Category/categorie: Religion/religie/video
Do muslims and christians worship the same God?
Aanbidden moslims en christenen dezelfde God?

preview en aankoop boek “De Openbaring “:
http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget



.
.
.
.
.
.
.
Het martelaarschap in de islam heeft in de hoofden van veel mensen uit het Westen een gans andere invulling. Men denkt daarbij direct aan moslims die zichzelf opblazen om anderen te doden als onderdeel van een vermeende campagne om de islam met geweld op te leggen aan een gemeenschap, een land of zelfs de hele wereld.
Volgens het cliché worden ‘martelaren’ daartoe gemotiveerd door een in het vooruitzicht gestelde beloning met 72 maagden in het paradijs, een beloning die hen door profeet Mohamed zou zijn toegezegd. Uit voorliggende analyse zal moeten blijken hoeveel er van dit stereotype overeind blijft na studie van martelaarschap vanuit de primaire bronnen van de islam.
.
.
.
.
.De islamitische geloofsbelijdenis luidt als volgt:
“Ik belijd dat er geen god is dan God en ik belijd dat Mohammed Zijn Boodschapper is”
Deze uitdrukking noemt men in het Arabisch de shahada. Het woord shahada heeft ook andere betekenissen waaronder getuigenis en martelaarschap.
Dit kan tot surrealistische verwarring kan leiden, waarmee misverstanden en vooroordelen gevoed worden. Eenieder die (strikt gesproken na een rituele reiniging en in het bijzijn van één of twee getuigen) de islamitische geloofsbelijdenis van harte uitspreekt, uit vrije keuze en bij volle verstandelijke vermogens uitspreekt treedt toe tot de moslimgemeenschap.
De rechtschapenen (‘salihun’) zijn volgens de Koran diegenen die in God geloven en goede daden stellen. De Koran beperkt dit niet tot moslims, maar stelt dat ook joden en christenen die in God en de Laatste Dag geloven en die goede daden stellen, op oordeelsdag niets zullen te vrezen hebben:
«Zij die geloven, zij die het jodendom aanhangen, de christenen en de sabiërs die in God en de laatste dag geloven en die deugdelijk handelen, voor hen is hun loon bij de Heer en zij hebben niets te vrezen noch zullen zij bedroefd zijn.» (Koran 2:62)
Dat men een eenvoudige uitdrukking van geloofsbelijdenis zonder gêne verdraait tot een steunbetuiging aan zelfmoordterrorisme illustreert hoe stereotiep, vooringenomen en afwijzend het westerse beeld van de islam is. Een onderzoek naar de ware betekenis van martelaarschap in de islam vereist dan ook in de eerste plaats dat men afstand neemt van deze stereotypen om met onbevangen blik de inhoud van dit concept in de islam te verkennen en in te vullen.
.
.
.
De eerste martelaar van de islam was een vrouw, Sumayyah bint Khabbab. Zij was een Abessijnse, één van de eersten die zich bekeerde tot de islam. De profeet Mohamed begon zijn openbaringen van God te verkondigen en een eerste handvol mensen lieten zich tot de islam bekeren.
De jonge moslimgemeenschap was toen nog maar met dertig en werden beschermd door familie- en clan banden, behalve Summayyah en haar gezin die geen tribale banden hadden en dus niemand hadden om hen te beschermen. Toen de polytheïsten (Quraysh) van hun bekering hoorden, werden ze brutaal aangepakt.
De mannen van het gezin werden, aan hete rotsblokken gebonden, te koken gezet in de verzengende hitte van de Mekkaanse woestijn. Summayyah werd zwaar geslagen. Toen zij bleef weigeren de islam af te zweren greep het clanhoofd Abu Jahl op een gegeven moment een speer en stak die door haar onderbuik. De verwondingen werden haar fataal. Zodoende, werd zij de eerste martelaar van de islam.
Dit concept sluit naadloos aan bij het christelijke concept van martelaarschap van ‘getuigen van God’ en heeft duidelijk niets te maken met de tot in den treure opgevoerde islamofobe propaganda dat martelaren in de islam terroristen en moordenaars zijn die dan nog voor hun daden beloond zullen worden ook.
.
.
.
.
.
Martelaarschap in de islam houdt dus in eerste instantie al verband met het standvastig belijden van het islamitisch geloof, en daarom ook met een verdedigen van de vrijheid van keuze over hoe men zich tot God verhoudt. De islam is gebouwd op een pijler van godsdienstvrijheid. Islam betekent ‘overgave aan God’, dit veronderstelt dat men vrij is om zich over te geven aan God. De Koran stelt, uitdrukkelijk:
«In de godsdienst is er geen dwang.» (Koran, 2:256)
Zonder godsdienstvrijheid, zonder vrijheid om voor God te kiezen, is islam niet mogelijk. Het behoort tot de kerntaken van moslims te werken aan het opbouwen van een gemeenschap die deze vrijheid verzekert.
In de Koran wordt de godsdienstvrijheid door God zelf ingesteld. Dit betekent dat elke afbreuk die men daaraan doet, elke inperking die men eraan oplegt, ingaat tegen de islam. Het is bijgevolg uitgesloten dan een echte martelaar ook maar iets zou (willen) te maken hebben met het zelfs maar pogen te dwingen van anderen tot de islam.
Het beeld dat islam met geweld de godsdienst aan de hele wereld wil opleggen, en dat de martelaren daarvan de proponenten zijn, is in tegenspraak met de islamitische leer. Moslims zijn niet verzekerd van een plaats in het paradijs. Als ze zich misdragen gaan ze naar de hel, terwijl joden en christenen die zich aan de voorschriften van de aan hun profeten geschonken openbaringen houden en goede daden verrichten, volgens de islam tot het paradijs kunnen toegelaten worden.
.
.
.
In de islam is geloof alleen niet voldoende, met moet ook handelen naar het geloof. Moslims moeten met andere woorden ook in hun handelswijze getuigenis afleggen van hun geloof. Dit handelen vertaalt zich als ‘jihad’ die innig verweven is met martelaarschap.
Jihad betekent niets meer of minder dan ernaar streven het goede te doen. Jihad is een zaak van elk moment van de dag. Bij elke keuze die men maakt in het leven, kan men het goede of het slechte kiezen. Jihad betekent dat men kiest voor het goede. Wie dat laatste doet, is een mujahid.
Wanneer een moslimgemeenschap aangevallen wordt en na uitputting van alle middelen om de aanval op een vreedzame wijze af te slaan, kan de beste manier van reageren erin bestaan de wapens op te nemen om de gemeenschap te verdedigen. Een strijder in zo een wettige, defensieve oorlog, is ook een mujahid.
Merk op dat ook in deze gevallen van militaire defensie het bij jihad nooit de bedoeling is anderen met dwang het geloof te willen opleggen, maar wel het voortbestaan te vrijwaren van de “gemeenschap van de middenweg”; en de vrede en godsdienstvrijheid te beschermen zonder dewelke men ook de eigen godsdienst niet kan beleven.
In veruit de meeste gevallen evenwel heeft jihad niets met oorlog te maken en is geweld zelfs verboden. Met terrorisme heeft jihad niets van doen. De islam verwerpt terrorisme als een misdaad tegen de samenleving. Terrorisme is ten andere één van de weinige misdrijven waarvoor volgens de islam de doodstraf kan uitgesproken worden.
Zijn er mensen die zichzelf moslim of zelfs jihadi noemen en zichzelf opblazen om daarbij burgerslachtoffers te maken? Ja. Handelen zij volgens wat bij zeer ruime meerderheidsopvatting de Koranische boodschap is? Ondubbelzinnig neen. Wat ook hun motieven zijn, hun daden druisen in tegen de islam. Gaat men mee in hun logica, dan heeft de terrorist het ideologisch pleit gewonnen.
Na de aanslagen van 11 september is er in alle geledingen van de moslimgemeenschap, zowel door geleerden als door andere moslims, een krachtige veroordeling gekomen van die aanslagen en werden er fatwas gelanceerd die terrorisme afkeuren en verwerpen als strijdig met de islam.
.
.
.
.
.
Een mujahid, vanuit de leer die naam waardig, is iemand die tijdens zijn (of haar) leven als enige intentie heeft God te dienen door er consequent naar te streven voor het goede te kiezen, om geen andere reden dan dat God het waard is Hem te dienen. Vanuit de zuivere intentie God te dienen legt hij in zijn woorden en daden standvastig getuigenis af van ‘de waarheid’ waarin hij gelooft.
Een mujahid sterft de dood van een “shaheed” (een ‘martelaar’), op voorwaarde dat hij deze waarheid getrouw blijft. Het martelaarschap kent verschillende elementen:
Bekijken we nu even die elementen:
«De eerste persoon die op Oordeelsdag ongunstig beoordeeld zal worden, is de valse martelaar. Hij wordt voorgeleid, en de beloningen die hij gekregen zou hebben en die hij herkent, worden hem getoond. Dan vraagt God hem: “Wat deed je om deze beloningen te krijgen?” Hij antwoordt: “ik streed omwille van U tot ik de marteldood stierf”. Dan beveelt God: “Je liegt! Je streed opdat de mensen zouden zeggen: ‘Wat een dapper man!’ En dat zeiden ze ook in deze wereld [m.a.w.: je kreeg al wat je wou]”. Dan wordt het bevel gegeven dat deze persoon op zijn gezicht naar de hel gesleept wordt.»
