Mensen maken de samenleving en nemen daarin een positie in. Deze website geeft toegang tot een diversiteit aan artikelen die gaan over 'samenleven', belicht vanuit verschillende perspectieven. De artikelen hebben gemeen dat er gezocht wordt naar wat 'mensen bindt, in plaats van wat hen scheidt'.
Goed te herkennen aan
– de 5-tallige zwak geurende witte bloemen,
– die pas aan het einde van de middag opengaan en
– de iets opgeblazen kelk
Algemeen
Avondkoekoeksbloem is een overblijvende of tweejarige algemeen voorkomende plant, die bloeit vanaf mei tot de herfst.Ze wordt 45 tot 100 cm hoog en groeit op open, vochtige tot droge, voedselrijke plaatsen met omgewerkte, voedselrijke grond, langs akkers, bermen, bosranden en op braakliggende terreinen.
Bloem
De bloemen hebben 5 diep gespleten kroonbladen. Overdag zien de bloemen er verwelkt uit, maar aan het einde van de middag strekken de kroonbladen zich en gaan de bloemen open. Ze zijn zwak, zoet geurend en worden bezocht door nachtvlinders.
Avondkoekoeksbloem is tweehuizig. Dat wil zeggen dat een plant uitsluitend mannelijke bloemen of uitsluitend vrouwelijke bloemen heeft. De kelk van vrouwelijke bloemen heeft 20 nerven en is opgeblazen. De kelk van mannelijke bloemen is slanker en heeft 10 nerven.
Algemeen
– anjerfamilie (Caryophyllaceae)
– overblijvend of tweejarig
– algemeen voorkomend
– in het noorden vrij zeldzaam
– 45 tot 100 cm
Bloem
– wit
– geurend
– vanaf mei tot de herfst
– gevorkt bijscherm
– stervormig
– 2 tot 3 cm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 5 stijlen
Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– langwerpig
– top spits
– rand gaaf
– voet gevleugeld
– veernervig
– onderste gesteeld, bovenste zittend
– behaard
– in of onder het midden het breedst
Goed te herkennen aan
– de lang gesteelde, kleine, roomwitte “viooltjes” bloemen, waarvan
– de zijdelingse kroonbladen schuin naar boven gericht staan en
– de toppen van de kelkbladen vaak buiten de kroon steken
Algemeen
Akkerviooltje is een eenjarige plantje, dat groeit op open, vochtige tot droge, matig voedselrijke zandgrond in akkers en bermen. Ze is zeer algemeen voorkomend op de zandgronden in de Lage Landen.
Bloem
Ze bloeit vanaf mei tot en met oktober. De bloemen zijn meestal roomwit, soms wit of bleekgeel.
Blad
De bovenste 2 kroonbladen kunnen geheel of gedeeltelijk paars zijn. Het onderste kroonblad heeft aan de basis een gele vlek. De kroonbladen zijn meestal korter dan de kelkbladen; de toppen van de kelkbladen steken voorbij de kroonbladen.
Het onderste kroonblad en de 2 zijdelingse hebben donkere lijntjes (honingmerk). De enigzins paarse spoor aan het onderste kroonblad is ongeveer even lang als de kelkaanhangsels en bevat nectar. De bladeren zijn weinig behaard, de onderste vrijwel rond, de bovenste langwerpig. De rand is gewimperd.
Toepassingen
In de volksgeneeskunde wordt akkerviooltje gebruikt bij de behandeling van huidaandoeningen, hoest en keelontstekingen.
– de hoofdjes, die rozer zijn dan witte klaver
– maar minder roze dan rode klaver en
– die op lange stelen staan
– zonder bladeren direct onder het bloemhoofdje en
– de eironde bladeren zonder witte vlek
Algemeen
Basterdklaver is een overblijvende, niet kruipende plant. Ze groeit op vochtige, voedselrijke grond in graslanden, bermen, leem- en kleigroeven en wordt 30 tot 90 cm hoog. Ze is plaatselijk algemeen, maar zeldzaam in de duingebieden.
Bloem
De bloeiperiode is vanaf mei tot en met september. De geurende bloemen in het hoofdje zijn eerst wit, worden later roze. Als ze verwelken worden ze bruin en gaan ze hangen.
