Category, categorie: The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video
.
.
Matthew 5 (Part 13) : 33-48 – Oaths, eye for an eye, love for enemies
.
Mattheüs 5 (Deel13) : 33-48 – Geloften, oog om oog, liefde voor vijanden
.
Paul LeBoutillier
.
.




De kracht van bidden mag niet onderschat worden. Jakobus 5:16-18 stelt:
“Beken elkaar uw zonden en bid voor elkaar, dan zult u genezen. Want het gebed van een rechtvaardige is krachtig en mist zijn uitwerking niet. Elia was een mens als wij, en nadat hij vurig had gebeden dat het niet zou regenen, is er drieënhalf jaar lang geen regen gevallen op het land. Toen bad hij opnieuw, en de hemel gaf regen, en het land bracht zijn vrucht weer voort.”
God luistert zeer zeker naar gebeden, verhoort gebeden en gaat tot actie over als reactie op gebeden.
Jezus leerde ons: “…Ik verzeker jullie: als jullie geloof hebben als een mosterdzaadje, dan zullen jullie tegen die berg zeggen: ‘Verplaats je van hier naar daar!’ en dan zal hij zich verplaatsen. Niets zal voor jullie onmogelijk zijn” (Matteüs 17:20).
En 2 Korintiërs 10:4-5 vertelt ons: “De wapens waarmee wij ten strijde trekken dienen niet ons eigen belang, maar zijn er om met hun kracht bolwerken te slechten voor God. We halen spitsvondigheden neer en iedere verschansing die wordt opgetrokken tegen de kennis van God, we maken iedere gedachte krijgsgevangene om haar aan Christus te onderwerpen.”
De Bijbel spoort ons aan: “Laat u bij het bidden leiden door de Geest, iedere keer dat u bidt; blijf waakzaam en bid voortdurend voor alle heiligen” (Efeziërs 6:18).
De kracht van bidden is niet afkomstig van de biddende mens. Nee, deze kracht bevindt zich in de God die met het gebed wordt aangeroepen. 1 Johannes 5:14-15 vertelt ons:
“Wij kunnen ons vol vertrouwen tot God wenden, in de zekerheid dat hij naar ons luistert als we hem iets vragen dat in overeenstemming is met zijn wil. En omdat we weten dat hij naar ons luistert, wat we hem ook vragen, weten we ook dat we alles al hebben gekregen wat we hem gevraagd hebben.”
Het maakt niet uit wie er bidt, hoeveel passie er achter het gebed zit of wat het doel van het gebed is; God verhoort gebeden die in overeenstemming zijn met Zijn wil. Zijn antwoord is niet altijd “ja”, maar zal altijd zijn wat het beste voor ons is. Als onze verlangens met Zijn wil overeenkomen, dan zullen we na verloop van tijd Zijn antwoord begrijpen. Als we met hartstocht en met een doel bidden, volgens Gods wil, dan zal God krachtig antwoorden!
We hebben geen toegang tot krachtiger gebeden door “magische formules” te gebruiken. De verhoring van onze gebeden is niet gebaseerd op de welsprekendheid van onze gebeden. We hoeven geen specifieke woorden of termen te gebruiken voordat God onze gebeden zal verhoren. Sterker nog, Jezus berispt mensen die met veel herhalingen bidden:
“Bij het bidden moeten jullie niet eindeloos voortprevelen zoals de heidenen, die denken dat ze door hun overvloed aan woorden verhoord zullen worden. Doe hen niet na! Jullie Vader weet immers wat jullie nodig hebben, nog vóór jullie het hem vragen” (Matteüs 6:7-8).
Een gebed is onze communicatie met God. Het enige dat je hoeft te doen, is God om Zijn hulp vragen. Psalm 107:28-30 herinnert ons aan het volgende:
“Ze riepen in hun angst tot de Heer, hij leidde hen weg uit vele gevaren, hij bracht de storm tot zwijgen, de golven gingen liggen. Het verheugde hen dat de zee tot rust kwam, hij bracht hen naar een veilige haven.”
Door de kracht van het bidden is Gods hulp voor elk soort verzoek en op elk gebied beschikbaar. Filippenzen 4:6-7 vertelt ons:
“Wees over niets bezorgd, maar vraag God wat u nodig hebt en dank hem in al uw gebeden. Dan zal de vrede van God, die alle verstand te boven gaat, uw hart en gedachten in Christus Jezus bewaren.”
