Auteursarchief: tornado1961

Onbekend's avatar

Over tornado1961

Ik ben reikimaster en heb interesse voor religie, spiritualiteit, dieren, planten, techniek enz. Ik ben auteur van het boek " De Openbaring" waarin ik op een begrijpelijke manier de eindtijden uitleg.

Gevlekt longkruid ; Pulmonaria officinalis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

266px-pulmonaria_officinalis_gevlekt_longkruid

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de verschillend gekleurde bloemen en
– de gevlekte behaarde bladeren

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Gevlekt longkruid is een overblijvende plant, die alleen in Zuid-Limburg in het wild voorkomt. Daar is ze zeldzaam. Elders in de Lage Landen is ze verwilderd vanuit tuinen (via tuinafval) of als stinsenplant aangeplant.
Ze groeit op vochtige, voedselrijke, lemige grond in loofbossen en op buitenplaatsen. De plant wordt 10 tot 30 cm hoog, is ruw behaard en groeit in pollen.

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

Gevlekt longkruid bloeit vanaf maart tot en met mei. Aanvankelijk zijn de bloemen roze, later verkleuren ze naar blauw-paars.

 

 

 

 

 

 

Blad

 

De wortelbladeren verschijnen later en zijn lang gesteeld, de kleinere stengelbladeren zijn kort of niet gesteeld. Alle bladeren zijn licht gevlekt. De wortelstandige bladeren zijn in de winter blijvend.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Vroeger werd gevlekt longkruid beschouwd als een geneeskrachtige plant. Ze zou helpen tegen longziektes.
In de volksgeneeskunde wordt gevlekt longkruid gebruikt bij diarree en voor de verzorging van wonden.

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– ruwbladigenfamilie (Boraginaceae)
– overblijvend
– zeer zeldzaam
– 10 tot 30 cm

Bloem
– roze tot blauw-paars
– vanaf maart t/m mei
– schicht
– trechtervormig
– 10 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– eirond
– top toegespits
– rand gaaf
– veernervig
– licht gevlekt
– behaard
– wortelbladeren :
– lang gesteeld
– hartvormige voet
– stengelbladeren :
– kort of niet gesteeld
– voet half stengelomvattend

Stengel
– rechtop
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

John Astria

De Pioenroos

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

. 

De pioenroos

 

Hier in Europa genieten we al sinds 1784 van alle pracht en praal van de pioenroos. In China waren ze daarvoor al van haar onder de indruk. Daar werden pioenen niet alleen voor de bloemen, maar vooral voor de wortels geteeld. Deze zouden volgens de Chinezen namelijk een koortsverlagende en bloedstelpende werking hebben.

 

.

 

 

.

Kleuren en vormen van de pioenroos

 

Wie valt voor de charmes van de pioenroos heeft geluk; er zijn wel duizend soorten pioenrozen verkrijgbaar, in allerlei vormen en kleuren. Keuze genoeg voor u en uw klanten dus! Zo zijn ze er bijvoorbeeld met een enkele rij bloemblaadjes, met half dubbele of dubbele bloemen. Ook qua kleur kan iedereen zijn hart ophalen; de pioen is er in zonnig geel, romantisch wit, zacht roze of vurig rood.

 

 

 

.

Zo maak je een pioenrozenboeket

 

Een grote bos pioenen; dat is sowieso een prachtig plaatje. Maar het is ook echt genieten wanneer je de pioenroos combineert met andere seizoensbloemen zoals asclepias en matricaria. Het witte boeket op de foto is gemaakt met pioenrozen, Violier, agapanthus en alchemilla en enkele takken bloesem. En kijk eens naar het roze boeket, dat is toch een feestje! Hierin gaan pioenrozen prachtig samen met anjers, delphinium en gloriosa. Mogelijkheden te over!
.
.
.
.
.
.
.
.
.

Hoe de pioenroos verzorgen

 

Snijd vijf centimeter van de bloemsteel af met een scherp mes.

Gebruik een schone vaas en vul deze met vers water.

Zijn de pioenrozen dorstig? Vul de vaas dan af en toe bij.

Zet de vaas niet op de tocht, in de volle zon of naast de fruitschaal.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Boodschap 209 van ” Boodschappen uit de kosmos “

Standaard

categorie : Boodschappen uit de kosmos 

.

.

Maria Domina Animarum

Maria Domina Animarum

 

Pasteltekening van John Astria

.

.

DE MAAGD MARIA HEEFT IN LOURDES AANGEKONDIGD

.

DAT ZIJ DE ONBEVLEKTE ONTVANGENIS IS.

.

ZIJ IS GEBOREN UIT EEN ZONDIG PERSOON EN WERD DOOR

.

GODDELIJKE TUSSENKOMST VRIJ VAN DE ERFZONDE.

.

NU IS MARIA KONINGIN IN DE HEMEL

.

EN MAG ZE GENADE VRAGEN AAN GOD EN CHRISTUS

.

VOOR BEKEERDE ZONDAARS.

.

GOD WIL NIET DAT EEN ZIEL VERLOREN GAAT

.

.

THE VIRGIN MARY HAS ANNOUNCED IN LOURDES

.

THAT SHE IS THE IMMACULATE CONCEPT.

.

SHE WAS BORN OF A SIN PERSON AND WAS BY DIVINE INTERVENTION

.

FREE FROM ORIGINAL SIN.

.

NOW MARY IS QUEEN IN HEAVEN AND SHE MAY ASK MERCY

.

FROM GOD AND CHRIST FOR CONVERTED SINNERS.

.

GOD DOES NOT WANT ANY SOUL TO BE LOST

.

.

 

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

 

JOHN ASTRIA

Joshua 9-10 / Verwoesting van Ai, altaar op berg Ebal

Standaard

Category, categorie: The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video

 

 

Jozua 8 1 – 29 Inneming en verwoesting van Ai
30 – 35 Jozua bouwt een altaar op de berg Ebal
Jozua 9 1 – 27 De list van de Gíbeonieten

 

 

Joshua, Jozua 9-10 – Skip Heitzig

 

 

 

 

 

 

Het auraveld

Standaard

categorie : reiki en de aura

 

 

De Aura is een onzichtbare kleurrijke energieveld in de vorm van een ei rond het fysieke lichaam van een levend wezen. Het is bekend dat mensen, dieren, planten en  mineralen een aura of een lichtstraling rond zich heen hebben die wij niet met een bloot oog kunnen waarnemen. Je kunt een aura een lichtlichaam noemen.