Vergelijkbare soorten
De bloemhoofdjes van basterdklaver staan op lange stelen en in tegenstelling tot rode en bochtige klaver zitten er direct onder het hoofdje geen bladeren. Ook de hoofdjes van witte klaver staan op lange bladerloze stengels. Witte klaver heeft een kruipende, op de knopen wortelende stengel. Basterdklaver is geen kruipende plant.
rode klaver : roze tot paarsrode bloemhoofdjes, bladeren direct onder het hoofdje, witte vlekken op de eironde bladeren.
bochtige klaver : helder roze bloemhoofdjes, langwerpige bladeren met soms een onduidelijke witte vlek, de bovenste stengelbladeren zitten iets verder van het hoofdje af dan bij rode klaver.
witte klaver : kruipende plant, lang gesteelde bloemhoofdjes met witte bloemen, soms met roze waas, uitgebloeide bruine bloemen in het hoofdje gaan hangen, eironde bladeren met witte vlek.
basterdklaver : niet kruipende plant, lang gesteelde roze/witte bloemhoofdjes, uitgebloeide bruine bloemen gaan hangen, eironde bladeren zonder witte vlek.
Goed te herkennen aan – trosjes kleine lichtblauwe, iets klokvormig verdiepte bloemetjes en – de met afstaande haren bedekte kelkbladen en – de vruchtstelen, die ongeveer 2x zo lang zijn als de vruchtkelk
Algemeen
Akkervergeet-me-nietje is een zeer algemeen voorkomende, vrij dicht behaarde, eenjarige plant van 10 tot 60 cm hoog. Ze groeit op open, droge tot matig vochtige, voedselrijke grond in akkers, bermen, op dijken, aan bosranden en in de duinen.
Bloem
Akkervergeet-me-nietje bloeit vanaf mei tot in de herfst met kleine lichtblauwe bloemetjes, die in de knop roze zijn. In het begin van de bloei staan de bloemetjes in een opgerolde schichtvormige bloeiwijze aan het einde van de stengels en zijstengels.
In de loop van de bloeitijd ontrolt de schicht zich en verlengt de bloeistengel, zodat er uiteindelijk een langgerekte bloeiwijze ontstaat met aan de top bloeiende bloemen en lager aan de stengel vruchten, die verborgen zitten in de kelk.
De vruchtstelen zijn ongeveer 2 tot 3x zo lang als de vruchtkelk en staan in het midden van de bloeiwijze in een hoek van 45 tot 60 graden met de stengel.
Blad en stengel
De bladeren zijn ongesteeld en zacht behaard. Vooral op zonnige plaatsen kunnen de bladeren wat gewelfd zijn en zijn de randen omgerold.
Toepassing
De medicinale werking van akkervergeet-mij-nietje tegen tuberculose is wetenschappelijk bewezen. Tuberculose komt gelukkig bijna niet meer voor.
Bloem
– lichtblauw
– vanaf mei tot in de herfst
– schicht
– stervormig
– 2 tot 4(5) mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 5 meeldraden
– 1 stijl
Blad
– verspreid en rozet
– enkelvoudig
– lancetvormig of langwerpig
– top spits of stomp
– rand gaaf
– 1-nervig
– behaard
de kleine, 4-tallige, witte bloemetjes en de hartvormige vruchtjes
Algemeen
Herderstasje is zeer algemeen voorkomende eenjarige plant, die bloeit van maart tot en met december met onopvallende losse trosjes witte bloemetjes. Ze wordt 5 tot 60 cm hoog. Herderstasje is een echte pioniersplant en groeit overal en nergens, als het maar zonnig is. Ze verdwijnt zodra de grond in cultuur is gebracht.
Bijzonderheden
De naam heeft de plant gekregen dankzij de vorm van de vruchten, hartvormige hauwtjes die lijken een ouderwets leren tasje, dat herders vroeger bij zich droegen.
Blad en stengel
Vanuit een bladrozet groeien 1 of meerdere stevige, licht behaarde stengels. Tijdens de bloei groeit de stengel door. Net als de stengel zijn ook de stengel- en rozetbladeren behaard. Je hebt er wel een loep voor nodig om ze te zien.