«De Profeet zei: “En hetgeen iemand gebruikt om zelfmoord mee te plegen in deze wereld, daarmee zal hij gefolterd worden in het Hellevuur”.» (gemeld door Thabit bin Ad-Dahhak, in: Bukhari)«Een man werd verwond en pleegde zelfmoord, en dus zei God: Mijn dienaar heeft snel zijn dood veroorzaakt, dus verbied Ik het Paradijs voor hem.» (Bukhari)
Het is mogelijk dat men op een andere, zelfs ‘banale’ manier aan zijn einde komt maar toch als martelaar beschouwd wordt:
«Op een dag vroeg de Profeet: “Wie noemen jullie zelf martelaars?”. De mensen rondom hem antwoordden: “Diegenen die gedood worden door een wapen.” Zijn reactie hierop was: “Er zijn er veel die gedood worden door wapens, en ze zijn geen martelaars; er zijn er veel die in hun bed sterven, maar die beloond worden met de zegeningen van de siddiqs (de eminent oprechten) en de marterlaren” » (al-Isfahani 8, 251)
Het is duidelijk dat het zich opblazen in een terreuraanslag strijdig is met de islam en dus evenmin een daad van religieus martelaarschap kan zijn, hoe graag sommigen in het Westen dat ook zo voorstellen en hoe graag sommige terreurgroepen hun leden dat ook willen doen geloven.
.
.
.
.
.
Ruwweg kan men van 3 categorieën van martelaren spreken, die als volgt gedefinieerd worden:
« De meester van de martelaren is Hamzah Ibn ‘Abdul-Muttalib, een man die zich verzette tegen een tiranniek leider, en die hem instrueerde met het goede en hem het slechte verbood, als gevolg waarvan [de tirannieke leider] hem doodde. » (hasan, al-Haakim en adh-Dhiyaa`)
«Iemand die gedood wordt bij het afweren van verdrukking is shaheed» (an-Nisaa`i en adh-Dhiyaa`)
Het gaat hier telkens om moslims die gedood werden in omstandigheden waarbij zij de grondwaarden van de islam verdedigden binnen de grenzen van het toelaatbare, zonder dat ze de dood zochten en zonder dat ze eigen eer of een beloning nastreefden.
«Er zijn vijf overlijdens als gevolg waarvan iemand een martelaar is: diegene die gedood wordt op het pad van God is een martelaar, diegene die verdrinkt op het pad van God is een martelaar, diegene die sterft ten gevolge van een maagziekte op het pad van God is een martelaar, diegene die sterft ten gevolge van de pest op het pad van God is een martelaar, en de vrouw die stierf in het kraambed is een martelaar.» (saheeh, an-Nisaa`i, al-Jami)
Het is dus niet het geval dat iedereen die verdrinkt een martelaar is. Het ligt eraan hoe hij geleefd heeft. Ook niet elke moslim die overlijdt ten gevolge van een ziekte in de buik is een martelaar. Als hij deze ziekte opliep door slechte, buitensporige leefgewoonten en geen rechtschapen leven leidde, zal hij geen martelaar zijn.
Vanuit islamitisch perspectief heeft het eigenlijk geen zin iemand een martelaar te noemen (anders dan in het christendom is er in de islam geen kerkinstituut dat iemand tot ‘martelaar’ kan uitroepen) omdat alleen God hierover kan oordelen. Men kan hoogstens zeggen dat iemand ‘met grote waarschijnlijkheid’ een martelaar is, maar de beslissing daarover komt alleen God toe. Een martelarencultus is dan ook niet aan de orde in de islam.
.
.
.
Volgens de islam worden martelaren in het hiernamaals bedacht met de grootste beloningen. Zo zal hun overgang naar het hiernamaals zo goed als pijnloos zijn. De stervenspijn zal zodanig verkleind worden dat het maar zal aanvoelen als een muggenbeet.
«Abu Hurayrah vertelde dat profeet Mohamed zei: “Een martelaar voelt maar evenveel van het effect van gedood te worden als iemand die zou gestoken zijn door een mug.”» (Tirmidhi, Nasa’i en andere – gemeld door Abu Hurayrah)
Hoewel mensen die als mujahid leven en naar het martelaarschap verlangen zich als doel stellen tijdens het leven in alles het goede te doen ten einde God te dienen, struikelt iedereen al eens. Daarbij krijgen martelaren vergiffenis voor de zonden die zij in hun nobel streven onvrijwillig toch begingen (tenzij het om zware zonden gaat zoals hypocrisie). Zodoende, krijgen martelaren het eeuwig leven in het hiernamaalse paradijs.
«En denk van hen die op Gods weg gedood worden niet dat zij dood zijn; zij zijn juist levend bij hun Heer, waar in hun onderhoud wordt voorzien terwijl zij zich verheugen over wat God hun van Zijn Genade geeft en zich verblijden dat de achterblijvers die zich nog niet bij hen gevoegd hebben niets te vrezen hebben noch bedroefd zullen zijn. Zij verblijden zich over een genade en gunst van God, en dat God het loon van de gelovigen niet verloren laat gaan.» (Koran 3:169-171)
In het paradijs zullen zij de mooiste plekken krijgen.
« Samurah Ibn Jundub vertelde dat de Profeet zei: “Vorige nacht ontving ik een (goddelijke) ingeving (via een droom); ik zag twee mannen naar mij komen en me meenemen naar een boom (in het Paradijs), en vervolgens naar een plek die het beste was dat ik ooit gezien had; zij informeerden me dat dit de verblijfplaats was van de martelaren.” » (Bukhari)
.
.
.
Naast vergeving van alle zonden en weldadige paradijselijke beloningen spreekt de Koran ook over de ‘hoor al ayn’ voor diegenen die het paradijs bereiken.
«Zo is het! En Wij geven hun gezellinnen met sprekende grote ogen ten huwelijk.”» (Koran 44:54)
“Hoor al ayn” zijn speciale schepselen die enkel in het paradijs wonen. Volgens de enen gaat het om bijzondere vrouwelijke gezellen voor mannen die het paradijs bereiken, volgens anderen hebben de “hoor al ayn” geen geslacht, ze zijn noch mannelijk, noch vrouwelijk, maar wezens met een uitzonderlijk zuivere spiritualiteit die gereflecteerd wordt in hun ogen waaruit hun puurheid straalt. Er bestaat zelfs een omstreden theorie die zegt dat “hoor al ayn” eigenlijk gewoon ‘druiven’ betekent, wat aansluit bij de andere grafische omschrijvingen van de weelderigheid die het paradijs kenmerkt.
De Koran vermeldt bovendien nergens een aantal. De ’72’ is afkomstig van de volgende hadith:
«Men hoorde profeet Mohamed zeggen: “De kleinste beloning voor de mensen van het Paradijs is een plaats waar er 80.000 dienaren en 72 vrouwen zijn, waarboven een koepel staat die versierd is met parels, aquamarijn en robijn, zo breed als de afstand van Al-Jabiyyah (een voorstad van Damascus) tot Sna’a (in Jemen).”» (Tirdmidhi)
Enkele bedenkingen hierbij:
Deze hadith is omstreden, de authenticiteit ervan staat niet vast. Dit wil zeggen dat het niet zeker is dat profeet Mohamed deze woorden ooit gesproken heeft. Ze maken bijgevolg geen deel uit van de kernleer van de islam. De verzen en hadith die het paradijs beschrijven moet men net zo min letterlijk nemen als de bij ons alom bekende spreekwoordelijke rijstpap die ons in de hemel met gouden lepeltjes zal geserveerd worden.
Waar het in deze verzen en hadiths om te doen is, is het schetsen van de uitzonderlijkheid van de beloning die iedereen die in het paradijs terechtkomt te beurt zal vallen. Wie zich nu aan de voedingsvoorschriften houdt, wie zich nu aan voorschriften van matiging houdt, wie zich aan de seksuele beperkingen houdt, zal hierna rijkelijk beloond worden.
En hoewel naargelang van de interpretatie ervan de term ‘hoor’ een seksuele connotatie kan hebben, in die zin dat de term als ‘maagd’ kan opgevat worden , dan nog wordt er nergens gesteld dat mannen effectief seksuele relaties zullen onderhouden met deze schepselen. Nogal logisch, vermits de bestaansvorm van een gans andere orde zal zijn dan het aardse bestaan.
Zelfs als men deze hadith voor waar zou aannemen, én wanneer men “hoor al ayn” letterlijk als ‘maagden’ interpreteert, staat er nergens in dat terroristen met 72 maagden beloond zullen worden.
Zoals eerder gezegd, zijn moslims niet zeker van een plek in het paradijs. Als zij zich misdragen hebben kunnen zij naar de hel gaan. Anderzijds, stelt de Koran dat ook joden en christenen die in God geloven en zich gedragen in overeenstemming met de aan hun profeten geopenbaarde boodschap, eveneens in het paradijs kunnen toegelaten worden.
