Categorie archief: Kamerplanten en bloemen

Kale jonker : Cirsium palustre

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de kluwens helder roze distelbloemen waarvan alleen de puntjes van de omwindselblaadjes uitstaan

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Kale jonker is een overblijvende, zeer algemeen voorkomende distel van 60 tot 150 cm hoog, die bloeit vanaf juni tot en met september op natte, matig voedselrijke grond in graslanden, loofbossen, duinvalleien en aan slootkanten.

 

 

kale jonker

 

 

 

Bloem

 

De bloemenhoofdjes zijn kort gesteeld, staan in kluwens met 2 tot 8 bij elkaar aan de hoofdstengel en eventueel de zijstengels. Ze bestaan uitsluitend uit helder roze (zelden witte) buisbloemen. Het omwindsel is zwak stekelig. Alleen het puntje van de omwindselblaadjes is afstaand.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zijn lijn- tot lancetvormig (lang en smal), veervormig ingesneden, gestekeld en zowel aan de boven- als aan de onderkant behaard. De bladvoet loopt langs de stengel af in gestekelde vleugels. De bovenste bladeren zijn (nagenoeg) ongedeeld. De stengel is tot bovenaan stekelig gevleugeld, tussen de vleugels rommelig behaard en vaak paarsrood aangelopen. Meestal is de stengel onvertakt, maar op voedselrijke grond kan hij ook meerdere schuin omhoog gerichte zijtakken hebben, waarvan sommigen boven de hoofdstengel uitkomen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Er zijn vier distels die op afstand op elkaar lijken : kale jonker, kruldistel, tengere distel en langstekelige distel. Kruldistel en langstekelige distel zijn lastig uit elkaar te houden.

 

 

tengere distel

 

 

 

kruldistel

 

 

 

langstekelige distel

 

 

 

Algemeen

 

composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– zeer algemeen tot vrij zeldzaam
– 60 tot 150 cm

– helder roze, zelden wit
– vanaf juni t/m september
– hoofdjes in kluwens
– buisbloemen
– 1 tot 2 cm

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– veervormig ingesneden
– top stekelpuntig
– rand stekelig getand of gegolfd
– voet aflopend
– veernervig
– boven- en onderkant behaard

Stengel
– rechtop
– behaard

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

Jakobskruiskruid : Jacobaea vulgaris subsp. vulgaris

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– gele bloemhoofdjes met 3-tandige straalbloemen en
– de tot dubbel geveerde bladeren en
– de omwindselbladen met zwarte top

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Jakobskruiskruid is een overblijvende plant, die groeit op open, grazige, droge tot matig vochtige, matig voedselrijke, meestal zandige grond in grasland, duinen, uiterwaarden, bermen, op braakliggende gronden en dijken. Ze wordt 30 tot 90 cm hoog. Ze komt zeer algemeen voor.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Jakobskruiskruid bloeit vanaf juni tot en met oktober. De bloemenhoofdjes van jakobskruiskruid bestaan uit 12 tot 15 (meestal 13) gele afstaande straalbloemen met drie stompe tandjes.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– zeer algemeen tot ontbrekend
– 30 tot 90 cm

Bloem
– geel
– vanaf juni t/m oktober
– hoofdjes in schermvormige pluim
– lint- en straalbloemen
– 1,5 tot 2,5 cm
– omwindselbladen met zwarte punt

Blad
– vespreid
– onderste veerdelig met eindslip
– bovenste tot dubbel geveerd
– vaak gekroesd
– top stomp
– rand gaaf
– veernervig

Stengel
– rechtop
– bovenaan sterk vertakt
– groen of roodbruin
– gegroefd
– spinnenwebachtige beharing, die later verdwijnt

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

Hondsroos : Rosa canina

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de zachtroze rozen; de oudere bloemen zijn witter en
– de gladde takken met alleen haakvormige gebogen doorns en
– de blaadjes die bij kneuzing niet geuren

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Hondsroos is een dichte, struikvormige plant met overhangende takken, die groeit op vochtige tot droge, voedselrijke grond in heggen, struikgewas, loofbossen en uiterwaarden. Ze komt zeer algemeen voor en wordt ook aangeplant. Ze kan tot 3 meter hoog worden.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Hondsroos bloeit in juni en juli met zachtroze bloemen. Alleen het buitenste gedeelte van de hartvormige kroonbladen is zachtroze, de basis is wit. Bij oudere bloemen verdwijnt de roze kleur nagenoeg, die lijken bijna helemaal wit.