Toepassingen
In de volksgeneeskunde heeft herderstasje een goede reputatie. Ook in de traditionele Chinese geneeskunde en de Ayurveda wordt herderstasje gebruikt. Het heeft onder andere een regulerende werking op de bloeddruk en is bloedstelpend.
Vergelijkbare soorten
herderstasje : driehoekige vruchten.
vroegeling : gespleten kroonbladen en brede, platte vruchten, rozetbladeren gaaf of getand.
Bloem
– wit
– vanaf maart t/m december
– tros
– stervormig
– circa 5 mm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen, vaak wat rood aangelopen
– 6 meeldraden
– 1 stijl
Blad
– rozet en verspreid aan de stengel
– enkelvoudig
– gaafrandig tot veerdelig
– rozetbladeren lancetvormig
– stengelbladeren langwerpig, stengelomvattend
– top spits
– voet stengelblad pijlvormig
– veernervig
– behaard
Goed te herkennen aan – de stevige, bleekroze bloeiwijzen en – na de bloei aan de enorme bladeren
Algemeen
Groot hoefblad is een plaatselijk algemeen voorkomende, overblijvende plant, die groeit op vochtige tot natte, voedselrijke, vaak kalkhoudende grond aan waterkanten.
Bloem
Groot hoefblad bloeit in maart en april met talrijke bleekroze bloemhoofdjes, gerangschikt rond een dikke bloeistengel, die 20 tot 60 cm hoog kan worden. De bloeistengels dragen kleine rood- tot groenachtige schubbladen. Er zijn mannelijke en vrouwelijke bloeiwijzen. De mannelijke verwelken snel. De lossere bloeiwijzen van de vrouwelijke plant verlengen zich sterk na de bloei.
Blad
De wortelbladeren verschijnen na de bloeiwijzen en ontwikkelen zich na de bloei pas tot hun volle omvang. Ze hebben een hartvormige bladschijf en kunnen tot 90 cm breed en 150 cm hoog worden. Door de ondergrondse uitlopers groeit groot hoefblad vaak in grote bestanden en vormt zo een enorm bladerdak, waaronder andere planten zich nauwelijks kunnen handhaven.
Onder het bladerdak ontstaat een aangenaam milieu voor slakken en wormen, waar lijsters en merels zich weer tegoed aan doen. Het voordeel van de kruipende wortels is dat de plant de grond van niet beschoeide oevers goed vasthoudt. Een nadeel is dat het een moeilijk te verwijderen plant is. Ze wordt daarom ook wel “allemansverdriet” genoemd.
Vergelijkbare soorten
In de Lage Landen komen 4 soorten hoefblad voor, die alle vier goed uit elkaar te houden zijn, zeker als je ze gezien hebt.
klein hoefblad
wit hoefblad
Japans hoefblad
groot hoefblad
Klein hoefblad is laag en heeft gele bloemen. Groot hoefblad heeft een kegelvormige, bleek-roze bloeiwijze. Japans en wit hoefblad lijken het meest op elkaar. Ze zijn het makkelijkst van elkaar te onderscheiden aan de hand van de schutbladen aan de bloeistengel; bij Japans hoefblad zijn die bladen duidelijk langer dan de bloeiwijze, bij wit hoefblad zijn ze korter.
Bloem
– bleek-roze
– maart en april
– kegelvormige tros
– hoofdje met alleen buisbloemen
– mannelijk hoofdje 7 tot 12 mm
– vrouwelijk hoofdje 3 tot 6 mm
– 5 meeldraden
– 1 stijl
Blad
– wortelstandig
– enkelvoudig
– top rond
– rand onregelmatig getand
– voet hartvormig
– veernervig
Bloeistengel
– rechtop tot 60 cm
– met roodachtige schubben
Spathiphyllum zijn geliefd vanwege hun bloemetjes. Deze witte bloemen lijken op een lepeltje. Vandaar de Nederlandse naam: Lepelplant. De Spathiphyllum komt van oorsprong uit Brazilië. De plantenfamilie is Araceae.