En ten slotte, de hele discussie over de beloning van het martelaarschap is eigenlijk een zinloze discussie, want zodra men iets doet voor de beloning en niet vanuit de zuivere intentie God te dienen, ziet men de beloning aan zijn neus voorbij gaan.
Getuige de volgende lange maar lezenswaardige hadith over het oordeel dat gereserveerd wordt voor geleerden, welstellenden en (vermeende) mujahids die beweren het martelaarschap na te streven maar in werkelijkheid uit zijn op een beloning in de vorm van eerbetuigingen.
« Op de Laatste Dag wanneer God zal zetelen om te oordelen en elke gemeenschap voor Hem zal knielen, zullen de eersten die geoordeeld zullen worden de geleerden van het Heilige Boek zijn, of diegenen die gedood werden in een jihad of diegenen die rijk en welvarend waren op aarde.
God zal aan de geleerde vragen: ‘Werd jou niet alles geleerd dat geopenbaard werd aan de Profeet? Wat deed je met deze kennis?’ Hij zal antwoorden: ‘O Heer! Ik placht de Koran dag en nacht te reciteren in mijn gebeden.’ God zal zeggen: ‘Je bent een leugenaar.’ En zodoende zullen de engelen hem als leugenaar beschouwen, en God zal het oordeel vellen dat deze man dit alles enkel deed om geprezen te worden als een zeer groot geleerde.Het lof dat hij ontving op aarde was het doel waar hij op mikte, dus is er hier voor hem niets. Vervolgens zal de rijke man aangesproken worden en God zal zeggen: ‘Heb ik je niet welvarend gemaakt en onafhankelijk van anderen? Wat deed je met die welvaart?’ Hij zal antwoorden: ‘O God, ik gaf aan de behoeftigen en was liefdadig.’
God zal zeggen: ‘Je bent een leugenaar’, en de Engelen zullen hem ook een leugenaar noemen. God zal zeggen: ‘Je was niet liefdadig in de geest, je reikte liefdadigheid uit met als enige drijfveer geprezen en geëerd te worden. Je werd geprezen en geëerd, dus heb je al de beloning gekregen waarop je mikte. Er is hier niets voor jou’.
Dan zal een man gebracht worden die gedood werd in een jihad. Hij verwacht dat God hem zal eren als een martelaar, maar deze aanspraak zal hem ontzegd worden door God die zal zeggen: ‘je vocht enkel om geprezen te worden als een dapper man. Je kreeg het lof dat je in de wereld nastreefde. Hier is er niets voor jou’.
De Profeet voegde hier aan toe: ‘Dit zijn de personen die in hel geworpen zullen worden vóór de anderen.’ » (Tirmidhi, gemeld door Abu Hurairah).
.
.
.
.
.In ‘Islam Hijacked’ stelt Rabbi Reuven Firestone, professor Middeleeuws Judaisme en Islam, aan de Hebron Union College van Los Angeles :
«Wat zelfmoord en het schade berokken aan onschuldigen betreft, is islam ondubbelzinnig. De vier scholen van islamitische wet verbieden uitdrukkelijk het schade berokken aan niet-strijders.»
De professor laat er geen twijfel over bestaat, de islam verbiedt terreurdaden. Maar waarom sleuren de zelfmoordterroristen er dan God en de islam bij? Professor Robert Pape werpt daar enig licht op. Hij houdt een databank bij van zelfmoordaanslagen.
Op grond van de gegevens die hij verzamelde over zelfmoordaanslagen gepleegd tussen 1980 en 2003, concludeert hij dat niet de moslims, maar wel de Tamil Tijgers van Sri Lanka de kop aanvoeren inzake zelfmoordaanslagen.
De Tamil Tijgers zijn een seculiere marxistische groep die voornamelijk rekruteert bij Hindoe families. Zij zijn uitvinders van de ‘zelfmoordvest’ die later door de Palestijnse plegers van zelfmoordaanslagen overgenomen werd.
Zelfs bij de zogenoemde ‘islamitische’ aanslagen nemen luidens professor Pape de seculier georiënteerde groepen 2/3den van de aanslagen voor hun rekening. Deze professor stelt verder dat terrorisme geen zaak is van individuele fanatici, maar een strategische zet is van groepen die campagne voeren voor een specifiek politiek doel, met name “het dwingen van moderne democratieën om betekenisvolle toegevingen te doen inzake nationale zelfbeschikking”.
Volgens diezelfde professor is er overweldigend bewijs dat zelfmoordterrorisme weinig verband houdt met religie. Hij omschrijft zelfmoordterrorisme als “een extreme strategie voor nationale bevrijding” en dus een extreme strijd voor nationalisme. Wereldwijd, hebben 95% van al dergelijke incidenten dit centrale doel. Met andere woorden: terrorisme dient een politiek doel.
Niet alle bezettingen evenwel van landen leiden tot zelfmoordterrorisme. En hier speelt religie wel een rol, in die zin dat zelfmoordaanslagen vooral plaatsvinden wanneer er een religieus verschil is tussen de bezetter en de bezette gemeenschap. Het is door dit religieverschil, dat de terroristenleiders er beter in slagen de bezetter te demoniseren vanuit een verwrongen lectuur van de eigen religie.
In tegenstelling tot de gangbare opvatting, dat militante ‘jihadi’s’ religieuze fanatici zijn, kan men dus stellen dat het integendeel juist gaat om mensen die de islam proberen te seculariseren om nationalistische belangen te dienen, en dit terwijl de islam geen notie van nationaliteit kent en zelfs elke vorm van hypernationalisme verwerpt.
.
.
.
.
.
Martelaarschap is het ‘getuigen van God’ door in alle omstandigheden, in woord en daad, ernaar te streven het goede te doen, met als enige intentie God te dienen om geen andere reden dan dat God dat waard is, waarbij men bereid is voor het getuigen van die waarheid zijn leven te geven, zonder evenwel de dood te zoeken en zonder er noodzakelijkerwijs voor gedood te worden.
Omdat de intentie (niyya) een grote rol speelt en alleen God in de harten kan kijken, zijn mensen niet geplaatst om te beoordelen wie ‘martelaar’ is en wie niet. Dat “oordeel” komt alleen God toe. Een martelaren cultus geeft dan ook geen pas in de islam.
Het is in de islam trouwens niet hoe men sterft, dat iemand tot martelaar maakt, het is hoe men lééft. Ook wie een natuurlijke dood sterft kan men ‘martelaar’ zijn. Het maakt niet uit hoe men sterft zo lang men noch in het leven, noch in de dood iets onwettig nastreeft. Dat maakt een zelfmoordaanslag tot iets wat ingaat tegen de islam.
Niet alleen is zelfmoord verboden, de aanslag is bovendien een criminele daad waarbij men onschuldigen van het leven berooft met als doel angst te zaaien. Een zelfmoordterrorist kan geen ‘martelaar’ zijn, vermits hij de grenzen van het wettige te buiten gaat in de manier waarop hij sterft.
Het concept van islamitisch martelaarschap wordt dan ook beklad en gekaapt, zowel door terroristen als door diegenen in het Westen die meegaan in de ideologie van de terroristen en hen “martelaar” noemen.
Dat de profeet Mohamed voorgesteld wordt als een terroristenleider die plegers van zelfmoordaanslagen beloont, is voor moslims zeer schokkend. Hij vertegenwoordigt voor hen de nobelste waarden die door een mens kunnen nagestreefd worden. Hem als terroristenleider voorstellen, is een omkering van de moraal.
Het martelaarschap daarenboven degraderen tot iets dat gedreven wordt door seksuele driften is een dehumanisering van moslims tot wezens die, gedreven door seksuele driften, geweld verheerlijken. Een dergelijke beeldvorming is vernederend, denigrerend, dehumaniserend.
Ze moedigt polarisatie aan, niet alleen bij diegenen die het beeld voor waar aannemen en die zich dus afkeren van moslims, maar ook bij de moslims zelf die zich volkomen onrechtvaardig getypeerd weten. Bovendien verhinderen dergelijke mythes een gedegen analyse en dus ook een daadkrachtige, doeltreffende strijd tegen het terrorisme.
Zijn er moslims die terreurdaden plegen? Ja. Er zijn ook niet-moslims die terreurdaden plegen. Het probleem is complex, de oplossing niet eenvoudig. De strijd tegen door moslims gepleegde terreur ligt in elk geval niet in het demoniseren van de islam. Integendeel.
De islam, met de echte martelaren ervan op kop, erkennen als een bondgenoot in de strijd tegen het terrorisme zou al een grote stap in de goede richting zijn. Het zou in elk geval op zijn minst diegenen die er aan beide kanten van dit verhaal belang bij hebben een botsing der beschavingen uit te lokken, de wind uit de zeilen nemen.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
Men hoort wel eens zeggen dat godsdiensten gewelddadige sprookjes zijn die verantwoordelijk zijn voor alle geweld en dat al die oorlogen een aanslagen uit de wereld zouden zijn als men de godsdiensten zou afschaffen.
Afgezien van het feit dat dat wettelijk niet mogelijk zou zijn, de universele verklaring van de rechten van de mens die elke democratie onderschrijft garandeert immers godsdienstvrijheid, stellen zich volgende bedenkingen:
.