 

 

Wat is een auraveld vanuit spiritueel perspectief?

 

Een menselijk auraveld is een persoonlijk energiereservoir die als een schaal van licht de energiestroom vanuit de Centrale Kosmische bron opvangt. Deze stroom wordt aan ieder mens dagelijks via het kristallen koord toegediend. De chakra’s ofwel de spirituele energiecentra van de mens vangen die levensenergie op, verspreiden het door ons gehele lichaam en stralen het licht vervolgens weer uit die onze persoonlijke kwaliteiten vertoont.

De chakra’s nemen de neutrale energie in en blazen de energie eruit die door de persoon zelf gekwalificeerd en gekleurd wordt. Omdat het licht van de aura geen harde materiële substantie is, verandert ze voortdurend van vorm en kleur. De kleur, vorm en grootte van de aura is voor ieder levend wezen heel persoonlijk. De samenstelling van de aura is afhankelijk van het karakter van het individu, maar ook van zijn levensopvattingen, doeleinden, bezigheden en zijn fysieke, emotionele en geestelijke toestand in een bepaald moment.

Iedere persoon is verantwoordelijk voor de lichtfrequentie rond zich heen. Een aura is het complexe resultaat van onze creativiteit die uitgevoerd wordt door middel van de persoonlijke vrije wil. Heel vaak zijn wij niet bewust van dit proces omdat een gewoon mens niet in staat is om zijn eigen creatie(aura) te zien.

 

 

Iedere aura bevat een schat van informatie over de persoon zelf, zoals:

 

– wat voor een karakter een persoon heeft

– waar de persoon zich mee bezig houdt

– hoe gezond, ontspannen of gestrest de persoon is

– hoe emotioneel explosief of emotioneel stabiel de persoon is

– wat voor gedachtenpatroon de persoon heeft

– welk bewustzijnsniveau de persoon heeft ontwikkeld

 – waar zijn prioriteiten liggen
– welke talenten de persoon heeft
– waar zich de blokkades in de aura bevinden
– wat de sterke kanten van de persoon zijn
– hoe positief en gelukkig hij in het leven staat
.
.
.
.
.
.
.
.

Wat zeggen de kleuren in de aura?

 

Iedere kleur is een drager van informatie over ons bewustzijn, activiteiten en omstandigheden in ons leven. Als een bepaalde kleur in ons aura aanwezig is, dan verwijst hij naar een of een ander aspect van het bestaan die op dit moment in ons leven actief is.

 

De rode kleur verwijst naar aanwezigheid van drukte, stress, zorgen, vermoeidheid, ziektes, beperkingen, frustraties,  mentaliteit, explosiviteit van emoties, materialisme, atheïsme, de ‘ik-geloof-alleen-in-mezelf’ houding, overlevingsinstinct, sterke vitaliteit, primaire levensbehoeftes.

De oranje kleur verwijst naar aanwezigheid van charisma, populariteit, ‘ik-sta-in-het-middelpunt-van-belangstelling’ houding, seksuele aantrekkingskracht, actieve rol in het leven, leidinggevende positie, intense zelfexpressie, ongecontroleerde emoties en verlangen, ‘get-what-you-want’ mentaliteit

De gele kleur verwijst naar een krachtig intellect, logica, analytisch bewustzijn, actief denkproces, studie, zelfstudie, onderzoek, verzamelen van informatie, oriëntatie in het beroepsveld, plannen, organiseren, creëren, communiceren, onrust en drukte in het hoofd dankzij 1000 en 1 gedachten.

De groene kleur verwijst naar een proces van genezing, herstel, regeneratie, innerlijk balans; sociaal persoon, die goed in anderen kan zich inleven, houdt van natuur, harmonische omgeving, spreekt de waarheid zonder oordeel, gaat gemakkelijk met iedereen om, heeft moeite de grenzen te trekken tussen zichzelf en anderen, kan moeilijk ‘nee’ zeggen, wil de anderen niet teleurstellen.

De blauwe kleur verwijst naar een introvert, vaak onbegrepen, gevoelige persoon met een sterke wilskracht en doorzettingsvermogen, die graag weg van de wereld is, opzoek naar zijn innerlijke vrede en verdiept zich in het zelfonderzoek, een goede spreker, weet wat hij wil, spreekt en leeft vanuit het hart.

De violette kleur verwijst naar spirituele wijsheid, spirituele volwassenheid, besef van persoonlijke verantwoordelijkheid in het leven, gevoel van rechtvaardigheid, onpersoonlijke liefde, in contact met eigen Hogere zelf en Christusbewustzijn, ontwikkelde intuïtie, inleving- en onderscheidingsvermogen, onpraktisch, niet commercieel, eenzaam, onbegrepen, onbeschermd, geen behoefte aan sociale contacten.

De witte kleur verwijst naar sterke vorm van individualisme, spiritueel ontwikkelde persoon die sterke binding met Goddelijke energieën heeft, niet bepaald verankert in het fysieke lichaam, missionaris, bewust van Hogere macht en Kosmische Wetten, praktiserende leraar van de spirituele wijsheid.

 

 

 

 

 

De aura is een vorm van goddelijk bewustzijn wanneer ze

in haar natuurlijke zuivere staat verkeert.

 

De aura stelt onze levensenergie en levenskracht voor. De staat van ons energieveld voor alle levende wezens is van groot belang. Zo moeten we de aura als een tweede huid zien, die ons van levensenergie voorziet en ons tegen de invloeden van buitenaf beschermt. In de aura bevinden zich energiepatronen die gevormd zijn door onze dagelijkse manier van handelen: door onze regelmatige gedachten en overheersende emoties.

Het menselijke aura wordt door de gedachten en emoties, die niet altijd zuiver zijn, dagelijks sterk beïnvloed. Bij een negatieve levenshouding, negatieve gedachten, negatieve emoties kunnen energieblokkades, energiestoringen of “gaten” in de aura ontstaan die uiteindelijk zich in ziektes of pijn in het fysieke lichaam vertalen.

Iedereen is in staat om zijn eigen energieveld te beheren, te genezen of te veranderen met de kracht van positieve gedachten, positieve emoties en positieve levens- en werkomgeving. Voor de optimale werking van je energiestroomspelen de volgende spirituele technieken de belangrijkste rol:meditatie, visualisatie, kracht van het licht, kleur, geluid en de kracht van het gesproken woord.