Spathiphyllum onderhoud
Water geven
De Spathiphyllum verbruikt redelijk veel water. Bij een water tekort geeft deze bloeiende kamerplant dat aan door te gaan hangen. Geen zorgen want de Spathiphyllum staat al snel weer overeind van een flinke scheut water. Deze kamerplanten groeien van oorsprong in de omgeving van de Amazone. Wanneer deze rivier buiten zijn oevers treedt, kan de Spathiphyllum zelfs onderwater overleven. Je kunt deze plant het beste tweemaal per week water geven. Probeer de hoeveelheid zo aan te passen dat de Spathiphyllum een beetje slap gaat hangen voordat de plant opnieuw water krijgt.
Sproeien
De Spathiphyllum vraagt om een hoge luchtvochtigheid. Sproeien zal de gezondheid daarom versterken, vooral in de winter wanneer de kachel zorgt voor een lage luchtvochtigheid in de woonkamer. Sproeien maakt de kans op nieuwe bloemetjes groter.
Standplaats
De Spathiphyllum verdraagt teveel direct zonlicht slecht. Vermijd daarom de middag zon. 3-5 uur direct zonlicht is ruim voldoende. Teveel zonlicht zal leiden tot bruine bladeren. Te weinig zonlicht leidt tot groene bloemen. De meest ideale standplaats is voor een raam op het noorden. Voor een raam op het westen of oosten kan je het beste een afstand van 2 tot 3 meter behouden. Voor een raam op het zuiden is een afstand van 3-4 meter aangeraden.
Minimale temperatuur
Overdag: +/- 16 °C
‘S nachts: +/- 14 °C
Verpotten
Het verpot een Spathiphyllum eens per 3 jaar of wanneer de pot te klein wordt. Doe dit bij voorkeur in de lente omdat in deze periode eventuele beschadigde wortels sneller herstellen. Je kunt de plant ook direct na aanschaf verpotten. Gebruik een plantenbak waarbij de diameter minimaal 20% breder is dan de vorige. Gebruik hiervoor universele potgrond of anthurium aarde. Voeg alleen hydrokorrels toe indien er een drainage gat aanwezig is.
Voeding
Na 6-8 weken zijn de voedingsstoffen in de aarde verbruikt. Het is dan raadzaam de Spathiphyllum te bemesten. Gebruik hiervoor vloeibare voeding voor bloeiende kamerplanten. Kijk voor de juiste dosering op de verpakking. Gebruik nooit meer voeding dan aangegeven op de verpakking, liever iets minder. Bemesten in de herfst en winter is overbodig en kan zelfs schadelijk zijn.
Verkleurende bladeren
Bruine bladeren zijn vaak het gevolg van een te droge lucht. Geel blad is het gevolg van te veel zonlicht. Groene bloemen zijn weer het gevolg van te weinig licht.
Snoeien
Knip uitgebloeide bloemen zo laag mogelijk weg. Ook oude lelijke blaadjes kan je eenvoudig laag bij de grond afknippen.
Vermeerderen
Het vermeerderen kan door scheuren. Deel de pol in het voorjaar en plaats de plantjes in stekgrond.
Bloemen
Spathiphyllums zijn geliefd vanwege hun witte bloemetjes. Alhoewel deze kamerplant continue in bloei kan staan zal de bloei periode meestal zo’n 2 maanden zijn. 3 maanden later verschijnen er weer nieuwe bloemen. Bloei kan je stimuleren door plotselinge verwaarlozing of door opzettelijk de wortels te beschadigen.
Giftig?
Spathiphyllum’s zijn licht giftig. Het blad is schadelijk na inname door dieren of kinderen.
Ziektes
De Spathiphyllum krijgt soms last van spint onder droge omstandigheden. Sproei daarom regelmatig ter preventie.
Goed te herkennen aan – de gele, “anemoonachtige” bloemen met 5 aan de buitenkant behaarde bloemdekbladen en – de drie, in slippen verdeelde, kort gesteelde, kransstandige stengelbladeren en – de vroege bloeiperiode
Algemeen
Gele anemoon is een overblijvende plant van 15 tot 25 cm hoog, die groeit op vochtige, voedselrijke, vaak kalkhoudende grond in loofbossen, bermen en op dijken, na kap lang standhoudend. Ze is zeer zeldzaam in de Lage Landen. Ze wordt aangeplant als stinsenplant.
