Tagarchief: openbaring

Preterisme, de vervangingstheologie

Standaard

Categorie: religie

.

.

.

.

Preterisme

.

Het preterisme is de leer dat de voorzegde gebeurtenissen in Mattheüs 24 en het boek Openbaring grotendeels of volledig hebben plaatsgevonden in de aanloop naar en ten tijde van de verwoesting van Jeruzalem door de Romeinen in het jaar 70 na Christus. Sommige preteristen stellen dat de wederkomst van Christus en de opstanding van de doden in het jaar 70 hebben plaatsgevonden.

Term. De term preterisme komt van het Latijnse woord praeter = verleden, omdat de profetieën merendeels of alle reeds in het verleden zouden zijn vervuld.

Hoofdinhoud van leer. Het preterisme stelt dat alle of een deel van de Bijbelse profetieën over de laatste dagen verwijzen naar gebeurtenissen die in de eerste eeuw plaatsvonden na de geboorte van Christus, in het bijzonder in verband met de verwoesting van Jeruzalem in 70 na Christus. Jezus’ voorzeggingen aangaande aardbevingen. onlusten, oorlogen en de grote verdrukking zijn in de eerste eeuw uitgekomen.

Versus futurisme. Het preterisme staat tegenover het futurisme, dit is de opvatting dat de meeste voorzeggingen over het einde der tijden, de laatste dagen, de Grote Verdrukking en dergelijke, nog een toekomstige vervulling wacht en aan de terugkeer van Christus onmiddellijk zullen voorafgaan.

.

.

.

.

Gedeeltelijk en volledig preterisme

.

.-deel– en volpreterisme: De opvatting dat de profetieën over het einde reeds grotendeels (maar niet alle) zijn uitgekomen. Nog niet gebeurd zijn: 1. de wederkomst van Christus en de opneming van de gemeente; 2. de opstanding; 3. het oordeel.

-volledig preterisme of hyperpreterisme: De meer recente opvatting dat alle voorzeggingen reeds zijn vervuld.

Gedeeltelijk preterisme

Het gedeeltelijke preterisme is de oudste van de twee standpunten. Het stelt dat de profetieën aangaande de verwoesting van Jeruzalem, de Antichrist, de Grote Verdrukking en de komst van de Dag van de Heer als een “komst ten oordeel” door Christus, vervuld werden circa 70 na Chr., toen de Romeinse generaal (en latere keizer) Titus Jeruzalem innam, plunderde en de tempel verwoestte, waardoor blijvend een einde kwam aan de dagelijkse dierenoffers. “Babylon de Grote” (Openbaring 17-18) wordt vereenzelvigd met de oude heidense stad Rome of de Joodse stad Jeruzalem.

De meeste gedeeltelijk preteristen geloven ook dat uitdrukking “laatste dagen” slaat op de laatste dagen van de Mozaïsche verbond dat God uitsluitend had met de natie Israël tot het jaar 70 na Christus. Zoals God gericht uitoefende over verschillende naties in het Oude Testament, zo kwam ook Christus ten oordeel tegen degenen in Israël die hem afwezen.

Die laatste dagen van de natie Israël zijn volgens het gedeeltelijk preterisme te worden onderscheiden van de “laatste dag”, die nog wel in de toekomst ligt en deze gebeurtenissen brengt: de wederkomst van Jezus, de lichamelijke opstanding van de rechtvaardigen en onrechtvaardigen, het laatste oordeel, en de schepping van een letterlijke nieuwe hemel en een nieuwe aarde, vrij van de vloek van zonde en dood, die door de val van Adam en Eva is gekomen.

Het preterisme vindt (anno 2015) al meer aanhang onder christenen. Een bekende Amerikaanse preterist is Don K. Preston. Hij ziet de periode tussen 30 en 70 na Christus als het duizendjarig rijk en de tijd daarna is die van het nieuwe verbond (de eeuwige toestand).

.

.

Volledig preterisme

.

Het volledig preterisme verschilt van het gedeeltelijk daarin, dat alle profetie beschouwd als vervuld met de verwoesting van Jeruzalem, dus ook de voorzeggingen aangaande de opstanding van de doden en de wederkomst (parousia) van de Heer Jezus.

Volgens het volledig preterisme is de Heer Jezus teruggekomen in 70 n.C. en wel ten oordeel, wat geleid heeft tot de verwoesting van Jeruzalem en haar tempel in het jaar 70. Dit gebeurde door midden van buitenlandse legers op een manier die vergelijkbaar is met diverse oudtestamentische beschrijvingen van God die komt om andere naties rechtvaardig te oordelen.

Volgens het volledig preterisme is de opstanding van de doden al gebeurd. Deze opstanding was niet een lichamelijke, maar een verrijzenis van de zielen uit de plaats der doden, welke bekend staat als Sjeool (Hebreeuws) of Hades (Grieks). De rechtvaardige zielen hebben een geestelijk lichaam gekregen dat geschikt is voor de hemel, en de onrechtvaardige doden zijn geworpen in de poel van vuur. Sommige volledig preteristen geloven dat deze verandering een doorgaande is en bij het overlijden van elke ziel plaatsvindt (Hebr. 9:27).

De nieuwe hemel en de nieuwe aarde worden door het volledig preterisme gelijkgesteld met de vervulling van de wet in het jaar 70 na Chr. Zoals een christen bij zijn bekering “een nieuwe schepping” is geworden, is de wereld dat ook in 70 na Chr.

.

.

Kritiek

.

Bijbels bezwaar. Op Bijbelse gronden kan men ernstige bezwaren tegen het volledig preterisme aanvoeren. Reeds de apostel Paulus verwierp de gedachte dat de opstanding der doden al had plaatsgevonden.

2Ti 2:16 Maar onttrek je aan ongoddelijk gezwets; 2Ti 2:17 want zij zullen voortgaan tot toenemende goddeloosheid en hun woord zal als kanker voortwoekeren. Onder hen zijn Hymeneus en Filetus, 2Ti 2:18 die van de waarheid zijn afgeweken door te zeggen dat de opstanding al heeft plaatsgehad en die het geloof van sommigen omverwerpen.

De Heer Jezus stond lichamelijk uit de doden op en ook de doden zullen lichamelijk verrijzen en het lichaam van de levenden zal veranderd worden.

Aanhangers van het volledig preterisme antwoorden dat Paulus’ veroordeling terecht was, omdat de opstanding vóór 70 na Christus nog niet gebeurd was. Ook zeggen zij dat zij bepaalde Schriftplaatsen, die tegen hun standpunt worden aangevoerd, anders uitleggen.

Ketterij. Voor zover en omdat het volledig preterisme sterk afwijkt van de overgeleverde geloofsbelijdenissen, wordt het door velen als ketterij beschouwd. Volledig preteristen antwoorden dat de geloofsbelijdenissen niet goddelijk geïnspireerd zijn, maar zijn opgesteld door feilbare mensen. De belijdenissen zijn fout op het punt van de toekomst en moeten aangepast worden.

.

.

.

.

Argumenten voor het preterisme

.

Sommige leerlingen zouden Hem zien komen. De Heer Jezus heeft gezegd dat sommigen van zijn leerlingen zijn komst zouden meemaken.

Mt 16:27 Want de Zoon des mensen staat te komen in de heerlijkheid van zijn Vader met zijn engelen, en dan zal Hij ieder vergelden naar zijn doen. Mt 16:28 Voorwaar, Ik zeg u, dat er sommigen zijn van hen die hier staan, die de dood geenszins zullen smaken voordat zij de Zoon des mensen hebben zien komen in zijn koninkrijk. 

“Dit geslacht” zou het meemaken. De Heer Jezus heeft gezegd dat “dit geslacht”, het geslacht van zijn tijd (in de eerste eeuw) de voorzegde gebeurtenissen zou meemaken.

Mt 24:33 Zo ook u, wanneer u al deze dingen zult zien, weet dan dat het nabij is, voor de deur. Mt 24:34 Voorwaar, Ik zeg u: dit geslacht zal geenszins voorbijgaan voordat al deze dingen zijn gebeurd. 

De voorzeggingen in Matteüs 24 aangaande de “Grote Verdrukking” beschouwt het preterisme als vervuld met de verwoesting van Jeruzalem in het jaar 70 na Chr. Steun voor deze stelling vindt men in Jezus’ woorden dat “dit geslacht niet zal geenszins voorbijgaan voordat al deze dingen zijn gebeurd”. Deze woorden schijnen de voorzegde gebeurtenissen te beperken tot “dit geslacht”, tot de generatie in de eerste eeuw.

“Spoedig”. De Heer heeft gezegd dat de in de Openbaring voorzegde gebeurtenissen spoedig zouden geschieden (Opb. 1:1)

Opb 1:1 Openbaring van Jezus Christus, die God Hem heeft gegeven om zijn slaven te tonen wat spoedig moet gebeuren; en Hij heeft die door zijn engel gezonden en aan zijn slaaf Johannes te kennen gegeven.

Opb 22:6 En hij zei tot mij: Deze woorden zijn getrouw en waarachtig, en de Heer, de God van de geesten van de profeten, heeft zijn engel gezonden om zijn slaven te tonen wat met spoed moet gebeuren.

Hijzelf zou spoedig komen (Opb. 22:7, 12, 20)

Opb 22:7 En zie, Ik kom spoedig. Gelukkig hij die de woorden van de profetie van dit boek bewaart.

Opb 22:12 Zie, Ik kom spoedig, en mijn loon is bij Mij om een ieder te vergelden zoals zijn werk is.

Opb 22:20 Hij die deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom spoedig! Amen, kom, Heer Jezus!

Ook aan twee gemeenten in Klein-Azië zei Hij spoedig te komen.

Opb 2:16  Bekeer u dan; maar zo niet, Ik kom spoedig naar u toe en Ik zal oorlog tegen hen voeren met het zwaard van mijn mond.

Opb 3:11  Ik kom spoedig, houd wat u hebt, opdat niemand uw kroon neemt.

.

.

Tegenwerpingen

.

Sommige leerlingen zouden Hem zien komen. De Heer Jezus heeft gezegd dat enkele leerlingen Hem zouden zien komen in zijn koninkrijk.

Mt 16:27 Want de Zoon des mensen staat te komen in de heerlijkheid van zijn Vader met zijn engelen, en dan zal Hij ieder vergelden naar zijn doen. Mt 16:28 Voorwaar, Ik zeg u, dat er sommigen zijn van hen die hier staan, die de dood geenszins zullen smaken voordat zij de Zoon des mensen hebben zien komen in zijn koninkrijk. 

Dat hebben zij gezien toen de Heer zes dagen na deze woorden drie leerlingen meenam op een hoge berg. Daar werd hij verheerlijkt.

Mt 17:1 En na zes dagen nam Jezus Petrus, Jakobus en zijn broer Johannes mee en bracht hen afzonderlijk op een hoge berg. Mt 17:2 En Hij werd in hun bijzijn van gedaante veranderd; en zijn gezicht straalde als de zon en zijn kleren werden wit als het licht. Enz. 

Merk op dat ze verzen onmiddellijk volgen op Matth. 16:28. Dat “zien komen” is een vooruitblik geweest. Zoals Hij toen in zichtbare heerlijkheid straalde, zo zal hij eens zichtbaar verschijnen in deze wereld.

“Dit geslacht” zou het meemaken. De Heer heeft gezegd dat “dit geslacht” de voorzegde gebeurtenissen zou meemaken.

Mt 24:33 Zo ook u, wanneer u al deze dingen zult zien, weet dan dat het nabij is, voor de deur. Mt 24:34 Voorwaar, Ik zeg u: dit geslacht zal geenszins voorbijgaan voordat al deze dingen zijn gebeurd. 

Het gebruikte woord voor “geslacht” is het Griekse woord “genea”. Het kan een figuurlijke betekenis hebben: “een soort mensen die veel op elkaar lijken in gaven, leefwijzen, karakter; specifiek in ongunstige zin, een verdorven geslacht”.

Mt 11:16 Met wie echter zal Ik dit geslacht vergelijken? Het is gelijk aan kinderen die op de markten zitten en de anderen de woorden toeroepen: 

Mt 12:39 Hij antwoordde echter en zei tot hen: Een boos en overspelig geslacht verlangt een teken, en het zal geen teken worden gegeven dan het teken van de profeet Jona. 