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Dr Edward Bach (1886-1936)

Standaard

categorie : beroemde personen

.

.

dr_-edward_bach

.

.

Edward Bach was een Engelse arts aan het begin van de 20e eeuw. Als bacterioloog aan het Londense Univer-siteitsziekenhuis bond hij de strijd aan met chronische ziektes en ontwikkelde diverse vaccins. Wat hem tegen-stond in die periode was dat er meer aandacht was voor ziektes dan voor de patiënten. Ook vond hij het niet prettig om vaccins toe te dienen via injecties, omdat de mensen hier bang van waren, en hij merkte dat de werk-zaamheid van de vaccins te lijden had onder die angst.

Later kwam hij te werken in het Londense Homeopathisch Ziekenhuis, en kwam daar in aanraking met het werk van Hahnemann (grondlegger van de hedendaagse homeopathie), waarvan hij zeer onder de indruk was. Hahne-mann was tot dezelfde conclusie gekomen als hijzelf, nl.: “Behandel de patiënt, niet de ziekte”. Door zijn eerde-re werk te combineren met Hahnmann’s homeopathie kwam hij tot de zeven Bach-nosodes, die tot de dag van vandaag gebruikt worden. Wat hem nog niet helemaal beviel was dat homeopathische geneesmiddelen soms ge-maakt worden van stoffen die in pure vorm schadelijk zouden zijn voor de gezondheid.

Bach was ervan overtuigd dat alle remedies die een mens nodig kon hebben al lang “door de Schepper in de na-tuur waren opgenomen”, zoals hij zelf zei. Uiteindelijk liet hij in het voorjaar van 1930 zijn baan in het ziekenhuis en zijn eigen bloeiende Londense praktijk achter, en trok naar het platteland op zoek naar die natuurlijke reme-dies. De laatste periode van zijn leven (van 1928 tot 1936) besteedde hij aan het zoeken van genezende bloemen en bloesems. Dit moesten bloemen zijn met uitsluitend heilzame eigenschappen, niet alleen als remedie maar ook in pure vorm. In de loop van deze jaren vond hij 37 van deze bloemen en manieren om ze te verwerken tot remedies. Als 38e potentieerde hij puur water uit een heilzame bron. Ze zijn nu bekend als “Bach Flower Reme-dies” (BFR) ofwel “Bach Bloesem Remedies”.

.

Jeugd

.

Edward Bach werd geboren op 24 september 1886 te Moseley ten zuiden van Birmingham. Van kinds af aan was hij een gevoelig type, niet heel gezond, was graag buiten in de natuur en wist dat hij mensen wilde helpen gene-zen. Als kind kon hij zich al zo geconcentreerd in iets verdiepen dat de wereld om hem heen verdween. Toen hij op 16-jarige leeftijd van school kwam wilde hij zijn ouders niet vragen om een lange medische opleiding te beta-len, en besloot om eerst geld te verdienen in de bronsgieterij van zijn vader (1903-1906).

In die periode bemerkte hij hoe moeilijk zijn collega-arbeiders het hadden met gezondheidszorg: ze werkten vaak door als ze ziek waren, want ziek thuisblijven betekende geen loon en wel hoge medische kosten. Hij zag niet alleen hun angst voor ziekte, maar ook dat er niet veel meer werd gedaan dan het verlichten van de klachten en het bestrijden van symptomen. Dit alles sterkte hem in zijn plan om eenvoudige geneesmiddelen te ontdekken voor alle ziekten. Toen hij uiteindelijk met zijn vader sprak over zijn wens om dokter te worden, besloot deze zijn studie te betalen.

.

Studie (1906-1913)

.

Zo begon hij op 20-jarige leeftijd aan een medische studie aan de universiteit van Birmingham. Van daaruit ging hij naar het Londense Universiteitsziekenhuis en behaalde daar in 1912 het (niet-universitaire) “Conjoint” (samen-gevoegde) diploma M.R.C.S. en L.R.C.P. Met dit diploma op zak mocht hij in Londen als arts praktiseren, en veel studenten deden daarom dit examen al voordat ze waren afgestudeerd. Vervolgens behaalde hij in 1913 de uni-versitaire graden M.B. en B.S., en rondde hij in 1914 zijn studie af met een D.P.H. Camb. Als student had Bach al meer interesse in de patiënten dan in hun ziektes. Hij kon rustig naast hun bed zitten en ze laten vertellen, om op die manier achter de werkelijke achtergrond van hun ziekte te komen.

.

Bach als regulier arts (1913-1918)

.

Nadat hij op 14 januari 1913 getrouwd was met Gwendoline Caiger en zijn doktergraden MB en BS had behaald, begon hij als eerste-hulp-arts in het University College Hospital. Later dat jaar begon hij als eerste-hulp-chirurg in het London Temperance Hospital, waarmee hij na enkele maanden al moest stoppen omdat zijn gezondheid hem in de steek liet. Daarop begon hij een eigen praktijk in Harley Street, waar hij steeds weer merkte dat de medische wetenschap nog weinig kon uitrichten tegen chronische ziekten. Hij zag in dat artsen werden opgeleid om vooral naar ziekten te kijken, en niet naar de persoonlijkheid van de mens, terwijl hij ervan overtuigd was dat die per-soonlijkheid juist het belangrijkste was: waarom wordt de ene mens ziek, terwijl een andere mens immuun is voor dezelfde ziekte?

Op die manier raakte hij geïnteresseerd in de leer van de immuniteit en legde zich toe op onderzoek als Assistent Bacterioloog aan het University College Hospital. Hij ontdekte een verband tussen chronische ziekten en de aan-wezigheid van bepaalde bacteriën in de darmflora, en vroeg zich af of hun aanwezigheid het herstel bevorderde of juist tegenhield. Zijn idee om de gevonden bacteriën terug te injecteren had resultaten die zijn verwachtingen overtroffen. Het gebruik van de injectienaald en de pijnlijk gevolgen ervan stond hem echter tegen. Dit werd deels opgelost toen hij ontdekte dat de resultaten verbeterden door een tweede injectie pas te geven als het effect van de eerste ophield, in plaats van telkens na een vaste tijd. Hierdoor waren dus minder injecties nodig.