 

 

 

 

 

Bladeren en takken

 

De bladeren bestaat uit 5 tot 7 deelblaadjes. Ze kunnen kaal of behaard zijn, maar geuren bij wrijving niet, in tegenstelling tot de bladeren van egelantier. De takken zijn groen, soms roodachtig aangelopen en hebben verspreid staande grote, haakvormig gebogen doorns. Verder zijn ze kaal.

 

 

 

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Hondsroos kent vele toepassingen. De bloemblaadjes, rozebottelschillen en zaden worden voor medicinale doeleinden gebruikt. De schil van de bottels, die veel vitamine C bevat, wordt ook gebruikt voor het maken van jam en sap en vanwege de smaak vaak toegevoegd aan kruidenthee. De overige delen van hondsroos worden in de volksgeneeskunde gebruikt als urinedrijvend middel bij blaas- en nierproblemen en als mild laxeermiddel.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

:
:
:
:
:
:
:

kaneelroos : 2 rechtafstaande stekels aan de voet van de bladsteel.

 

 

kaneelroos

 

 

rimpelroos : oranje-rode bottels breder dan hoog (kleine “tomaatjes”).

 

 

 

 

 

 

bosroos : kaal, geen doorns of stekels.

 

 

bosroos

 

 

 

 

egelantier :appelachtige geur bij wrijving van het blad.

 

 

egelantier

 

 

 

 

hondsroos : grote haakvormige doorns op verder kale takken.

 

viltroos : aan beide zijden behaarde bladeren, onderkant viltig.

 

 

viltroos

 

 

 

 

duinroos : donkere, bruinachtig paarse tot zwartachtige bottels.

 

 

duinroos

 

 

 

Algemeen

 

rozenfamilie (Rosaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen voorkomend
– 1 tot 3 meter

Bloem
– zachtroze tot bijna wit
– juni en juli
– gesteeld alleenstaand
– stervormig
– 4,5 tot 5 cm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– meer dan 20 meeldraden
– meer dan 20 stijlen

Blad
– verspreid
– oneven veervormig samengesteld
– deelblaadjes :
– langwerpig tot eirond
– top spits
– rand enkel of dubbel gezaagd
– voet afgerond
– veernervig
– wisselende beharing
– niet geurend bij wrijving

Stengel
– overhangend of rechtop
– kaal met doorns
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hokjespeul : Astragalus glycyphyllos

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de lange, liggende, zigzag knikkende stengels
– met samengestelde oneven geveerde bladeren en de
– trossen bleek groengele vlinderbloemen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Hokjespeul is een giftige, overblijvende plant met liggende, zigzag knikkende stengels, die 30 tot 120 cm lang kunnen worden. Ze groeit op vochtige, kalkrijke grond aan bosranden, tussen kreupelhout, aan dijken en spoorwegen, en in leemkuilen. Ze is zeldzaam voorkomend in de Lage Landen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Hokjespeul bloeit vanaf juni tot en met september met eironde, vrij dichte trossen bleek groengele, geurende vlinderbloemen. De trossen staan in de bladoksels en bestaan uit 8 tot 30, kort gesteelde bloemen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren bestaan uit 9 tot 15 elliptische of eironde deelblaadjes. Elk samengesteld blad heeft twee, vrij grote, driehoekige steunblaadjes.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– overblijvend
– zeldzaam tot zeer zeldzaam
– 30 tot 120 cm

Bloem
– bleek groengeel
– vanaf juni t/m september
– tros
– vlinderbloem
– 1 tot 1,5 cm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld
– oneven veervormig
– eirond
– top stomp met klein spitsje
– rand gaaf
– voet afgerond
– veernervig
– onderzijde behaard

Stengel
– liggend
– vrijwel kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

Harig wilgenroosje : Epilobium hirsutum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de behaarde bladeren en stengel en
– alleenstaande helder roze bloemen en
– de lange vruchten

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Harig wilgenroosje is een overblijvende, zeer algemeen voorkomende plant van 60 tot 150 cm hoog. De stengel en bladeren zijn zacht behaard. Van de acht meeldraden zijn er vier langer en komen eerder tot ontwikkeling dan de andere vier. De plant groeit op natte, zeer voedselrijke grond langs oevers, in lichte bossen en in rietmoerassen. Ook op half beschaduwde plaatsen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf juni tot en met september. De bloemen zijn helder roze van kleur en 2 tot 3 cm in doorsnede. Ze lijken op lange stelen te staan, maar de “steel” is het vruchtbeginsel.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soort

 

Wilgenroosje lijkt op harig wilgenroosje, maar is niet behaard. Daarnaast zijn de bloemen onregelmatiger van vorm en staan ze dichter bij elkaar, waardoor de bloeiwijze van wilgenroosje op een pluim lijkt. De kelkbladen zijn roodachtig.