Mt 12:45 Dan gaat hij heen en neemt zeven andere geesten met zich mee, bozer dan hijzelf, en zij komen binnen en wonen daar; en het laatste van die mens wordt erger dan het eerste. Zo zal het ook zijn met dit boos geslacht. 

Mr 8:38 Want wie zich voor Mij en mijn woorden schaamt onder dit overspelig en zondig geslacht, voor hem zal ook de Zoon des mensen Zich schamen wanneer Hij komt in de heerlijkheid van zijn Vader, met de heilige engelen. 

Mr 9:19 Hij nu antwoordde hun en zei: O ongelovig geslacht, hoe lang zal Ik nog bij u zijn? Hoe lang zal Ik u nog verdragen? Brengt hem bij Mij. 

Flp 2:15 opdat u onberispelijk en rein bent, onbesproken kinderen van God temidden van een krom en verdraaid geslacht, waaronder u schijnt als lichten in de wereld, 

Als wij andere Schriftplaatsen over de toekomst zoveel mogelijk letterlijk nemen, moeten we “dit geslacht” in Matth. 24:34 figuurlijk verstaan: het betekent niet een “generatie van 40 jaar” betekent, maar “deze soort mensen”, d.w.z. dit verdorven mensengeslacht.

“Spoedig”. De Heer heeft gezegd dat de in de Openbaring voorzegde gebeurtenissen spoedig zouden gebeuren en dat Hijzelf spoedig zou komen. Daarnaast heeft de Heer gesuggereerd dat zijn komst op zich laat wachten. De boze slaaf zou zeggen “Mijn heer blijft uit”.

Mt 24:48 Als die boze slaaf echter in zijn hart zegt: Mt 24:49 Mijn heer blijft uit, en zijn medeslaven begint te slaan en eet en drinkt met de dronkaards, 

De bruisdmeisjes vielen in slaap, omdat “de bruidegom uitbleef”.

Mt 25:5 Toen nu de bruidegom uitbleef, werden zij allen slaperig en sliepen in. Mt 25:6 Maar te middernacht klonk een geroep: Zie, de bruidegom! Gaat uit, hem tegemoet!

In de gelijkenis van de slaven kwam de heer “na lange tijd” (Matth. 25:19).

Mt 25:14 Want het is als een mens die buitenslands ging en zijn eigen slaven riep en hun zijn bezittingen toevertrouwde. (…) Mt 25:19 Na lange tijd nu kwam de heer van die slaven en hield afrekening met hen.

Wetend dat sommigen het uitbleven van de Heer voor traagheid hielden, wees de apostel Petrus erop dat een dag bij de Heer is als duizend jaar en duizend jaar als een dag.

2Pe 3:8 Maar laat dit ene u niet onbekend zijn, geliefden, dat een dag bij de Heer is als duizend jaar en duizend jaar als een dag. 2Pe 3:9 De Heer vertraagt de belofte niet zoals sommigen het voor traagheid houden, maar Hij is lankmoedig over u, daar Hij niet wil dat iemand verloren gaat, maar dat allen tot bekering komen. 2Pe 3:10 Maar de dag van de Heer zal komen als een dief, waarop de hemelen met gedruis zullen voorbijgaan en de elementen brandend vergaan en de aarde en de werken daarop zullen gevonden worden. 2Pe 3:11 Daar dit alles dus vergaat, hoe behoort u te zijn in heilige wandel en godsvrucht, 

De tijdrekening van God is anders dan de onze. Gezien de aanwijzingen van “lange tijd” en “uitblijven” en gezien dat veel voorzeggingen over de eindtijd en de zichtbare komst van de Heer in de wereld met heerlijkheid en majesteit nog niet hebben plaatsgevonden, moeten we “spoedig” in het perspectief van een goddelijke tijdrekening plaatsen.

Ps 90:4 Want duizend jaren zijn in Uw ogen als de dag van gisteren, wanneer die voorbijgegaan is, of als een wake in de nacht. 

De Heer komt op de wolken van de hemel. Critici van het preterisme wijzen erop dat Mattheüs 24 ook spreekt van Jezus’ komst op de wolken des hemels. Deze wederkomst in de lucht is nog niet gebeurd, ook niet in de eerste eeuw. De preterist antwoordt daarop dat er geen reden is om aan te nemen dat die komst op de wolken de Wederkomst van Christus is. In het Oude Testament spreekt God van zijn komst tot het volk ten oordeel. In Jesaja 19 vinden wij daarvan een treffend voorbeeld. De profeet verwijst naar het op handen zijnde oordeel over Egypte:

Jes 19:1 De last over Egypte. Zie, de HEERE rijdt op een snelle wolk en komt in Egypte. De afgoden van Egypte zullen beven voor Zijn aangezicht en het hart van de Egyptenaren zal smelten in hun binnenste. 

Noch Jes. 19: 1 noch Matt. 24:33, die beide op een komst op de wolken spreken, spreken volgens het preterisme van de wederkomst van Christus.

Belofte van Israëls herstel.Een andere tegenwerping tegen het preterisme is dat Gods verbond met Israël “eeuwig” is en daarom niet geëindigd kan zijn in het jaar 70. Israël is weliswaar verstrooid onder de volken, naar de Schrift (Deut. 30), maar het zal ook weer worden hersteld, naar de Schrift.

Logische gevolgen. Een ander bezwaar tegen het preterisme naar voren gebracht, is dat het antisemitisme en vervangingstheologie in de hand werkt.

.

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

Jezus Christus : een geschapen wezen of is Hij eeuwig?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

De ware- en de Valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

.

 

Het denkbeeld, dat Jezus door God de Vader werd geschapen wordt vaak ontleend aan de zeer beperkte uitleg van Kolossenzen 1: 15 – 17 en Openbaring 3: 14 en door het gemis van het begrip van Gods Plan, zoals het op de mensheid van toepassing is.

 

 

Kolossenzen 1: 15 – 17

 

15 Jezus is de afbeelding van God. God kunnen we niet zien. Maar aan Jezus kunnen we zien wie God is. Jezus was er al vóórdat God alles maakte. 16 Want door Jezus heeft God alle dingen in de hemel en op de aarde gemaakt: de zichtbare dingen en de onzichtbare dingen, alles wat heerst en macht heeft. Alles is door Hem en voor Hem gemaakt. 17 Hij was er eerder dan al het andere. Alle dingen bestaan door Hem.

 

 

Openbaring 3:14

 

14 De Heer zei tegen Johannes: “Schrijf aan de engel van de gemeente in Laodicea: Dit zegt de Amen (=’ja, zo is het’), de Getuige die de waarheid spreekt en die te vertrouwen is. Dit zegt Hij die het Begin is van alles wat God heeft gemaakt.

 

 

De Bijbel laat echter zien dat zowel de Vader en de Zoon eeuwig op zichzelf bestaand zijn. Ofschoon “er maar één God is” (1 Korintiërs 8: 4; Deuteronomium 6: 4), laat de Bijbel zien, dat God een goddelijk Gezin is, bestaande uit meer dan één Wezen. (Genesis 1: 26; Efeze 2: 19)

 

 

1 Korintiërs 8: 4

 

4 Ik wil jullie het volgende zeggen over het eten van vlees dat aan de afgoden is geofferd. We weten dat er eigenlijk geen andere goden bestaan. Want er is maar één God.

 

 

Deuteronomium 6: 4

 

4 Luister, Israël, de Heer is onze God. De Heer is Eén.

 

 

Genesis 1: 26

 

26 En God zei: “Laten We mensen maken, mensen die op Ons lijken. Ze zullen heel erg op Ons lijken. Ze moeten zorgen voor de vissen in de zee, de vogels in de lucht, het vee, de kruipende dieren en voor de hele aarde.”

 

 

Efeze 2: 19

 

19 Zo zijn jullie nu dus niet langer vreemdelingen en buitenstaanders. Jullie horen nu bij het volk van God en bij het gezin van God.

 

 

Volgens de Bijbel was Jezus Christus de God van het Oude Testament, het “Woord” (Logos), door wie de Vader alle dingen schiep. (Johannes 1: 1-3; Efeze 3: 9; Hebreeën 1: 1 – 3)

 

 

Johannes 1: 1-3

 

1 We willen jullie vertellen over het Levende Woord. Het Levende Woord was er al vanaf het begin. We hebben Hem gehoord, met onze eigen ogen gezien en met onze eigen handen gevoeld. 2 In Hem is het Leven Zelf zichtbaar geworden. Dat eeuwige Leven was bij de Vader, en de Vader heeft het zichtbaar gemaakt zodat wij het konden zien. 3 We willen jullie vertellen wat we hebben gezien en gehoord, zodat we één met elkaar zullen zijn. En wíj zijn één met de Vader en met zijn Zoon Jezus Christus.

 

 

Efeze 3: 9

 

9 God, die alle dingen door Jezus Christus heeft gemaakt, heeft eeuwenlang zijn plannen verborgen gehouden. En nu mag ík aan de mensen zijn plan bekend maken!

 

 

Hebreeën 1: 1 – 3

 

1 God heeft vroeger vaak en op veel verschillende manieren tegen onze voorouders gesproken. Dat deed Hij door de profeten. Maar nu, aan het eind van de tijd, heeft Hij tegen óns gesproken door zijn Zoon. 2 Door zijn Zoon heeft Hij de wereld gemaakt. En Hij heeft Hem ook alles gegeven wat bestaat. 3 De Zoon is de ‘afbeelding’ van God Zelf. In Hem zien we wie God is. In Hem zien we de macht en majesteit van God en het karakter van God. De Zoon zorgt ervoor dat alle dingen bestaan. Want alle dingen bestaan door zijn woord dat één en al kracht is.

 

 

Nadat Hij “Zichzelf ledigde” van Zijn goddelijke macht (Filippenzen 2: 5 – 8) om te sterven en de straf voor onze zonden te betalen (Romeinen 6: 23) werd Jezus de “eniggeborene des Vaders”, (Johannes 1: 14 – 18; 3: 16 – 18), de Verlosser van de mensheid (1 Johannes 4: 14 – 16) en Degene, die voor onze zonden stierf en uit de doden is opgestaan, zodat wij verlost zouden worden van de eeuwige dood. (Handelingen 4: 10-12)

 

 

Filippenzen 2: 5 – 8

 

5 Wees net zo bescheiden als Jezus Christus was. 6 Hij was God. Maar Hij vond dat niet zó belangrijk, dat Hij het niet los kon laten. 7 Nee, Hij heeft zelfs al zijn goddelijkheid opgegeven. Hij kwam naar de aarde om een dienaar te worden. Hij werd helemaal mens. 8 En als mens heeft Hij Zichzelf vernederd door God gehoorzaam te zijn tot de dood. Ja, zelfs tot de dood aan een kruis.

 

 

Romeinen 6: 23

 

23 Het kwaad brengt altijd de dood: het is je loon voor wat je hebt gedaan. Maar de liefdevolle goedheid van God geeft een geschenk: het eeuwige leven, door onze Heer Jezus Christus.

 

 

Johannes 1: 14 –  18 

 

14 Het Woord werd een mens en Hij heeft bij ons gewoond. We hebben gezien hoe geweldig en machtig Hij is: Hij, Gods enige Zoon, met dezelfde macht als de Vader, liefdevol, vriendelijk, en vol van waarheid. 15 Johannes de Doper zei van Hem: “Dit is de man over wie ik het had. Hém bedoelde ik toen ik zei: ‘De man die na mij komt, is belangrijker dan ik,’ want Hij was er al voordat ik werd geboren.” 16 Hij is één en al liefde, vriendelijkheid en goedheid. Daarom is Hij ook eindeloos liefdevol, vriendelijk en goed voor ons allemaal. 17 Door Mozes hebben we de wet gekregen, die ons leert wat God van ons vraagt. Door Jezus Christus zijn Gods liefde, vriendelijkheid, goedheid en waarheid naar ons toe gekomen. 18 Niemand heeft ooit God gezien. Maar zijn Enige Zoon, die helemaal één met Hem is, heeft ons laten zien wie God is.

.