Als je behoefte hebt aan een voorbeeld van een gebed, lees dan Matteüs 6:9-13. Deze verzen staan bekend als “Het Onze Vader”. Het Onze Vader is geen gebed dat we uit ons hoofd hoeven te leren en het dan steeds voor God moeten opzeggen. Het is slechts een voorbeeldgebed. Het laat ons zien welke elementen in een gebed zouden moeten voorkomen:
aanbidding, vertrouwen in God, verzoeken, een schuldbelijdenis, een vraag om bescherming, enzovoorts. Bid voor dit soort dingen, maar spreek tot God in je eigen woorden.
vijanden overwonnen (Psalm 6: 9-10)
.
de dood onderworpen (2 Koningen 4: 31-36)
31 Gehazi was hun vooruit gelopen en had de staf op het gezicht van de jongen gelegd. Maar de jongen gaf geen geluid en geen teken van leven. Gehazi liep terug, Elisa tegemoet, en zei tegen hem: “De jongen is niet wakker geworden.” 32 Daarna kwam Elisa het huis binnen en zag de jongen dood op zijn bed liggen. 33 Hij ging de kamer in, deed de deur achter zich dicht en bad tot de Heer.
34 Daarna ging hij bovenop de jongen liggen. Hij legde zijn mond op de mond van de jongen, zijn ogen op de ogen van de jongen, zijn handen op de handen van de jongen. Zo boog hij zich over hem heen. Toen werd het lichaam van de jongen warm. 35 Daarna kwam Elisa naar beneden en liep in huis op en neer. Hij ging weer naar boven en boog zich opnieuw over het kind heen.
Toen niesde de jongen zeven keer en deed zijn ogen open. 36 Elisa riep Gehazi en zei: “Roep de vrouw.” Ze kwam en hij zei tegen haar: “Til je zoon op.” 37 Ze kwam binnen en knielde voor Elisa neer. Toen tilde ze haar zoon op en ging naar beneden.
.
.
genezing gebracht (Jakobus 5: 14-15)
14 Als iemand ziek is, laat hij de voorgangers van de gemeente vragen bij hem te komen om met hem te bidden en hem namens de Here met olie te zalven.
15 Als zij in geloof bidden, zal de zieke genezen worden; de Here zal hem gezond maken. En als hij gezondigd heeft, zal de Here het hem vergeven.
.
demonen verslagen (Marcus 9: 25-29)
En Jezus ziende, dat de schare gezamenlijk toeliep, bestrafte den onreinen geest, zeggende tot hem: Gij stomme en dove geest! Ik beveel u, ga uit van hem, en kom niet meer in hem.
26 En hij, roepende en hem zeer scheurende, ging uit; en het kind werd als dood, alzo dat velen zeiden, dat het gestorven was.
27 En Jezus, hem bij de hand grijpende, richtte hem op; en hij stond op.
28 En als Hij in huis gegaan was, vraagden Hem Zijn discipelen alleen: Waarom hebben wij hem niet kunnen uitwerpen?
29 En Hij zeide tot hen: Dit geslacht kan nergens door uitgaan, dan door bidden en vasten.
Via gebeden opent God ogen, verandert Hij harten, heelt Hij wonden en verleent Hij wijsheid (Jakobus 1:5). De kracht van bidden mag nooit onderschat worden, omdat deze de heerlijkheid en de macht van de oneindig machtige God van het universum aantrekt!
Daniël 4:32 verkondigt: “De mensen op aarde zijn slechts nietige wezens; hij doet met de hemelse machten en met de mensen op aarde wat hij wil. Er is niemand die hem kan tegenhouden of tegen hem kan zeggen: ‘Wat hebt u gedaan?’


Pasteltekening van John Astria
Als vijfde en laatste in de reeks van dingen die een grote indruk op Agur hebben gemaakt, komt een lijst van vier wezens die fier voortbewegen: “Drie hebben een voorname tred, vier schrijden statig voort” (Spreuken 30: 29 – 30). Het zijn de leeuw, de haan, de bok en de koning.
29 Deze drie, nee, deze vier lopen heel statig en deftig:
30 een leeuw, de koning van de dieren
die voor niets of niemand bang is
32 David zei tegen Saul: “Laat niemand de moed verliezen door die Filistijn. Ik zal met hem vechten.” 33 Maar Saul zei tegen David: “Dat kun je niet. Je bent veel te jong. En híj vecht al van jongs af aan.” 34 Maar David zei tegen Saul: “Ik ben gewend om voor mijn vader de schapen te hoeden. Soms roofde een leeuw of beer een schaap uit de kudde. 35 Dan liep ik hem achterna, sloeg hem neer en redde het dier uit zijn bek. En als de leeuw mij dan aanviel, greep ik hem bij zijn manen en doodde hem.