In 1917 overleed zijn eerste vrouw en hertrouwde hij met Kitty Light, bij wie hij een dochter had. In dat jaar was Bach naast zijn eigen praktijk en zijn onderzoek als bacterioloog ook verantwoordelijk voor 400 ziekenhuisbedden voor oorlogsgewonden, en ook nog actief aan de Hospital Medical School. Hij werkte zo hard dat hij soms flauw-viel achter zijn onderzoekstafel en had in juli 1917 een zware bloeding die een operatie nodig maakte waarbij een tumor werd verwijderd. Hij kreeg nog 3 maanden te leven en vastbesloten om die korte tijd zo goed mogelijk te besteden, werkte hij harder dan ooit om nog zoveel mogelijk van zijn werk af te kunnen maken. Aan het einde van die drie maanden voelde hij zich echter beter dan ooit, en hij concludeerde:

Als een mens met liefde het werk doet waarvoor hij geroepen is, resulteert dat in gezondheid en geluk.

.

.

????????

.

.

Bach als homeopaat (1918-1930)

.

Toen in 1918 het University College Hospital bepaalde dat alle medewerkers hun nevenwerkzaamheden moesten stoppen, was dat voor Bach aanleiding om direct ontslag te nemen. Hij besteedde al zijn geld aan het inrichten van een eigen laboratorium, zodat hij zijn werk kon voortzetten. Toen kort daarna een plaats vrijkwam als pa-tholoog en bacterioloog aan het London Homoeopathic Hospital werd hij daar aangenomen. Daar maakte hij kennis met het werk van Samuel Hahnemann, de grondlegger van de hedendaagse homeopathie.

Bach’s bewondering voor het werk van Hahnemann was grenzeloos: ongelofelijk dat een enkele mens, in de don-kere dagen van de wetenschap 100 jaar eerder, zulke ontdekkingen had kunnen doen! Hahnemann wist 100 jaar eerder de dingen al die hijzelf met de moderne wetenschap pas net aan het ontdekken was, hij gebruikte geen bacteriën maar middelen uit de natuur. Bovendien was Hahnemann er net als hijzelf van overtuigd dat elk geval anders is en individueel behandeld dient te worden: behandel de patiënt, niet de ziekte.

Op zoek naar een manier om zijn allopathische werk te combineren met dat van Hahnemann werkte hij zijn vac-cinerende injecties om tot homeopathische nosodes die via de mond konden worden ingenomen, en was verrukt over de resultaten. (Een nosode is een homeopathisch middel dat is gemaakt van de ziekteverwekker of van ziek weefsel, en is wat dat betreft vergelijkbaar met een vaccin.) Deze 7 nosodes worden tot op de dag van vandaag gebruikt als de Bach-nosodes.

Om te bepalen welke van de 7 nosodes een patiënt nodig had, moest de darmflora onderzocht worden. Dit ver-zwakte de patiënt, soms alleen al door het onderzoek, soms ook omdat de patiënt zieker werd voordat de uitslag bekend was. Totdat Bach ontdekte dat bepaalde types mensen meestal dezelfde bacteriën in hun darmen mee-droegen, en dus dezelfde behandeling nodig hadden. Uiteindelijk was hij in staat de uitslag van het onderzoek te voorspellen aan de hand van het type patiënt, en werden de onderzoeken overbodig.

In 1922 scheidde hij van Kitty Light. Hij was intussen zo bekend geworden, en had zoveel werk dat hij het Homo-eopathic Hospital verliet en weer een eigen laboratorium opende. Zijn werk vond inmiddels algemene waardering bij homeopaten en reguliere artsen, en hij kreeg de bijnaam “de tweede Hahnemann”. De jaren die volgden wer-den steeds drukker, en de resultaten steeds beter, en hij bemerkte dat mensen niet zo zeer genezen door lokale behandeling, maar vooral door algemene verbetering van hun gezondheid, waardoor de lokale klacht verdwijnt.

Tot 1930 volgde Bach de route van een geïnspireerd wetenschapper: hij werkte volgens strikt wetenschappelijke methoden, maar waar een onderzoek meerdere kanten op kon, vertrouwde hij op zijn intuïtie. Al die tijd bleef hij op zoek naar middelen uit de natuur die zijn nosoden konden vervangen. Vanaf 1928 ging hij steeds vaker in de natuur op zoek naar planten die hij kon gebruiken, en probeerde er heel veel uit. In september 1928 vond hij de eerste planten die aan zijn wensen voldeden. De resultaten met deze natuurlijke medicijnen waren zo bevredi-gend dat hij besloot om de wetenschappelijke en kunstmatige medicijnen achter zich te laten.

.

Bach en zijn bloesems (1928-1936)

.

In mei 1930 verdeelde hij zijn praktijk onder bevriende artsen, verkocht zijn laboratorium-inventaris en liet hij Londen definitief achter zich. Samen met zijn assistente Nora Weeks trok hij naar het noorden van Wales. Daar bestudeerde hij planten: waar ze groeien, hoe ze groeien, hun bloeiwijze, kleur, voortplanting, voedingstoffen, alles wat samen het karakter van de plant vormt. Hij was niet op zoek naar medicinale kruiden waar bepaalde stofjes in zitten, maar naar planten die vanwege hun karakter (energieniveau) mensen kunnen helpen. Voor Bach’s vindingen bestaat tot op de dag van vandaag geen wetenschappelijke basis. Bach baseerde zich bij zijn ontdek-kingen niet op enige theorie, maar op de werkzaamheid van de gevonden remedies in de praktijk. Hij ontdekte dat de dauw die op bloemen lag die in de zon stonden, de eigenschappen van de plant in sterke mate overnam. Omdat het verzamelen van bruikbare hoeveelheden dauw onbegonnen werk was ontwikkelde hij zijn zonne- methode: hij liet bloemen enkele uren in de volle zon op water drijven, en constateerde dat de geneeskrachtige eigenschappen van de plant daarna door het water waren overgenomen.

Om de zo ontstane remedie houdbaar te maken voegde hij een evengrote hoeveelheid cognac toe als conser-veringsmiddel.  Dat deze methode enige vooroordelen te overwinnen had blijkt uit wat hij schreef: “Laat niet de eenvoud van deze methode u weerhouden ze te gebruiken”. Rondtrekkend door Wales en Zuid- en Oost-Enge-land onderzocht hij vele planten. Bij zijn onderzoek kreeg hij hulp van enkele bevriende artsen die zijn remedies gebruikten en de bereikte resultaten met hem deelden. Anderen, hoewel ze hem als geniaal beschouwden voor zijn wetenschappelijke ontdekkingen, kon-den of wilden hem niet volgen toen hij de wetenschappelijke weg ver-liet en zijn “kruiden-remedies” ontdekte. Bach zelf benadrukte juist steeds dat gevallen die wetenschappelijk als hopeloos werden gezien, vaak goed te genezen waren met zijn nieuwe remedies. Hij schreef zijn kijk op gezond-heid en ziekte op in de boeken “Genees uzelf” en “Bevrijd uzelf”.

