Category, categorie : A complete animated overview of the bible
.
.
Book of Romans, summary (Part 1)
.
Boek Romeinen, samenvatting (deel 1)
.
.




.
.
.
Evolutie is de overtuiging dat al het leven op aarde van een enkele voorouder afstamt, een eenvoudige levende cel. Evolutionisten zijn de mensen die dit geloof aanhangen. Veel evolutionisten geloven dat het eerste leven vanzelf uit niet levende materie is ontstaan. Daarbij wordt vaak ook nog geloofd in een spontaan ontstaan van alle materie door ‘de oerknal’; een expansie van tijd en ruimte vanuit een ondeelbaar klein ruimte-tijdgebied, de “Big Bang” genoemd.
.
.

.
.
Veel mensen gaan er vanuit dat de variatie die we nu binnen de soorten zien (zoals de verschillende soorten schildpadden, honden, paarden, kippen, rozen en orchideeën) omgezet kan worden naar het verleden. Dat zou betekenen dat de verandering die we nu zien zo ver kan worden doorgetrokken, dat elk levend wezen in de geschiedenis van de aarde afstamt van het ‘eerste’ eencellige leven, dat op zich weer vanzelf ontstaan is uit levenloze materie. Hiervoor zijn honderden miljoenen jaren veronderstelt men.
Voor het ontstaan van die eerste cel heeft echter nog niemand een algemeen aanvaarde wetenschappelijke verklaring kunnen geven. De miljoenen tot miljarden jaren lijken op zich bewezen, gezien het feit dat het radioactief verval van bepaalde elementen heel veel tijd kost en het licht van sterren er heel lang over gedaan moet hebben om hier te komen.
Maar daarbij gaat men er vanuit dat deze processen in het verleden altijd even snel gegaan zijn als nu. Gaan we uit van een schepping, dan is het heel aannemelijk dat allerlei processen in het prille begin veel ‘soepeler’ verliepen dan nu. Zo kan via verschillende wetenschappelijke modellen aangetoond worden dat het licht van de sterren bijna direct op aarde belandde, zonder een verhoging van de lichtsnelheid.
Uiteindelijk kunnen alle dingen,volgens de Bijbel, die we nu op aarde zien in een geschiedenis van zes- tot achtduizend jaar ontstaan zijn. De schepping heeft volgens de Bijbel dus geen miljoenen jaren geleden plaatsgevonden, maar slechts tussen de 6000 en 8000 jaar geleden.
.
.
“Want sinds de schepping van de wereld zijn de onzichtbare dingen van God, Zijn eeuwige kracht en Zijn goddelijkheid, duidelijk zichtbaar, ze worden begrepen door de dingen die gemaakt zijn, zodat zij (mensen) geen excuus hebben.”
(Romeinen 1:20)
.
Deze tekst komt uit de brief van Paulus aan de Romeinen. Paulus zegt dat er geen excuus is voor mensen om niet in God te geloven. Hij heeft alles geschapen en alles is duidelijk zichtbaar. Maar waarom zien zo veel mensen dat niet zo? Zou het iets te maken kunnen hebben met wat men wil geloven?
God heeft in het begin de aarde en alle basissoorten van levende wezens gemaakt. We zien een grote rijkdom aan variatie, wat wijst op een zeer ingenieus ontwerp. We zien uitwisseling van genetisch materiaal, maar aan het oorspronkelijke bouwplan verandert niets. Niemand heeft ooit waargenomen hoe de huidige families ontstaan zijn uit eerdere vormen.
Natuurlijk moet ook gezegd worden dat niemand heeft gezien hoe God de dieren maakte, maar het geloof dat Hij het heeft gedaan is minder problematisch dan geloven in een spontaan ontstaan en ontwikkelen van al het leven uit dode materie.
.
.

.
.
.Dit moeten jullie eerst weten, dat er in de laatste dagen spotters zullen komen, die naar hun eigen begeerten zullen wandelen, En zeggen: “Waar is de belofte van Zijn komst? Want vanaf de dag, dat de vaderen gestorven zijn, blijven alle dingen hetzelfde van het begin van de schepping“. 2 Petrus 3:3-7
.
Volgens Petrus laat zien dat mensen de neiging hebben om het bestaan van God weg te redeneren, door angst of teleurstelling (“God laat zich toch niet zien”). Maar God wordt in de Bijbel niet als gevaarlijk beschreven. Hij is altijd bereid om te vergeven en heeft het beste met ons voor. Alleen mensen die bewust tegen Hem blijven zondigen, lopen gevaar om veroordeeld te worden. “Belijden we onze zonden, dan zal hij, die trouw en rechtvaardig is, ons onze zonden vergeven en ons reinigen van alle kwaad” (1 Johannes 1:9).
.
.
Een overtuigend bewijs kan geleverd worden door het aanvoeren van vele bewijsstukken en een persoonlijke overtuiging kan gevormd worden door intensief onderzoek. We kunnen aan de hand van de feiten uit het verleden een logische conclusie trekken over de dingen die we niet kunnen waarnemen, het bovennatuurlijke, en de dingen die we met het oog kunnen zien. Dit is anders dan in ‘de wetenschap’, waarbij een groot aantal mensen tot een overeenstemming komen.
.
.
.
.

.
.
.Gods boodschap is duidelijk en eenvoudig, maar soms lastig te accepteren voor mensen met een hoge intelligentie.
Jezus zelf zei: (Luk 10:21) “Ik dank U, Vader, Heer van hemel en aarde, dat U deze dingen verborgen hebt voor wijze en intelligente mensen en dat U ze geopenbaard hebt aan eenvoudige mensen…” Het is moeilijker voor hoog intelligente mensen omdat ze knap zijn in het verzinnen van ‘uitvluchten’.
In Mattheus 22:37 staat: “Jezus zei … u moet de Heer uw God liefhebben met uw hele hart, … ziel en … verstand.” Dat betekent dat ons verstand erbij betrokken is.
En in Handelingen 17:11 lezen we: “[De mensen in Berea] waren beter … want ze onderzochten dagelijks de geschriften om te zien of het echt waar was [wat Paulus en Silas hun vertelden]”
We moeten dus onderzoeken en tot een eerlijke conclusie komen.Desnoods probeer je te bewijzen dat de Bijbel niet betrouwbaar is. Gebruik je verstand, stel vragen en je mag best twijfels hebben. Als je met die vragen en twijfels maar wat doet en gaat onderzoeken. Paulus en Silas konden de Bereanen ook niet zomaar iets wijsmaken. Zij gingen het onderzoeken in de boeken. In deze tijd zijn er veel meer bronnen om uit te putten.
.
.
.
.
.
.
.
.
De rookkwarts heeft alle tinten van rook- of roetaanslag: van bruinig geel, lichtgrijs tot diepzwart. De steen kan helder en transparant zijn met een geelbruine zweem, maar ook ondoorzichtig zwart. Gelige tinten zijn ook mo-gelijk. Diep zwarte rookkwarts wordt morion genoemd. In esoterische kringen heet morion ook wel Osiris-kristal. Morion uit Schotland draagt de naam Cairngorm, naar het Schotse gebergte waar veel rookkwarts gevonden wordt. De karakteristieke kleur ontstaat vooral door de inwerking van natuurlijke radioactieve straling op kwarts. Omdat deze radioactiviteit, blootgesteld aan daglicht, na verloop van tijd vervalt, kan rookkwarts verbleken.
Rookkwarts geeft zelf geen radioactieve straling af en is dus niet gevaarlijk. De rookkwarts is geliefd als sier- en heelsteen. De steen wordt vaak gebruikt in religieuze voorwerpen, zoals rozenkransen en crucifixen. Ook is hij geliefd voor he-renringen en rouwsieraden (kettingen, oorbellen). Facet geslepen rookkwarts wordt vaak aange-boden onder duur klinkende namen als rook-topaas of Alençon-diamant. Het is een sterk aardende steen. Hij versterkt je intuïtie en helpt grote veranderingen in je leven te realiseren.