Vooreerst is het zo dat er ook aanslagen gepleegd worden door christenen, boeddhisten, joden, maar ook door extreem-rechts, extreem-links en door staten. Uit de Europol cijfers van aanslagen in Europa blijkt dat ruim 98% van de terreurdaden in Europa gepleegd worden door links, rechts, separatisten en single issue terroristen. Minder dan 2% van de aanslagen in Europa zijn het werk van moslimterroristen. 98% van de terreur in Europa heeft dus niets met religie te maken.
Bovendien is terrorisme geheel in strijd met de islam, volgens dewelke terreur een misdaad tegen de samenleving is.
Verder bestudeerde professor Pape de 315 de zelfmoordaanslagen die wereldwijd gepleegd werden tussen 1980 en 2003. Hij kwam tot het besluit dat wereldwijd de meeste zelfmoordaanslagen niet gepleegd werden door moslims, maar dat het overgrote deel gepleegd werd door de Tamil Tijgers van Sri Lanka, een seculiere marxistische groep die voornamelijk rekruteert bij Hindoes. Het zijn ook de Tamil Tijgers die de zelfmoordvest uitvonden die later door Palestijnse plegers van zelfmoordaanslagen werd overgenomen.
Zelfs wat in de pers islamitische aanslagen genoemd worden, blijken volgens deze professor voor twee derden uitgevoerd te worden door niet-religieuze groepen. De professor voert aan dat zelfmoordterrorisme geen zaak is van individuele fanatici, maar dat deze aanslagen een politiek strategie weerspiegelen en een politiek doel dienen. Groepen die bezette landen en gebieden als hun eigen land beschouwden, eisen toegevingen inzake nationale zelfbeschikking.
Hun terreurdaden zijn een “extreme strategie voor nationale bevrijding” en dus een uiting van een extreme strijd voor nationalisme. Volgens deze professor hebben 95% van de aanslagen wereldwijd deze bedoeling. Zelfmoordterrorisme heeft dus weinig of niets met eender welke religie dan ook te maken.
De professor stelt dat niet alle bezettingen van landen leiden tot zelfmoordterrorisme. Deze aanslagen vinden vooral plaats wanneer de bezettingsmacht een andere religie aanhangt dan het land dat bezet wordt. Door dit verschil in religie slagen terroristenleiders er beter in de bezetter te demoniseren vanuit een scheefgetrokken interpretatie van hun geloof.
Minder dan 2% van de aanslagen in Europa de laatste 4 jaar was het werk van moslims. Dat minimaliseert de dreiging die van deze terreur uitgaat niet, maar plaatst het wel in de context.
Alle modellen, religieus en niet-religieus hebben hun schare terroristen
.
.
.
.
Aan Sheik Salam al-Oadhad werd gevraagd in welke mate moslims die in een niet-moslimland wonen de regering van dat land moeten gehoorzamen en in welke mate zij deze regeringen kunnen tegenwerken.
In zijn fatwa antwoordt de Sheikh dat moslims die in een niet-moslim land wonen, zelfs als zij daar op illegale manier binnen geraakt zijn, geacht worden in dit land te wonen onder een covenant. Dit betekent dat zij zich moeten houden aan de wetten van dat land en dat zij geen enkel excuus hebben om deze wetten te schenden.
In een land wonen houdt een verbintenis in van burgerschap en de Sheikh verwijst naar de volgende koranverzen die een moslim ertoe verplichten zich aan aan deze verbintenis, en dus aan de wetten van het land waarin zij wonen, te houden.
De Koran stelt verder dat wanneer men zich niet aan beloften, een gegeven woord of een verbintenis houdt, men geen gelovige is:
In de islam is het trouw blijven aan een gegeven woord dan ook bijzonder belangrijk. En wel in die mate dat moslims die een verbintenis verbreken de hel te wachten staat. In de koran wordt het woord hypocriet voorbehouden voor moslims die het ene zeggen en het andere doen, die zeggen gelovig te zijn maar dat in werkelijkheid niet zijn. De profeet Mohammed omschreef een hypocriet als volgt:
Volgens de koran zullen hypocrieten, en dat zijn dus ook moslims die een verbintenis verbreken, in de diepste putten van de hel terechtkomen, nog erger dan de plaats die voorzien werd voor ongelovigen.
In zijn fatwa verwijst hogergenoemde Sheikh ook naar het oorlogsrecht en naar de vooraanstaande jurist Mohammad b. Hasan Al-Shaybani, die het volgende schreef:
“Wanneer een groep moslims door de frontlinie van de vijandelijke troepen zou geraken door voor te wenden dat ze dragers zijn van een officiële boodschap van de kalief, of wanneer de vijandelijke troepen hen gewoon door de frontlinie zouden laten passeren, is het hen niet toegestaan deel te nemen aan ook maar enige vijandelijke activiteit tegen de vijandelijke troepen. Het is hen ook niet toegestaan geld of eigendom van hen te stelen vermits zij zich bevinden in gebied dat onder het gezag van de vijandelijke troepen staat. Dit geldt ook wanneer men werkelijk het vertrouwen geniet van de andere partij”.
Uit dit alles besluit de Sheikh in zijn fatwa:
“Moslims die in niet-moslim landen wonen moeten zich houden aan de wetten en regelgevingen van het land dat hen een geldig visum toevertrouwd heeft. Tegelijk moeten moslims vermijden zaken te doen die indruisen tegen de islamitische leer. Wanneer zij door de wet verplicht worden iets te doen dat indruist tegen de islam, dan moeten zij zich houden aan het minimum dat de wet van hen vereist.
Één van de beste benaderingswijzen voor een moslim die in deze landen leeft, bestaat erin geduld te beoefenen. Zo lang hij akkoord gaat om in een niet-moslimland te wonen, mag hij nooit rebelleren tegen de mensen die in het land van zijn keuze wonen, zelfs als dat lastig is.”
De islam zelf schrijft voor dat moslims zich moeten houden aan de wetten van het land waarin zij verblijven. Daarmee vertolkt de sheik een standpunt dat door andere, vooraanstaande moslimgeleerden gedeeld wordt. Er is geen tegenstelling tussen zich houden aan de islam en zich houden aan de wetten van een land vermits de islam zelf voorschrijft dat moslims zich moeten houden aan de wetten van het land waarin zij verblijven.
Wat strijden in het buitenland betreft stelt professor Muhammad Abdel Haleem in een artikel op de website van de BBC dat moslims de wetten van het land waarin zij verblijven moeten eerbiedigen. Dat betekent dat zij geen wapens mogen opnemen tegen het land waarin zij wonen.
Wanneer bijvoorbeeld Britse moslims in Afghanistan willen gaan vechten tegen de Britse strijdkrachten, druist dit niet alleen tegen de Britse wet maar ook tegen de islam in die stelt dat men een covenant van burgerschap moet eerbiedigen.
Merk ook op dat het niet is omdat een aantal van het islamitisch pad afgedwaalde moslims gaan strijden, dat hun strijd volgens de islam toegestaan is. In het Westen en in de islam kunnen enkel de representatieve overheden over oorlog beslissen.
Deze beslissing kan enkel genomen worden door de leider van een één gemaakte gemeenschap van moslims die vandaag niet eens bestaat, of door een unanieme beslissing van legitieme leiders die de steun genieten van de overgrote meerderheid van de moslims. Radicalisten die op eigen houtje gaan strijden, overtreden de grenzen van de islam.
Wat de gewapende strijd in Syrië betreft, roepen moslimgeleerden daarom de jongeren op om niet naar Syrië te gaan. De gewapende strijd daar is immers niet gelegitimeerd door de islam en strookt niet met de koran.
.
.
Pasteltekening van John Astria
.
In het sterk geseculariseerde Europa denken velen dat de Israëlisch-Palestijnse kwestie vooral met het verleden te maken heeft, maar religieuze verwachtingen over de toekomst spelen een minstens even belangrijke rol in de huidige spanningen.
De Al Aqsa moskee, derde heilige plaats van de moslims, bevindt zich letterlijk in het centrum van het conflict. Immers, op de Tempelberg, exact op de plaats waar de Al Aqsa moskee staat, willen extremistische joden hun Derde Tempel bouwen. De potentieel catastrofale gevolgen laten zich raden.
Secties van religieus extreem rechts van verschillende godsdiensten geven aan de gebeurtenissen in de wereld een betekenis vanuit een apocalyptisch kader, vanuit een geloof in de eindtijden. Zij vinden dat de messias slechts zal komen tijdens een apocalyptische wereldbrand.
En sommige extreme groepen daarvan gaan zo ver dat zij het nodig vinden zo’n epische wereldoorlog uit te lokken. Zij voeden en drijven al decennia een wederzijds vijandbeeld op in de hoop zo het Westen, moslimlanden en Rusland elkaar te doen aanvallen.
De wereld bekijken door een prisma van geloof in de eindtijden is geen randfenomeen van fanatiekelingen. Dat President Bush zijn oorlog omschreef in religieuze termen als een kruistocht en een oorlog tegen “de as van het kwaad” is geen toevallige woordkeuze.
President Bush verbijsterde destijds President Chirac toen hij om de steun van Frankrijk te verwerven om oorlog te voeren, verwees naar profetische verzen over de Eindtijden in de Bijbel om zijn zaak te maken.