Hierin beschrijft hij dat lichamelijke klachten volgens hem het gevolg zijn van (gemoeds)toestanden. Zorgen, angst, onzekerheid, boosheid, fanatisme en dergelijke kunnen een mens uit evenwicht bren-gen. Hij zocht plan-ten met de positieve eigenschappen die zo’n negatieve houding kunnen verdrijven. In 1932 rondde hij met de vondst van de twaalfde remedie het eerste deel van zijn werk af. In 1933 publiceerde hij de eerste versie van zijn boekje “De twaalf genezers”, maar de zoektocht ging door: Hij vond in 1933 nog 4 remedies en vulde zijn boekje aan tot “De twaalf genezers & vier helpers”, en in 1934 tot “De twaalf genezers & zeven helpers”. De periode van 1930 tot 1934 bracht hij regelmatig enkele maanden door in Cromer aan de Engelse oostkust. In 1934 ging hij op zoek naar een vaste plaats om te wonen in zijn geliefde Thames vallei en vond het huis “Mount Vernon” in Sotwell (bij Wallingford). Daar woonde hij tot zijn dood. In die omgeving ontdekte hij de rest van zijn 38 remedies.

.

.setladrome

.

.

De tweede negentien remedies

.

In de loop van de jaren was Bach steeds meer gaan vertrouwen op zijn intuïtie. De manier waarop hij de tweede negentien remedies vond verschilde totaal van de eerste. Weeks beschrijft dat hij enkele dagen voordat hij een nieuwe remedie vond, zelf last kreeg van een extreme vorm van de gemoedstoestand waar die remedie voor be-doeld was. Soms kreeg hij daarbij fysieke kwalen die bij die gemoedstoestand passen, ook in bijna ondraaglijke vorm. Hij trok er dan op uit tot hij de juiste remedie gevonden had. De eerste van deze remedies vond hij in maart 1935, de laatste in augustus. Voor deze remedies gebruikte hij een nieuwe bereidingswijze, namelijk de koken-methode. Hij verzamelde niet slechts de bloemen, maar stukjes twijg van ca. 15 cm, met daaraan de bloe-men en wat blaadjes, als die er al waren. Deze deed hij in een steelpan met zo vers mogelijk bronwater, en kookte het geheel dan een half uur. Vervolgens liet hij het afkoelen, filterde het en voegde weer een evengrote hoeveelheid cognac toe als conserveringsmiddel.

De reden waarom hij een nieuwe methode gebruikte is niet helemaal duidelijk. Daarover zijn geen aantekeningen van Bach bewaard gebleven. Een argument is dat de eerste remedies al in maart gevonden werden, toen de zon nog onvoldoende kracht had. Weeks noemt ook nog het feit dat Bach haast had om de remedie te maken van-wege de ernstige klachten die hij had. Barnard wijst erop dat de gewelddadige wijze waarop de kracht door het koken aan de plant onttrokken wordt verband kan hebben met de hardnekkigheid van de bijbehorende mentale toestand. Bij de zonnemethode geeft de bloem onder invloed van de zon (ook vuur) zijn kracht op een vriende-lijker manier aan het water. Van de tweede negentien bereidde hij alleen White Chestnut volgens de zonnemetho-de.

.

.

De laatste maanden

.

Nadat hij de tweede negentien remedies gevonden had beschreef hij in de zomer van 1936 alle remedies op-nieuw op een zo eenvoudig mogelijke manier in de definitieve uitgave van “De twaalf genezers en andere remedies”. Hij schreef daarin over zijn behandelsysteem: “in zijn eenvoud kan het gebruikt worden in het huis-houden”.  Hij had het als zijn levenstaak gezien om een geneesmethode te vinden die door leken gebruikt kon worden. In 1932 schreef hij al in zijn boek “Bevrijd uzelf”: “hoe ieder van ons onze eigen dokter kan worden”. Begin 1936, toen de General Medical Council hem eraan herinnerde dat het niet was toegestaan om leken als assistent in te zetten schreef hij terug: “Ik beschouw het als de plicht en het voorrecht van iedere arts om de zieken en anderen te leren om zichzelf te genezen”, en “ik heb de orthodoxe geneeskunde verlaten”.

Nu alle remedies gevonden waren en de behandelmethode compleet, was de laatste taak het verspreiden van de kennis. Hij bereidde een lezing voor die in een tournee door hemzelf en zijn assistenten gegeven kon worden. Op 24 september 1936, zijn 50e verjaardag, hield hij zelf die lezing voor het eerst in Wallingford, het stadje vlakbij Sotwell. Vanaf eind oktober werd hij ziek, en op de avond van 27 november 1936 stierf hij in een verpleeghuis in Didcot. Zijn overlijdensacte vermeldt “hartfalen” als doodsoorzaak, maar vermeldt ook een sarcoom (tumor). Hij ligt begraven op een klein kerkhof bij de kerk van Sotwell. Zijn assistenten Nora Weeks, Victor Bullen en Mary Ta-bor zetten zijn werk voort vanuit Mount Vernon, het huis waar Bach zijn laatste jaren had gewoond, en waar tot op de dag van vandaag het Bach Centre is gevestigd.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

John Astria

Het hemels getal 12 en de 12 bloed-rode manen tussen 1948 en 2018.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

het getal 12 komt 187 keer voor in de Bijbel

het getal 12 komt 187 keer voor in de Bijbel

 

 

 

Opmerkelijk is dat het getal 12 (of een veelvoud daarvan) zo veelvuldig voorkomt in de Bijbel. Dat is geen toeval.