.
.
.
.
De naam rookkwarts verwijst vanzelfsprekend naar het rokerige uiterlijk van deze kwartssoort. Morion als naam voor diep zwarte rookkwarts is een verkeerde overlevering van het Latijnse mormorion (‘rookkwarts’).
.
.
.
.
Rookkwarts wordt al zeer lang gebruikt in sieraden. Er zijn gebruiksvoorwerpen (artefacten) uit de Steentijd ge-vonden. Uit het Oude Egypte zijn kralen van rookkwarts bekend. De Romeinen droegen de rookkwarts in sieraden in tijden van droefheid, omdat rookkwarts ondanks het verdriet nieuwe energie, moed en levenslust schenkt. De Romeinse schrijver/wetenschapper Plinius de Oudere (23-79 n.Chr.) gaf de steen zijn Latijnse naam mormorion (‘rookkwarts’). Arabische volkeren zien de rookkwarts als de steen van de trouw en vriendschap, die bij naderend onheil verkleurt. Rookkwarts was vroeger zeer geliefd in rouwsieraden.
.
.
.
.
* Rookkwarts maakt realistisch en praktisch.
* Hij helpt op een zachte manier te aarden. Rookkwarts absorbeert negatieve energieën.
* Rookkwarts maakt weerbaar en optimistisch. Het maakt positief en levenslustig. Moedeloosheid en tegenzin veranderen in een actievere houding.
* Rookkwarts helpt je met oude patronen doorbreken. Stoppen van een verslaving aan snoep, chocola, roken of pillen lukt beter met rookkwarts.
.
.
.
.
Rookkwarts is sterk verwant aan bergkristal, amethist en citrien. De steen gaat bij verhitting zelfs over in citrien. Veel diepzwarte rookkwarts die op de markt is, is in feite bergkristal bewerkt met radioactieve straling.
.
.
Samenstelling: SiO2 + (Al, Li, Na, Fe)
Hardheid: 7, bros
Glans: glasglans
Transparantie: doorzichtig, doorschijnend,
ondoorzichtig
Breuk: schelpvormig, korrelig
Splijtbaarheid: onduidelijk
Dichtheid: 2,65
Kristalstelsel: trigonaal
.
.
.
.
.
.
In welke verhouding staat de doop hier met de redding?
Komt de redding voor de doop of als een resultaat ervan? We kunnen niet meer gered worden voor de doop als dat redding mogelijk is voordat we geloven. Het is zoals 1 + 1 = 2. Als je eender welke wegneemt dan krijg je niet langer meer 2. Gelijkerwijs is het als je ofwel de doop ofwel het geloof wegneemt, dat je geen redding meer hebt.
Sommigen zullen antwoorden dat je zal veroordeeld worden als je niet gelooft, maar niet dat je veroordeeld wordt als je niet bent gedoopt. De Bijbel zegt niet altijd woord voor woord wat we moeten doen om verloren te gaan. De Bijbel zegt ons wat we moeten doen om gered te worden en er wordt verwacht van ons om dit te doen. Als we het niet doen dan gaan we verloren.
Hier wordt gezegd dat we 2 dingen moeten doen om gered te worden. Om verloren te gaan, moet je slechts één ervan weglaten. Als je geen geloof hebt, zal je waarschijnlijk ook niet worden gedoopt, en ook al zou je het dan doen, dan zou het geen zin hebben. Om verloren te gaan is gemakkelijk – gewoon niet geloven.
Om gered te worden is moeilijker – je moet geloven en gedoopt worden. Verder zal de persoon, die een waar geloof heeft, geloven dat de doop nodig is. Jezus zei om het evangelie te geloven (vs 15-16), wat zegt dat het hij die gelooft en zich laat dopen zal behouden worden. Wat niet gelooft, gelooft ook het evangelie niet!
Merk het verschil op tussen wat mensen zeggen en wat de bijbel zegt:
Mensen zeggen: Hij die gelooft is behouden en mag worden gedoopt. Het evangelie zegt: Hij die gelooft en zich laat dopen zal behouden worden. Beiden geloof en doop zijn noodzakelijk om gered te worden. Herinner u dat het volgen van leringen van mensen die verschillen van het evangelie leidt tot veroordeling (Galaten 1:8; Matteus 15:9; enz).
In welke verhouding staat de doop hier met de redding?
Zijn de zonden vergeven voor de doop of als het gevolg ervan? Merk op dat de bedoeling van de doop duidelijk wordt weergegeven, dat het is tot de vergeving van zonden.
Wat betekent “tot vergeving van zonden”?
Sommige zeggen dat “tot” betekent “omwille van”, zoals ‘hij kreeg een bekeuring omwille van zijn hardrijden” – Hij kreeg de bekeuring omdat hij hard had gereden, niet omdat hij zou gaan hardrijden. ‘Tot’ kan deze betekenis hebben, maar in Handelingen 2:38 kan het dit niet betekenen.
Denk eens na tegen wie Petrus aan het spreken was. Als “tot” betekent “ze hadden al vergeving ontvangen”, dan moet Petrus tegen mensen spreken die gered waren. Is dat zo? Hij had hen juist veroordeeld omdat ze Jezus hadden gedood (vs 36), en ze waren diep in hun hart getroffen en vroegen wat ze moesten doen (vs 37).
Ze hadden nog geen vergeving ontvangen, maar stonden er juist op om dit te krijgen. Petrus zei hun dat ze zich moesten “bekeren”. Als ze al vergeven waren, waarom moesten ze zich dan nog bekeren? Het bevel om zich te bekeren bewijst dat deze mensen nog niet waren gered, maar dat ze nog steeds zondaars waren die vergeven moesten worden.
Na vs 38 zegt Petrus hen “laat u behouden uit dit boze geslacht” (vs 40). Als ze al gered waren, waarom zeggen dat ze zich moesten laten behouden? Het is duidelijk dat deze mensen niet waren gered en dat ze werden gezegd wat ze moesten doen omdat ze nog niet vergeven waren. Ze waren verloren zondaars die werden verteld wat ze moesten doen om vergeven te worden. Daarom dat “tot vergeving van zonden” betekent “om vergeving van zonden te krijgen”.
Handelingen 2:38 zegt “Bekeer u en laat u dopen tot vergeving van zonden” Matteüs 26:28 zegt dat Jezus’ bloed zou worden vergoten “tot vergeving van zonden”. Heeft Jezus zijn bloed vergoten omdat de mensen reeds vergeving van zonden hebben gekregen? Helemaal niet. Hij deed het zodat mensen die nog niet waren vergeven, konden worden vergeven.
Gelijkerwijs wordt men niet gedoopt omdat men al vergeving van zonden heeft ontvangen, maar opdat de mensen die het nog niet zijn, het kunnen ontvangen. Veronderstel dat iemand is gedoopt zonder te weten dat dit het doel is waarvoor hij wordt gedoopt. Veronderstel dat hij was gered voor de doop. Is hij dan gedoopt om vergeving van zonden te ontvangen? Hoe kan dat dan, als hij geloofde dat hij het al had ontvangen? Hoe zou dan zijn doop volgens de wil van God zijn gebeurd?
Noach laat zien hoe wij worden gered. Vs 20 zegt dat hij en zijn familie werden gered “door het water heen”. Het water van de vloed vernietigde de bozen, maar het redde ook Noah, omdat de boot erop dreef, en zo Noach redde van de dood. Dit geeft weer dat het de doop is dat ons redt. Dit betekent niet dat we fysiek het vuil van onze lichamen wassen. De kracht is niet in het water, maar in de dood en opstanding van Christus. We komen in contact met het bloed door de doop.
Pasteltekening van John Astria
Hoeveel mensen zijn in Christus? Net zoveel als er in Hem zijn gedoopt. Wat als iemand niet is gedoopt in Christus? Dan is die persoon niet in Hem. Waarom is het belangrijk om in Christus te zijn?
Efeziërs 1:7 – vergeving van zonden is in Christus.
2 Timoteus 2:10 – Het heil is in Hem.
1 Johannes 5:11-12 – Het eeuwige leven is in de Zoon.
Efeziërs 1:3 – Alle geestelijke zegeningen zijn in Christus. (vgl Romeinen 8:1; 2 Korintiërs 5:17; Filippenzen 4:7)
Als iemand buiten Christus is, dan heeft hij geen vergeving, geen redding, geen eeuwig leven of geestelijke zegeningen. Maar hoe komt iemand in Christus? Hij moet worden gedoopt in Christus. Wat is dan de toestand van iemand die niet is gedoopt of die niet gelooft dat de bedoeling van de doop is om gered te worden?
Horen, geloven, bekering en belijden zijn noodzakelijke stappen richting Christus, maar de doop is de stap die iemand in Christus plaatst. Voor de doop is men nog steeds buiten Christus, nog steeds zonder vergeving en alle andere zegeningen die in Christus zijn. Als hij deze zegeningen wil dan moet hij worden gedoopt met de bedoeling om in Christus te komen.
Dit vers zegt weeral (zoals Galaten 3:27) dat we worden gedoopt in Jezus. Maar we worden ook in Jezus’ dood gedoopt. Waarom is de dood van Jezus belangrijk voor ons? Het was in Zijn dood dat hij Zijn bloed voor ons vergoot dat ons redt van de zonde! Hoe komen we ermee in contact? We worden er in gedoopt!
De mensen die de noodzaak van de doop leren worden er vaak van beschuldigd van het niet geloven in de redding door Jezus’ bloed. De waarheid is het tegenovergestelde. We leren dat de doop noodzakelijk is omdat bij de doop de zondaar in contact komt met Jezus’ bloed!
Zij die je zeggen dat je gered bent voor de doop zeggen (onbedoeld) dat je gered kan worden zonder het bloed, omdat ze leren dat de zondaar gered is nog voor hij in contact komt met het bloed! In de doop verkrijgen we de voordelen van Jezus’ dood! Wat is dan de toestand van hen die zeggen dat je gered bent voor de doop of dat de doop niet nodig is om vergeving te krijgen?
Pasteltekening van John Astria
Waar is het afwassen van de zonden in deze tekst; voor de doop of als een gevolg van de doop?
De zondaar in dit verhaal (Saul) had al alles gedaan voor zijn doop wat de meeste kerken leren dat men moet doen om gered te worden. Hij had Jezus gezien onderweg, geloofde duidelijk in Hem en was bereid om Hem te gehoorzamen (22:5-10; 9:3-6). Hij had zelfs gebeden (9:9-11). Als iemand kon gered worden voor de doop, dan zou het Saul wel zijn. Maar was hij gered?
Jezus had gezegd dat Saul naar de stad moest gaan en daar zou men hem zeggen wat hij moest doen (9:6). Ananias kwam en vertelde hem om zich te laten dopen en zijn zonden te laten afwassen. Als zonden worden vergeven voor de doop, dan zou Saul geen zonden meer hebben om af te wassen.
Maar hij had nog steeds zonden tot hij werd gedoopt. Dus iemand kan vandaag de dag in Jezus geloven en zich bekeren, maar hij is schuldig voor al zijn zonden totdat hij wordt gedoopt.
Dat is waarom in de voorbeelden van bekering in de bijbel, de mensen de doop nooit uitstelden
Altijd als de zondaar het evangelie geloofde en zich bekeerde, werd hij onmiddellijk gedoopt.
Handelingen 2:41 – Die dag werden 3000 mensen gedoopt.
Handelingen 8:36 – Wat is ertegen dat ik wordt gedoopt?
Handelingen 9:18 – Terstond stond hij op en werd gedoopt.
Handelingen 16:33 – in hetzelfde uur van de nacht werden terstond hij en zijn familie gedoopt.
Handelingen 22:16 – Wat aarzelt gij nog? Sta op, laat u dopen en uw zonden afwassen.
Wanneer hedendaagse denominaties de doop van overtuigde gelovigen uitstellen, dan volgen ze het plan van de Bijbel niet die wijst op de dringendheid van de doop. Ze geloven dat de persoon al is gered, waarom moeten ze zich haasten? Wanneer we begrijpen dat de persoon nog steeds in zonde leeft, dan begrijpen we ook waarom de mensen in de Bijbel de doop niet uitstelden.
.
.
.
De amethist dankt zijn prachtige paarse kleur voornamelijk aan sporen ijzer, titaan en mangaan en een beetje ra-dioactiviteit. In het zonlicht vervalt de radioactiviteit en kan de amethist verbleken. Zeer bleke amethist kan met bestraling met radium weer paars worden. Helaas is dit niet kleurecht; de steen verliest na verloop van tijd zijn kleur. Bekijk je amethist nauwkeurig van dichtbij vanuit verschillende richtingen, dan blijkt een kristalpunt twee verschillende kleuren te hebben: blauw/blauw-paars en rood-paars. Dit verschijnsel heet dichroïsme (tweekleurigheid). De ondoorzichtige amethist met witte lijnen is de edelsteen die met Valentijn aan geliefden wordt ge-schonken. Dit type amethist wordt chevron-amethist genoemd. De lichte lijnen heten flèches d’amour.
.
.
.
.
.
De naam amethist komt van het Grieks: een samenstelling van a (‘zonder’) en metuein (‘dronken zijn’). De oude Grieken en Romeinen dronken wijn uit amethisten bokalen, of hielden een amethist in hun mond tijdens het drin-ken. Ze meenden dat ze dan niet dronken konden worden. De paarse kleur van dit kristal werd geassocieerd met de kleur van wijn en de Romeinse god van de wijn, Bacchus.
.
.
.
.
.
.
.
Amethist kent een lange geschiedenis. Al eeuwen is het een geliefkoosde sier- en heelsteen. Het kristal werd gevonden in de piramides van het oude Egypte en in graven van Etrusken en Romeinen. Grieken en Romei-nen gebruikten de amethist als amulet om zich te beschermen tegen dronkenschap, verslaving en hoofdpijn door overmatig wijn drinken. Katers werden ook met de amethist bestreden. Soms door het dragen of opleggen van de steen, soms door het innemen van verpulverde amethist.
Plinius de Oudere, een Romeinse wetenschapper (23-79) schreef al over de helende krachten van stenen. Hij roemde het gebruik van amethist bij het drinken van wijn. Dronkenschap zou voorkomen worden door een ame-thist onder de tong of in de wangzak te stoppen. Amethist zou bovendien beschermen tegen het boze oog en hekserij, mits er een zon en maan in de steen gegraveerd stond. De sjamanen in Finland gebruikten een zoge-naamde sjamanensteen als hulp bij meditatie. Zo’n sjamanensteen is een driekleurige steen met amethist, sneeuwkwarts en rookkwarts.
In China geloofde men dat amethist een juridisch probleem in het voordeel van de drager kon doen veranderen. Dit resulteerde in een levendige handel. Het was mogelijk om een amethist voor dit doel te huren. Bij een gun-stige uitspraak was de steen een goede hulp gebleken en werd de huurprijs flink opgeschroefd. Vanaf de Romein-se tijd tot diep in deMiddeleeuwen was men erg bang voor vergiftiging. Bekend was dat amethist verkleurt bij contact met sommige plantaardige gifstoffen. Daarom werden kelken en bekers gesneden uit of versierd met amethist, zodat men op tijd gewaarschuwd zou worden voor vergif in het drankje.