36 Ik heb leeuwen en beren verslagen. Met deze ongelovige Filistijn zal het net zo aflopen. Want hij heeft het leger van de levende God uitgedaagd. 37 De Heer heeft mij gered van de klauwen van leeuwen en beren. Hij zal mij ook redden uit de handen van deze Filistijn.” Toen zei Saul: “Ga dan maar. De Heer zal met je zijn.”
Pasteltekening van John Astria
8 Juda, je zal door je broers worden geprezen. Je zal je vijanden overwinnen. Je eigen broers zullen voor je bui-gen. 9 Je lijkt op een jonge leeuw die na de jacht, als hij zijn prooi heeft opgegeten, op een hoge plaats gaat rusten. Wie zal hem daar durven storen? 10 De koningsstaf zal altijd in zijn hand zijn. Zijn heersersstaf zal altijd regeren, totdat Silo (= ‘Vredevorst’) komt. Alle volken zullen hem gehoorzamen.
5 Toen zei één van de gemeenteleiders tegen mij: “Huil maar niet. Kijk, de Leeuw uit de stam van Juda, de Zoon van David, heeft overwonnen. Daarom mag Hij de zeven zegels losmaken en de boekrol openmaken.”
32 Hij zal een belangrijk mens zijn en Hij zal ‘Zoon van de Allerhoogste God’ worden genoemd. De Heer God zal Hem koning van Israël maken, net als zijn voorvader David . 33 Hij zal voor eeuwig als koning regeren over het volk Israël. Er zal nooit een eind komen aan zijn heerschappij.”
Pasteltekening van John Astria
8 En als mens heeft Hij Zichzelf vernederd door God gehoorzaam te zijn tot de dood. Ja, zelfs tot de dood aan een kruis. 9 Daarom heeft God Hem ook de hoogste eer en de allergrootste macht gegeven. Hij heeft Hem be-langrijker en machtiger gemaakt dan wie dan ook. 10 Want God wil dat iedereen in de hemel, op de aarde en onder de aarde de knieën zal buigen voor Jezus. 11 Hij wil dat iedereen hardop zal toegeven dat Jezus de Heer is. Want dat eert God de Vader!
.
1 Waarom gaan de volken tekeer?
Ze smeden plannen die toch niet zullen slagen.
2 De koningen van de aarde maken zich klaar voor de strijd.
Ze sluiten zich bij elkaar aan en komen in opstand tegen de Heer
en tegen de man die Hij tot koning heeft gezalfd.
3 Ze zeggen: “We willen niet dat zij over ons heersen!
We willen niet dat zij ons vertelle
4 God in de hemel trekt zich niets van hun plannen aan.
De Heer lacht om hen.
5 Dan spreekt Hij woedend tegen hen.
Als ze zien hoe kwaad Hij is, worden ze doodsbang.
6 Hij zegt: “Deze koning heb Ik Zelf uitgekozen
als koning over mijn heilige berg Sion!”
7 De koning zegt:
“Ik zal jullie vertellen wat de Heer heeft besloten.
Hij heeft tegen mij gezegd:
‘Jij bent mijn zoon. Vanaf vandaag ben Ik je Vader.
8 Je mag Mij alles vragen.
Ik zal je alle volken geven.
De hele aarde zal van jou zijn.
9 Je zal streng over hen regeren, als met een ijzeren staf.
Je zal hen vernietigen, zoals je een kruik stukbreekt.’
10 Wees dus verstandig, koningen en leiders!
Luister naar mij en doe wat ik zeg:
11 Dien de Heer met diep ontzag.
Wees vol eerbied blij over Hem.
12 Buig je voor de zoon, zodat hij niet boos op je wordt.
Wacht niet te lang, want straks is het te laat.
Dan zal hij iedereen vernietigen die hem niet gehoorzaamt.
Het is heerlijk voor een mens om op God te vertrouwen!”
Naast de mieren noemt Agur de klipdassen als klein maar ontzettend wijs (Spreuken 30: 24 – 26). Klipdassen, wo-nen in rotsachtig terrein, waar zij in de spleten schuilen (Psalm 104: 18). De NBG ’51 geeft met: “zij maken hun woning in de rots” een betere vertaling van Spreuken 30:26 dan de NBV met: “maken holen in de rots”. Machtig zijn zij niet, maar zij weten een veilige plek te vinden waar hun vijanden, roofvogels en roofdieren, hen niet kun-nen pakken.