 

Wie het getal twaalf noemt herinnert vanzelfsprekend aan de twaalf zonen van Jacob, de stamvaders van Israël en aan de twaalf discipelen van Jezus. Hieronder een veelvoud van voorbeelden:

  • 12 zonen van Jacob (= Israel – Gen. 32:28; 1 Kronieken 2:1,2)
  • 12 vorsten Ismaël (Genesis 17:20)
  • 12 waterbronnen (Exodus 15:27)
  • 12 kolommen (Exodus 24:4)
  • 12 toonbroden (Leviticus 24:5)
  • 12 mannen (Deut. 1:23)
  • 120 jaar Mozes (Deuteronomium 34:7)
  • 12 stenen (Jozua 4:8)
  • 12 steden (Jozua 18:24)
  • 120 talenten goud (1 Koningen 10:10)
  • 24 priestergroepen (1 Kronieken 24)
  • 24 zanggroepen (1 Kronieken 25)
  • 24.000 Levieten (1 Kron. 23:4)
  • 12 runderen (1 Koningen 19:19)
  • 12 leeuwen (2 Kronieken 9:19)
  • 12 jaren (Nehemia 5:14)
  • 12 maanden (Esther 2:12)
  • 12 tekens Dierenriem (Job 38:31-33)
  • 12 ellen Ariel (altaar) (Ezechiel 43:16)
  • 120.000 mensen (Jona 4:11)
  • 12 apostelen  (Marcus 3:13-19)
  • 12 manden volle koren (Mattheus 14:20)
  • 12 tronen (Mattheus 19:28)
  • 12 legioenen engelen (Mattheus 26:53)
  • 12 jarige dochter van Jairus (Lucas 8:42)
  • 12 jaar bloedvloeiende vrouw (Lucas 8:43)
  • 120 personen (Handelingen 1:15)
  • 24 ouderlingen (Openbaring 4:4,10)
  • 12 sterren (Openbaring 12:1)
  • 12 poorten, 12 paarlen, 12 engelen (Openbaring 21:12) – namen 12 geslachten Israëls – namen 12 apostelen Nieuw Jeruzalem
  • 144.000 verzegelden (12 x 12.000 uit elke stam Israëls – Openbaring 7:4 e.v.
  • 12 fundamenten (Openbaring 21:14)
  • 144 ellen (Openbaring 21:19,20)
  • 12.000 stadiën (Openbaring 21:16)
  • 12 edelstenen (Openbaring 21:19,20)
  • 12 vruchten (Openbaring 22:2)

 

We zouden het getal twaalf het best kunnen omschrijven als :

 

 Israël, een volk in zijn geheel met een perfect bestuur!

 

Het is logisch, dat het getal twaalf ook telkens te voorschijn komt als het gaat over de vertegenwoordiging van het volk. Als de kinderen Israëls na door de Schelfzee getrokken te zijn, in de oase Elim aankomen vinden ze daar niet minder dan twaalf bronnen. Eenzelfde karakter als de twaalf heeft ook zijn verdubbeling de vierentwintig. De priesterschare is verdeeld in vierentwintig afdelingen en er zijn vierentwintig zanggroepen van elk twaalf Levieten. Vierentwintigduizend Levieten houden toezicht op werk in het huis des Heren.

De vermelding van de twaalf manden voor het overgeschoten brood in de geschiedenis van de eerste wonderbare spijziging wordt door velen terecht verstaan als een verwijzing naar de messiaanse maaltijd met het gehele volk.

Als Jezus bij zijn gevangenneming zinspeelt op de mogelijkheid dat twaalf legioenen engelen zullen te hulp komen, dan is dit getal wel gekozen met het oog op de twaalf die bedreigd worden.

Een belangrijke rol speelt het getal twaalf ook in het boek van de Openbaring van Johannes. We horen over de vrouw met de krans van twaalf sterren, de dochter van Sion, het volk Israël of de gemeente van God. Zij is geheel Israël. In de beschrijving van het Nieuwe Jeruzalem worden twaalf poorten getekend met twaalf engelen en namen, ‘welke zijn die van de twaalf stammen van de kinderen Israëls’. ‘De muur der stad had twaalf fundamenten en daarop de namen van de twaalf apostelen van het Lam’. Lengte, breedte en hoogte van de stad zijn twaalfduizend stadiën.

 

 

de 12 stammen van Israël

de 12 stammen van Israël

 

 

 

De vaste tijden

 

In Exodus 25:8,9 lezen we het volgende: ‘En zij zullen Mij een heiligdom maken, en Ik zal in hun midden wonen. Gij zult het maken overeenkomstig alles wat Ik u toon, het model van de tabernakel en het model van al het gerei’.

Dit heiligdom heeft in Exodus 27:21 als naam ” tent der samenkomst”. In het latijn heeft het de naam tabernakel. Het woord wordt ook gebruikt voor ‘vaste tijden’.

In Genesis 1:14-16 zegt God:

‘dat er lichten zijn aan het uitspansel des hemels, om scheiding te maken tussen de dag en de nacht, en dat zij dienen tot aanwijzing zowel van vaste tijdenals van dagen en jaren’. Die lichten zijn voor de dag de zon en in de nacht de maan en de sterren. Hier zijn de zon, de maan en de sterren dus aanwijzingen  voor vaste tijden! 

Waarom wordt hetzelfde Hebreeuwse woord gebruikt voor vaste tijden en de tent der samenkomst?

Dus zoals we zagen gaat het in Genesis om de verschijning van zon, maan en sterren op vaste tijden.

In Leviticus 23:2 en 4 lezen we het volgende: Daar zegt God tegen Mozes:

‘De Feesttijden des Heren, die gij zult uitroepen als heilige samenkomsten, zijn Mijn Feesttijden. Dit zijn de Feesttijden des Heren, heilige samenkomsten, die gij uitroepen zult op de daarvoor bepaalde tijd’.

We zien hier dus dat de vaste tijden ook Feesttijden des Heren zijn, en die Feesttijden vallen op vaste tijden in de loop van het jaar.

 

God’s feestkalender

Israëls Feesten onderscheiden we als volgt:

  • Pesach – het Pascha (Deut. 16:6 – 1 Cor. 5:7-8)
  • Het feest der ongezuurde broden (Deut. 16:3 – 1 Cor. 5:8)
  • Het feest der eerstelingen (Exod. 23:19 – 1 Cor. 15:20)
  • Sjawoe’ot – het feest der weken of het pinksterfeest (Deut. 16:10 – Hand. 2:1 -Gal. 3:28)
  • Rosh Hasjana – het feest van het bazuingeschal (Leb. 23:24 – 1 Cor. 15:52, 31)
  • Yom Kippur – de grote verzoendag (Lev. 16:30 – Hebr. 9:28)
  • Sukkot – het loofhuttenfeest – (Ex. 23:16 – Joh. 1:52)
  • Het sabbatjaar en het jubeljaar – (Lev. 25:3, 4 – Lev. 25:8-10)

 

 

 

 

Gods feestkalender

Gods feestkalender

 

 

 

Deze vaste Feesttijden leiden tot heilige samenkomsten op de plaats van ontmoeting, zoals God zegt in Exodus 29:42, 43: ‘Ik zal daar samenkomen met de Israëlieten’. “Daar” betreft dan de tent der samenkomst.