 

 

gewoon wilgenroosje

 

 

 

Algemeen

 

teunisbloemfamilie (Onagraceae)
– overblijvend
– zeer algemeen voorkomend
– 60 tot 150 cm hoog

Bloem
– helder roze
– vanaf juni t/m september
– alleenstaand
– 2 tot 3 cm
– stervormig
– 4 uitgerande kroonbladen
– kroonbladen niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 8 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits
– rand onregelmatig scherp gezaagd   met haakvormige tanden
– voet (half) stengelomvattend of   aflopend
– netnervig
– zacht behaard, vooral op de nerven   lange afstaande haren

Stengel
– rechtop
– sterk vertakt
– lang afstaand behaard
– rolrond

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Grote wederik : Lysimachia vulgaris

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– gele bloemen in grote, eindelingse pluimen en
– kelkbladen met roodachtige rand

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Grote wederik is een overblijvende plant van 60 tot 150 cm hoog. Ze is zeer algemeen voorkomend in de Lage landen. Ze groeit op natte, min of meer voedselrijke grond aan waterkanten, in graslanden en duinvalleien, in vennen en bossen, ook op drogere grond langs kanalen en spoordijken.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Grote wederik bloeit vanaf juni tot en met augustus. Ze verlangt veel licht om in bloei te komen. De bloemen staan in grote, pyramide-vormige pluimen aan het einde van de stengel en de zijstengels. Ze hebben 5 kroonbladen met aan de basis vaak een bruinrode vlek. De kelkbladen zijn roodachtig gerand.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

puntwederik : gele bloemen in schijnkransen in langgerekte bebladerde pluimen, kelkbladen geheel groen, kroonbladen gewimperd.
grote wederik : gele bloemen in pyramide-vormige pluimen aan het einde van de stengels en zijstengels, kelkbladen roodachtig gerand.

 

 

puntwederik

 

 

 

Algemeen

 

sleutelbloemfamilie (Primulaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen tot vrij zeldzaam
– 60 tot 150 cm

Bloem
– geel
– vanaf juni t/m augustus
– pluim
– stervormig
– 1,5 tot 2 cm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen, roodachtig gerand
– 5 meeldraden, gedeeltelijk vergroeid
– 1 stijl

Blad
– tegenoverstaand of krans
– enkelvoudig
– langwerpig
– top spits
– rand gaaf
– voet wigvormig
– veernervig
– onderkant behaard

Stengel
– rechtop
– behaard
– rolrond, soms vierkantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Grote teunisbloem : Oenothera glazioviana

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 Goed te herkennen aan
– de grote lichtgele bloemen met een stijl, die even lang of langer is dan de meeldraden en
– de behaarde kelkbladen met rode strepen, of die later helemaal rood worden en
– de behaarde stengel met rode knobbels, strepen en/of vlekken

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Grote teunisbloem is een stevige, zacht behaarde, tweejarige plant van 50 tot 150 cm hoog en groeit op open, droge, vaak omgewerkte zandige of stenige grond. In het eerste jaar ontwikkelt zich een bladrozet, in het tweede jaar de stevige bloeistengel. Ze komt vrij algemeen voor en is waarschijnlijk oorspronkelijk uit Noord-Amerika en is in Europa als sierplant geïntroduceerd. Daarna is ze op enkele plaatsen verwilderd, soms in grote aantallen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Grote teunisbloem bloeit vanaf juni tot en met september met grote, geurende bloemen, die samen een aarvormige bloeiwijze vormen aan het einde van een rijk bebladerde stengel. Ze hebben 4 lichtgele kroonbladen, die duidelijk langer zijn dan de meeldraden. De bloemen bloeien maar 1 dag, hooguit 2 dagen. Ze openen zich in de avond. De kelkbladen klappen zich in een snelle beweging om naar de steel en in 15 tot 20 minuten heeft de bloem zich geopend. De bestuiving vindt voornamelijk plaats door insecten, die in de avond en nacht actief zijn. De kelkbladen hebben rode strepen of worden later helemaal rood. De stengel en het vruchtbeginsel hebben rode knobbels, strepen en/of vlekken.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Sinds de 80-er jaren wordt grote teunisbloem gekweekt vanwege haar oliehoudende zaden. Teunisbloemolie kent vele toepassingen.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