Spreuken 30: 24 – 26
24 Deze vier dieren zijn de kleinste op de aarde, maar zijn wel heel erg wijs:De mieren – een groot volk van diertjes zonder kracht, maar toch verzamelen ze in de zomer eten voor de hele winter. 26 De klipdassen – een volk zonder macht, maar toch maken ze hun holen in de rotsen.
Psalm 104: 18
18 In de hoge bergen wonen de steenbokken. Tussen de rotsen schuilen de klipdassen.
Hoewel zij in veel opzichten op marmotten lijken, zijn zij herkauwende hoefdieren, maar zonder ‘gespleten hoe-ven’. Daarom mochten zij volgens de Wet toch niet gegeten worden (Leviticus 11: 5 ; Deuteronomium 14: 7). In bepaalde opzichten zijn zij aan de olifanten verwant zoals in Afrika waar zij als ‘het kleine broertje van de olifant’ bekend zijn. Daar zijn zij inheems en je komt ze overal in Afrika tegen.
Leviticus 11: 3 – 5
3 Jullie mogen alle dieren eten die gespleten hoeven hebben, als die dieren ook herkauwen. En de hoeven moe-ten helemaal gespleten zijn. 4 Kamelen mogen jullie dus niet eten. Zij herkauwen wel, maar hebben geen ge-spleten hoeven. Ze zijn onrein voor jullie. 5 Ook geen konijnen. Zij herkauwen wel, maar hebben geen gespleten hoeven. Ze zijn onrein voor jullie.
Deuteronomium 14: 7
7 Maar de volgende dieren mogen jullie niet eten: kamelen, hazen en konijnen. Zij herkauwen wel, maar hebben geen gespleten hoeven. Zij zijn onrein voor jullie.
Er zijn drie geslachten met 11 ondersoorten. Naast rotsbewoners zijn er ook boombewoners. Van Kenia en Ethio-pië tot in Syrië komt het geslacht Procavia capensis syriaca voor. Dit is de klipdas die in de Bijbel wordt vermeld. In Israël zijn zij te vinden in de Jordaanvallei, rondom het Meer van Galilea en in de zuidelijke woestijngebieden. Klipdassen zijn geweldige springers. Zij kunnen een kloof van wel vier meter breed overbruggen. Zij kunnen dat omdat hun voeten voorzien zijn van elastische zoolkussens, die hen in staat stellen ook gladde en bijna verticale rotswanden te beklimmen. Als zij werkelijk gespleten hoeven hadden zou dat niet mogelijk zijn.
De rots bewonende klipdassen zijn sociale dieren die in grote kolonies wonen. Net als andere koloniedieren zijn zij zeer waakzaam en alert. Een aantal ‘wachters’ zorgt voor de veiligheid. Bij de eerste dreiging, slaan ze luid pie-pend alarm, en daarop reageren de anderen direct. In een zeker opzicht zijn klipdassen een beeld voor de ware gelovige. Zij weten waar zij veilig zijn, bij de rots. Zij zijn niet bang voor uitdagingen, want zij zijn in staat van vreugde te springen. Zij houden de wacht en verbergen zich voor het onheil.


.
.
.
.


Pasteltekening van John Astria
.
De liefde is geduldig en vol goedheid. De liefde kent geen afgunst, geen ijdel vertoon en geen zelfgenoegzaamheid. Ze is niet grof en niet zelfzuchtig, ze laat zich niet boos maken en rekent het kwaad niet aan.
.
En bovenal, kleed u in de liefde, dat is de band die u tot een volmaakte eenheid maakt.
Wij hebben Gods liefde, die in ons is, leren kennen en vertrouwen daarop. God is liefde. Wie in de liefde blijft, blijft in God, en God blijft in hem.
Ons resten geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde.
Moge hij vanuit zijn rijke luister uw innerlijke wezen kracht en sterkte schenken door zijn Geest, zodat door uw geloof Christus kan gaan wonen in uw hart, en u geworteld en gegrondvest blijft in de liefde.
Al had ik de gave om te profeteren en doorgrondde ik alle geheimen, al bezat ik alle kennis en had ik het geloof dat bergen kan verplaatsen – had ik de liefde niet, ik zou niets zijn.
Mannen, heb uw vrouw lief, zoals Christus de kerk heeft liefgehad en zich voor haar heeft prijsgegeven om haar te heiligen, haar te reinigen met water en woorden.
Heb elkaar lief met de innige liefde van broeders en zusters en acht de ander hoger dan uzelf.