Dus eerst zagen we de vaste tijden, die verklaart worden vanuit de hemellichamen (zon, maan en sterren). Vervolgens de vaste tijden, die tegelijk Feesttijden des Heren zijn, en plaatsvinden op precieze data. En al deze betekenissen lopen uit op de plaats van ontmoeting.

Zo kunnen we verstaan dat de tent der samenkomst (tabernakel), vaste tijden van hemellichamen, en vaste tijden van de Feesttijden, drie in het Hebreeuws gelijkluidende termen zijn, die tezamen de bedoeling aangeven, dat het volk Israël zijn God ontmoet op vaste tijden!

 

 

 

Twaalf bloed rode manen

 

Om weer terug te keren naar het hemelse getal 12 stellen we vastdat vanaf de oprichting van de staat Israël op 14 mei 1948 er 3 x 4 {tetrad} dus 12 bloed rode manenzich manifesteerden in het hemels uitspansel op de vaste tijden, de ‘Feesttijden des Heren’.

Als volgt weergeven: Lunar eclipses

  1. 1948: 23 April              – 14 Nisan/Passover              Partial
  2. 1948: 18 Oktober         – 15 Tishri/Sukkot                 Penumbral
  3. 1949: 13 April               – 14  Nisan/Passover            Total (blood red moon)
  4. 1949:   7 Oktober         – 14 Tishri/Sukkot                 Total (blood red moon)
  5. 1950:  2 April                – 15 Nisan/Passover             Total (blood red moon)
  6. 1950: 26 September     – 15 Tishri/Sukkot                Total (blood red moon)
  7. 1967: 24 April                – 14 Nisan/Passover            Total (blood red moon)
  8. 1967: 18 Oktober          – 14 Tishri/Sukkot                 Total (blood red moon)
  9. 1968: 13 April                – 15 Nisan/Passover             Total (blood red moon)
  10. 1968:  6 Oktober           – 14 Tishri/Sukkot                Total (blood red moon)
  11. 2014: 15 April                – 15 Nisan/Passover              Total (blood red moon)
  12. 2014:  8 Oktober           – 14 Tishri/Sukkot                 Total (blood red moon)
  13. 2015:  4 April                 – 15  Nisan/Passover             Total (blood red moon)
  14. 2015: 28 September     – 15 Tishri/Sukkot                 Total (blood red moon)

 

 

 

BLOODMOON-670x374

 

 

 

We zien hier in de eerste kolom bij de Lunar eclipses 4 opeenvolgende {tetrad} bloed rode manen in de jaren 1949 en 1950 op Passover (Peseach) en Sukkot (Loofhuttenfeest) nadat op 14 mei 1948 de staat Israel werd uitgeroepen.

Vervolgens 4 in de jaren 1967 en 1968 als Jeruzalem op 7 juni 1967 heroverd wordt en nu de ondeelbare hoofdstad van Israel is (Luk. 21:24)!

In 2014 en 2015 was er opnieuw een tetrad te zien zijn van bloed rode manen. Het religieuze jaar begon dan met een totale zonsverduistering op de 1e Nisan, met twee weken later gevolgd door een bloed rode maan op Passover. Het burgelijk jaar opende met een zonsverduistering op de 1e Tishri/RoshHasjana gevolgd door weer een bloed rode maan op Sukkot in 2015.

 

Geen 4 {tetrad} opeenvolgende bloed rode manen deden zich voor in de 16e – 17e – 18e – en 19e eeuw.

 

Bloed rode manen,tekenen van het naderbij komenvaneen theocratisch interim-rijk op aarde, ofwel het messiaanse rijk.

 

 

 

opname_wederkomst

 

 

De demonische uitroeiing van een groot deel van het Joodse volk en het schouwspel van een uit alle delen van de wereld naar Palestina/Israël toestromend en onweerstaanbaar oprijzend overblijfsel van Israël, heeft veler ogen weer geopend voor de wonderlijke invloed van de oudtestamentische profetie.

Een moderne staat als Israël belet velen nog verband te leggen tussen de oude profeten en het hedendaagse denken, maar wie de profetie kent weet dat Israël in geloof (Messiaanse gelovigen) terug zal keren om later als volk zijn God (Jesjoea, de Messias) te ontdekken. De terugkeer van Juda uit de verstrooiing is vanouds door alle insiders als de ouverture tot de eindtijd der menselijke geschiedenis beschouwd!

Het theocratisch interim-rijk op aarde, ofwel het messiaanse rijk, is geen christelijk rijk, maar een Christus-rijk,waarin Messias Jesoea (Jezus) mét zijn aan hem verbonden Lichaam, de gemeente,  als Koning en Rechter over de dan levende mensheid regeert.

Het apocalyptische visioen van een tijdelijk Godsrijk, waarin de duivelse machten zijn uitgeschakeld en een bepaalde orde in de hemel opgenomen gelovigen met Christus over de volken regeert, plaatst de oudtestamentische profetie over een messiaans rijk in een bepaald nieuwtestamentisch kader en het verklaart vooral de tijdelijke en nog zondige elementen in dit rijk.

De profetie over een messiaans rijk profeteert van het tijdelijke ( 1000 jaar ) naar het eeuwige rijk heen, maar bevat toch elementen van onvolkomenheid, die onmogelijk toepasselijk kunnen zijn op het eeuwige rijk. De mensen zijn er nog sterfelijk, hoewel zij zeer oud worden en een 100-jarige nog een jongeling genoemd wordt (Jes. 65, 20a), er zijn vijanden die zich geveinsd onderwerpen (Zach. 14, 17-19; Ap. 20, 7-10), en mensen kunnen gedood worden om hun zonden (Jes. 65, 20b).

