categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen
.
.
Algemene informatie
.
Robijn in zoisiet is een soort robijn waarbij de kristallen ingesloten zijn in een matrix van zoisiet.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
Basalt is een vulkanisch uitvloeiingsgesteente gevormd door het stollen van snel afkoelende magma. Het is een van de meest voorkomende gesteentes ter wereld. De samenstelling varieert maar bevat maximaal 20% kwarts en maximaal 10% veldspaat. Het is meestal grijs tot zwart van kleur maar kan ook andere kleuren vertonen afhankelijk van de specifieke samenstelling. Basalt wordt o.a. gebruikt voor vloertegels, beelden, dijkbekleding en er wordt steenwol van gemaakt.
Door de snelle afkoeling zijn geen grote kristallen gevormd. De meest voorkomende mineralen in basalt zijn amfibool, pyroxeen-olivijn en ilmeniet. Ook andere mineralen, zoals magnetiet kunnen in basalt gevormd worden. Basalt bestaat uit kleine kristallen. De intrusieve variant van basalt wordt gabbro genoemd. De krimp die optreedt bij de stolling van de basaltlava leidt tot typische zeshoekige structuren (basaltzuilen).
.
.
.
.
.
.
.
.
.
Basalt is een uitvloeiingsgesteente en ontstaat aan het oppervlak in gebieden met vulkanische activiteit. Het is typisch een product van laag viskeuze snelstromende lava’s zoals op Hawaï. Ook onder het (zee)wateroppervlak kunnen basalt uitvloeiingen plaatsvinden, zoals bij de mid-oceanische ruggen. Hier worden zogenaamde pillow basalts gevormd. Doordat het magma stolt en een temperatuur beneden het Curie-punt bereikt, wordt het magnetisch veld van de aarde op dat moment vastgelegd in het gesteente.
Het magnetisch veld verandert voortdurend en langs de mid-oceanische ruggen ontstaat een patroon van opeenvolgende magnetische periodes, de zogenaamde magnetische polariteitszones. Dit wordt gebruikt bij paleografische reconstructies en datering van gesteentes. Er wordt aangenomen dat de naam basalt een verbastering is van de naam van het Egyptische landschap Bashan, waar de steensoort ook voorkomt.
.
.
.
.
.
.
.
| Basalt | ||||
| Indeling der stollingsgesteenten | ||||
|---|---|---|---|---|
| % SiO2 | uitvloeings- gesteente |
gang- gesteente |
diepte- gesteente |
|
| felsisch | >~70 | ryoliet | granofier | graniet |
| ~70-63 | daciet | granodioriet | ||
| intermediair | 63-52 | andesiet | dioriet | |
| mafisch | 52-45 | basalt | doleriet | gabbro |
| ultramafisch | <45 | komatiiet | peridotiet | |
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
Goed te herkennen aan
– de gele trossen 4-tallige bloemen en
– de bovenste, donkergroene bladeren met onregelmatig getande rand
Algemeen
Herik is een eenjarige, zeer algemeen voorkomende plant van 30 tot 80 hoog. Ze groeit op open, vochtige, zeer voedselrijke, omgewerkte grond in akkers en bermen, op dijken en braakliggende terreinen.
Bloem
Herik bloeit vanaf mei tot en met september met gele bloemen, die in trossen aan het einde van de stengel en zijstengels staan. De bloemen hebben 4 kroonbladen en 4 kelkbladen. Als de bloem in volle bloei staat, staan de 4 kelkbladen recht af.
Blad
De onderste bladeren zijn liervormig met grote eindlob, soms ongedeeld. De bovenste zijn langwerpig met een onregelmatig getande rand en niet stengelomvattend, zoals de bovenste bladeren van raapzaad en koolzaad. Ook de kleur is anders; alle bladeren van herik zijn donkergroen, de bovenste van raapzaad en koolzaad zijn blauwgroen.
Toepassingen
De hele plant is te eten. Jonge bladeren en scheuten, geplukt voor de bloei, hebben een fris scherpe smaak en kunnen toegevoegd worden aan salades. Oudere bladeren kunnen gegeten worden als groente, na ze eerst ongeveer een half uur te koken en ook de bloemknoppen zijn, na een paar minuten koken, te eten. Van de zaden kan mosterd gemaakt worden. Dat wordt zelden gedaan, omdat de mosterd niet echt smakelijk is.