Moge de Heer uw wil en verlangen richten op de liefde voor God en de standvastige trouw aan Christus.
Niemand heeft God ooit gezien. Maar als we elkaar liefhebben, blijft God in ons en is zijn liefde in ons ten volle werkelijkheid geworden.
Als iemand zegt: ‘Ik heb God lief,’ maar hij haat zijn broeder of zuster, is hij een leugenaar. Want iemand kan onmogelijk God, die hij nooit gezien heeft, liefhebben als hij de ander, die hij wel ziet, niet liefheeft.
Maar het is zoals geschreven staat: ‘Wat het oog niet heeft gezien en het oor niet heeft gehoord, wat in geen mensenhart is opgekomen, dat heeft God bestemd voor wie hem liefheeft.’
De liefde laat geen ruimte voor angst; volmaakte liefde sluit angst uit, want angst veronderstelt straf. In iemand die angst kent, is de liefde geen werkelijkheid geworden.
Moge de Heer uw liefde voor elkaar en ieder ander groter maken, zodat uw liefde even overvloedig wordt als onze liefde voor u.
Dan zullen we, door ons aan de waarheid te houden en elkaar lief te hebben, samen volledig toe groeien naar hem die het hoofd is: Christus.
Ik ben ervan overtuigd dat dood noch leven, engelen noch machten noch krachten, heden noch toekomst, hoogte noch diepte, of wat er ook maar in de schepping is, ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, die hij ons gegeven heeft in Christus Jezus, onze Heer.
Wie niet liefheeft kent God niet, want God is liefde.
Het op een na belangrijkste is dit: ‘Heb uw naaste lief als uzelf.’ Er zijn geen geboden belangrijker dan deze.
Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand en met heel uw kracht.
Al sprak ik de talen van alle mensen en die van de engelen – had ik de liefde niet, ik zou niet meer zijn dan een dreunende gong of een schelle cimbaal.
Immers: Wie het leven liefheeft en gelukkig wil zijn, moet geen laster of leugens over zijn lippen laten komen, hij moet het kwaad uit de weg gaan en het goede doen, en voortdurend vrede nastreven.
Sta niemand toe dat hij vanwege je jeugdige leeftijd op je neerkijkt, maar wees voor de gelovigen een voorbeeld in wat je zegt, in je levenswijze, in liefde, geloof en zuiverheid.
God heeft ons niet een geest van lafhartigheid gegeven, maar een geest van kracht, liefde en bezonnenheid.
Wees niet haatdragend. Als je iemand iets te verwijten hebt, roep hem dan ter verantwoording en laad niet omwille van een ander schuld op je door je te wreken of wrok te blijven koesteren. Heb je naaste lief als jezelf. Ik ben de Heer.
Het wezenlijke van de liefde is niet dat wij God hebben liefgehad, maar dat hij ons heeft liefgehad en zijn Zoon heeft gezonden om verzoening te brengen voor onze zonden.
Al verkocht ik mijn bezittingen omdat ik voedsel aan de armen wilde geven, al gaf ik mijn lichaam prijs en kon ik daar trots op zijn – had ik de liefde niet, het zou mij niet baten.
De liefde berokkent uw naaste geen kwaad, dus de wet vindt zijn vervulling in de liefde.
En ga de weg van de liefde, zoals Christus, die ons heeft liefgehad en zich voor ons gegeven heeft als offer, als een geurige gave voor God.
De wetgeleerde antwoordde: ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw kracht en met heel uw verstand, en uw naaste als uzelf.’
Dit is immers wat u vanaf het begin hebt horen verkondigen: dat we elkaar moeten liefhebben.
Houd de onderlinge liefde in stand en houd de gastvrijheid in ere, want zo hebben sommigen zonder het te weten engelen ontvangen.
Wie mijn geboden kent en zich eraan houdt, heeft mij lief. Wie mij liefheeft zal de liefde van mijn Vader en mij ontvangen, en ik zal mij aan hem bekendmaken.
Geliefde broeders en zusters, als God ons zo heeft liefgehad, moeten ook wij elkaar liefhebben.
En hierin is Gods liefde ons geopenbaard: God heeft zijn enige Zoon in de wereld gezonden, opdat we door hem zouden leven.
Ik geef jullie een nieuw gebod: heb elkaar lief. Zoals ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie elkaar liefhebben.
Heb de wereld en wat in de wereld is niet lief. Als iemand de wereld liefheeft, is de liefde van de Vader niet in hem.
Maar de vrucht van de Geest is liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing. Er is geen wet die daar iets tegen heeft.