Hij voegde daaraan toe dat deze oorlog “gewild was door God, die dit conflict wil gebruiken om de vijanden van zijn volk weg te vegen voor een Nieuw Tijdperk aanbreekt”. Ook Donald Rumsfeld bediende zich van een bijbels discours van eindtijden in zijn verslagen voor president Bush. Voormalig Iraans president Ahmadinejad drukte zich eveneens in apocalyptische termen uit tijdens zijn toespraak voor de Verenigde Naties.
De drie Abrahamische godsdiensten die allemaal in dezelfde ene God geloven, hebben elk ook een leer over de eindtijden (eschatologie). Daarbinnen zijn er in elke religie verschillende visies over wat er dan te gebeuren staat. Hoewel de meeste gelovigen van de drie godsdiensten er geen idee hebben van wat er in de eindtijden allemaal verwacht wordt, zijn er in de drie godsdiensten invloedrijke extreemrechtste groepen voor wie dit grote ernst is.
Zij willen wat er in de wereld gebeurt aftoetsen aan hun versie van de voorspellingen en de eindtijden bespoedigen. Zij willen dit bewerkstelligen door een wereldoorlog van apocalyptisch formaat uit te lokken omdat zij denken dat dan de messias zal terug keren. Een aantal vooraanstaande theologen verklaren dat zij het niet eens zijn met de interpretatie van de profetische voorspellingen door de extremisten en al helemaal niet akkoord gaan met hun overtuiging dat men de eindtijden kan uitlokken.
Christenen en moslims geloven allebei dat Jezus de messias was (voor christenen was hij ook zoon van God, voor moslims was hij ook profeet van God) en wachten dus op Zijn wederkomst. Joden erkennen Jezus niet als de messias erkennen, zij wachten nog op hem.
Voor sommig extremisten is de term wachten overigens misplaatst gezien zij er juist niet willen op wachten. Middels het zich doen plaatsvinden van een aantal gebeurtenissen, willen zij de messias doen terug keren. Meer nog, sommigen onder hen zijn ervan overtuigd dat zonder deze gebeurtenissen te doen plaatsvinden, de messias niet zal komen. Volgens hen leven we al in de eindtijden of staan ze toch zeer dicht voor de deur.
.
Pasteltekening van John Astria
.
.
De joodse godsdienst erkent Jezus niet als messias. De joden wachten dus nog steeds op de Moshiach, wiens komst deel uitmaakt van hun kijk op de eindtijden. Er zijn verschillende versies over wie dat is. Één van de versies beschouwt de messias als een afstammeling van Koning David. Hij zal geen bovennatuurlijke nederdaling zijn, maar een groot leider die ervoor zal zorgen dat alle joden verenigd zijn in Israël.
Er wordt verwacht dat hij door de ganse wereld als groot leider zal erkend worden en dat er een tijd van wereldvrede zal aanbreken omdat iedereen in God zal geloven en zich ethischer zal gedragen. Sommige rabbijnen denken dat de eindtijden voor de deur staan.
Wat Israël betreft is het zo dat sommige joden vonden dat Israël al moest gecreëerd worden nog voor de messias er was om zijn komst te bespoedigen. Veel joden waren het daar aanvankelijk niet mee eens. Door de holocaust steunden vele joden toch de oprichting van Israël vanuit een noodzaak aan een eigen staat waarin ze veilig zouden kunnen leven.
Een minderheid van joden vindt evenwel nog steeds dat pas als de messias er is Israël kan gecreëerd worden. Zij erkennen de staat Israël dan ook niet en zijn joodse antizionisten. In de joodse eschatologie zal er op een gegeven moment een Derde Tempel gebouwd worden.
Voor velen zal die pas gebouwd worden nadat de messias er is, maar voor sommige joodse rechtse extremisten moet die zo snel mogelijk gebouwd worden, omdat het bestaan van de tempel volgens hen de komst van de messias zal bespoedigen.
Deze Derde Tempel moet komen op de plaats waar nu de Al Aqsa moskee staat. U ziet het gevaar al komen. Onder de Al Aqsa gebeuren ook al jaren door Israël archeologische opgravingen om bewijs te vinden dat daar vroeger de Tweede Tempel stond en dat daar dus nu de derde moet komen.
Volgens de moslims zijn het pogingen om het gebouw te destabiliseren en te doen instorten, wat een steekvlam doorheen het hele Midden-Oosten zou jagen, waardoor in het spoor daarvan mogelijks de hele wereld zou kunnen ontvlammen.
Steeds meer joden bestormen de Al Aqsa om daar te gaan bidden. Voorvechters daarvan beroepen zich naar eigen zeggen op godsdienstvrijheid en profileren zich als verdedigers van mensenrechten. De voorvechters van deze opvatting zijn echter gevaarlijke extremisten zijn die niet alleen elk territoriaal compromis voorgoed onmogelijk maken maar die het conflict kunnen doen omslaan in een bloederige religieuze oorlog .
Dergelijke joodse extremistische groeperingen ijveren ook voor gebiedsuitbreiding van Israël omdat ook dat volgens hen een noodzaak is om de komst van de messias te bespoedigen of uit te lokken.
.
.
Ook het christendom heeft zo zijn eigen kijk op de Eindtijden waarin locaties als de tempelberg en de olijfberg in Jeruzalem eveneens een belangrijke rol spelen, omdat ook christenen verwachten dat Jezus in die omgeving zal terugkeren. Van de christelijke eindtijdenleer doen verschillende versies de ronde.
Een versie gaat ervan uit dat men de joden moet helpen in hun streven om het ‘Heilig Land’ te vestigen en te vergroten, alsook in hun inspanningen om de Derde Tempel te bouwen omdat dit de wederkomst van Jezus zal bespoedigen om de Antichrist te bestrijden. Jezus zal korte metten maken met de Antichrist en zal tegelijk alle niet-christenen (ook de joden) doden.
Een minder extreme versie gaat er van uit dat joden die zich bekeren tot het christendom niet gedood zullen worden. Dan zal, nadat alle vijanden gedood zullen zijn, onder Jezus een tijdperk van vrede aanbreken. In een andere versie gaat de wereld er al de hele tijd moreel op achteruit en zullen in deze gebeurtenissen de gelovige christenen miraculeus weggeplukt worden van de wereld (de ‘rapture’).
Zij zullen Jezus “in de lucht” ontmoeten, waarna al wie nog op de wereld achterblijft (en dat zal de meerderheid van de wereldbevolking zijn) ten prooi zal vallen aan de rampspoed van de eindtijden. Om zo snel mogelijk weggeplukt te worden uit deze aardse poel van verderf, moet de zaak in de meest extreme versie evenzeer bespoedigd worden.
Extremisten lobbyen sterk bij Amerikaanse politici voor de gebiedsuitbreiding van Israël en steunen de joodse rechtse extremisten om Israël uit te breiden en om de Derde Tempel te bouwen, Al Aqsa te bezetten of te vernielen. Dit doen zij niet omdat ze de Joden genegen zijn, maar omdat met de wederkomst van Jezus het finale doek over het jodendom valt.
Ze willen ook een aanval op Iran en Rusland in hun grote oorlog betrekken, omdat dit noodzakelijk is om de wederkomst van Jezus te bespoedigen of uit te lokken. Zij sturen aan op een derde wereldoorlog om de gebeurtenissen te versnellen. Tot deze strekking behoren ook enkele media-magnaten en predikanten die haatdiscours verkondigen om de clash te bespoedigen.
Christopher Hedges, winnaar van de Pullitzer Prize stelt dat deze evangelische christenen gelijkenissen vertonen met de vroege fascistische bewegingen in Italië en Duitsland in het begin van de 20st eeuw en daardoor een toenemende bedreiging inhouden voor de Amerikaanse democratie. Dergelijke christelijke zionisten zijn een bedreiging voor de hele wereld.
Het gaat om een minderheid bij de 2,1 miljard christenen ter wereld maar ze hebben wel aanzienlijke politieke invloed en van daaruit ook maatschappelijke impact. Veel christenen die Israël steunen hebben daar echter helemaal niets mee te maken en zijn liberalen. Volgens Ellis (professor Amerikaanse en Joodse Studies) steunen zij Israël vanuit een schuldgevoel voor de holocaust.
.
.
Net zoals de andere godsdiensten kent ook islam een eschatologie en maken de eindtijden deel uit van het geloof, temeer omdat de daarop volgende Oordeelsdag voor de islam een centraal geloofspunt is. Het leven is een test. Elk mens komt vrij van zonde op de wereld, heeft keuzevrijheid over hoe zich te gedragen, en op het einde van de rit zal dan een oordeelsdag volgen over hoe men het ervan afgebracht heeft.
Afhankelijk daarvan zal men de eeuwigheid doorbrengen in het paradijs of in de hel. De Koran stelt dat geen mens weet wanneer de eindtijden eraan komen, alleen God weet dat en Hij houdt het verborgen (Koran 20:15). In de heilige geschriften van de islam worden wel tekenen beschreven van de eindtijden, de zogenoemde kleine en grote tekenen van Qiyamah.