Bijzonderheden
Herik kan jarenlang verdwijnen, maar bijvoorbeeld na ploegen weer opduiken. De oliehoudende zaden behouden hun kiemkracht zeer lang en kunnen na vele jaren weer ontkiemen en uitgroeien tot nieuwe planten.
Algemeen
– kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen
– 30 tot 80 cm
Bloem
– geel
– vanaf mei t/m september
– tros
– stervormig
– 1,5 tot 2 cm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 6 meeldraden
– 1 stijl
Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– langwerpig of liervormig
– top spits
– rand getand
– voet wigvormig
– veernervig
– ruw behaard
Stengel
– rechtop
– ruw behaard
– rolrond of meerkantig
zie wilde bloemen
Hieronder vindt u alle soorten onkruid die ons land kent. Een enorm groot overzicht maar netjes op alfabetische volgorde en met omschrijving. Veel succes met het herkennen en bestrijden van deze vaak hardnekkige planten.
Deze schermbloemigen vormen een charmante groep planten, die op hun mooist uitkomen wanneer ze in de wegberm of op een dijk groeien waar ze uitsteken boven de andere begroeiing. Fluitenkruid heeft niet voor niets de bijnaam ‘Hollands kant’. Zelfs wanneer deze planten de tuin binnendringen hoeft men dat niet te betreuren. Hun diep uit de grond voedsel halende penwortels brengen namelijk waardevolle mineralen naar boven waardoor die ook voor ondiep wortelende planten ter beschikking komen. Zorg er echter wel voor dat deze onkruiden niet tot zaadvorming komen: Wilde peen bijvoorbeeld brengt per plant ongeveer 4000 zaden voort en 4000 penen is wel wat veel van het goede.
FLUITEKRUID (Anthriscus sylvestris) is een overblijvende plant van 0,60 tot 1,50 meter hoog, met wijd vertakte ondergrondse stengels, die binnen korte tijd een flink stuk grond in beslag kunnen nemen. De zachte, heldergroene bladeren staan afwisselend, zijn tot 30 cm lang en 2-3 maal geveerd met ruw gezaagde randen. Ze komen tevoorschijn uit gegroefde scheden op de holle, eveneens van groeven voorziene stengels, die aan de onderkant donzig behaard zijn en aan de bovenkant kaal. De bloeiwijze is een eindstandig, samengesteld scherm met kleine witte bloemen die vijf bloemblaadjes hebben. De vruchtjes zijn langwerpig, kaal en zwart, met twee snavels aan de top.
Fluitekruid is inheems in Europa, Noord-Azië en Noord-Afrika. In ons land een zeer algemene verschijning op grazige, vochtige plaatsen, langs wegen en dijken en in vochtige loofbossen. De bloeitijd is mei-juni.



fluitekruid


HONDSPETERSELIE (Aethusa cynapium) is een vertakte, eenjarige plant, die een grote variatie in afmetingen vertoont: gewoonlijk is hij tussen 30 en 90 cm hoog, maar er zijn ook exemplaren bekend van 3 cm hoog en andere die wel 2 meter bereiken! De holle stengels zijn blauwachtig van kleur en voorzien van fijne ribbels; de bladeren staan afwisselend en hebben een donkergroene kleur; ze zijn niet zo fijn verdeeld als bij de voorgaande soort. Ook hier staan de bloemen in samengestelde schermen, maar deze zijn minder dicht; aan de onderkant zitten omwindseltjes met drie tot vier bladeren.
De bloemen verschijnen van juni tot in de herfst. Wanneer de vruchtjes rijp worden buigen de steeltjes zich naar beneden terwijl de vruchtjes zelf rechtop staan. Ze zijn eivormig en geribbeld, zonder snavels. Alle delen van de plant zijn giftig. Er zijn vergiftigingen bekend in gevallen dat de bladeren waren aangezien voor die van gewone peterselie en de wortels voor jonge raapjes of radijzen. Hoewel dieren de planten weigeren te eten vanwege de onaangename geur, eten zij ze wèl wanneer de planten in hooi verwerkt zijn. Door het drogen zijn de giftige eigenschappen dan verdwenen. Hondspeterselie komt voor in de meeste delen van Europa en is in ons land algemeen langs wegen, op bouwland, in moestuinen en dergelijke.






