roerige politieke situaties is hier deze ene korte stelling over een VERMINDEREN van LIEFDE.

Deze vermindering van liefde  moet, noodzakelijkerwijs, een vermindering van Ware Geestelijke Inhoud betekenen, want, zoals de Bijbel zegt: Die niet liefheeft, heeft God niet gekend; want God is liefde (1 Joh. 4:8).

Ongerechtigheid heeft zich nu bijna 2000 jaar vermenigvuldigd. Geen wonder dan dat, aan het einde, de liefde van velen zo koud zal worden, dat het uiteindelijk een TEKEN van de GROTE en LAATSTE AFVAL wordt, die is voorspeld door de Apostel Paulus in 2 Thessalonisenzen 2:3.

Je herinnert je misschien dat onze Heer zei: Hieraan zullen zij allen bekennen, dat gij Mijn discipelen zijt, zo gij liefde hebt onder elkander (Joh. 13:35). Het woord dat vertaald wordt met liefde is AGAPE, wat betekent “aktieve toewijding aan het welzijn en het geluk van degene die geliefd wordt”. Dit is die liefde, die geeft zonder kosten of beloning te berekenen en naar God kijkt voor erkenning.

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Bidden, zoeken en kloppen.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

 

 

 

Bidden, zoeken, kloppen

 

 

Zo leert Jezus in de bergrede:

Bidt en u zal gegeven worden; zoekt en u zult vinden; klopt en u zal opengedaan worden (Matteüs 7:7).

We moeten bidden, zoeken en kloppen hier opvatten als een continue actie, niet als een eenmalige handeling. Jezus vertelt hier niet dat een eenmalig gebed voldoende is om te krijgen wat je wil hebben, maar dat wie verhoord wil worden, voortdurend tot God moet smeken.

Niet dat God anders niet zou luisteren, of niet de moeite zou willen nemen op zo’n verzoek in te gaan. Maar door voortdurend op de zaak terug te komen, toon je dat het je inderdaad ter harte gaat, en je leert je ook af te vragen of je zelf de zaak echt wel zo belangrijk vindt.

Dat is ook de betekenis van zijn gelijkenis over de ‘onrechtvaardige rechter’ (Lucas 18:1-8). Ook daar gaat het om blijven volharden en dag en nacht tot God roepen. Evenzo is zoeken niet even rondkijken maar net zolang blijven zoeken, tot je het gevonden hebt, zoals de herder in de gelijkenis van het verloren schaap (Lucas 15).

En dat kloppen is ook niet maar een bescheiden klopje op de deur, maar er net zolang op blijven bonzen tot er eindelijk iemand open doet: zoals Petrus toen hij voor de deur stond en de slavin Rhode hem vergat binnen te laten (Handelingen 12:16).

 

 

 

Gewoon doorgaan, of af en toe even doen als voeger

 

Paulus betoogt dat de Wet niet kan redden, en daar ook nooit voor bedoeld was. De Wet liet de Israëlieten zien dat ze tekortschoten. Redding is er alleen door het verlossingswerk van Christus. Maar de apostel is kennelijk voor de voeten geworpen dat zo’n standpunt er op neer komt dat het dan helemaal niet meer uit zou maken hoe we leven; wanneer we eenmaal verlost zijn, zouden we die hele Wet dan aan onze laars kunnen lappen, en alles doen wat God verboden heeft.

Dat is uiteraard een drogreden, maar wel een verleidelijke, omdat de aard van de denkfout niet onmiddellijk duidelijk is. Paulus geeft het antwoord in twee ‘etappen’. Het argument van zijn tegenstanders was in feite dat je dan, door te zondigen, God de kans zou geven des te meer genade te tonen. Dat formuleert hij als volgt:

Betekent dit nu dat we moeten doorgaan met zondigen om de genade te laten toenemen? Dat in geen geval. Hoe zouden wij, die dood zijn voor de zonde, nog in zonde kunnen leven? (vs 1-2).

Hij legt dan uit dat de doop een symbolisch sterven met Christus is, waar je als een volkomen nieuwe mens weer uit op dient te staan. Wie dan maar doorgaat met zijn oude leven, is geen nieuwe mens, en dus niet in Christus. En die oude mens was en is niet verlost.

We kunnen niet doorgaan met ons oude leven, zelfs niet met als argument dat we daarmee God de gelegenheid zouden geven meer genade te betonen. Maar we zouden toch in elk geval niet zo verschrikkelijk ons best hoeven te doen, want onze fouten worden ons toch wel vergeven omdat we nu recht hebben op Gods genade:

Betekent dit nu dat we zonder bezwaar kunnen zondigen omdat we toch niet onder de wet staan, maar onder de genade leven? Absoluut niet (vs 15).

Dat argument bestrijdt hij door erop te wijzen dat wij zijn als slaven die uit het eigendom van de ene meester (de zonde) zijn losgekocht, en zijn overgegaan in eigendom van een andere meester (gehoorzaamheid). En een slaaf is nu eenmaal verplicht zijn huidige heer met alle loyaliteit te dienen. Hij kan zich niet permitteren af en toe nog wat bij te klussen voor zijn vroegere meester: het is alles of niets! In hoofdstuk 8 zal hij dan uitleggen dat aankomt op onze mentaliteit, die hij aanduidt als de geest of de gezindheid van Christus.

 

 

 

Bewust zondigen of falen

 

We moeten ons er goed van bewust zijn dat het hier gaat om hetwillens en wetens zondigen. Paulus zegt niet dat Gods genade begrensd is, maar dat wij van onze kant wel de plicht hebben ons best te doen. Wij kunnen niet maar onze gang gaan en vervolgens een beroep doen op Gods genade.