Maar omdat God zo barmhartig is, omdat de liefde die hij voor ons heeft opgevat zo groot is, heeft hij ons, die dood waren door onze zonden, samen met Christus levend gemaakt. Ook u bent nu door zijn genade gered.
En wij weten dat voor wie God liefhebben, voor wie volgens zijn voornemen geroepen zijn, alles bijdraagt aan het goede.
Broeders en zusters, wij moeten God altijd voor u danken. Het past ons dit te doen, omdat uw geloof sterk groeit en uw liefde voor elkaar groter wordt.
Iedereen die ik liefheb wijs ik terecht en bestraf ik. Zet u dus volledig in en breek met het leven dat u nu leidt.
‘Aan jullie liefde voor elkaar zal iedereen zien dat jullie mijn leerlingen zijn.’
Jezus antwoordde: ‘Wanneer iemand mij liefheeft zal hij zich houden aan wat ik zeg, mijn Vader zal hem liefhebben en mijn Vader en ik zullen bij hem komen en bij hem wonen.’
Want: ‘Pleeg geen overspel, pleeg geen moord, steel niet, zet uw zinnen niet op wat van een ander is’ – deze en alle andere geboden worden samengevat in deze ene uitspraak: ‘Heb uw naaste lief als uzelf.’
Broeders en zusters, u bent geroepen om vrij te zijn. Misbruik die vrijheid niet om uw eigen verlangens te bevredigen, maar dien elkaar in liefde.
Span daarom al uw krachten in om uw geloof te verrijken met deugdzaamheid, uw deugdzaamheid met kennis, uw kennis met zelfbeheersing, uw zelfbeheersing met volharding, uw volharding met vroomheid, uw vroomheid met liefde voor uw broeders en zusters, en uw liefde voor uw broeders en zusters met liefde voor allen.
‘Ik heb hun uw naam bekendgemaakt en dat zal ik blijven doen, zodat de liefde waarmee u mij liefhad in hen zal zijn en ik in hen.’
We hebben dan ook dit gebod van hem gekregen: wie God liefheeft, moet ook de ander liefhebben.
Geliefde broeders en zusters, laten wij elkaar liefhebben, want de liefde komt uit God voort. Ieder die liefheeft is uit God geboren en kent God.
Wat ons drijft is de liefde van Christus, omdat we ervan overtuigd zijn dat één mens voor alle mensen is gestorven, waardoor alle mensen zijn gestorven, en dat hij voor allen is gestorven opdat de levenden niet langer voor zichzelf zouden leven, maar voor hem die voor de levenden is gestorven en is opgewekt.
Wat liefde is, hebben we geleerd van hem die zijn leven voor ons gegeven heeft. Daarom horen ook wij ons leven te geven voor onze broeders en zusters.
Je blijft in mijn liefde als je je aan mijn geboden houdt, zoals ik me ook aan de geboden van mijn Vader gehouden heb en in zijn liefde blijf.
Deze hoop zal niet worden beschaamd, omdat Gods liefde in ons hart is uitgegoten door de heilige Geest, die ons gegeven is.
Niet je kleren moet je scheuren, maar je hart. Keer terug tot de HEER, jullie God, want hij is genadig en liefdevol, geduldig en trouw, en tot vergeving bereid.
In Christus Jezus is het volkomen onbelangrijk of men wel of niet besneden is. Belangrijk is dat men gelooft en de liefde kent, die het geloof zijn kracht verleent.
Tot slot, broeders en zusters, groet ik u. Beter uw leven, neem mijn vermaningen ter harte, wees eensgezind, leef in vrede met elkaar – dan zal de God van de liefde en de vrede met u zijn.
Hoe kan Gods liefde in iemand blijven die meer dan genoeg heeft om van te bestaan, maar zijn hart sluit voor een broeder of zuster die hij gebrek ziet lijden?
‘Pleeg geen moord, pleeg geen overspel, steel niet, leg geen vals getuigenis af, toon eerbied voor uw vader en moeder, en ook: heb uw naaste lief als uzelf.’
.
.
Meditatie betekent volgens het woordenboek: overpeinzing, bespiegeling. In kerkelijke kringen betekent “een meditatie verzorgen”: sprekend tot toehoorders een overdenking houden over een Bijbelgedeelte. In Engelse bijbels is sprake van “meditation”, waar de Nederlandse Bijbels spreken van: overdenking, overpeinzing, betrachting.