Eén van deze tekenen is de komst naar de aarde van de Imam Mahdi die de aanwezigheid van Jezus zal aankondigen, samen zullen ze strijden tegen de ‘Al Masih Al Dajjal’, de valse messias, de Antichrist. Hij is iemand die zichzelf uitgeeft voor Jezus of de Messias maar dat niet is. Daarna zal een tijdperk van wereldvrede volgen. Deze finale confrontatie zal zich volgens de tradities voltrekken in de buurt van Jeruzalem.
Net zoals in de andere twee godsdiensten zijn er religieuze extremisten voor wie dat ernst is. We verwezen in de inleiding naar de voormalige president van Iran, Ahmadinejad. Net als president Bush gaf ook president Ahmadinejad betekenis aan de gebeurtenissen vanuit zijn kijk op de Eindtijden.
Ahmadinejad was destijds in Iran naar verluidt een drijvende kracht achter het uitdragen van de overtuiging dat de eindtijden zeer nabij zijn. Net als Bush, was ook hij ervan overtuigd dat hij daarin een rol te spelen had.
De terreurgroep Islamitische Staat heeft ook een apocalyptische visie die afwijkt van de mainstream. Dat is nieuw want andere terreurbewegingen, die zich naar eigen zeggen op de islam beroepen, hebben dat niet. Het is echter zo dat moslims, hun leiders, hun geleerden en overheden terreur formeel verbieden.
Ook de terreurgroep IS ziet het groot. Ze denken dat ze een soort elitestrijders van de eindtijden zijn. Voor wie denkt van daar recht naar het paradijs te gaan is het leven goedkoop. En het leven van wie zij als hun tegenstanders zien stelt in zo’n discours al helemaal niets meer voor.
Zij hebben zich met de hielen in het zand van Dabiq in Syrië vastgezet omdat daar volgens hun verwachtingen een belangrijke veldslag te gebeuren staat. Ze willen een grote confrontatie uitlokken, omdat zij denken dat daarmee de Imam Mahdi zal komen die de aanwezigheid van Jezus kenbaar zal maken.
Net zoals de extreem-rechtse joden en extreem-rechtste christenen, situeert ook IS zich in extreem-rechts. Alle drie zijn het in wezen politieke fascitische fenomenen, met een pseudo-religieuze saus erover. Ze willen alle drie als eerste aan de meet van de eintijden komen.
Zij willen dat doen via een grote wereldoorlog en overspoelen al decennia hun samenlevingen met wederzijdse vijandbeelden om die oorlog uit te lokken. In essentie gaat het drie keer om hetzelfde: een fascistisch model. IS is daar een gewelddadige exponent van.
.
Pasteltekening van John Astria
.
.
De islam, de hadiths, de koran en de shariah beschouwen terreur als een zware misdaadtegen de samenleving waarvoor de doodstraf kan uitgesproken worden.
De terreuraanslagen van 9/11 werd in de hele moslimwereld meteen veroordeeld.
Ook alle andere aanslagen werden veroordeeld en in de hele moslimwereld wordt “IS” veroordeelddoor de hoogste religieuze gezagsdragers.
Moslimgeleerden wereldwijd en ook in België zeggen dat terreur helemaal geen jihad is.
In de moslimwereld worden terroristen veroordeeld tot gevangenisstraffen of zelfs tot de doodstraf.
Er lopen in de moslimwereld al meerdere jaren contra-ideologische programma’s tegen terreur en extremisme
De kernwaarden van de islam zijn verdraagzaamheid en vrede.
Moslims zien christenen helemaal niet als vijand. Zij worden in de koran vernoemd als “de mensen van het boek”, dat zijn al diegenen die in de geopenbaarde boeken van God geloven. Moslims beschouwen ook de Bijbel (joods en christelijk deel) als een heilig boek al zijn ze van mening dat ze in de loop der tijden aangepast zijn.
Moslims zijn verplicht christenen in hun gemeenschap te beschermen. Profeet Mohamed zei immers over de mensen van het boek dat al wie hen krent, God krenkt en zelfs de geur van het Paradijs niet zal ruiken.
“Diegene die iemand van de mensen van het boek kwaad toebrengt, en hij die mij kwaad toebrengt, ergert God”.
“Diegene die iemand van de mensen van het boek doodt, zal zelfs niet de geur van het Paradijs ruiken.”
“Wie iemand van de mensen van het Boek kwaad toebrengt, van hem ben ik de vijand, en ik zal zijn vijand zijn op de Oordeelsdag”.
“Op de Dag van het Oordeel zal ik twist leveren met iedereen die een persoon van onder de Mensen van het Convenant onderdrukt, zijn rechten breekt, die hem verantwoordelijkheden geeft die zijn krachten te boven gaan, of die hem iets ontneemt tegen hun wil”.
.
Voor sommige religieuze rechtse extremisten is de wereld om zeep en de nakende Apocalyps die zij uitlokken een grote ernst
Het zijn opvattingen van minderheden waarvan sommige terroristische groepen een exponent zijn. Zij dreigen, door hun al decennia wederzijds gepropageerde vijandbeelden, de wereld mee te sleuren in een draaikolk van geweld.
Door de aanhangers van deze drie godsdiensten worden daarentegen ook zeer veel verzoenende inspanningen geleverd vanuit een toekomstvisie van wereldvrede, broederlijkheid, vriendschap en hartelijke samenwerking.
Maar het ziet er wel naar uit dat onze toekomst van deze hartelijk samenwerkende groepen van aanhangers van het jodendom, het christendom en de islam zal afhangen. Of we werken samen, of we krijgen een wereldbrand van ongeziene omvang.
Laat ons de bril van vijandbeelden, die religieuze extremisten ons voorhouden, afzetten en weer het goede in elkaar ontdekken en waarderen.
God/Allah heeft immers, al sinds het begin der tijden, een plan met de wereld. Hij heeft een nieuwe hemel en aarde beloofd nadat het kwade, samen met zijn demonen en diegenen die niet geloven in het zoenoffer van Christus als Messias, voor eeuwig in de vuurpoel zullen gegooid zijn.
Het is dom en een illusie te denken om God/Allah te kunnen beïnvloeden. Hij is de Alfa en de Omega en doet alles zoals Hij het wenst op het gepaste moment.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
In werkelijkheid bestaat de moslimwereld uit een grote verscheidenheid aan bewegingen en strekkingen met soms erg uiteenlopende religieuze visies. Een beetje zoals men in het christendom de getuigen van Jehovah, katholieken, protestanten, anglicanen, de aanhangers van monseigneur Lefebvre enz heeft, die elkaar soms het licht in de ogen niet gunnen.
Ook op politiek vlak is er geen eenheidspositie, maar kent men bij moslims een spreiding gaande van links tot rechts, van progressief tot conservatief. Al deze verschillende bewegingen en strekkingen leveren nogal wat kritiek op elkaar, en geleerden uit diverse bewegingen en strekkingen publiceren fatwas (opinies) tegen de fatwas (opinies) van de andere geleerden.
Net zoals er een verschil is tussen wat er in de Bijbel staat, wat de verschillende strekkingen binnen het christendom aan leerstellingen hebben en hoe christenen zich in het dagelijks leven gedragen, is er ook in de islam een onderscheid tussen wat er in de Koran staat, hoe verschillende strekkingen dat interpreteren en de dagdagelijkse werkelijkheid.
Verder zijn er ook ettelijke groeperingen die zichzelf wel als islamitisch beschouwen en die zich bedienen van eigen (afwijkende) vertalingen en interpretaties van de Koran maar die door een meerderheid van moslims als niet-islamitisch beschouwd worden.
Voor iemand die niet vertrouwd is met de islam kan het dus allemaal een beetje verwarrend zijn en bestaat het risico dat men de leerstellingen of gedragingen van een kleine splintergroep verkeerdelijk aanziet voor ‘de’ islam. Het is belangrijk dat men dergelijke publicaties kan onderscheiden van deze van de islamitische hoofdstroom.
Wat één of andere beweging verkondigt is niet noodzakelijk representatief voor wat de meerderheid van de moslims geloven en wordt soms zelfs door andere groeperingen fel gecontesteerd, getuige waarvan talrijke publicaties van islamitische groeperingen die kritiek leveren op elkaar. Wat de ene moslimgroepering verkondigt, kan door de andere moslimbeweging verworpen worden als onislamitisch of zelfs anti-islamitisch.
Er is in de (soennitische) islam geen kerkinstituut, dus ook geen paus die iemand kan excommuniceren. Over iemands geloof kan volgens de islam alleen God oordelen. Men kan uiteraard wel oordelen over iemands gedrag – en ook in de moslimlanden worden mensen die misdaden of terreurdaden plegen door rechtbanken veroordeeld. Terrorisme wordt trouwens door de islam in krachtige bewoordingen verworpen en wordt in de Koran omschreven als een misdaad tegen de samenleving , het is één van de weinige misdaden waarvoor volgens de Koran de doodstraf kan uitgesproken worden.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
Het overzicht hierna, waarvan de gegevens afkomstig zijn van het CIA World Factbook, toont aan dat in veruit de meeste landen met een overwegend islamitische bevolking, de wettelijke basis bestaat uit:
Noteer dat een‘islamitische staat”niet een staat is waarin de shariah geldt omdat het concept ‘islamitische staat’ immers niet bestaat in de islam. Iran of Saoedi-Arabië is dan ook niet minder of niet meer een islamitische staat dan bv Turkije of Maleisië.