Andere profetieën spreken:

over de tempeldienst te Jeruzalem en een ‘hoeden der heidenen’ met een ‘ijzeren scepter’ (Jes. 66, 21-23; Ps. 2, 9; Ap. 2, 26, 27),

‘Leiders van wetenschap en verstand’ zullen de volken in Godskennis onderrichten (Jer. 3, 15; Jes. 30, 20-21; 11, 9; Hab. 2, 14),

Israel zal het religieus-culturele centrum van dit wereldrijk zijn (Jes. 60, 2, 10-22; 61, 5; 62, 1-2; Zach. 8, 13, 22-23; 14, 16),

Christus is hier de theocratische Koning over de wereld waarin alles aan hem onderworpen is (Ps. 95, 10; Jes. 2, 4; 3, 13; 51, 5; Ap. 2, 26-27; 12, 5; 19, 15),

Zijn gezag is bemiddeld aan de Davidische messias (Jes. 16, 5; 55, 3-4; Jer. 30, 9; Ez. 34, 23-24; 37, 25),

de mensheid leeft onder een wettig regiem (Ps. 9, 9; 67, 5; 95, 10; 96, 10; 98, 9; Jes. 2, 1-5; 42, 1, 15-17; Zach. 14, 16-21).

Men behoeft slechts met enkele trekken het beeld uit deze profetie te schetsen om het onderscheid met de tegenwoordige gemeente van gelovigen en het eeuwige Godsrijk te onderkennen. Het kan alleen ‘geplaatst’ worden in de tijd die volgt op de verschijning van de antichrist (Ap. 20, 1-3 verg. Ap. 12, 9; 13, 1-5, 11-18; verg. Dan. 7, 19-27), en de wederkomst van Christus (2 Thess. 2, 1-4), een historisch tijdperk dat voorafgaat aan het eeuwig Koninkrijk Gods (1 Kor. 15, 23-28).

Het Messiaanse Rijk zal, na een laatste poging van de duivelse machten om Gods heilswerk te vernietigen, overgaan in het eeuwige Volkomen Koninkrijk. Satan, de demonen en de onbekeerden zullen dan voor eeuwig in de vuurpoel gegooid worden.

De korte tijd van de duivelse uitbarsting toont in de eerste plaats de consequente volharding van het kwaad na een 1000 jarige periode van passiviteit (Ap. 20, 1-2, 3, 5, 7), en dienst vervolgens als een laatste selectie onder de dan levende mensheid. Want ondanks de paradijselijke staat waarin de mensheid gedurende het messiaanse rijk op aarde onder leiding van de Messias Jesjoea leeft, zal blijken dat velen zich geveinsd aan deze theocratische wereldorde hebben onderworpen (Ap. 20, 7-8).

De ‘plasregens’ van zegen en kennis van Jahweh (Ik ben die Ik ben – Ex. 3:14)  hebben het volkomen Godsrijk op aarde zeer nabij gebracht, maar desondanks zullen bepaalde volken zich toch laten verleiden om dit alles ongedaan te maken. Wanneer deze opzet neergeslagen is en de duivelse machten met hun volgelingen voor eeuwig buiten het Koninkrijk Gods gestoten worden, volgt het laatste oordeel over de doden en wordt het heilsplan voleindigd in de dubbele gestalte van het Koninkrijk Gods: een hemels rijk en een aards rijk.

Deze rijken zijn echter niet gescheiden. Ofschoon het hemels Godsrijk de gehele kosmos omvat, wordt de hemel met de aarde verbonden door de ‘schakel’ van het Nieuwe Jeruzalem, een voor beide rijken gemeenschappelijk ‘centrum’, waar de communicatie plaats vindt ( Ap. 21, 1-5, 10-27; 22, 1-5).

De categorieën als transcendentie en immanentie, eeuwigheid en tijd, heden en toekomst, hemel en aarde, gemeente en wereld, gemeente en Israël, zijn in de structuur van het Koninkrijk Gods dus geen tegenstellingen die elkaar uitsluiten, maar elkander inhoudende, insluitende en aanvullende elementen!

Samenvattend kunnen wij het Koninkrijk Gods in zijn wijdste betekenis omschrijven als dat deel der schepping, dat Hij zich eeuwig toeeigent. Een deel van de schepping staat ‘tegenover God’, zowel in de mensenwereld als in de wereld van kosmische machten. Ook dit deel is ‘eigendom’ van de schepper. Het kan uitsluitend door de scheppingskracht van God bestaan, maar na de afsluiting van het heilproces is het gedoemd voor eeuwig ‘buiten’ God en zijn Rijk te bestaan. Het is het ‘niets’ buiten God, zoals een schaduw ook ‘niets’ is maar toch ‘bestaat’.

Datgene wat in de schepping beantwoordt aan de liefde Gods is het Koninkrijk Gods en als het voltooid is, is ook aan de zin van de schepping voldaan.

De mens is ooit geopenbaard dat hij het gezag zal hebben over al de schepselen op aarde. Dit gezag valt hem toe als hij de volkomen mens is geworden, het beeld en de gelijkenis van de Volkomen Mens in God. Evenals in de engelenwereld scheidt zich een deel  van de mensheid af om uiteindelijk in eeuwige Gods vijandigheid buiten het Koninkrijk Gods te verteren. Het deel dat God in liefde volgt is evenwel niet eenvormig en van gelijke hoedanigheid. Er zijn ‘niveaus’ en ‘geledingen’ in de volkomen mensheid. Zij die positief reageren op de openbaring Gods worden wel allen volkomen mens, maar niet alle in gelijke ‘rang’ of hoedanigheid. Men krijgt wat men verdient.

Voor het aardse rijk zijn alle heidenen bestemd die niet tot de gemeente ofwel het Lichaam van Jesjoea behoren, maar wél in het Boek des Levens bij het Laatste Oordeel worden gevonden (Ap. 20, 11-15).

Het Koninkrijk der hemelen ofwel het Messiaanse rijk is de erfenis van allen die tot het Lichaam van Jesjoea behoren en allen die in het anti-christelijke tijdperk uit de grote verdrukking de Messias alsnog hebben aangenomen (Ap. 7, 9-17), waaronder ook de ‘verzegelden’ uit het overblijfsel van Israël in die dagen (Ap. 14, 1-5 verg. Ap. 7, 1-8).

 

Ik zal wondertekenen geven aan de hemel en op de aarde: bloed en vuur en rookzuilen. De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voor die dag van de Heere komt, die grote en ontzagwekkende’ (Joel 2:30-31; Hand. 2:16-21).

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA