Categorie archief: Religie

De levitatie van Pater Pio

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Men zou de levitatie kunnen definiëren als een fenomeen waardoor een lichaam of eender welke massa zich van de grond losmaakt en zweeft in de lucht, zonder mechanische hulp, voor een onbepaalde tijd. Enkele heiligen hebben kunnen gebruikmaken van dit fenomeen, toegekend door God, zoals bijvoorbeeld de Heilige Joseph van Copertino en ook Pater Pio van Pietrelcina.

 

 

padre_pio_stigmata_mass460

 

 

 

Tijdens de tweede wereldoorlog werd in Bari het algemeen Commando van de geallieerde luchtmachten opgericht. Verschillende officieren hebben bevestigd gered te zijn door Pater Pio tijdens luchtoperaties. De commandant zelf heeft getuigd van een spectaculair voorval. Inderdaad, op een dag moest hij een escadrille bommenwerpers leiden, die als missie hadden een depot met oorlogsmateriaal van het Duitse leger te vernietigen, dat zich bevond in San Giovanni Rotondo.

De generaal heeft verteld dat op het moment dat ze hun doel naderden, hij en zijn manschappen aan de hemel een monnik zagen verschijnen, de handen opgeheven. De bommen werden automatisch afgeleid naar de bossen en de vliegtuigen maakten rechtsomkeer, verschillende zonder enig manoeuvre van de piloot. Iemand vertelde aan de commandant dat hij had horen vertellen van een monnik die in San Giovanni Rotondo leefde.

Hij besloot om, zodra het land bevrijd zou zijn, te gaan kijken of het om dezelfde monnik ging die ze aan de hemel hadden gezien. Na de oorlog ging de generaal, vergezeld van enkele piloten, naar het convent van de kapucijnen. In de sacristie zaten verschillende monniken, waaronder ze onmiddellijk de monnik herkenden die de bommen en de vliegtuigen had laten terugkeren.

Pater Pio legde een hand op de schouder van de generaal en zei: “jij bent dus diegene die ons allemaal wou doden”. Geslagen door de blik en de woorden van de priester, knielde de generaal voor hem. Vreemd detail: Pater Pio sprak in het dialect van zijn streek, maar de generaal was overtuigd dat de monnik Engels sprak. Ze werden vrienden en de generaal, die protestant was, bekeerde zich tot het katholicisme.’

 

 

Abt Ascanio vertelde: ‘ We wachtten op pater Pio die zou komen om te biechten. De sacristie was overvol en alle blikken waren gericht naar de deur. Maar, zonder dat de deur openging, zag ik Pater Pio wandelend boven zijn getrouwen. Hij begaf zich naar de biechtstoel, ging zitten en begon met het afnemen van de biecht. Ik dacht dat ik gedroomd had en sprak met geen woord over wat ik had gezien. Nochtans, later, vroeg ik aan Pater Pio: “Pater Pio, hoe doet men dat om in de lucht te wandelen?” Niet zonder humor, antwoordde hij mij: “ik verzeker je, mijn zoon, op dezelfde manier als op de grond”.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

 

Fatima en de eindtijden.

Standaard

categorie : religie

.

.

“De eindstrijd tussen God en satan gaat over het gezin en het leven”

.Belangrijkste openbaringen van zuster Lucia,

.de zienster van Fatima in een brief aan kardinaal Caffara Aleteia.

.

.

Fatima_-_drie_kinderen

.

.

God tegen satan: het laatste slagveld, de laatste schok, zal die van het gezin en het leven zijn. Zo luidt de profetie van zuster Lucia dos Santos, de zienster van Fatima, wiens proces van zaligverklaring in februari 2015 begon.

.

De brief aan Lucia

.

In een interview met het maandblad La Voce di Padre Pio, van maart 2015, vertelt de kardinaal, dat hij naar zuster Lucia geschreven had om haar gebed te vragen.

Hij ontving enkele dagen later een lange brief, door haar ondertekend waarin zuster Lucia het volgende schrijft:

“De eindstrijd tussen de Heer en het rijk van satan zal over huwelijk en gezin gaan. Wees niet bang”, schrijft zij ook, “want allen, die zich zullen inzetten voor het sacrale karakter van huwelijk en gezin, zullen altijd op alle manieren bestreden en gehaat worden, want het is het doorslaggevend punt”. Tot slot, schreef zij nog: “Onze-Lieve-Vrouw heeft zijn kop echter reeds verpletterd”.

.

De zuil die de schepping ondersteunt

.

De religieuze van Fatima zegt dus, dat Onze-Lieve-Vrouw de kop van satan reeds verpletterd heeft. En Caffara besluit: “In haar gesprek met Johannes Paulus II waarschuwde zij ook reeds, dat dit het centrale punt is, want er wordt geraakt aan de zuil, die heel de schepping ondersteunt, de waarheid over de relatie tussen man en vrouw en tussen de generaties. Wanneer men aan de centrale zuil raakt, stort heel het gebouw in en dat is wat wij op dit moment zien en wij weten het”. Maria heeft het over het laatste slagveld, de eindtijden en de verplettering van de kop van de duivel. Zij verkondigt de mensheid daardoor dat wij in de eindtijden leven.

.

.

Maria Domina Animarum

Pasteltekening van John Astria

.

.

Uitleg over de eindtijden door John Astria

Uitleg over de eindtijden
door John Astria

.

.

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Het vleesgeworden Woord en het geschreven Woord

Standaard

categorie : religie

.

.

De mens in de Drievuldigheid

De mens in de Drievuldigheid

Pasteltekening van John Astria

.

.

De term Schriften over de Bijbel wijst naar de veelheid van schrijvers en legt dus ook nadruk op de menselijke kant van de Bijbel. Deze laatste uitdrukking kan gemakkelijk aanleiding geven tot misverstand. In onze tijd wordt meestal over het menselijke element in de Bijbel gesproken om aan te geven dat de Bijbel niet in alles gezaghebbend en betrouwbaar zou zijn.

Zo zien sommigen de Bijbel als een gemengde verzameling van Goddelijke en menselijke uitspraken, waarbij we de Goddelijke er als het ware uit te ziften hebben. Anderen beschouwen de boodschap van de Bijbel als het Goddelijke element dat verpakt zit in menselijke bewoordingen.

.

In deze beschouwingen wordt er een tegenstelling gemaakt tussen het menselijke en het Goddelijke element. Men ziet de Bijbel als een menselijk getuigenis met alle gebreken daarvan.

Zo is het echter niet.

.

We kunnen in dit verband een vergelijking trekken tussen:

  • De Heer Jezus——-het vleesgeworden Woord, en
  • De Bijbel————–het geschreven Woord.

.

.

maxresdefaulwoord is vlles gewoorden

.

.

1.12-schrijven-met-veer

.

.

De Heer Jezus is de Zoon van God, maar tevens is Hij waarachtig Mens. Zo is de Bijbel van Goddelijke afkomst en tevens een echt menselijk boek, maar zonder het onvolkomene van het menselijke. 

.

01. Jezus Christus is in de wereld gekomen zoals ieder mens. Galaten 4: 4 zegt dat God Zijn Zoon uitgezonden heeft, geboren uit een vrouw. De Bijbel is niet uit de hemel komen vallen, zoals de Efeziërs beweerden van het beeld van de godin Artemis (Handelingen 19: 35), maar is ontstaan net als alle andere boeken. Mensen namen schrijfmateriaal en legden wat ze te zeggen hadden schriftelijk vast.
Hier hebben we in beide gevallen het menselijke element.

 

02. Jezus van Nazareth is op volkomen natuurlijke wijze geboren, maar werd op een bovennatuurlijke wijze bij de maagd Maria verwekt. Hij is namelijk verwekt door de Heilige Geest (Mattheüs 1:18; Lukas 1: 35).
Zo is de Bijbel geschreven door mensen, maar niet voortgebracht door de wil van de mens. 2 Petrus 1: 21 zegt in dit verband dat de profetie nooit is voortgekomen uit de wil van een mens maar dat deze mensen ‘door de Heilige Geest gedreven’ werden. David zegt in 2 Samuël 23: 2  >De geest des Heren spreekt door mij, zijn woord is op mijn tong. Heel duidelijk zien we hier in beide teksten het Goddelijke element.

 

03. Jezus Christus is geboren uit het volk Israël? (Romeinen 9: 4, 5) In vers 5 wordt de menselijke kant aangegeven met de woorden: wat het vlees betreft. Die menselijke afkomst in Hebreeën 7:14 vermeldt dat onze Heer uit Juda is gesproten. Ook de Bijbel hebben we aan het volk Israël te danken als het gaat om de menselijke kant van zijn ontstaan.

 

04. Christus kwam dus niet als volwassen mens in deze wereld, maar als kind en groeide op of nam toe. Hij nam volgens Lukas 2: 52  toe in wijsheid en grootte en genade bij God en mensen. Ook de Bijbel kwam niet als compleet boek onder de mensen, maar werd in de loop van ongeveer 1500 jaar samengesteld. Ook de Bijbel groeide op om zo te zeggen. Dit is ook een menselijk element.

 

05. Toch was Christus reeds in Zijn jeugd volmaakt voor God en als 12 – jarige jongen wijzer dan zijn leermeesters. Men ontzette zich (verbaasde zich) over zijn verstand, zoals Lukas 2 vers 47 (slotverzen) laat zien (vgl. Psalm 119: 99). De eerste vijf boeken van de Bijbel, die je de Bijbel als kind zou kunnen noemen, bevatten reeds alle Goddelijke beginselen en vormen een bron van Goddelijk onderricht. Dit is weer de Goddelijke kant bij beide.

 

06. De Joden hebben in hun ongeloof de Here Jezus niet anders gezien dan als Jezus, de zoon van de timmerman (Mattheüs 13 slot). Ze hebben Hem zelf ook ‘de timmerman’ genoemd, zoals blijkt uit Marcus 6 vers. Daarbij stelden ze Hem op één lijn met Zijn broers en zussen. Een oprecht zoeker als Nathanaël kwam echter na één ontmoeting met Jezus tot de erkenning: Rabbi, Gij zijt de Zoon van God, Gij zijt de koning van Israël (Johannes 1). Zo beschouwt het ongeloof de Bijbel slechts als een verzameling menselijke geschriften, die men op één lijn stelt met alle andere literatuur. Daarentegen neemt ieder die gelooft de Bijbel aan, zoals de Thessalonikers het gepredikte woord van Paulus aannamen, namelijk ‘niet als een woord van mensen, maar als een woord van God (Thessalonika 2:13).

 

07. Slechts als ‘de man van smarten, veracht door het volk’ kon de Heer de heilaanbrenger worden voor elk die gelooft. Zo kan ook de zondaar alleen behouden worden door ‘het woord des kruis’, dat voor hen die verloren gaan ‘een dwaasheid’ is (1 Korinthe 1).

 

08. Hoe weinig de mensen van de afkomst van Jezus Christus en dus van Zijn Goddelijke zending wisten, blijkt uit Johannes 7:41 en 42. Ze wisten namelijk niet, dat Jezus van Nazareth te Bethlehem geboren was. Zo staren velen zich wat de Bijbel betreft blind op het menselijke en zien niet zijn koninklijke afkomst.

 

09. Christus is in alle dingen aan de mensen gelijk geworden, met één uitzondering dat hij niet zondigde (Hebreeën 4:15). Letterlijk staat daar ‘zonder zonde’, dat wil zeggen dat Hij de inwonende zonde niet kende. In Lukas 1: 35 wordt Hij dan ook het Heilige genoemd. Zo komt de Bijbel tot ons in menselijke bewoordingen, echter zonder fouten of ongerechtigheden. Spreuken 30: 5 zegt daarvan: ‘Alle woord Gods is gelouterd ‘ en Psalm 12 vers 7 noemt de woorden des Heren zuivere woorden en vergelijkt ze met gedegen zilver dat zevenvoudig gelouterd is.

.

.

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

John Astria

 

 

Wat is wedergeboorte?

Standaard

categorie : religie

.

.

Uit God geboren zijn heeft verschillende termen. Dit is vaak verschillend per Bijbelschrijver. Enkele omschrijvingen zijn: wedergeboren zijn, een nieuwe schepping, de nieuwe mens, in Christus zijn, naar de Geest zijn, besneden van hart, een nieuw hart. Het gebeuren is een centraal thema in het Nieuwe Testament. De vernieuwing van de mens is iets dat noodzakelijk en verlossend is!

.

.

jezus-christus-wedergeboorte

.

.

De noodzaak van wedergeboorte

.

In Johannes 3 heeft Jezus een gesprek met Nicodemus, een Farizeeër. Deze man begint met een opmerking dat de Farizeeën erkennen dat Jezus van God gekomen is (vers 2). Jezus’antwoord in vers 3 lijkt wel heel bot. “Voorwaar, voorwaar, ik zeg u, tenzij iemand wederom geboren is, kan hij het Koninkrijk Gods niet zien”.

Jezus geeft hem te kennen dat Nicodemus bitter weinig kan zien of kennen tenzij hij opnieuw geboren is! Weten wie Hij is, is dan welhaast onmogelijk. In vers 5 versterkt Jezus dit nog eens: “Voorwaar, voorwaar, ik zeg u, tenzij iemand geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk Gods niet binnengaan.” Om iets van Gods wereld te kunnen begrijpen, kennen en om deel te krijgen aan het heil van God is het noodzaak om opnieuw geboren te worden.

.

Wat is opnieuw geboren worden?

.

Dat is ook de vraag die Nicodemus stelt! Jezus legt het uit met “uit water en Geest geboren worden.” De verdere uitleg van Hem is “wat uit vlees geboren is, is vlees en wat uit de Geest geboren is, is geest”. Naast de natuurlijke geboorte moet een mens ook uit de Geest geboren worden. In het vlees, ons natuurlijk bestaan, kunnen we God niet kennen of dienen. Later, in Joh. 6:63, zal Jezus zeggen: “De Geest is het die levend maakt, het vlees doet geen nut.”

Paulus leert ons in Rom.8: 7 – 8 ; “De gezindheid van het vlees is vijandschap tegen God; want het onderwerpt zich niet aan de wet van God; trouwens het kan dat ook niet: zij, die in het vlees zijn, kunnen God niet behagen”.

Door de zonde kan een mens uit zijn natuurlijke vermogens God niet dienen en Hem gehoorzamen. Daarom doet het vlees geen nut. Daarom geeft God de mogelijkheid van een nieuwe geboorte. Deze geboorte is uit Gods Geest, leert Jezus. Gods Geest schept nieuw leven in ons, leven uit God zelf! We zijn dan uit God geboren. Dit leven is eeuwig leven, onvergankelijk leven, staat in Johannes 3 vers 16.

Wedergeboorte is dus een geestelijke geboorte uit de Heilige Geest van God. In Joh.1:12 en 13 vind je dit uitgewerkt. We worden letterlijk kinderen van God. Paulus schrijft in Galaten 4:6 ; En dat gij zonen zijt – God heeft de Geest van zijn Zoon uitgezonden in onze harten, die roept Abba, Vader”.

Gods natuur is in ons en we kunnen gaan lijken op onze Vader. Gods weten is in ons zodat we kunnen gaan begrijpen. Gods kracht is in ons zodat we kunnen overwinnen. Gods mogelijkheden zijn in ons zodat we kunnen wat onmogelijk leek.

Jezus leert dat we geboren moeten worden uit water en Geest. Waarom water? Jezus doelt hierbij op de doop. Paulus legt later uit in Titus 3:5 dat God “naar Zijn ontferming ons gered heeft door het bad (water) van de wedergeboorte en van de vernieuwing door de Heilige Geest”.

.

.

a0cea4c2ab02a3596640844991b9eb35

.

.

Hoe gebeurt dat, wedergeboren worden?

.

Wat er precies wetenschappelijk gebeurt weten wij niet. Jezus legt in vers 8 uit dat het een ongrijpbaar gebeuren is. Hoe het kan gebeuren is wel duidelijk. Door de prediking en het aanvaarden van het woord van God wordt zaad van geloven in ons hart gelegd. Daarom schrijft Petrus in 1 Petrus 1:23 dat we zijn “wedergeboren, en niet uit vergankelijk maar uit onvergankelijk zaad, door het levende en blijvende woord van God”.

Doordat we gaan geloven in Jezus schenkt God ons vergeving van zonden waardoor we levend gemaakt worden. Daarom staat in Colossenzen 2:13  ;“Ook u heeft hij, hoewel gij doos waart door uw overtredingen en onbesnedenheid naar het vlees, levend gemaakt met Hem, toen Hij ons al onze overtredingen kwijtschold.” Hierop doelt Jezus in Joh. 3:14-16 waar Hij het beeld van de slang gebuikt.

De slang was de vloek over Israël, het oordeel over hun zonden. Jezus die stierf aan het kruis wordt, door geloof, voor ons de oorzaak van redding! Dit in geloof aannemen van Jezus, geeft ons de macht om kinderen van God te worden, staat in Joh.1:12 en 13.

In 1 Joh. 5:1 schrijft Johannes “Een ieder die gelooft dat Jezus de Christus is, is uit God geboren”. Dit leven is in Gods Zoon. Daarom staat iets verder in vers 12 ” Wie de zoon heeft, heeft het leven, wie de zoon van God niet heeft, heeft het leven niet”.

Nadat we kind van God geworden zijn, komen we in een proces. We zijn niet meteen geweldig geestelijke mensen maar gaan leven in een proces van heiliging en groei. Paulus doelt hierop in 1 Cor.3:1 en 2. Dit proces van heiliging en groei is niet zozeer een proces van onszelf verbeteren maar van het afleggen van de oude mens en het aandoen van de nieuwe mens.

Zie bijvoorbeeld Efeze 4:22-24. De mogelijkheden van ons liggen in het Nieuwe Leven. Een illustratie vind je in 1 Petrus 1:22 t/m 3:1. Wij moeten onze zielen door gehoorzaamheid aan de waarheid reinigen tot echte onvervalste broederliefde. Deze liefde komt voort uit de wedergeboorte. Om de kracht van deze liefde te ervaren moeten wij alle kwaadwilligheid, bedrog, huichelarij, afgunst en kwaadsprekerij afleggen. De liefde is er al!

Dat is namelijk een vrucht van de Geest. Niet ons werk, maar iets dat er al is uit onze nieuwe natuur. Onze actie is ons vlees afleggen, laten sterven en ons keren naar de nieuwe mens. Dan groeien wij! Onze opdracht is volgens Galaten 5:16, “wandel naar de Geest en voldoet niet aan het begeren van het vlees”. De basis van levensverandering en heiliging is de nieuwe mens op basis van opnieuw geboren zijn.

Johannes schrijft in 1 Johannes 5:4, “Want al wat uit God geboren is, overwint de wereld”.
De Geest van Jezus die in ons woont heiligt en verandert ons leven dus van binnen uit. Hij overwint in ons het kwaad en leert ons anders leven en denken. Als je ergens niet vanaf kunt komen, richt je geloof op God en zeg: Vader ik heb een probleem! Maar ik weet dat U het in mij kunt overwinnen. Uw Geest kan het onmogelijke waarmaken.

.

.

Wedergeboorte 1

.

.

In Christus

.

Door het geloof worden wij één gemaakt met Christus. “In Christus “noemt Paulus dat. Zijn leven is ons leven, Zijn lijden is ons lijden, zijn kruisiging is onze kruisiging, zijn dood is onze dood, zijn opstanding is onze opstanding, zijn heerlijkheid is onze heerlijkheid, zijn koningschap is ons koningschap.

In Christus zijn we een nieuwe schepping, zegt Paulus in 2 Cor.5:17. Deze eenheid met Hem heeft voor ons een hele praktische uitwerking. Wij beschouwen ons leven hier als gestorven voor de wereld en de wereld is voor ons gestorven Gal.6: 14. Wij leven nu voor God, voor Jezus en willen dat Zijn leven in ons openbaar wordt Gal. 2:20. Door de Geest van God worden wij dan ook in navolging van Jezus geleid.

.

.

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

John Astria

De verschijning van Maria in Tre Fontane

Standaard

categorie : religie

.

.

Tre Fontane, Rome, Italië

.

.

.

.

Enkele eeuwen geleden is buiten Rome een beroemde Cisterciënzerabdij ontstaan. Zij heet nu San Paolo Tre Fontane, ‘St-Paulus van de drie bronnen.’ De grote Apostel Paulus werd er volgens een oude overlevering onthoofd en toen zijn hoofd driemaal op de grond viel ontsprongen er drie bronnen, die er nog steeds zijn. De abdij met haar oude donkere romaanse kerk zonder opschik, was vroeger een oase van rust buiten de stad.Nu heeft Rome zich uitgebreid om haar heen. Niet ver van de kortste weg die toegang tot de abdij biedt is in 1947 een bedevaartsoord ontstaan. Het terrein voor de grot is nu tot een open plein gemaakt. In de grot staat een Mariabeeld en talrijke ex-voto’s hangen er in het rond. In deze grot is aan drie kleine kinderen en hun vader op 12 april 1947 de H. Maagd verschenen en op 6 en 23 mei aan de vader alleen.

.

.

.
Waarom Maria weent

Waarom Maria weent

Pasteltekening van John Astria

.

.

Het ging als volgt:

.

Op 9 mei 1913 werd te Rome, uit arme en weinig voorbeeldige ouders Bruno Cornacchiola geboren. Hij had twee broers en twee zusters en werd in een niet gelukkige jeugd onkerkelijk opgevoed. Op 7 maart 1936 huwde hij Iolanda Lo Gatto. Hij was eerst katholiek, maar “bekeerde” zich tijdens zijn verblijf in Spanje tot het protestantisme. Hij sloot zich aan bij de adventisten en begon het katholieke geloof te bestrijden.

Van 1936-1939 was hij als vrijwilliger actief in Spanje en keerde daarna terug naar Rome. Hij ging verder met het bestrijden van de Katholieke Kerk, in het bijzonder de leer over de H. Maagd Maria. Hij was tramconducteur en kreeg drie kinderen. In zijn huisgezin gingen de zaken niet al te best, tot de H. Maagd plots een omkeer teweeg bracht.

Op 12 april 1947, de zaterdag na Pasen, was Bruno met zijn drie kinderen, Isola (10), Carlo (7) en Gianfrancesco (4) een uitstapje gaan maken buiten Rome. Hij had naar het strand van Ostia willen gaan, maar had de trein gemist. Dan maar naar Tre Fontane, dat was niet ver buiten de stad. Hij was op dat moment bezig met het opstellen van een preek tegen de Heilige Maagd. Daar, te Tre Fontane speelden de kinderen met een bal, die op zeker ogenblik in het struikgewas was verdwenen bij een kleine, ondiepe grot.

Toen gingen Bruno en zijn jongste zoon de bal zoeken. Het was kort na 4 uur in de namiddag. Toen de vader hem na enige tijd riep en hij niet antwoordde, ging hij hem halen. Hij vond het kleine kind op de knieën voor de grot, de handen gevouwen (wat hij nooit had geleerd) en in een bewegingloze extase voortdurend herhalend: “Bella Signora! Bella Signora! (Mooie Dame!). Bruno was versteld en riep Isola en Carlo. Toen die bij hun kleine broertje kwamen vielen zij ook op hun knieën en herhaalden: “Bella Signora!…”

Bruno was volkomen verbaasd toen hij zijn drie kinderen in extase zag en bad vol schrik: ‘O signore, salvaci tu! (O Heer, wil Gij ons redden!). Wat er toen gebeurde wordt door Bruno zelf als volgt verhaald.

“Nauwelijks had ik “O Heer, red Gij ons” gezegd of ik zag plotseling twee zeer witte doorschijnende handen, die zich naar me toe bewogen. Daarop voelde ik dat deze twee handen, licht als de vleugels van een vogel, mijn ogen aanraakten en er als het ware een sluier van afnamen, die mij eerst had belet te zien. Toen werden mijn ogen door zulk een licht overstroomd, dat alles voor mij enkele ogenblikken verdween, kinderen en grot, en ik mij licht, etherisch voelde, als was mijn geest bevrijd van de stof.

In die toestand van vervoering hoorde ik mijn kinderen niet meer de woorden spreken ‘Bella Signora’. Toen ik na enkele ogenblikken van verblinding het gezicht terugkreeg, zag ik op de meest lichte plaats van de grot, omgeven door een krans van erg verblindend gouden licht – o verbijstering en ontroering voor onze arme menselijke natuur! – de gestalte van een paradijselijke vrouw, wier trekken en hemelse schoonheid diep in mijn ogen gegrift blijven, maar niet in menselijke woorden kunnen worden uitgedrukt.

De gestalte van deze hemelse Vrouw had zwarte haren, samengehouden op het hoofd en een weinig naar voor komend, voor zover de mantel van grasgroene kleur, die van het hoofd tot de voeten langs de zijden van haar afhing, het toelieten. Onder de groene mantel droeg zij een lichtend wit kleed en om de lendenen een roze gordel. De hemelse Vrouw droeg geen schoeisel en haar blote voeten stonden op de tufsteen.

Het gezicht van de mooie Dame had een uitdrukking van moederlijke welwillendheid, vermengd met serene droefheid; in de rechterhand droeg zij een niet al te groot boek van asgrijze kleur, dat zij tegen de borst hield, terwijl de linkerhand op het boek rustte.”

“Mijn eerste instinctieve aandrang was te spreken, een kreet te slaken, maar omdat ik voelde dat ik niet kon beschikken over mijn lichamelijke vermogens, stokte mijn stem in mijn keel. Ondertussen had zich in heel de geheimzinnige grot een heerlijke bloemengeur verspreid. Ook merkte ik dat ik naast mijn lieve kinderen op de knieën zat met gevouwen handen. Plotseling klonk een paradijselijke stem in mijn arme oren en ving een lang gesprek aan.”

.

.

Zij sprak:

.

“Ik ben diegene die in de Goddelijke Drie-eenheid is. ik ben de Maagd der Openbaring. Gij vervolgt mij, nu is het genoeg! Ga binnen in de heilige schaapskooi, het hemels hof op aarde. De belofte van God is en blijft onveranderlijk: de negen eerste vrijdagen die gij gevierd hebt om uw trouwe echtgenote plezier te doen alvorens de weg van de dwaling te volgen, hebben u gered!”

Ze vermaande hem dus om weer terug te keren tot de Katholieke Kerk. Zijn hart werd aanstonds geraakt en hij bekeerde zich. Ze vertelde enkele woorden die voor de paus bestemd waren (Paus Pius XII) en sprak verder over al haar zorgen voor de zondige mensheid en dat ze graag zou zien dat alle zondaars zouden gered worden.

.

.

Maria Domina Animarum

Maria Domina Animarum

Pasteltekening van John Astria

.

.

Als middel tot bekering beval zij aan:

.

“Men moet veel bidden en dagelijks het rozenhoedje zeggen voor de bekering der zondaars en de ongelovigen en voor de eenheid der christenen De Weesgegroeten die ge met geloof en liefde zegt, zijn evenveel pijlen die het Hart van Jezus raken.”

Ook beloofde de H. Maagd op de plaats waar zij verscheen wonderen te zullen doen. Ze zei ook dat haar lichaam na haar dood niet had kunnen vergaan, maar door haar Zoon en de Engelen van de aarde is weggenomen. Hiermee werd de leer van Maria’s Tenhemelopneming aangeduid, die drie jaar later als dogma plechtig aan heel de wereld zou worden voorgehouden (1950).

Tot slot voorspelde de H. Maagd aan Bruno harde beproevingen en vervolging, hem voorzeggende dat hij niet zou geloofd worden. Om eventuele twijfels bij hem te voorkomen gaf zij hem een teken: na veertien dagen zou hij een hem onbekende priester ontmoeten op een wijze die zij hem voorspelde. Dit gebeurde inderdaad, op 28 april. Alvorens naar huis te gaan bevestigde Bruno een papier in de grot met de mededeling:

»Op 12 april 1947 is hier in deze grot aan de protestant Bruno Cornacchiola en zijn kinderen de Maagd der Openbaring verschenen, en hij heeft zich bekeerd.«

Onderweg naar huis vroegen de kinderen om een beloofde reep chocola. Bruno zei:

»De schone dame in de grot heeft ons gezegd dat Jezus bij ons is. Ik heb jullie altijd geleerd niet daarin te geloven en jullie verboden om te bidden. Nu zeg ik jullie: laten we bidden, laten we de Heer aanbidden.«

Isola: »Welk gebed?« Bruno: »Mijn dochter, ik weet het niet.« Isola: »Ik wel. Ik heb het op school geleerd.« Zij baden Bruno herhaalde de woorden van het Weesgegroet. Bruno bad en weende.

Thuisgekomen konden de kinderen zich niet inhouden en de hele buurt wist binnen de kortst mogelijke tijd wat er gebeurd was. Toen de kinderen hadden gegeten en in bed lagen viel Bruno voor zijn vrouw op de knieën neer en vertelde haar alles. Hij vroeg haar om vergeving. Iolanda geloofde onmiddellijk in het wonder. Tot dusver was zij het, die op haar knieën lag voor haar man om hem te smeken haar niet meer te slaan. Bij zijn thuiskomst had Iolanda hem gevraagd waar de heerlijke geur vandaan kwam die haar van zijn kleren tegemoet stroomde. Tot in de vroege ochtend bleven zij samen, ontroerd, in gebed, in vreugde en in vrede.

»De priester is de brug tussen de zondaar en God, met de hulp van Maria.«

Op deze woorden van Maria ging Bruno biechten en verzoende zich met de Kerk. Hij deed dat bij de zijn parochiepriester, Ognissanti, die hij een aantal jaren daarvoor van zijn deur had gejaagd.

Op 6 mei 1947 ontving Bruno een tweede verschijning van Maria, terwijl hij alleen was. Maria zweeg en glimlachte slechts. Het was de vreugde van Maria om zijn bekering.

Op 23 mei volgde de derde verschijning in aanwezigheid van de priester don Mario Sfoggi, die Bruno later bij de paus zou brengen.

Op 30 mei vond de vierde verschijning plaats voor de zusters Maestre Pie Filippini, die in de buurt een kloostergemeenschap vormen. Zij ontvingen de opdracht om te bidden voor de wijk.

Tijdens de audiëntie van 1949 gaf Bruno de dolk waarmee hij hem had willen vermoorden aan paus Pius XII. De grot werd voorafgaand aan de verschijningen gebruikt als plaats van zonde. Het stonk er naar ontucht! Door de aanwezigheid van Maria werd de grot gezuiverd en geheiligd:

»Met deze aarde van de zonde zal ik machtige wonderen bewerken voor de bekering van de ongelovigen.«

En inderdaad zijn er reeds vele wonderen geschied door het vertrouwensvol gebruik van de aarde uit de grot. Enige weken na de eerste verschijningen ontdekte Bruno tot zijn ontgoocheling, aan de hand van enkele sporen, dat de grot opnieuw gebruikt was als plaats van ontucht. Bedroefd schreef hij op een vel papier de volgende oproep, die hem door Maria werd ingegeven:

»Ontwijd deze grot niet met de zonde van de onreinheid. Wie in de wereld van de zonde een ongelukkig schepsel is geweest werpe zijn last voor de voeten van de Maagd der Openbaring, bekenne zijn zonden en drinke aan deze bron van barmhartigheid. Maria is de tedere Moeder van alle zondaars. Zie, wat zij gedaan heeft voor mij, die als zondaar streed in het leger van de satan, een protestantse adventistensekte aanhing en een vijand van de Kerk en van de H. Maagd was.

Hier is mij en mijn kinderen op 12 april 1947 de Maagd der Openbaring verschenen. Zij heeft mij uitgenodigd tot de Rooms Katholieke Kerk terug te keren. Zij heeft mij boodschappen toevertrouwd en mij tekenen gegeven. De oneindige barmhartigheid van God heeft deze vijand overwonnen, die nu aan haar voeten om vergiffenis smeekt. Bemin Maria, zij is onze tedere Moeder. Bemin de Kerk met al haar kinderen. Zij is de mantel, die ons bedekt in deze wereld waarin de demonen woeden. Bid veel en vermijd de zonden van het vlees.«

Deze boodschap van Bruno, door vele kranten gepubliceerd, veroorzaakte een golf van verontwaardiging. De politie beloofde twee agenten naar Tre Fontane te sturen voor een dagelijkse ordedienst.

De Kerk erkende de facto de verschijningen en boodschappen van Tre Fontane en vertrouwde de zorg van de bedevaartplaats toe aan de paters Franciscanen Conventuelen. Burgemeester Salvatore rebecchini zorgde voor de civilisatie van het park rondom. Hij was zelf een pelgrim. Ook paus Johannes Paulus II ging er bidden.

.

.

de-perfecte-adam-en-eva

Pasteltekening van John Astria

.

.

Op 23 februari 1982 gaf Maria aan Bruno de volgende boodschap:

.

»Hier wil ik een huisheiligdom met de nieuwe titel Maagd der Openbaring – Moeder van de Kerk. Mijn huis moet voor allen openstaan, opdat allen het Huis van de Redding betreden en zich er bekeren. Zij die dorst lijden en verdwaald zijn zullen hierheen komen om te bidden. Hier zullen zij liefde, begrip en troost vinden: de ware zin van het leven.

Hier, op deze plaats van de grot, waar ik meermalen ben verschenen, zal het Heiligdom van de Verzoening zijn als een vagevuur op aarde. Daar zal een poort met de betreffende naam ‘Poort van de Vrede’ zijn. Allen zullen door deze poort moeten binnentreden om met de groet van de vrede en van de eenheid te groeten: “God zegen ons, Maagd Maria bescherm ons”.«

Op 12 april 1980 en op 12 april 1982 deden er zich in Tre Fontane zonnewonderen voor die door respectievelijk 3000 en 10.000 mensen werden waargenomen en die ruim een half uur aanhielden. Door talrijke mensen werden in de zon vele tekenen waargenomen, voor ieder verschillend. Het zijn symbolen die betrekking hebben op de geloofswaarheden: de H. Hostie, de Allerheiligste Drievuldigheid, Maria, een duif, de Vader op de troon, Maria gekroond met twaalf sterren, het Onbevlekt Hart van Maria, de letter ‘M’, de letters ‘IHS’, de letter ‘J’ enz.

.

.

.

.

JOHN ASTRIA

 

De osmogenese van Pater Pio

Standaard

categorie : religie

 

 

De osmogenese is een bijzondere gave die aan enkele uitverkorenen werd verleend. Het is wel zo dat hun aanwezigheid en habijt, eenvoudigweg hun uitstraling werd opgemerkt door een bepaalde geur, die wij kennen als de ‘geur van heiligheid’. Pater Pio was daarvoor bekend. Dit kwam zo dikwijls voor, dat men niet aarzelde het de ‘geuren van Pater Pio’ te noemen. Vaak ging het rechtstreeks van zijn persoon uit, soms had het te maken met zijn habijt of voorwerpen die hij had aangeraakt. Op andere momenten bleef de geur hangen op plaatsen waar hij was voorbijgekomen.

 

 

paterpiobrief

 

 

 

 

Op een dag verwijderde een befaamde arts een windsel dat met bloed van zijn zijde was doordrenkt. Vervolgens bracht hij het in een flesje om hiervan een analyse te laten maken in zijn labo in Rome. Tijdens de reis – waarvan niemand op de hoogte was van wat de arts bij zich droeg – begonnen een officier en andere medereizigers de geur op te merken, die geleek op wat van Pater Pio uitging. De arts bewaarde het recipiënt in zijn bureel en gedurende lange tijd bleef die geur daar hangen, waarover meerdere mensen zich bevraagden.

 

 

Aldus getuigt E.H. Modestino: “ Toen ik mijn vakantie eens nam in San Giovanni Rotondo gebeurde dit. ’s Morgens begaf ik mij naar de sacristie om de mis te dienen van Pater Pio Maar ook anderen eisten die eer op. Om de knoop door te hakken, zegde Pater Pio hen dat er slechts één misdienaar nodig was en dat ik het was. Iedereen zweeg. Ik vergezelde Pater Pio naar het altaar van St.Franciscus. Zodra het hek gesloten was, begon ik de mis te dienen in de diepste concentratie.

Bij het ‘Sanctus’ kwam in mij het verlangen op om opnieuw die fijne geur op te vangen, die ik reeds had bemerkt bij het kussen van zijn hand. Ineens overviel mij een wolk parfum; deze omgaf mij en groeide zo aan dat ik buiten adem geraakte. Vrezend dat ik bewusteloos zou vallen, hield ik mij aan de leuning vast. Inwendig bad ik Pater Pio om te voorkomen dat ik zou vallen, want dit zou de gelovigen hebben doen opschrikken.

Op datzelfde ogenblik hield de geur op. ’s Avonds vergezelde ik Pater Pio naar zijn cel en ik vroeg hem mij dit fenomeen te verklaren. Hij gaf me dit antwoord: “Mijn zoon, daar weet ik helemaal niets van af. Het is de Heer die handelt. Hij verleent zijn geur aan wie Hij zelf wil en wanneer Hij wil. Alles verloopt naar zijn genade”.

 

 

“Ik bevond mij achter het raampje van de biechtstoel. Vandaar zag ik Pater Pio luisteren om achter een ander raampje de biecht af te nemen van een dame. Onder de indruk van de gedachte dat ik me tot een heilige zou richten, ving ik een sterke leliegeur op. Dat raakte me des te meer, daar ik nooit had geloofd wat mensen hierover vertelden, nl. dat de aanwezigheid van Pater Pio te merken was aan geuren. Sindsdien heb ik er niet langer aan getwijfeld”.

 

 

In Bologna had een jonge dame van 24 jaar haar rechterarm gebroken. Drie jaar voordien was zij er al aan geopereerd geweest na een zwaar ongeval. Na een tweede behandeling en vele pijnlijke en lange nazorgen, liet de chirurg aan haar vader weten dat zij die arm niet meer zou kunnen gebruiken. Na de mislukking om de beenderen aan mekaar te zetten, waarbij een deel van het schouderblad was weggenomen, was de arm helemaal stijf geworden. Ontmoedigd trokken vader en dochter naar San Giovanni Rotondo om Pater Pio te ontmoeten.

Deze zegende hen en verzekerde: “Wees niet moedeloos! Vertrouw op de Heer en de arm zal genezen!” Dit gebeurde einde 1930. De zieke keerde naar Bologna terug. Niets was eraan verbeterd. Zou Pater Pio zich vergist hebben? Na enige tijd was de zaak zowat vergeten geraakt. Op 17 september, de verjaardag van Franciscus’ kruiswonden, werd de verblijfplaats van de familie omgeven door een buitengewone geur van rozen en tijloos.

Dit duurde ongeveer een kwartier. De andere huurders waren verwonderd en vroegen zich af waar dit vandaan kwam. Diezelfde dag kreeg de jonge vrouw het gebruik van haar arm terug. Een radiografie, die zij voortaan met zorg bewaarde, wees uit dat been en kraakbeen zich beiden hersteld hadden.

 

 

Een man vertelde: “ Op een dag gaf ik toe aan de wens van mijn echtgenote om Pater Pio te gaan opzoeken. Ik voeg eraan toe dat ik sinds de dag van ons huwelijk geen voet meer in de kerk had gezet. De behoefte kwam bij mij op om te biechten. Maar zodra ik mij tegenover Pater Pio bevond, zei hij zonder mij te bekijken: “Ga weg!” Ik reageerde: “Maar ik ben gekomen om te biechten. Wilt u mijn biecht afnemen?” Maar hij opnieuw: “Ik zeg u: ga weg!”

Holderdebolder verliet ik het kerkje en ging terug naar het hotel. Mijn vrouw had me zien lopen en was me naar de kamer gevolgd. Ze vroeg me: “Wat scheelt er? Wat doe je daar?” Ik gaf haar ten antwoord: “Ik maak terug mijn koffers klaar om van hier te vertrekken”. Ineens kwam daar een dikke walm over me met heerlijke geuren. Ik stond hoogst verbaasd. Stilaan vond ik mijn kalmte terug. Tegelijkertijd kwam in mij het verlangen op om terug naar Pater Pio te gaan. Dit deed ik ’s anderendaags na een nauwkeurig gewetensonderzoek. Ditmaal ontving Pater Pio mij welwillend en gaf me de absolutie.

 

 

Een dame vertelde: “Na een ongeluk werd mijn man, zwevend tussen leven en dood, opgenomen in een hospitaal in Taranto. De dokters vreesden dat zij hem niet meer zouden kunnen redden. Iedere dag als ik hem ging bezoeken, bleef ik bidden voor een beeld van Pater Pio daar in het hospitaal. Op een dag kreeg ik een teken van de heilige: een heerlijke leliegeur. Sindsdien is de toestand van mijn man altijd maar gaan verbeteren tot hij helemaal weer gezond was”.

 

 

Een man uit Toronto vertelde: “ In 1947 werd mijn vrouw dringend in een kliniek in Rome opgenomen om een delicate ingreep te ondergaan. Ik begaf me naar San Giovanni Rotondo en ging biechten bij Pater Pio. Na de absolutie deelde ik hem mee dat mijn vrouw erg ziek was en voegde eraan toe: “Padre, wil je met mij bidden?” Op hetzelfde ogenblik werd ik verrast door een doordringende geur.

Later op de avond thuisgekomen, had ik nauwelijks de drempel overschreden of ik rook opnieuw wat ik bij Pater Pio had opgemerkt en ik vond mijn vertrouwen weer. De chirurgische ingreep werd succesvol. Ik vertelde mijn vrouw welke wondere ervaring ik had opgedaan en beiden zijn we erkentelijk naar Pater Pio toegegaan om hem te danken.

 

 

Een jong Pools echtpaar woonde in Engeland en moest een belangrijke beslissing nemen. In hun situatie waren ze ten einde raad. Wat doen? Iemand sprak hen over Pater Pio. Ze schreven hem aan , maar het antwoord bleef uit. Dan beslisten ze maar naar San Giovanni Rotondo af te reizen om rechtstreeks hulp en raad te krijgen. De reis van Engeland naar Puglia was zeer lang. In Bern stapten ze uit en vroegen zich angstig af of ze nog zouden doorgaan. Wat doen als P.P. zou weigeren hen te ontvangen?

Op een avond zaten ze in een bescheiden hotelkamer en waren terneergedrukt in gesprek met elkaar. Uit besparing hadden ze een zolderkamer afgehuurd. Het was midden de winter en het sneeuwde. De bittere koude drukte nog meer op hun ontmoedigde stemming.

Bijna hadden ze beslist om terug te keren, als ze eensklaps een zo doordringende en aangename geur opvingen die hen nieuwe moed gaf. De jonge echtgenote opende de linnenkast en de kleerkast in de mening dat een verstrooide gast een flesje parfum had achtergelaten. Ze vond echter niets. Kort nadien verdween de geur en kwam de gewone onaangename reuk van stof en schimmel terug.

Nu wendde het jonge paar zich tot de hotelbaas en ondervroeg hem over die parfum, maar die bleek het niet te verstaan. Het was wel de eerste keer dat klanten in zijn hotel, dat zeker niet gekend was voor zoete geuren, teken gaven dat ze hier een heerlijke parfumgeur hadden opgevangen.

Wat er ook van weze, het voorval gaf hen terug moed en ondersteunde hun voornemen om ten allen prijze door te reizen. Aangekomen in San Giovanni Rotondo werden ze door Pater Pio met open armen ontvangen. Het jonge paar kende slechts enkele woorden Italiaans en stuntelde wat over een brief aan Pater Pio waarop nooit een antwoord kwam.

Verbaasd antwoordde Pater Pio: “ Wat zeg je daar? Dat ik niet geantwoord heb? Heb ik jullie dan niet geantwoord in jullie Zwitsers hotel?” Met weinig woorden gaf Pater Pio hen goede raad. Ze verlieten hem vol blijdschap en dankbaar, nog onder de indruk van de eigenaardige wijze waarop de geestelijke communiceerde met hen die op zijn raad beroep deden.

 

 

Het was een vreemde samenloop van omstandigheden toen een man hoorde spreken van Pater Pio. Hij vertelde: “ik hoorde voor de eerste keer de naam van Pater Pio, na de oorlog, van een vriend, journalist zoals ikzelf, die vaak over hem sprak. Hij kende Pater Pio goed en sprak met een enthousiasme dat ik eigenlijk wat overdreven vond. Mijn eerste reactie was ongeloof en onverschilligheid, vooral omdat mijn vriend me vertelde over verschillende fenomenen, zoals geuren, die de aanwezigheid of tussenkomst van Pater Pio aangaven, vaak op verre afstand.

Maar ondertussen stelde ik zelf op mijn beurt diverse vreemde feiten vast. Zoals bijvoorbeeld die dag dat ik een intens parfum van viooltjes waarnam, op een plaats waar er absoluut geen viooltjes waren. Ik dacht onmiddellijk aan Pater Pio, en geloofde dat het een vorm van autosuggestie was. Enige tijd later, toen ik op vakantie was met mijn echtgenote, gingen we naar het station om een brief te posten. En daar werd ik opnieuw, sterker dan voorheen, het onvergetelijke parfum gewaar van de viooltjes.

Terwijl ik wegzonk in gedachten hierover, vroeg mijn echtgenote: ‘ruik je dat parfum? Ik vraag me af waar het vandaan komt…’ Geschrokken antwoordde ik haar dat dit parfum een teken was van Pater Pio en dat de laatste tijd een doordringende geur van viooltjes me zowat overal achtervolgde. Mijn echtgenote antwoordde: ‘als ik in jouw plaats was, zou ik een bezoek brengen aan San Giovanni Rotondo.

’s Anderendaags begaven wij ons daarheen. Toen we daar aankwamen en pater Pio ontmoetten, zei hij: ‘ha, daar zijn onze helden; men zou kunnen zeggen dat het tijd gevraagd heeft om ze te overtuigen.’ Ik had een lang gesprek met hem en sinds die dag is mijn leven veranderd.’

 

 

Een man vertelde: ‘sinds enkele jaren had ik last van een hartinfarct. Mijn dokter had me een operatie aangeraden. Het was in juni 1991. Tijdens de operatie kreeg ik vier overbruggingen van de aorta. Bij het ontwaken uit de verdoving, had ik een verlamming aan arm en been langs de rechterzijde. Het was een zware beproeving maar eens de oorspronkelijke ontmoediging overwonnen was kwam het geloof terug en begon ik tot Pater Pio te bidden.

Ik bad de noveen voor hopeloze gevallen, die mijn lieve moeder me aanraadde en dezelfde ochtend dat ik de noveen beëindigde – omringd door enkele andere zieken – rook ik een intens parfum van meiklokjes. Toen verdween de geur en een tinteling in mijn rechtse voet vertelde me dat mijn gebeden verhoord werden.’

 

 

Een dame vertelde: ‘ik had zware problemen met mijn ogen, van die aard dat ik veel pijn leed en amper kon zien. Ik consulteerde verschillende dokters en na veel onderzoekingen stelde men een onomkeerbare schade aan het oog vast en een tumor, waarschijnlijk aan de hypofyse. Ik had zeer veel angst toen ik hoorde dat de dokters mijn ziekte als ongeneesbaar beschouwden. Toen ik langs de stad Bénévent kwam, wou ik me naar Pietrelcina begeven, waar ik de kans zou hebben om de plaatsen te bezoeken waar Pater Pio uitgenodigd was.

Tijdens het bezoek aan Pietrelcina overviel me een uitermate diepe emotie en terwijl ik bad voor mijn familieleden, nam ik een intense geur van wierook waar. In de trein die me terugbracht naar Rome, mediteerde ik over alles wat gebeurd was en kreeg ik spijt over het feit dat ik niet tot Pater Pio gebeden had voor mijn zieke ogen. Daarom vroeg ik alsnog met overtuiging zijn tussenkomst.

De hulp van de Pater liet niet op zich wachten: mijn toestand verbeterde van dag tot dag en na een korte tijd was ik helemaal genezen. De specialist die ik nadien raadpleegde kon alleen maar met verbazing vaststellen dat mijn zicht zich volledig hersteld had.’

 

 

Een man uit Canicatti vertelde: ‘ in het begin van het jaar 1953 werd mijn echtgenote, die in de eerste maanden van haar zwangerschap was, getroffen door een zware ziekte die, volgens de dokters, haar leven in gevaar bracht evenals dat van haar kind. Geen enkele remedie bleek doeltreffend te zijn. De 3e mei schreef ik totaal hopeloos een brief naar Pater Pio om zijn gebed te vragen.

Enkele dagen later werden zowel mijn echtgenote als ikzelf een mysterieus parfum van rozen gewaar, terwijl we nochtans in twee verschillende plaatsen vertoefden. Op hetzelfde moment klopte de postbode op de deur en gaf ons een brief van het convent van San Giovanni Rotondo waarin stond dat Pater Pio gebeden had voor mijn echtgenote en voor het ongeboren kind. De volgende morgen was mijn echtgenote volledig genezen.’

 

 

Een gewaardeerd advocaat en vertrouweling van Pater Pio vertelde: ‘op een dag bevond ik mij in de oude kapel van het convent om deel te nemen aan de uitgebreide mis opgedragen door Pater Pio.  Even niet aandachtig op het moment van de consecratie, bleef ik rechtstaan terwijl de andere gelovigen knielden. Er was een doordringende geur van viooltjes die me terugbracht naar de realiteit.

Ik knielde zonder verder veel aandacht te schenken aan het parfum dat ik geroken had. Zoals altijd ging ik na de mis Pater Pio groeten, die me onthaalde met volgende zin: “was jij niet een beetje verstrooid vandaag?” Ik antwoordde: “gelukkig heeft uw parfum me uit mijn overpeinzingen gehaald.” Pater Pio antwoordde: “parfum? Jij verdient een paar oorvegen!”

 

 

Een Siciliaanse ambtenaar wilde na zijn bekering biechten bij pater Pio. Deze hield diens rechterhand stevig tussen de zijne. De ambtenaar vertelt dat toen hij in Foggia aankwam, hij merkte dat zijn rechterhand een geur had die zijn linker niet had. Het was dezelfde geur die hij rook toen hij bij pater Pio was. De geur verdween niet, ook niet als hij zijn handen waste.

Pater Pio had hem een penitentie van twee maand gegeven en in heel deze periode steeg er een identieke geur van zijn borst naar zijn neus. Die geur was zó aangenaam dat hij zich als in een roes voelde. Soms verdween de geur en dan probeerde hij toch de geur gewaar te worden maar zonder resultaat. Eens de penitentie voorbij was, verdween de geur.

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

Het Eucharistisch Wonder in Buenos Aires te Argentinië

Standaard

categorie : religie

 

 

Recente eucharistische wonderen die zijn onderworpen aan analyses van de moderne techniek, brengen een licht in de zaak dat de gegevens vanuit het geloof bevestigt en de wetenschap eraan herinnert dat zij niet van de gehele werkelijkheid rekenschap kan afleggen. Deze wonderen dragen een bewijs aan van de werkelijke objectieve aanwezigheid van het Lichaam en van het Bloed van de Heer in de Heilige Eucharistie.

 

 

Paus Franciscus, encycliek Lumen fidei, 29 juni 2013, 2-3.

«In de moderne tijd heeft men gedacht dat een dergelijk licht voldoende kon zijn voor de oude samenlevingen, maar van geen nut was voor de moderne tijden, voor de mens die volwassen was geworden, trots op zijn rede, ernaar verlangend op een nieuwe wijze de toekomst te verkennen. In deze zin verscheen het licht als een bedrieglijk licht, dat de mens ervan weerhield zich stoutmoedig op het gebied van het weten te bewegen. Het geloof werd dan verstaan als een sprong in de leegte, die wij doen uit gebrek aan licht, gedreven door een blind gevoel; of als een subjectief licht, dat misschien in staat is ons hart te verwarmen, persoonlijke troost te verschaffen, maar dat aan anderen niet kan worden voorgehouden als een objectief en gemeenschappelijk licht om de weg de verlichten» 

 

 

Een bloederige substantie

 

 

Legandro Pezet met aartsbisschop Bergoglio, de huidige paus Franciscus

 

 

……..hij stopt haar in een bakje met water en zet het in het tabernakel van de Sacramentskapel.

 

Op 18 augustus 1996 viert eerwaarde Alejandro Pezet de Mis in de kerk van het winkelcentrum van de stad Buenos Aires, in Argentinië. Hij heeft zojuist de heilige Communie uitgereikt wanneer een vrouw hem komt zeggen dat ze een hostie heeft gezien waarvan iemand achter in de kerk zich heeft willen ontdoen. Wanneer hij naar de aangegeven plaats gaat, ziet de priester de besmeurde hostie; hij stopt haar in een bakje met water en zet het in het tabernakel van de Sacramentskapel.

Op maandag 26 augustus doet hij het tabernakel open en ziet tot zijn stomme verbazing dat de hostie een bloederige substantie is geworden. Hij brengt Mgr. Jorge Bergoglio, hulpbisschop van Kardinaal Quarracino en toekomstige Paus, hiervan op de hoogte, waarop deze instructies geeft om de aldus getransformeerde hostie te laten fotograferen door een beroepsman. De foto’s die op 6 september zijn genomen tonen duidelijk aan dat de hostie die in een stukje bloederig vlees is veranderd, aanzienlijk in omvang is toegenomen. Gedurende drie jaar wordt ze bewaard in het het tabernakel en wordt de hele zaak geheim gehouden; maar wanneer hij vaststelt dat de hostie geen enkele waarneembare vorm van ontbinding heeft ondergaan besluit Mgr. Bergoglio haar wetenschappelijk te laten analyseren.

Vanaf oktober 1999 worden er analyses uitgevoerd op monsters van de hostie. Die voeren tot de verklaring die in 2005 is afgelegd door dokter Federico Zugibe, deskundige op het gebied van de cardiologie en gerechts-geneeskundig expert:

«De geanalyseerde materie is een fragment van de hartspier die zich in de wand van de linker hartkamer, dichtbij de hartkleppen bevindt. Deze spier is verantwoordelijk voor de samentrekking van het hart. De linker hartkamer functioneert als een pomp die bloed doorstroomt door het hele lichaam. De hartspier is in een staat van ontsteking en bevat een groot aantal witte bloedlichaampjes. Dat geeft aan dat het hart leefde op het moment dat het monster werd genomen. Ik verklaar dat het hart leefde, gegeven het feit dat witte bloedlichaampjes buiten een levend organisme afsterven; ze hebben behoefte aan een levend organisme om in stand te kunnen blijven. Hun aanwezigheid geeft dus aan dat het hart leefde toen het monster werd genomen. Bovendien waren de witte bloedlichaampjes in de weefsels opgenomen, hetgeen aangeeft dat het hart aan intensieve stress onderhevig was geweest, alsof zijn eigenaar harde klappen had gekregen ter hoogte van de borst.»

 

Twee Australiërs, de journalist Mike Willesee en de jurist Ron Tesoriero, zijn de getuigen geweest van deze testen. Na de conclusie van de arts, deelt men hem mede dat de substantie waaruit het monster afkomstig was dateerde van 1996, Dokter Zugibe vraagt:

«U moet me een ding uitleggen: als dat monster afkomstig is van een dode persoon, hoe kan het dan dat, toen ik het onderzocht, de cellen van het monster nog in beweging waren en kloppingen liet zien? Als dat hart afkomstig is van iemand die in 1996 is gestorven, hoe kan het dan nog steeds in leven zijn?»  

 

Pas dan legt Mike Willesee dokter Zugibe uit dat het monster afkomstig is van een geconsacreerde hostie die op mysterieuze wijze veranderd is in bloederig menselijk vlees. Stomverbaasd als hij dat hoort, antwoordt de dokter:

«Hoe en waarom kan een geconsacreerde hostie van karakter veranderen en levend menselijk vlees en bloed worden? Dat zal een onverklaarbaar mysterie blijven voor de wetenschap, een mysterie dat volledig mijn competentie overstijgt.»

 

 

Moeilijkheden met geloven

 

In Lanciano, in de regio van de Abruzzi (Italië), vond rond 750 een soortgelijk wonderlijk feit plaats. Een Brasiliaanse monnik ondervond moeilijkheden bij het geloven in de werkelijke tegenwoordigheid van Onze-Lieve-Heer Jezus Christus in de Eucharistie. Hij bad voortdurend om verlichting van zijn zeer pijnlijke onzekerheden. Op een ochtend, nog altijd gekweld door zijn twijfels, begon hij de viering van de Mis voor de bewoners van een naburig dorp. Plotseling, na de consecratie van het brood en de wijn, bracht hetgeen hij op het altaar zag zijn handen aan het trillen en een ogenblik lang, dat de parochianen een eeuwigheid toescheen, stond hij perplex. Vervolgens keerde hij zich zachtjes naar hen toe en zei:

«Oh, gelukkige getuigen aan wie de gezegende God, om mijn ongeloof tegen te spreken, zich Zelf heeft willen openbaren in dit gezegende Sacrament en zich voor onze ogen zichtbaar heeft willen maken, komt onze God die ons zo nabij is zien: dit is het Vlees en het Bloed van onze Beminde Christus.»

 

De hostie was vlees en de wijn bloed geworden! Dezelfde dag ging het gerucht door het hele dorp zoals een brand een woud in vuur en vlam zet en bereikte even zo snel de naburige dorpen en verspreidde zich tot in Rome. Dit mirakel blijft tot op de dag van vandaag zichtbaar voor ons: de vlees geworden hostie en de bloed geworden wijn zijn na meer dan twaalf eeuwen nog volledig intact.

In 1970 vroegen de aartsbisschop van Lanciano en provinciaal van de Conventuelen, met toestemming van Rome, aan professor Edoardo Linoli, directeur van het ziekenhuis van Arezzo, een grondig wetenschappelijk onderzoek uit te voeren op de resten van het twaalf eeuwen tevoren gebeurde wonder. Op 4 maart 1971 presenteerde de professor zijn conclusies:

  • 1. Het “wonderbaarlijke vlees” is vlees dat bestaat uit het dwarsgestreept spierweefsel van de myocard (hart).
  • 2. Het “wonderbaarlijk bloed” is echt bloed: de chromotografische analyse levert hiervan het onbetwistbaar bewijs.
  • 3. Het vlees en het bloed zijn van menselijke natuur en het immunologisch bewijs stelt dat ze behoren tot bloedgroep AB, dezelfde als die van de man van de lijkwade van Turijn, en kenmerkend voor de bevolkingen van het Midden-Oosten.
  • 4. De eiwitten in het bloed zijn procentueel identiek verdeeld zoals de eiwitten in het serum van vers normaal bloed.
  • 5. Geen enkel histologisch onderzoek heeft de aanwezigheid van sporen van zoutinfiltraties of van stoffen die vroeger voor mummificatie gebruikt werden aangetoond. Ook moet worden opgemerkt dat, wanneer het eucharistisch bloed van Lanciano (dat gewoonlijk is gestold) eenmaal vloeibaar is, het al zijn chemische en fysische eigenschappen behoudt zonder dat het enige schade ondervindt in welke vorm ook. Terwijl normaal gesproken vijftien minuten na het afnemen van gewoon menselijk bloed alle biologische activiteit onherstelbaar verloren gaat.

 

Het medisch rapport dat werd gepubliceerd in de “Cahiers Sclavo” (fasc. 3, 1971) wekte grote belangstelling in wetenschappelijke kring. In 1973 benoemde de Hoge Raad van de Wereld Gezondheidsorganisatie een wetenschappelijke commissie om de conclusies van professor Linoli te verifiëren. Er werd 15 maanden aan gewerkt en er werden 500 onderzoeken verricht. De commissie verklaarde dat het ging om een levend weefsel dat beantwoordde aan alle klinische reacties van levende wezens. Sinds de VIIIe eeuw, verkeren het vlees en het bloed van Lanciano in dezelfde staat als van vlees en bloed dat dezelfde dag van een levend wezen zou zijn verwijderd.

De synthese van de werken van de commissie die in december 1976 in New York en in Genève werd gepubliceerd, erkent dat de wetenschap, bewust van haar beperkingen, zich geplaatst ziet tegenover de onmogelijkheid een verklaring te leveren. Andere experts gingen over tot vergelijking van de rapporten die zijn opgesteld naar aanleiding van het mirakel van Buenos Aires met de voor het mirakel van Lanciano uitgewerkte rapporten. Deze wetenschappers die de oorsprong van de monsters niet kenden concludeerden dat het in beide rapporten van de laboratoria ging om monsters die, naar het scheen, afkomstig waren van dezelfde persoon.

 

 

mirakel van de Heilige Hostie te Lanciano

 

 

Lanciano eucharistic miracle

 

 

 

Op zoek naar een groot licht

 

In de encycliek Lumen fidei schrijft Paus Franciscus:

«Langzamerhand heeft men echter gezien dat het licht van de autonome rede niet erin slaagt de toekomst voldoende te verlichten; uiteindelijk blijft zij in haar duisternis steken en laat de mens achter in de angst voor het onbekende. En zo heeft de mens afgezien van het zoeken naar een groot licht, een grote waarheid om zich tevreden te stellen met de kleine lichten die het korte ogenblik verlichten, maar niet in staat zijn de weg te openen. Wanneer het licht ontbreekt, wordt alles verward, is het onmogelijk goed van kwaad te onderscheiden, de weg die naar het doel leidt te onderscheiden, van die welke ons in steeds dezelfde kringen, zonder richting doet gaan» 

 

Om dit euvel te vermijden hebben we geloof nodig, zo verklaart de paus :

«Het is daarom dringend noodzakelijk de aard van het licht dat eigen is aan het geloof, opnieuw te ontdekken, omdat ook alle andere lichten uiteindelijk hun kracht verliezen, wanneer de vlam hiervan dooft. Het licht van het geloof heeft immers een bijzonder karakter, omdat het in staat is heel het bestaan van de mens te verlichten. Om zo krachtig te zijn kan een licht niet van onszelf uitgaan, moet het komen van een oorspronkelijkere bron, moet het tenslotte komen van God. Het geloof ontstaat bij de ontmoeting met de levende God, die ons roept en ons zijn liefde openbaart, een liefde die ons voorafgaat en waarop wij kunnen steunen om een houvast te hebben en ons leven op te bouwen. Door deze liefde veranderd, krijgen wij nieuwe ogen, ervaren wij dat daarin een grote belofte van volheid gelegen is en voor ons de blik op de toekomst opengaat. Het geloof, dat wij van God ontvangen als bovennatuurlijke gaven, verschijnt als een licht voor de weg, een licht dat onze gang in de tijd richting geeft». 

 

 

Een nieuw bewijs

 

Als bevestiging van het geloof in de Kerk, heeft de Heer aan de wereld in 2008 een nieuw bewijs willen geven van zijn liefde door een ander eucharistisch mirakel dat geheel gelijksoortige kenmerken vertoont als die van het mirakel van Buenos Aires. Op 12 oktober van dat jaar viert eerwaarde Jacek Ingielewicz de Mis in de kerk H. Antonius van Padua in Sokólka (Polen), in aanwezigheid van tweehonderd personen. Tijdens het uitdelen van de Communie valt een hostie op de grond. Eerwaarde Jacek raapt hem op en stopt hem in een klein zilveren liturgisch potje dat hij vult met water om de hostie op te lossen, stopt vervolgens het geheel in een kluis in de sacristie.

Wanneer een hostie daarna geheel is opgelost is het lichaam van Christus inderdaad niet meer tegenwoordig. Op de hoogte gebracht door eerwaarde Jacek, laat eerwaarde Stanislaw Gniedziejko, pastoor van de parochie, het potje twee weken in de kluis staan. Dan stelt hij vast dat de hostie niet alleen niet is opgelost in het water, maar dat een vorm aan het licht is gekomen die doet denken aan een bloedvlek. De pastoor Stanislaw zou later verklaren:

«Diep onder de indruk, wist ik niet wat ervan te denken, mijn handen trilden toen ik de kluis weer op slot deed: ik kon nauwelijks spreken.»

 

Hij besluit zich tot de aartsbisschop van Bialystok, naburige stad, Mgr. Edward Ozorowski, te wenden. Wanneer deze naar Sokólka komt laat men hem de hostie zien die op een corporale is gelegd. Daar ziet hij behalve een bloedvlek iets wat lijkt op een organische substantie. Het lijkt, zo merkt eerwaarde Jacek op, op de natuur van weefsels. Op 5 januari 2009 vraagt de bisschop aan twee professoren in de geneeskunde aan de Universiteit van Bialystok, Maria Elizabeth Sobianiec-Lotowska en Stanislaw Sulkowski, een analyse uit te voeren op een deeltje van de hostie. Beiden hebben meer dan dertig jaar gewerkt op het gebied van de histopathologie van de Universiteit.

Toen de monsters waren genomen was het intact gebleven deel van de hostie vast blijven zitten aan het weefsel dat geanalyseerd werd, zonder dat die iets minder wit was geworden. Beide specialisten kwamen, na gescheiden hun werk te hebben gedaan, tot dezelfde conclusie: hetgeen hun was overhandigd is afkomstig van het weefsel van een nog in leven, maar wel stervend zijnde menselijke hartspier. Professor Sulkowski verklaart de aanwezigheid te hebben waargenomen van:

«talloze typische biomorfologische indicatoren van weefsel van de hartspier, evenals van zichtbare schade in de vorm van geringe vezelbreuken in het weefsel. Deze schade kan slechts worden waargenomen in levende vezels en zijn de tekenen van snelle spasmes van de hartspier in de periode die voorafgaat aan de dood.»

 

Professor Sobianiec-Lotowska bevestigt dit:

«Het betreft weefsel van de in leven zijnde hartspier.»

 

Wanneer ze hierbij stilstaat, geeft ze blijk van haar stomme verbazing over het feit dat een weefsel in leven is gebleven nadat het uit het organisme waarvan het integraal deel uitmaakte is verwijderd:

«Dat is een «ongelooflijk fenomeen! Gedurende lange tijd was de hostie in water ondergedompeld, vervolgens op de corporale gelegd; het weefsel zou dus het proces van “verstikking” hebben moeten ondergaan, maar dat hebben we bij onze testen niet waargenomen. De huidige kennis op het gebied van de biologie stelt ons niet in staat dit fenomeen wetenschappelijk te verklaren. Dit buitengewone fenomeen van onderlinge absorptie van het hartspierweefsel en de hostie dat met de microscoop en eveneens via elektronische transmissie is waargenomen, bewijst dat geen enkele menselijke interventie op het monster heeft kunnen plaatsvinden».

 

De structuur van het hartspierweefsel en die van brood zijn in het onderhavige geval inderdaad zo nauw verwant dat het onaannemelijk is dat een menselijke interventie dit zou kunnen verwezenlijken (cf. verklaring van professor Sobianiec-Lotowska in het rapport «Het Eucharistisch Mirakel van Sokólka», Lux Veritatis, 2010). Anderzijds heeft het bloed van de hostie dezelfde kenmerken als dat van de lijkwade van Turijn en van het mirakel van Lanciano (groep AB).

 

 

Mirakel van de Heilige Hostie te Sokolka

 

 

miracle of sokolka

 

 

 

De devotie neemt toe

 

Nadat hij de resultaten van de testen heeft gekregen, informeert de aartsbisschop de apostolisch nuntius in Warschau die het dossier doorgeeft aan Rome ter bestudering. In september 2009 begint het publiek dat kennis heeft genomen van het rapport van de twee deskundigen, uit heel Polen, maar ook uit Wit-Rusland en Litouwen naar Sokólka te komen. In Sokólka zelf stelt men onmiddellijk een toename van de devotie voor het Allerheiligste vast. De mensen komen in de kerk bidden voor de gebroken families, de kinderen die het geloof verlaten, ter verkrijging van genezingen.

Na officieel te hebben verklaard dat het zichtbare weefsel op de hostie echt wonderbaarlijk is, stopt Mgr. Ozorowski dit in een monstrans die wordt uitgestald ter aanbidding door gelovigen in een kapel van de Sint Antonius kerk. Ten aanzien van de Eucharistie vraagt de Kerk om de eredienst van de latria, dat wil zeggen de aanbidding die aan God alleen is voorbehouden, hetzij tijdens de viering van de Eucharistie, hetzij daarbuiten:

«Het is, zo schreef H. Johannes Paulus II, in het bijzonder nodig, zowel tijdens de viering van de Mis als bij de verering van de Eucharistie buiten de Mis, het besef te verlevendigen van de werkelijke tegenwoordigheid van Christus» (Apostolische Brief Mane nobiscum Domine, 7 oct. 2004, 18).

 

«Zoals de vrouw die Jezus zalfde in Bethanië, heeft de Kerk hiervoor geen ‘verspilling’ van haar beste zaken geschuwd om uitdrukking te geven aan haar verwondering en aanbidding tegenover het onmetelijk geschenk van de Eucharistie. Niet minder dan de eerste leerlingen die belast waren met het gereed maken van de «bovenzaal» voelde zij zich gedreven om door de eeuwen heen een in haar ontmoeting met verschillende culturen, de Eucharistie te vieren in kader dat een zo groot geheim waardig was… Ofschoon het idee van een «feestmaal» vanzelf vertrouwelijkheid suggereert, heeft de Kerk nooit toegegeven aan de verleiding om deze «intimiteit» met haar Bruidegom te banaliseren door te vergeten dat Hij ook haar Heer is en dat het «feestmaal» altijd een offer blijft dat getekend is door het bloed dat op Golgotha werd vergoten» (Encycliek Ecclesia de Eucharistia, Witte Donderdag 2003, 48).

 

«De Eucharistie stelt inderdaad tegenwoordig en actualiseert het offer dat Christus eens en voor altijd op het kruis gebracht heeft aan de Vader ten bate van de mensheid. Het kruisoffer en het offer van de Eucharistie zijn één en hetzelfde offer. Een en dezelfde zijn het slachtoffer en de offeraar: wat alleen verschilt is de wijze van geofferd worden: bloedig op het kruis, onbloedig in de Eucharistie. Daar uit het Misoffer alle genaden voortvloeien die nodig zijn voor ons heil, verplicht de Kerk de gelovigen ertoe aan de Heilige Mis deel te nemen op iedere zondag en op voorgeschreven feestdagen, terwijl zij hen aanbeveelt ook op andere dagen eraan deel te nemen.» (Compendium van CKK,280).

 

H.Johannes Paulus II eens tegen jongeren gezegd die hem ondervroegen naar aanleiding van de grote ingetogenheid waarmee hij de mis vierde (18 oktober 1981). Heilige Padre Pio geeft er ons een mooi voorbeeld van:

«Wanneer Padre Pio de Mis vierde, wekte hij de indruk zo intiem, zo intens en zo volledig verbonden te zijn met Hem die zich aan de Hemelse Vader aanbood, als slachtoffer ter boetedoening voor de zonden der mensen. Zodra hij aan de voet van het altaar stond onderging het gezicht van de celebrant een gedaanteverwisseling. Padre Pio bezat de gave anderen aan het bidden te zetten. Men beleefde de Mis» (Fr. Narsi Decoste, Le Padre Pio).

 

De vrucht van het geactualiseerde Offer op het altaar is de communio met het Lichaam en Bloed van Jezus Christus, voorproef van de eeuwige communio in de Hemel. Een zo grote gave kan slechts ontvangen worden door hem die:

«ten volle ingelijfd is in de katholieke Kerk en in staat van genade, dat wil zeggen zonder zich van een doodzonde bewust te zijn. Hij die er zich van bewust is een zware zonde te hebben begaan, moet het Sacrament van de Verzoening ontvangen alvorens tot de communie te naderen. Van belang zijn ook de geest van inkeer en gebed, het onderhouden van het door de Kerk voorgeschreven vasten, en de lichaamshouding (gebaren, kleding), ten teken van eerbied voor Christus» (Compendium,291).

 

«De heilige Communie doet onze vereniging met Christus en zijn Kerk groeien. Zij sterkt ons voor de pelgrimstocht van dit leven en doet ons verlangen naar het eeuwig leven, doordat zij ons nu al verenigt met Christus, opgestegen naar de rechterhand van de Vader, met de hemelse Kerk, met de heilige Maagd en met alle heiligen» (ibid., 292 en 294).

 

 

De hoogste verwerkelijking

 

De eucharistische wonderen zijn niet te ontkennen feiten; zij stellen ons voor de grote Werkelijkheid: God bestaat, Hij is vlees geworden, Hij is tegenwoordig en treedt actief op in onze geschiedenis, Hij heeft zich blootgesteld aan lijden en dood, om de dood teniet te doen en ons het Leven te geven! Het geluk dat wij allen zoeken hangt af van onze liefdesbetrekking met Hem alleen! In de encycliek Fides et ratio, schreef heilige Johannes Paulus II:

«Verschillende filosofische systemen hebben de mens er door misleiding van overtuigd, dat hij zijn absoluut eigen heer is, die autonoom over zijn lot en over zijn toekomst kan beslissen, wanneer hij uitsluitend op zichzelf en zijn krachten vertrouwt. Dat zal nooit de grootheid van de mens kunnen uitmaken. Bepalend voor zijn verwerkelijking zal alleen de beslissing zijn, zich te voegen in de waarheid door in de schaduw van de wijsheid zijn woning op te zetten en daarin te blijven wonen. Pas binnen deze horizon van de waarheid zal hij begrijpen, hoe zijn vrijheid zich in de volle zin ontplooit en dat hij geroepen is tot liefde en kennis. Daarin ligt zijn hoogste zelfverwerkelijking »

Laten we uit de Eucharistie de kracht putten die we nodig hebben om Jezus te volgen op de weg van het eeuwig leven!

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

 

 

Fouten in de Bijbel.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Fouten in de Bijbel

 

 

jezus_bijbel

 

 

De Bijbel spreek voor zichzelf en dat is ook zo. God is heel goed in staat om zichzelf te verdedigen. Denk maar eens aan het bijbelboek Job, waar hij precies denkt te weten wat God met de hele situatie te maken heeft. Uiteindelijk laat God heel duidelijk horen hoe Hij erover denkt, waarna Job zich bekeert en de situatie een positieve wending krijgt.

Mensen die hun mening al hebben klaarliggen en de Bijbel al afgeschreven hebben,  zullen hun antwoord wel van God krijgen. Laat ons hopen dat het voor hen dan niet te laat is en dat ze Zijn stem zullen horen voordat het laatste oordeel aanbreekt. Volgens de Bijbel komt er een moment dat de tijd op is. Ieder mens krijgt een eerlijke kans van God.

De Bijbel spoort ons aan om nu te leven en in het hier en nu te reageren op de stem van God. (Hebr 3-7 : Daarom, gelijk de Heilige Geest zegt: Heden, indien gij Zijn stem hoort, verhardt uw harten niet )
Toch zijn er nog steeds veel mensen die met vragen zitten en serieus willen weten hoe het zit met bepaalde moeilijk te begrijpen Bijbelgedeelten.

  • Het eerste gedeelte in de Bijbel waar mensen vaak over vallen is de veronderstelde herhaling van het scheppingsverhaal. In hoofdstuk 1 van Genesis wordt verteld in welke volgorde God het heelal, de aarde en het leven erop maakte.
  • Dan komt hoofdstuk twee, waar het net lijkt alsof de schepping voor een tweede keer, in een andere volgorde verteld wordt. Het gaat in het tweede gedeelte echter over het land waar Adam in woont, waardoor het verhaal een andere lading krijgt. Er is een duidelijk verschil in woordgebruik: ‘de aarde’ (erets – Gen. 1:11) en ‘het land’ (sadeh – Gen. 2:4-5).

 

Genesis 2:18-20 beschrijft hoe God beesten naar Adam brengt zodat hij ze namen kan geven. Van het vee wordt niet gezegd dat God het op dat moment maakte, dus dat was er blijkbaar al. “God bracht de dieren die hij gevormd had.”

Dan is er nog het opmerkelijke verschil in de woorden die gebruikt worden om God aan te duiden. In het eerste deel wordt Elohim gebruikt en in het tweede deel Yahweh Elohim. Dit kan erop duiden dat er twee schrijvers zijn geweest. Het is mogelijk om op basis van stijl heel Genesis op te delen in 10 delen van 10 verschillende schrijvers.

Later zouden die delen door Mozes samengevoegd zijn, zonder er iets aan te veranderen, zodat de schrijfstijl behouden bleef. Het tweede scheppingsverhaal is slechts een probleem als je er vanuit gaat dat het een tweede scheppingsverhaal is. Als je het leest met de instelling dat het om werkelijke geschiedenis gaat, vallen alle puzzelstukjes in elkaar.

 

 

 

Algemene regels bij vermeende fouten in de Bijbel:

 

  1. Kijk naar de context
  2. Kijk naar de historische context. Begrijp je het gebruik of de uitspraak zoals hij toen begrepen werd.
  3. Kijk naar wie er spreekt in het gedeelte. Is het God zelf, een mens namens God, of een mens met zijn eigen wijsheid.
  4. Zoek andere plaatsen in de Bijbel waar over hetzelfde gesproken wordt. Daar zit vaak al een antwoord of een breder inzicht in.
  5. Kijk ook eens in andere vertalingen en zoek commentaren

 

 

 

De vrouw van Kaïn (Gen. 4:1-17)

 

Adam en Eva krijgen 2 zoons, Kaïn en Abel. Kaïn slaat Abel dood en God verbant Kaïn. Kaïn gaat wonen in Nod en trouwt! Maar met wie? Waren er dan toch al meer mensen? Dit is heel eenvoudig op te lossen door verder te lezen in Genesis 5:4,  “En Adam leefde, nadat hij Seth verwekt had, nog achthonderd jaar; en hij kreeg zonen en dochters.” Kaïn trouwde dus met een zus. Dit was geen inteelt en incest omdat er toen nog geen mutaties waren en de wet tegen incest kwam pas in de tijd van Mozes.

 

Dit is een schriftgedeelte waarbij vaak meerdere denkfouten tegelijk gemaakt worden:

1. Men gaat er vanuit dat Adam en Eva nog geen dochters hadden, en misschien terecht, want of Kaïn toen al een zus had is op dat moment in het verhaal nog niet duidelijk. Maar het is zo dat vrouwen in geslachtsregisters  niet genoemd werden. Bedenk ook dat ze toen wel 900 jaar oud werden en dat zijn toekomstige vrouw nog niet geboren hoefde te zijn.

2. Men veronderstelt dat het land Nod al bewoond was, maar dat hoeft niet het geval te zijn geweest. De naam kan zelfs later zijn bedacht en toegevoegd aan het verhaal.

3. Men denkt dat trouwen met een zus in strijd was met de wetten van Exodus. Dat Adam de eerste mens was lijkt mij duidelijk. Als eerste mens had hij dus het meest perfecte DNA, hij was net door God zelf gemaakt. Vanwege de foutjes en vermindering in rijkdom en diversiteit die het genetisch materiaal van de individuele mens in de loop der tijd opdeed, is het nu niet meer verstandig dat naaste familieleden samen kinderen krijgen. De kinderen lopen dan teveel risico om mismaakt of ziek ter wereld te komen. Het is door God pas ten tijde van Mozes verboden om seks te hebben met een familielid, omdat het eerder niet nodig was dit te verbieden.

 

 

 

Midianieten of Ismaelieten?