Dat was nu juist het argument van zijn tegenstanders in die zin dat zij hem die opvatting in de schoenen schoven, om er dan vervolgens op te wijzen dat een dergelijke opvatting te zot voor woorden is, en dat Paulus dus onzin verkondigde. Wat Paulus in werkelijkheid bestreed, was de opvatting dat je alleen behouden kon worden door het stipt in acht nemen van de Wet, dus precies het tegenovergestelde.

Zijn tegenstanders proberen zijn leer tot in het belachelijke door te trekken, om die dan als absurd ter zijde te kunnen schuiven. Paulus probeert hier niet de omvang van Gods genade in te perken, maar bestrijdt het valse argument dat je er dan zonder bezwaar op los zou kunnen leven.

 

 

 

Zoeken en vinden

 

Na zijn uitspraak over bidden, vinden en kloppen in de bergrede vermaant Jezus zijn gehoor:

Gaat in door de enge poort, want wijd is de poort en breed de weg, die tot het verderf leidt, en velen zijn er, die daardoor ingaan; want eng is de poort, en smal de weg, die ten leven leidt, en weinigen zijn er, die hem vinden (Matteüs 7:13-14)

Wanneer we, met bovenstaande taalles in ons achterhoofd, eens naar de werkwoordsvormen kijken, constateren we het volgende:

  • ‘Gaat in’ is eenmalig. Het beschrijft het einde van de levensweg, wanneer men ingaat in de uiteindelijke bestemming. De gebiedende wijs is hier een dringende raadgeving: zorg ervoor dat het ook de juiste bestemming is.
  • ‘Velen zijn er die daardoor ingaan’: dit ingaan is een continu proces dat beschrijft niet de voortdurende stroom beschrijft die bezig is naar binnen te gaan. De nadruk ligt op dat velen.
  • ‘Weinigen zijn er die hem vinden’is hier een continu proces. Het beschrijft niet het uiteindelijke ontdekken ervan, maar de speurtocht die daartoe leidt. De nadruk ligt hier ligt op het aantal: de vindenden zijn weinig.

Jezus zegt, ‘zoekt en u zult vinden’ waarmee hij bedoelt dat men daar continu, zijn hele leven lang, mee bezig moet zijn om dan aan het eind voor de goede poort te staan. Maak niet de fout achter de grote massa aan te lopen, want die gaan met zijn allen juist door de verkeerde poort naar binnen.

De groep die bereid is serieus op zoek te gaan, zal maar uit weinigen bestaan, dus wees je daar van bewust. Het argument dat ‘zoveel miljoenen die zich gelovigen noemen kunnen het toch niet allemaal mis hebben’ is letterlijk levensgevaarlijk. Het kan niet alleen, het zal zelfs met zekerheid zo zijn, want Jezus vertelt ons dat hier. Wij moeten voortdurend blijven zoeken en dan zullen we ook vinden. Want ook dat heeft Hij ons met nadruk verzekerd.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

Drie dagen in het graf en heden in het paradijs

Standaard

categorie : religie

 

 

 

hqdefault

 

 

 

Lucas 23 : 43 >Jezus antwoordde: ‘Vandaag zult u met Mij in het paradijs zijn. Daar kunt u zeker van zijn.’

 

Dit is het ene probleem bij deze opvatting van Jezus’ woorden in Lucas 23:43. Het andere is dat er op dat moment helemaal geen paradijs was. We kennen het paradijs uit Genesis. We vinden dat woord niet in onze vertalingen, maar de Griekse vertaling, de Septuaginta, vertaalt ‘de hof des Heren’ of ‘Eden’ bijna altijd met paradeisos, het woord dat Jezus hier gebruikt. Dat woord komt verder nog voor in Openbaring 2:7:

“Wie overwint, hem zal Ik geven te eten van de boom des levens, die in het paradijs Gods is”. Openbaring gebruikt ook elders taal die aan Genesis doet denken.

 

De vraag van de man was ten eerste:

“Jezus gedenk mijner, wanneer Gij in uw Koninkrijk komt”.

 

Jezus’ antwoord is :

“Ik zeg u, gij zult met Mij in het paradijs zijn”.

 

Hij moet met dat paradijs dus wel ‘zijn Koninkrijk’ bedoelen. Ook in Openbaring beschrijft Hij dat toekomstige Koninkrijk als een ‘hersteld paradijs’. Maar dat Koninkrijk moet nog steeds komen. Lucas vertelt ons dat Hij 40 dagen aan zijn discipelen is verschenen ‘tot hen sprekende over al wat het Koninkrijk Gods betreft’ (Handelingen 1:3). Toch vragen zij dan nog:

“Here, herstelt Gij in deze tijd het koningschap voor Israël?” (Handelingen 1: 6).

 

Zijn antwoord is niet dat het Koninkrijk iets anders is dan zij denken, maar dat het niet hun zaak is te weten wanneer dat wordt hersteld (vs 7). Dat is iets van de toekomst, wanneer Hij terugkomt.

De vraag was vervolgens: “Jezus, gedenk mijner, wanneer Gij in uw Koninkrijk komt”. Ook deze man spreekt van de toekomst. Dat woord ‘wanneer’ (hotan) betekent: ‘wanneer dan ook’, wanneer de tijd eenmaal daar is. Ook hij weet niet wanneer dat zal zijn, maar die tijd komt een keer en daarover spreekt hij. Hij heeft niets meer te bieden en kan alleen nog maar een beroep doen op Jezus’ genade.