PEEN (Daucus carota) is een tweejarige plant die 30 tot 90 cm hoog wordt. De slanke stengels staan rechtop en zijn vertakt; ze zijn hol, geribbeld, en borstelig behaard. De fijne verdeling van de afwisselend staande bladeren doet de plant eruit zien alsof hij gemaakt is van kant. De kleine witte bloempjes zitten in dichte, samengestelde schermen, die aan de voet een groot aantal schutblaadjes bezitten. Het middelste bloemetjes in het scherm is vaak rood of paars.
Na de bloei krommen de stelen van het scherm zich naar boven, waardoor als het ware een vogelnestje ontstaat. De vruchtjes zijn langwerpig, met en afgeplatte en een geribbelde, borstelige zijde. De bloeitijd loopt van juni tot in de herfst en het verspreidingsgebied omvat geheel Europa en een groot deel van Noord-Amerika. In ons land algemeen op grazige plaatsen, langs dijken en wegen. Dit is de stamvorm van de gekweekte peen.





GEWONE SPURRIE (Spergula arvensis) lijkt wel wat op Kleefkruid. Hij heeft dezelfde manier van groeien en dezelfde kleverige stengels met de bladeren in kransen. Maar terwijl bij Kleefkruid de bladeren lancetvormig zijn, zijn die van Gewone spurrie lijnvormig. De rangschikking van de bloemen is ook anders, ze staan eindstandig in open groepjes; de vijf bloemblaadje zijn wit. De bloeiperiode loopt van april tot in de herfst. Deze eenjarige plant wordt 15 tot 30 cm hoog. Het verspreidingsgebied omvat geheel Europa. In ons land algemeen op zandgrond; wordt ook gekweekt.







.
.
.
Pasteltekening van John Astria
.
.
.
Met je hoofdgids heb je lang geleden samen op aarde geleefd. Dit was voor de gids vaak het laatste leven op aarde, en daarna hoefde hij niet meer terug om op aarde lessen te leren. Jij wel, en daarbij is je gids je gaan helpen. In het leven dat je met je gids leefde heb je daar een hechte band mee gehad. De periode waarin zich dat afspeelde kan variëren van 100 tot duizenden jaren geleden. Hoe ouder je als ziel bent, hoe ouder ook je hoofdgids is.
Hulpgidsen zijn personen die je hebt gekend in je huidige leven. Dit zijn overleden familieleden of goede vrienden waar je een goede relatie mee hebt gehad. Zij willen je nog een poosje begeleiden en geestelijk steunen, omdat ze van je houden. Veel mensen voelen dat ook. Het is vaak ook zo dat de hulpgids nog het een en ander moet leren van het leven dat jij leidt en daarom moet meekijken.
Je krijgt je hoofdgids vanaf je eerste “bewuste incarnatie”. Bewust incarneren betekent kiezen voor een leven en dus ook kiezen voor bepaalde ouders of de omstandigheden waarin je gaat leven. Jonge zielen kiezen (nog) niet zelf en hebben geen eigen gids. Zij worden begeleid door een groepsgids die een aantal jonge zielen begeleidt. De gids hoeft na het leven met jou dus niet meer naar de aarde terug. De gids heeft, in dat laatste leven, aan groei en harmonie zo ongeveer het hoogst haalbare voor een mens bereikt.
De gids kiest dan om te mogen “gidsen” en kiest dan speciaal voor jou. Die gids begeleidt jou bij jouw persoonlijke groei. Dit is voor hem/haar lang niet zo gemakkelijk als het misschien lijkt. Je gids is er voor jou meestal in de gedaante van hoe hij of zij eruit zag in het leven dat jullie samen geleefd hebben. Meestal was hij in dat leven een familielid of een goede vriend. Diep van binnen, in je onderbewuste, kén je je gids. Dat vergemakkelijkt de kennismaking: het is dan ook eigenlijk geen “leren kennen” maar een “herkennen” (door de ziel).