Bloem
Gele anemoon bloeit vanaf maart tot en met mei. De bloemen zijn alleenstaand of staan met 2 of 3 bij elkaar en hebben 5 (soms tot 8) gele, eironde bloemdekbladen, die aan de buitenkant behaard zijn.
Blad
De drie, in een krans staande, kort gesteelde stengelbladeren zijn elk bijna tot aan de voet gedeeld in drie slippen met grof gezaagde rand. Gele anemoon heeft een kruipende wortelstok, waardoor ze in groepen groeit.
Vergelijkbare soorten
Gele anemoon is van de andere anemoon-soorten, zoals bosanemoon, blauwe anemoon en Oosterse anemoon, te onderscheiden door haar kleur.
Andere planten met gelijksoortige bloemen (qua kleur en vorm) zijn :
gewone dotterbloem > grotere bloemen, 6 (of meer) bloemdekbladen, groeit (meestal) aan het water.
boterbloemsoorten > bloemen met kelkbladen en rondere kroonbladen.
Bloem
– geel
– vanaf maart t/m mei
– gesteeld alleenstaand
– stervormig
– 1,5 tot 2 cm
– 5 (soms tot 8) bloemdekbladen
– meer dan 20 meeldraden
– meer dan 20 stijlen
Blad
– kransstandig
– enkelvoudig
– kort gesteeld
– handvormig ingesneden
– top spits
– rand grof gezaagd
– behaard
Goed te herkennen aan – de ronde tot kegelvormige trossen met witte tot geelwitte bloemhoofdjes en – de vroege bloeiperiode
Algemeen
Wit hoefblad is geen inheemse plant. Ze behoort tot de stinsenplanten en komt oorspronkelijk uit de bergen van Midden-Europa en West-Azië, is hier te koop als sierplant en wordt aangeplant in parkbossen op schaduwrijke plaatsen met vochtige, voedselrijke grond, waar ze zich lang kan handhaven.
Bloem
Wit hoefblad is een overblijvende, geurende plant. Ze wordt 5 tot 30 cm hoog en bloeit in februari en maart met (geel)witte ronde tot kegelvormige trossen, die bestaan uit een aantal bloemhoofdjes, die op hun beurt weer samengesteld zijn uit een aantal buisbloemen.
Blad
Wit hoefblad is net alsklein en groot hoefbladeen naaktbloeier; de wortel-standige bladeren verschijnen aan het einde van de bloeiperiode. Ze zijn hartvormig, van onderen blijvend grijs-viltig en uitgegroeid tot 30 cm in doorsnee. Door de kruipende wortelstok breidt wit hoefblad zich uit en groeit ze in groepen.
Vergelijkbare soorten
Groot en wit hoefblad lijken op elkaar. Beiden hebben een ronde tot kegelvormige bloeiwijze en opvallend grote bladeren, die pas na de bloei verschijnen. Ze verschillen in de kleur van de bloemen; groot hoefblad is roze, wit hoefblad is wit tot gelig. Daarnaast bloeit wit hoefblad eerder dan groot hoefblad.
De Bamboe of Bambusa behoort tot de grassenfamilie Poaceae. Deze soorten zijn vrijwel altijd grotere varianten van de Bamboe. Oorspronkelijk komt deze plantenfamilie uit de tropische en sub-tropishe gebieden in Azië
Water geven
De bamboe verbruikt veel water. Deze kamerplant staat dan ook graag met zijn wortels in vochtige grond, voorkom echter een laagje water onderop in de pot. Vooral in de zomer verbruikt de Bambusa veel water.
Watersysteem
Indien je de kamerplant opmaakt met vulcastrat en een watermeter veranderd de watergift. Hierbij geef je eenmaal per week water, totdat de watermeter begint te bewegen. Des te kleiner de uitslag, des te beter. De watermeter geeft namelijk aan dat er te veel water in de pot staat. Je kunt dan ook het beste de watergift stoppen vlak voordat de watermeter uitslaat. In de winter kun je eenmaal per twee weken water geven.
Sproeien
Het sproeien van de bamboe plant is niet noodzakelijk. Echter kan een sproeibeurt nooit kwaad en werkt het preventief tegen ziektes en ongedierte.
De Europese dwergpalm of de Chamaerops Humilis is een palm uit het Middellandse Zeegebied. De dwerg-waaierpalmen komen van nature voor in alle landen die langs de Middellandse Zee gelegen zijn, en worden daar ook aangeplant als sierplant.
Licht en Warmte
De Chamaerops Humilis heeft minimaal 5 uur direct zonlicht nodig. Wanneer de Chamaerops Humilis naar buiten wordt verplaatst, waarbij de palm voorheen binnen wat verder van het raam stond, is het noodzakelijk hem geleidelijk aan direct zonlicht te laten wennen.
Wanneer de palm zonder gewenning in direct zonlicht komt te staan kan het blad verbranden. Maar geen zorgen, de palm zal snel nieuw blad aanmaken wat prima bestand is tegen direct zonlicht.
Minimale temperatuur
Overdag:-10 ℃
‘S nachts:-13 ℃
Verpotten
Plaats de Chamaerops buiten in een pot met drainage gaten, waarbij de bodem is voorzien van hydrokorrels. Binnen is het overbodig om hydrokorrels te gebruiken, omdat er dan stilstaand water onderin de pot verzamelt zonder dat de wortels dit kunnen opnemen.
Het verpotten van de plant stimuleert de groei. Daarnaast voorkomt meer aarde dat de grond te snel uitdroogt. Verpot de Chamaerops in een plantenbak die minimaal 20% groter is. Het verpotten kan na de aankoop of in de lente. In deze periode herstellen wortels namelijk het snelst.
Voeding
Bemest de Chamaerops in de lente en in de zomer. Het is ten zeerste afgeraden om dit in de winter te doen. In de winter zit de palm namelijk in een rustperiode. Raadpleeg de verpakking voor de juiste dosering. Zowel vloeibare als vaste voeding is geschikt. Geef nooit een overdosis, dit leidt al snel tot verbranding van de wortels. De plant kan hierdoor doodgaan.
Onderhoud
Verkleurde bladeren
Deze palm heeft niet snel last van verkleurende bladeren. Mochten de bladeren vergelen, dan heeft de Chamaerops waarschijnlijk een tekort aan stikstof. Bijmesten is in dit geval raadzaam (geen overdosis geven). Bruine bladeren zijn vaak aan het afsterven van ouderdom. Geen zorgen; gewoon afknippen. De palm maakt in de kern weer vers blad. Indien de palm in de winter buiten heeft gestaan kunnen verkleurende bladeren duiden op vorstschade.
Snoeien
De stam van de Chamaerops Humilis is niet te snoeien. De bladeren mogen wel gesnoeid worden. Knip deze dichtbij de stam af. Pas hierbij op voor de stekels. Vooral de onderste bladeren worden op den duur minder mooi. Dit is een natuurlijk proces, waar helaas weinig aan te doen is. Het is dan ook raadzaam om deze te verwijderen.
Vermeerderen
Deze palm is te kweken door middel van zaad. Dit is redelijk eenvoudig ten opzichte van andere palmen. Temperatuur: vanaf 13 graden, verhoog de luchtvochtigheid voor meer succes.
Bloemen
De Chamaerops kan bloeien in de Lage Landen, waarbij de bloemen van het mannelijke geslacht heerlijk ruiken.
Giftig
De Chamaerops Humilis is niet giftig, maar heeft wel stekels.
Ziektes
De Chamaerops heeft harde stugge bladeren waaraan ongedierte zich niet gemakkelijk kan hechten. Een harde waterstraal verwijderd hierdoor eenvoudig verschillende soorten luis en spint. Indien een besmette Chamaerops binnen staat is het raadzaam om hem buiten te plaatsen, maar niet direct in de volle zon. Zo wordt besmetting van andere kamerplanten voorkomen en zal de regen helpen met het bestrijden van het ongedierte.