In de 18de en 19de eeuw was paars/violet de kleur van rouw en boete. In die tijd werden veel rozenkransen van amethist gemaakt. Tijdens deJugendstil en de Art Nouveau(begin 20ste eeuw) was amethist geliefd voor het maken van sieraden. De beroemde Russische goudsmid Peter Carl Fabergé (1846-1920) gebruikte in zijn beroemde sieraden en met juwelen bezette eieren veelvuldig amethist.
.
.
.
* Amethist stimuleert de groei van je spiritualiteit en je intuïtie. Het is de steen van onthechting en wijsheid.
* Het helpt je zonder oordeel en met compassie te kijken naar jezelf, naar anderen en naar je omgeving.
* Amethist helpt je het verschil te zien tussen wat echt belangrijk is en wat niet.
* Tijdens meditatie helpt amethist je de stilte in jezelf te vinden.
* Bij rouw en verdriet helpt amethist om je verlies te verwerken en te accepteren.
* Amethist maakt wilskrachtig maar niet per se heel actief.
* Het is dé steen van het loslaten. Negatieve gedragspatronen en gewoontes kun je verbreken door met amethist te mediteren.
.
.
.
.
.
Amethist heeft vaak kleurzones in plaats van één egale kleur. Door zorgvuldig verwarmen kan de kleur regelma-tiger verspreid worden, maar tijdens de verhitting kan de steen geel, bruin of groen verkleuren.
.
Samenstelling: SiO2 + (Al, Fe, Ca, Mg, Li, Na).
Hardheid: 7, bros
Transparantie: doorzichtig, doorschijnend, ondoorzichtig (chevron-amethist)
Breuk: schelpvormig, splinterig
Splijtbaarheid: onduidelijk
Dichtheid: 2,63 – 2,65
Kristalstelsel: trigonaal, macrokristallijn
.
.
.
.

geode van amethist
.
.

.
.

.
.
.
.
Opaal komt veel voor. Slechts een klein deel is van edelsteenkwaliteit. Opaal kan ontstaan als opvulling van spleten en gaten in een rots, maar ontstaat ook vaak bij de vorming van fossielen.
In Amerika zijn hele wouden van versteend hout met opaal gevonden; bekend voorbeeld is het National Petrified Forest in Arizona. Dit type opaal heet houtopaal.
Er bestaan allerlei soorten opaal, afhankelijk van hoe de opaal gevormd is.
We onderscheiden 3 hoofdsoorten.
De meeste opaal is afkomstig uit Australië. Het is dan ook de nationale steen van dit continent. Ook de kost-baarste opaalsoort, de zwarte opaal, komt uit Australië. Deze vorm van edelopaal glinstert en vonkt veelkleurig bij het bewegen. Opaal van edelsteenkwaliteit is populair in sieraden en siervoorwerpen. De meeste opalen worden echter in de industrie verwerkt. Opaal is aantrekkelijk als grondstof voor silicium. Het wordt vermalen verwerkt tot vuurvaste tegels en wetstenen. Het wordt ook toegepast als droogmiddel (in lederwaren, voeding), bindmiddel (pillen) en schuurmiddel (in tandpasta).
Edelsteentherapeuten gebruiken opaal vaak voor mensen die zwaar op de hand of superserieus zijn. Opaal maakt lichtvoetig en luchthartig. Bamboe-opaal of tabashir is een belangrijk ingrediënt in de Ayurvedische en de tradi-tionele Chinese geneeskunde. Het is wit, geel of blauwig. Deze opaal is afkomstig uit de stelen van sommige soorten bamboe.

De herkomst van de naam opaal is onzeker. De Romeinen kenden het woord opalus, ontleend uit het Sanskriet úpala (‘edelsteen’). Ze gebruikten dit in de betekenis van ‘gekleurde steen’, maar het is onzeker of ze hiermee het mineraal bedoelden dat wij nu opaal noemen. Er is wel gesuggereerd dat de Romeinse vruchtbaarheidsgodin Ops, echtgenote van de god Saturnus, haar naam aan deze edelsteen heeft gegeven. Dit naar aanleiding van de Opalia, Romeinse festiviteiten rond de zonnewende (21 december) die aan Ops gewijd waren. Dit is echter volks-etymologie en klopt niet.
Opaal is al sinds de Oudheid geliefd als edelsteen. De oudste vondst, in een grot in Kenia, is waarschijnlijk een sieraad van 4000 v.Chr. uit de mijnen van Ethiopië. De eerste schriftelijke vermelding van opaal dateert van ca 500 v.Chr. Opaal werd gebruikt voor de vervaardiging van werktuigen, maar ook voor sieraden en siervoorwerpen. Opaal was al bekend bij de Babyloniërs, Assyriërs en de oude Grieken en Romeinen. De Romeinse schrijver-we-tenschapper Plinius de Oudere (23-79 n.Chr) beschreef opaal in zijn lapidarium (boekwerk met beschrijving van edelstenen). Het ging hierbij hoogstwaarschijnlijk om edelopaal uit de afzettingen van Dunbík in Slowakije, die in die tijd al werden ontgonnen.
De Romeinen waren dol op opaal. Zij vonden het een magische steen. Opaal werd gebruikt tegen somberheid en melancholie, en was een genezer van oogklachten en gaf stralende ogen. Men geloofde dat de opaal kon waarschuwen voor ziekte en narigheid. Dat klopt ook, weten we nu. Door het hoge vochtgehalte reageert de opaal sterk op koorts; de steen wordt daar dof van. De Spaanse veroveraars (conquistadores) uit de 16e eeuw namen allerlei edelstenen mee naar huis vanuit Zuid-Amerika, en daar waren prachtige opalen uit Peru bij.
Traditioneel gold opaal als gelukssteen, als een goed amulet tegen pech en ongeluk. Maar door een zeer popu-laire roman uit 1829 van Sir Walter Scott, Anne of Geierstein, or The Maiden of The Mist, kreeg de opaal in de 19e eeuw in Europa een slechte naam. Een van de personen uit dit boek, lady Hermione, draagt altijd een schitteren-de grote opaal in het haar. Maar er rust een vloek op, er valt wijwater op de opaal, de steen verliest al zijn kleur en Hermione bezwijmt. De volgende dag is zij met haar steen verdwenen, slechts een hoopje as blijft achter.
Kort na het verschijnen van deze roman daalde de verkoop van opaal dramatisch, en bleef enkele decennia laag. Koningin Victoria van Engeland (1809-1901) was echter dol op opalen. Zij verzamelde een grote collectie, wat de populariteit van opaal weer deed toenemen. Maar in Rusland werd de opaal tot diep in de 20e eeuw gewan-trouwd en gezien als belichaming van het boze oog. In de tweede helft van de 19e eeuw werden in Australië zeer grote voorraden opaal gevonden. Tegenwoordig is Australië goed voor meer dan 90% van alle gedolven opaal.
In 1987 is in Coober Pedy, Zuid-Australië, een fossiel van een pliosaurus (soort zeereptiel) gevonden, waarvan het skelet geheel in opaal is veranderd. Het fossiel is zo ’n 100 miljoen jaar oud en kreeg de naam Eric, naar een vis uit een sketch van de tv-serie Monty Python’s Flying Circus. Eric is te bewonderen in het National Museum in Sydney.
* Opaal maakt wijs en tevreden, geeft inzicht en laat je intuïtie groeien. Opaal is een steen die je laat beseffen dat je uit een lichaam, een geest en een ziel bestaat. Door opaal te dragen of met opaal te mediteren integreren lichaam, geest en ziel beter. Dat geldt vooral voor edelopaal.