.
.
In de eerste plaats is je gids er altijd voor je. De gids komt nooit tijd tekort, kent geen haast of stress en heeft altijd voldoende tijd voor je. In onze jachtige maatschappij is dat al heel wat. Die gids is er om je te steunen en te helpen in de meest ruime betekenis van het woord. Hij inspireert je, probeert je op telepathische wijze te bereiken om adviezen en dergelijke door te geven, en verder kan hij je kracht en energie geven.
Hij zal proberen je op te beuren en je positieve energie toe te zenden als je even niet goed in je vel zit. Als dat gebeurt, kun je opeens een gevoel van rust en vrede krijgen, juist wanneer je het heel hard nodig hebt. Als je je gids kent en je bewust bent van diens aanwezigheid, is het voor je gids gemakkelijker je te bereiken.
Een gids zal altijd proberen je te helpen maar heeft de plicht om jouw keuzes te respecteren. Voor je aan het leven begint krijg je een aantal lessen voorgeschoteld die je moet leren, maar de manier waarop je hiermee omgaat bepaal je tijdens je leven. Je draagt je eigen verantwoordelijkheid voor wat je doet en laat. Je hebt dit leven gekozen om lessen te leren en negatief karma te transformeren. Als je gids elke steen voor je voeten weg zou rollen, dan leer je die lessen niet. Het leven zou dan veel te gemakkelijk worden.
.
.
Wij leven in de derde dimensie, de gidsen leven in de vierde dimensie. Dat is het gebied aan de overkant. In de vierde dimensie bestaat geen tijd en ook geen afstand. Het is namelijk een wereld van golflengten, trillingen en energieën. Je gids is overal waar jij bent, waar ter wereld je je ook bevindt.
.
.
Als je met je gids praat en naar hem luistert, is dat een andere vorm van communicatie dan wanneer je bijvoorbeeld met je buurvrouw praat. Het is namelijk communicatie zonder geluid. Je praat in gedachten. Je zendt telepathisch signalen uit naar je gids die deze signalen heel goed kan verstaan. Je gids weet namelijk wat je denkt en voelt. Je gids zendt op dezelfde manier signalen uit naar jou, die in je hersenen worden vertaald in woorden en zinnen. Het eerste wat in je opkomt is het antwoord. Deze manier is een dialoog, en dus géén channelen. Met channelen wordt bedoeld het verschijnsel dat iemand zich laat overnemen door een entiteit.
Die gebruikt zijn lichaam en mond om te praten.
.
.
.Je gids is je beste vriend, een kameraad die naast je wil staan en niet boven je. Doe dus gewoon tegen hem zoals je ook tegen je andere vrienden doet. Je zult dan merken dat je gids ook heel gewoon is. Je gids kent de totale liefde, zal je nooit in de steek laten en zal je altijd blijven steunen. Hij weet namelijk dat je een zware taak hebt in dit leven.
.
.
.* Ga in een fijne houding zitten of liggen.
* Als je ontspannen bent, houd je je ogen dicht, en visualiseer je een strand. Zie hoe alles eruitziet.
* Ver achter aan de horizon zie je een lichtpuntje dat steeds dichter naar je toekomt.
* Als het dichtbij genoeg is, zie je dat het lichtpuntje iemand op een roeiboot is. Die persoon is jou Gids.
* Help hem/haar aan land te komen.
* Praat wat, stel eventueel vragen.
* Neem afscheid van je Gids.
* Zie hem/haar weer vertrekken.
* Ontwaak uit je meditatie.
.
.
..
.
.
.
.
.
.
.





.
.
.
.
Ezechiël 38:1 “Het woord van de Heer kwam tot mij: 2. Mensenkind, richt uw blik op Gog, het land van Magog, de oppervorst van Mesech en Tubal, en profeteer tegen hem.
.Na de val van het Sovjet Rijk kwamen steeds meer landen van het Oostblok in de invloedsfeer van het Westen. Sommigen werden zelfs lid van de NAVO en de EU.