grote teunisbloem : bloemen 35-50 mm, stengel en vruchtbeginsel met rode knobbels, strepen en/of vlekken, kelkbladen met rode strepen of later helemaal rood.
middelste teunisbloem : bloemen 20-28 mm, groene stengel, kelkbladen en vruchtbeginsel.
duinteunisbloem : bloemen 8-16 mm, stengel met rode knobbels, vlekken en/of strepen, kelkbladen vaak rood.
zandteunisbloem : bloemen 8-12 mm, groene stengel, kelkbladen en vruchtbeginsel.

 

 

middelste teunisbloem

 

 

 

duinteunisbloem

 

 

 

zandteunisbloem

 

 

 

Algemeen

 

teunisbloemfamilie (Onagraceae)
– tweejarig
– vrij algemeen in duin- en stedelijke   gebieden
– 50 tot 150 cm

Bloem
– geel
– vanaf juni t/m september
– gesteeld alleenstaand in aar
– stervormig
– 3,5 tot 6 cm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 8 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits
– rand gaaf
– veernervig, met lichte middennerf
– voet wigvormig
– zacht behaard

Stengel
– rechtop
– rolrond
– behaard
– met rode knobbels, vlekken en/of  strepen

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bloeiend in april in de Lage Landen

Standaard

categorie :  Kamerplanten en bloemen

.

.

Bloeiend in april in de Lage Landen. Elke bloem wordt in de categorie ” Kamerplanten en bloemen ” beschreven : zie zoeken

.

.

bosanemoon

 

.

.

gele anemoon

 

.

.

gevlekt longkruid

 

.

.

gewoon speenkruid

 

.

.

groot hoefblad

 

.

.

herderstasje

 

.

.

Japans hoefblad

 

.

.

klein tasjeskruid

 

.

.

kleine veldkers

 

.

.

klimop ereprijs

 

.

.

maarts viooltje

 

.

.

paardenbloem

 

.

.

paarse dovenetel

 

.

.

prachtschubwortel

 

.

.

slanke sleutelbloem

 

.

.

vingerhelmbloem

 

.

.

 winterpostelein

 

.

.

wrangwortel

 

.

.

zandhoornbloem

 

.

.

sneeuwklokje

 

.

.

klein hoefblad

 

.

.

klein kruiskruid

 

.

.

kluwenhoornbloem

 

.

.

lenteklokje

 

.

.

madeliefje

 

.

.

stinkend nieskruid

 

.

.

vogelmuur

 

.

.

vroegeling

 

.

.

winterakoniet

 

.

.

blauwe anemoon

 

.

.

grote sneeuwroem

 

.

.

holwortel

 

holwortel

.

.

oosterse hyacint

 

.

.

akkerhoornbloem

 

.

.

bostulp

 

.

.

bosveldkers

 

.

.

daslook

 

.

.

deenslepelblad

 

.

.

donkersporig bosviooltje

 

.

.

duinreigersbek

 

duinreigersbek

.

.

duinviooltje

 

.

.

gehoornde klaverzuring

 

.

.

gewone dotterbloem

 

.

.

gewone ereprijs

 

.

.

gewone hoornbloem

 

.

.

gewone reigersbek

 

.

.

gewone smeerwortel

 

.

.

gewoon barbarakruid

 

.

.

grote ereprijs

 

.

.

grote muur

 

.

.

gulden boterbloem

 

.

.

gulden sleutelbloem

 

.

.

hoenderbeet

 

.

.

hondsdraf

 

.

.

hopklaver

 

.

.

kleine maagdenpalm

 

.

.

kleine sneeuwroem

 

.

.

knikkende vogelmelk

 

.

.

kruipend zenegroen

 

kruipend zenegroen

.

.

kruisbladwalstro

 

.

.

kruishyacint

 

.

.

look zonder look

 

.

.

overblijvende ossetong

 

.

.

pinksterbloem

 

.

.

raapzaad

 

.

.

ronde ooievaarsbek

 

.

.

scherpe boterbloem

 

.

.

tijmereprijs

 

.

.

veldsla

 

.

.

voorjaarshelmkruid

 

.

.

witte kievitsbloem

 

.

.

witte dovenetel

 

 

.

.

witte klaverzuring

 

.

.

zandraket

 

.

.

zomerklokje

 

zomerklokje

.

.

Judaspenning (paars en wit)

 

.

.

witte Judaspenning

.

.

.

.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Harig knopkruid : Galinsoga quadriradiata

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de onopvallende bloemhoofdjes met meestal 5 ver uit elkaar staande, witte, drie-tandige straalbloemen en
– de met afstaande witte haren bedekte bloeiende stengels

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Harig knopkruid is een eenjarige plant van 20 tot 45 cm. Ze is zeer algemeen voor komend in de Lage Landen. Harig knopkruid groeit op open, vochtige tot droge, zandige grond langs akkers, in bermen, op braakliggende terreinen en in moestuinen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Harig knopkruid bloeit vanaf juni tot in de herfst met kleine bloemhoofdjes, die bestaan uit gele buisbloemen en 0 tot 6, meestal 5 witte drie-tandige straalbloemen.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soort

 

Naast harig knopkruid is er ook kaal knopkruid. Er zitten tussen beide soorten wat subtiele verschillen in de bloemen, maar het meest opvallende verschil is de beharing van de bloeiende stengels. De bloeiende stengels van harig knopkruid zijn behaard met witte afstaande haren, terwijl die van kaal knopkruid niet of spaarzaam zijn behaard met aanliggende haren.

 

 

kaal knopkruid

 

 

 

Algemeen

 

composietenfamilie (Asteraceae)
– eenjarig
– zeer algemeen tot zeldzaam
– 20 tot 45 cm

Bloem
– witte straalbloemen
– gele buisbloemen
– vanaf juni tot in de herfst
– hoofdje
– 8 mm

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– eirond
– top spits
– rand gezaagd
– voet afgerond
– netnervig
– behaard

Stengel
– rechtop
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Haagwinde : Convolvulus sepium

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de grote, zuiver witte (zelden roze met witte strepen), trechtervormige bloemen en
– aan de hoek van 90° tussen bladsteel en bladschijf
– en de pijlvormige bladeren

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Haagwinde is een zeer algemeen voorkomende snelgroeiende overblijvende klimplant. Op zonnig tot half beschaduwde plaatsen met natte tot vochtige, voedselrijke grond kan je haar tegenkomen, zoals in akkers, plantsoenen, tuinen, rietlanden, ruigten en moerasbossen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Haagwinde bloeit vanaf juni tot de herfst met grote, trechtervormige, zuiver witte bloemen. Zelden zijn ze roze met witte strepen. De bloem wordt aan de onderkant omsloten door twee hartvormige, meestal roodbruin aangelopen schutbladen, die de kelk gedeeltelijk bedekken. De schutbladen overlappen elkaar niet, ze raken elkaar hooguit aan de rand en ze zijn langer dan de kelkbladen.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De niet of weinig vertakte stengels winden zich tegen de klok in om takken en stengels van andere planten of zaken zoals palen, gaas of spijltjes van hekken. Ze kan zo tot 3 meter hoog klimmen. De bladeren hebben een breed pijlvormige voet. De bladschijf en bladsteel staan ongeveer haaks op elkaar.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

haagwinde : grote witte bloemen, bladsteel maakt ongeveer een hoek van 90° met bladschijf.
akkerwinde : heeft kleinere, geurende witte of roze bloemen, die aan de buitenkant 5 donkere strepen hebben.
zeewinde : heeft roze/bleek purperen bloemen met 5 witte strepen, niervormige bladeren en liggende, zelden klimmende stengels.
gestreepte winde : opgeblazen schutbladen onder de bloem overlappen elkaar gedeeltelijk. Bloemen wit, vaak met roze strepen.

 

 

akkerwinde

 

 

 

zeewinde

 

 

 

gestreepte winde

 

 

 

Algemeen

 

windefamilie (Convolvulaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen
– tot 3 meter

Bloem
– wit, zelden roze met witte strepen
– vanaf juni tot de herfst
– gesteeld alleenstaand
– trechtervormig
– 3 tot 6 cm lang
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– pijlvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet breed pijlvormig
– veernervig

Stengel
– klimmend
– kaal
– rolrond

zie wilde bloemen