Tagarchief: zonde

Discipelschap, gehoorzaamheid en het kennen van Gods wil; Zonde; Meer Geest in mijn leven

Standaard

Categorie: religie/video

 

 

Discipelschap, gehoorzaamheid en het kennen van Gods wil;

Zonde; Meer Geest in mijn leven

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Vierde miniatuur: derde visioen van het Eerste Boek

Standaard

categorie : Hildergard Von Bingen

 

 

 

 

.

 

Derde visioen van het Eerste Boek

 

 

 

.
.
.
.
.
.
 Terwijl we deze prachtige compositie van Ptolomaeus’ wereldbeeld op ons laten inwerken, luisteren we naar wat de hemelse Stem zegt:
.
.

“God die alles door Zijn Wil te voorschijn riep, heeft ieder ding geschapen, opdat Zijn Naam erdoor gekend en geëerd zou zijn. Doch niet alleen het zichtbare en het tijdelijke maakt Hij door Zijn schepping bekend, maar ook het onzichtbare en het eeuwige.”

 

Door de zonde heeft de kosmos, die samengesteld is uit vier elementen aarde, water, lucht en vuur, zijn oorspronkelijke harmonie verloren. Maar de rol van de kosmos, symbool te zijn van de toekomstige en nieuwe harmonie, is voor Hildegard zoveel duidelijker geworden. Daarbij komt dat de wanorde en de barensweeën van de kosmos een grotere verbondenheid te weeg brengen tussen de mikro- en de makrokosmos.

Wat wellicht het eerste opvalt bij het zien van deze miniatuur, is de ovale vorm van de kosmos. Dit is een persoonlijk stempel die Hildegard hier legt op het reeds duizendjarig motief van het wereldbeeld, ontworpen door de Griekse astronoom Ptolomaeus uit de tweede eeuw na Christus.

De gangbare voorstelling is cirkelvormig, of zoals Hildegard zelf op latere leeftijd in haar Liber Divinorum Operum aangeeft, de vorm van een rad. Waarom spreekt zij hier van eivormig? In haar uitleg geeft zij er een symbolische betekenis aan. Deze vorm wijst de gelovige op de almachtige God, die niet te vatten is in zijn majesteit en niet te doorvorsen is in zijn geheimen.

Terwijl Hildegard nog bezig is met het mysterie van het kwaad, wijst zij reeds op God als bron en doel van onze hoop op het herstel van het nieuwe leven. Denken wij aan nieuw leven, dan denken wij ook aan een ei. Daar komt bij dat Hildegard, in haar poging om het onderscheid en verband tussen de verschillende elementen in de opbouw van de kosmos aan te duiden, het een prachtig beeld vond in het afpellen van de verschillende lagen van een ei rondom de dooier die in het midden hangt. De ronde vorm van de dooier was een voor de hand liggend beeld van de aarde, welke voor die tijd het middelpunt vormde van de hele samengestelde kosmos.

Dit grootse motief van de kosmos in eivorm is door de miniaturist uitgewerkt tegen een achtergrond van geel en blauw met witte puntjes. Hierover wordt niet gesproken in de tekst, maar het is mogelijk in deze twee kleuren een beeld van God zelf te zien, waarin de kosmos hangt. Het geel komen we straks tegen in miniatuur 27 voor de deugd Veritas, in miniatuur 29 voor de deugd Castitas en tenslotte in miniatuur 30 voor de Sapientia. Van haar wordt uitdrukkelijk gezegd, dat zij in goud gekleed gaan.

Maar de kunstenaar moest, omdat het bladgoud al zoveel gebruikt is, naar een andere kleur uitzien om de goudkleur uit te beelden, zoals in deze miniatuur naast de gouden vlammen. Zo slaat het geel, alias goud, op God als Scheppende Geest en het blauw op Zijn goedheid. Dit is te zien in de miniaturen 10 en 11.

Een tweede motief is de buitenste ring die bestaat uit vergulde met rood uitgetekende vlammen en de daarop volgende cirkel van een benauwende zwarte kleur. In deze laag zien we bliksemschichten en hagelkorrels uitgebeeld. Deze tegenstelling, tussen het vurig licht en de zwarte duisternis rondom de aardbol die in het midden van de blauwe sterrenhemel hangt, is voor Hildegard het beeld van het mysterie van het kwaad, dat zich opstelt tussen God en de geschapen mens.

Het is de strijd van het licht tegen de duisternis en zijn uiteindelijke overwinning waarover het hele boek Scivias spreekt. We zien in deze miniatuur nòg een keer de tegenstelling door goud en zwart uitgebeeld en wel in de wereldbol die daar in het midden zweeft. In de visioensbeschrijving is niet aangegeven hoe die zwevende bol er uitzag, alleen wordt er van een wereldbol gesproken.

Dom Baillet spreekt hier van de vier elementen, de aarde is groen, het water blauw en wit en hij probeert het goud en het zwart uit te leggen als vuur en lucht. Men kan ook uitleggen dat hier in het goud en het zwart weer die tegenstelling te zien is van licht en duisternis, het goed en kwaad.

Ditzelfde motief komt voor in de miniaturen over het doopsel waar Christus, de nieuw gedoopte, de twee wegen zal tonen. De ene weg naar het licht is aangeduid door het goud en de ander naar de duisternis is aangeduid door het zwart, nog verduidelijkt door de rode vlammen van de hel. Het feit, dat heel de compositie door de miniaturist binnen de omlijsting is gehouden, wijst op de overtuiging van Hildegard dat al het geschapene door de menselijke geest begrepen kan worden.

We zien in de buitenste ring van vlammen drie planeten samen met de grote zonnester die het kader van de eivorm overschrijden. Zij verbeelden het mysterie van de Menswording van de Eniggeborene des Vaders (steeds door de zon aangeduid omdat Hij de bron is van alle licht) en het mysterie van de Drievuldigheid die de menselijke geest te boven gaan. Maar tegelijk heeft de kunstenaar door dit overschrijden van het kader prachtig de eivorm van de kosmos onderstreept.

In de buitenste ring van vuur zien we rechts drie rode kopjes blazen. Zij stellen de Zuidenwind voor met haar nevenwinden, die hun oorsprong vinden in deze vurige zone. Links zien we in de buitenste ring drie groene kopjes uitgebeeld die bliksemschichten en hagelkorrels spuwen. Zij stellen de Noordenwind voor met haar nevenwinden. In de blauwe hemelse zone met de sterren huist de Oostenwind, onderaan door groene kopjes aangeduid, en in de waterhoudende ring rondom de aardbol bevindt zich de Westenwind, door drie grijze kopjes weergegeven.

Het motief van de vier windstreken speelde een grote rol in de verbeeldingswereld van de middeleeuwse mens en kreeg een grote plaats toebedeeld in de symbolentaal. Deze symbolen zullen we dan ook in onze miniaturenserie dikwijls ontmoeten. Zoals reeds gezegd, is het ei voor Hildegard een kernbeeld om de viriditas, de groeikracht van de hele schepping, uit te beelden. Op dit gegeven gaat het volgende visioen dieper in.

.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

Lamentations 1-5 • The grief from our own sin / Het verdriet van onze eigen zonde

Standaard

Category, categorie: The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video

.

.

.

Klaagliederen 1-5 . Wanneer we overweldigd worden door het verdriet van onze eigen zonde

.

Paul LeBoutillier

.

.

 

 

 

 

 

 

Jezus geneest.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

jezus-christus-geneest

 

 

 

joh1

 

 

 

Eeuwig leven of eeuwige hel

Eeuwig leven of eeuwige hel

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

joh2

 

 

joh3

 

 

 

De antichrist of de valse profeet

De antichrist of de valse profeet

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

joh4

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

 

 

God en geweld.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Je hoeft maar het tv-journaal te volgen, of je ploft midden in die realiteit. Wat een geweld en wat een leed! Wat is onze wereld voor miljoenen mensen een tranendal! Als je al dat verschrikkelijke op je laat inwerken, kun je als gelovige tot benauwende vragen komen. Waarom laat God dit toe, is wat er gebeurt, te rijmen met alles wat de Bijbel zegt over zijn liefde?

 

 

De onrust neemt nog meer toe wanneer we ons realiseren hoeveel geweld we zelfs in de Bijbel ontmoeten. Druipt Israëls geschiedenis vaak niet van bloed? En staat het Oude Testament niet vol met oordeelsaankondigingen die ons met huiver vervullen? In dit artikel staan we stil bij wat professor Eric Peels, de oudtestamenticus van de TU Apeldoorn, over God en geweld schrijft.

 

 

 

 

 

Grondlijn

 

Peels wijst er terecht op dat niet alle geweld hetzelfde is. Er is geweld dat door en door slecht is, dat uitsluitend het eigenbelang zoekt en de ander minacht. Maar er is ook antigeweld dat er juist op uit is het kwaad te keren en de ander tot zijn recht te laten komen. Het geweld dat terroristen hanteren, is iets anders dan wanneer de ME met harde hand de openbare orde herstelt.

De hele wereld van geweld kom je ook in de Bijbel tegen. Daarin is de Bijbel zeer actueel: hij gaat niet voorbij aan de rauwe werkelijkheid. En voor alle slachtoffers van kwaadaardig geweld mag het troostvol zijn dat de God van de Bijbel ook met het geweld van doen heeft. De beulen zullen het uiteindelijk niet winnen.

Zeker als je de ‘geweldteksten’ in het Oude Testament op zich bekijkt. Men kan zich de vraag stellen of dat wat
er bijvoorbeeld met Sodom en de inwoners van Jericho gebeurt, te rijmen is met een God van liefde. Maar dan vergeet je – wat Peels noemt – de grondlijn en doe je geen recht aan heel het Oude Testament. Deze grondlijn is die van recht en vrede. God laat zijn door de zonde verworden wereld niet los, maar werkt dwars tegen het kwaad in naar zijn wereld van recht en vrede.

Om tot die wereld te komen moet Hij soms onvermijdelijk ook gebruik maken van geweld. Antigeweld om het kwaad in te dammen, af te straffen en weg te doen. Sodom wordt omgekeerd. Jawel, maar Gods geweld is hier duidelijk antigeweld: de klachten over de praktijken van Sodom riepen om zijn ingrijpen (vgl. Gen. 18:20). En bij de inwoners van Kanaän was het niet anders (vgl. Gen. 15:16).

Wie denkt dat het Oude Testament geweld verheerlijkt, gaat eraan voorbij dat het een verstrekkende antigeweldboodschap bevat. Juist in tegenstelling met religieuze teksten uit de oude wereld rondom Israël. In een cultuur van grenzeloze wedervergelding (Lamech, 77 keer, Gen. 4) zegt God: slechts één oog voor een oog, slechts één tand om één tand (Lev. 24:20).

Frappant is hoezeer de profeten Israëls koningen om hun geweld ter verantwoording roepen. David mag Gods huis niet bouwen, nota bene omdat hij ‘een man van bloed’ is.

 

 

 

 

 

Godsbeeld in het Oude Testament

 

Maar wat het Oude Testament zegt over Gods antigeweld en zijn afkeer van onrechtmatige agressie, brengt ons vragend hart niet tot rust. Integendeel, het roept extra spanning op. Want hoe is dat alles dan te rijmen met een voor ons gevoel buitensporig goddelijk geweld bij de omkering van Sodom, de zondvloed, de uitroeiing van Amalek en in schrikbarende oordeelsprofetieën als Amos 4? Als de Here een God van liefde is, kan dit toch niet.

Is het ook niet in strijd met die grondlijn die we ontdekten in het Oude Testament? Peels wijst erop  dat er
zich in het denken van moderne mensen over God een ingrijpende verandering heeft voltrokken. Je kunt spreken van een metamorfose in het godsbeeld. Het is van kleur verschoten, zachter en lichter geworden. God is niet meer de Koning, de Rechter, de Wreker.

Het accent komt te liggen op zijn barmhartigheid, liefde en genade. Deze metamorfose past goed in een cultuur die voorrang geeft aan de mondige mens met zijn keuzevrijheid en zelfontplooiing. Geloof moet passen bij de mens en aansluiten bij de eigen ervaring. Waar vorige generaties bijbellezers weinig problemen hadden met al het geweld in de Schrift, roept dit thans problemen op doordat het beeld dat men van God heeft, veranderd
is.

Diep in het Oude Testament is de verkondiging verankerd van de barmhartige God die liefde is en die daarom ook zo ontzagwekkend kan toornen. Hij, die het recht en de gerechtigheid liefheeft, blijft niet onbewogen bij de schending daarvan. In een eerdere studie wees Peels op Gods heilige naijver (vgl. Ex. 34:14; Deut. 5:9; Nah. 1:2), die niet duldt dat Hem tekort wordt gedaan.

Wat de Schrift daarover zegt, dient ook ons beeld van God te bepalen, want het gaat hier om iets wat zeer wezenlijk voor onze God is. Wanneer wij denken: dit is voor ons gevoel buitensporig, moeten we bescheiden zijn. Daarvoor is de demonische werkelijkheid van het kwaad te groot en de ondoorgrondelijkheid van de God van de Bijbel te groot.

De geweldteksten in het Oude Testament openen onze ogen voor wie de God van liefde ook is, en wie wij mensen zijn. Hij is de totaal Andere, de Heilige die geen geweld uitoefent om het geweld, maar bij wie geweld op de een of andere manier steeds weer heeft te maken met zijn afschuw van het kwaad. Zijn geweld staat in het brede kader van zijn gerechtigheid, en dient het herstel van vrede en recht.

 

 

 

 

 

Het Nieuwe Testament

 

De kerk heeft altijd ook het Oude Testament als Gods gezaghebbend Woord vastgehouden. Vanzelfsprekend is dit niet. Juist de geweldteksten gaven aanleiding voor de roep om het Oude Testament af te schaffen. De ketter Marcion maakte in de tweede eeuw reeds korte metten met het Oude Testament. De God van toorn en geweld is niet de Vader van Jezus Christus.