Deshariahis een theoretisch model. Wanneer men dat in een wet wil gieten, seculariseert men dus de shari’ah die daardoor ook een door mensen gemaakte wet is. Niets in de islam verplicht moslims echter tot het invoeren van de shariah vermits de islam geen blauwdruk bevat van een staatsvorm (met dien verstande dat de koran een dictatuur en een theocratie uitsluit).
Moslims hebben de opdracht een rechtvaardige samenleving tot stand te brengen voor iedereen, moslims en niet-moslims. Het staat hen vrij de staatsvorm te kiezen die zij daarvoor best passend achten.
.
.
– Afghanistan (Islamitische Republiek van Afghanistan)
– Albanië
– Algerije
– Azerbeidzjan
– Bahrein
– Bangladesh
– Comoren
– Djibouti
– Egypte
– Eritrea
– Gambia
– Guinea
– Indonesië
– Iran
– Irak
– Jemen
– Jordanië
– Kirgizië
– Koeweit
– Libië
– Libanon
– Malaisië
– Mali
– Marokko
– Mauretanië
– Niger
– Nigeria
– Oman
– Pakistan
– Qatar (Katar)
– Saoedi-Arabië
– Sierra Leone
– Soedan
– Somalië
– Syrië
– Tadzjikistan
– Tanzania
– Tunesië
– Turkije
– Turkmenistan
– Verenigde Arabische Emiraten
– Oezbekistan
.
.
.
.
.
.
Volgens de islam is Jezus een machtig profeet van God. De islam leert dat er duizenden profeten geweest die allemaal hetzelfde geloof brachten, voor de noden van hun specifieke gemeenschap. Zo waren er bijvoorbeeld de profeten Abraham, Mozes, David en Jezus. Daarna kwam er volgens de islam nog één en meteen de laatste profeet, met name de profeet Mohammed. Met hem werden de openbaringen van God (in het Arabisch: Allah) aan de hele mensheid voltooid. Volgens de meeste moslims kunnen nu geen Profeten meer komen.
.
Eén van de geloofsartikelen van de islam, is het geloof in alle profeten van God en in de aan hen geopenbaarde Heilige Boeken. Dit betekent dat iemand die niet in het profeetschap van Jezus gelooft, dus ook geen moslim kan zijn. Moslims beschouwen Jezus echter niet als (zoon van) God. Volgens de islam is het onmogelijk dat een mens God kan zijn. Dat gaat in tegen het centrale geloofspunt dat er geen god is dan God.
.
Net zoals de christenen, geloven moslims in de maagdelijke verwekking van Jezus. Beiden delen ook het geloof dat Jezus levend in de hemel is en van daar zal weerkeren. Volgens moslims is Jezus echter niet gekruisigd en is hij dus ook geen drie dagen dood geweest. Moslims geloven dat God ervoor gezorgd heeft dat iemand die op Jezus leek gekruisigd werd. Later is Jezus levend ten hemel opgenomen.
.
Zoals uit volgende voorbeelden blijkt, worden Jezus (Arabisch: Isa) en zijn Moeder Maria (Arabisch: Maryam, Mariam, Meriam) in de Koran vele malen eervol vermeld. Een hoofdstuk van de Koran draagt zelfs als titel de naam ‘Maryam’. En sommige moslims aanzien ook Maria als een Profeet.
.
Joden erkennen Jezus niet als zoon van God. Ze erkennen ook het Jezus als profeet niet. Volgens hen was Jezus ook geen Messias. Joden wachten nog altijd op de komst van de messias. Sommige Joden menen dat ze door eigen handelingen de komst van de messias kunnen bespoedigen, anderen menen dat dit niet het geval is.
.
.
Na het leven van Jezus ontstonden er verschillende strekkingen in het christendom. In het jaar 325 na Christus behaalde de strekking van Paulus het overwicht en werd op het Concilie van Nicea beslist dat Jezus zelf God en Zoon van God was. Het Concilie vestigde meteen ook de doctrine van de Heilige Drievuldigheid. Het christendom vereerde Jezus voortaan tegelijk als God en Zoon van God. Maria wordt vereerd als de Moeder van Jezus, de Moeder van God.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
Zowel moslims als christenen vasten, maar hun doelen voor het vasten verschillen. Een moslim is verplicht om tijdens de Ramadan te vasten, om de Vijf Zuilen te onderhouden. Veel moslims streven tijdens hun vastentijd oprecht naar de zegen en vergeving van Allah.
.
.
.
.
Voor christenen is vasten geen plicht, maar een genot. Het overslaan van maaltijden geeft hen de gelegenheid om hun voldoening in God uit te drukken, in plaats van in voedsel. Hoewel met vasten noch Gods genade noch een plaats in het paradijs kan worden verdiend, vasten veel christenen toch en wel om de volgende redenen:
• om hun tevredenheid in God alleen uit te drukken (Lucas 4:4)
• om zichzelf voor God te vernederen (Daniël 9:3; 10:12)
• om God om hulp te vragen (2 Samuël 12:16; Ester 4:16; Ezra 8:23)
• om naar Gods wil op zoek te gaan (Handelingen 13:2-3)
• om zich van de zonde af te keren (Jona 3:5-10; 1 Koningen 21:25-29)
• om God zonder afleidingen te aanbidden (Lucas 2:36-38)
.
.
.
.
.Hoewel Jezus (Isa) het vasten aanmoedigde, zei Hij niet wanneer of hoe lang gevast moest worden. De religieuze leiders uit de tijd van Isa waren er trots op dat zij twee keer per week vastten, maar Jezus twijfelde aan hun oprechtheid. Christenen volgen Zijn voorbeeld.
.
.
.
Aan het begin van Isa’s openbare bediening, vóór Zijn grote wonderen en onderricht, vastte Hij veertig dagen lang. Daarna stelde de duivel Jezus op de proef, toen Hij hongerig en zwak was:
“Nadat hij veertig dagen en veertig nachten had gevast, had hij grote honger… De duivel nam hem opnieuw mee, nu naar een zeer hoge berg. Hij toonde hem alle koninkrijken van de wereld in al hun pracht en zei: ‘Dit alles zal ik u geven als u voor mij neervalt en mij aanbidt.’ Daarop zei Jezus tegen hem: ‘Ga weg, Satan! Want er staat geschreven: “Aanbid de Heer, uw God, vereer alleen hem.”’ Daarna liet de duivel hem met rust, en meteen kwamen er engelen om voor hem te zorgen.” (Matteüs 4:2, 8-11)
Satan probeerde Jezus tot de zonde te verleiden, maar Jezus bleef perfect – in tegenstelling tot alle andere mensen in de geschiedenis.
.
.
.
.
.
.
• Vast niet om godsdienstig te lijken in de ogen van andere mensen
.
“Wanneer jullie vasten, zet dan niet zo’n somber gezicht als de huichelaars, want zij doen dat om iedereen te laten zien dat ze aan het vasten zijn. Ik verzeker jullie: zij hebben hun loon al ontvangen. Maar als jullie vasten, was dan je gezicht en wrijf je hoofd in met olie, zodat niemand ziet dat je aan het vasten bent, alleen je Vader, die in het verborgene is. En jullie Vader, die in het verborgene ziet, zal je ervoor belonen.” (Matteüs 6:16-18)
.
.
• Vast niet om vergeving van je zonden te verdienen
.
(Farizeeër = iemand die bij een zekere religieuze, fundamentele Joodse sekte behoorde)
“De farizeeër stond daar rechtop en bad bij zichzelf:
‘God, ik dank u dat ik niet ben als de andere mensen, die roofzuchtig of onrechtvaardig of overspelig zijn, en dat ik ook niet ben als die tollenaar. Ik vast tweemaal per week en draag een tiende van al mijn inkomsten af.’ De tollenaar echter bleef op een afstand staan en durfde niet eens zijn blik naar de hemel te richten. In plaats daarvan sloeg hij zich op de borst en zei: ‘God, wees mij zondaar genadig.’ Ik zeg jullie, hij ging naar huis als iemand die rechtvaardig is in de ogen van God, maar die ander niet. Want wie zichzelf verhoogt zal vernederd worden, maar wie zichzelf vernedert zal verhoogd worden” (Lucas 18:11-14).
Jezus leerde ons dat we met vasten geen toegang tot de hemel kunnen verdienen. Onze zonden maken onze beste religieuze daden onwaardig.
.
.
.
.
.
Jezus onderwees dat het volgen van Gods heilige wil meer voldoening zal brengen dan eten:
“Intussen zeiden de leerlingen tegen Jezus: ‘Rabbi, u moet iets eten.’ Maar hij zei: ‘Ik heb voedsel dat jullie niet kennen.’ ‘Zou iemand hem iets te eten gebracht hebben?’ zeiden ze tegen elkaar. Maar Jezus zei: ‘Mijn voedsel is: de wil doen van hem die mij gezonden heeft en zijn werk voltooien’.” (Johannes 4:31-34)
.
.
.