De woorden ‘meditatie’ of ‘mediteren’ worden ook gebruikt voor oosterse, mystieke en new-age-achtige vormen van meditatie. Deze meditatie onderscheidt zich onder meer door:
Deze meditatie is vreemd aan de Schrift. Meditatie is goed voor de geest en het lichaam, maar kan een zondige ziel die geen berouw heeft nooit redden. Er staat duidelijk geschreven in Johannes 11:24-26 dat geloof in het zoenoffer van Christus onvermijdelijk is voor eeuwig te leven te bekomen. Meditatie is een techniek om tot rust te komen maar kan de Blijde Boodschap niet vervangen.
Gelovigen zoeken hun innerlijke rust vooral bij de Heer Jezus en bij God hun Vader. Hun bezorgdheid mogen ze op Hem werpen. Als een herder leidt God zijn schaap aan rustige wateren (Psalm 23).
Het hoofd helemaal leegmakenhoeft niet en is zelfs geestelijk gevaarlijk.Het kan goed zijn onze gedachte stroom tot bedaren te brengen, gedachten opzij te zetten, maar gedachteloosheid als een zekere bewustzijnstoestand, leegheid van gedachten, kan een venster openen voor invloeden van boze geesten.
Sommige christenen propageren eenmengvorm van Bijbelse overpeinzing en oosters geïnspireerde meditatie. Dan worden bijvoorbeeld geestelijke woorden aldoor herhaald, zoals een Hindoeïstische mantra. Vergelijk:
Mt 6:7 En als u bidt, gebruikt dan geen omhaal van woorden zoals de volken; want zij menen dat zij door hun veelheid van woorden zullen worden verhoogd
Oosterse meditatie herhaalt woorden om in een zekere bewustzijnstoestand te geraken. In plaats van het ver-stand uit te schakelen en gedachteloosheid of innerlijke leegheid na te streven, mogen gelovigen de werken, daden, eigenschappen en woorden van hun God overdenken.
Ps 77:11 (77–12) Ik zal de daden des Heren gedenken; ja, ik zal gedenken Uw wonderen van ouds her;
Ps 77:12 (77–13) En zal al Uw werken overdenken, en van Uw daden spreken.
Ps 77:13 (77–14) O God! Uw weg is in het heiligdom; wie is een groot God, gelijk God?
Ps 77:14 (77–15) Gij zijt die God, Die wonder doet; Gij hebt Uw sterkte bekend gemaakt onder de volken.
Ps 77:15 (77–16) Gij hebt Uw volk door [Uw] arm verlost; de kinderen van Jakob en van Jozef.
Ps 77:16 (77–17) De wateren zagen U, o God! de wateren zagen U, zij beefden; ook waren de afgronden beroerd.
Ps 77:17 (77–18) De dikke wolken goten water uit; de bovenste wolken gaven geluid; ook gingen Uw pijlen daarhenen.
Ps 77:18 (77–19) Het geluid Uws donders was in het ronde; de bliksemen verlichtten de wereld; de aarde werd beroerd en daverde.
Ps 77:19 (77–20) Uw weg was in de zee, en Uw pad in grote wateren, en Uw voetstappen werden niet bekend.
Ps 77:20 (77–21) Gij leiddet Uw volk, als een kudde door de hand van Mozes en Aaron.
Ps 119:97 Hoe lief heb ik Uw wet! Zij is mijnbetrachtingden gansen dag.
Ps 119:98 Zij maakt mij door Uw geboden wijzer, dan mijn vijanden zijn, want zij is in eeuwigheid bij mij.
Ps 119:99 Ik ben verstandiger dan al mijn leraars, omdat Uw getuigenissen mijn betrachting zijn.
.
Pasteltekening van John Astria
.
.
.
Opb 17:6 En ik zag de vrouw dronken van het bloed van de heiligen en van het bloed van de getuigen van Jezus. …
.
pasteltekening van John Astria
Martelaars heten de oudste belijders van het geloof in Jezus Christus die, als zij door hun vijanden wreedaardig omgebracht werden, hierdoor een getuigenis van het geloof aflegden. Uit het Griekse woord voor getuigenis (martyrion) ontwikkelden zich de woorden martelaar, martelen.
Thans noemt men bij uitbreiding allen, die zich voor een zaak opofferen of opgeofferd worden, martelaars. Het zijn van een martelaar wordt martelaarschap of marteldom genoemd. De marteldood is de dood van een martelaar. De martelkroon is de eer van het martelaarschap.
De Heer Jezus heeft aan het eind van zijn aardse leven de zijnen voorbereid op het martelaarschap:
Joh 16:1 Dit heb Ik tot u gesproken, opdat u niet ten val komt.