Het Nieuwe Testament verkondigt ons een andere God, de God van liefde en vrede. Nog altijd spookt de geest van deze ketter rond wanneer het gaat om het beeld van God waaraan moderne mensen (soms ook christenen) de voorkeur geven. Peels wijst erop dat er geen tegenstelling is tussen de beide testamenten op dit punt. De
nieuwtestamentische auteurs hebben helemaal geen kritiek op het Oude Testament.

Integendeel, zij citeren het en halen zelfs woorden uit de vloekpsalmen aan. Jezus gebruikt soms in zijn waarschuwingen voor de hel de taal van het geweld. Het Lam blijkt ook een Leeuw te zijn. De gemeente wordt op het hart gebonden dat onze God ‘een verterend vuur’ is (Heb. 12:29). In het Nieuwe Testament wordt pas goed duidelijk hoezeer Gods toorn over afkerige mensen gaat (Joh. 3:36; Rom. 1:18).

Gods toorn is duidelijk te lezen in de Openbaring, een boek dat vol is van het geweld dat de toorn van God en van het Lam over onze wereld brengt. Er is geen tegenstelling tussen het Oude en het Nieuwe Testament, wel een verschil, zo schrijft Peels. Het verschil is niet een ánder godsbeeld. Wel is het zo dat vrede en verzoening
in het Nieuwe Testament meer nadruk krijgen.

 

Dat komt omdat de weg van God met zijn volk en de wereld veranderd is. In de persoon en het werk van Jezus Christus.

 

In Hem is de wereld van vrede definitief doorgebroken en reikt God met het evangelie de hand aan alle volken. De kerk behoeft niet meer met geweld haar erfenis te bevechten, maar strijdt nu met het Woord, terwijl ze biddend uitziet naar de dag waarop God aan al het geweld van mensen een einde maakt en zijn vrede voorgoed aanbreekt.

 

 

 

 

 

Afsluitend

 

De bijdrage van professor Peels laat de lezer zien hoe actueel deze bijdrage is. Hier wordt echt een ‘heet hangijzer’ aangepakt en worden we verder geholpen als het gaat om de vraag wat we aanmoeten met de ‘geweldteksten’ in het Oude Testament, en hoe een God van liefde ook ‘verwoesting’ op aarde kan aanrichten (vgl. Ps. 46:9).

Peels’ bijdrage komt in de prediking te weinig aan bod, terwijl een kerkganger er best mee zit en in de
theologie van vandaag is het thema ‘God en het geweld’ volop aan de orde. Peels’ bijdrage is beperkt. Dat kon ook niet anders. Het recht doen van God aan verdrukten, dat ook in het Oude Testament zo sterk naar voren komt, blijft onderbelicht.

De beulen zullen het uiteindelijk niet winnen omdat God recht zal doen. Wat Peels schrijft, vormt een belangrijke aanzet om af te rekenen met het kwellende idee dat in het Oude Testament de bron van veel geweld en
agressie ligt.

 

 

 

 

 

 

 

Roddelen is verkeerd

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

Roddelen en kwaadspreken

 

Het is duidelijk dat kwaadspreken over anderen, roddelen, het karakter van satan typeert. Wie roddelt, begeeft zich op het terrein van satan.

 

 

 

Waarom is roddelen verkeerd?

 

 

Roddel heeft geen begrip voor de ander


Roddel komt vaak voort uit jaloezie, of een slecht zelfbeeld. Er wordt vaak geroddeld over mensen, die andere gewoontes hebben. Roddel stelt iemand in een negatief daglicht en kent geen mededogen of barmhartigheid.
Bij kwaadspreken gaat men voorbij aan de persoonlijkheid en de achtergrond van waaruit iemand handelt. Daarom staat er ook in de tien geboden:

Gij zult geen vals (leugenachtig, misleidend) getuigenis spreken tegen uw naaste. (Exodus 20:16)

 

 

 

Roddel leidt een eigen leven en dient vaak de leugen

 

Als iemand iets negatiefs over een ander hoort vertellen, wordt dat gewoonlijk weer aan anderen doorverteld en gaat het verhaal een eigen leven leiden. Meestal wordt het steeds pittiger en dramatischer. Iets dat verteld wordt als een veronderstelling, “ik meen te weten dat …”, wordt gaandeweg steeds zekerder en uiteindelijk doorverteld als een vaststaand feit.

 

 

 

Roddel ontneemt iemand de eerste indruk


Wanneer iemand een persoon, over wie men heeft horen roddelen, voor het eerst ontmoet, zal hij er moeite mee hebben om vrij en open tegenover deze persoon te staan. De eerste indruk is bij voorbaat negatief beïnvloed.
Hierdoor ontstaat argwaan en de ander zal zich, onbewust, eerst moeten bewijzen, om die argwaan weg te nemen.