“‘Ik ben het brood dat leven geeft,’ zei Jezus. ‘Wie bij mij komt zal geen honger meer hebben, en wie in mij gelooft zal nooit meer dorst hebben. Maar ik heb u al gezegd dat u niet gelooft, ook al hebt u me gezien. Iedereen die de Vader mij geeft zal bij mij komen, en wie bij mij komt zal ik niet wegsturen, want ik ben niet uit de hemel neergedaald om te doen wat ik wil, maar om te doen wat hij wil die mij gezonden heeft. Dit is de wil van hem die mij gezonden heeft: dat ik niemand van wie hij mij gegeven heeft verloren laat gaan, maar dat ik hen allen laat opstaan op de laatste dag. Dit wil mijn Vader: dat iedereen die de Zoon ziet en in hem gelooft, eeuwig leven heeft, en dat ik hen op de laatste dag uit de dood zal opwekken.’” (Johannes 6:35-40)
Net zoals we zullen sterven als we niet eten, zo zullen we ook geestelijk sterven (dat wil zeggen: eeuwig van God afgescheiden worden in de hel) als we Jezus niet ontvangen. Hij is het Brood van het Leven. Omdat Hij “uit de hemel neerdaalde” en uit een maagd geboren werd, noemde Jezus God Zijn Vader. Jezus bewees met Zijn perfecte leven, dood en opstanding dat Hij Goddelijk is; Hij is Gods Zoon. Jezus Christus voerde de wil van Zijn Vader uit: Hij redde zondaars door hun straf aan het kruis op Zich te nemen. Door Jezus uit de dood op te wekken toonde God dat de offergave van Jezus aanvaard werd.
Heb jij het Brood van het Leven ontvangen? Jij moet je van je zonden afkeren en op de dood en de opstanding van Jezus vertrouwen om je te redden – niet op je eigen goedheid en daden, zoals vasten.
Nadat Hij je van jouw zonden verlost, geeft Jezus jou het verlangen en de kracht om God door middel van goede daden te eren:
“Maar nu, bevrijd van de zonde en in dienst van God, oogst u toewijding aan hem en zelfs het eeuwige leven. Het loon van de zonde is de dood, maar het geschenk van God is het eeuwige leven in Christus Jezus, onze Heer.” (Romeinen 6:22-23)
.
.
Pasteltekening van John Astria
.
.
.
.
.
.
.
.
.Toen Mohamed zijn eerste openbaring kreeg was hij danig van slag van deze indrukwekkende, overweldigende ervaring. Zijn vrouw Khadija besloot met hem bij haar oom aan vaders kant te gaan, Waraqa bin Nawfal, die een christene was. Deze luisterde naar wat Mohamed overkomen was, en zei aan Mohamed dat hij de stem van aartsengel Gabriël gehoord had en dat hij net als andere profeten geen sant in eigen land zou zijn. De eerste persoon die het profeetschap van Mohamed erkende was dus een christen.
De officiële christelijke instanties erkenden het profeetschap van Mohamed niet. Ze vonden hem een valse profeet en besloten dat hij het bijgevolg niet over dezelfde God kon hebben. Daarom begonnen zij te spreken over “Allah, de god van de moslims”, terwijl Allah het Arabische woord is voor dezelfde Ene God als die welke in het Hebreeuws Jahweh genoemd wordt of in het Frans Dieu.
Maar door te zeggen “Allah, de god van de moslims”, wilde men zich van hen distantiëren (en zo misschien ook hun eigen ledenaantal veilig stellen want een profeet van dezelfde God was natuurlijk een concurrent).
Vermits onze kennis over de islam vele eeuwen lang en tot zeer recent alleen afkomstig was van christelijke bronnen, had de christelijke overtuiging dat moslims niet in dezelfde God geloofden erg verstrekkende gevolgen. Men leidde daar bijvoorbeeld uit af dat die andere god minderwaardig was en ook andere definities van goed en kwaad zou hebben. Daarmee legde men de grondslag van de opvatting dat moslims gans andere en inferieure waarden en normen hanteren.
Volgens de islam echter geloven joden, christenen en moslims allemaal in dezelfde ene God en kunnen zij ook allemaal naar het paradijs gaan als zij zich goed gedragen.
Mensen die in dezelfde God geloven, kijken allemaal naar diezelfde God voor de bepaling van wat goed en slecht is. Zij delen dus allemaal dezelfde normatieve basis, delen essentieel dezelfde waarden en normen. Dit is niet verwonderlijk, want moslims geloven ook in alle profeten (zoals David, Mozes, enz.) en in de boodschap die zij brachten (het Boek der Psalmen, de Evangeliën enz) :
“Aan jou (Mohammed) wordt slechts gezegd wat aan al de gezanten voor jouw tijd gezegd werd.” (Koran, 41:43)
“Zeg: “Wij geloven in God, in wat naar ons is neergezonden en in wat naar Abraham, Isma’iel, Isaak, Jacob en de stammen is neergezonden en in wat aan Mozes en Jezus is gegeven en in wat aan de Profeten door hun Heer is gegeven. Wij maken geen verschil tussen één van hen en wij hebben ons aan Hem overgegeven.” (Koran, 2:136)
Dit betekent inderdaad dat moslims ook in de Tien Geboden geloven. De Tien Geboden zoals zij in het boek Deuteronomium (Oud Testament) staan, worden trouwens in de Koran bevestigd. Het islamitisch waardenstelsel sluit bijgevolg zeer nauw aan bij het joods en christelijk waardenstelsel.
Merk op dat ‘Oud Testament’ een christelijke benaming is voor wat in essentie het joodse gedeelte van de Bijbel is. Joden zijn het met die benaming niet eens omdat het impliceert dat zij het niet eens zijn met wat christenen als de nieuwe boodschap beschouwen maar wat joden als een dwaling beschouwen. Volgens joden was Jezus noch profeet, noch messias.
Moslims erkennen wel dat Jezus een profeet en de messias was. Zij denken echter niet dat hij de zoon van God was omdat God volgens moslims geen ‘kinderen’ heeft maar geheel uniek is. Moslims erkennen ook de openbaringen van Christus, zij noemen dit niet het ‘nieuw testament’ maar de ‘evangeliën’. Ook de naam ‘oud testament’ hanteren moslims niet, zij verwijzen naar de specifieke boeken van de profeten (die overigens ook door moslims erkend worden), zoals het ‘Boek der Psalmen’ (geopenbaard aan profeet Mozes), de Thora (geopenbaard aan profeet Abraham) enz.
.
.
.
.
| De Tien Geboden (Oud Testament, Deuteronomium 5: 6-21) |
Bevestiging in de Koran (Koran, hoofdstuk en vers) |
| 1. “Gij zult geen andere goden hebben dan Mij” (Deut. 5:7) | 1. “Weet dat er geen god is dan God” (Koran 47:19) |
| 2. “Gij zult geen beelden maken om als god te vereren” (Deut. 5:8) | 2. “Niets is aan Hem gelijk” (Koran 42:11) |
| 3. “Gij zult de naam van uw God niet ijdel gebruiken” (Deur. 5:11) | 3. “Maak God niet tot een excuus bij jullie eden” (Koran 2:224) |
| 4. “Eer uw vader en uw moeder” (Deut. 5:16) | 4. “En jouw Heer heeft bepaald dat jullie alleen Hem zullen dienen en dat men goed moet zijn voor de ouders, of nu een van beiden of allebei bij jou de ouderdom bereiken, zeg dan niet “Foei” tegen hen, bejegen hen niet onheus en spreek op een hoffelijke manier tot hen”(Koran 17:23) |
| 5. “Ge zult niet stelen” (Deut. 5:19) | 5. “… met als verplichting niet te stelen… (Koran 60:12 ; 5:38-39) |
| 6. “Ge zult tegen uw naaste geen valse getuigenis afleggen.” (Deut. 5:20) | 6. “… dat de vloek van God op hem zal rusten als hij een leugenaar is” (24:7) “Jullie moeten de getuigenis niet achterhouden”(Koran 2:283) |
| 7. “Ge zult niet doden” (Deut. 5:17) | 7. “wie iemand anders doodt… het is alsof hij de hele mensheid heeft gedood”(Koran 5:32) |
| 8. “Ge zult geen overspel plegen” (Deut. 5:18). | 8. “En jullie mogen geen ontucht benaderen. Dat is iets gruwelijks en een slechte manier van doen. (Koran 17:32) |
| 9. “Ge zult de vrouw van uw naaste niet begeren, ge zult het huis van uw naaste niet verlangen, noch zijn akker, noch zijn slaag of slavin, noch zijn os of zijn ezel, noch iets wat uw naaste toebehoort” (Deut. 5:21) | 9. “En wees goed voor de ouders en ook voor de verwant, de wezen, de behoeftigen, de verwante buur, de niet-verwante buur, de niet-verwante medeburger, … (Koran 4:36) Uitspraak van Profeet Mohammed: “Een van de grootste zonden is onwettige sexuele betrekkingen hebben met de vrouw van uw naaste”. |
| 10. “Onderhou de Sabbatdag en heilig hem” (Deut. 5:12) | 10. “Jullie die geloven! Wanneer jullie tot de salaat op vrijdag (als dag van de samenkomst) worden opgeroepen, haast jullie dan om God te gedenken en laat het zakendoen. (Koran 62:9) |
.
.
.
.