Joh 16:2 Zij zullen u uit de synagoge bannen; ja, het uur komt, dat ieder die u doodt, zal menen God een dienst te bewijzen.
Joh 16:3 En dit zullen zij u doen, omdat zij de Vader niet hebben gekend noch Mij.
Joh 16:4 Maar deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat wanneer, hun uur gekomen is, u zich zult herinneren dat Ik ze u heb gezegd; maar deze dingen heb Ik u niet van het begin af gezegd, omdat Ik bij u was.
.

Sint Sebastiaan,
schilderij van Andrea Mantegna,
1457-1458
De meeste martelaren in deze tijd zijn christen. Het aantal christelijke martelaren lag anno 2011 op zo’n 100.000 per jaar. Dat zijn er 270 per dag. Volgens een godsdienstsocioloog van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), sterft er gemiddeld iedere vijf minuten een christen voor zijn of haar geloof. In 1970 waren dat er nog 377.000 per jaar; in 2000 ongeveer 160.000. Het aantal christenen dat vanwege het geloof de marteldood sterft, neemt (anno 2011) steeds verder af.
“Als deze aantallen niet wereldkundig worden gemaakt, als aan deze slachting geen halt wordt toegeroepen en als niet erkend wordt dat de vervolging van christenen wereldwijd de voornaamste noodsituatie is als het gaat over religieus geweld en discriminatie, zal de dialoog tussen de godsdiensten slechts mooie conferenties opleveren, maar geen concrete resultaten.”
(Massimo Introvigne, godsdienstsocioloog van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), op een interreligieuze conferentie in Hongarije in (2011))
.
Na de onthoofding van Johannes de Doper en de kruisdood van Christus, hebben in de eerste tijd hun leven gegeven tot de dood toe :
Na de begintijd kan men bloedige vervolgingen van de christenen onder de heidense keizers van Rome onderscheiden.
.
Tijdens de bloedige verdrukking en vervolging van christenen onder Nero, die Romeins keizer was van
37 – 68 n.C., zijn onder meer de volgende gelovigen omwille van hun geloof in Jezus Christus omgebracht:
.
Tijdens de bloedige verdrukking en vervolging van christenen onder Domitianus, Romeins keizer van 81 – 96 n.C., zijn onder meer de volgende gelovigen omwille van hun geloof in Jezus Christus omgebracht:
.
Tijdens de bloedige verdrukking en vervolging van christenen onder Trajanus, Romeins keizer van 98 – 117 n.C., zijn onder meer de volgende gelovigen omwille van hun geloof in Jezus Christus omgebracht:
.
.
Onder het bewind van Antonius, Romeins keizer van 138 – 161 n.C., Marcus Aurelius, keizer van 161 – 180 n.C., en Commodus, keizer van 197-192 n.C., zijn onder meer de volgende gelovigen omwille van hun geloof in Jezus Christus omgebracht:
.
Onder het bewind van Septimius Severus, Romeins keizer van 193 – 211 n.C., zijn onder meer omwille van hun geloof in Jezus Christus omgebracht:
Kerkleraar Origenes onderwees zijn leerlingen zo krachtig in het geloof, dat later velen hun leven voor de christelijke godsdienst hebben overgegeven. Onder deze waren de eerste Plutarchus, twee mannen, waarschijnlijk gebroeders, Sereni genaamd en Hero.
Toen Plutarchus naar de strafplaats werd geleid, om gedood te worden, was Origenes aan zijn zijde om hem te troosten, waarom hij voorzeker door de woedende schare zou doodgeslagen zijn geworden, zo de goddelijke Voorzienigheid hem niet had beschermd.
.
Door allerlei wijzen van terechtstelling zijn martelaren om het leven gebracht, zoals steniging, onthoofding en de brandstapel. Tijdens de Inquisitie (Rooms-katholiek geloofsonderzoek) eindigden veel martelaren op de brandstapel.
Vaak getuigden zij op de brandstapel ‘vurig’ van hun geloof en brachten daardoor omstanders in verwarring. Om dat te verhinderen werd een tongschroef, die de tong vasthechtte aan de kin, aangebracht. In de ashoop van brandstapels zijn verschillende van deze tongschroeven aangetroffen.
Op 5 oktober 1573 stierf de gelovige Mayeken Wens op de brandstapel. In de laatste brief die zij aan haar 15-jarige zoon Adriaen zond, schreef zij: „Och, mijn lieve zoon, al ben ik je hier ontnomen, vrees God van jongs af aan en je zult je moeder terugzien, hier boven in het nieuwe Jeruzalem.”