 

 

 

Roddel beïnvloedt de manier waarop men over iemand denkt

 

Stel dat, om wat voor reden dan ook, mijnheer X zich bedrinkt. Het is mogelijk dat dit nooit eerder is gebeurd en ook nadien niet meer, maar net die ene keer heeft iemand dat gezien. Als deze persoon overal gaat rondvertellen, dat hij mijnheer X dronken gezien heeft, dan is de kans reëel dat hij door veel mensen als een dronkaard wordt beschouwd en dat men hem gaat mijden.

 

 

 

Roddel brengt verwijdering tussen mensen

 

Het is duidelijk dat er in het vorige geval een verwijdering ontstaat tussen mijnheer X en zijn omgeving.
Roddel is vaak de oorzaak van geschillen binnen families en hele gemeenschappen kunnen uit elkaar vallen vanwege kwaadsprekerij.

 

 

 

Wie roddelt wordt een tegenstander van God

 

Jezus bad tot zijn Vader:

Ik bid …  voor hen, die … in Mij geloven, opdat zij allen één zijn, gelijk Gij, Vader, in Mij en Ik in U, dat ook zij in Ons zijn; opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt.   (Johannes 17:20-21)

Aan de andere kant zei Jezus:

Wie met Mij niet bijeenbrengt, die verstrooit.   (Mattheüs 12:30 / Lukas 11:23)

 

 

 

 

Wie roddelt, brengt verwijdering tussen mensen en speelt de satan in de kaart

 

 

Roddelen veroordeelt


Oordelen is niet aan de mens. Zelfs Jezus zei:

Indien iemand naar mijn woorden hoort, maar ze niet bewaart, Ik oordeel hem niet, want Ik ben niet gekomen om de wereld te oordelen, doch om de wereld te behouden. (Johannes 12:47)

 

 

 

Roddel getuigt van onvergevingsgezindheid

 

Farizeeën kwamen bij Jezus roddelen over een vrouw, die betrapt was op overspel. Ze hadden haar zelfs meegebracht en volgens de wet van Mozes moest zij gestenigd worden, samen met de man waarmee ze overspel gepleegd had. De farizeeën hadden de wet aan hun kant.

Maar Jezus zei:

Wie van u zonder zonde is, werpe het eerst een steen naar haar.   (Johannes 8:7)

 

En toen iedereen afdroop, zonder verder iets te zeggen, zei Hij tot de vrouw:

Ook Ik veroordeel u niet. Ga heen, zondig van nu af niet meer!   (Johannes 8:11)

 

 

 

Wie roddelt heeft niets begrepen van de liefde van Jezus

 

Paulus schrijft:

Wie zijt gij, dat gij de knecht van een ander oordeelt? Of hij staat of valt, gaat zijn eigen heer aan. Maar hij zal staande blijven, want de Here is bij machte hem vast te doen staan.   (Romeinen 14:4)

 

Het is verkeerd om een oordeel over anderen uit te spreken en helemaal verkeerd om dit persoonlijke oordeel rond te bazuinen.

 

Wie roddelt verstrooit, schaadt mensen en schaadt ook het getuigenis van de gemeente in de wereld, als het beeld van Jezus Christus.

 

 

 

 

 

Hoe God wil dat mensen met elkaar omgaan

 

Indien iemand in de fout is gegaan, waarschuwt Paulus:

Broeders (zusters), zelfs indien iemand op een overtreding betrapt wordt, helpt gij, die geestelijk zijt, hem terecht in een geest van zachtmoedigheid, ziende op uzelf; gij mocht ook eens in verzoeking komen.   (Galaten 6:1)

 

Wie tot in het diepst van zijn hart beseft volkomen aanvaard en vergeven te zijn door Jezus, staat vergevingsgezind in het leven.

 

De opdracht is:

God lief te hebben boven alles en je naaste als jezelf.   (Lukas 10:27)

 

 

 

God geeft een geweldige belofte

 

Wanneer gij uit uw midden het juk wegdoet, het wijzen met de vinger en het spreken van boosheid nalaat,

wanneer gij de hongerige schenkt wat gij zelf begeert en de verdrukten verzadigt,

dan zal in de duisternis uw licht opgaan en uw donkerheid zal zijn als de middag.

En de Here zal u voortdurend leiden, u in dorre streken verzadigen en uw gebeente krachtig maken; dan zult gij zijn als een besproeide hof en als een bron, waarvan het water niet teleurstelt.

En de uwen zullen de overoude puinhopen herbouwen, de grondvesten van vorige geslachten zult gij herstellen, en men zal u noemen: Hersteller van bressen, Herbouwer van straten. (Jesaja 58:9-12)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wie is Satan volgens het woordgebruik in het Hebreeuws en het Grieks

Standaard

categorie : religie

.

.

.

.

Het karakter van de satan – woordgebruik in het Hebreeuws

.

Het karakter van de satan komt in het woordgebruik in het O.T. tot uiting op twee manieren:

  • in zijn naam: satan
  • in de manier waarop hij tot zonde kwam

Het Hebreeuws voor de satan is:  satan.
In het Nederlands taalgebruik is dit woord als eigennaam overgenomen.

Volgens de OLB, de On Line Bijbel vertaling  is satan:

  • een zelfstandig naamwoord
  • te vertalen als: tegenstander, tegenpartij, satan (als eigennaam)
  • afgeleid van het werkwoord: satan

Het werkwoord satan wordt volgens de OLB vertaald als: tegenstander zijn, als tegenstander handelen, weerstaan, zoals o.a. in de tekst, waar David zegt:

Mijn vijanden echter leven, zij zijn machtig, talrijk zijn zij, die mij trouweloos haten, zij, die mij kwaad voor goed vergelden en mij weerstaan (satan), omdat ik het goede najaag. (Psalmen 38:19-20)

Satan als zelfstandig naamwoord wordt in 23 verzen gebruikt, waarbij 8 maal vertaald wordt als tegenstander, zoals bijvoorbeeld in:

Maar de toorn Gods ontbrandde, toen hij (Bileam was op weg om het volk Israël te vervloeken) ging, en de Engel van de Here stelde zich op de weg als zijn tegenstander (satan); Bileam reed op zijn ezelin en had twee van zijn dienaren bij zich.   (Numeri 22:22)

.

Satan in ons taalgebruik

.

In ons taalgebruik komt het woord satan vaak als een eigennaam voor. Het is de vraag of satan ook in Bijbelse tijden als eigennaam gebruikt werd.

Het is best mogelijk dat men in de tijd van het Oude Testament, bij het gebruik van het woord satan, niet zozeer dacht aan de naam van een gevallen engel, maar eerder aan de tegenstander van God.

Bij het lezen van de Bijbel zou bij satan misschien beter telkens ‘de tegenstander’ ingevuld kunnen worden, wat duidelijker uitdrukt wie hij werkelijk is.

.

.

.

.

Het karakter van de satan – woordgebruik in het Grieks

.

In het Nieuwe Testament worden twee namen voor de tegenstander van God gebruikt, namelijk:

  • satan – in het Grieks: satanas.
  • duivel – in het Grieks: diabolos.

De satan is de vertaling van het Grieks satanas

Volgens de OLB is satanas:

  • een zelfstandig naamwoord
  • van Aramese oorsprong, overeenkomend met het Hebreeuwse ‘satan’ (met het bepalend lidwoord)
  • te vertalen als: tegenstander (iemand die zich in voornemen en daad tegen de ander verzet)
  • de naam gegeven aan de vorst van de boze geesten.

Satanas komt voor in 28 Bijbelverzen en wordt steeds door satan vertaald. Volgens de OLB is satanas een zelfstandig naamwoord.

In de meeste Bijbelverzen wordt satanas voorafgegaan door een lidwoord, dus ‘de satan’. Ook hier kan afgevraagd worden, zoals bij satan in het Hebreeuws, of in de tijd van het Nieuwe Testament satanas wel gebruikt werd als eigennaam, zoals het in het Nederlands vaak gebeurd.

Misschien zou het ook hier beter zijn om satan, of de satan’ te vervangen door tegenstander, of de tegenstander’ wat weergeeft wie hij werkelijk is.

En Jezus werd in de woestijn veertig dagen verzocht door de satan (de tegenstander) en Hij was bij de wilde dieren, en de engelen dienden Hem.   (Markus 1:13)

Toen zei Jezus tot hem: Ga weg, satan (tegenstander)! Er staat immers geschreven: De Here, uw God, zult gij aanbidden en Hem alleen dienen.   (Mattheüs 4:10)

De satan stelt zich op als een tegenstander, omdat hij er steeds op uit is mensen van hun goede voornemens af te brengen.

.

.

Soms probeert hij mensen op verkeerde gedachten te brengen

.

Dat is duidelijk als hij Jezus verzoekt in de woestijn en probeert om Hem ongehoorzaam te doen zijn aan zijn Vader.  (Mattheüs 4:1-11)

.

.

.

Soms gebruikt hij daarvoor uitspraken van andere personen

.

zoals in wat Petrus zei:

21 Vanaf dat moment begon Jezus aan zijn leerlingen uit te leggen wat er zou gaan gebeuren. Dat Hij naar Jeruzalem moest gaan. Dat Hij daar mishandeld moest worden door de leiders van het volk, de leiders van de priesters, en de wetgeleerden. Dat Hij zelfs moest worden gedood. Maar ook dat Hij op de derde dag uit de dood zou opstaan.
22 Toen nam Petrus Hem apart. Hij begon Hem streng tegen te spreken. Hij zei: “Heer, God zal ervoor zorgen dat dat niet zal gebeuren!” 23 Maar Jezus draaide Zich om en zei tegen Petrus:

“Ga weg, duivel! Je probeert Mij ongehoorzaam aan God te maken. Want jij wil niet wat God wil, maar wat mensen willen!”

.

.

.

De duivel in het taalgebruik

.

De duivel is de vertaling van diabolos.
Volgens de OLB is ‘diabolos’:

  • een bijvoeglijk naamwoord
  • te vertalen als: geneigd tot laster, lasterlijk, vals beschuldigend
  • afgeleid van het werkwoord ‘diaballo’ (werpen over, belasteren, kwaad spreken van, verdacht maken, bedriegen)
  • Als metafoor ook toegepast op iemand, waarvan gezegd kan worden dat die de rol van de duivel vervult

Het is duidelijk dat het woord diabolos het begrip laster, kwaad spreken in zich heeft.

Diabolos komt in 36 verzen voor en wordt in 33 verzen vertaald met ‘de duivel’.
Er zijn echter drie uitzonderingen (de duivel toegepast als metafoor):

(over diakenen) Evenzo moeten hun vrouwen zijn: waardig, geen kwaadspreeksters, nuchter, betrouwbaar in alles.   (1 Timotheüs 3:11)

… want de mensen zullen zelfzuchtig zijn, geldgierig, pochers, vermetel, kwaadsprekers (Grieks: blasphemos – kwaadsprekend, lasterend), aan hun ouders ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig, liefdeloos, trouweloos, lasteraars, onmatig, onhandelbaar, afkerig van het goede …   (2 Timotheüs 3:2-3)

Oude vrouwen eveneens, priesterlijk in haar optreden, niet kwaadsprekend, niet verslaafd aan veel wijn, in het goede onderrichtende.   (Titus 2:3)

Omdat diabolos steeds gebruikt wordt met een lidwoord en vertaald wordt met ‘ duivel’, kan ook hier afgevraagd worden of men in de tijd van Jezus eerder dacht aan ‘de lasteraar’ of ‘de kwaadspreker’.

Onderwerpt u dus aan God, maar biedt weerstand aan de duivel (de lasteraar), en hij zal van u vlieden.   (Jakobus 4:7)

.

Duidelijk is, dat er in het Grieks sprake is van

‘de lasteraar’, ‘de aanklager’.

.

De duivel is hier nog steeds dag en nacht mee bezig bij God

.

En de grote draak werd op de aarde geworpen, de oude slang, die genaamd wordt duivel en de satan, die de gehele wereld verleidt; hij werd op de aarde geworpen en zijn engelen met hem.   (Openbaring 12:9)

En ik hoorde een luide stem in de hemel zeggen: Nu is verschenen het heil en de kracht en het koningschap van onze God en de macht van zijn Gezalfde; want de aanklager (kategoros)van onze broeders, die hen dag en nacht aanklaagde (kategoreo: beschuldigde) voor onze God, is neergeworpen.   (Openbaring 12:10)

Omwille van Jezus geeft God geen gehoor aan alles wat de satan, de duivel, de tegenstander, de kwaadspreker, bij zijn troon komt roddelen, zoals Johannes schrijft in zijn eerste brief:

Mijn kinderkens, dit schrijf ik u, opdat gij niet tot zonde komt. En als iemand gezondigd heeft, wij hebben een voorspraak (parakletos:  voorbidder, advocaat) bij de Vader, Jezus Christus, de rechtvaardige; en Hij is een verzoening voor onze zonden ( voor wie dat wenst!!) en niet alleen voor de onze, maar ook voor die van de gehele wereld.   (1 Johannes 2:1-2)

.

.

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

Kan een gelovige zondigen?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

907pic

 

 

 

 

Is de gelovige in staat te zondigen?

 

Om Johannes te kunnen begrijpen, moeten we weten wat hij met zijn brief wil zeggen. Hij heeft het over een opvatting die uit de Griekse filosofie dreigt in te sluipen. Volgens die opvatting zijn lichaam en geest volledig gescheiden; alleen de geest heeft dan waarde, en alleen de dingen van de geest kunnen daarom goed of slecht zijn. Wat je met je lichaam doet, zou geen ‘zonde’ zijn, want het lichaam is, volgens die opvatting, voor onze goddelijke bestemming van geen enkel belang.

Zonde bestaat dan alleen maar in de geest, en met het lichaam zouden we kunnen doen wat we maar willen. Johannes verzet zich fel tegen deze onbijbelse opvatting. De moeilijkheid zit voor ons in het feit dat hij met zondigen twee verschillende dingen bedoelt.

Aan de ene kant de zonde die de ware volgeling van Christus probeert na te laten, maar waarin hij toch telkens weer vervalt, omdat hij nu eenmaal nog niet de volmaaktheid heeft bereikt. Geen enkele gelovige is volledig vrij van zulke zonde.

Aan de andere kant zijn er de daden van deze dwaalleraars, duidelijk in strijd met de leer van Christus, waarvan zij echter betogen dat je die zonder bezwaar kunt doen, omdat dat toch geen zonde is. De ware christen onthoudt zich volledig van zulke daden (zulke zonde). Wie bewust zulke zonde doet (ook al ziet hij die zelf niet als zonde), is geen volgeling van Christus.

 

 

Gevolg van de keuze tussen goed en kwaad

Gevolg van de keuze tussen goed en kwaad

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

Over die eerste vorm van zonde, die uit zwakheid, zegt Paulus:

 

“Wat ik doe, doorzie ik niet, want ik doe niet wat ik wil, ik doe juist wat ik haat. Ik wil het goede wel, maar het goede doen kan ik niet. Wat ik verlang te doen, het goede, laat ik na; wat ik wil vermijden, het kwade, dat doe ik.” (Romeinen 7:15-19)

Met zijn geest (verstand) weet hij wat hij als christen zou moeten doen, maar zijn natuurlijke neiging is anders, en dat brengt hem er toch telkens weer toe dingen te doen die verkeerd zijn. Weliswaar wil hij dat eigenlijk niet, maar – zoals Jezus zelf zei – ‘de geest is wel gewillig, maar het lichaam is zwak’ (Matteüs 26:41).

Let op dat hij dat niet verontschuldigt, als iets dat alleen maar van het lichaam is en dat daarom dus geen zonde zou zijn. Integendeel, Paulus wijst dit volledig aan als zonde, en roept vol wanhoop uit:

Ik, ellendig mens! Wie zal mij verlossen uit dit lichaam van de dood?”

 

Maar in de volgende zin geeft hij zelf de oplossing:

“God zij gedankt: door Jezus Christus, onze Heer!” (vs 24-25).

 

Over deze zonde, begaan uit zwakheid, zegt ook Johannes:

“Als we zeggen dat we de zonde niet hebben, misleiden we onszelf en is de waarheid niet in ons. Belijden we zulke zonden, dan zal hij, die trouw en rechtvaardig is, ons die zonden vergeven en ons reinigen van alle kwaad.” (1 Johannes 1:8-9)

 

 

 

Maar over die andere gedachte, dat wij geen zonde hebben, omdat wij met ons lichaam niet zouden kunnen zondigen, zegt hij:

 

“Als we zeggen dat we nooit gezondigd hebben, maken we Hem [God] tot een leugenaar en is zijn woord niet in ons.” (vs 10)

En hij gaat nog een stap verder. Wie dingen doet die God heeft verboden, en die de Schrift zonde noemt, is een goddeloze. Het begrip dat hij in feite gebruikt is wetteloos. Maar met wetteloos bedoelt de Schift alles wat tegen Gods Wet in gaat, en het woord is dus synoniem met goddeloos:

“Ieder die bewust zondigt overtreedt Gods wet, want zondigen is Gods wet overtreden.” (1 Johannes 3:4)

 

Hij vat dat samen met:

“Ieder die in hem blijft, zondigt niet (= niet bewust)”, maar “ieder die (bewust) zondigt, heeft hem nooit gezien en kent hem niet.” (vs 6).

 

En vervolgens trekt hij dan de conclusie: Het kan niet zo zijn dat wie uit God is geboren, tegelijkertijd willens en wetens bezig is dingen te doen die God heeft verboden. Dat is logisch gesproken onmogelijk! Vrij vertaald schrijft hij:

“Wie werkelijk uit God is wedergeboren, doet niet willens en wetens dingen die de Schrift aanduidt als zonde; want hij heeft het zaad van het evangelie (dat in zijn hart is gezaaid) blijvend in zich en hij kan dus onmogelijk tegelijkertijd bezig zijn met zulke dingen, want hij is wedergeboren.” (vs 9)

 

Hij heeft het dus niet over een fysieke onmogelijkheid om zonde te doen, maar over de logische onmogelijkheid om willens en wetens dingen te doen waarvan hij kan weten dat ze zonde zijn. Wie dat toch doet is niet werkelijk wedergeboren.

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

mijne kop a4

Boodschap 303 van ” Boodschappen uit de kosmos “

Standaard

categorie : Boodschappen uit de kosmos 

.

.

Alleen geloof kan de ziel redden

 

Pasteltekening van John Astria

.

.

DE ZONDE IS DOOR EEN DEMONISCH SCHEPSEL, SATAN, OP DE

.

WERELD GEKOMEN,

.

EN IS  DOOR EEN SUPERIEURE ENTITEIT, JEZUS, UITGEROEID

.

.

SIN WAS INTRODUCED BY A DEMONIC CREATURE, SATAN,

.

AND WAS ERADICATED BY A SUPERIOR ENTITY, JESUS.

.

.

.

.