* Opaal laat je de oorzaken van je emoties doorzien en begrijpen. Het helpt je deze koel en afstandelijk te analyseren. Ondanks dat is de opaal een warme en vriendelijke steen.
* Mensen die zwaar op de hand zijn, worden losser en vrolijker door het dragen van een sieraad met opaal of een opaal in de broekzak.
* Verdriet vanwege het verlies van een geliefd persoon, huisdier of voorwerp laat zich met opaal omzetten in acceptatie en rust.
* Met opaal kun je emotionele situaties intensiever beleven. Ook kun je met opaal de wonden van oude emotionele trauma’s helen.
* Edelopaal maakt creatief, verheft de ziel. Versterkt de zintuigen ook op spiritueel niveau. Edelopaal reinigt de aura en repareert gaten in de aura.
* Edelopaal versterkt het vertrouwen in andere mensen.
* Vuuropaal versterkt het zelfvertrouwen, maakt daadkrachtig. versterkt het fysieke en emotionele veld van de aura. Zwakt sterke emotionele schommelingen af.
* Girasol maakt je ontvankelijk voor het doorbreken van patronen, het opdoen van nieuwe indrukken en het maken van nieuwe vrienden.
De opaal is een kwarts en dus familie van de bergkristal. Opaal is siliciumdioxide verbonden met water (gehydra-teerd). Edelopaal kan tot wel 30% water bevatten. Wateropaal bevat tot 20% water. Vuuropaal bevat 6 tot 10% water. Edelopaal bevat microscopisch kleine silicabolletjes in silicagel. Deze opaalsoort krijgt zijn intrige-rende kleurenspel door breking van het licht in het vloeibare deel, of in de lamellenstructuur die de bolletjes kunnen hebben. Door vochtverlies kan het kleurenspel verminderen.
Samenstelling: SiO2.nH2O
Hardheid: 5,5 – 6,5
Glans: glasglans, dof
Transparantie: doorzichtig, doorschijnend, ondoorzichtig
Breuk: schelpvormig
Splijtbaarheid: onduidelijk
Dichtheid: 1,90 – 2,30
Kristalstelsel: amorf

.
.
.
De diepzwarte onyx is een kwarts, meestal ondoorzichtig en met afwisselend witte en zwarte lagen of banden. Heel soms bevat onyx ook dunne bruine randjes. De meest gewilde onyx is helemaal zwart; de meest voorkomende zwart met wit.
.
Echte onyx is zeldzaam. De meeste onyx die op de markt wordt aangeboden, is geen echte onyx. Het gaat vaak om flint (ook een zwart soort kwarts), zwart gebeitste agaat of ruw gepolijste obsidiaan met een diepe, matte kleur. Soms wordt de naam onyx gebruikt voor marmeronyx, een veelkleurig gesteente dat populair is bij het ma-ken van gebruiksvoorwerpen zoals kandelaars en asbakken. Onyx is van oudsher uiterst populair als heelsteen of als edelsteen in sieraden en amuletten. Nog steeds dragen mannen vaak onyx in ringen en manchetknopen. De steen is ook geliefd voor rozenkransen en rouwsieraden.
.
.
.
.
.
Het Griekse woord onyx betekent ‘vingernagel’. Waarschijnlijk is de naamgeving terug te voeren op de gelijkenis van de witte lagen met de witte maantjes en de witte randen die vingernagels hebben. Bovendien vertellen oude volksverhalen dat onyx een gunstig effect heeft op huid, haar en nagels.
.
.
.
.
De naam onyx werd in vroeger tijden gegeven aan stenen die wij nu agaat noemen. De steen die wij nu onyx noemen, heette vroeger jaspis. Pas sinds de 18e eeuw wordt de naam onyx alleen nog gegeven aan zwarte chal-cedoon. Dat doen we tegenwoordig nog steeds. Zowel in het oude Egypte als bij de klassieke Grieken en Rom-einen was de zwarte onyx een van de belangrijkste bescherm- en heelstenen. Alle klachten die met nagels, huid en haar te maken hadden, werden met onyx bestreden.
In het oude Egypte werd de zwarte onyx geassocieerd met Ra, de zonnegod. Volgens de bijbel werd onyx gevon-den in het land Havilah (letterlijk ‘Uitgestrekt zand’), waarschijnlijk was dat Egypte of Midden-Arabië. In Egypte zijn scarabeeën, potjes, kommen en andere gebruiksvoorwerpen van onyx gevonden. De oude Romeinen ge-bruikten onyx om cameeën en intaglio’s van te maken.. Een camee is een gesneden steen met een verhoogd reliëf; een intaglio heeft een verdiept reliëf. Ook zegelringen werden graag van onyx gemaakt. De was die ge-bruikt werd om de brieven dicht te plakken, bleef niet aan de kwarts vastzitten.
De oude Chinezen geloofden dat je angstige dromen en nachtmerries zou krijgen op een plaats waar onyx gevonden kon worden. Ook zou onyx stemmingmakerij en ruzies bevorderen. Zij noemden de onyx daarom ‘steen der droefheid’. Met de nieuwe kennis over China na de ontdekkingsreizen van Marco Polo, vatte deze gedachte ook post in middeleeuws Europa. De zwarte onyx werd als een ongelukssteen beschouwd, omdat hij angstig en neerslachtig zou maken. De steen stond daardoor bekend als ‘steen der egoïsten’ of ‘steen der droefheid’.
Oorspronkelijk was onyx in de Middeleeuwen de steen van Maria. In tijden van nood, zoals tijdens de pestepidemieën, geloofde men dat onyx een krachtig amulet tegen deze nare ziekte was. Daarom werd de steen veelvuldig in broekzak of als sieraad gedragen. Ook werd onyx wel verpulverd om het te kunnen innemen. De onyx zou magiërs helpen zich onzichtbaar te maken. In India en Pakistan gebruikte men onyx om de concentratie te verdiepen. Men droeg er graag zilveren sieraden met onyx als bescherming tegen het boze oog. Bij vrijwel alle volkeren, maar vooral bij de indianen, was en is onyx in gebruik als amulet tegen zwarte magie en ziektes.
.
.
.
.
.
* Onyx is een goede steen voor spirituele groei. Helpt bij aantrekken en opnemen van die energieën uit de kosmos die nodig zijn voor heling en groei.
* Onyx helpt bij verwezenlijking van dromen en doelen. De steen helpt je deze doelgericht na te streven, zonder je te laten afleiden of beïnvloeden door je omgeving. Een goede steen als je gevoelig bent voor de mening van je omgeving.
* Onyx versterkt doorzettingsvermogen en zelfdiscipline, en maakt je geest helder. De steen helpt je analytisch en pragmatisch naar een probleem of blokkade te kijken.
* Onyx is een goede steen voor rouwverwerking. Helpt te kijken naar de goede dingen die geweest zijn, en daaruit kracht en inspiratie te putten.
.
.
.
.
.
Onyx is een silicaat. Het bestaat meestal uit zwarte en witte chalcedoon, scherp afgegrensd. De zwarte kleur ont-staat door fijnverdeeld ijzer en mangaanoxide. De witte kleur is ongekleurde chalcedoon. Nauw verwant aan onyx is sardonyx. Dat heeft geen twee, maar drie kleuren: naast zwarte en witte chalcedoon ook bruine sarder of carneool.
.
.

.
.
Samenstelling: SiO2 + Fe, Mn, HO
Hardheid: 6,5 – 7
Glans: wasglans, zijdeglans
Transparantie: doorschijnend, ondoorschijnend
Breuk: ruw, schelpvormig, onregelmatig
Splijtbaarheid: geen
Dichtheid: 2,58 – 2,64
Kristalstelsel: trigonaal, microkristallijn
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.

.
.
Sieraden zijn altijd de uiterlijke en tastbare kentekenen van rijkdom en macht geweest. Door onze hele geschiedenis heen hebben mensen altijd al mooie voorwerpen, gesteente en beenderen van dieren verzameld om ze al dan niet te bewerken en als sierobject ter verfraaiing van het eigen lichaam en kledij bij te houden.
Hetzelfde was het geval met edelstenen. De minerale kristallen die we tegenwoordig zorgvuldig bewerken, hadden in de oudheid, zelfs prehistorie, een krachtige en magische betekenis. Ze werden geacht geluk, vruchtbaarheid en gezondheid te brengen.
De kracht en magie van stenen, het geloof daarin en de hoop ter genezing vindt zijn oorsprong in verschillende culturen bv. de Grieken, Romeinen, Egyptenaren, Chinezen, Indiërs, noem het maar op al deze oude culturen brengen een verband met de kracht van helende stenen of astrologie.
.
.

Soorten sieraden
.
Edelstenen zijn een symbool voor eeuwigheid en oneindigheid, maar ook voor kalmte en bezinning. Edelstenen zijn oeroud, ze hebben vaak miljoenen jaren nodig om zich te vormen. Ze bestonden lang voordat er sprake was van mensen, daarom zijn ze ook een teken van tijdloosheid. De meeste edelstenen zijn ontstaan uit gesmolten gesteente, uit magma.
Door bewegingen in de aardkorst komt er voortdurend gloeiend magma uit het binnenste van de aarde naar boven. Door afkoeling van magma ontstaan edelstenen. In stenen zit een vibratie die een speciaal effect heeft. Edelstenen werken voornamelijk door de trillingen die zij afgeven en de kleureigenschappen.
De helende krachten van edelstenen wordt toegeschreven aan de energietrillingen die de stenen uitstralen. Elke edelsteen heeft namelijk een eigen kleur en grondstofsamenstelling en daardoor een eigen specifieke trilling (bv. mangaan geeft een roze/paarsachtige kleurreactie in de steen, rozenkwarts bevat mangaan).
En deze trilling kunnen ze afgeven aan ons eigen menselijke energiesysteem en op deze manier positieve invloed hebben. Elke mens reageert verschillend en individueel op de genezende kracht van stenen.
.
.
.
.
.
.
.
Elke steen op zich is waardevol en kan je in jouw leven begeleiden en aan jouw zijde staan. Stenen werken zacht in op hun omgeving, geven energie af en nemen de trillingen van hun omgeving op. Edelstenen kunnen hun `steentje` bijdragen in processen en ontwikkelingen van onszelf, maar zijn geen vervanging van de reguliere geneeskunst. Vaak kies je een edelsteen uit op intuïtie en dat is ook het mooie ervan, vaak past die steen dan ook bij jou.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
Een andere naam voor deze edelsteen is bloedsteen of bloedjaspis, omdat de rode vlekken aan bloedspatten doen denken. In het Engels is bloodstone de gangbare naam voor de heliotroop. In de edelsteentherapie staat de heliotroop bekend om zijn energiestoot. Door heliotroop te dragen, krijg je extra energie. Heel prettig voor mensen die herstellende zijn van ziektes of operaties. Prima tegen verkoudheid en griep. De steen brengt geluk en verenigt tegenstellingen. Hij is zowel activerend (door zijn rode kleur) als kalmerend (door zijn koele groene kleur).
.
.
.
.
De naam heliotroop komt van de Griekse woorden helios (‘zon’) en tropein (‘draaien’) of trepein (‘veranderen’). Een verklaring is dat de steen de kleuren weerspiegelt van de ondergaande zon in de zee.
In India was heliotroop in gebruik als pijnstiller. Zeer fijn gemalen heliotroop werd gebruikt tegen kwalen van maag en ingewanden. De steen werd er ook wel gebruikt ter verhoging van de potentie.
De Oude Grieken geloofden dat de rode vlekken van de heliotroop bloedspatten van Moeder Aarde waren. Het groen was de kleur van planten en de dieren die daarvan leefden. De Grieken meenden dat het dragen van amuletten van heliotroop een goede conditie en een lang, gezond leven brengt. Krijgers en atleten zouden er een langere adem van krijgen. Zo’n amulet zou je ook nader brengen tot de Goden van voorspoed en geluk.
De Oude Grieken en Romeinen lieten vrouwen tijdens het baren heliotroop vasthouden. Dat zou gunstig zijn voor een soepele bevalling. Ook zou het de levensvatbaarheid van baby’s vergroten.
Soldaten uit het Romeinse leger droegen amuletten van heliotroop om zich te beschermen tegen bloedende wonden, en om de genezing van verwondingen te versnellen.
De heliotroop is al beschreven in de Naturalis Historia, een soort encyclopedie, van de Romeinse wetenschapper/schrijver Plinius de Oudere (23 v.Chr.- 79 n.Chr).
In Egypte zijn bij opgravingen veel ringen gevonden die zijn ingezet met heliotroop. Gezien het grote formaat van deze ringen gaat het vermoedelijk om duimringen. Heliotroop zou voorspoed en welvaart aantrekken.
De Chinezen waren – en zijn dol – op groene stenen, omdat deze geluk, een lang leven en voorspoed brengen. De heliotroop is daarop geen uitzondering, ondanks de rode vlekjes. Sterker nog, de rode vlekken van in goud gezette heliotroop zouden daadkracht en geestkracht te versterken.
De Europese kruisridders droegen graag amuletten van heliotroop vanwege het geloof dat de rode vlekken het bloed van Jezus Christus zijn. Volgens een bijbelse legende veranderde het gras onder het kruis van Jezus door de tranen van zijn moeder Maria in groene jaspis. Toen een Romeinse soldaat Jezus in zijn flank verwondde, spatte het bloed op de groene ondergrond.
Door de brandende zon droogde het bloed op de steen op. Sindsdien heeft deze jaspis rode vlekken.
Net als de Romeinen legden de kruisridders heliotroop op bloedende wonden om het bloeden te stelpen. Ze droegen de steen als amulet tegen verwondingen. Vaak ook waren gevesten van zwaarden en dolken versierd met heliotroop.
In de Middeleeuwen werd heliotroop bloedjaspis genoemd, vanwege de rode vlekjes. Ook toen verbond men de rode vlekjes met het bloed van Jezus Christus. De heliotroop werd gebruikt als middel tegen ontstekingen en vergiftigingen. Ook werd de steen gebruikt voor kwalen die te maken hebben met bloed, zoals aambeien en blauwe plekken.
Alchemisten beschouwden heliotroop als een zeer bijzondere steen. De heliotroop zou zijn drager onzichtbaar kunnen maken. Ook zou de drager van deze steen alle bestaande kennis tot zich kunnen nemen.
Heliotroop werd gebruikt ter versterking van de geur van parfums en oliën, en ter versterking van de werking van geneesmiddelen. Op schilderijen over martelaarschap en zelfkastijding staat regelmatig een heliotroop afgebeeld. Daarom staat de heliotroop ook wel bekend als martelaarssteen.
.
.
.
.
.
.
.
.
* Heliotroop helpt bij keuzes maken, beslissingen nemen en doorpakken als de keuze eenmaal gemaakt is.
* Heliotroop versterkt de concentratie en het geheugen.
* Bij verloren liefdes en rouwverwerking kan heliotroop een zeer troostende steen zijn.
* De heliotroop maakt zijn drager wijs en geeft hem compassie.
* De heliotroop is de steen van de balans en de harmonie. De steen heeft twee contrasterende kleuren. Gezamenlijk zorgen deze voor harmonisering van de hogere chakra’s (keel, voorhoofd, kruin) en de lagere chakra’s (basis, heiligbeen, zonnevlecht).
* De heliotroop versterkt en harmoniseert de werking van de onderste drie chakra’s met de bijbehorende organen, zoals maag, lever, nieren.
* Het dragen van een sieraad of ring met heliotroop werkt door in de aura. Deze wordt zo gereinigd. Geduld en compassie met de medemens wordt zo gestimuleerd.
.
.
.
.
.
Heliotroop bestaat altijd uit een mengeling van chalcedoon en jaspis. De flesgroene kleur wordt veroorzaakt door ingesloten chloriet. Deze groene kleur kan vervagen in de zon. De rode en gele vlekken zijn ijzeroxide-insluitsels van jaspis of chalcedoon. Ook de rode en gele vlekken kunnen verbleken.
.
Samenstelling: SiO2 + Al, Fe, K, Mg, OH, Si (de groene ondergrond) + Fe2O3 of Fe3O4 (de rode en gele vlekken)
Hardheid: 6,5 – 7
Glans: mat, vetglans, glasglans
Transparantie: ondoorzichtig
Breuk: schelpvormig, ruw
Splijtbaarheid: geen
Dichtheid: 2,58 – 2,91
Kristalstelsel: trigonaal, microkristallijn
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
In het allereerste begin droegen de mensen geen kleding. Ze liepen eerst op handen en voeten en waren vrij zwaar behaard. Kleding hadden ze niet nodig. Het leven bestond er vooral in om te overleven. De hele dag waren ze op zoek naar voedsel. De oermens dacht enkel aan zichzelf en overleven. Naarmate het klimaat kouder werd, stelden ze vast dat de vacht van de dieren waarop ze joegen, dichter werd. Hun beharing volstond op een bepaald moment niet meer en daarom gingen ze vacht van gedode beesten gebruiken om rond zich te hangen. Stilaan ontstonden er alzo kleding stukken om zich te verwarmen.
.
.
.
.
Wanneer de mens kleding voor het eerst als louter decoratie ging zien, is onduidelijk. Vaststaat dat de mens de noodzakelijke kleding wel graag aan de eigen wensen aanpaste. Archeologen hebben geverfde vezels gevonden die zo’n 36.000 jaar oud zijn. Door de jaren heen werd de mens ook steeds creatiever in het gebruik van grondstoffen. Bestonden de eerste gewaden nog vooral uit dierenhuid en dierenvellen, later werd ook vlas, wol en leer geïntroduceerd en soms zelfs gecombineerd. Ondertussen is kleding niet meer weg te denken uit de (moderne) geschiedenis.
.
.
.
Het Oude Egypte was een beschaving die in de vallei van de Nijl ontstond rond 3000 v. Chr. De beschaving ging ten onder na de verovering van Egypte door Alexander de Grote in 332 voor Christus. De essentiële factor in het overleven van beschaving was de irrigatie van het landbouwgebied rond de Nijl. Het rijk kwam tot bloei en bleef jarenlang stabiel dankzij dit water dat ervoor zorgde dat het land veel opbracht.
De Egyptenaren waren hierdoor erg gericht op de jaarlijkse terugkeer van de droogte en de jaarlijkse overstroming van de Nijl. De samenleving van de Egyptenaren was erg gestructureerd. De Egyptenaren waren op allerlei gebieden enorm vooruitstrevend voor hun tijd. Zo werd Egypte geregeerd door farao’s die door ambtenaren werden bijgestaan. Deze ambtenaren inden de belastingen en spraken recht.
De Egyptenaren hadden veel goden en geloofden dat zij na hun dood in een andere wereld verder leefden. Daarom lieten de farao’s graven bouwen waarvan de enorme piramiden het bekendst zijn. Als de farao stierf werd zijn lichaam gebalsemd en in stroken katoen of rameh gewikkeld.
Dit gebeurde omdat men geloofde dat het lichaam na de dood als woonplaats voor de ziel bewaard moest blijven.
Ook op het gebied van wetenschap waren de Egyptenaren de rest van de wereld al een stap voor. De Egyptenaren hun kleding was erg kenmerkend door hun opvallende vorm.
Omdat het Egyptische rijk zo lang heeft bestaan, verdelen wij de geschiedenis in drie perioden:
-het Oude Rijk: vanaf 2700 v. Chr.
-het Middenrijk: vanaf 2000 v. Chr.
-het Nieuwe Rijk: vanaf 1400 v. Chr.
.
.
.
De Egyptenaren droegen vanwege de warmte niet veel kleding. De mannen droegen alleen een soort heupschort, de slaven gingen zelfs vaak naakt. De vrouwen droegen kokervormige jurken van de oksels tot de enkels, soms versierd met geplooide stroken. Over deze jurken werd soms een soort poncho gedragen, de kalasiris. Dit was een hemdvormig, nauw kledingstuk.
Deze kon korte mouwtjes hebben of mouwloos zijn, maar had ook vaak alleen maar twee draagbanden die tussen de borsten door liepen en voor in het midden bij elkaar kwamen. Op deze manier had de vrouw haar armen vrij tijdens het werk. De kleding was vaak gemaakt van katoen, linnen of rameh.
.
.
.
.
.
In het Midden- en in het Nieuwe Rijk werd er meer kleding gedragen, vooral meer wikkelkleding. De weefsels, die al bijzonder fijn waren, werden nu ook nog geplisseerd. De rijkere mensen droegen soms sandalen. Deze waren gemaakt van gevlochten bladeren van de papyrusplant, die in de Nijl groeide. De mensen uit de hogere stand droegen halskragen die vaak met goud en met edelstenen waren versierd. Mooie sieraden als armbanden, ringen, enkelbanden en halssieraden werden door zowel de mannen als de vrouwen gedragen.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
Vanuit Egypte nemen we een grote stap richting Griekenland. Rond 800 voor Christus ontstond in Griekenland de eerste grote Europese beschaving. Deze werd gevormd uit de Griekse stadstaten zoals Athene, Sparta en Milete. Het Grieks gebied rondom de Ionische Zee noemden de Grieken Hellas. De oude Grieken hebben de wiskunde en het Alfabet ontwikkeld en indrukwekkende (tempels) bouwwerken, zoals het Parthenon opgericht.
De kleding die beelden uit het oude Griekenland vaak droegen lijken op het eerste gezicht wat rommelig. Het zijn meestal wijde gewaden met veel plooien die overvloedig gedrapeerd zijn. De Griekse kleding bestond ook uit wikkelkleding of draperiekleding.
Al deze gewaden bestaan uit een rechthoekige lap stof die op een bepaalde manier omgeslagen en vastgespeld wordt. Het verschil tussen een doorsnee en bijzonder statig kledingstuk wordt vooral gevormd door de manier van dragen en door de kwaliteit en versiering van de stof.
Er zijn een aantal soorten gewaden te onderscheiden:
.
.
.
De peplos is de typische kledij van vrouwen in het antieke Hellas. Het werd gemaakt van een wollen rechthoekige lap met een afmeting van circa twee bij drie meter. De bovenzijde van de lap werd omgeslagen. Deze omslag werd apotygma genoemd. De lap werd vervolgens tot een koker gevormd, waarbij de zijnaad dichtgenaaid kon worden of open kon blijven. Het gewaad werd op de schouders met kledingspelden (ook wel fibula genoemd) vastgespeld en rond het middel bond de drager een koord of ceintuur. De kledingspelden waren vaak van brons.
.
.
.
.
.
De chiton is een kledingstuk dat oorspronkelijk voor mannen bestemd was, maar later ook door vrouwen werd gedragen. De chiton werd evenals de peplos gevormd uit een grote rechthoekige lap. Er waren twee soorten chiton, de Dorische en een Ionische chiton. De Dorische chiton was van wol, terwijl de Ionische chiton van linnen was. Deze was fijner en duurder.
Ook de chiton werd tot een soort koker gevormd. Alleen werd de omslag achterwege gelaten. De zijnaden werden van boven tot beneden gesloten. Op de schoudernaad werden knoopjes gezet, waarbij drie openingen werden uitgespaard voor het hoofd en de beide armen. Het kledingstuk kom met een ceintuur omgord worden. De stof kon over de ceintuur heen getrokken worden, zodat een sterke overbloezing (Grieks: kolpos) ontstond.
De chiton kon zeer wijd zijn wat ervoor zorgde dat hij in duizenden prachtige plooitjes rond het lichaam viel. De chiton van de man was meestal minder wijd omdat die meer bewegingsvrijheid gaf. Bij speciale gelegenheden en door oudere mannen werd de lange chiton gedragen. De chilton is iets luxer uitgevoerd dan de exomis.
.
.
.
.
.
Over de peplos en de chiton heen, kon door mannen en vrouwen een mantel, de himation, worden gedragen. Ook dit was een rechthoekige lap, die op zeer veel verschillende manieren om het lichaam gedrapeerd kon worden, al dan niet vastgespeld op de schouder. Soms kon ook het hoofd met de himation worden bedekt.
.
.
.
.
.
De clamys was een ander kledingstuk voor mannen. Dat was een lap die de linkerschouder en linkerarm bedekte en die op de rechterschouder werd vastgemaakt.
.
.
.
.
.
De meeste eenvoudige mannen droegen een exomis. De exomis zit alleen om de linkerschouder vast.
.
.
.
.
.
Op bedelaars en enige filosofen na liep iedereen uit het oude Griekenland op schoenen. Meestal waren dit sandalen (sandaloi). Deze waren gemaakt van een flexibele zool met leren riempjes om de voet. Voor de lange afstand waren er ook echte schoenen, die helemaal dicht zijn.
.
.
.
.
.
Mannen hadden lang haar, omdat het in de mode was. Zo konden ze zich onderscheiden van slaven, die kortgeknipt haar moesten hebben. Later gaan ook de normale mannen kort haar dragen. Meestal vinden de vrouwen hun eigen haar niet mooi genoeg. Daarom dragen de chique dames vaak een pruik of een kunstig kapsel. Ze hadden hun haar vaak opgestoken met een paar vlechtjes of een soort clip.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
Vrouwen droegen om het hoofd een hoofddoek. Mannen hebben vaak een hoge, naar boven spits oplopende muts op, de pilos. Mannen die op reis gingen droegen vaak een ‘petasos’; een strooien hoed met een brede rand en een band om de kin.
.
.
.
Rond 754 voor Christus is, volgens de legende, door Romulus en Remus de stad Rome gesticht. Deze stad zou al snel uitgroeien tot het centrum van een machtig rijk. Vanaf 510 voor Christus werd Rome een republiek. In de hierop volgende eeuwen veroverden de Romeinen heel Italië. Later moest ook een groot deel van Europa buigen voor de macht van Rome. Het Romeinse Rijk zou in de geschiedenis het grootste rijk in Europa worden.
Typerend voor het Romeinse Rijk was de politiek. De Volksvergadering waarin alle burgers stemrecht hadden maakte de wetten en benoemde de hoge ambtenaren (magistraten). De Senaat, waarin alleen oud-magistraten zaten, hield zich vooral bezig met buitenlandse zaken. Om te voorkomen dat ze teveel macht zouden krijgen benoemden de Romeinen hun magistraten maar voor één jaar. De laagste waren de aedielen.
Daarop volgden de quaestoren, de praetoren en twee consuls . De censor, de hoogste ambtenaar, hield toezicht op het gedrag van de Romeinse burgers. In tijden van nood kon voor zes maanden een dictator worden benoemd. Hij had alle macht. Ook in ons land kwamen de Romeinen tot aan de grote rivieren. Zij brachten hun beschaving mee naar het noordenen dus ook de typische Romeinse kledij.
.
.
.
De Tunica was een lang en mouwloos kledingstuk van linnen of katoen dat rond het middel met een gordel was vastgesnoerd. Het is te vergelijken met een simpel lang hemd met primitieve mouwen. Dit hemd werd met een riem een beetje opgebonden.
De tunica werd door de proletariërs, winkeliers en bouwvakkers gedragen, omdat je je in dit kledingstuk goed kon bewegen. Het eenvoudige volk, dat altijd een Tunica droeg, werd tunicati genoemd.
.
.
.
.
.
Een toga is een witte, wollen lap stof van ongeveer 20 m2. Deze doek werd op een ingewikkelde manier om het lichaam gedrapeerd. Het omslaan van dit kleed was zó ingewikkeld, dat veel rijkelui voor dit karwei een aparte slaaf hadden. De toga was een standenkleed. Aan de manier waarop de toga gedragen werd, kon je zien wat voor rang en stand de drager had.
Het was ook erg ingewikkeld om te dragen. In het dagelijkse leven was dit kledingsstuk niet zo van belang door zijn beperkte bewegingsvrijheid. De Toga diende vooral als statussymbool en werd dus alleen bij officiële gelegenheden gedragen.
Een toga werd vaak gekleurd, omdat dat er leuk uitzag. De kostbaarste kleurstof was purper. Die was afkomstig van de purperslakken. Er waren ongeveer 10.000 slakken nodig om een mantel purper te verven. Sommige rijke Romeinen hadden een streep purper op hun mantel. De enige die een geheel purperen toga mocht dragen was de keizer van het Romeinse rijk. Welgestelde Romeinse mannen werden togati genoemd.
.
.
.
.
.
De kleding van de Romeinse vrouw lijkt op die van de Griekse, maar is veel rijker. Als basis werd de tunica gedragen. Deze kwam bij vrouwen altijd tot de grond. Vrouwen droegen in plaats van een toga een soort wit wollen gewaad, de stola genaamd.
Over het hoofd werd soms een sluier gedragen. Welgestelde vrouwen droegen over hun tunica de palla, een omslagmantel, die lang genoeg was om over de schouders en of om het hoofd geslagen te worden en tegelijkertijd de knieën te bedekken. De palla was evenals de toga van wol. De meeste vrouwen kozen felle en contrasterende kleuren uit voor hun stola en palla.
.
.
.
.
.
De mannen droegen als basis een tunica die tot de knieën kwam. Onder de Tunica werd door de mannen een lendendoek of een ander soort broek gedragen. Over de tunica mochten alleen de vrije Romeinen een groot wikkelkleed dragen, de toga.Een soortgelijk kledingstuk voor de mannen was de paenula.
Dit was een grote rechthoekige wollen lap die over de linker schouder werd gedrapeerd en onder de rechter arm door voor de borst werd getrokken. Bij slecht weer droegen de mannen een wollen cape met capuchon.
.
.
.
.
.
Kinderen droegen verkleinde uitgaven van de kleding der volwassenen.
.
.
.
De sandaal was bij de Romeinen veruit favoriet, zowel bij mannen als bij vrouwen. Deze sandalen waren uit één stuk leer gesneden. Boeren droegen de carbatina, een schoen die van een stuk ossenhuid is gemaakt en met riempjes wordt vast gegespt. De Caligae is een ‘marssandaal’. Het zijn sandalen met spijkertjes in de zolen ter voorkoming van een glijpartij.
.
.
.
.
.
.
.
Het kapsel van de Romeinse leek op dat van de Griekse. Er werden vaak diademen en parels in gedragen. De Romeinse vrouwen waren dol op ingewikkelde kapsels. Ze zaten urenlang bij de kapper, en lieten soms hun haar rood of zwart verven. Soms droeg men blonde pruiken van haar van Germaanse slavinnen. Ook blondeerden de dames hun haar met bleekmiddel. De Romeinse man droeg het haar kort en evenwijdig aan de wenkbrauwen afgeknipt, en had geen baard.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.