 

Gen. 37:36 – “En de Midianieten verkochten hem (Jozef) in Egypte, aan Potifar, een hoveling van Farao…”
Gen. 39:1 – “Jozef werd naar Egypte afgevoerd; en Potifar, een hoveling van Farao … kocht hem van de Ismaelieten, die hem daar naartoe gebracht hadden.”

Werd Jozef nou verkocht door de Midianieten of door de Ismaelieten?

Dit is een gevalletje ‘gelijksoortige teksten zoeken’. Zie Gen. 37:28 – “Toen de Midianietische kooplieden voorbijtrokken, haalden zij Jozef uit de put, en verkochten hem aan deze Ismaelieten voor twintig zilverlingen; die brachten Jozef naar Egypte.” Het blijkt dat het hier om dezelfde groep mensen gaat.

Het kan zijn dat Ismaelieten optrokken met de Midianieten en samen handel bedreven, of dat deIsmaelieten een stam van de Mideanieten waren. In Richteren 8 staat ook dat Gideon de Midianieten heeft verslagen maar in vers 24 worden ze ook Ismaelieten genoemd. de Bijbel verklaart hiermee zichzelf.

 

 

 

Een herkauwende haas? (Lev. 11:6)

 

“En de haas is onrein omdat hij herkauwt, ook al heeft hij geen gespleten hoef.”

Hazen en konijnen draaien af en toe drolletjes die nog niet helemaal verteerd zijn en waar nog veel goede voedingsstoffen in zitten. Die eten ze dan weer op, herkauwen dus. Het is dus soms belangrijk dat we ook wat weten van de natuur. Denk aan de vleermuizen, die in de Bijbel onder de vogels gerekend worden, terwijl men tegenwoordig de vleermuizen onder de zoogdieren rekent. Dit heeft puur te maken met een keuze.

Noem je het een vogel omdat het vliegt, of noem je het een zoogdier omdat het zoogt? Zo zou  een dolfijn in de Bijbel waarschijnlijk een vis genoemd zijn, terwijl men dolfijnen tegenwoordig ook onder de zoogdieren rekent. We hadden ook een indeling kunnen maken op basis van het aantal poten, vinnen of de vorm van de oren.

 

 

 

Klopt het getal PI in de Bijbel niet? (2 Kron. 4:2)

 

 

 

 

 

 

 

Eenvoudig gezegd: de omtrek van een cirkel is altijd 3,14 maal de diameter. Als je de diameter van het wasvat vermenigvuldigt met 3.14 komt er 31.4 uit en geen 30, dus dat klopt niet met de tekst. 30 gedeeld door 3.14 komt schijnbaar wel beter uit, maar dan houd je jezelf een beetje voor de gek, want verhoudingsgewijs is de afwijking hetzelfde. De oplossing is eenvoudig: Met de handbreedte uit vers 5 kunnen we de berekening precies laten kloppen.

 

 

 

Problemen met aantallen?

 

Num. 25:9 – “Degenen die aan de plaag stierven, waren vier en twintig duizend.”
1 Kor. 10:8 – “En laten wij geen overspel plegen, zoals sommigen van hen deden, want toen vielen er op een dag drie en twintig duizend.”

Waren het er nou 24000 of 23000?

Goed lezen. In 1 Kor. Staat: “op één dag” dus de rest stierf later. Probleem opgelost. Sommige problemen worden zo makkelijk door de critici opgeworpen. De enige echte tegenstrijdigheden in de Bijbel zijn die tussen goed en kwaad, leven en dood, geloof en ongeloof, enz. Gods woord blijft ongeschonden.

 

 

 

Gergesenen of Gaderenen? (Mattheus 8:28)

 

Jezus steekt het meer van Gennesareth over en komt in het land van de Gergesenen, waar Hij twee bezeten mannen ontmoet. Markus (5:1) zegt echter dat hij in het land van de Gaderenen komt, waar Hij één bezeten man ontmoet. Weer een schijnbare tegenstrijdigheid.

Er komen twee mannen vanaf een begraafplaats naar Hem toe. Begraafplaatsen lagen vaak een eind buiten de steden. Gadera en Gergesa waren twee steden die ongeveer 20km uit elkaar lagen. Jezus kwam aan in het gebied dat daartussen lag. Mar.(5:2) en Luk.(8:27) noemen maar één man. Ze zeggen echter niet dat er niet meer waren.

Ze richten hun aandacht gewoon op de man die het meest berucht was of wiens verhaal het meest spectaculair was. Als de evangelieschrijvers ons hadden willen misleiden hadden ze er wel voor gezorgd dat hun verhalen overeenstemden.  Lukas beschrijft de man die ‘uit de stad’ kwam en ‘tussen de graven verbleef’. De ander was niet zo bekend. In dit soort gevallen moet je dus iets weten over de geschiedenis en de plaats waar het voorval zich afspeelde.

 

 

 

Maakte God het kwaad? (Jes. 45:7)

 

“Ik formeer het licht, en schep de duisternis; Ik maak vrede en schep het kwaad, Ik, Yahweh, doe al deze dingen.

Het woord kwaad is hier het Hebreeuwse woord ra, wat tegenstand, wanhoop, of het tegenovergestelde van vrede kan betekenen.

Vergelijk:

Jakobus 4:6 – “Ja, Hij geeft meer genade. Daarom staat er: God weerstaat de hoogmoedigen, maar de nederigen geeft Hij genade.”

En: Spr. 3:33,34 – “De vloek van Yahweh is in het huis van de goddelozen; maar de woning van de rechtvaardigen zal Hij zegenen. Zeker, de spotters zal Hij bespotten, maar de zachtmoedigen zal Hij genade geven.”

 

God maakt geen kwaad. Het kwaad is een logische tegenhanger van vrede. God heeft mensen en engelen gemaakt met de mogelijkheid in zich om tegen Hem te kiezen, waardoor er een tegenstand ontstaat. En God zelf keert zich weer tegen de tegenstand. Zo komt er onvrede vanwege de ongehoorzaamheid van het schepsel.

Je bent niet voorbestemd om slecht te zijn. Dat laat je zelf toe en dan doet God er nog een schepje bovenop door het hart nog verder te verharden. Maar als je met je mond belijdt dat Jezus jouw Heer is, en met je hart gelooft dat God Hem uit de dood heeft opgewekt, zul je gered worden. (Rom. 10:9).

 

 

Er zijn meer schijnbare tegenstrijdigheden, maar ze zijn altijd verklaarbaar door logisch denken, verder te lezen of te kijken naar de brontekst.

 

Bijvoorbeeld :

  • 1Ko.7:26 en 2Kron. 4:5:

Was de inhoud van het wasvat van Salomo 2000 of 3000 bath?
– Het was 3000, maar het was niet altijd vol

  • 1Ko. 9:28, 2Kron. 8:18:

Hoeveel goud kwam er uit Ophir, 450 of 420 talenten?
– De ene keer 450 en de andere keer 420, want ze gingen vaker

  •  Genas Jezus nou 1 of 2 blinden bij Jericho?

– Allebei. Jezus genas wel vaker blinden, het zijn gewoon 2 verschillende ontmoetingen.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Wat is christelijk vasten?

Standaard

categorie : religie

.

.

Bidden en vasten maakt het onmogelijke mogelijk

.

.

 Wat is dat christelijk vasten ?

.

Bijbels gesproken is vasten het onthouden van voedsel, drank of seks zodat jij je kunt concentreren op een periode van geestelijke groei. Meer specifiek kunnen we stellen dat we door te vasten iets lichamelijks achterwege laten om God te verheerlijken, om onze geest te doen groeien en om ons dieper in ons gebedsleven te begeven.

.

 Vasten is je sterker op God concentreren

.

Christelijk vasten is geen daad dat ons door Christus wordt opgedragen of door de Schrift wordt vereist. Maar de Bijbel raadt ons aan om vasten een plaats te geven in onze geestelijke groei. Het boek Handelingen legt vast hoe gelovigen vasten voordat zij belangrijke beslissingen nemen (Handelingen 13:4; 14:23). Vasten en bidden gaan vaak hand in hand (Lucas 2:37; 5:33).

Te vaak wordt de nadruk bij het vasten gelegd op een onthouding van voedsel. Maar het doel van het vasten is om onze ogen af te wenden van de zaken van deze wereld en ons in plaats daarvan op God te concentreren. Vasten is een manier om aan God en onszelf te laten zien dat we onze relatie met Hem serieus nemen.

Hoewel vasten in de Schrift bijna altijd betrekking heeft op het vasten van voedsel, zijn er ook andere manieren waarop we kunnen vasten. Alles wat je tijdelijk kunt opgeven om je beter op God te kunnen concentreren kan als vasten worden beschouwd (1 Korintiërs 7:1-5).

Vasten moet tot een vooraf vastgestelde periode beperkt worden, vooral als het om het vasten van voedsel gaat. Langere periodes waarin niet gegeten wordt zijn schadelijk voor het lichaam. Vasten is niet bedoeld om ons lichaam te straffen, maar om ons op God te kunnen concentreren.

Vasten moet ook niet als een dieetmethode worden gezien. We moeten niet vasten om gewicht te verliezen, maar om een diepere gemeenschap met God te bereiken. Iedereen kan vasten. Sommige mensen kunnen weliswaar niet van voedsel vasten (diabetici, bijvoorbeeld), maar iedereen kan wel het een of ander tijdelijk opgeven om zich beter op God te kunnen concentreren. Zelfs een tijdlang de televisie uitzetten kan een effectieve manier van vasten zijn.

Het is zeker een goed idee voor gelovigen om van tijd tot tijd te vasten. Vasten wordt door de Schrift niet vereist, maar het wordt wel ten zeerste aanbevolen. De enige Bijbelse reden om te vasten is om op je levensweg dichter bij God te zijn. Door onze ogen van de zaken van deze wereld af te keren, kunnen we ons beter op Christus concentreren.

“Wanneer je vast, zet dan geen somber gezicht zoals de schijnheiligen, want zij vertrekken hun gezicht om met hun vasten op te vallen bij de mensen. Ik verzeker jullie, ze hebben hun loon al. Maar als jij vast, zalf dan je hoofd en was je gezicht, opdat het bij de mensen niet opvalt dat je vast, maar wel bij je Vader, die in het verborgene is; en je Vader, die in het verborgene ziet, zal het je lonen” (Matteüs 6:16-18).

.

Vasten is een dienstbare leefstijl

.

Christelijk vasten is meer dan het onthouden van voedsel of andere zaken voor het lichaam; het is een opofferende leefstijl voor God. In Jesaja 58 leren we wat “echt vasten” is. Het is niet zomaar een eenmalige handeling die uit nederigheid en zelfontkenning voor God wordt uitgevoerd, maar het is een leefstijl waarin anderen worden gediend.

Jesaja vertelt ons dat vasten bescheidenheid bevordert, de boosaardige boeien opent, de banden van het juk losmaakt, de onderdrukten hun vrijheid geeft, de hongerigen voedt, voor de armen zorgt en naakte mensen kleding geeft. Dit concept van het vasten is dus niet iets dat maar één dag duurt, het is een leefstijl waarin je God en anderen dient.

“Dan breekt uw licht als de dageraad door en groeien uw wonden spoedig dicht; dan gaat uw gerechtigheid voor u uit, en sluit de heerlijkheid van de Heer uw stoet. Als u dan roept, geeft de Heer u antwoord, en smeekt u om hulp, dan zal Hij zeggen: ‘Hier ben ik!’”(Jesaja 58:8-9)

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

John Astria