Hij vraagt daarom niet om een belofte dat Jezus hem in het oordeel zal aannemen, maar alleen om dan nog aan hem te denken. Maar Jezus’ antwoord is niet dat Hij hem zal gedenken, maar dat Hij hem wel degelijk nu die belofte geeft die hijzelf niet durfde vragen. De nadruk ligt dus op dat ‘nu’. Daarom ligt het voor de hand de tekst te lezen als:

“Ik zeg u nu ( heden ): gij zult met Mij in het paradijs (dat Koninkrijk) zijn”.

 

Het Grieks laat dat toe. Dat je dan ook moet lezen ‘gij zult’ i.p.v. ‘zult gij’, is iets van onze taal, dat in het Grieks geen rol speelt. En wanneer je het zo leest lost dat beide problemen op.

Niemand besefte beter dan deze man dat een kruisiging het absolute einde was. Maar terwijl Jezus’ discipelen meenden dat met diens kruisdood alles was afgelopen (Lucas 24:21), beleed hij dat die Jezus aan dat kruis naast hem de toekomstige wereldkoning zou zijn, en dus weer uit die dood zou opstaan. En dat Hij ook zou beslissen wie er in dat Koninkrijk zal worden toegelaten.

Hij erkent dat zijn eigen dood terecht is (Lucas 23:41), maar dat Jezus onschuldig is. En hij doet dat openlijk, wetende dat hij daarmee de spot van de massa uitlokt. Hij was bereid ‘de smaad van Christus te dragen’ (Hebreeën 13:13). Hij moet Jezus hebben horen prediken maar heeft het kennelijk gezocht in opstand tegen Rome. Nu beseft hij te laat dat hij de verkeerde keuze heeft gemaakt. Er is weinig anders dat hij kan doen dan dat te belijden. Maar wat een geloof!

Lucas vertelt ons dat verhaal niet zomaar. Dit is een les voor de lezer. Deze man is het prototype van de ware gelovige, die niets te bieden heeft dan zijn berouwvolle schuldbelijdenis, en die niets kan vragen dan genade. Maar hij kan geloof tonen, en dat doet deze man.

“Indien iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme zijn kruis op en volge Mij.”

 

Deze man is daarvan het beeld: zo moet het. Paulus noemt de doop een symbolisch sterven en opstaan met Jezus, en spreekt van een medegekruisigd worden’ met Christus (Romeinen 6:6). Hij moet daarbij deze man voor ogen hebben. Alleen Lucas beschrijft dit, en Paulus moet daarvoor zijn bron zijn geweest, want de nog onbekeerde Saulus van Tarsus zal bij deze kruisiging onder de toeschouwers zijn geweest.

Lucas beschrijft hier de gebeurtenis waar Paulus zijn beeld van ‘medegekruisigd’ op baseert. Dat is ook het antwoord aan wie klagen dat deze man behouden wordt zonder te zijn gedoopt: hij heeft in werkelijkheid gedaan, wat anderen slechts in symbool kunnen doen. Het NT gebruikt het woord dopen ook in de betekenis van ‘voor het geloof sterven’ (bijv. Marcus 10:38-39).

Maar ook wanneer wij dat slechts in symbool doen, kunnen ook wij onze schuld belijden, belijden dat Jezus zonder schuld voor ons is gestorven, en een beroep doen op zijn genade. En dan ontvangen ook wij de belofte nu al dat wij straks met Hem in dat Koninkrijk zullen zijn.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

Jezus bidt!

Standaard

categorie : religie

 

 

 

bijbel-duif-biddende-handen

 

 

 

 Waar bad Hij?

 

Eén van de meest mysterieuze en intrigerende aspecten van Jezus is de manier waarop Hij bad. We hebben slechts de beschikking over kleine gedeelten van Zijn gebeden, zoals deze in de Evangelies zijn vastgelegd.

Het staat geschreven dat Hij soms de hele nacht lang bad. De Bijbel vertelt ons dat Hij in de hof van Getsemane bloed zweette, zo groots was Zijn gesprek met Zijn Vader.

Zijn laatste vastgelegde gebed zijn de bekende woorden: “Maar laat het niet gebeuren zoals ik het wil, maar zoals u het wilt.” Deze uitdrukking van volkomen onderwerping aan wat er zou gaan gebeuren staat in schril contrast met onze menselijke neiging om confrontaties en de dood te ontwijken.

Er is niet vastgelegd dat Jezus ooit in het openbaar bad. Hij leerde Zijn volgelingen om hun geestelijkheid niet te gebruiken om de aandacht op zichzelf te vestigen, zoals de priesters in die tijd gewoonlijk deden.

Hij bad in afzondering. Om precies te zijn, Hij trok zich op een eenzame plek terug zodat hij niet door anderen zou worden afgeleid. We kunnen Zijn voorbeeld volgen door een stille plek voor onszelf te reserveren en ons gebed op een dusdanig tijdstip te plannen dat we minder snel door familie, vrienden of andere afleidingen worden gestoord. Je op God concentreren is de voornaamste gedachte, zodat we Zijn antwoord kunnen horen.

De Bijbel leert ons dat we ten alle tijde een “biddende houding” moeten aannemen. Eén van de prachtigste aspecten van bidden is dat we zelfs kunnen bidden als we aan het werk zijn, als we thuis zijn, of op andere plaatsen. We kunnen zelfs bidden als we in de auto rijden. Een biddende houding betekent dat we ons steeds bewust moeten zijn van de aanwezigheid van God en dat Hij altijd luistert.

“Het gebed van een rechtvaardige is krachtig en mist zijn uitwerking niet” (Jakobus 5:16). Dit betekent dat de kleinste vurige verzoeken met dezelfde kracht door God worden ontvangen als een lang gebed: “Ik geloof” heeft de macht om jouw leven te veranderen.

 

 

 

Hoe bad Hij?

 

Toen Zijn discipelen Hem vroegen om hen te leren bidden, leerde Hij hen het “Onze Vader”. Dit gebed leerde hen om God te eren, om Zijn perfecte wil voor hun levens na te streven, om Hem te vragen in hun behoeften te voorzien, om Zijn voorzieningen te verwachten en om zichzelf in dienstbaarheid op te offeren.

Een aardige manier om te onthouden welke dingen jij in je gebed kunt opnemen is :

 

God prijzen,

vreugdevol zijn,

vraag wat je zou willen, en

geef je aan Hem over.

 

Deze vier eenvoudige dingen vormen een geweldige fundering waar jij je gebeden op kunt bouwen.

 

 

 

 Wat kunnen wij leren?

 

Bidden is tweerichtingsverkeer. Onze vader in de Hemel verlangt ernaar om met ons te communiceren. Wij hebben deze wonderbaarlijke mogelijkheid gekregen om “tweerichtingsgesprekken” met onze Schepper te voeren. Hij kent onze harten en gedachten al, maar als we deze aan Hem verwoorden, dan laten we onze lasten en onze verlangens los.

Wanneer wij God in vertrouwen nemen, dan maakt Hij Zijn antwoorden aan ons bekend. We bidden niet alleen om onszelf te horen denken of praten. Bidden bouwt aan de relatie die we met Hem hebben. Bidden bouwt aan ons geloof.

God reageert op ons geloof, niet op onze behoeften. Bidden is de handeling waarmee ons geloof wordt uitgezonden. Ook wij kunnen bidden zoals Jezus dat deed.

 

Ieder van ons verlangt naar een verbinding met iemand die zich kan identificeren met onze omstandigheden en met wie we ons dagelijkse leven kunnen delen. En dat is precies wat een gebed is: een persoonlijke ervaring en een intieme verbinding met onze liefdevolle Hemelse Vader.

 

 

 1 Johannes 5:14-15

 

“Wij kunnen ons vol vertrouwen tot God wenden, in de zekerheid dat hij naar ons luistert als we hem iets vragen dat in overeenstemming is met zijn wil. En omdat we weten dat hij naar ons luistert, wat we hem ook vragen, weten we ook dat we alles al hebben gekregen wat we hem gevraagd hebben.”

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

John Astria

De ark van het verbond.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Afbeelding (2)

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Is de ark van het verbond een mystiek object

of een historisch artefact?

 

De ark van het verbond betekent voor verschillende mensen verschillende dingen. Voor sommigen is de ark een mystiek object met angstaanjagende bovennatuurlijke krachten. Voor anderen is het een oudheidkundig artefact met een groot godsdienstig belang, vergelijkbaar met de heilige graal. Vanwege de vele verschillende mythen waarmee de ark is omgeven, is het de moeite waard om zijn ware oorsprong en doel eens nader te bekijken.

 

 

 

De achterliggende geschiedenis

 

De ark van het verbond wordt in de Bijbel voor het eerst vermeld in Exodus 25. Na de bevrijding van Israël uit de slavernij in Egypte draagt God Mozes op om een tabernakel (een soort tent) te bouwen waarin de Israëlieten God zullen aanbidden. De ark van het verbond werd in een speciaal gedeelte van de tabernakel ondergebracht, wat bekend stond als het “Allerheiligste”.

De ark was het heiligste object in de tabernakel. God gaf hen gedetailleerde aanwijzingen voor de bouw van de ark. Hij moest vervaardigd worden van acaciahout en beslagen worden met goud. De ark moest tweeënhalve el lang, anderhalve el breed en anderhalve el hoog zijn (een el is ongeveer 45 centimeter). Bovenop de ark bevonden zich twee gouden cherubijnen (engelen) die met hun vleugels het gedeelte van de ark bedekten dat bekend stond als de “Verzoeningsplaat”.

De ark van het verbond bevatte drie objecten die heel belangrijk waren voor de Israëlieten. Ten eerste waren dit de twee stenen tafelen met de Tien Geboden. De Tien Geboden waren het fundament van het verbond tussen God en Israël, die meestal de “Mozaïsche Wet” of kortweg “de Wet” genoemd wordt (Exodus 31).

Het tweede belangrijke voorwerp in de ark was de staf van Aaron. God liet de staf van Aaron op wonderbaarlijke wijze bloeien om de andere stammen van Israël te laten zien dat het Zijn wil was dat Aaron de leiding zou hebben over het priesterschap (Numeri 17).

En het derde object was een gouden kruik gevuld met manna. Manna was het voedsel dat de Israëlieten op wonderbaarlijke wijze van God aangereikt kregen tijdens hun veertig jaar van omzwervingen in de woestijn (Exodus 16).

De ark van het verbond was de plaats waar God Zijn aanwezigheid op aarde manifesteerde. Wanneer de Israëlieten zich verplaatsten, ging de ark ging altijd voor hen uit. De ark was in de tabernakel het middelpunt van de aanbidding van God. Daarnaast beschermde hij de Israëlieten ook in veldslagen door tegenstanders op bovennatuurlijke wijze te verslaan (Jozua 6:3-4). De Israëlieten wendden zich ook tot de ark om God om leiding en wijsheid voor het volk te vragen (Numeri 7:89, Exodus 25:22).

 

 

 

 Een tijdelijke remedie voor zonden

 

De ark van het verbond was meer dan een speciaal meubelstuk met bovennatuurlijke krachten; de ark was voor de Israëlieten ook het middel om een relatie met God te hebben. De ark van het verbond kon maar één keer per jaar, op Jom Kippoer (de Joodse “Grote Verzoendag”), benaderd worden door een hogepriester.

Op deze dag ging de hogepriester het Allerheiligste binnen met het bloed van een offerlam. Het was ook de enige dag waarop Gods aanwezigheid zich tussen de twee cherubijnen manifesteerde. De hogepriester sprenkelde het bloed van het offerlam op de verzoeningsplaat.

Zodra het bloed van het lam door God werd ontvangen, werd het een boetedoening (een bedekking) voor de zonden van de hogepriester en van het hele Israëlitische volk. Dit ritueel werd onophoudelijk uitgevoerd, jaar in jaar uit. De ark van het verbond speelde een sleutelrol in de vergeving van hun zonden.

 

 

Ark of the Covenant3

.

 

De voorbode van de komende Messias

 

Op het eerste gezicht lijken de bloedoffers die verbonden zijn aan de ark van het verbond enigszins verontrustend. Het slachten van dieren en het offeren van hun bloed riekt naar occultisme. Maar we moeten goed begrijpen dat deze offergaven niet bedoeld waren om de toorn van een bloeddorstige godheid te pacificeren. God verlangt helemaal niet naar het bloed of het lijden van hulpeloze lammeren (Hebreeën 10:8).

De Bijbelse tekst toont ons herhaaldelijk dat zonden onvermijdelijk de dood tot gevolg hebben. De offergave van het lam wijst op de ernst van de zonde. Zonden vereisen altijd een boetedoening (een “betaling”), zodat God rechtvaardig kan zijn (Hebreeën 9:22). Gods erbarmen maakte het mogelijk dat de zonden van Israël op een lam konden worden overgedragen.

En nog belangrijker, deze offers waren een voorafschaduwing van een grotere offergave die nog moest plaatsvinden: het offer van de Joodse Messias, Jezus Christus. God wist dat deze voortdurende offergaven een onvoldoende betaling zouden zijn voor de zonden van Israël, laat staan voor de zonden van de hele mensheid. Daarom gaf God ons Jezus Christus als het ultieme offerlam.

Zijn dood werd de grootste liefdesdaad in de hele geschiedenis. Een Romeins kruis werd de ark waarop Christus werd geofferd. Met het bloed van Christus werd voor eens en altijd betaald voor de overtredingen van alle mensen die bereid zijn om Hem als hun Redder te aanvaarden (Johannes 3:16).

 

 

 

 Een vervangen door Gods Nieuwe Verbond

 

De ark van het verbond verdween ergens vóór of tijdens de Babylonische invasie van Jeruzalem in 586 voor Christus uit de Joodse Tempel. In afwachting van de verdwijning van de ark schreef de profeet Jeremia:

“En als jullie in die tijd in aantal toenemen en dit land weer zullen bevolken, zal niemand meer over de ark van het verbond met de Heer spreken. Die komt in niemands gedachten op, hij wordt niet meer genoemd of gemist, en wordt niet opnieuw gemaakt” (Jeremia 3:16).

Al voor de tijd van Jezus openbaarde de profetie van Jeremia dat er in de toekomst geen behoefte meer zou zijn aan de ark van het verbond. God had een beter Verbond dat Hij in werking zou laten treden, het Nieuwe Verbond in Zijn Zoon, Jezus Christus.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

John Astria

Bewijzen voor Jezus bestaan

Standaard

categorie : religie

 

 

 

christus

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 Wat laat de archeologie ons zien?

 

Bestaat er enig archeologisch bewijs voor Jezus? Hebben we feitelijke locaties of artefacten die getuigen van de historische waarheid van Jezus Christus? Het is opmerkelijk dat er in de afgelopen decennia belangrijk bewijs is aangetroffen voor het leven, de leer, de dood en de opstanding van Jezus.

 

 

 Zijn jonge jaren en Zijn bediening

 

Het bewijs voor Jezus begint met Zijn geboorteplaats in Bethlehem. De Geboortekerk wordt in het algemeen als een geloofwaardige historische locatie beschouwd. De grot waarin Christus geboren zou zijn, is gemarkeerd met de rijk versierde Ster van Bethlehem. De kleine stad wordt nog steeds omgeven door terrasvormige heuvels waarop herders hun kuddes weiden.

 

 

BETHLEHEM

BETHLEHEM

 

 

 

BETHLEHEM GEBOORTEKERK

BETHLEHEM GEBOORTEKERK

 

 

Het dorp Nazareth, waar Christus Zijn jeugd doorbracht, bestaat vandaag de dag nog steeds aan het Meer van Tiberias. In recente droge seizoenen zijn oude havens gevonden die overeenkomen met de Bijbelse beschrijvingen. Een Gallilese vissersboot uit de eerste eeuw werd uit de modder opgegraven en behouden. Hoewel we geen idee hebben wie de eigenaar van de boot was, komt deze overeen met het Bijbelse verslag over de vaartuigen die door de discipelen van Christus gebruikt werden.

 

 

NAZARETH

NAZARETH

 

 

Kafarnaüm, een dorp dat vaak door Jezus werd bezocht, is grotendeels opgegraven. Interessante locaties in dit dorp zijn onder meer de synagoge waar Jezus een man met een onreine geest genas en de rede hield over het brood van het leven, en het huis van Petrus waar Jezus de schoonmoeder van Petrus en anderen genas.

 

 

RUINES VAN DE SYNAGOGE VAN KAFERNAUM

RUINES VAN DE SYNAGOGE VAN KAFERNAUM

 

 

 

Andere archeologische locaties die verband houden met de bediening van Christus zijn onder meer :

  • Kursi (het wonder van de zwijnen),
  • Tabgha (broden en vissen),
  • Berg van de Zaligsprekingen (de Bergrede),
  • Caesarea Filippi (de belijdenis van Petrus),
  • de put van Jakob (Jezus sprak er met een Samaritaanse vrouw)

In Jeruzalem zien we nog steeds de fundamenten van de Joodse Tempelberg die door Herodes de Grote werd gebouwd. Andere belangrijke plaatsen in Jeruzalem zijn:

  • de Zuidelijke Treden waar Jezus en Zijn volgelingen de Tempel binnengingen,
  • het Bad van Betzata waar Jezus een kreupele man genas,
  • het Bad van Siloam waar Jezus een blinde man genas.

 

 

 Zijn laatste dagen en Zijn kruisiging

 

Het bewijs voor de gebeurtenissen die tot de kruisiging van Jezus leidden begint aan de andere kant van het Kidrondal, bij de Olijfberg. Daar kunnen we tussen de oude olijfbomen naar de hof van Getsemane lopen waar Jezus bad voordat hij gearresteerd werd. Van daaruit kunnen we naar de andere kant van de vallei terugkijken, naar de Gouden Poort waardoor Christus Jeruzalem binnenging om berecht, gefolterd en gedood te worden.

Elders vinden we nog meer bewijs voor Jezus en de mensen die de leiding hadden over Zijn berechting en kruisiging, waaronder een inscriptie met een vermelding van de Romeinse procurator van die tijd, Pontius Pilatus. Ook heeft men de feitelijke beenderen van de Joodse Hogepriester van die tijd, Kajafas, die in een rijk versierd ossuarium zijn behouden.

In Jeruzalem kunnen we op de plaats staan waar Pontius Pilatus zijn uitspraken deed, Gabbata genaamd, en dan de Via Dolorosa bewandelen waarover Jezus Zijn eigen kruis naar Golgota droeg. De enorme Heilige Grafkerk staat volgens de meeste Schriftgeleerden op de locatie van zowel de kruisiging als de begrafenis van Christus. Recentelijk is zelfs een 2000 jaar oud hielbeen, doorboord met een ijzeren spijker, ontdekt in een begraafplaats in Jeruzalem, wat meer licht werpt op de kruisigingen door de Romeinen in de eerste eeuw.

 

 

DE VIA DOLOROSA

DE VIA DOLOROSA

 

 

Hoe zit het met Zijn opstanding?

 

Het bewijs voor Jezus op locaties uit de oudheid bereikt een climax wanneer we het lege graf bekijken dat net buiten de muren van Jeruzalem is gevonden. Hoewel we de exacte locatie van het graf van Jozef uit Arimatea niet weten, biedt deze traditionele locatie die bekend staat als “het Tuingraf” ons een prachtige voorstelling.

Verder kunnen we ons, op de weg naar Emmaus, voorstellen hoe de opgestane Christus meeliep met de twee ontmoedigde mannen die slechts enkele dagen eerder hun leider hadden verloren  van wie zij gedacht hadden dat dat Hij de Messias was.

Welke andere gebeurtenis zou een handvol angstige plattelanders ertoe kunnen bewegen om de wereld te verlichten met de dappere prediking van Jezus Christus? Niets minder dan de opstanding van Christus had deze mensen zo sterk kunnen transformeren, het bewijs voor Jezus na Zijn dood en opstanding is verbazingwekkend!

 

 

Waarom de opstanding van Jezus belangrijk is 

 

De opstanding van Jezus is de fundering van het christelijke geloof. In de brief van Paulus aan de Korintiërs zegt hij:

“En als Christus niet is opgewekt, is onze verkondiging zonder inhoud en uw geloof zinloos. Dan blijkt dat wij als getuigen van God over hem hebben gelogen, omdat we verklaard hebben dat hij Christus heeft opgewekt – want als er geen doden worden opgewekt, dan kan hij dat niet hebben gedaan.” (1 Korintiërs 15:14-15).

“Maar als Christus niet is opgewekt, is uw geloof nutteloos, bent u nog een gevangene van uw zonden.” (1 Korintiërs 15:17).

Zoals is gebleken, ontkent tegenwoordig geen enkele geloofwaardige schriftgeleerde of godsdienst dat Jezus een historische figuur was die ongeveer 2000 jaar geleden de aarde bewandelde, dat Hij een groot leraar was, dat Hij wonderen verrichtte en dat Hij aan een kruis stierf omdat Hij schuldig was bevonden aan godslastering. Daarom bestaat het enige echte dispuut uit de vraag of Jezus al dan niet de Zoon van God was, die na Zijn kruisiging opstond uit de dood.

 

 

Ooggetuigenverslagen van de Opstanding

 

De opstanding van Jezus wordt tegenwoordig op grond van bewijslast aangevochten. Om eerlijk te zijn moet het bewijs worden beoordeeld zoals dit voor elke andere historische gebeurtenis wordt gedaan. Gebaseerd op de algemeen geldende regels voor de behandeling van bewijslast, zouden voor een partij in een rechtszaak consequente ooggetuigenverslagen van meerdere geloofwaardige ooggetuigen het beste bewijs vormen.

Als we dus zo’n getuigenissen kunnen vinden in geloofwaardige historische verslagen over de opstanding van Christus, dan hebben we dus volgens de traditionele regels een belangrijke uitdaging van het bewijs weten te weerstaan. En in feite hebben we meerdere ooggetuigenverslagen over de opstanding van Jezus.

 

 

OOGGETUIGEN VAN DE OPSTANDING

OOGGETUIGEN VAN DE OPSTANDING

 

 

In 1 Korintiërs 15:3-6 stelt Paulus het volgende vast:

“Het belangrijkste dat ik u heb doorgegeven, heb ik op mijn beurt ook weer ontvangen: dat Christus voor onze zonden is gestorven, zoals in de Schriften staat, dat hij is begraven en op de derde dag is opgewekt, zoals in de Schriften staat, en dat hij is verschenen aan Kefas en vervolgens aan de twaalf leerlingen. Daarna is hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders en zusters tegelijk, van wie er enkelen gestorven zijn, maar de meesten nu nog leven.”

Studies van de manuscripten geven aan dat dit een zeer vroeg geloofsprincipe was van het christelijke geloof, dat slechts enkele jaren na de dood van Jezus Christus werd geschreven. Het is daarom zeer treffend dat Paulus deze passage afsluit met” “maar waarvan de meesten nu nog leven”. Paulus nodigde hiermee mensen uit om zelf de feiten na te gaan. Hij zou een dergelijke uitspraak hierin niet hebben opgenomen, als hij probeerde om een samenzwering, bedrog, mythe of legende te verbergen.

 

Meer ooggetuigen van de Opstanding

 

De opstanding van Jezus werd ook in talrijke andere verslagen beschreven, zoals de verschijning van Jezus

aan Maria uit Magdala (Johannes 20:10-18),

aan andere vrouwen (Matteüs 28:8-10),

aan Kleopas en zijn metgezel (Lucas 24:13-32),

aan elf discipelen en anderen (Lucas 24:33-49),

aan tien apostelen en anderen (zonder Thomas, Johannes 20:19-23),

aan de apostelen (inclusief Thomas, Johannes 20:26-30),

aan zeven apostelen (Johannes 21:1-14),

aan de discipelen (Matteüs 28:16-20),

aan de apostelen op de Olijfberg (Lucas 24:50-52 en Handelingen 1:4-9).

 

 

De ultieme geloofwaardigheidstest van deze ooggetuigen is het feit dat velen van hen het martelaarschap ondergingen voor hun ooggetuigenverslagen. Dit is dramatisch! Deze getuigen kenden de waarheid. Welk voordeel konden zij eruit halen om te sterven voor een leugen? Het bewijs spreekt voor zich: dit waren geen godsdienstige fanaten die slechts voor een godsdienstige overtuiging stierven; dit waren de volgelingen van Jezus Christus die stierven voor een historische gebeurtenis: Zijn opstanding die bewees dat Hij de Zoon van God was.

 

 

De geloofsbelijdenis van het christelijk geloof

 

Het christelijke geloof is gestoeld op Jezus Christus en Zijn opstanding. Al voor de Evangelies van het Nieuwe Testament werden geschreven, verkondigden de vroege christelijke leiders al hun geloofsbelijdenis: hun geloof in de dood en de opstanding van Jezus. De christelijke geloofsbelijdenis werd voor het eerst op papier gezet door de apostel Paulus in 1 Korintiërs 15:3-8:

“Het belangrijkste dat ik u heb doorgegeven, heb ik op mijn beurt ook weer ontvangen: dat Christus voor onze zonden is gestorven, zoals in de Schriften staat, dat hij is begraven en op de derde dag is opgewekt, zoals in de Schriften staat, en dat hij is verschenen aan Kefas en vervolgens aan de twaalf leerlingen. Daarna is hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders en zusters tegelijk, van wie er enkelen gestorven zijn, maar de meesten nu nog leven. Vervolgens is hij aan Jakobus verschenen en daarna aan alle apostelen. Pas op het laatst is hij ook aan mij verschenen, aan het misbaksel dat ik was.”

 

 

 Het belang van de oudste geloofsbelijdenis

 

Een van de belangrijkste argumenten tegen het christelijke geloof is dat het verhaal over de opstanding een mythe zou zijn die zich pas een eeuw na de kruisiging van Jezus ontwikkelde. Aanvankelijk dacht men dat de Evangeliën pas zo’n honderd jaar na het leven van Jezus op aarde werden geschreven. Maar recent onderzoek naar de betrouwbaarheid van de Nieuwtestamentische manuscripten en de tekstkritiek hebben tot de conclusie geleid dat de Evangeliën ongeveer 30 tot 50 jaar na Jezus werden geschreven.

De bovenstaande passage van Paulus zo belangrijk  omdat Bijbelse Schriftgeleerden hebben vastgesteld dat 1 Korintiërs 15 slechts 3 tot 5 jaar na de dood van Jezus Christus werd geschreven. Dit werd bepaald aan de hand van de historische verslagen van Paulus en zijn vroege reizen naar Damascus en Jeruzalem.

Dit is erg belangrijk omdat deze eerste christelijke geloofsbelijdenis zich zó snel ontwikkelde, dat er geen sprake zou kunnen zijn van een mythologische ontwikkeling. Er was te weinig tijd beschikbaar om het historische verslag van de opstanding te verdraaien.

 

 

De Nederlandse vertaling van de geloofsbelijdenis  die in Vlaanderen gebruikt wordt:

Ik geloof in God, de almachtige Vader,
Schepper van hemel en aarde.
En in Jezus Christus, zijn enige Zoon, onze Heer,
die ontvangen is van de heilige Geest,
en geboren uit de Maagd Maria;
die geleden heeft onder Pontius Pilatus,
gekruisigd is, gestorven en begraven;
die neergedaald is ter helle,
de derde dag verrezen uit de doden;
die opgevaren is ten hemel,
en zit aan de rechterhand van God, zijn almachtige Vader;
vandaar zal Hij komen oordelen de levenden en de doden.
Ik geloof in de heilige Geest;
de heilige katholieke kerk,
de gemeenschap van de heiligen;
de vergiffenis van de zonden;
de verrijzenis van het lichaam;
het eeuwig leven.
Amen.

 

 

Jezus Christus en Zijn opstanding

 

Omdat Jezus Christus en Zijn opstanding het fundament van het christelijke geloof vormen, zijn de historische werkelijkheid van Zijn leven, dood en opstanding van cruciaal belang. Want zoals Paulus later in een brief aan de Korintiërs stelde (1 Korintiërs 15:14-17):

“En als Christus niet is opgewekt, is onze verkondiging zonder inhoud en uw geloof zinloos. Dan blijkt dat wij als getuigen van God over hem hebben gelogen, omdat we verklaard hebben dat hij Christus heeft opgewekt – want als er geen doden worden opgewekt, dan kan hij dat niet hebben gedaan. Wanneer de doden niet worden opgewekt, is ook Christus niet opgewekt. Maar als Christus niet is opgewekt, is uw geloof nutteloos, bent u nog een gevangene van uw zonden.”

Hoewel het christelijke geloof weliswaar niet volledig op bewijs is gebaseerd, wordt het wel degelijk bevestigd door het beschikbare bewijsmateriaal. Geloof betekent niet dat je je verstand moet uitschakelen en alleen op je hart kunt vertrouwen, of dat je de rede moet negeren ten gunste van emotie. Nee, het christelijke geloof gaat over het opzoeken en kennen van Jezus Christus met alle aspecten van het menselijke karakter. Het gaat over Hem liefhebben met heel je hart, verstand, ziel en kracht.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

De Legende van het roodborstje

Standaard

categorie : religie

.

.

.

.

De legende van het roodborstje

.


De Heilige Rita heeft vele jaren een open wonde op haar voorhoofd gehad. Deze wonde zou er gekomen zijn nadat ze neergeknield zat te bidden voor een kruisbeeld. Ze had dezelfde wonde gekregen die Jezus had in zijn voorhoofd door zijn doornenkroon. Er zijn wel meerdere Heiligen die kruiswonden van Jezus mochten ontvangen, zoals bijvoorbeeld de Heilige Franciscus die de vijf grote kruiswonden kreeg, en Pater Pio die de wonden in zijn handen kreeg. De Heilige Rita kreeg dus de wonde van de doornenkroon.

.

De legende van het roodborstje gaat ook over deze doornenkroon. Het is een heel mooi verhaaltje, omdat het net door zijn mooie legende komt dat het roodborstje als een boodschappertje wordt gezien. Het zien van een roodborstje kan een bijzondere betekenis hebben van bovenuit.

De legende van het roodborstje kent vele verschillende versies en wordt dus op verschillende manieren verteld, maar de essentie is wel altijd dezelfde.

.

.

De legende van het roodborstje en de doornenkroon

.

God had de Aarde en de Hemel geschapen, de mens en de dieren. Dit alles op zes dagen tijd en de zevende dag rustte hij. Daarna besloot Hij om de dieren namen te geven. Zo kreeg dus een olifant de naam ‘olifant’ en een leeuw kreeg de naam ‘leeuw’. Elk dier kreeg een naam dat bijzonder was voor zijn soort.

Een klein vogeltje kreeg de naam ‘roodborstje’, maar dit vogeltje had helemaal geen rode kleur in zijn veertjes. Hij vroeg aan God waarom hij dan roodborstje werd genoemd? God zei tot het vogeltje dat hij het zelf moest verdienen om die naam waardig te worden. Het vogeltje wist echter niet hoe.

Generaties lang leefde het roodborstje zonder de typische rode vlek die hij nu heeft. Het beestje was er best wel verdrietig door want hij wist niet hoe hij nu precies die rode kleur kon verdienen. Op de dag van de kruisiging van Jezus treurden niet alleen de mensen, maar ook de dieren en de natuur. Van op een afstand keken verschillende diertjes naar Jezus aan het kruis en ze weenden bittere tranen om zijn lijden.

Het kleine roodborstje kon dit alles niet langer aanzien en wilde iets doen om het lijden van Jezus te verminderen. Hij vloog naar het kruis en keek naar de wonden. De zware nagels in de handen en voeten kon hij er niet uit trekken, tot zijn grote spijt. Maar toen zag hij de doornenkroon en hoe die doorns in het hoofd van Jezus veel pijn veroorzaakten.

Het kleine vogeltje trok met al zijn kracht een grote doorn uit het voorhoofd van Jezus, waardoor er bloed van Jezus op zijn veertjes viel. Deze rode vlek is nooit meer weggegaan, want doordat hij het lijden van Jezus probeerde te verminderen, had hij het verdiend zijn naam waardig te worden en werd hij een echt roodborstje.

Nadat Jezus gestorven was aan het kruis voor de zonden van de mens, werd het donker en brak er een hevige storm los, alsof de wereld ging vergaan. Toen de lente weer kwam en het roodborstje voor nakomelingen zorgde, was er voor het eerst dat de kleine vogeltjes ook een rode vlek kregen.

En ook deze jongen kregen jongen, die op hun beurt een rode vlek kregen. En dit alles omdat er één roodborstje zijn naam had verdiend en om zo de mensen altijd te blijven herinneren aan het lijden van Jezus.

.

.

.
.
.
.
.
.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.