 

Johannes 3: 16 – 18

 

16 Want God houdt zoveel van de mensen, dat Hij zijn enige Zoon aan hen heeft gegeven. Iedereen die in Hem gelooft, zal niet verloren gaan, maar zal het eeuwige leven hebben. 17 Want God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om de mensen te veroordelen, maar om door Hem de mensen te redden. 18 Iedereen die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld. Maar iedereen die níet gelooft, ís al veroordeeld. Want hij heeft niet geloofd in de enige Zoon van God.

 

.

1 Johannes 4: 14 – 16

 

14 Wij hebben met eigen ogen gezien dat de Vader de Zoon heeft gestuurd als Redder van de mensen. En dat is wat wij aan de mensen vertellen. 15 Als iemand hardop erkent dat Jezus de Zoon van God is, mag hij er zeker van zijn dat God in hem woont en dat hij in God is. 16 We hebben gezien en geloofd dat God heel veel van ons houdt. God is liefde. En als jullie net als God van elkaar houden, blijven jullie in God en blijft God in jullie.

.

 

Handelingen 4: 10-12

 

10 Ik wil dat u en het hele volk van Israël weten dat wij dat hebben gedaan namens Jezus Christus uit Nazaret. U heeft Hem gekruisigd, maar God heeft Hem teruggeroepen uit de dood en weer levend gemaakt. Door deze Jezus staat deze man nu gezond vóór u. 11 Jezus is de steen die u, de bouwers, niet goed genoeg vond. Toch is hij de belangrijkste bouwsteen van het gebouw geworden. 12 Niemand anders dan Hij kan de mensen redden. Er is op aarde niemand anders door wie de mensen gered kunnen worden.”

 

Sommigen verwijzen naar de Statenvertaling van Openbaring 3: 14 als bewijs, dat Jezus Christus een geschapen wezen is, omdat het Hem beschrijft als “het begin der schepping Gods”. Het probleem ligt in de vertaling van het woord “het begin”. (In het Grieks, arche)

 

 

Openbaring 3: 14 > zie boven

.

 

De Drievuldigheid en de mens

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Hoe vertalen andere vertalingen deze zin?

 

Christus is “de oorsprong van de schepping Gods”. (Prof. Brouwer, zie ook de Moffatt of NIV vertaling) “Het Begin” zou beter vertaald zijn met “de Beginner” of de “Bewerker”, of de “Schepper” van de schepping. Zoals deze vertalingen duidelijk maken betekent Openbaring 3: 14 niet, dat Jezus het eerste geschapen wezen was; integendeel, Hij is Degene, die schiep en geldt als de oorzaak van die schepping.

Sommigen halen ten onrechte Kolossenzen 1: 15 aan en zeggen dat dit vers betekent, dat Christus als “de eerstgeborene der ganse schepping”, Zelf een deel van die schepping was. Het Griekse woord dat hier vertaald wordt met “eerstgeborene” -prototokos (van proto, “eerste” en tikto, “verwekken”) – geeft niet aan, dat Jezus geschapen was.

Integendeel, het herinnert ons er aan dat door Zijn opstanding Hij de “superioriteit” als “de eerstgeborene uit de doden” had. (Kolossenzen 1: 18; Openbaring 1: 4 – 6) Bovendien –  zoals juist opgemerkt in Vine’s Expository Dictionary of New Testament Words – is Kolossenzen 1: 15 een vers “waar Christus’ relatie met de Vader zichtbaar is en deze zin betekent zowel dat Hij de Eerstgeborene was voor de hele schepping en dat Hij Zelf de schepping produceerde. Het is de tweede voorwerpsnaamval, zoals vers 16 duidelijk maakt. Hij schiep Zichzelf niet.

 

 

Kolossenzen 1: 18

 

18 Hij is het Hoofd van de gemeente en de gemeente is zijn Lichaam. Hij is het begin van alles. Hij is de eerste die uit de dood is opgestaan. Zo is Hij dus van alles de eerste. 19 Want God had besloten Zelf in Jezus te komen wonen. 20 Door Jezus’ dood aan het kruis heeft God vrede met ons gesloten. Door Jezus heeft Hij de vriendschap hersteld tussen Hemzelf en alles wat leeft op de aarde en in de hemel.

 

 

Openbaring 1: 4 – 6

 

4 Johannes schrijft dit aan de zeven gemeenten in Asia (= Turkije): Ik bid dat God in alles goed voor jullie zal zijn. En dat jullie vol zullen zijn van de vrede van Hem die is en die was en die komt, de vrede van de zeven Geesten die voor zijn troon staan, 5 en de vrede van Jezus Christus. Hij heeft ons de hele waarheid bekend gemaakt en Hij is te vertrouwen. Hij is de eerste die uit de dood opstond. Hij is de hoogste Koning op aarde. Hij houdt zoveel van ons, dat Hij ons door zijn bloed heeft schoongewassen van onze ongehoorzaamheid aan God. 6 Daarom moeten we Hem alle eer geven! Hij heeft koningen van ons gemaakt en priesters voor zijn God en Vader. Hij regeert voor altijd en eeuwig! Amen! Zo is het!

 

 

Een andere belangrijke sleutel om de leerstelling van Paulus te begrijpen vindt U in Hebreeën 7. In de dagen van Abraham was Melchisedek de koning van Jeruzalem en “een priester van God, de Allerhoogste” (Genesis 14: 18 – 20).

 

Genesis 14: 18 – 20

 

18 Ook Melchizédek, de koning van Salem, kwam Abram tegemoet. Hij gaf hem en zijn mannen brood en wijn. Melchizédek was een priester van de Allerhoogste God. 19 Hij zegende Abram en zei: “Ik zegen je met de zegen van de Allerhoogste God, de Eigenaar van de hemel en de aarde. 20 En ik dank de Allerhoogste God, die ervoor zorgde dat je al je vijanden hebt overwonnen.” Toen gaf Abram aan Melchizédek een tiende deel van de hele buit.

 

 

Paulus schrijft dat Melchisedek bestond van eeuwigheid “zonder vader, zonder moeder, zonder geslachtsregister, zonder begin van dagen of einde des levens, en, aan de Zoon van God gelijkgesteld, blijft hij priester voor altoos”. (Hebreeën 7: 3)

 

 

Hebreeën 7: 3

 

3 Verder wordt er niets over hem gezegd. Zo is hij zonder vader, zonder moeder, zonder voorouders of kinderen, zonder begin van zijn leven en zonder eind van zijn leven. Hij is daarmee gelijk aan de Zoon van God en blijft voor altijd priester.

 

Melchisedek was “als de Zoon van God en bleef altijd een Hoge Priester. Als Jezus Christus nu onze Hoge Priester is (Hebreeën 5: 10), dan zijn Melchisedek en Jezus Christus één en hetzelfde eeuwige Wezen

 

 

Hebreeën 5: 10

 

10 Zo maakte God Jezus tot net zo’n Hogepriester als Melchizédek.

 

 

Religies, die Jezus Christus als een geschapen wezen beschouwen begrijpen Gods plan van behoud niet.

Jezus Christus is het “Woord”, die “God was” en “met God” was, eeuwig vanaf het begin (Johannes 1: 1-4), vòòr de schepping, die zal terugkomen als “Koning der koningen en Here der heren” (Openbaring 19: 13-16) om duurzame vrede te vestigen op de aarde. (Jesaja 2: 2-4).

 

 

Johannes 1: 1-4

 

1 In het begin was het Woord er. Het Woord was bij God, en het Woord was God Zelf. 2 In het begin was het Woord bij God. 3 Alle dingen zijn door het Woord gemaakt. Werkelijk alles wat er is, bestaat doordat het Woord het heeft gemaakt. 4 In het Woord was het leven, en het leven was het licht voor de mensen.

 

 

Openbaring 19: 13-16

 

3 Zijn kleren waren in bloed geverfd. Zijn naam is: ‘Het Woord van God’. 14 En de hemelse legers, gekleed in schone, witte, linnen kleren, volgden Hem op witte paarden. 15 Uit zijn mond kwam een scherp zwaard, waarmee Hij de ongelovigen verslaat. Hij zal streng over de volken heersen, als met een ijzeren staf. Hij zal Zelf de druiven uitpersen in de druivenpers van de straf van de Almachtige God. 16 Op zijn kleding staat bij zijn bovenbeen zijn naam geschreven: ‘Hoogste Koning en machtigste Heer.’

 

 

Jesaja 2: 2-4

 

2 Als het eind van de tijd is gekomen, zal de berg waarop de tempel van de Heer staat de hoogste berg zijn. Hij zal hoger zijn dan de hoogste bergen, indrukwekkender dan de hoogste heuvels. Alle volken zullen daarheen gaan. 3 Ze zullen zeggen: ‘Kom, laten we naar de berg van de Heer gaan, naar de tempel van de God van Jakob. Want we willen van Hem leren hoe we moeten leven. We willen leven zoals Hij het wil. Want vanuit Jeruzalem zal de Heer zijn wil bekend maken.’ 4 Hij zal rechtspreken over de landen en volken. Dan zullen zij hun zwaarden omsmeden tot ploegen. En hun speren zullen ze omsmeden tot snoeischaren. De volken zullen niet meer tegen elkaar strijden. Ze zullen hun bewoners niet meer leren oorlogvoeren.

.

 

.

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

 

2016: EEN OVERGANGSJAAR NAAR EEN ANNUS HORRIBILIS.

Standaard

categorie : Boodschappen uit de kosmos 

 

 

2016 WAS EEN OVERGANGSJAAR

 

NAAR EEN 

 

ANNUS HORRIBILIS.

 

 

israelbericht_tekenen_eindtijd

 

 

 

 

TEKENEN DIE WIJZEN NAAR DE EINDTIJDEN

 

 

De terugkeer naar Israël

 

Sinds ongeveer 1880 tot op de dag van vandaag zijn uit allerlei landen ruim 5,5 miljoen Joden teruggekeerd naar Israël (Ezech. 11:17). Het profetisch Woord is er duidelijk over dat veel Joden in de eindtijd weer in Israël zullen wonen. Bijna het gehele volk is helaas in ongeloof teruggekeerd. De profeten voorzeggen dat Israël in de eindtijd bekering nodig heeft. Het is daarom niet vreemd dat zij in ongeloof terugkeren (Joël 2:12-17). De terugkeer van de Joden naar Israël is een belangrijk teken van de tijd! Dat zal niemand ontkennen, die ook maar enigszins kennis heeft van het profetisch Woord.

 In Ezech. 37 lezen we over een profetie van een dal met dorre doodsbeenderen. We zien hierin dat er twee fasen zijn voor Israëls herstel. De eerste is lichamelijk. Dit herstel is al geruime tijd bezig, zoals de terugkeer van het volk en dat Israël weer als volk en natie op de kaart staat. De tweede fase is dat Israël geestelijk hersteld zal worden. Maar daar moet eerst bekering aan vooraf gaan (Hos. 3:4,5). Dan, als zij Jezus hebben aangenomen, aan het einde van de Grote Verdrukking, zal het overblijfsel het Land voor altijd in vrede bezitten:

“Want Ik zeg u, gij zult Mij van nu aan niet meer zien, totdat gij zegt: Gezegend Hij, die komt in de naam des Heren!” (Matt. 23:39).

 

Als Jezus komt zullen alle Joden, die dan nog in verstrooiing zijn, in geloof terugkeren en zal het volk geheel uit rechtvaardigen bestaan!:

“Uw volk zal geheel uit rechtvaardigen bestaan, voor altoos zullen zij het land bezitten: een scheut die Ik geplant heb, een werk mijner handen, tot mijn verheerlijking” (Jes. 60:21).

 

Dan zal Israël zowel fysiek als geestelijk volledig worden hersteld. De grenzen van het Land worden dan niet meer door politieke leiders bepaald, maar door de Messias Zelf (Ezech. 47, 48). Nu leeft het volk nog in angst voor aanslagen en oorlogen. Ook leeft het volk achter een grote muur om haar veiligheid te waarborgen. Als Jezus komt en “gans Israël” behouden is, dan zal het volk echt in vrede wonen en over de gehele wereld in aanzien zijn!:

“en vele natiën zullen optrekken en zeggen: Komt, laten wij opgaan naar de berg des Heren, naar het huis van de God Jakobs, opdat Hij ons lere aangaande zijn wegen en opdat wij zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan en des Heren woord uit Jeruzalem” (Jes. 2:3).

 

De terugkeer van de Joden naar Israël is voor de gemeente een belangrijk teken wat laat zien dat deze huidige “bedeling der genade” ten einde loopt en dat de Grote Verdrukking nabij is. De gemeente kan daarom elk moment worden opgenomen (1 Tess. 1:10).

 

 

de terugkeer van het Joodse volk naar Israël

de terugkeer van het Joodse volk naar Israël

 

 

 

Israël: twistappel en oogappel

 

De oprichting van de staat Israël in 1948 (welke door David Ben-Goerion werd uitgeroepen) en het heroveren van Jeruzalem in 1967, zijn belangrijke tekenen van de tijd. We weten dat Israël wordt gedwongen om vrede te sluiten met de Palestijnen in ruil voor Land. Bijna de gehele wereld bemoeit zich hiermee. Maar het Land is niet van de Palestijnen en ook niet van de Verenigde Naties. Het Land is van God dieide God van Israël is.

In Lev. 25:23 lezen we dat God zegt: “Want het Land is van Mij”.

 

Niemand minder dan God Zelf brengt Zijn volk terug naar Israël. God wil dat zij daar wonen in de eindtijd, zodat de laatste Jaarweek straks kan gaan beginnen (Dan. 9:27). Daarna zal de Here Jezus de vervallen hut van David gaan oprichten en zullen de heerlijke Messiaanse zegeningen komen, althans voor het gelovig overblijfsel (Hand. 15:16-18). Die zegeningen komen door niemand minder dan Jezus Christus Zelf (2 Kor. 1:20). Paulus zegt:

“en aldus zal gans Israël behouden worden” (Rom. 11:26).  

 

De Bijbel is er duidelijk over dat Israël nog steeds Gods oogappel is en dat God niet wil dat het Land wordt verdeeld en ingenomen door vreemdelingen. Zijn toorn zal over die volken komen:

 

  • Want, zo zegt de Here der heerscharen, wiens heerlijkheid mij gezonden heeft, aangaande de volken die u uitgeplunderd hebben – want wie u aanraakt, raakt zijn oogappel aan” (Zach. 2:8).

 

  • “Want zie, in die dagen en te dien tijde, wanneer Ik een keer zal brengen in het lot van Juda en van Jeruzalem, zal Ik alle volken verzamelen en afvoeren naar het dal van Josafat, en Ik zal aldaar met hen in het gericht treden ter oorzake van mijn volk en van mijn erfdeel Israël, dat zij onder de volken verstrooid hebben, terwijl zij mijn land verdeelden, en over mijn volk het lot wierpen,… (Joël 3:1,2).

 

Als we naar Israël kijken, dan zien we dat het omsingeld is door vijanden. Israël wordt steeds meer in het nauw gedreven door haar islamitische buurlanden. De Jodenhaat onder de Arabische volken en het Palestijnse volk is zo groot dat er zelfs islamitische groeperingen zijn die Israël van de kaart willen vegen, of het volk in de Grote Zee willen drijven! In Ps. 83:3-9 lezen we:

“Want zie, uw vijanden tieren, uw haters steken het hoofd op;  zij smeden een listige aanslag tegen uw volk en beraadslagen tegen uw beschermelingen. Zij zeggen: Komt, laten wij hen als volk verdelgen, zodat aan de naam van Israël niet meer wordt gedacht. Want zij hebben eensgezind beraadslaagd, tegen U een verbond gesloten: de tenten van Edom en de Ismaëlieten, Moab en de Hagrieten,  Gebal, Ammon en Amalek, Filistea met de inwoners van Tyrus;  zelfs Assur heeft zich bij hen gevoegd, zij zijn de zonen van Lot tot steun”.

 

Wereldwijd komt er steeds meer verzet tegen de Joden. Het antisemitisme is niet alleen groot rondom de buurlanden van Israël, ook in de westerse maatschappij neemt dit drastisch toe. En zo ook in Rusland en bijvoorbeeld in Polen. Zo zijn er zelfs in ons land schuilsynagoges, waar de Joden ongestoord hun diensten kunnen houden, omdat zij anders bedreigd worden. Doordat het antisemitisme sterk toeneemt keren veel Joden terug naar Israël.

 

We kunnen niets anders dan concluderen dat Christus’ tegenstander een hekel aan de Joden heeft. Dat komt omdat hij weet dat God nog een plan heeft met Israël (Ezech. 36:26-28; 39:29; Hos. 2:13-22). Maar bovenal omdat het heil uit de Joden is, dat is de Here Jezus (Rom. 9:5). Hij is Israëls Messias, de komende Vredevorst die vanuit Jeruzalem op de troon van David over de gehele aarde zal regeren.

 

 

We hoeven niet alleen op Israël en het Midden-Oosten te letten, om de tekenen der tijden te zien. De Bijbel geeft namelijk veel meer aanwijzingen. 

 

 

Europa en het herstelde Romeinse Rijk

 

Israël hoorde vroeger bij het oude Romeinse Rijk. Ook de Noordelijke Afrikaanse landen hoorden daar bij. Zo heeft enkele jaren geleden de toenmalige Franse president Sarkozy zich uitgesproken over een Mediterrane Unie, van het Middellandse Zeegebied. Die is er gekomen op 13 juli 2008, opgericht in Parijs.  Het moet een samen-werkingsverband vormen tussen de landen van de Europese Unie en de landen aan het Middellandse Zee gebied. Het is duidelijk zichtbaar dat de wereld wordt klaargemaakt voor het laatste wereldrijk (het herstelde Romeinse rijk) en voor de komst van de antichrist :

(Openb. 6:2; 13:1,2; 17:11): “Het beest, dat gij zaagt, was en is niet, en het zal opkomen uit de afgrond en het vaart ten verderve” 

 

 

hoofdstuk 13 van de Openbaring : de opkomst van de antichrist en de valse profeet

hoofdstuk 13 van de Openbaring : de opkomst van de antichrist en de valse profeet

 

pasteltekening van John Astria

 

 

Ongetwijfeld zal het laatste wereldrijk ongeveer dezelfde landen omvatten als het oude Romeinse Rijk. Het zal echter nooit een (h)echte eenheid vormen, zoals ijzer en leem zich niet met elkaar laten vermengen (Dan. 2:43). Wellicht omdat de verschillen tussen het z.g. christendom en de islam te groot zijn.

 

 

 

De natuur is in nood

 

Bijna dagelijks horen we over aardbevingen, overstromingen, bosbranden, vulkaanuitbarstingen, hongersnoden (de voedseltekorten en voedselprijzen zijn de afgelopen jaren enorm gestegen, vgl. Openb. 6:6), besmettelijke ziekten en allerlei diersoorten die uitsterven. Dit laatste is volgens velen ook een oorzaak van onze klimaat-verandering:

en er zullen nu hier, dan daar, hongersnoden en aardbevingen zijn. Doch dat alles is het begin der weeën” (Matt. 24:7,8).

 

 

hoofdstuk 16 van de openbaring ; de 7 offerschalen worden uitgegeoten

hoofdstuk 16 van de openbaring ; de 7 offerschalen worden uitgegoten

 

pasteltekening van John Astria

 

 

Het is noodzakelijk waakzaam te blijven en door middel van het lezen van de Bijbel de tekenen der tijden te gaan zien. Het lijkt wel of het door velen niet meer wordt opgemerkt.

Luc. 12:54-56 zegt de Here Jezus het volgende:

“Wanneer gij een wolk ziet opkomen in het westen, zegt gij dadelijk: Er komt regen, en het gebeurt. En wanneer gij de zuidenwind ziet waaien, zegt gij: Er zal hitte komen, en het gebeurt. Huichelaars, het aanzien van aarde en hemel weet gij te onderscheiden, waarom onderkent gij de tijd niet?”   

 

 

 

 Onreinheid

 

Door tv. en internet kan er allerlei onreinheid onze huiskamers binnenkomen en zo ook in onze geest. Voor som-mige christenen is dit een geestelijke strijd, vooral onder mannen. Verkeerd tv.- en internetgebruik kan een open riool worden. Het is en sterk wapen van de boze, wat tussen God en christenen instaat.

God is heilig en daarom behoren ook christenen een rein en zuiver leven te leiden (1 Petr. 1:15,16).

 

De wereld kijkt al niet meer op van homofeesten, zoals de jaarlijkse Gay parade in Amsterdam. Veel mensen vin-den dat dit wel moet kunnen en zien dit als ultieme vrijheid. Maar in wezen zijn zij gebonden door de machten van de duisternis.  In Openb. 22:10,11 waarschuwt een engel van God dat de tijd nabij is en wat de tekenen daar-van zijn:

“want de tijd is nabij. Wie onrecht doet, hij doe nog meer onrecht; wie vuil is, hij worde nog vuiler; wie rechtvaardig is, hij bewijze nog meer rechtvaardigheid; en wie heilig is, hij worde nog meer geheiligd”.

 

In dit Schriftgedeelte wordt er gesproken over de kinderen van God en de kinderen van de boze. In de eindtijd zal het zichtbare verschil steeds groter worden.

 

 

Hebzucht

 

De hebzucht is een belangrijk tekenen van de tijd, waarin menigeen tevergeefs hun geluk hopen te vinden. Helaas zijn er ook christenen moe geworden van de hebzucht en de stress en houden zich daardoor niet meer met de dingen van God bezig, zoals: Bijbellezen, bidden, Bijbelstudies volgen, kerkdiensten bezoeken en andere mensen helpen:

 

  • “De in de dorens gezaaide is hij, die het woord hoort, en de zorg van de wereld en het bedrog van de rijkdom verstikt het woord en hij wordt onvruchtbaar” (Matt. 13:22).

 

  • “Weet wel, dat er in de laatste dagen zware tijden zullen komen: want de mensen zullen zelfzuchtig zijn, geldgierig, pochers, vermetel, kwaadsprekers, aan hun ouders ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig, liefdeloos, trouweloos, lasteraars, onmatig, onhandelbaar, afkerig van het goede, verraderlijk, roekeloos, opgeblazen, met meer liefde voor genot dan voor God, die met een schijn van godsvrucht de kracht daarvan verloochend hebben; houd ook deze op een afstand” (2 Tim. 3:1-5).

 

 

Aanbidding van de Mammon, de geldgod

Aanbidding van de Mammon, de geldgod

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

Agressiviteit

 

Veel mensen zijn angstig geworden. Er zijn nu al die dreigingen met chemische wapens en terrorisme zoals bij-voorbeeld de terroristische aanlag in New York op 11-09-2001 die de hele wereld veranderd heeft. Dagelijks wor-den we er via de media over geïnformeerd, dat we in roerige tijden leven. Veel oorlogen zijn er de afgelopen decenia’s geweest, zoals in het Midden-Oosten:

“Ook zult gij horen van oorlogen en van geruchten van oorlogen. Ziet toe, weest niet verontrust; want dat moet geschieden, maar het einde is het nog niet. Want volk zal opstaan tegen volk, en koninkrijk tegen koninkrijk(Matt. 24: 6,7).

 

 Laten we ook naar ons eigen land kijken, waar we helaas regelmatig horen over slachtoffers door zinloos geweld en seksueel misbruik. Ook neemt de liefdeloosheid naar buitenlanders toe, bijvoorbeeld naar asielzoekers, Joden en moslims.

 

 

Wetsverachting

 

Het gezag van de overheid wordt steeds minder, bijvoorbeeld van de politie, ambulancepersoneel en leerkrach-ten. Samenwonen wordt ook door christenen bijna volledig geaccepteerd. Trouwen wordt ouderwets gevonden en het aantal scheidingen neemt toe. Ook de ongehoorzaamheid aan de ouders is een teken van de eindtijd :

“En omdat de wetsverachting toeneemt, zal de liefde van de meesten verkillen” (Matt. 24:12).

 

 

Vele valse profeten

 

Niet elk wonder, profetie of lering komt van Gods Geest. Gods Woord waarschuwt ons dat er altijd al verkeerde leringen en valse profeten zijn geweest en dat dit tot de wederkomst zal toenemen. 

 

  • “En vele valse profeten zullen opstaan en velen zullen zij verleiden” (Matt. 24:11).

 

  • “Geliefden, vertrouwt niet iedere geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn in de wereld uitgegaan” (1 Joh. 4:1).

 

 

In Openb. 13 staat dat er tijdens de Grote Verdrukking een valse profeet zal zijn. Hij zal grote wonderen doen. Ook zal hij de mensen verleiden om de schijn-messias, dat is de antichrist, te volgen en aanbidden.

 

 

Vernietiging van de valse profeet

Vernietiging van de valse profeet

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

Geloofsafval

 

Tegenwoordig is het niet gemakkelijk om als Bijbelgetrouwe christen je rug recht te houden. Veel kerken lopen leeg. Aan hetgeen de Bijbel zegt wordt helaas door veel christenen getwijfeld, bijvoorbeeld wanneer we het over het volbrachte werk van Christus aan het kruis hebben. Dan wordt er al gauw aan Zijn opstanding getwijfeld en over hoe God door het bloed van het Lam zonden kan vergeven (Jes. 53).

Het wonder van de wedergeboorte is voor vele gelovigen nog geen realiteit in hun leven geworden. Ook wordt de Here Jezus door velen slechts gezien als een profeet, goed mens, of een grote leraar. Maar dat Hij God de Zoon is, gaat er bij velen niet in (Joh. 1:1).

Als we de Bijbel geloven, geloven we God. Want God spreekt tot ons door Zijn Woord. Paulus zegt in 2 Tim. 2:23-26:

Maar wees afkerig van de dwaze en onverstandige strijdvragen; gij weet immers, dat zij twisten teweegbrengen; en een dienstknecht des Heren moet niet twisten, maar vriendelijk zijn jegens allen, bekwaam om te onderwijzen, geduldig, met zachtmoedigheid de dwarsdrijvers bestraffende. Het kon zijn, dat God hun gaf zich tot erkentenis der waarheid te keren en, ontnuchterd, zich te wenden tot de wil van Hem, losgekomen uit de strik des  duivels, die hen gevangen hield”.

 

In de omgang met deze mensen moeten we vol liefde en geduld zijn. Het is belangrijk dat we ze door liefde en waarheid weten te winnen. Zo zijn er nog veel meer tekenen te noemen, die betrekking hebben op de eindtijd, zoals: de economische crisis. De sterke toename van occultisme en de opkomst van New Age in allerlei christelijke stromingen. 

 

 

hoofdstuk 17 van de openbaring ; Babylon wordt geoordeeld

hoofdstuk 17 van de openbaring ; Babylon wordt geoordeeld

 

pasteltekening van John Astria

 

Het is duidelijk dat het roerige tijden zijn en dat er reden toe is Hem te verwachten (Openb. 3:10). Laten we in die hoopvolle verwachting blijven getuigen van de Here Jezus, want nu is het nog genadetijd. Wie reeds gekozen heeft is niet alleen gered, maar zal ook worden verlost van de komende toorn, dat is de Grote Verdrukking (1 Tess. 5:9).

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Waarom de Openbaring lezen ?

 

Johannes 17 : 3 > ‘’dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de enige ware God en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus”.

Openbaring 1 : 3 > ‘’gelukkig is hij die deze profetische woorden van de Here voorleest; en dat geldt ook voor de mensen die ernaar luisteren en het zullen onthouden. Want de tijd dat deze dingen werkelijkheid worden, komt steeds dichterbij”.

Openbaring 22 : 7 > Jezus zegt : ‘’ja, ik kom gauw. Gelukkig is hij die de profetische woorden van dit boek onthoudt”.

 

Dit zijn enkele citaten uit de Bijbel waarin God de mens aanmaant kennis in zich op te nemen over zichzelf en Jezus Christus. Wie God zoekt zal hem vinden. Wanneer we God om inzichten vragen zal de Heilige Geest ons geestelijk denken verlichten. Het onbegrijpelijke wordt plots of op het gepaste moment verstaanbaar.

In het eerste en het laatste hoofdstuk  van de Openbaring  zegt Christus tot twee maal toe dat het lezen ervan een zegening geeft. Het woord van God, de Bijbel, is meer dan de traditionele preken en parabels die we al jaren kennen. Kennis opnemen van God is niet alleen bestemd voor theologen, maar voor iedereen. Door die opname van kennis krijgen we inzichten in het verleden en heden waardoor we met een gerust hart en vertrouwen de toekomst tegemoet kunnen gaan.

 

 

 

John Astria

Jezus Christus : een geschapen wezen of is Hij eeuwig?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

De ware- en de Valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

.

 

Het denkbeeld, dat Jezus door God de Vader werd geschapen wordt vaak ontleend aan de zeer beperkte uitleg van Kolossenzen 1: 15 – 17 en Openbaring 3: 14 en door het gemis van het begrip van Gods Plan, zoals het op de mensheid van toepassing is.

 

 

Kolossenzen 1: 15 – 17

 

15 Jezus is de afbeelding van God. God kunnen we niet zien. Maar aan Jezus kunnen we zien wie God is. Jezus was er al vóórdat God alles maakte. 16 Want door Jezus heeft God alle dingen in de hemel en op de aarde gemaakt: de zichtbare dingen en de onzichtbare dingen, alles wat heerst en macht heeft. Alles is door Hem en voor Hem gemaakt. 17 Hij was er eerder dan al het andere. Alle dingen bestaan door Hem.

 

 

Openbaring 3:14

 

14 De Heer zei tegen Johannes: “Schrijf aan de engel van de gemeente in Laodicea: Dit zegt de Amen (=’ja, zo is het’), de Getuige die de waarheid spreekt en die te vertrouwen is. Dit zegt Hij die het Begin is van alles wat God heeft gemaakt.

 

 

De Bijbel laat echter zien dat zowel de Vader en de Zoon eeuwig op zichzelf bestaand zijn. Ofschoon “er maar één God is” (1 Korintiërs 8: 4; Deuteronomium 6: 4), laat de Bijbel zien, dat God een goddelijk Gezin is, bestaande uit meer dan één Wezen. (Genesis 1: 26; Efeze 2: 19)

 

 

1 Korintiërs 8: 4

 

4 Ik wil jullie het volgende zeggen over het eten van vlees dat aan de afgoden is geofferd. We weten dat er eigenlijk geen andere goden bestaan. Want er is maar één God.

 

 

Deuteronomium 6: 4

 

4 Luister, Israël, de Heer is onze God. De Heer is Eén.

 

 

Genesis 1: 26

 

26 En God zei: “Laten We mensen maken, mensen die op Ons lijken. Ze zullen heel erg op Ons lijken. Ze moeten zorgen voor de vissen in de zee, de vogels in de lucht, het vee, de kruipende dieren en voor de hele aarde.”

 

 

Efeze 2: 19

 

19 Zo zijn jullie nu dus niet langer vreemdelingen en buitenstaanders. Jullie horen nu bij het volk van God en bij het gezin van God.

 

 

Volgens de Bijbel was Jezus Christus de God van het Oude Testament, het “Woord” (Logos), door wie de Vader alle dingen schiep. (Johannes 1: 1-3; Efeze 3: 9; Hebreeën 1: 1 – 3)

 

 

Johannes 1: 1-3

 

1 We willen jullie vertellen over het Levende Woord. Het Levende Woord was er al vanaf het begin. We hebben Hem gehoord, met onze eigen ogen gezien en met onze eigen handen gevoeld. 2 In Hem is het Leven Zelf zichtbaar geworden. Dat eeuwige Leven was bij de Vader, en de Vader heeft het zichtbaar gemaakt zodat wij het konden zien. 3 We willen jullie vertellen wat we hebben gezien en gehoord, zodat we één met elkaar zullen zijn. En wíj zijn één met de Vader en met zijn Zoon Jezus Christus.

 

 

Efeze 3: 9

 

9 God, die alle dingen door Jezus Christus heeft gemaakt, heeft eeuwenlang zijn plannen verborgen gehouden. En nu mag ík aan de mensen zijn plan bekend maken!

 

 

Hebreeën 1: 1 – 3

 

1 God heeft vroeger vaak en op veel verschillende manieren tegen onze voorouders gesproken. Dat deed Hij door de profeten. Maar nu, aan het eind van de tijd, heeft Hij tegen óns gesproken door zijn Zoon. 2 Door zijn Zoon heeft Hij de wereld gemaakt. En Hij heeft Hem ook alles gegeven wat bestaat. 3 De Zoon is de ‘afbeelding’ van God Zelf. In Hem zien we wie God is. In Hem zien we de macht en majesteit van God en het karakter van God. De Zoon zorgt ervoor dat alle dingen bestaan. Want alle dingen bestaan door zijn woord dat één en al kracht is.

 

 

Nadat Hij “Zichzelf ledigde” van Zijn goddelijke macht (Filippenzen 2: 5 – 8) om te sterven en de straf voor onze zonden te betalen (Romeinen 6: 23) werd Jezus de “eniggeborene des Vaders”, (Johannes 1: 14 – 18; 3: 16 – 18), de Verlosser van de mensheid (1 Johannes 4: 14 – 16) en Degene, die voor onze zonden stierf en uit de doden is opgestaan, zodat wij verlost zouden worden van de eeuwige dood. (Handelingen 4: 10-12)

 

 

Filippenzen 2: 5 – 8

 

5 Wees net zo bescheiden als Jezus Christus was. 6 Hij was God. Maar Hij vond dat niet zó belangrijk, dat Hij het niet los kon laten. 7 Nee, Hij heeft zelfs al zijn goddelijkheid opgegeven. Hij kwam naar de aarde om een dienaar te worden. Hij werd helemaal mens. 8 En als mens heeft Hij Zichzelf vernederd door God gehoorzaam te zijn tot de dood. Ja, zelfs tot de dood aan een kruis.

 

 

Romeinen 6: 23

 

23 Het kwaad brengt altijd de dood: het is je loon voor wat je hebt gedaan. Maar de liefdevolle goedheid van God geeft een geschenk: het eeuwige leven, door onze Heer Jezus Christus.

 

 

Johannes 1: 14 –  18 

 

14 Het Woord werd een mens en Hij heeft bij ons gewoond. We hebben gezien hoe geweldig en machtig Hij is: Hij, Gods enige Zoon, met dezelfde macht als de Vader, liefdevol, vriendelijk, en vol van waarheid. 15 Johannes de Doper zei van Hem: “Dit is de man over wie ik het had. Hém bedoelde ik toen ik zei: ‘De man die na mij komt, is belangrijker dan ik,’ want Hij was er al voordat ik werd geboren.” 16 Hij is één en al liefde, vriendelijkheid en goedheid. Daarom is Hij ook eindeloos liefdevol, vriendelijk en goed voor ons allemaal. 17 Door Mozes hebben we de wet gekregen, die ons leert wat God van ons vraagt. Door Jezus Christus zijn Gods liefde, vriendelijkheid, goedheid en waarheid naar ons toe gekomen. 18 Niemand heeft ooit God gezien. Maar zijn Enige Zoon, die helemaal één met Hem is, heeft ons laten zien wie God is.

.

 

Johannes 3: 16 – 18

 

16 Want God houdt zoveel van de mensen, dat Hij zijn enige Zoon aan hen heeft gegeven. Iedereen die in Hem gelooft, zal niet verloren gaan, maar zal het eeuwige leven hebben. 17 Want God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om de mensen te veroordelen, maar om door Hem de mensen te redden. 18 Iedereen die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld. Maar iedereen die níet gelooft, ís al veroordeeld. Want hij heeft niet geloofd in de enige Zoon van God.

 

.

1 Johannes 4: 14 – 16

 

14 Wij hebben met eigen ogen gezien dat de Vader de Zoon heeft gestuurd als Redder van de mensen. En dat is wat wij aan de mensen vertellen. 15 Als iemand hardop erkent dat Jezus de Zoon van God is, mag hij er zeker van zijn dat God in hem woont en dat hij in God is. 16 We hebben gezien en geloofd dat God heel veel van ons houdt. God is liefde. En als jullie net als God van elkaar houden, blijven jullie in God en blijft God in jullie.

.

 

Handelingen 4: 10-12

 

10 Ik wil dat u en het hele volk van Israël weten dat wij dat hebben gedaan namens Jezus Christus uit Nazaret. U heeft Hem gekruisigd, maar God heeft Hem teruggeroepen uit de dood en weer levend gemaakt. Door deze Jezus staat deze man nu gezond vóór u. 11 Jezus is de steen die u, de bouwers, niet goed genoeg vond. Toch is hij de belangrijkste bouwsteen van het gebouw geworden. 12 Niemand anders dan Hij kan de mensen redden. Er is op aarde niemand anders door wie de mensen gered kunnen worden.”

 

Sommigen verwijzen naar de Statenvertaling van Openbaring 3: 14 als bewijs, dat Jezus Christus een geschapen wezen is, omdat het Hem beschrijft als “het begin der schepping Gods”. Het probleem ligt in de vertaling van het woord “het begin”. (In het Grieks, arche)

 

 

Openbaring 3: 14 > zie boven

.

 

De Drievuldigheid en de mens

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Hoe vertalen andere vertalingen deze zin?

 

Christus is “de oorsprong van de schepping Gods”. (Prof. Brouwer, zie ook de Moffatt of NIV vertaling) “Het Begin” zou beter vertaald zijn met “de Beginner” of de “Bewerker”, of de “Schepper” van de schepping. Zoals deze vertalingen duidelijk maken betekent Openbaring 3: 14 niet, dat Jezus het eerste geschapen wezen was; integendeel, Hij is Degene, die schiep en geldt als de oorzaak van die schepping.

Sommigen halen ten onrechte Kolossenzen 1: 15 aan en zeggen dat dit vers betekent, dat Christus als “de eerstgeborene der ganse schepping”, Zelf een deel van die schepping was. Het Griekse woord dat hier vertaald wordt met “eerstgeborene” -prototokos (van proto, “eerste” en tikto, “verwekken”) – geeft niet aan, dat Jezus geschapen was.

Integendeel, het herinnert ons er aan dat door Zijn opstanding Hij de “superioriteit” als “de eerstgeborene uit de doden” had. (Kolossenzen 1: 18; Openbaring 1: 4 – 6) Bovendien –  zoals juist opgemerkt in Vine’s Expository Dictionary of New Testament Words – is Kolossenzen 1: 15 een vers “waar Christus’ relatie met de Vader zichtbaar is en deze zin betekent zowel dat Hij de Eerstgeborene was voor de hele schepping en dat Hij Zelf de schepping produceerde. Het is de tweede voorwerpsnaamval, zoals vers 16 duidelijk maakt. Hij schiep Zichzelf niet.

 

 

Kolossenzen 1: 18

 

18 Hij is het Hoofd van de gemeente en de gemeente is zijn Lichaam. Hij is het begin van alles. Hij is de eerste die uit de dood is opgestaan. Zo is Hij dus van alles de eerste. 19 Want God had besloten Zelf in Jezus te komen wonen. 20 Door Jezus’ dood aan het kruis heeft God vrede met ons gesloten. Door Jezus heeft Hij de vriendschap hersteld tussen Hemzelf en alles wat leeft op de aarde en in de hemel.

 

 

Openbaring 1: 4 – 6

 

4 Johannes schrijft dit aan de zeven gemeenten in Asia (= Turkije): Ik bid dat God in alles goed voor jullie zal zijn. En dat jullie vol zullen zijn van de vrede van Hem die is en die was en die komt, de vrede van de zeven Geesten die voor zijn troon staan, 5 en de vrede van Jezus Christus. Hij heeft ons de hele waarheid bekend gemaakt en Hij is te vertrouwen. Hij is de eerste die uit de dood opstond. Hij is de hoogste Koning op aarde. Hij houdt zoveel van ons, dat Hij ons door zijn bloed heeft schoongewassen van onze ongehoorzaamheid aan God. 6 Daarom moeten we Hem alle eer geven! Hij heeft koningen van ons gemaakt en priesters voor zijn God en Vader. Hij regeert voor altijd en eeuwig! Amen! Zo is het!

 

 

Een andere belangrijke sleutel om de leerstelling van Paulus te begrijpen vindt U in Hebreeën 7. In de dagen van Abraham was Melchisedek de koning van Jeruzalem en “een priester van God, de Allerhoogste” (Genesis 14: 18 – 20).

 

Genesis 14: 18 – 20

 

18 Ook Melchizédek, de koning van Salem, kwam Abram tegemoet. Hij gaf hem en zijn mannen brood en wijn. Melchizédek was een priester van de Allerhoogste God. 19 Hij zegende Abram en zei: “Ik zegen je met de zegen van de Allerhoogste God, de Eigenaar van de hemel en de aarde. 20 En ik dank de Allerhoogste God, die ervoor zorgde dat je al je vijanden hebt overwonnen.” Toen gaf Abram aan Melchizédek een tiende deel van de hele buit.

 

 

Paulus schrijft dat Melchisedek bestond van eeuwigheid “zonder vader, zonder moeder, zonder geslachtsregister, zonder begin van dagen of einde des levens, en, aan de Zoon van God gelijkgesteld, blijft hij priester voor altoos”. (Hebreeën 7: 3)

 

 

Hebreeën 7: 3

 

3 Verder wordt er niets over hem gezegd. Zo is hij zonder vader, zonder moeder, zonder voorouders of kinderen, zonder begin van zijn leven en zonder eind van zijn leven. Hij is daarmee gelijk aan de Zoon van God en blijft voor altijd priester.

 

Melchisedek was “als de Zoon van God en bleef altijd een Hoge Priester. Als Jezus Christus nu onze Hoge Priester is (Hebreeën 5: 10), dan zijn Melchisedek en Jezus Christus één en hetzelfde eeuwige Wezen

 

 

Hebreeën 5: 10

 

10 Zo maakte God Jezus tot net zo’n Hogepriester als Melchizédek.

 

 

Religies, die Jezus Christus als een geschapen wezen beschouwen begrijpen Gods plan van behoud niet.

Jezus Christus is het “Woord”, die “God was” en “met God” was, eeuwig vanaf het begin (Johannes 1: 1-4), vòòr de schepping, die zal terugkomen als “Koning der koningen en Here der heren” (Openbaring 19: 13-16) om duurzame vrede te vestigen op de aarde. (Jesaja 2: 2-4).

 

 

Johannes 1: 1-4

 

1 In het begin was het Woord er. Het Woord was bij God, en het Woord was God Zelf. 2 In het begin was het Woord bij God. 3 Alle dingen zijn door het Woord gemaakt. Werkelijk alles wat er is, bestaat doordat het Woord het heeft gemaakt. 4 In het Woord was het leven, en het leven was het licht voor de mensen.

 

 

Openbaring 19: 13-16

 

3 Zijn kleren waren in bloed geverfd. Zijn naam is: ‘Het Woord van God’. 14 En de hemelse legers, gekleed in schone, witte, linnen kleren, volgden Hem op witte paarden. 15 Uit zijn mond kwam een scherp zwaard, waarmee Hij de ongelovigen verslaat. Hij zal streng over de volken heersen, als met een ijzeren staf. Hij zal Zelf de druiven uitpersen in de druivenpers van de straf van de Almachtige God. 16 Op zijn kleding staat bij zijn bovenbeen zijn naam geschreven: ‘Hoogste Koning en machtigste Heer.’

 

 

Jesaja 2: 2-4

 

2 Als het eind van de tijd is gekomen, zal de berg waarop de tempel van de Heer staat de hoogste berg zijn. Hij zal hoger zijn dan de hoogste bergen, indrukwekkender dan de hoogste heuvels. Alle volken zullen daarheen gaan. 3 Ze zullen zeggen: ‘Kom, laten we naar de berg van de Heer gaan, naar de tempel van de God van Jakob. Want we willen van Hem leren hoe we moeten leven. We willen leven zoals Hij het wil. Want vanuit Jeruzalem zal de Heer zijn wil bekend maken.’ 4 Hij zal rechtspreken over de landen en volken. Dan zullen zij hun zwaarden omsmeden tot ploegen. En hun speren zullen ze omsmeden tot snoeischaren. De volken zullen niet meer tegen elkaar strijden. Ze zullen hun bewoners niet meer leren oorlogvoeren.

.

 

.

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

 

999 of 666?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Vraag: “Wat is het merkteken van het beest (666)?”

 

 

 

 

Antwoord: De voornaamste passage in de Bijbel die het “merkteken van het beest” noemt is Openbaring 13:15-18. Andere verwijzingen kunnen gevonden worden in Openbaring 14:9, 11; 15:2; 16:219:20en 20:4. Dit merkteken dient als zegel voor de aanhangers van de Antichrist en de valse profeet (de woordvoerder van de Antichrist). De valse profeet (het tweede beest) is degene die ervoor zorgt dat de mensen dit merkteken nemen. Het merkteken wordt letterlijk in de hand of het voorhoofd geplaatst en is niet gewoon een pasje dat iemand bij zich heeft.

In Openbaring hoofdstuk staat dat het getal 666 een mens identificeert. In Openbaring 13:1 staat: “Hier komt het aan op wijsheid. Laat ieder die inzicht heeft het getal van het beest ontcijferen; er wordt een mens mee aange-duid. Het getal is zeshonderdzesenzestig.” Op de een of andere manier identificeert het getal 666 de Antichrist . De Antichrist zal een wereldleider zijn die men gaat aanbidden, omdat hij voor een tijd grote problemen zal oplossen.

Dan zal de duivel in die persoon incarneren en de koning van de aarde worden. Doordat hij in staat zal zijn won-deren te doen, keren velen zich van het ware geloof af. Zij die niet de Antichrist aanbidden zullen vervolgd wor-den en niet meer kunnen deelnemen aan de handel, zij worden uit de maatschappij verbannen. Na een korte periode zal Christus, voor de ogen van iedereen, uit de hemel nederdalen en de eindtijden volbrengen. Satan wordt dan voor  1000 jaar geketend en kan geen invloed meer hebben op de mens.

 

 

 

De getallenuitleg van 999 en 666

 

 

999

 

999-300x300

 

 

9 is een heilig getal dat verwijst naar Goddelijke perfectie.

999 symboliseert de Goddelijke drieëenheid ; 9 voor God de Vader, 9 voor God de zoon en 9 voor de Heilige Geest.

9+9+9 is 18 :1+8 is 9 > De heiligheid van God in al zijn hoedanigheden.

 

 

 

666

.

666_logo

.

 

6 is een getal dat verwijst naar de zondige, onperfecte mens.

666 symboliseert de totale verwerping van God.

6+6+6 is 18 : 1+8 is 9 > in dit geval een valse drieëenheid gebaseerd op de waarden van de duivel.

 

.

Keuze tussen goed en kwaad met alle gevolgen voor eeuwig

Keuze tussen goed en kwaad met alle gevolgen voor eeuwig

.

pasteltekening van John Astria

 

 

.

 

 

voorpagina openbaring a4

.

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

mijne kop a4                                                                                   JOHN ASTRIA

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tekstuitleg bij Mattheüs 24

Standaard

categorie : religie

 

 

 

de_toe68

.

 

.

Inleiding

.

Weinig christenen begrijpen de ‘rede over de laatste dingen’ van de Heer Jezus vermeld in Mattheüs 24 en 25. Vooral de dingen die onmiskenbaar op Israël slaan, worden dikwijls geldig geacht voor de Gemeente. In de Bijbel wordt het woord gemeente weergegeven als een algemene benaming voor de wereldwijde gemeenschap van ware christengelovigen.

Het is belangrijk dat wij een goed inzicht hebben in de verschillen in de eindtijd tussen enerzijds die van Israël en anderzijds die van de Gemeente. Als we het profetische Schriftwoord in wijsheid naspeuren, dan krijgen deze pro-fetieën een geheel ander aanzien. De ‘laatste dagen’ voor de Gemeente zijn namelijk niet die van Israël. De ‘laat-ste dagen’ van Israël liggen in het tijdvak van de zevenjarige verdrukking en hebben op hun beurt helemaal niets met de Gemeente te maken.

 

.

De context

.

Om een juiste uitleg van hoofdstuk 24 te kunnen garanderen is het noodzakelijk ten opzichte van de andere Evangeliën na te gaan welke de plaats van het Evangelie naar Mattheüs inneemt in het Nieuwe Testament. Niet alleen de opname was een geheimenis dat pas later door Paulus geopenbaard is maar ook de Gemeente was nog niet ontstaan. Dit gebeurde in Handelingen 2 met de uitstorting van de Heilige Geest.

Door het vermelden van het geslachtsregister van de Heer Jezus aan het begin van het Evangelie zien we dat Mattheüs het erom te doen geweest is om de Heer Jezus voor te stellen als de beloofde Messias, de Zoon van Abraham en Zoon van David. Hij is Degene in Wie de beloften en profetieën vervuld zijn, de Emmanuël (‘God met ons’) van God gekomen. Te midden van zijn volk heeft Hij de tekenen verricht die zijn Messiasschap bewijzen en het koninkrijk aankondigen.

De andere Evangeliën benadrukken een ander kenmerk van de Heer Jezus. Markus laat ons de Heer Jezus zien als de ‘dienstknecht’, Lukas als ‘de Zoon des mensen’ en Johannes tenslotte als ‘Zoon van God’.

.

 

Een overzicht van het Evangelie naar Mattheüs maakt dat duidelijk:

.

1. De afkomst van de Messias van David (1:1)

2. De wijzen uit het oosten zoeken de Koning (2:2)

3. De Christus wordt geboren in Bethlehem (2:5)

4. Johannes de Doper kondigt het koninkrijk aan (3:1)

5. Er is sprake van Jeruzalem, de heilige stad (4:5)

6. De zogenaamde Bergrede – de grondbeginselen van het Koninkrijk (hfdst.5-7.)

7. Uitzending van de discipelen gepaard gaande met de krachten van het Koninkrijk (10:1-15)

8. Heil in beginsel alleen voor Israël (10:5; 15:34)

9. Verwerping van de Koning. (11:2; 14:1) (In principe is dit al gebeurd door de arrestatie en moord op Johannes de Doper)

10. De verwerping van Koning Jezus definitief (12:22-32, 46; 13:2)

11. Koninkrijk in verborgen vorm word aangekondigd (Mt13)

12. Aankondiging van de (toekomstige) Gemeente (Mt16:18)

13. Daaropvolgend de aankondiging van Jezus lijden en sterven (16:21)

14. Intocht in Jeruzalem (21:5) gevolgd door de vervloeking van de vijgenboom en de terzijde stelling van Israël (21:43)

15. Weeklacht over Jeruzalem (23:37)

16. Rede over de laatste dingen waarin het oordeel over Israël, Christendom en de volkeren (Mt24-25)

17. Tenslotte de daadwerkelijke verwerping en kruisiging van de Koning (27:29, 38)

18. De opstanding, hemelvaart en de opdracht en uitzending van Jezus’ discipelen (Mt28)

 

 

.

We kunnen het evangelie naar Mattheüs dan ook als volgt indelen:

.

Hoofdstuk 1-10   – De aankondiging en openbaring van de Koning.

Hoofdstuk 11-13 – De tegenstand van de Koning.

Hoofdstuk 14-20 – De terugtrekking van de Koning.

Hoofdstuk 21-27 – De verwerping van de Koning.

Hoofdstuk 28      –  De opstanding van de Koning.

 

.

.

De sleutel tot begrip

.

Een eerste maar beperkte vervulling van de ‘profetie over de laatste dingen’ kwam tot stand in 70 n.Chr., toen de Romeinen Jeruzalem verwoestten en de Joden over de hele wereld werden verspreid (diaspora). In die tijd werd echter het gedeelte van Mt24:29-31 (Mk13:24-27; Lk21:25-27) niet vervuld, namelijk: de wederkomst van de Heer.

Wij die vlak voor de wederkomst leven moeten deze profetische schriftplaatsen nu bezien in de grotere dimensie die ze hebben, namelijk de uiteindelijke en algehele vervulling. Ze hebben nu een betekenis voor enerzijds de Gemeente, die door haar Heer vóór de zevenjarige verdrukking in de lucht zal opgenomen worden naar het vaderhuis, en anderzijds de Joden die tijdens deze verdrukking tot bekering zullen komen en daarna hun Messias op aarde zullen zien verschijnen.

Nu is het beslist zo dat de periode van de Gemeente niets van doen heeft met het Joodse tijdperk, en omgekeerd. In de verdrukkingstijd neemt God de draad met Israël terug op en dan is het gemeente- en genadetijdperk afgesloten. Israël en de Gemeente staan op totaal verschillende verbondsgronden.

Christenen verwachten hun Heer altijd, de Heer komt voor de belijdende kerk op een uur dat niemand kent. Christenen moeten beslist geen tekenen afwachten en zij zullen de komende Antichrist en de verdrukking geenszins meemaken. Joden echter krijgen tekenen waarnaar zij in de verdrukkingstijd zullen uitkijken als bakens van waarschuwing, attentie en bemoediging.

 

 

De Openbaring hoofdstuk 13 : de opkomst van de valse profeet en de antichrist

De Openbaring hoofdstuk 13 : de opkomst van de valse profeet en de antichrist

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

 

Joden, christenen en volken

.

In deze bespreking volgen wij ‘de rede over de laatste dingen’ in de versie volgens Mattheüs. Mattheüs 24-25 laat zich opsplitsen in drie thematische delen die toepasselijk zijn voor Joden, christenen en de volken:

.

  1. Joden: in Mt24:1-35 zijn alle kenmerken Joods en van toepassing op de Joden.
  2. Christenen: in Mt24:36 tot Mt25:30 gaat het over waakzaamheid voor ‘de dag des Heren’ en de voorafgaande komst van de Heer tot zijn bruid, de Gemeente.
  3. Volken: in Mt25:31-46 gaat het over het oordeel over de volken, aan het begin van het vrederijk.

.

.

 

De vraag over de laatste dingen

.

Als we naar Mattheüs 24 kijken, dan zien we in de eerste drie verzen de behandelde onderwerpen van de profetie en dat zijn:

  1. Het tijdstip waarop de tempel zal afgebroken worden.
  2. Het teken van Christus’ komst
  3. Het teken van de voleinding van de “eeuw”

De tempel en de vraag naar tekenen zijn eigen aan de Joden (1Kor1:22; Mat12:38; Joh4:48). Dit heeft niets met de Gemeente te maken, maar alles met Israël. De Gemeente kan er wel wat uit leren, zoals uit de gehele Schrift trou-wens (Rm15:4), maar dat is wat anders dan de profetie rechtstreeks op haar toepassen.

In 70 n.Chr. werd de profetie betreffende de tempel vervuld. Deel II en III van de profetie echter werden toen niet vervuld. Dit komt omdat het gemeentetijdperk nog tussen de Israëltijdperken in geschoven moest worden. Maar dat was op het moment van de profetie nog een ‘verborgenheid’ (Rm11:16-25; Ef3:3-6; Kol1:24-27).

 

.

Het begin van de weeën: de eerste 3,5 jaren

van de zeventigste jaarweek.

.

Dit gedeelte is niet voor de Gemeente bedoeld want zij moet geen tekenen afwachten maar hun Heer altijd ver-wachten. Ook de uitdrukking ‘wie zal volharden tot het einde zal behouden worden’ (Mt24:13) kan niet op de Gemeente slaan, want voor hen is behoud geen zaak van eigen volharding. Nergens in het Nieuwe Testament wordt tot christen-gelovigen gezegd dat zij voor hun behoud moeten volharden. God is hun volharding (Rm15:5; 1Kor1:11). De kerk, gezien als christelijk getuigenis op aarde, wordt gevraagd te waken.

De Gemeente wordt ook niet misleid door het optreden van valse christussen. De Gemeente verwacht geen op aarde verschijnende Christus, maar een opname, ‘de Heer tegemoet in de lucht’ (1Thes4:17), naar het Vaderhuis (Jh14:3). Het gaat hier over Israëlieten die zullen leven ná de opname van de Gemeente. Zij zullen dan pas tot be-kering komen en gaan uitkijken naar de (weder)komst van hun Messias. Zij krijgen waarschuwingen te horen opdat zij, in de verdrukkingstijd die dan is losgebarsten, zouden ‘volharden tot het einde’.

Zij krijgen te horen dat dit nog maar een ‘begin van de weeën is’ die over de aarde komen. Deze periode is de eerste halve jaarweek, naar analogie met de tweede helft van deze profetische ‘week’ in Dn9:27. Daarna moet de verschrikkelijke ‘grote verdrukking’ komen. Wat hier wordt beschreven komt overeen met Openbaring 6: de ver-breking van de eerste zes zegels. In die tijd wordt niet meer het evangelie van de genade gepredikt, maar ‘het evangelie van het koninkrijk’ (Mt24:14) door de Joden (zie de ‘twee getuigen’ in Op11).

 

 

De Openbaring hoofdstuk 6 : het breken van de eerste vijf zegels

De Openbaring hoofdstuk 6 : het breken van de eerste vijf zegels

 

Pasteltekening van John Astria

.

.

 

De grote verdrukking: de laatste 3,5 jaren

van de zeventigste jaarweek

.

Bemerk goed de Joodse kenmerken: ‘heilige plaats’ (de herbouwde tempel!), ‘Jeruzalem’, ‘zij die in Judea zijn’ en ‘sabbat’. Deze passage heeft geheel niets met de Gemeente van doen, maar alles met de Joden, die in hun land zijn teruggekeerd. Zoals hierboven reeds werd opgemerkt wordt de Gemeente niet misleid door valse christussen. Zij ziet niet uit naar een op aarde verschijnende Christus en zij verwacht een plotselinge, hemelse opname die zij altijd moet verwachten, onafgezien gebeurtenissen of tijden.

Hier begint de ‘grote verdrukking’. De Joden kunnen het tijdstip ervan gemakkelijk berekenen zodat het hen niet onverwachts overvalt. Ze omvat de tweede helft van de ‘week’ in Dn9:27. Deze is 1260 dagen (Op11:3; 12:6), 42 maanden (Op11:2; 13:5) of ‘een tijd, tijden en een halve tijd’ (Dn7:25; 12:7; Op12:14) lang. Dit zijn 3,5 profetische jaren. De grote verdrukking begint onzichtbaar met het neerwerpen van de duivel uit de hemel (Op12:7-9).

In Dn12:11 lezen we dat aan het begin van de laatste halve week het dagelijks offer zal worden gestaakt en dat daarvoor in de plaats een ‘gruwel’ zal worden opgericht (Dn9:27 en 12:11; Mt24:15; Mk13:14). Dit is het zichtbare begin van de ‘grote verdrukking’ (Mt24:21; Mk13:19; Op7:14). Dit is de ‘tijd van benauwdheid voor Jakob’ (Jr30:7; zie ook Dn12:1).

 

.

De Openbaring hoofdstuk 16 : de 7 offerschalen worden uitgegoten

De Openbaring hoofdstuk 16 : de 7 offerschalen worden uitgegoten

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

 

De wederkomst van Christus op aarde terstond

ná de grote verdrukking

.

De Heer verschijnt nu zichtbaar voor iedereen die op aarde leeft. Dit is niet bedoeld voor de Gemeente, want hun opname is reeds achter de rug. Bij de opname verschijnt de Heer voor de Gemeente alléén, zijn bruid, wanneer ze wordt opgenomen, ‘de Heer tegemoet in de lucht’ (1Th 4:17). Hier in Mt 24:30 komt de Heer fysisch terug op aarde, op dezelfde wijze als dat hij van zijn discipelen was vertrokken, bij de hemelvaart: ‘En alzo zij hun ogen naar de hemel hielden, terwijl Hij heen voer, ziet, twee mannen stonden bij hen in witte kleding; Welke ook zeiden: Gij Galilése mannen, wat staat gij en ziet op naar de hemel? Deze Jezus, Die van u opgenomen is in de hemel, zal alzo komen, gelijkerwijs gij Hem naar de hemel hebt zien heen varen’ (Hd1:10-11).

De tijdslijn maakt nu een sprong en loopt verder in Mat25:31, waar het oordeel over de volkeren begint. Eerst echter zijn er nog een paar excursies die betekenis hebben voor Israël én de Gemeente.

 

.

 

De gelijkenis van de vijgenboom

.

‘Wanneer gij al deze dingen zult zien’ (vs. 33): zoals betoogd moet de Gemeente geen tekenen afwachten, maar in alle tijden en omstandigheden haar Heer verwachten (Tt2:13; 1Th1:10; Fil 3:20). De Schriftplaatsen over de Opna-me spreken nooit over voorafgaande tekenen: Mt24:36-44; Jh14:1-3; 1Kor15:51-55; 1Th1:9, 10. Deze gelijkenis heeft daarom weer niets van doen met de Gemeente.

De vijgenboom is Israël (vgl. Lk13:6-9). Uit de vijgenboom-gelijkenis mag Israël leren, dat wanneer zij ‘al deze dingen’ zullen zien gebeuren, de zomer nabij is, en dat betekent dat de komst van de Messias en zijn vrederijk ‘nabij is, voor de deur’ (vs. 33). Het uitlopen van de vijgenboom is in de eerste plaats een beeld van ‘deze dingen’, namelijk de ontwikkelingen die precies gebeuren zoals de Heer ze in zijn rede heeft voorzegd.

Als de takken van de vijgenboom zacht worden en de bladeren uitlopen, dan betekent dit dat Israël aan een gees-telijk ontwaken is begonnen. Dat zal niet gebeuren vóór maar wel ná de opname van de Gemeente. Het gaat hierover niets anders dan ontwikkelingen vlak ná het Gemeentetijdperk, wanneer God de draad met Israël weer opneemt en zij ‘ontwaken’ zullen als een vijgenboom in de lente.

In Lk21:29-31 spreekt de Heer niet enkel over de vijgenboom maar ook over alle bomen: ook de naties van de eindtijd komen tot ontwaken. Wij zien in onze tijd dat Israël aan een nationale heropstanding bezig is sinds 1948, maar dat is niet de eigenlijke vervulling van Jezus’ woorden. De woorden van de Heer betreffen het Israël van de eindtijd, ná het Gemeentetijdperk, in de zeventigste jaarweek. In Jezus’ rede van de laatste dingen is eerder een geestelijk ontwaken bedoeld.

Wij kunnen in de huidige nationale ontwikkelingen wel een voorbode zien, namelijk dat ook de geestelijke herop-standing niet meer veraf kan zijn, maar de tempel is nog niet herbouwd, de eredienst is nog niet hersteld en de Joden zijn nog steeds ‘verhard’ (Rm11:25).

 

 

bijbel40

 

.

 

Dit geslacht

.

‘Dit geslacht’ (vs. 34) is het Joodse volk, zowel de tijdgenoten van Jezus als, in bredere zin, het Joodse volk tot aan de volledige vervulling van de profetie en de wederkomst van de Heer (vs. 30). ‘Dit geslacht’ is niet een periode van één generatie, zoals sommige christenen denken (en ook sekten, zoals de Jehovah-getuigen). De Heer Jezus bedoelt hiermee de Christus-verwerpende Joden, die er altijd zouden zijn, doorheen de eeuwen, tot aan Zijn wederkomst. Zij blijven als volk bestaan totdat ‘Al deze dingen zullen geschied zijn’ (vs. 34).

Dit is de hele periode van de verwerping van Israël en gelijk ook de tussenvoeging van de Gemeente (Rm11). Al die tijd zou de Heer Israël bewaren: ‘Want God heeft hen allen onder de ongehoorzaamheid besloten, opdat Hij hun allen zou barmhartig zijn. O diepte des rijkdoms, beide der wijsheid en der kennis Gods, hoe ondoorgrondelijk zijn Zijn oordelen, en onnaspeurlijk Zijn wegen!’ (Rm11:32-33).

.

 

.

Geen berekeningen maken

.

Een belangrijk argument hierbij is hetgeen staat in M24:36: ‘Doch van die dag en die ure weet niemand, ook niet de engelen der hemelen, dan Mijn Vader alleen.’ Deze Schriftplaats mogen we niet uithollen door te gaan bewe-ren dat één geslacht gelijk staat aan één generatie, of nog erger: één geslacht = 40 jaar. Het is wel zo dat de verwoesting van Jeruzalem in 70 n.Chr. binnen zo’n tijdvak is te plaatsen, achteraf bekeken, maar dat betekent niet dat wij zo mogen berekenen. Trouwens, in 70 n.Chr. werd de profetie niet vervuld want ‘die dag’, of ‘de dag des Heren’, en ‘de wederkomst des Heren’ is toen niet gebeurd.

Het woord van de Heer in Mt24:36 laat zeker niet toe van 30 of 40 jaar af te tellen tot alles zou zijn geschied. Slechts in de verdrukkingstijd zullen de Joden twee keer 3,5 jaar of 1260 dagen kunnen aftellen, daarnaast ge-holpen door zichtbare tekenen. Tekenen en berekenen is voor de Joden, en de Joods bedelingen, maar de Gemeente heeft daar helemaal niets mee te maken.

 

 

 

De Zoon des mensen komt op een onbekend tijdstip

.

Dit gedeelte kan onmogelijk op Israël van toepassing zijn. Hier is geen sprake meer van uitkijken naar tekenen, maar van een onbekend tijdstip waarop de Heer komt. Dit is de komst voor de Gemeente. Daarachter ligt er nog een bekend tijdstip waarop de Heer komt, voor Israël en de overblijvende volken, aan het eind van de grote verdrukking. Daartussen liggen de zeven jaren van de 70e. jaarweek of de ‘Dag des Heren’. Van die onbekende dag waarop de Heer zijn Gemeente ophaalt en aanstonds de ‘Dag des Heren’ begint, staat er: ‘Doch van die dag en die ure weet niemand, ook niet de engelen der hemelen, dan Mijn Vader alleen’ (Mt24:36).

Dit is niet Jezus’ zichtbare komst op het einde van de grote verdrukking, want dat is een bekende dag. Men kan na de opname zeven jaren op de kalender uitzetten. Als de ‘gruwel der verwoesting’ (Mt24:15) in de tempel komt te staan, dan kan men beslist 3,5 jaar (Dn7:25; 12:7; Op12:14), of 1260 dagen (Op11:3; 12:6), of 42 maanden (Op11:2; 13:5) op de kalender uitzetten om precies te weten wanneer de Heer komt.

Het onbekende tijdstip van Jezus’ komst (Mt24:36), is niet alleen onbekend voor ongelovigen maar ook voor ge-lovigen, ja zelfs voor de Zoon des mensen. Dit moeten we goed onderscheiden van Jezus’ komen ‘als een dief’ (1Th5:2; 2Pet 3:10; Op3:3; 16:15), namelijk voor degenen die niet waakzaam zouden zijn of in ongeloof vertoeven. Voor dezen komt de Heer altijd als een dief, gelovigen zijn altijd waakzaam: zij houden er altijd rekening mee dat de Heer vandaag nog kan komen, en zij leven er helemaal naar toe, ook al weten zij ‘dag nog uur’.

De wereld zal erg verrast worden door de plotselinge opname van de Gemeente. In die tijd zullen zij hun gewone gangetje gaan en eten, drinken, huwen … alsof er niets aan de hand is. Er is in de passage geen sprake van een grote verdrukking maar eerder van een relatieve vrede. Niemand had ermee gerekend dat er zo’n ingrijpende ge-beurtenis zou plaatsvinden. Als gevolg daarvan worden zij nu verrast door de plotselinge wegname (opname) van vele mensen, waarbij zelfs familieleden. Daarop komt de hele wereld in beroering en de verdrukkingstijd begint.

Voor alle duidelijkheid, in Mt24:40-41 staat er (tweemaal): ‘de een zal aangenomen en de ander zal verlaten wor-den. Dit wegnemen betekent de opname, en de overige mensen worden gelaten waar zij zijn om overge-leverd te worden aan de verdrukkingstijd. De dag des Heren begint dus wanneer Hij Zijn gemeente onverwachts opneemt (1Kor15:51-52), vóór alle oordelen die over de wereld komen. De opname op zich is reeds een oordeel voor de naamchristenen en ongelovigen die achtergelaten worden. De Heer redt zijn Gemeente echter van de komende toorn (1Th1:10; 5:9), de grote verzoeking (Op3:10,11).

In Op 4 en 5 zien we de opgenomen Gemeente vertegenwoordigd in de 24 oudsten. Wanneer in Op 6 de ver-drukkingstijd losbarst is er geen sprake meer van de Gemeente. In Op 1 tot 3 komt de naam ‘Gemeente’ 19 maal voor; daarna niet meer, dan is alles terug kenmerkend Joods: het Gemeentetijdperk is voorbij. Deze komende ‘toorn’ is niet de hel. De toorn begint met het verbreken van de zegels van het oordelenboek (zie Op 5) vanaf Op 6. Wanneer die verbroken worden zien we in Openbaring de uitbarsting van het ene oordeel na het andere, steeds krachtiger. Voortdurend is er sprake van Gods toorn.

Het verschijnen van de Antichrist is een van de grootste uitingen van Gods wraak (Dn9:27; 2Th2:9-12; Op6:1, 2). Deze toorn duurt de volle zeven jaar, de zeventigste jaarweek. Dit alles is de “Dag des Heren” (2Th2) en dat wordt de Gemeente bespaard. De opname van de Gemeente (2Th2), de tempel van de Heilige Geest, geeft aanleiding tot het uitbreken van de verdrukkingstijd die overeenkomt met de laatste jaarweek in Daniël 9. God neemt dan de draad weer op met Israël (Rm11).

Israël zal geestelijk opstaan en alle gebeurtenissen voltrekken zich zoals de Heer die heeft voorzegd. Uit die vervullingen kan Israël opmaken dat de Messias en Zijn vrederijk nabij is, voor de deur. Met het boek Daniël of Openbaring kunnen zij dan zelfs precies berekenen wanneer hun Heer komt.

 

 

De Openbaring : hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

De Openbaring : hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

 

Pasteltekening van John Astria

.

.

 

Het oordeel over de volken

.

Dit gedeelte vindt rechtstreeks aansluiting bij Mt24:31 alwaar sprake is van het bijeen vergaderen van de uitver-koren, de getrouwe Joden. Hier echter worden de volken verzameld en gescheiden als schapen en bokken. De troon die we hier zien is deze van bij het begin van het duizendjarig vrederijk. Alle nog levende volken worden ervoor verzameld. Zij worden beoordeeld over de manier waarop zij de predikers van het Koninkrijk hebben behandeld (Mt24:14). Dit mogen we niet verwarren met de ‘grote witte troon’ uit Op20:11, die helemaal aan het eind van het duizendjarig vrederijk komt, en dan zullen ook de doden geoordeeld worden.

 

 

.

 Conclusie

 

.De Schriftuurlijke conclusie kan niet anders zijn dan dat de uitdrukking ‘dit geslacht’ (Mt24:34, Mk13:30 en Lk21:32), enkel te maken heeft met het Joodse volk als zodanig en niet een bepaald tijdperk van één generatie. Pas ná het Gemeentetijdperk, en niet ervóór, zal God de draad met Israël terug opnemen in de verdrukking. Dan pas wordt Israël geestelijk hersteld en komen zij tot bekering. Vóór deze verdrukking moeten wij niet ‘één gene-ratie’ van Israël afmeten. Pas in de verdrukking zullen de tekenen der tijden duidelijk worden.

Vóór de verdrukking is er slechts één belangrijke gebeurtenis, en gelijk ook een teken voor Israël en de wereld: de opname van de Gemeente. Dit zal als een totale verassing komen en aanleiding geven tot de verdrukking. Wel is het waar dat het ‘wereldtoneel’ voor de aanstaande gebeurtenissen in onze tijden wordt opgezet, zowel met be-trekking tot de volken, de (moslim)vijanden van Israël, de oprichting van de staat Israël, de terugkeer van Joden, het gedeeltelijke bezit van Jeruzalem, enz.

Maar dit is niet het ‘begin van de weeën’ (‘beginsel der smarten’ ) van Mt24:8, waarbij de tekenen der tijden duidelijk worden voor de Joden, en die hen ook tot bekering zullen leiden. Vóór de verdrukking is er beslist geen tijdperk van ‘één generatie’ van Joden waarop ook maar iets van de rede der laatste dingen van de Heer van toepassing is. De Gemeente heeft die tekenen niet nodig, en Israël zou ze in haar onbekeerde toestand niet kun-nen zien. Er zijn wel twee perioden met tekenen over de laatste dingen: 1e. de periode 33-70 n. Chr, en 2e. de ‘zeventigste jaarweek’ (de verdrukking).

Wij moeten vóór de Opname geen tekenen der tijden verwachten, noch voor de Gemeente, noch voor Israël. De Schrift wijst eerder op het tegendeel, het leven gaat zijn gewone gangetje totdat plots de Gemeente wordt opgenomen (Mt24:38). Daarna zal het Joodse volk de tekenen zien die haar toebehoren, en tot bekering komen.

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

John Astria